Amsterdamsestraatweg 5

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan aan de overzijde terug naar Utrecht. Dit is deel 5. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat. Vanwege het ontbreken van een trottoir langs het kanaal aan de even zijde van de Amsterdamsestraatweg, ligt deel 4 aan de even kant bij de Muyskenweg.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

De Amsterdamsestraatweg loopt langs het prachtige park dat de grootgrondbezitter en rentenier J. Kol III heeft laten aanleggen door Copijn: de Tuin van Kol. Hij heeft het aangeboden aan de gemeente Zuilen. Het gemeentebestuur heeft zijn aanbod afgeslagen, omdat zij geen geld voor het onderhoud had. Daarop bood Kol het aan de gemeente Utrecht aan. Nadat een gemeenteraadslid het park was komen bekijken kwam hij moe en bezweet in het kantoor van J. Kol en verweet hem dat hij nu wel een mooi park had laten aanleggen, maar de gemeente Utrecht voor de kosten van het onderhoud wilde laten opdraaien. Daarop heeft Kol zijn aanbod ingetrokken. Hij liet het park uitbreiden met een hertenkamp en heeft er tot zijn dood in 1919 van genoten.

De erfgenamen hebben het park aan de gemeente Utrecht aangeboden, maar niet voor niets! Het is in 1929 Utrecht uiteindelijk op een bedrag van ƒ 145.000,- komen te staan, mét de restrictie dat het gebied de eerste honderd jaar als park in stand gehouden moest worden.

Vóór de Tweede Wereldoorlog is het park uitgebreid door middel van een werkloosheidproject voor jonge werklozen. Samen met de aanleg van de speelweide werd ook het Julianapark-restaurant gebouwd. De bedoeling was dat prinses Juliana de opening van het paviljoen zou verrichten. Omdat zij echter in die periode Prins Bernhard leerde kennen en de openingsdatum zo ongeveer gelijk viel met de trouwdatum van het koninklijk paar is dit niet doorgegaan.

Het Julianapark-restaurant wordt in 1937 geleid door de heer W.J. Woertman. Omstreeks 1980 heeft Adriaan Pouw, een van de zonen van bakker Pouw (van daarnet aan de oneven zijde van de Amsterdamsestraatweg), het restaurant in exploitatie.

In het Julianapark stond ook een muziektent die in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd afgebroken.

Op de hoek bij de Van Eimerenstraat zat de drogisterij van H. Suijkerbuijk, opvolger van H. van Putten die op dit adres verf en petroleum verkocht. Op nummer 448 zat het loodgietersbedrijf van H.A. van Zeist. Aan de overzijde van de St.-Josephlaan zat coöperatie ‘Praeferentia’ geleid door G.W. Reijmers.

Na het rijtje huizen dat we nu passeren, kwamen we bij de groentehandel van E.N. Osse, in 1940 opgevolgd door de gebroeders Broekman. Vanaf 1948 deed F.M. Broekman dat alleen (maar samen met zijn vrouw natuurlijk). Zij behielden de winkel tot 1999! De laatste winkel die nog echt op Zuilens grondgebied stond, was aan de noordkant van de Geraniumstraat. L.J. Röben had op die hoek zijn manufacturenwinkel. Hij was een van de drie broers die op de Amsterdamsestraatweg actief in zaken waren. De bekendste werd J.M.J. Röben die zich op de hoek van de St.-Ludgerusstraat vestigde.

De gemeentegrens Zuilen-Utrecht liep door de Geraniumstraat. Als het Zuilens Fanfare Corps door de Geraniumstraat wilde marcheren en vergeten was de vergunning ook aan de gemeente Utrecht te vragen, moest men over de stoep!

Dit alles dus volgens de gegevens aan de hand van de stratengids van Zuilen.

Het Juliana ‘Paviljoen’ kort na de oplevering.

 

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 4

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

Vanaf Maarssen ligt het Merwedekanaal, opengesteld in 1892 achter ons. Het kanaal werd vanaf 1 februari 1951 verbreed en uitgebreid en kreeg de naam Amsterdam-Rijnkanaal. Ongeveer vanaf de Wethouder D.M. Plompstraat tot de Muyskenweg stonden verschillende woningen en bedrijven. Zij moesten allen het veld ruimen voor de uitbreiding van de Demkafabrieken die vanaf de Muyskenweg tot aan de uiterste punt bij het kanaal (langs de Amsterdamsestraatweg) zijn staalgieterij had. In 1916 werd in Zuilen door de Demka Staalfabrieken voor het eerst staal gegoten.

Bij het rijtje woningen dat weg moest was o.a. dat van Visscher met zijn stalhouderij en recht tegenover de Wethouder D.M. Plompstraat zat Straus sr. met een filiaal van broodfabriek ‘De Korenschoof’. Ook een bedrijf dat plaats moest maken voor de Demka was de garage van Hendrik van der Vaart. Hij zat op de (oude) nummers 512 en 514, vlak bij de Muyskenweg. Voordat Hendrik hier begon, had zijn vader hier een kruidenierswinkeltje.

ELINKWIJK TAX van Henk van der Vaart was één van de eerste taxibedrijven in Zuilen.

Naast Van der Vaart zat café Van Marchal, later opgevolgd door Wouters. Het café kwam nogmaals in andere handen en werd van Verhoef. Dit was het eerste clubhuis van voetbalvereniging ‘Elinkwijk’.

Op de hoek vóór de Muyskenweg zat melkhandel ‘De Boerderij’ van boer J. van Beek. Aan de overkant van de Muyskenweg zat de winkel van coöperatie ‘Oostenburg’, een kruidenierswinkel (werd later Café Elinkwijk). Griffioen had zijn groentehal naast deze kruidenierswinkel en daarnaast kwam de bakkerij van coöperatie ‘Oostenburg’.

Voorbij de bakkerij zat een sigarenmagazijn van ‘Evora’, waar filiaalhouder van Duinen zijn rokertjes aan de man bracht. Op 490 zat kapper G. Schmidt met zijn ‘eenigste speciaal heerenkapsalon’ en naast hem was de winkel van D. Kissing ‘in galanterieën’. In dit pand kwam De Klerk huishoudelijke artikelen verkopen. Aan de overkant van de Dieselweg zat de melkwinkel van G. Stoet. Deze Stoet had J.A. Lamme als buur: boekhandel ‘Elinkwijk’.

Naast de boekhandel zat schoenmaker M. van der Pijl en daarnaast was de rijwielhandel van J.A. Smits. Het volgende pand was van het Groene Kruis. Hier was al vanaf 1918 voor Nieuw-Zuilen een gezondheidscentrum, gesubsidieerd door Werkspoor. We kwamen vervolgens langs kapper F. Odijk op nummer 468. Nu kwamen we bij (alweer) een sigarenmagazijn van ‘Evora’. Hier is W. Konst filiaalhouder.

Verder doorlopend kwamen we bij drogisterij J.H. Ooijevaar, bekend onder de Elinkwijkers van de wijk én de voetbalvereniging, waarvan hij in het bestuur zat. Na enige jaren voortgezet te zijn door R. Dirksen kwam hier R. Groenberg de drogisterij runnen, die toen  de naam ‘De Kamil’ kreeg.

De laatste winkel op dit rijtje was slagerij A. den Hartog. Hiervoor was dat J. Weeber en hierna A. Dorrestijn. Voorbij de huizen van de Bessemerlaan zat apotheek ‘Elinkwijk’.

Aannemer Avezaat van de Marnixlaan bouwde het monumentale pand van notaris J.A.M. Koch. De architect van dit gebouw was Ir. G. M. Leeuwenberg uit de Adm. van Gentstraat in Utrecht. Van het bereiken van het hoogste punt van de bouw werden foto’s gemaakt. Op die foto’s zien we o.a. J.A.M. Koch met vrouw en kinderen. Het gebouw kwam gereed in 1938. Zoon Jan Willem, die op de foto het vlaggentouw hanteert, volgde zijn vader op.

. o.a. J.A.M. Koch met vrouw, kinderen en een aantal werklieden …’

 Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 3

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht om ter hoogte van de Muyskenweg – aan de even zijde – met deel 4 te beginnen. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 4 bij de Muyskenweg aan de even zijde. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

Hier bij de De Lessepsstraat gaan we verder richting Maarssen. Op nummer 655 woonde weduwe J. van Hoorn-Steenhof. Zij was de moeder van de gemeentearchitect van Zuilen, W.C. van Hoorn, die o.a. de woningen en winkels op de hoek van de Amsterdamsestraatweg met de Wethouder D.M. Plompstraat ontwierp waar we nu langs lopen.

De eerste winkel was van mevrouw Koopmans. Zij had een drogisterij op nummer 689. Haar echtgenoot verkocht verf en behang. Later trok de heer Koopmans de sigarenwinkel van zijn buurman De Graaf bij zijn winkel, en concentreerde zich daar op de verkoop van de verf en bijbehorende producten. Naast De Graaf/Koopmans zat kapper A. van der Zeijden. We vonden zijn prijslijst uit 1932: ‘dames knippen 25 cent, heeren knippen 20 cent, meisjes knippen 20 cent, jongens knippen 15 cent’. Op de hoek kwam ‘Model Schoenmakerij De Brabander’.

Aan de overkant van de Weth. D.M. Plompstraat zat Niessen met zijn ‘radio, elec. en rijwielhandel’. Niessen groeit uit tot ‘Miele-speciaalzaak’. ‘Jan Jansen leert ze dansen’. Dat is de in 1950 gebruikte kreet waarmee de heer Jansen de inwoners van Zuilen aan de foxtrot bracht, u moest daarvoor op nummer 699a zijn. Bij nummer 699d konden we de wereldberoemde Anton Geesink tegen het lijf lopen. Hij kreeg zijn judolessen van J. van der Horst, in de voorkamer van het woonhuis. De oud-marinier Van der Horst (zelfs op zijn 83ste jaar nog actief) runde sportschool Vanderhorst.

Even verderop zat A.H. Pasman jr, uitgever van Zuilen Vooruit, later het Zuilens Nieuwsblad in een markant oud pandje met een mansaardekap (dak met een knik). Er volgde nu een rijtje winkels: op 707 vonden we bakker Pouw, in het ernaast gelegen pand dreef Bloemendaal zijn ‘handel in textiel en tabakswaren’. De winkel op 711 was de ‘Vleeschhouwerij’ van A. Letter, in 1945 opgevolgd door Faay. Deze winkel zat tegenover de Demkafabrieken. Als men daar een stukje worst wilde, activeerden zij de fluit van de locomotief van het fabrieksspoor en zo wist de Faay dat hij worst moest leveren. Naast Faay zat de melkwinkel van I. Stoet. In 1950 adverteerde De Concurrent met zijn groenten en fruit op nummer 717 en op nummer 719 verkocht Gieling zijn tabakswaren. Hij stond ‘s morgens onder de Demkabrug om de mannen op weg naar hun werk de laatste kans te bieden om een rokertje aan te schaffen.

Op nummer 719bis zat Dameskapsalon ‘Ria’. C. van der Kwast had een aardappelhandel op 723, naast de rijwielhandel van J.A. Roussou. Aan de Amsterdamsestraatweg werd ter hoogte van de huidige nrs. 749 in mei 1921 een ‘Buitenfabriek’ van W.A. Hoek’s Machine en Zuurstoffabriek N.V. geopend.

Hierna vormde de Amsterdamsestraatweg een lintbebouwing met achterliggend open agrarisch land dat tot aan de Vecht doorliep, met alleen de met bomen omzoomde Daalseweg daar nog tussen. Hier bouwde men op een opgespoten zandlaag de wijk ’t Zand.

Even voorbij de Jacob van Campenstraat stond de woning van C.W. de Keijzer. Achter zijn woning runde hij zijn ‘Machinale Broederij’, het Barneveld van Zuilen.

De Machinale Broederij van de heer De Keijzer.

Op nummer 803 zat de montagewerkplaats van de heer P. Dolman. In dit pand kwam later de Zuilense Motorhandel van Luca te zitten.

‘De Zuilense Motorhandel’.

J.C. Koevoets verkocht op 809 koloniale waren. Vervolgens kwamen we bij het café van De Bree. Ab. van Vredendaal bood zijn diensten aan voor ‘administratiën en belastingzaken’ op nummer 867. Op 907 zat de nering van Joh. M. van Slagmaat, die onder de naam ‘Wasscherij De Lelie’ actief was met een grote ‘stoom wasch- en strijkinrichting’. – Op het terrein achter wasserij ‘De Lelie’ werd vele jaren de kermis van Zuilen gehouden. Toen de wasserij dicht ging kwam hier een aluminiumfabriek, later werd hier een Citroën-garage ondergebracht.

We passeerden de slagerij van W. van Beek op nummer 915. Voor een rokertje kon u naar binnen bij W. van Wilgenburg, nummer 933 en H.A. Verwoolde kreeg 20 maart 1946 de slijtvergunning voor verkoop van alcoholhoudende dranken op nummer 941.

Op nummer 959 was/is de rijwielhandel van C. Bos. Op 1001 zat bakker J. Ellings en op 1013 verkocht H. van de Goede ‘waschproducten’. Voordat we bij de ingang van de voetbalclub Elinkwijk en van de tennisclub belanden vinden we op nummer 1045 nog de benzinehandel van Wilschut.

Aan de deze Amsterdamsestraatweg hield de doorlopende bebouwing vervolgens op en kwamen we bij de boerderijen van J.W. Kleinveld (1107) en D.C. de Ridder (1249). Vervolgens kwamen we bij de smederij Wed. van Dommelen met als buur kruidenierster Mej. Van der Horst. Haar man parlevinkte op ’t kanaal.

Enkele huizen verder kwamen we bij melkhandelaar Griffioen, hij was de laatste Zuilense ondernemer aan de Amsterdamsestraatweg vóór het bordje ‘Maarssen’.

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 2

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 3 bij de De Lessepsstraat, deel 4 bij de Muyskenweg aan de even zijde. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is een onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, aangelegd in 1813 in opdracht van Napoleon Bonaparte.

Op de hoek van de Sweder van Zuylenweg zat C. Jamin, vele jaren gerund door de dames Grim. Tussen C. Jamin en de volgende ondernemer zat ‘ ’t oude mannetje’ waar je bijvoorbeeld drie spijkers kon kopen. Van Kuijk had op 557 een ‘gesloten huis’: een winkel die er uitziet als een woning maar waar detailhandel wordt gedreven.

Op de hoek St.-Bonifaciusstraat zat manufacturenwinkel ‘Rico’, in 1977 stonden de bordjes ‘opheffingsuitverkoop’ in de etalage. Op de andere hoek zat garage A.J. Raassink: ‘Official Service Ford Dealer’. In het pand naast Raassink was ‘Het Lingeriehuis’ van A.J. van Heuzen.

Op 569 waar we nu aankomen verkocht in 1934 G. van Kuijk rieten manden. Na 6 maanden Van Kuijk kwam hier tot 1976 Th. van Eijndthoven zijn kantoorboekhandel drijven hij verkocht ook religieuze (katholieke) artikelen. Nadat Van Eijndthoven stopte vestigde W. van Scharenburg zich hier met zijn ‘Uurwerkboetiek Wim en Toos’. Na ruim 32 jaar ging ook hier de winkeldeur voorgoed dicht en werd een lang gekoesterde wens vervuld: hier was van 12 september 2009 tot januari 2019 het Museum van Zuilen gevestigd.

Op nummer 571 zat enkele jaren apotheek ‘Elinkwijk’, die naar de overkant verhuisde. In dit toen lege pand zat in de Tweede Wereldoorlog de Zuilense afdeling van de Luchtbescherming en de E.H.B.O. Ná de Tweede Wereldoorlog kwam hier de slijterij v/h H.J. van Soest.

Naast de woning 573 kwamen we bij de pastorie en St.-Ludgeruskerk, de ‘Dom van Zuilen’. De kerk werd voorzien van alle toen gebruikelijke ornamenten om de kerk een groot aanzien te geven, naar ontwerp van W.H. te Riele.

Aan de overkant van de St.-Ludgerusstraat verkocht men in een ver verleden sigaren en tabak. Al na korte tijd kwam hier J.M.J. Röben de inwoners van Zuilen voorzien van huishoudtextiel enz. Het van oorsprong kleine winkeltje op de hoek werd in de loop van 1939 verbouwd tot de grote winkel die hij in de komende tientallen jaren zal blijven. Het pand van de heer Röben werd tot december 2010 een doe-het-zelfzaak van de Hubo.

We kwamen nu bij ‘De dubbele winkel’: kruidenierswaren en kauwgomballen. Albert Heijn vestigde zich in één deel, het andere deel is slagerij geworden. De slagerij was van D.J. Wuis, later Jan Schaar en nog later werd het slager Heyn. De buurman van Wuis was een winkel in kachels, rijwielen enz. van Van Kilsdonk, een bekende voetballer van Elinkwijk.

Na 1954 kwam W.N. Verhoek hier huishoudelijke artikelen, verlichting en vele verwante producten verkopen onder de naam ‘VeCo’. Op nummer 585 zat E.J. Ter Burg, een fotohandel met de reclame ‘Het Huis Met de Klok’. Hij verhuisde naar nummer 601. Op nummer 585 begon Gerritsen als ‘Speciaalbanketbakker’ en later kwam hier Steentjes banket verkopen. Zij deden de winkel over aan A.J. van Stuivenberg. Op de hoek zat slagerij Adr. Kok, later werd dat Beuk, nog later Van Es.

Na het oversteken van de Voltastraat, kwamen we bij kruidenier Zetstra, dit werd na de Tweede Wereldoorlog een van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen. Na Zetstra ging Peter Macco hier fietsen verkopen. Bakker Straus zat op 593: Johan Straus in de bakkerij en Frits met een bakfiets langs de weg.

Op 595 konden we terecht voor een rokertje bij E.J. van Soest, hij was de buurman van H. van Tricht manufacturen en tapijten. Na Van Tricht kwam H. Pronk in dit pand. Later werd het de Marktkramer en werden hier matrassen verkocht. Op nummer 601 was de bloemenwinkel van Burgwal en naast hem zat kruidenier van A. van Gent. Dit werd de winkel van Boel, handel in aardappelen. Nieuweboer op 605 had een schoenmakerij annex lederhandel, later een Bata-filiaal.

De volgende winkel was slijterij H. J. van Soest, tot de verhuizing naar nummer 571. Zijn buurman was brandstoffenhandelaar D. Boshuis. Hier kwam in 1950 Pico Bello wasmachineverhuur. Op het hoekje met de snackbar vonden we slagerij D. Vergeer.

Nu komen we bij de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en het einde van deze beschrijving deel 2.

De St.-Ludgeruskerk en de pastorie (l) zijn gesloopt.

 Een vooroorlogse afbeelding van de Amsterdamsestraatweg vanaf nummer 605 (links).

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 1

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan aan de overzijde terug naar Utrecht. Dit is deel 1. (Deel 2 start bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat, deel 4 bij de Muyskenweg aan de even zijde en deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is een onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, aangelegd in 1813 in opdracht van Napoleon Bonaparte.

Napoleon Bonaparte in zijn jonge jaren.

De eerste winkel op Zuilens grondgebied was slagerij Rijksen, zijn buurman was L. Hubert die handelde in radio’s en elektra. Het volgende pand was van E. van Rossum, die hier het Zuilense warenhuis ‘Evora’ had.

Op nummer 409 kwamen we bij de winkel van Simon de Wit: ‘Handel in Koloniale Waren’. De buurman was Maison Royal, gespecialiseerd in luxe en huishoudelijke artikelen. In deze panden kwam de heer Den Hertog, met de naam ‘Het Banierhuis’ en een slagzin die men in heel Zuilen kende: ‘Betaal het in zes keer, bij het Banierhuis kost het geen cent méér!’

Op nummer 419 zat kruidenier M.M.G. Roeleveld, precies op de hoek van de Marnixlaan. In deze kruidenierswinkel ging later Elberse de scepter zwaaien. Deze kruising met de Amsterdamsestraatweg stelde in 1938 nog maar weinig voor. Dat kwam omdat de in het verlengde van de Marnixlaan gelegen brug over de Vecht er nog niet was en de Josephlaan ‘doodliep’. – Er werd midden op de Josephlaan jaarlijks een kermis gehouden!

Op de hoek aan de overkant van de Marnixlaan werden manufacturen verkocht door Jaco. Later kwam hier de winkel van P. de Jong. Hij adverteerde met een mooie reclamekreet: ‘Loop niet direct naar de stad, daar heeft al menigeen spijt van gehad.’

Na een paar woningen kwamen we bij het Woningbureau van de heer G. van Eijk. Hij heeft heel wat inwoners van Zuilen aan een woning geholpen. De volgende winkel zat in een wat naar voren springend pand: een handel in fruit en chocolaterieën van H.H.J. Steeman. Speciaal adres voor ‘fruit primeurs, bonbons, luxe doozen en fijn banket, maar ook voor wijn, limonade en bier’. Hij werd al kort na de oorlog opgevolgd door de heer L.A. den Hartog. De heer Den Hartog verkoopt dezelfde producten.

Van de winkel op nummer 437 vinden we in 1950 een advertentie in het Zuilens Nieuwsblad die werd geplaatst door de heer R.J. van de Pal: ‘Onder rijkstoezicht gediplomeerd schoenmaker’. Op de hoek met de Cornelis Mertenssstraat heeft H. van de Hoef (brood en banket) onderdak gevonden. De heer W.E. Luchtenborg volgt hem op en runt in deze winkel een verkooppunt van broodfabriek de ‘Korenschoof’. Later kwam in dit pand een van de eerste ‘automatieken’ (snackbars) van Zuilen.

Aan de overkant vonden we de Nederlands-hervormde Oranjekerk. Deze werd gesloopt, maar de toren heeft men laten staan. Naast de Oranjekerk kwam A. Weenink gebruik maken van het pand. Hij had een elektrotechnisch bureau. Zijn opvolger werd Metz, een winkel met verlichtingsartikelen.

De Nederlands-hervormde Oranjekerk in de jaren dertig van de vorige eeuw.

De buurman van Metz was Van der Hoef. Hij verkocht brood en werd opgevolgd door Boonzaaijer. Daarna kwam Nico Odijk in dit perceel, dat uitgroeide tot een Zuilens begrip voor horloges en klokken. Dan volgt een flink stuk woningbouw.

Op de hoek Hubert Duyfhuysstraat kwam H. den Dekker & Co haarden en kachels verkopen, nadat zijn voorganger (kruidenier Oude Wansink) verhuisde naar de Sweder van Zuylenweg. Op nummer 509 was de winkel in tabak en sigaren van de heer J.X. Noz. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werd dit hét Utrechtse verkooppunt voor tickets voor concerten.

Als we overgestoken zijn, kwamen/komen we het autoverhuurbedrijf van de heer Meijers tegen. Dit bedrijf is vanaf 1 september 1928 zonder onderbreking op deze plek gevestigd. We belandden op nummer 531 bij de winkel van C. Kop ‘in Comestibles’, die in 1948 zijn winkel verkocht aan Ben Moors, toen werd het chocolaterie ‘BeMo’, beroemd om zijn fraaie Paaseieren.

Op nummer 533 werden tabakswaren verkocht door de heer Heibloem, later opgevolgd door De Bree. Op nummer 535 zat kapsalon Jansen-Joosten. Algemene Verkoop Organisatie ‘Elinkwijk’ zat in 1938 nog in het pand vlak voor De Gruyter. U kon bij deze winkelier terecht voor Magneet-rijwielen ‘met verzwaard achterwiel’.

Dan kwamen we bij het laatste pand in deze beschrijving, hier zat de winkel van P. de Gruyter, met de beroemde reclamezin ‘Én betere waar, én 10%, alleen de Gruyter’. Samen met de in Nederland ongeveer bekendste reclame voor ‘Het snoepje van de week’ was de succesformule compleet.

Het pand van P. de Gruyter & Zn op de hoek bij de Sweder van Zuylenweg. Men verkocht uitsluitend ‘eigen merk’-producten. De fietsenwinkel rechts werd later schoenenwinkel ‘Het Panterhuis’.

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 1

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar de laatste winkel aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan aan de overzijde terug naar Utrecht. Dit is deel 1.

De Amsterdamsestraatweg is een onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, aangelegd in 1813 in opdracht van Napoleon Bonaparte.

De eerste winkel op Zuilens grondgebied was slagerij Rijksen, zijn buurman was L. Hubert die handelde in radio’s en elektra.

Het volgende pand was van E. van Rossum, die hier het Zuilense warenhuis ‘Evora’ had.

Op nummer 409 kwamen we bij de winkel van Simon de Wit: ‘Handel in Koloniale Waren’. De buurman was Maison Royal, gespecialiseerd in luxe en huishoudelijke artikelen.

In deze panden kwam de heer Den Hertog, met de naam ‘Het Banierhuis’ en een slagzin die men in heel Zuilen kende: ‘Betaal het in zes keer, bij het Banierhuis kost het geen cent méér!’

Op nummer 419 zat kruidenier M.M.G. Roeleveld, precies op de hoek van de Marnixlaan. In deze kruidenierswinkel ging later Elberse de scepter zwaaien.

Deze kruising met de Amsterdamsestraatweg stelde in 1938 nog maar weinig voor. Dat kwam omdat de in het verlengde van de Marnixlaan gelegen brug over de Vecht er nog niet was en de Josephlaan ‘doodliep’. – Er werd midden op de Josephlaan jaarlijks een kermis gehouden!

Op de hoek aan de overkant van de Marnixlaan werden manufacturen verkocht door Jaco. Later kwam hier de winkel van P. de Jong. Hij adverteerde met een mooie reclamekreet: ‘Loop niet direct naar de stad, daar heeft al menigeen spijt van gehad.’

Na een paar woningen kwamen we bij het Woningbureau van de heer G. van Eijk. Hij heeft heel wat inwoners van Zuilen aan een woning geholpen.

De volgende winkel zat in een wat naar voren springend pand: een handel in fruit en chocolaterieën van H.H.J. Steeman. Speciaal adres voor ‘fruit primeurs, bonbons, luxe doozen en fijn banket, maar ook voor wijn, limonade en bier’.

Hij werd al kort na de oorlog opgevolgd door de heer L.A. den Hartog. De heer Den Hartog verkoopt dezelfde producten.

Van de winkel op nummer 437 vinden we in 1950 een advertentie in het Zuilens Nieuwsblad die werd geplaatst door de heer R.J. van de Pal: ‘Onder rijkstoezicht gediplomeerd schoenmaker’.

Op de hoek met de Cornelis Mertenssstraat heeft H. van de Hoef (brood en banket) onderdak gevonden. De heer W.E. Luchtenborg volgt hem op en runt in deze winkel een verkooppunt van broodfabriek de ‘Korenschoof’. Later kwam in dit pand een van de eerste ‘automatieken’ (snackbars) van Zuilen.

Aan de overkant vonden we de Nederlands-hervormde Oranjekerk. Deze werd gesloopt, maar de toren heeft men laten staan.

Naast de Oranjekerk kwam A. Weenink gebruik maken van het pand. Hij had een elektrotechnisch bureau. Zijn opvolger werd Metz, een winkel met verlichtingsartikelen.

De buurman van Metz was Van der Hoef. Hij verkocht brood en werd opgevolgd door Boonzaaijer. Daarna kwam Nico Odijk in dit perceel, dat uitgroeide tot een Zuilens begrip voor horloges en klokken. Dan volgt een flink stuk woningbouw.

Op de hoek Hubert Duyfhuysstraat kwam H. den Dekker & Co haarden en kachels verkopen, nadat zijn voorganger (kruidenier Oude Wansink) verhuisde naar de Sweder van Zuylenweg.

Op nummer 509 was de winkel in tabak en sigaren van de heer J.X. Noz. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werd dit hét Utrechtse verkooppunt voor tickets voor concerten.

Als we overgestoken zijn, kwamen/komen we het autoverhuurbedrijf van de heer Meijers tegen. Dit bedrijf is vanaf 1 september 1928 zonder onderbreking op deze plek gevestigd.

We belandden op nummer 531 bij de winkel van C. Kop ‘in Comestibles’, die in 1948 zijn winkel verkocht aan Ben Moors, toen werd het chocolaterie ‘BeMo’, beroemd om zijn fraaie Paaseieren. 

Op nummer 533 werden tabakswaren verkocht door de heer Heibloem, later opgevolgd door de Bree. Op nummer 535 zat kapsalon Jansen-Joosten.

Algemene Verkoop Organisatie ‘Elinkwijk’ zat in 1938 nog in het pand vlak voor De Gruyter. U kon bij deze winkelier terecht voor Magneet-rijwielen ‘met verzwaard achterwiel’.

Dan kwamen we bij het laatste pand in deze beschrijving, hier zat de winkel van P. de Gruyter, met de beroemde reclamezin ‘Én betere waar, én 10%, alleen de Gruyter’.

Samen met de in Nederland ongeveer bekendste reclame voor ‘Het snoepje van de week’ was de succesformule compleet.

 

Het pand van P. de Gruyter & Zn op de hoek bij de Sweder van Zuylenweg. Men verkocht uitsluitend ‘eigen merk’-producten. De fietsenwinkel rechts werd later schoenenwinkel ‘Het Panterhuis’.

Meer weten over de Amsterdamsesstraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl 

De jeugd van tegenwoordig (neem een voorbeeld aan die van vroeger)

Voor mij is de eerste dag van april een soort  nationale feestdag. Denk dat ‘de jeugd van toen’, leerlingen van onderstaand artikel ook met plezier terugkijken op hun 1-april grap. Ze haalden de krant! In het Utrechts Nieuwsblad stond op 2 april 1965:

Goed in Duits

De dienstdoende agent, die 1 april voor schooltijd de kinderen hielp bij het oversteken van de Amsterdamsestraatweg bij de Sweder van Zuylenweg, was aan het begin van de dag een en al hulpvaardigheid. Niet alleen hielp bij de kleintjes veilig naar de overkant, hij was er best voor te vinden, voor de MULO-scholieren, die op de hoek stonden, een stukje van een Duitse les te vertalen.

De talenkennis van de agent bleek groter dan die van de schooljongens. Hij had weinig moeite met het stukje. Als dank boden de jongens hem een chocoladetruffel aan. De agent, niet lettend op het verbod voor de politieambtenaar op een gift aan te nemen, accepteerde graag en stopte het ding meteen in zijn mond. Schuimbekkend van de zeep, die met een dun laagje chocolade bedekt was geweest, aanvaardde hij maar al te graag de tweede gift. Een rolletje drop, dat de jongens, toch wel sportief, hadden meegenomen om de vieze smaak te verdrijven.

Na afloop van het rolletje, kon de agent smakelijk lachen om zijn april-belevenis.

Amsterdamsestraatweg

Amsterdamsestraatweg ter hoogte van de Sweder van Zuyleweg

 

De Amsterdamsestraatweg werd echt te druk.

Nu er voor Hoog Catharijne grote doorbraken zijn gedaan: wie weet nog dat de St.-Jacobsstraat ook nog maar in 1951 onderdeel werd van een uitvalsweg voor Utrecht richting Amsterdam? Er was nog geen snelweg en de Amsterdamsestraatweg liep vol. Bizar. Het stond allemaal in het Zuilens Nieuwsblad van 28 maart 1951:

Nu inderdaad Doorbraakweg beursdrukte zal afvoeren

Zuilenaren opgelet!

In verband met het gereedkomen van de nieuwe verkeersweg dwars door Utrecht (van Vreeburg naar Ondiep), zal deze weg tijdens de komende Jaarbeurs van 8 t.m. 17 April benut worden om een groot deel van het autoverkeer, dat ’s avonds tussen 17.00 en 18.oo uur de binnenstad van Utrecht verlaat, af te voeren.

Dit verkeer komt Zuilen binnen langs de Royaards v.d. Hamkade en wordt dan geleid langs de van Egmontkade (e v e n  zijde), de Burgemeester van Tuyllkade (e v e n zijde) en De Lessepsstraat naar de Amsterdamsestraatweg. Daar zal het samenvloeien met het verkeer over de Amsterdamsestraatweg, komende hoofdzakelijk van de parkeerterreinen Croeselaan.

Het verkeer komende uit de binnenstad van Utrecht zal door middel van borden, van gemeentewege te plaatsen, langs de genoemde wegen worden geleid.

De bewoners van de Royaards v.d. Hamkade, de Burgemeester van Tuyllkade en de De Lessepsstraat worden speciaal gewezen op ’t grote gevaar van deze zeer drukke verkeersstroom, die zij langs hun deur zullen krijgen, zodat zij, o.a. met het buiten spelen van hun kinderen tussen 16.00 en 18.00 uur, hiermede rekening kunnen houden.

De wielrijders en leveranciers die in dit tijdsverloop van de De Lessepsstraat gebruik maken, wordt verzocht  t u s s e n  de bomenrij en de verhoogde voetweg te blijven, zodat het middengedeelte geheel vrij blijft voor het snelverkeer.

Ondanks deze omlegging zal ook de Amsterd.str.weg van Utrecht af tussen 17.00 en 18.00 uur veel drukker zijn dan gewoonlijk, zzodat ook daar de uiterste voorzichtigheid geboden is!

Degenen, die de Amsterdamsestr.weg willen oversteken, wordt aangeraden dit te doen bij de Sweder van Zuylenweg en de De Lessepsstraat, waar tussen 17.00 en 18.00 uur door de politie een verkeerspost wordt betrokken.

Amsterdamsestratweg

Grote drukte op de Amsterdamsestraatweg. Er was nog geen viaduct en dus werd hte verkeer met spoorbomen geregeld. NB: dit was dus de ‘snelweg’ naar Amsterdam1 De A2 bestond nog niet!

Opvoering van “Goudmuiltje” in Zuilen

Knipsel over Goudmuiltje uit het Utrechts Nieuwsblad  van 16 januari 1936

W.V.A.-Kinderfeest

——

Opvoering van “Goudmuiltje” in het

Pastoor Schiltehuis.

De ‘Winkeliers Vereeniging Amsterdamsche Straatweg” (W.V.A.) gaf gistermiddag in het Pastoor Schiltehuis een feestmiddag voor de kinderen harer cliëntèle. Voor een zeker bedrag, in de winkels besteed, werden z.g. punten gegeven, en voor totaal 150 punten had een kind toegang tot dezen middag. De belangstelling was zóó groot, dat de opvoering van “Goudmuiltje” tweemaal moest plaats hebben, n.l. telkens voor 450 kinderen.

De heer  J.  V i n k  sprak een kort openingswoord, waarin hij het doel van dezen middagen uiteenzette: de band van vriendschap en vertrouwen tusschen publiek en winkeliers te versterken. En tevens deelde hij mede, dat er plannen bij de W.V.A. bestonden tot het organiseeren van een grote tocht met de kinderen in voorjaar of zomer. Men zorge dus in het bezit te komen van een flink aantal punten.

Door leden der  S p e e l t u i n v e r e e n i g i n g  O n d i e p en omgeving werd opgevoerd de kinder-operette  “G o u d m u i l t j e”  van W.A. Brands Buys, zulks onder leiding van de heer  J. H a l k e r.  De fraaie costumes waren vervaardigd onder leiding van Mevr. Witteveen, de muzikale begeleiding was van Simon Lindeman.

Verder verleende nog meedewerking de Mondaccordeon-Vereeniging  “O n d i e p  B o y s”,  een afdeeling van de Speeltuinvereeniging.

De opvoering van de Operette slaagde uitstekend en werd met gespannen aandacht door de aanwezige jeugd gevolgd. De costumes waren buitengewoon fraai en verplaatsten de kinderen in een echt sprookjesland, in het land der droomen.

Ongetwijfeld komt de Speeltuinvereeniging een woord van lof toe voor de wijze, waarop deze operette werd ingestudeerd en gemonteerd, terwijl de W.V.A. zich ongetwijfeld de groote vriendschap der bijna duizend kinderen heeft verworven, die van de opvoering getuige waren. “Door het kind naar de ouders” zal een uitstekende reclame blijken te zijn.

Goudmuiltje

De opvoeringen van ‘Goudmuiltje’ in het Pastoor Schiltehuis zijn er vele. Niet van allemaal is een foto in de collectie. Wel deze uitgave van de operettevereniging van de Culturele Ontspannings Vereniging: 

De complete ‘cast’ van de kinderoperette vereniging van de COV, die zojuist een geslaagde opvoering te zien gaf van het sprookje ‘Goudmuiltje’, ging na afloop op de foto. Niet alleen de kinderen staan er allemaal schitterend op, we zien ook nog een mooi deel van het typische decor van het toneel van het Pastoor Schiltehuis. Dit optreden vond plaats in 1947.

 

Oud Nieuws 5 december 1962

Ondeugdelijke schoorstenen

Driemaal heeft de Utrechtse brandweer te hulp moeten komen omdat er moeilijkheden waren ontstaan met een petroleumkachel of schoorstenen.

Mejuffrouw W.A. Waterland, die op kamers woont in perceel Hieronymusplantsoen 2, is tegen haar petroleumkachel gelopen, zodat hij om viel. Een matras raakte in brand. Met een nevelstraal is het vuur gedoofd.

Voorts heeft de brandweer omstreeks 22.30 uur de brandende kachel het huis uit gedragen van de familie Van den Boogaard, Hazelaarstraat 76. De heer Van den Boogaard had hulp ingeroepen, omdat hij op een zolderkamer gassen had geroken. Hij had goed geroken, want het bleek dat er scheuren in de schoorsteen zaten:

Verder heeft de brandweer een schoorsteenbrand moeten blussen in het tehuis van de zusters van Goddelijke Voorzienigheid aan de St.-Ludgerusstraat 1. De enkele jaren oude teerlaag in de schoorsteen had vlam gevat. Veel schade werd er overigens niet aangericht.

Fotobijschrift: Het klooster in de St.-Ludgerusstraat, hoek St.-Willibrordusstraat. Werd eind jaren zeventig gesloopt om plaats te maken voor de flats van de Ludgerhof.