Uitnodiging StraatReünie Adriaan Mulderstraat zondag 6 november 2022

Het MUSEUM VAN ZUILEN organiseert vanaf januari 2010 StraatReünies voor de huidige en voormalige bewoners van een Zuilense straat. Zo kunt u in het museum kennismaken met de geschiedenis van de straat, maar óók met elkaar. Ondertussen hebben we over de Adriaan Mulderstraat méér te vertellen en te laten zien dan tijdens de vorige StraatReünie! Vandaar deze uitnodiging:

Zondag 6 november nodigen we hiervoor de (ex)bewoners van de Adriaan Mulderstraat uit.

Het MUSEUM VAN ZUILEN vindt u aan de Schaverijstraat 13, op de eerste etage van de WERKSPOORFABRIEK. (een lift is aanwezig). Organisatorisch is het bijzonder fijn als u uw komst wilt aangeven.

Dat doet u door te mailen naar info@museumvanzuilen.nl met vermelding van: StraatReünie Adr. Mulderstraat, en met hoeveel personen u komt. Eventueel telefonisch kan ook: 06 20565655. De StraatReünie gaat door bij minimaal vijf aanmeldingen.

Fotobijschrift: Adriaan Mulder legt een krans bij het Vliegermonument.

De StraatReünie houden we van 14 tot 17 uur, met om 15 uur een kleine lezing met dia’s over het ontstaan van Zuilen en de Adriaan Mulderstraat en zijn omgeving.

Muurschildering Klooster

In de toenmalige gemeente Zuilen ontstond met de komst van de grote fabrieken Werkspoor (Wagon- en Bruggenbouw) en Demka (staalfabriek) een snel toenemende bevolkingsgroei die het oude landelijke en dorpse karakter – begin vorige eeuw 1200 inwoners – al gauw achter zich liet.

Met die bevolkingsgroei ontstond er in een tijd dat de verzuilde samenleving door verschil in godsdienst en levensopvatting was doortrokken, ook behoefte om katholieken een eigen positie te geven. Dat kwam in Zuilen net zoals elders in het land tot uiting in het bouwen van een kerk en scholen voor jonge kinderen.

Maar in Zuilen verrees in korte tijd tussen 1923 en 1938 een veel meer omvattend katholiek gebouwencomplex dat zelfs in het veel grotere Utrecht zijn gelijke niet had.

In 1924 werd de door architect Wolter te Riele ontworpen imposante St.-Ludgeruskerk in gebruik genomen. Het vormde een markant punt voor Zuilen aan de Amsterdamsestraatweg. Naast de kerk kwam een pastorie te staan voor de huisvesting van de pastoor en de kapelaans. Daarnaast kwam de woning voor het hoofd van de jongensschool.

Achter de kerk verrees een klooster met een grote kloostertuin, waar ook de zusters woonden die in de Fröbelschool en meisjesschool voor de klassen stonden.

Die Fröbelschool voor de jongste kinderen kwam dicht naast het klooster aan de St.-Willibrordusstraat te staan. Daartegenaan bouwde men de naaischool, waar jonge dames geleerd werd zelf kleding te maken.

Aan de overzijde van de St.-Willibrordusstraat kwamen twee lagere scholen, naar goed gebruik in die tijd gescheiden voor meisjes en jongens; een afzonderlijk gymnastieklokaal hoorde daar ook bij.

In 1934 werd uit de nalatenschap van pastoor Schilte een groot naar hem vernoemd parochiehuis gebouwd waar allerlei activiteiten plaatsvonden, meestal in katholiek verband maar regelmatig ook voor meer algemene Zuilense belangen. Opnieuw maakte Te Riele het ontwerp met een kenmerkende trapgevel.

Ook een gebouw voor katholiek jongerenwerk en een vestiging van het katholieke Wit-Gele Kruis (thuisverpleging en thuishulp) werden opgericht naast het parochiehuis.

In de laatste jaren van zijn bestaan, eind jaren zeventig, fungeerde het Pastoor Schiltehuis ook als poppodium voor de eerste opkomende Nederlandse popgroepen als de (The) Golden Earring(s), The Outsiders, The Shoes, Tee-Set, Bintangs, Robert Long en Unit Gloria.

Al met al, zo is te zien op bijgeplaatste afbeelding, ontstond er een katholiek bolwerk dat vanaf de Amsterdamsestraatweg (voorgrond) over de St.-Willibrordusstraat heen reikte tot aan de bebouwing van de Edisonstraat.

Zo snel als het katholieke bolwerk ontstond werd het vanaf de jaren zeventig ook weer afgebroken.

Behalve de woning van de hoofdonderwijzer resteert van dit complex alleen nog de oude Fröbelschool en de naaischool, waar thans weer een (andere) kloosterorde in is gevestigd.

Het klooster grensde aan de St.-Ludgerusstraat en St.-Willibrordusstraat en eindigde daar met een muur voorzien van een trapgevel op korte afstand van de kleuterschool.

Vrijwel op de plaats van de oude zijgevel is nieuwbouw opgericht en de open ruimte tussen de nieuwbouw en de oude kleuterschool fungeert nu als entree voor een recent gereedgekomen bouwproject met eengezinswoningen op een binnenterrein.

De muurschildering van beeldend kunstenaar Jos Peeters op de zijgevel sluit aan op de oude trapgevel van het klooster en op de gebeurtenissen die zich binnen en rond het klooster hebben afgespeeld.

Gebruik is gemaakt van de kroniek waarin de zusters van het klooster hun belevenissen optekenden, zoals met name ook gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

De hele pagina van het Zuilense Nieuwsblad wordt geflankeerd door de contouren van de St.-Ludgeruskerk (links) en het Pastoor Schiltehuis. Deze beide gebouwen stonden ook ongeveer op de locatie zoals de ‘kijker van toen’ ze op deze plek ook zou zien.

De zoektocht naar de details in de muurschildering wordt vergemakkelijkt door de volgende toelichting.

De nieuwe parochie kreeg de naam St.-Ludgerus, de eerste in Nederland geboren heiligverklaarde. Hij werd omstreeks 744 op het grondgebied van de latere gemeente Zuilen geboren.

 

Deze heiligverklaring kwam onder andere voort uit het wonder dat hij verrichtte tijdens zijn prediken in het noorden. Boeren kwamen bij hem klagen dat de ganzen hun land kaal vraten. Daarop heeft Ludgerus de ganzen vermanend toegesproken… en het probleem was opgelost. Dat is de reden dat bij afbeeldingen van Ludger vrijwel altijd ganzen aan zijn voeten staan.

Kapelaan G.B.W. Schilte werd benoemd tot ‘bouwpastoor’.

De zusters in het klooster behoorden tot de congregatie van ‘Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid’, opgericht door Dr. Eduard Michelis (*1813 te St.-Mauritz – en †1855 te Luxemburg).

 

 

 

 

 

 

Het klooster kreeg per 25 februari 1930 ook aansluiting op de Rijkstelefoondienst: nummer 15141.

Hier staan de koeien nog rustig grazen in de weilanden. Op de witte muur van het pand aan de Amsterdamsestraatweg staat de reclame van de in het pand (huidig nummer 571) gevestigde ‘Apotheek Elinkwijck’.

De kloosterzusters gaven onder andere les op de Fröbelschool die naast het klooster werd gebouwd. De binnenplaats werd één grote zandbak.

De Fröbelschool werd na de sloop van de St.-Ludgeruskerk ingericht als kapel. Na twintig jaar werd de kapel door de parochie verlaten en opnieuw heringericht. Het werd het Klooster Cenakel, deel uitmakend van de wereldwijde congregatie van de ‘Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijddurende Aanbidding’.

Uit de kroniek: ’16 Juni 1945. Weer electrisch licht. We hadden dit aangevraagd. Verlof gekregen 1 dag in de week om te wassen en de volgende week 1 dag om te strijken. Alvast ’n begin!’

Dat de omgeving van de kerk geen bescherming biedt tegen de ‘misdaad’ blijkt uit dit krantenknipsel uit 1927.

Mede vanwege de grote werkgelegenheid die met de bouw van dit Roomse complex gepaard ging, kreeg pastoor Schilte bij het gemeentebestuur gehoor bij zijn verzoek om de omliggende straten te vernoemen naar heiligen.

De ‘zusters uit het klooster’ gaven onder andere les op de Fröbelschool. Zij stonden ook bekend vanwege de prachtige tekeningen die zij met kleurkrijt maakten op het schoolbord… 

… vooral als de jaarlijkse schoolfoto werd gemaakt om de foto wat levendiger te maken.

In 1942 moesten de zusters de telefoon inleveren bij de bezetter…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

… pas in 1945 kreeg het klooster de beschikking over een nieuw exemplaar.

 

 

 

In de Hongerwinter werd door de zusters ook een Gaarkeuken-systeem uitgevoerd voor de kinderen uit de wijk. Veel boeren uit de omgeving kwamen met groenten en fruit aandragen, er werd zelfs een schaap aangeboden. (En dat alles verwarmd op een eenvoudig potkacheltje!)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verschillende advertenties en berichten uit de kranten werden vanwege het tijdsbeeld toegevoegd.

 

Ook in Zuilen werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog voedsel gedropt, enthousiast begroet door de inwoners én natuurlijk door de kloosterzusters.

In de handwerkklas ‘van zuster Joachima’ werd jonge vrouwen het (ver)maken van kleding geleerd. Het lokaal bevond zich op de eerste verdieping van het gebouw waar je met de rug naartoe staat bij het bekijken van de muurschildering.

Jos Peeters schilderde het interieur van de St.-Ludgeruskerk tijdens een ‘ziekentridium’. In die week werden de banken van het middenschip weggehaald en speciale missen opgedragen, die door (langdurig) bedlegerige gelovigen werden bijgewoond. Een en ander gebeurde vanaf 1955 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw tijdens de zogenoemde ‘Charitas-week’. Dan werd ook een speciale krant uitgebracht: De Vuurpijl.

Het bijzonder vormgegeven hek werpt ook zijn schaduw op de muur als de zon níet schijnt, met dank aan de kunstenaar Jos Peeters.

Meer weten over het klooster, de kerk en de scholen: welkom in het Museum van Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

 

Wandelen over de ‘As van Berlage’

Zuilen was tot 1 januari 1954 een zelfstandige gemeente die in 1913 ongeveer 944 inwoners telde, voornamelijk wonend in het dorp (tegenwoordig Oud-Zuilen genoemd en deel uitmakend van de gemeente Stichtse Vecht).

In 1913 kwam – tegen de grens met Utrecht – de Wagon- en Bruggenfabriek van Werkspoor Amsterdam naar Zuilen, en enkele jaren later kwam ook de Staalgieterij van J.M. de Muinck Keijzer (Demka) naar Zuilen.

In vier jaar groeide daardoor de bevolking van Zuilen naar ruim 4000 inwoners. In 1917 gaf de gemeente Utrecht aan de architect H.P. Berlage en de directeur van gemeentewerken L.N. Holsboer de opdracht een nieuw uitbreidingsplan samen te stellen.

H.P. Berlage

Het plan van de beide heren kwam in 1920 gereed. Omliggende gemeenten werden ook in het uitbreidingsplan meegenomen en het plan voorzag onder andere in een vliegveld aan de rand van de stad.

Voor Zuilen had het plan ingrijpende gevolgen. Het omvatte voor deze gemeente ook een aantal elementen die eigen waren aan eerdere ontwerpen van Berlage: een invalsweg van de stad die splitste zich in twee wegen (model ‘stemvork’), meerdere wegen die samenkwamen op een plein (model ‘wagenwiel’) en lange rechte wegen (model ‘As van Berlage’).

Het plan van Berlage en Holsboer voor de ‘buurgemeente’ Zuilen.

Ook passend in de ideeën van Berlage waren sloten langs – of in de middenberm van – de belangrijkste wegen. Zo ontstonden onder andere de Van Hoornekade, van Egmontkade en de Burgemeester van Tuyllkade. Vanwege de overlast door het slecht doorstromende water werden al deze sloten al begin jaren vijftig van de vorige eeuw gedempt.

In 1948 zijn de woningen aan de oneven kant in aanbouw. Het water in de middenberm is goed herkenbaar.

In het verlengde van de Burgemeester Van Tuyllkade werd de Prins Bernhardlaan aangelegd, en – Zuilen groeide nog steeds – werd ook de Burgemeester Norbruislaan een volgende laan in de lengte. Zo ontstond een lange, rechte weg die, vanwege de ontwerper, de bijnaam ‘As van Berlage’ kreeg.

In de loop der jaren werd de middenberm steeds vaker gebruikt als wandelpad voor bezitters van honden. Zo ontstond een soort olifantenpad tussen de bomen.

Na een oproep van de gemeente Utrecht om met ideeën te komen om de leefomgeving te verbeteren kwam het idee dit olifantenpad te verbeteren. Het idee werd omarmd en in het najaar van 2022 kwam het tot stand.

Zo werd deze lange kade/laan van Utrecht een prachtig wandelplek.

 Meer weten over Berlage of het Museum van Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

 

Mooie aanwinst voor de collectie van het Museum van Zuilen

Enkele weken geleden kregen we een ‘doorgestuurd’ bericht. Mevrouw R. bood een glas-in-lood-raam aan. Het stond nog in de opslag van een familielid, maar men wilde het schenken aan het Museum van Zuilen. Ooit gemaakt in opdracht van Werkspoor, heeft een plaats gekregen achter de receptie van de Apparatenhal (ApFa). Later kwam daar Bronswerk in en tegenwoordig kennen we de hal als de ‘Werkspoorkathedraal’.

Dat wilden we graag opnemen in de collectie. Het blijkt om een ‘glas-appliquatie’ te gaan van kunstenaar A. #Luigjes. De royale afmetingen zorgen ervoor dat we een goede plek maken in het museum.

Bijzondere aanwinst! Hartelijk dank!

4 September: vernieuwde StraatReünie van de Ampèrestraat.

Sinds 2010 organiseerde het Museum van Zuilen al meer dan 100 StraatReünies. Daar gaan we ook op de nieuwe locatie mee door.

Zondag 4 september 2022 organiseert het Museum van Zuilen de vernieuwde StraatReünie, dit keer voor de (oud) bewoners van de Ampèrestraat.

Van 14 tot 17 uur, in het museum aan de Schaverijstraat 13. Van 14 tot 15 uur heten we u welkom met drankje, om 15 uur kleine lezing met dia’s over Zuilen en de Ampèrestraat in het bijzonder.

Deze straat werd genoemd naar André Marie Ampère (1775-1836). Volgens de overlevering ging Ampère nooit naar school en leidde hij zijn studie vooral zelf, las bij wijze van ontspanning stukken uit L’Encyclopédie. Voor de proeven die hij deed, was het noodzakelijk dat hij precies de grootte van de elektrische stroom kon meten. Hij ontwikkelde daarvoor een zeer nauwkeurig instrument: de ampèremeter.

Voor een beschrijving van de Ampèrestraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Voltastraat. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

‘In de stratengids die we voor onze wandeling van omstreeks 1938 hanteren, staat in de hele Ampèrestraat slechts één winkeladres. Dat lijkt van geen kanten te kloppen, maar is wel waar. Het komt omdat ‘de winkel op de hoek’ dikwijls een ander postadres heeft dan we denken. De melkwinkel bijvoorbeeld die we bij het binnenlopen van de straat direct links zien heeft als postadres de Galvanistraat. De woning erboven hoort wel bij de Ampèrestraat….’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bakkerij Amsing op de hoek van de Daalseweg en de Ampèrestraat

Kortom: Mis het niet, geef u op door even een mailtje te sturen naar info@museumvanzuilen.nl of bel 06 20565655

Muurschildering Vuelta Utrecht 2022

Deze muurschildering werd gemaakt door Jos Peeters in opdracht van de werkgroep Directe Voorzieningen van de gemeente Utrecht. Eerder maakte Jos Peeters de muurschildering aan de Kruisstraat ter gelegenheid van de start van de Tour de France in 2015. Net als bij de Tour zit ook deze ‘Vueltaschildering’ weer vol details: sommige direct zichtbaar, andere meer verborgen.

Aanleiding van de (door Covid 19 twee jaar uitgestelde) muurschildering is de start van de Vuelta, waardoor Utrecht de eerste gemeente ter wereld werd waar de drie grote wielerrondes, de Tour de France, de Ronde van Italië (Giro) en de Ronde van Spanje (Vuelta) van start gingen.

Extra aandacht kreeg de in Zuilen geboren wielrenner Michel Stolker, de eerste Nederlander die ook alle drie deze grote rondes heeft gereden.

Michel Stolker won de 13de (berg!)etappe van de Giro, van Luca naar Bologna.

Op deze muurschildering ziet u onder andere:

Het finaledoek van de 77ste Vuelta en een lettertype zoals dat gebruikt werd bij de eerste ‘Ronde van Spanje’ (1933) op de omslag van het Spaanse sporttijdschrift AS.

De Arena van Verona. In 2010 startte de Giro d’Italia in Amsterdam. De tweede etappe finishte in Utrecht en de laatste in Verona. Het Giro-logo fietst mee in het peloton.

Arc de Triomphe, Avenue des Champs Elysées. Utrecht was de startplaats van de Tour de France in 2015.

Oude Gracht Utrecht. In de Tourschildering liet de schilder het peloton nog over de werven koersen. De Vuelta kiest voor een ander parcours: we moeten zuinig zijn op de werven.

Tom Dumoulin (rechts) en Steven Kruijswijk bespreken in tekstballonnen De Grote Rondes die Utrecht aandeden.

Het barokke stadhuis van Pamplona. De Baskische stad was finishplaats van de achtste etappe van de Vuelta in 1964, gewonnen door de Zuilense wielrenner Michel Stolker (1933-2018).

De klok geeft het tijdstip aan waarop deze muurschildering op 17 augustus 2022 werd onthuld.

Het detail ernaast: dit zijn de rode lappen die gepaard gaan met de jaarlijkse stierenrennen in de stad: San Firmino.

Finish van de achtste etappe van de Vuelta 1964 in Pamplona. Michel Stolker komt als eerste over de streep.

De Spanjaard Gabriël Mas wordt in Pamplona tweede achter Stolker. Helaas voor Mas is zijn roze trui niet vanwege een overwinning in de Giro: het is de kleur van zijn sponsor Ferrys.

Michel Stolker wordt gehuldigd na zijn etappezegen. Destijds kreeg je nog gewoon een hand van de rondeseñorita. Er werd ook niet met cava gesproeid. Maar de beker is groot genoeg.

Globale(!) plattegrond van het parcours van de ploegentijdrit in de stad op 19 augustus 2022.

Langs de lijn vinden we ook de bewoners van dit pand, die graag hun medewerking verleenden voor het plaatsen van deze muurschildering.

Meer weten over Michel Stolker?  www.museumvanzuilen.nl

Zondag 1 mei StraatReünie voor de J.M. de Muinck Keizerlaan

Het Museum van Zuilen organiseert iedere eerste zondag van de maand een StraatReünie, van 14 tot 17 uur, in het museum aan de Schaverijstraat 13. Van 14 tot 15 uur heten we u welkom met drankje, om 15 uur kleine lezing met dia’s over Zuilen en de J.M. de Muinck Keizerlaan en Jacob Jonkerlaan in het bijzonder.

 

De J.M. de Muinck Keizerlaan en de Jacob Jonkerlaan

De J.M. de Muinck Keizerlaan heeft in het begin van zijn bestaan nog water in de middenberm. Net zoals de Royaards van den Ham-, Van Hoorne-, Van Egmont- en de Burgemeester van Tuyllkade het geval was. Het dempen van de J.M. de Muinck Keizerkade ging op 3 september 1948 van start. De kade is dan eigenlijk nog maar jong en vermoedelijk is dat de reden dat de naam van de J.M. de Muinck Keizerkade wordt gewijzigd in –laan. De andere kades worden pas vanaf 1953 gedempt. De brug over de Vecht naar Overvecht is nog lang niet in beeld en winkels komen pas aan het begin van de jaren 60 in de De Muinck Keizerlaan.

Wat bebouwing betreft past de Jacob Jonkerlaan uitstekend bij de J.M. de Muinck Keizerlaan. Als we kijken naar uitbreidingsplan nummer 6 van de gemeente Zuilen, dan zien we dat het plan inhoudt dat er een zeer brede laan wordt aangelegd die dezelfde schuinte volgt als de rivier de Vecht doet. Dit moet een laan worden vanaf de Verlengde Prins Bernhardlaan (later de Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht, ter hoogte van de bocht waar anno 2022 het Nijenrodeplantsoen is. Tussen de nieuw ontworpen laan en de Vecht zou volgens deze plannen een grote villawijk komen te liggen. De Jacob Jonkerlaan ligt dan tussen de brede laan en de Prins Bernhardlaan in.

Wilt u meer weten over deze beide lanen? Wees welkom op de StraatReünie!

Fotobijschrift:

Het 50-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina was aanleiding tot grote feesten. Ook de bewoners van de J.M. de Muinck Keizerkade versierden hun kade. Zo hebben we een mooi beeld van de kade met water in plaats van een middenberm.

Fotobijschrift:

Jacob Jonkerlaan 1 in aanbouw. Foto uit het album van W.C. van Hoorn – per maart 1931 als ‘tijdelijk teekenaar’ in dienst van de gemeente Zuilen, waar hij uitgroeide tot gemeente-architect. Van Hoorn schreef achterop de foto: Mei 1935.

ZAG U MIJN ‘VAN ONDEREN’, O WAT ZOU U ZICH VERWONDEREN!

U kijkt naar een Zuilens ‘Mount Rushmore’: vier markante Zuilense personen die mee hebben gewerkt aan de rijke historie van Zuilen, die te zien is in het Museum van Zuilen. Deze vier koppen – en een drietal lijven – werden voor het Museum van Zuilen gemaakt door de grote Zuilense kunstenaar Cees Achterberg, ooit werkzaam als modelmaker bij Werkspoor.

Nadat het Museum van Zuilen een biechtstoel kreeg uit de gesloopte St.-Ludgeruskerk maakte Achterberg een kop van de meest markante pastoor van de St.-Ludgerus parochie: W. van Albach.

De collectie groeide en in 2007 werd het ambtskostuum van burgemeester O. Norbruis geschonken. Samen met de al eerder gekregen ambtsketen een goede reden voor het maken van een kop van de burgemeester.

Naar aanleiding van de start van de Tour de France in Utrecht vervaardigde Achterberg de kop van Michel Stolker: de in Zuilen geboren wielrenner die als eerste Nederlander de drie grote rondes reed: de Tour de France, de Vuelta en de Giro!

Omdat de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor zo’n groot belang had in de groei van Zuilen (en Utrecht) maakte Achterberg op verzoek van het Museum van Zuilen ook een kop van zichzelf, als ‘Werkspoorder’.

U ziet vier koppen. De lijven maakte Achterberg ook. Het werden houten replica’s die kunnen zitten en staan en (vrijwel) iedere beweging kunnen maken.

Mooie gladde herenschoenen (maar ook veiligheidsschoenen!)

De achterkant van het onderlijf…

… en de zijkant.

De burgemeester in z’n blootje. De prachtige constructie die Achterberg zelf bedacht gaat altijd schuil onder de kleding. Vandaar dat we u met deze qr-code graag een kijkje achter de kleding willen geven.

De replica met kop nummer vijf – Ir. J. van Zwet, directeur van Werkspoor – vindt u in het Museum van Zuilen. Welkom!

Museum van Zuilen In de Werkspoorfabriek

Schaverijstraat 13 Utrecht

Open van woensdag tot en met zaterdag van 10 tot 17 uur.

De toegang is gratis, vooraf reserveren dringend gewenst! info@museumvanZuilen.nl en bellen kan ook 06 20565655.

Het Schaakwijk

Na de Tweede Wereldoorlog werden de twee grote Zuilense industrieën, de wagon- en bruggenfabriek Werkspoor, en de staalgieterijen van Demka, van groot belang voor het herstel van de economie van ons land. Op korte termijn moesten de kapotte bruggen hersteld en het openbaar vervoer worden uitgebreid.

De beide fabrieken kwamen om in het werk, waarvoor personeel werd geworven in alle delen van het land.

Die werknemers wilden graag in de directe omgeving van de fabriek wonen.

Deviezentekorten beperkten echter de mogelijkheden sterk.

De Zuilense gemeentearchitect W.C. van Hoorn verwierf landelijke bekendheid met een gedurfd staaltje architectuur: de bouw van woningen die bekend kwamen te staan als ‘Het Schaakwijk’. Met deze woningen bracht Van Hoorn namelijk een record op zijn naam. Tot dan toe waren de bouwkosten van de goedkoopste woningen die gebouwd werden – in Bussum – ongeveer ƒ 7.500. Van Hoorn wist extra toewijzingen voor de bouw van woningen in Zuilen te bewerkstelligen, door dit project op te zetten, waarvan de woningen voor slechts ƒ 5.500 gebouwd konden worden. De eerste aanvraag betrof 120 woningen. In ‘Den Haag’ ging men uit van een rekenfout en Van Hoorn werd uitgenodigd de rekenfout even aan te komen wijzen. Toen bleek dat van een fout geen sprake was, mochten in plaats van 120 zelfs 240 woningen gebouwd worden, mét een lavet, waardoor de bouwkosten stegen naar het formidabele bedrag van 5850 gulden (!) per woning.

Terwijl men aan de voorkant nog aan het bouwen is, hangt de was al aan de lijnen bij de achterste woningen.

Het succesverhaal van de architect gaat nog verder, de woningnood was ook met de 240 flatwoningen nog lang niet opgelost en de in Zuilen aanwezige fabrieken – en dus de werknemers ervan – waren van zo’n groot belang, dat het uiteindelijk 360 woningen werden. De straten in dit wijkje werden genoemd naar schaakstukken en dat maakte dat de wijk ‘Het Schaakwijk’ genoemd werd.

Het Schaakwijk vanuit de lucht. Vanuit hetzelfde vliegtuigje, nu vanaf de andere kant gezien.

Het idee om de straten naar een (denk)sport te vernoemen, kreeg redactionele aandacht van verschillende kranten uit die tijd. Zo stond in het Utrechts Nieuwsblad van 6 september 1951:

Origineel denkbeeld

Ondanks alle moeilijkheden gaat de bouw van woningen in Zuilen gestadig door. De Prinses Margrietstraat, achter de Burgemeester van Tuyllkade gelegen, is al flink volgebouwd en de twee straten welke hierop zullen uitkomen zijn genoemd naar een tweetal schaakmeesters, de Max Euwestraat en de Stauntonstraat. Deze twee straten worden verbonden door de Pionstraat, Paardstraat, Loperstraat, Torenstraat, Damestraat en Koningstraat, genoemd dus naar de stukken van het schaakspel.

Een origineel idee van het Zuilens Gemeentebestuur dat wijde perspectieven opent voor toekomstige bebouwingen in stad en land. Dan staat ons wellicht in een voetbalwijk het Kraakplein, de Scheenbeschermersingel en het Terlouwplantsoen te wachten.

Op 16 november 1951 schreef men in dezelfde krant:

Schaaksimultaanseance te Zuilen

Woensdag 21 November wordt de eerste woning van de Schaakwijk te Zuilen door de Commissaris der Koningin officieel in gebruik gesteld en zal Dr. Euwe een Schaakstuk onthullen. Des middags drie uur wordt in het Juliana-Restaurant een simultaan-seance gespeeld tussen Dr. Euwe en een aantal Zuilense schakers. De burgemeester en de gemeente-secretaris zullen er aan deelnemen, en de volgende leden van Zuilense Schaakverenigingen: van de Schaakclub Zuilen: H.H.M. v. Garderen, H. Koudenburg, Th. Overes, Ds. C.J. v. Rooyen, M.M. Schoep en W. v. Weeren; van de Schaakclub Oud-Zuilen: A. Bregman, H. Bloemink, G. v. Kuyk, A.W. Koster, C. Oly en L. Stokkers; van de Schaakclub P.V.W.: N. Deller, E. Bocek, D. v.d. Werf, A. v.d. Steen. A.W. Emmerik en W. Doeland.

Laat de Zuilenaren maar schuiven, die weten met een schakende burgemeester aan het hoofd, de stukken best te hanteren. Dr. Max Euwe, die gisteren de gast van het gemeentebestuur was ter gelegenheid van de opening van de speciale schaakwijk, moest getuigen dat hij de handen vol had tijdens de simultaan-seance in het Julianarestaurant. Niet minder dan 32 Zuilense schakers namen het tegen de grootmeester op. Van hen moesten er 27 het veld ruimen. De heer C. Olij, van de schaakclub ‘Oud-Zuylen’, heeft zijn partij echter gewonnen. Vier partijen eindigden in remise, dit was o.a. die van burgemeester Norbruis, die dan ook ere-voorzitter van ‘Oud-Zuilen’ is, Ds C.J. van Rooijen, van ‘Zuilen’, A. v.d. Steen, van de P.V.W. Schaakclub, en S. de Vries  brachten het tot hetzelfde resultaat. ‘Een zware seance’, zeide Max Euwe. Zij heeft vier uren geduurd. Op de foto: burgemeester Norbruis verdiept in het schaakstukken-conglomeraat.

Meer weten over Het Schaakwijk en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Koppestokstraat

Koppestok was een veerman die in de zestiende eeuw werkzaam was bij Brielle. In 1572 besloten de Watergeuzen Brielle in te nemen.

Koppestok zou Bloys van Treslong hebben verteld dat in Brielle geen Spaans garnizoen was. De stad werd geplunderd en er werden diverse wreedheden begaan, waaronder de moord op de martelaren van Gorcum. – bron: Wikipedia.

De Koppestokstraat is slechts ten dele ‘Zuilens’. De grens met Utrecht liep ongeveer ter hoogte van nummer 37: alle hogere nummers hoorden tot de gemeente Zuilen, de lagere nummers hoorden bij Utrecht.

Overigens: in de, na de annexatie, door de gemeente Utrecht gehanteerde wijkgrens hoort de Koppestokstraat wél volledig bij de wijk Zuilen.

We maken een wandeling door de straat en vertellen u wat we aan informatie kregen van twee voormalige bewoners van de Koppestokstraat, de heren Beerthuyzen en De Rooij.

Voordat we gaan ‘wandelen’ is het van belang te weten dat veel van de woningen in de Koppestokstraat al jaren geleden gesloopt werden. Veranderende wooneisen maakte dat de woningen vervangen werden door nieuwbouw. Onze wandeling doen we door de straat in de nog oude situatie.

Ook goed om te weten is dat de woningen in deze straat tussen de Blois van Treslongstraat en de Van der Marckstraat (het Utrechtse deel van de straat) huurwoningen zijn, terwijl de woningen voorbij de Van der Marckstraat (grotendeels het Zuilense deel) koopwoningen zijn.

De bewoners van de huurwoningen in deze straat verhuisden zeer vaak. Zó vaak, dat het behang soms met punaises werd vastgemaakt, dan kon het bij het betrekken van een andere woning worden meegenomen!

Kinderen De Rooij staan voor het kolenhok. Onder de klep in het midden werden de kolen geschept.

De huurwoningen werden aan de achterzijde voorzien van een kolenhok. Dit vraagt voor de huidige generatie enige uitleg. Er is een tijd geweest dat vrijwel iedereen kolen stookte. Dat was een heel gedoe. Aan het eind van de zomer, tegen de herfst, kwam de ‘kolenboer’ de kolen brengen. Antraciet, eitjes, vijfjes en briketten waren de gebruikelijke soorten die verstookt werden. Ze waren bestemd voor de kolenkachel. Zo’n kachel stond in de huiskamer. Daarmee was de huiskamer in de meeste gevallen ook het enige vertrek in het huis dat werd verwarmd.

In één keer de hele kolenvoorraad van de komende winterperiode in de kachel stoppen was er natuurlijk niet bij. Daarvoor hadden de bezitters van een kolenkachel een ‘kolenhok’.

Vanuit de stad richting Zuilen zit rechts op de hoek Nicolaas Ruychaverstraat de slagerij. Tussen de woningen met de nummers 3 en 5 waren twee houten deuren. Deze gaven toegang tot het schildersbedrijf van A. Geesink.

Op nummer 7 zat ‘vloerlegger’ H.J. Kerkdijk. Een paar huizen verder, op nummer 11 woont de familie de Rooij. Nummer 19 was van IJzendoorn, behanger en stoffeerder.

De hoek met de Van der Marckstraat werd de winkel van Henk Pot.

Over de even zijde is minder te vertellen. ‘Op nummer 10 woonde Christiaanse, in de straat bekend als chauffeur bij het GEVU. De heer Kippers van nummer 22 werkte als timmerman voor de gemeente Utrecht en metselaar Hulsdouw van nummer 34 is later aannemer geworden. Hij heeft diverse werken op zijn naam staan.

Deze school aan de Koppestokstraat, begon als Utrechtse Openbare Lagere School. Foto van Het Utrechts Archief.

In 1929 werd op nummer 38 een openbare lagere school geopend. De school ging na vier jaar dicht, in verband met ‘inkrimping bij het onderwijs’.

In 1936 diende het parochiebestuur van de St.-Salvator parochie een verzoek in ‘om vier lokalen van het schoolgebouw aan de Koppestokstraat voor een te stichten school beschikbaar te stellen’.

Dit verzoek werd gehonoreerd en op 2 september 1937 deed de krant melding van de opening van de nieuwe school. Burgemeester Fockema Andreæ is dan niet bij aanwezig, het is een school voor rooms-katholiek onderwijs geworden, de Salvatorschool. Deze keer is een van de sprekers pastoor Ariëns.

De leiding van de school kwam in handen van de zusters van de Salvatorparochie. Enige opvolgende jaren wordt financiële steun gevraagd voor uitbreiding van de school, de bijbehorende speelplaats, leermiddelen (waaronder een trapnaaimachine), markiezen, enz.

De woning aan de Koppestokstraat 81 is versierd, de familie staat klaar om G. van ’t Land welkom thuis te heten. Hij was een van de Zuilense Nederlands-Indië-gangers.

Meer weten over de Koppestokstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl