Inbraak bij de zelfbedieningswinkel van Zetstra

Diefstal is natuurlijk(sic) van alle tijden. In de loop der jaren zijn er al heel wat maatregelen genomen om een en ander in te dammen en te vertragen. Wat nu de gewoonste zaak van de wereld is, is niet altijd zo geweest. Er is zelfs (blijkt uit dit artikel) een tijd geweest dat men bij Zetstra dacht de inbrekers te slim af te zijn door de opbrengst onder stukken karton te verbergen. Hierover lezen we in het Utrechts Nieuwsblad van 20 mei 1963:

Inbraak in magazijn

In de nacht van zaterdag op zondag is een inbraak gepleegd in het magazijn van zelfbedieningszaak Zetstra aan de Minister Talmastraat 41 in Utrecht. In alle rust is men daar te werk gegaan.

Nadat een muur genomen was, heeft de dader een bovenlicht uit de sponningen genomen, zodat hij naar binnen kon klimmen.

In het magazijn heeft hij naar geld gezocht. Hij vond het ook, in twee laden die achter de toonbank onder stukken karton waren gelegd. ƒ 190 rijker ging de inbreker weg, weer door het bovenlicht.

Zetstra

In de winkel van Zetstra aan de Minister Talmastraat verkoopt de heer De Kroon vier pakken K.W.F.-lucifers aan mevrouw Norbruis, zij is de echtgenote van de burgemeester.

Een opstel over industrialisatie, als je naast Werkspoor en Demka woont…

Zuilen wás het product van vergaande industrialisatie. Geen wonder dat voor een opstel over dit onderwerp één van de prijswinnaars uit Zuilen kwam. Dit stond in het Utrechts Nieuwsblad van 19 mei 1951

Maak een opstel over Industrialisatie

Ria Veldman uit Zuilen onder de prijswinnaars

Reisje om jaloers op te worden

(van onze Zuilense correspondent)

Door een jury, onder voorzitterschap van dr. A. Winsemius, dir.-generaal voor de industrialisatie, zijn de 12 prijswinnaars aangewezen van de opstelwedstrijd over industrialisatie, welke door de K.R.O. en de V.A.R.A., in overleg met het Ministerie van Economische Zaken, was uitgeschreven. Onder de prijswinnaars bevond zich ook Ria Veldman, Prinses Beatrixlaan 22 te Zuilen, de enige uit Utrecht en omliggende plaatsen.

Thans is het programma van de zes-daagse tocht verschenen, die de prijswinnaars zullen maken naar verschillende industrieën in ons land. Maandag 21 Mei samenkomst te Amsterdam en te 11 uur vertrek per expresse naar Heerlen, waar het Stikstofbindingsbedrijf der Staatsmijnen in Limburg wordt bezocht. Ontvangst door de Directie der Staatsmijnen, diner, filmvoorstelling, enz. Dinsdag vertrek naar Vlissingen en bezoek aan de werven van de N.V. Kon. Maatschappij De Schelde. Woensdag naar Vaassen ter bezichtiging van het bedrijf der N.V. Industrie, autotocht naar Emmen, bonte avond in de aula van het Emmer Lyceum. Donderdag bezoek aan Nieuw-Schoonebeek en de boorterreinen van de Ned. Aardolie Mij., vervolgens naar Hoogezand, Scholtens aardappelmeelfabrieken. ’s Avonds naar Amsterdam, vrijdag van de hoofdstad naar IJmuiden, bezoek aan de Kon. Hoogovens- en Staalfabrieken, vervolgens naar Naarden en “werken” in de N.V. Chemische Fabriek, en dan naar Kortenhoef, waar een gezellig samenzijn plaats heeft. Zaterdag naar Amsterdam, rondvaart door de havens, vervolgens naar Den Haag, Scheveningen en Hilversum, gevolgd door een samenkomst in de VARA- en KRO-studio. De verschillende bezoeken worden afgewisseld door officiële ontvangsten, diners, gezellige samenkomsten, enz. enz. Op verschillende dagen zullen door de beide Omroepverenigingen reportages worden verzorgd. Inderdaad een reis-om-jaloers-op-te-worden.

Industrialisatie

Inderdaad een prijs om jaloers op te zijn…

 

‘De Zwarte Ruiter’, in de altijd zo rustige Johan van Andelstraat!

Dat verwacht je niet! (of juist wel?) De Zwarte Ruiter, één van de meest gezochte misdadigers van die tijd, hield zich schuil in de Johan van Andelstraat. Lees er alles over in het Utrechts Nieuwsblad van 18 mei 1957

UTRECHTSE POLITIE GAF TIP AAN R’DAM

„De Zwarte ruiter” in de Maasstad gegrepen

Leefde wekenlang onder vermomming in Utrecht

(Speciale berichtgeving )

Vrijdagavond kon naar alle politiekorpsen en grensposten in Nederland het sensationele bericht worden doorgegeven, dat het bevel tot opsporing en aanhouding van de 32-jarige, zich noemende autohandelaar, J.J. Gruyters uit Mierlohout in Brabant, alias „De zwarte ruiter”, was vervallen. De in de nacht van 13 op 14 april uit de strafgevangenis te Scheveningen ontvluchte misdadiger, over wiens verblijfplaats de wildste geruchten de ronde hebben gedaan, was omstreeks 7 uur in de avond te Rotterdam gearresteerd. Het heeft maar een haartje gescheeld, of „De zwarte ruiter” had een stengun met zestien scherpe patronen gebruikt tegen de politiemannen, die hem kwamen arresteren. Gelukkig kon de man, bij wie hij sinds vrijdagmiddag in huis verbleef, voorkomen, dat Gruyters een wapen gebruikte.

De zwarte ruiter had zich vermomd door zijn haar rood te laten verven en een bril te dragen. Na zijn aanhouding is hij naar het hoofdbureau van politie te Rotterdam overgebracht en vandaar is hij enkele uren later naar het huis van bewaring vervoerd. Uiteraard onder bijzonder scherpe bewaking. Dat de aanhouding kon geschieden, is vooral te danken aan de samenwerking tussen de Utrechtse en Rotterdamse politie. Tegen twee mannen en twee vrouwen is proces-verbaal opgemaakt omdat zij „de zwarte ruiter” behulpzaam zijn geweest bij het ontkomen aan aanhouding.

De Utrechtse politie had enige tips gekregen, dat „de zwarte ruiter” zich in de gemeente Utrecht zou ophouden. Zelfs wist men te vertellen, dat hij daar zondag bij een voetbalwedstrijd tussen DOS en Ajax was gezien. Hoewel men deze tips weinig waarde toekende, heeft men ze uiteraard toch onderzocht en al spoedig bleek, dat er een grond van waarheid in zat. Tenslotte wist men de straat te „localiseren”, zoals dat in politietermen heet, waar „de zwarte ruiter” zich zou ophouden. Dat was de Johan van Andelstraat in de voormalige gemeente Zuilen. Vrijdagmorgen zou worden toegeslagen, maar men kwam er achter dat de vogel gevlogen was. Bij de inval, die in het bewuste huis, onder leiding van de Utrechtse commissaris, mr. Th.B.J.P. van Roosmalen, werd gedaan, werd het echtpaar P. medegenomen naar het politiebureau.

Het bleek, dat „de zwarte ruiter” bij dit echtpaar was gebracht na zijn ontsnapping uit de Scheveningse gevangenis, waar hij een straf van vijftien jaar uitzat. De mannelijke helft van het echtpaar, kapper van beroep, had het haar van G. rood geverfd. Verder had G. zich met een bril vermomd.

Dat „de zwarte ruiter” zich nogal thuis voelde bij deze familie, blijkt o.a. wel uit het feit, dat hij met een soort schortje voor kopjes stond te wassen. De Utrechtse politie is hier achter gekomen, doordat op de vrouw van de kapper een nog onontwikkeld fotorolletje werd aangetroffen.

Onmiddellijk zijn de foto’s ontwikkeld en afgedrukt en op één van de kiekjes ziet men „de zwarte ruiter” ijverig met het huishoudelijk werk bezig.

Na het opmaken van proces-verbaal is het echtpaar, dat onderdak aan de misdadiger heeft verleend, heengezonden. Het zal worden vervolgd op grond van artikel 189, lid 1, van het wetboek van strafrecht, waarin is te lezen:

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden wordt gestraft: hij die opzettelijk iemand, die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporingen van of aanhouding door de ambtenaren der justitie of politie.

Vluchtluik aanwezig

Er was in de woning van de kapper zelfs een groot luik gezaagd, waardoor G. zou kunnen ontvluchten wanneer de nood aan de man zou komen. „De zwarte ruiter” heeft echter te veel avances ten opzichte van de vrouw des huizes gemaakt, reden waarom de verhouding tussen „gastheer” en ondergedokene aanzienlijk verslechterde. Donderdag leidde dit zelfs tot een vechtpartij, waarbij „de zwarte ruiter” de kapper een blauw oog sloeg. Daarna heeft G. de woning in Utrecht-noord verlaten.

Wat hij daarna precies heeft gedaan, is nog niet precies bekend, daar „de zwarte ruiter” in alle talen heeft gezwegen. Het is echter een vaststaand feit, dat hij per auto Rotterdam is binnengereden.

In de loop van vrijdag zou hij bij de 44-jarige J. L., een Pool, die worstmaker van beroep is, aan de Orchideestraat in v.m. Hillegersberg te Rotterdam zijn gekomen.

Men meende te weten dat G. in de Schoutenstraat verbleef. Al spoedig kwam er echter bericht van de Rotterdamse recherche, dat deze straat in 1940 praktisch geheel was weggebombardeerd. Maar er kon aan de hand van een telefoonnummer een andere straat worden opgegeven en wel de Orchideestraat in v.m. Hillegersberg.

Er werd inmiddels een afgezant van de Utrechtse politie, de inspecteur C.H. Schotman, naar Rotterdam gestuurd om contacten te leggen.

Hij is hier

Terwijl de heer Schotman onderweg was, heeft een inspecteur te Utrecht alle op het telefoonnet aangesloten bewoners van de Orchideestraat opgezocht. Aan de hand van de lijst die hij aanlegde, belde hij diverse nummers op. Daarbij deed men het voorkomen alsof een vriendinnetje van „de zwarte ruiter” telefoneerde. En men had geluk, want bij het zoveelste nummer werd er op de vraag of „Flip Sanders”, de schuilnaam van „de zwarte ruiter”, daar was, bevestigend geantwoord.

Maar op dat moment zou hij slapen. Of hij soms kon terugbellen. Dat kon, want de politieman, die had gebeld, bevond zich op het adres van het vriendinnetje van G. Na enige tijd werd er inderdaad door G. gebeld.

Men wist het huisnummer van het pand aan de Orchideestraat te Rotterdam uit hem te krijgen.

Hij dacht niet anders of zijn vriendinnetje zou naar hem toekomen.

Men wist dus precies het adres: Orchideestraat 25 te Rotterdam.

Al die tijd was er een intensieve berichtenwisseling tussen de Utrechtse en Rotterdamse politie.

Een groot aantal politiemannen van de centrale recherche te Rotterdam was geconsigneerd in het hoofdbureau aan het Haagse Veer om op het eerste sein uit te rukken.

De val gesloten

Dit gebeurde even na half zeven. Commissaris B. Melles nam zelf de leiding op zich. In zijn gezelschap bevonden zich de hoofdinspecteur J.W.J. Moerman, inspecteur B.D. Raima en ongeveer vijftien rechercheurs. In alle stilte werd het pand aan de Orchideestraat omsingeld, maar toch had „de zwarte ruiter” blijkbaar het idee dat er iets aan de hand was.

Plotseling namelijk werd de deur aan de achterzijde van de woning opengeworpen. Men hoorde iemand schreeuwen: „Nee, dat moet je niet doen, niet schieten”.

„De zwarte ruiter” had een stengun met zestien scherpe patronen, die in de kamer bij hem in de buurt lag, op de politiemannen willen leegschieten. Zijn nieuwe „gastheer” had hem er echter te elfder ure van weten te weerhouden.

Aan de voorzijde van het huis belden hoofdinspecteur Moerman en enige van zijn mannen aan, alsof het een gewone visite betrof. De bewoners kozen eieren voor hun geld en openden ijlings de deur. Terwijl op het dak en in een wijde cirkel rond het huis rechercheurs met getrokken pistolen wachten op hetgeen zou gebeuren, stapte de heer Moerman, gevolgd door enige andere politiemannen met „blote handen”, of met andere woorden: zonder wapen in de hand, naar binnen. G. had de deur aan de achterkant op slot gedaan nadat hij had gezien dat hij niet meer kon vluchten en was de trap opgerend.

De arrestatie zelf kostte niet veel moeite meer. „Ik heb het gezien, het is gebeurd”, zei hij en de man, die heel Nederland in vervoering heeft gebracht, gaf zich gewonnen.

Tegen de vrouw en de man, bij wie „de zwarte ruiter” in Rotterdam was ondergedoken, is, evenals tegen het Utrechtse echtpaar proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 189 van het wetboek van strafrecht. Zij zijn daarna door de politie heengezonden.

Op „de zwarte ruiter” werd ook nog een alarmpistool aangetroffen.

Minister belde op

De telefoon van de wacht- commandant van de Rotterdamse centrale recherche stond na de arrestatie van „de zwarte ruiter” niet stil. Tal van autoriteiten wilden er wel wat meer van weten. Ook minister Samkalden belde op.

„Van harte gefeliciteerd”, zei hij tot de wachtcommandant. De minister heeft zich verder door hoofdcom-missaris H.M.C.A. Staal laten inlichten.

Andelstraat

Veel lezers zullen niet weten waar de Johan van Andelstraat is. Daarvoor deze plattegrond waarop de straat met rood is aangegeven.

Een invalidenwagen als gevolg van een actie onder abonnees.,

Gratis invalidenwagen! Waarom er een einde kwam aan deze goede actie is me een raadsel. met medewerking van het Utrechts Nieuwsblad werden vele invaliden blij gemaakt. Dat lezen we onder andere in de krant van 17 mei 1957…

Invalidewagen voor moeder

Feestvreugde in de Min. Talmastraat

(Van een onzer verslaggevers)

„Daar sta ik nu gewoon van te trillen”. Mevrouw H. Roolfs-Van Beek uit de Minister Talmastraat 103 te Utrecht, die de vijfde invalidenwagen kreeg, die de U.N.-Operatie zilverpapier kon kopen door vrijwillige bijdragen aan kroonkurken, zilverpapier, capsules, lege tubes en niet te vergeten oude kranten (!), kon er gewoon niet van uit haar woorden komen.

invalidenwagen

 

Mevrouw H. Roolfs, Talmastraat 103 te Utrecht kreeg de vijfde invalidenwagen van de U.N.-operatie Zilverpapier. Blij verrast nam ze voor haar huis de wagen in ontvangst en meteen (zie inzet) maakte ze, hoewel de regen stroomde, een ronde door de huizenblokken.

Uw verzamelaar was een dag tevoren zo maar binnen komen rollen met de mededeling „U krijgt een wagen”. Dat had ze niet allemaal kunnen bevatten.

„Gaan we samen rijden, mam?”’

„Hu”, zei de 14-jarige Pieter ongelovig. Meteen voegde hij erachter met jongensachtig enthousiasme: „Gaan we dan een lekker eindje rijden. Mam?” Moeder Roolfs knikte maar wat. „Zet jij de aardappelen even op, jongen”, was haar prozaïsch commentaar.

Wat moet je ook anders zeggen wanneer na vier jaar snerpende pijn, doktersbehandelingen, eindeloos liggen, gipsverbanden, met als slot de totale amputatie van het rechterbeen (inclusief de heup), daar ineens iemand komt die met de hulp van honderden stadgenoten het leven een nieuw perspectief geeft.

Moeder van drie

Moeder Roolfs is 36 jaar en heeft drie kinderen, Pieter van 14, Hannie van 11, en Wimmie (de lastigste) van 8 jaar. Schatten zijn het, die graag een handje toesteken in het huishouden, dat moeder ondanks de krukken zelf doet. Natuurlijk komt er geregeld een kennisje de zwaarste karweien doen, maar eten koken en stof afnemen geeft ze niet uit handen.

In de hoek van de kamer staat een prothese. Geef mij die krukken maar zegt moeder Roolfs. Ik kan met dat ding (en het is een hele dure) niet zitten. Ik was altijd een bedrijvig mens en nog kan ik er niet aan wennen dat ik niet uit de voeten kan.

Gelukkig komt er veel aanloop en moeder Roolfs heeft een aardig hoekhuis, waarvan de ramen uitzien op het Elinkwijk-sportpark. Vervelen doe ik me nooit. De leesportefeuille, een stapel boeken, talloze handwerkjes en de kinderen staan daar borg voor. „Ik doe de kinders wel zelf in bad, maar verder helpen ze zichzelf. Je moet het alleen even extra bekijken.”

Vader Roolfs werkt als chauffeur in het Demkabedrijf dat de U.N.-Operatie zilverpapier een ronde som toedacht, toen men van onze plannen voor het gezin Roolfs hoorde.

Mee vissen

Zo’n jaar of vier geleden ging moeder geregeld mee met vader naar fort kraaiennest in Breukelen.

De heer Roolfs is een visserman in zijn vrije tijd. Moeder nam dan een handwerkje mee. ’s Zomersavonds wandelden ze naar het kanaal en keken samen naar het simmetje van pa’s hengel.

Dat is nu allemaal weer mogelijk door de invalidenwagen die u allen bijeenspaarde.

Mevrouw Roolfs hoefde niet meer te leren rijden in de invalidenwagen. Ze leende af en toe het wagentje van de heer Smit uit de Sonooystraat, als zij voor medische controle naar het ziekenhuis moest gaan.

Het huisarrest is nu verleden tijd. Moeder Roolfs kan weer op pad, zelf boodschappen doen, vriendinnen opzoeken, ’s zondags met haar man gaan vissen, ja wat niet al, dat voor haar bijzonder is en voor u maar heel doodgewoon.

Gelukkig

Uw verzamelaar laat u maar wat graag het gelukkige gezicht van mevrouw Roolfs zien om u aan te moedigen: Breng meer oude kranten en zilverpapier aan depots. De heren Van de Lustgraaf en Hietbrink, voorzitter en secretaris van de Algemene Nederlandse Invalidenbond waren ook bij de overhandiging van de wagen tegenwoordig. De buren die kwamen kijken staken hun geestdrift niet onder stoelen of banken. Daar midden in het nieuwe Zuilen hebt u met vereende krachten een brok geluk geworpen, dat goed is terecht gekomen!

Altijd opletten met kinderen als er water in de buurt is…

Altijd opletten! Niet alleen in het Merwedekanaal (later Amsterdam-Rijnkanaal) of de Vecht, ook in de kleinere sloten en kanaaltjes in Zuilen zijn slachtoffer(tje)s te betreuren. Van schipper tot kleuter, menig lijk(je) werd uit het water gehaald. Dat maakt de redding van een kleuter door een 14-jarig meisje tot een echte heldendaad! Het Utrechts Nieuwsblad van 16 mei 1962 schreef over haar:

Meisje (14) redt kleuter

Dinsdagmiddag omstreeks 15 uur werd de politie gewaarschuwd dat er in de vijver aan het Niftarlakeplantsoen te Utrecht een meisje lag.

Toen de politiemannen er arriveerden, zagen zij inderdaad een meisje op de wal klimmen. Zij was echter niet degene die in het water was gevallen, maar de redster.

Dit meisje, de 14-jarige Antonia Ketelaars, die Niftarlakeplantsoen 1 woont, had kort tevoren een jongetje enkele meters van de kant in de vijver zien liggen. Zij had zich geen moment bedacht en was het koude water ingesprongen.

Net toen zij het jongetje, de 2-jarige Johannes Pavert, Prinses Margrietstraat 192, op het droge bracht, kwam de politie aanrijden.

Het meisje en het jongetje zijn naar huis gebracht. Het jongetje had niet zoveel water binnen gekregen, dat hij naar het beademingsinstituut van het Academisch Ziekenhuis hoefde te worden gebracht.

Nijenrodesingel

Aanleg van de singel langs het Niftarlakeplantsoen. Foto uit de collectie van Het Utrechts Archief. Op deze foto ziet u dat de kinderen in het water? Modder! spelen, maar dan wel onder toeziend oog van moeder. Als de nood het hoogst is…

 

In de Prof. Kohnstammstraat te Zuilen…

In het Utrechts Nieuwsblad van 15 mei 1967 stond een bericht over een voorval in de Prof. Kohnstammstraat dat ik node deel met u. Maar ik vind haar oplossing van het probleem wel heel mooi.

Meisje lastig gevallen

(Van een onzer verslaggeefsters)

UTRECHT – De 15-jarige kantoorbediende E.M. A. heeft bij de politie aangifte gedaan dat zij dinsdagavond omstreeks half tien werd lastig gevallen toen zij haar fiets weg zette in een rijwielbox over de flats aan de Prof. Kohnstammstraat. Een onbekend gebleven man – met kort zwart lederen vest en zwart kroesig haar – greep het meisje van achteren beet. „Als je gaat gillen, stomp ik je in elkaar”, zo bedreigde de onbekende het meisje. Zij beet hem in ’n vinger, waarna hij vluchtte en wegreed met een blauw grijze Zündappbromfiets.

Kohnstammstraat

De Prof. Kohnstammstraat maakte deel uit van de Pedagogenbuurt in Zuilen die ongeveer 10 jaar geleden werd afgebroken om plaats te maken voor Groen Zuilen’.

Lente in de Kenaustraat (in Zuilen)

Het voorjaar komt al vele jaren steeds eerder. In de krant Het Vrije Volk van 14 mei 1955 staat een gedichtje van een Zuilens dametje uit de Kenaustraat die heeft geschreven:

 

De lente is gekomen.

En ook het jonge groen.

Dat zie je aan struik en bomen.

Die staan in het plantsoen.

 

De winter is verdrongen

door de lentefee.

De kinderen hebben gezongen

en iedereen zong mee.

GERDA SCHOLTEN (8 jaar),

Kenaustraat 16, Utrecht.

Kenaustraat

De Kenaustraat in Zuilen

Waarschuwing voor de fietsers op trottoirs

Fietsers op trottoirs, het is in 1953 al een waarchuwing waard, maar het lijkt alleen maar erger te worden. Fietsen op de trottoirs lijkt tot een sport verheven en wee degene die er iets van zegt. Maar er is hoop! In het Utrechts Nieuwsblad van 13 mei 1953 wordt al toegezegd dat er niet langer gewaarschuwd wordt! Dus handhavers…. werk aan de winkel

WAARSCHUWING VOOR WIELRIJDERS

Het komt de laatste tijd herhaaldelijk voor, dat wielrijders en wielrijdsters zich op hun fiets op het trottoir begeven, en speciaal ook de z.g. brandgangen aan de Prins Bernhardlaan en Burgemeester van Tuyllkade berijden. Dat is streng verboden, o.m. omdat tal van ongevalletjes zich hebben voorgedaan. De politie brengt thans ter kennis van deze wielrijders en wielrijdsters, dat in het vervolg geen waarschuwingen meer zullen worden gegeven doch proces-verbaal zal worden opgemaakt.

 

fietsen op trottoir

Maar…. er blijven natuurlijk altijd uitzonderingen!

Ongewenst schoolbezoek (dat kan dus ook)

Ongewenst schoolbezoek, een fraai eufimisme voor inbraak. Inbraak in scholen was schering en inslag. Totdat de daders werden opgepakt. Utrechts Nieuwsblad 12 mei 1962:

ONGEWENST SCHOOLBEZOEK

Twee jongens voor inbraakjes gepakt

Stalen geld (f 100) en vernielden meubilair

De Utrechtse kinderpolitie heeft vrijdag de 17-jarige tuinder W. en de 15-jarige leerling-monteur B. aangehouden. Ze hebben bekend in de afgelopen weken te hebben ingebroken in Utrechtse scholen.

In al die scholen hebben zij ongeveer f 100,- totaal buitgemaakt. De schade die zij aanrichtten, was evenwel vele malen groter. Bij het bezoek aan dé scholen, in sommige braken zij zelfs enige malen in, vernielden zij meubilair. In een school werd een stalen bureau zo gehavend, dat herstel niet mogelijk bleek.

De jongens, die nu in hechtenis zitten, hebben verteld te zijn geweest in de Ds. Van Arkelschool aan de Noordse Parklaan, Jules Verneschool aan de Opzomerstraat, St.-Nicolaasschool aan de Boerhaavelaan, de hervormde school aan de Van Maasdijkstraat, de Slotemaker de Bruïnesehool aan de Lagenoord en de Cort van der Lindeschool aan de Laan van Chartroise.

Schoolbezoek

De enige school uit het rijtje die in Zuilen stond.

De damclub, ook een club van Werkspoor

De grote Perzoneels Vereniging Werkspoor Utrecht (PVWU) had heel veel kleine clubs onder haar hoede. Na sluiting van de fabriek werden enkele clubs opgenomen in andere clubs/verenigingen, waarvan er enkele na 40 jaar nog steeds bestaan. De damclub bestond in 1966 30 jaar en daarover schreed het Utrechts Nieuwsblad op 11 mei:

 

Vriendenkring PVW bestaat 30 jaar

Zaterdag een damfestijn

(Door H.J. Hofman)

UTRECHT — Deze week wordt het zesde lustrun van de Zuilense damclub „Vriendenkring” gevierd. Dertig jaar is, zo zegt voorzitter Olij, nu niet zo’n geweldig belangrijke leeftijd en daarom heeft het bestuur besloten geen groot feest te houden. Maar onopgemerkt gaat het toch niet voorbij. De organisatoren willen echter de nadruk leggen op de propaganda voor de damsport in ’t bijzonder ter aantrekking van de ongetwijfeld zeer vele huis- en tuindammers die in de dichtbevolkte wijken van Utrecht-Noord wonen.

De feestvierende Zuilense dammers houden als hoogtepunt van de jubileumfestiviteiten een groot nationaal damfestijn, dat zaterdag 14 mei om 13.30 uur in het grote Ontspanningslokaal van de personeelsvereniging Werkspoor aan de Julianaparklaan in Utrecht-noord plaatsvindt. Vijftig damclubs uit nagenoeg geheel Nederland met in totaal 250 bekende sterke dammers nemen hieraan deel. Belangstellenden, die een kijkje willen komen nemen, hebben gratis toegang en zijn natuurlijk van harte welkom.

Reeds tientallen jaren wordt in het Julianapark — bij de oudere Utrechters nog steeds bekend als de Tuin van Kol — zeer enthousiast gedamd. Dertig jaren geleden waren Tuin van Kol-dammers de initiatiefnemters tot oprichting van een damclub in Zuilen. Om precies te zijn op 28 juni 1936 werd ten huize van de familie Harreman door A. Middelkoop, H.J. Harreman en D. van Basten de damvereniging „Vriendenkring” opgericht. De eerste zeven weken van haar bestaan gebruikte „Vriendenkring” de huiskamer van de familie Harreman als clublokaal terwijl de borden en stukken door de leden werden meegebracht. De Tuin van Kol bleef voor vele leden wekelijks het trefpunt, waar men ook nu nog menige partij tegen elkaar speelt.

Om de damsport populair te maken, organiseerde „Vriendenkring” reeds een half jaar na haar oprichting een simultaanwedstrijd, welke werd gehouden op 22 februari 1937 in het Julianapaviljoen. Als simultaanspeler trad op de bekende jeugdige Utrechtse dammer, U.P.D.B.-kampioen H.J. Hofman (thans damredacteur van het U.N.), die de strijd moest aanbinden tegen 25 dammers. Hij won er 20, speelde 3 partijen remise en verloor er slechts 2. De openingszet werd verricht door de burgemeester van Zuilen, de heer O. Norbruis.

Haar 1e lustrum vierde „Vriendenkring” op zeer originele wijze, n.l. met een groot openlucht damspel met levende stukken. Deze wedstrijd werd gespeeld op zaterdag 26 juli 1941 op het terrein hoek Sweder van Zuylenweg en van Egmontkade.

De witte stukken werden voorgesteld door leden van de mondaccordeonvereniging „Ons Genoegen” en de zwarte stukken door 20 leden van de gymnastiekvereniging „Sport Vereent”.

 

Teruggang

Waar zovele verenigingen gedurende de na-oorlogse jaren het slachtoffer van werden, overkwam „Vriendenkring” P.V.W. ook, n.l. een sterke teruggang in het ledental. Had Vriendenkring P.V.W. in 1946 nog 26 leden, in 1954 waren het er nog maar 13, zodat er nog slechts met één tiental in de bondscompetitie kon worden gespeeld.

Deze teruggang in ledental is één der oorzaken geweest, dat damclub „Vriendenkring” P.V.W. in 1955 op de onderste plaats van de 1e klasse A van de U.P.D.B. belandde. Aangezien er toen geen promotie- en degradatiewedstrijden meer werden gespeeld, doch de laagst geplaatste clubs automatisch degraderenden, werd „Vriendenkring” P.V.W. ’t kind van de rekening en weer 2e klasser. Het duurde tot 1958 voordat het verloren gegane terrein was herwonnen en „Vriendenkring” P.V.W. weer 1e klasser werd, waarin ze nu nog speelt en door de andere verenigingen steeds als een geduchte tegenstandster wordt gezien.

„Vriendenkring” P.V.W. heeft verschillende sterke dammers voortgebracht. De op jonge leeftijd overleden H.J.W. Jansen was reeds in de eerste jaren van zijn club een prominente figuur. Thans zijn de gebroeders van ’t Land, G.J. Derksen en H. v. Snippenburg de meest op de voorgrond tredende spelrs. De laatste nam in 1965 deel in het toernooi van Nederland.

Het huidige bestuur bestaande H.O. Olij (voorzitter), G.J. Derksen (secretaris-penningmeester), J. Witte (2e secretaris), H. v. Snippenburg (wedstrijdleider) en E. Bulthuis (commissaris materiaal) wil de zaken energiek aanpakken. Het rekent op vele kijkers uit Zuilen en omgeving tijdens het grote nationale damfestijn op zaterdag 14 mei a.s. en op een snelle toename van het aantal leden.

Ontspanningsgebouw

Voor de huisvesting van (bijna) al deze clubs werd het Ontspanningsgebouw neergezet. Alle dagen van de week bezet.