Stichting Museum van Zuilen ANBI

Het verheugt ons bijzonder dat we u kunnen mededelen dat de Stichting Museum van Zuilen met ingang van 1 januari 2021 door de Belastingdienst officieel erkend is als een Algemeen Nut Beogende Instelling, een ANBI-stichting dus. Deze kwalificatie maakt het mogelijk dat schenkingen of donaties fiscaal voordelig kunnen zijn voor schenker of donateur. Op de site van de Belastingdienst staat hierover het volgende:

‘Wat is het belastingvoordeel voor donateurs van een culturele ANBI?

Voor donateurs van culturele ANBI’s geldt een extra giftenaftrek. Particulieren mogen in hun aangifte inkomstenbelasting een gift aan een culturele ANBI vermenigvuldigen met 1,25 en als gift aftrekken. Ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, mogen 1,5 keer het bedrag van een dergelijke gift aftrekken in de aangifte vennootschapsbelasting.’

We kijken uit naar uw bijdrage!

Amsterdamsestraatweg 5

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan aan de overzijde terug naar Utrecht. Dit is deel 5. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat. Vanwege het ontbreken van een trottoir langs het kanaal aan de even zijde van de Amsterdamsestraatweg, ligt deel 4 aan de even kant bij de Muyskenweg.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

De Amsterdamsestraatweg loopt langs het prachtige park dat de grootgrondbezitter en rentenier J. Kol III heeft laten aanleggen door Copijn: de Tuin van Kol. Hij heeft het aangeboden aan de gemeente Zuilen. Het gemeentebestuur heeft zijn aanbod afgeslagen, omdat zij geen geld voor het onderhoud had. Daarop bood Kol het aan de gemeente Utrecht aan. Nadat een gemeenteraadslid het park was komen bekijken kwam hij moe en bezweet in het kantoor van J. Kol en verweet hem dat hij nu wel een mooi park had laten aanleggen, maar de gemeente Utrecht voor de kosten van het onderhoud wilde laten opdraaien. Daarop heeft Kol zijn aanbod ingetrokken. Hij liet het park uitbreiden met een hertenkamp en heeft er tot zijn dood in 1919 van genoten.

De erfgenamen hebben het park aan de gemeente Utrecht aangeboden, maar niet voor niets! Het is in 1929 Utrecht uiteindelijk op een bedrag van ƒ 145.000,- komen te staan, mét de restrictie dat het gebied de eerste honderd jaar als park in stand gehouden moest worden.

Vóór de Tweede Wereldoorlog is het park uitgebreid door middel van een werkloosheidproject voor jonge werklozen. Samen met de aanleg van de speelweide werd ook het Julianapark-restaurant gebouwd. De bedoeling was dat prinses Juliana de opening van het paviljoen zou verrichten. Omdat zij echter in die periode Prins Bernhard leerde kennen en de openingsdatum zo ongeveer gelijk viel met de trouwdatum van het koninklijk paar is dit niet doorgegaan.

Het Julianapark-restaurant wordt in 1937 geleid door de heer W.J. Woertman. Omstreeks 1980 heeft Adriaan Pouw, een van de zonen van bakker Pouw (van daarnet aan de oneven zijde van de Amsterdamsestraatweg), het restaurant in exploitatie.

In het Julianapark stond ook een muziektent die in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd afgebroken.

Op de hoek bij de Van Eimerenstraat zat de drogisterij van H. Suijkerbuijk, opvolger van H. van Putten die op dit adres verf en petroleum verkocht. Op nummer 448 zat het loodgietersbedrijf van H.A. van Zeist. Aan de overzijde van de St.-Josephlaan zat coöperatie ‘Praeferentia’ geleid door G.W. Reijmers.

Na het rijtje huizen dat we nu passeren, kwamen we bij de groentehandel van E.N. Osse, in 1940 opgevolgd door de gebroeders Broekman. Vanaf 1948 deed F.M. Broekman dat alleen (maar samen met zijn vrouw natuurlijk). Zij behielden de winkel tot 1999! De laatste winkel die nog echt op Zuilens grondgebied stond, was aan de noordkant van de Geraniumstraat. L.J. Röben had op die hoek zijn manufacturenwinkel. Hij was een van de drie broers die op de Amsterdamsestraatweg actief in zaken waren. De bekendste werd J.M.J. Röben die zich op de hoek van de St.-Ludgerusstraat vestigde.

De gemeentegrens Zuilen-Utrecht liep door de Geraniumstraat. Als het Zuilens Fanfare Corps door de Geraniumstraat wilde marcheren en vergeten was de vergunning ook aan de gemeente Utrecht te vragen, moest men over de stoep!

Dit alles dus volgens de gegevens aan de hand van de stratengids van Zuilen.

Het Juliana ‘Paviljoen’ kort na de oplevering.

 

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 4

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

Vanaf Maarssen ligt het Merwedekanaal, opengesteld in 1892 achter ons. Het kanaal werd vanaf 1 februari 1951 verbreed en uitgebreid en kreeg de naam Amsterdam-Rijnkanaal. Ongeveer vanaf de Wethouder D.M. Plompstraat tot de Muyskenweg stonden verschillende woningen en bedrijven. Zij moesten allen het veld ruimen voor de uitbreiding van de Demkafabrieken die vanaf de Muyskenweg tot aan de uiterste punt bij het kanaal (langs de Amsterdamsestraatweg) zijn staalgieterij had. In 1916 werd in Zuilen door de Demka Staalfabrieken voor het eerst staal gegoten.

Bij het rijtje woningen dat weg moest was o.a. dat van Visscher met zijn stalhouderij en recht tegenover de Wethouder D.M. Plompstraat zat Straus sr. met een filiaal van broodfabriek ‘De Korenschoof’. Ook een bedrijf dat plaats moest maken voor de Demka was de garage van Hendrik van der Vaart. Hij zat op de (oude) nummers 512 en 514, vlak bij de Muyskenweg. Voordat Hendrik hier begon, had zijn vader hier een kruidenierswinkeltje.

ELINKWIJK TAX van Henk van der Vaart was één van de eerste taxibedrijven in Zuilen.

Naast Van der Vaart zat café Van Marchal, later opgevolgd door Wouters. Het café kwam nogmaals in andere handen en werd van Verhoef. Dit was het eerste clubhuis van voetbalvereniging ‘Elinkwijk’.

Op de hoek vóór de Muyskenweg zat melkhandel ‘De Boerderij’ van boer J. van Beek. Aan de overkant van de Muyskenweg zat de winkel van coöperatie ‘Oostenburg’, een kruidenierswinkel (werd later Café Elinkwijk). Griffioen had zijn groentehal naast deze kruidenierswinkel en daarnaast kwam de bakkerij van coöperatie ‘Oostenburg’.

Voorbij de bakkerij zat een sigarenmagazijn van ‘Evora’, waar filiaalhouder van Duinen zijn rokertjes aan de man bracht. Op 490 zat kapper G. Schmidt met zijn ‘eenigste speciaal heerenkapsalon’ en naast hem was de winkel van D. Kissing ‘in galanterieën’. In dit pand kwam De Klerk huishoudelijke artikelen verkopen. Aan de overkant van de Dieselweg zat de melkwinkel van G. Stoet. Deze Stoet had J.A. Lamme als buur: boekhandel ‘Elinkwijk’.

Naast de boekhandel zat schoenmaker M. van der Pijl en daarnaast was de rijwielhandel van J.A. Smits. Het volgende pand was van het Groene Kruis. Hier was al vanaf 1918 voor Nieuw-Zuilen een gezondheidscentrum, gesubsidieerd door Werkspoor. We kwamen vervolgens langs kapper F. Odijk op nummer 468. Nu kwamen we bij (alweer) een sigarenmagazijn van ‘Evora’. Hier is W. Konst filiaalhouder.

Verder doorlopend kwamen we bij drogisterij J.H. Ooijevaar, bekend onder de Elinkwijkers van de wijk én de voetbalvereniging, waarvan hij in het bestuur zat. Na enige jaren voortgezet te zijn door R. Dirksen kwam hier R. Groenberg de drogisterij runnen, die toen  de naam ‘De Kamil’ kreeg.

De laatste winkel op dit rijtje was slagerij A. den Hartog. Hiervoor was dat J. Weeber en hierna A. Dorrestijn. Voorbij de huizen van de Bessemerlaan zat apotheek ‘Elinkwijk’.

Aannemer Avezaat van de Marnixlaan bouwde het monumentale pand van notaris J.A.M. Koch. De architect van dit gebouw was Ir. G. M. Leeuwenberg uit de Adm. van Gentstraat in Utrecht. Van het bereiken van het hoogste punt van de bouw werden foto’s gemaakt. Op die foto’s zien we o.a. J.A.M. Koch met vrouw en kinderen. Het gebouw kwam gereed in 1938. Zoon Jan Willem, die op de foto het vlaggentouw hanteert, volgde zijn vader op.

. o.a. J.A.M. Koch met vrouw, kinderen en een aantal werklieden …’

 Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 3

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht om ter hoogte van de Muyskenweg – aan de even zijde – met deel 4 te beginnen. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 4 bij de Muyskenweg aan de even zijde. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

Hier bij de De Lessepsstraat gaan we verder richting Maarssen. Op nummer 655 woonde weduwe J. van Hoorn-Steenhof. Zij was de moeder van de gemeentearchitect van Zuilen, W.C. van Hoorn, die o.a. de woningen en winkels op de hoek van de Amsterdamsestraatweg met de Wethouder D.M. Plompstraat ontwierp waar we nu langs lopen.

De eerste winkel was van mevrouw Koopmans. Zij had een drogisterij op nummer 689. Haar echtgenoot verkocht verf en behang. Later trok de heer Koopmans de sigarenwinkel van zijn buurman De Graaf bij zijn winkel, en concentreerde zich daar op de verkoop van de verf en bijbehorende producten. Naast De Graaf/Koopmans zat kapper A. van der Zeijden. We vonden zijn prijslijst uit 1932: ‘dames knippen 25 cent, heeren knippen 20 cent, meisjes knippen 20 cent, jongens knippen 15 cent’. Op de hoek kwam ‘Model Schoenmakerij De Brabander’.

Aan de overkant van de Weth. D.M. Plompstraat zat Niessen met zijn ‘radio, elec. en rijwielhandel’. Niessen groeit uit tot ‘Miele-speciaalzaak’. ‘Jan Jansen leert ze dansen’. Dat is de in 1950 gebruikte kreet waarmee de heer Jansen de inwoners van Zuilen aan de foxtrot bracht, u moest daarvoor op nummer 699a zijn. Bij nummer 699d konden we de wereldberoemde Anton Geesink tegen het lijf lopen. Hij kreeg zijn judolessen van J. van der Horst, in de voorkamer van het woonhuis. De oud-marinier Van der Horst (zelfs op zijn 83ste jaar nog actief) runde sportschool Vanderhorst.

Even verderop zat A.H. Pasman jr, uitgever van Zuilen Vooruit, later het Zuilens Nieuwsblad in een markant oud pandje met een mansaardekap (dak met een knik). Er volgde nu een rijtje winkels: op 707 vonden we bakker Pouw, in het ernaast gelegen pand dreef Bloemendaal zijn ‘handel in textiel en tabakswaren’. De winkel op 711 was de ‘Vleeschhouwerij’ van A. Letter, in 1945 opgevolgd door Faay. Deze winkel zat tegenover de Demkafabrieken. Als men daar een stukje worst wilde, activeerden zij de fluit van de locomotief van het fabrieksspoor en zo wist de Faay dat hij worst moest leveren. Naast Faay zat de melkwinkel van I. Stoet. In 1950 adverteerde De Concurrent met zijn groenten en fruit op nummer 717 en op nummer 719 verkocht Gieling zijn tabakswaren. Hij stond ‘s morgens onder de Demkabrug om de mannen op weg naar hun werk de laatste kans te bieden om een rokertje aan te schaffen.

Op nummer 719bis zat Dameskapsalon ‘Ria’. C. van der Kwast had een aardappelhandel op 723, naast de rijwielhandel van J.A. Roussou. Aan de Amsterdamsestraatweg werd ter hoogte van de huidige nrs. 749 in mei 1921 een ‘Buitenfabriek’ van W.A. Hoek’s Machine en Zuurstoffabriek N.V. geopend.

Hierna vormde de Amsterdamsestraatweg een lintbebouwing met achterliggend open agrarisch land dat tot aan de Vecht doorliep, met alleen de met bomen omzoomde Daalseweg daar nog tussen. Hier bouwde men op een opgespoten zandlaag de wijk ’t Zand.

Even voorbij de Jacob van Campenstraat stond de woning van C.W. de Keijzer. Achter zijn woning runde hij zijn ‘Machinale Broederij’, het Barneveld van Zuilen.

De Machinale Broederij van de heer De Keijzer.

Op nummer 803 zat de montagewerkplaats van de heer P. Dolman. In dit pand kwam later de Zuilense Motorhandel van Luca te zitten.

‘De Zuilense Motorhandel’.

J.C. Koevoets verkocht op 809 koloniale waren. Vervolgens kwamen we bij het café van De Bree. Ab. van Vredendaal bood zijn diensten aan voor ‘administratiën en belastingzaken’ op nummer 867. Op 907 zat de nering van Joh. M. van Slagmaat, die onder de naam ‘Wasscherij De Lelie’ actief was met een grote ‘stoom wasch- en strijkinrichting’. – Op het terrein achter wasserij ‘De Lelie’ werd vele jaren de kermis van Zuilen gehouden. Toen de wasserij dicht ging kwam hier een aluminiumfabriek, later werd hier een Citroën-garage ondergebracht.

We passeerden de slagerij van W. van Beek op nummer 915. Voor een rokertje kon u naar binnen bij W. van Wilgenburg, nummer 933 en H.A. Verwoolde kreeg 20 maart 1946 de slijtvergunning voor verkoop van alcoholhoudende dranken op nummer 941.

Op nummer 959 was/is de rijwielhandel van C. Bos. Op 1001 zat bakker J. Ellings en op 1013 verkocht H. van de Goede ‘waschproducten’. Voordat we bij de ingang van de voetbalclub Elinkwijk en van de tennisclub belanden vinden we op nummer 1045 nog de benzinehandel van Wilschut.

Aan de deze Amsterdamsestraatweg hield de doorlopende bebouwing vervolgens op en kwamen we bij de boerderijen van J.W. Kleinveld (1107) en D.C. de Ridder (1249). Vervolgens kwamen we bij de smederij Wed. van Dommelen met als buur kruidenierster Mej. Van der Horst. Haar man parlevinkte op ’t kanaal.

Enkele huizen verder kwamen we bij melkhandelaar Griffioen, hij was de laatste Zuilense ondernemer aan de Amsterdamsestraatweg vóór het bordje ‘Maarssen’.

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 2

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 3 bij de De Lessepsstraat, deel 4 bij de Muyskenweg aan de even zijde. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is een onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, aangelegd in 1813 in opdracht van Napoleon Bonaparte.

Op de hoek van de Sweder van Zuylenweg zat C. Jamin, vele jaren gerund door de dames Grim. Tussen C. Jamin en de volgende ondernemer zat ‘ ’t oude mannetje’ waar je bijvoorbeeld drie spijkers kon kopen. Van Kuijk had op 557 een ‘gesloten huis’: een winkel die er uitziet als een woning maar waar detailhandel wordt gedreven.

Op de hoek St.-Bonifaciusstraat zat manufacturenwinkel ‘Rico’, in 1977 stonden de bordjes ‘opheffingsuitverkoop’ in de etalage. Op de andere hoek zat garage A.J. Raassink: ‘Official Service Ford Dealer’. In het pand naast Raassink was ‘Het Lingeriehuis’ van A.J. van Heuzen.

Op 569 waar we nu aankomen verkocht in 1934 G. van Kuijk rieten manden. Na 6 maanden Van Kuijk kwam hier tot 1976 Th. van Eijndthoven zijn kantoorboekhandel drijven hij verkocht ook religieuze (katholieke) artikelen. Nadat Van Eijndthoven stopte vestigde W. van Scharenburg zich hier met zijn ‘Uurwerkboetiek Wim en Toos’. Na ruim 32 jaar ging ook hier de winkeldeur voorgoed dicht en werd een lang gekoesterde wens vervuld: hier was van 12 september 2009 tot januari 2019 het Museum van Zuilen gevestigd.

Op nummer 571 zat enkele jaren apotheek ‘Elinkwijk’, die naar de overkant verhuisde. In dit toen lege pand zat in de Tweede Wereldoorlog de Zuilense afdeling van de Luchtbescherming en de E.H.B.O. Ná de Tweede Wereldoorlog kwam hier de slijterij v/h H.J. van Soest.

Naast de woning 573 kwamen we bij de pastorie en St.-Ludgeruskerk, de ‘Dom van Zuilen’. De kerk werd voorzien van alle toen gebruikelijke ornamenten om de kerk een groot aanzien te geven, naar ontwerp van W.H. te Riele.

Aan de overkant van de St.-Ludgerusstraat verkocht men in een ver verleden sigaren en tabak. Al na korte tijd kwam hier J.M.J. Röben de inwoners van Zuilen voorzien van huishoudtextiel enz. Het van oorsprong kleine winkeltje op de hoek werd in de loop van 1939 verbouwd tot de grote winkel die hij in de komende tientallen jaren zal blijven. Het pand van de heer Röben werd tot december 2010 een doe-het-zelfzaak van de Hubo.

We kwamen nu bij ‘De dubbele winkel’: kruidenierswaren en kauwgomballen. Albert Heijn vestigde zich in één deel, het andere deel is slagerij geworden. De slagerij was van D.J. Wuis, later Jan Schaar en nog later werd het slager Heyn. De buurman van Wuis was een winkel in kachels, rijwielen enz. van Van Kilsdonk, een bekende voetballer van Elinkwijk.

Na 1954 kwam W.N. Verhoek hier huishoudelijke artikelen, verlichting en vele verwante producten verkopen onder de naam ‘VeCo’. Op nummer 585 zat E.J. Ter Burg, een fotohandel met de reclame ‘Het Huis Met de Klok’. Hij verhuisde naar nummer 601. Op nummer 585 begon Gerritsen als ‘Speciaalbanketbakker’ en later kwam hier Steentjes banket verkopen. Zij deden de winkel over aan A.J. van Stuivenberg. Op de hoek zat slagerij Adr. Kok, later werd dat Beuk, nog later Van Es.

Na het oversteken van de Voltastraat, kwamen we bij kruidenier Zetstra, dit werd na de Tweede Wereldoorlog een van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen. Na Zetstra ging Peter Macco hier fietsen verkopen. Bakker Straus zat op 593: Johan Straus in de bakkerij en Frits met een bakfiets langs de weg.

Op 595 konden we terecht voor een rokertje bij E.J. van Soest, hij was de buurman van H. van Tricht manufacturen en tapijten. Na Van Tricht kwam H. Pronk in dit pand. Later werd het de Marktkramer en werden hier matrassen verkocht. Op nummer 601 was de bloemenwinkel van Burgwal en naast hem zat kruidenier van A. van Gent. Dit werd de winkel van Boel, handel in aardappelen. Nieuweboer op 605 had een schoenmakerij annex lederhandel, later een Bata-filiaal.

De volgende winkel was slijterij H. J. van Soest, tot de verhuizing naar nummer 571. Zijn buurman was brandstoffenhandelaar D. Boshuis. Hier kwam in 1950 Pico Bello wasmachineverhuur. Op het hoekje met de snackbar vonden we slagerij D. Vergeer.

Nu komen we bij de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en het einde van deze beschrijving deel 2.

De St.-Ludgeruskerk en de pastorie (l) zijn gesloopt.

 Een vooroorlogse afbeelding van de Amsterdamsestraatweg vanaf nummer 605 (links).

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 1

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan aan de overzijde terug naar Utrecht. Dit is deel 1. (Deel 2 start bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat, deel 4 bij de Muyskenweg aan de even zijde en deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is een onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, aangelegd in 1813 in opdracht van Napoleon Bonaparte.

De eerste winkel op Zuilens grondgebied was slagerij Rijksen, zijn buurman was L. Hubert die handelde in radio’s en elektra. Het volgende pand was van E. van Rossum, die hier het Zuilense warenhuis ‘Evora’ had.

Op nummer 409 kwamen we bij de winkel van Simon de Wit: ‘Handel in Koloniale Waren’. De buurman was Maison Royal, gespecialiseerd in luxe en huishoudelijke artikelen. In deze panden kwam de heer Den Hertog, met de naam ‘Het Banierhuis’ en een slagzin die men in heel Zuilen kende: ‘Betaal het in zes keer, bij het Banierhuis kost het geen cent méér!’

Op nummer 419 zat kruidenier M.M.G. Roeleveld, precies op de hoek van de Marnixlaan. In deze kruidenierswinkel ging later Elberse de scepter zwaaien. Deze kruising met de Amsterdamsestraatweg stelde in 1938 nog maar weinig voor. Dat kwam omdat de in het verlengde van de Marnixlaan gelegen brug over de Vecht er nog niet was en de Josephlaan ‘doodliep’. – Er werd midden op de Josephlaan jaarlijks een kermis gehouden!

Op de hoek aan de overkant van de Marnixlaan werden manufacturen verkocht door Jaco. Later kwam hier de winkel van P. de Jong. Hij adverteerde met een mooie reclamekreet: ‘Loop niet direct naar de stad, daar heeft al menigeen spijt van gehad.’

Na een paar woningen kwamen we bij het Woningbureau van de heer G. van Eijk. Hij heeft heel wat inwoners van Zuilen aan een woning geholpen. De volgende winkel zat in een wat naar voren springend pand: een handel in fruit en chocolaterieën van H.H.J. Steeman. Speciaal adres voor ‘fruit primeurs, bonbons, luxe doozen en fijn banket, maar ook voor wijn, limonade en bier’. Hij werd al kort na de oorlog opgevolgd door de heer L.A. den Hartog. De heer Den Hartog verkoopt dezelfde producten.

Van de winkel op nummer 437 vinden we in 1950 een advertentie in het Zuilens Nieuwsblad die werd geplaatst door de heer R.J. van de Pal: ‘Onder rijkstoezicht gediplomeerd schoenmaker’. Op de hoek met de Cornelis Mertenssstraat heeft H. van de Hoef (brood en banket) onderdak gevonden. De heer W.E. Luchtenborg volgt hem op en runt in deze winkel een verkooppunt van broodfabriek de ‘Korenschoof’. Later kwam in dit pand een van de eerste ‘automatieken’ (snackbars) van Zuilen.

Aan de overkant vonden we de Nederlands-hervormde Oranjekerk. Deze werd gesloopt, maar de toren heeft men laten staan. Naast de Oranjekerk kwam A. Weenink gebruik maken van het pand. Hij had een elektrotechnisch bureau. Zijn opvolger werd Metz, een winkel met verlichtingsartikelen.

De Nederlands-hervormde Oranjekerk in de jaren dertig van de vorige eeuw.

De buurman van Metz was Van der Hoef. Hij verkocht brood en werd opgevolgd door Boonzaaijer. Daarna kwam Nico Odijk in dit perceel, dat uitgroeide tot een Zuilens begrip voor horloges en klokken. Dan volgt een flink stuk woningbouw.

Op de hoek Hubert Duyfhuysstraat kwam H. den Dekker & Co haarden en kachels verkopen, nadat zijn voorganger (kruidenier Oude Wansink) verhuisde naar de Sweder van Zuylenweg. Op nummer 509 was de winkel in tabak en sigaren van de heer J.X. Noz. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werd dit hét Utrechtse verkooppunt voor tickets voor concerten.

Als we overgestoken zijn, kwamen/komen we het autoverhuurbedrijf van de heer Meijers tegen. Dit bedrijf is vanaf 1 september 1928 zonder onderbreking op deze plek gevestigd. We belandden op nummer 531 bij de winkel van C. Kop ‘in Comestibles’, die in 1948 zijn winkel verkocht aan Ben Moors, toen werd het chocolaterie ‘BeMo’, beroemd om zijn fraaie Paaseieren.

Op nummer 533 werden tabakswaren verkocht door de heer Heibloem, later opgevolgd door De Bree. Op nummer 535 zat kapsalon Jansen-Joosten. Algemene Verkoop Organisatie ‘Elinkwijk’ zat in 1938 nog in het pand vlak voor De Gruyter. U kon bij deze winkelier terecht voor Magneet-rijwielen ‘met verzwaard achterwiel’.

Dan kwamen we bij het laatste pand in deze beschrijving, hier zat de winkel van P. de Gruyter, met de beroemde reclamezin ‘Én betere waar, én 10%, alleen de Gruyter’. Samen met de in Nederland ongeveer bekendste reclame voor ‘Het snoepje van de week’ was de succesformule compleet.

Het pand van P. de Gruyter & Zn op de hoek bij de Sweder van Zuylenweg. Men verkocht uitsluitend ‘eigen merk’-producten. De fietsenwinkel rechts werd later schoenenwinkel ‘Het Panterhuis’.

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Het Werkspoorplein

Het Werkspoorplein werd vernoemd naar de fabriek uit Amsterdam die in 1913 de Wagon- en Bruggenfabriek op Zuilen’s grondgebied opende.

Het Werkspoorplein hoort bij de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

Het Werkspoorplein

Voor een rokertje kon u rond 1940 nog terecht bij E. Verkuil, Werkspoorplein 3.

Het plein werd na de Tweede Wereldoorlog gebruikt als verzamelplaats waar de optochten die door Zuilen trokken van start gaan. Maar er is misschien nog iets dat u niet weet van het Werkspoorplein. Hier stond namelijk een prachtige houten muziektent. Een van de drie die in de geschiedenis van Zuilen voorkomen. (De twee andere muziektenten stonden op Groenhoven in Oud-Zuilen en in het Julianapark.)

Deze muziektent werd geschonken door de directie van Werkspoor toen de bouw van Elinkwijk voltooid was. Om iedereen die het maar wilde van dit genereuze gebaar op de hoogte te brengen, liet de directie aan beide zijden van het plein een gedenksteen plaatsen.

Op één van deze stenen werd, onder een afbeelding van een grote locomotief, de tekst gebeiteld: ‘Ter herdenking van de oprichting in 1914 van de n.v. Bouwvereeniging ‘‘Elinkwijk’’ door den heer J. Muysken, directeur van Werkspoor en leider bij den opbouw wordt dit plantsoen aangeboden door den heer W. Spakler, voorzitter van den raad van beheer.’

Op de andere steen staat onder een rijtje woningen de tekst: ‘Als herinnering aan de voltooiing van den woningbouw in 1927 wordt dit plantsoen aangeboden aan de bewoners van het tuindorp Elinkwijk en aan hunne zorgen toevertrouwd.’

Utrechts Nieuwsblad 5 juni 1928

Zuilen.  B u u r t v e r.  N i e u w  Z u i l e n. Deze vereeniging geeft Dinsdagavond 5 Juni haar derde concert in de muziektent op het Werkspoorplein in “Elinkwijk” uit te voeren door de Muziekvereeniging “Kunst en Strijd” onder directie van den heer P. v.d. Hurk.

De (gemoderniseerde, geel geschilderde) muziektent die op het Werkspoorplein stond. Alles ter verhoging van de gezelligheid was aanwezig: prachtige rondlopende banken, verlichting is er om ook ’s avonds vriendelijke deuntjes ten gehore te kunnen brengen. Een en ander werd nog voorzien van een keurig hekwerkje. Zulke dingen kwamen tot stand dankzij Werkspoor. Er werd in deze muziektent veel gespeeld… door de jeugd, muziekuitvoeringen werden er nauwelijks in gegeven. In de Tweede Wereldoorlog is ook al dit hout opgestookt. Wat een rotoorlog!

Meer weten over het Werkspoorplein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Huetlaan

De stad Utrecht kent een Busken Huetstraat. Die werd vernoemd naar een bekende Nederlandse letterkundige. Daar kon Zuilen in de wijk Elinkwijk niet mee uit de voeten. De Zuilense Huet‘laan’ dankt zijn naam aan Adrien Huet (1836-1899). Hij begon zijn werkzame leven bij een voorloper van Werkspoor in Amsterdam, te weten de Koninklijke Fabriek van Stoom en andere Werktuigen van de ondernemers Paul van Vlissingen en Dudok van Heel.

Huet studeerde in recordtijd af in Delft en werd daar later hoogleraar. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de studie werktuigbouwkunde in Nederland..

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Huetlaan

Volgens de tot nu toe beschikbare gegevens uit advertenties in oude kranten en periodiekjes, gecombineerd met het bestand uit 1938-’39 weten we over de ondernemers uit deze laan het volgende: in 1934 begon de heer Hessing, die op nummer 1 woonde, een schoonmaak- annex glazenwassersbedrijf. (Het Museum van Zuilen is op zoek naar een foto van deze man.)

Hessing verhuisde en dan gaat de bankwerker A. van Andel op dit nummer wonen.

Op nummer 3 woonde Boshoff, een elektricien, die als buurman op nummer 5 H. Berkhof begroette (die werkte bij de N.S.)

H.G. van den Dungen, zandvormer, werkte op nummer 7. ‘Zandvormers’ waren in dienst bij Werkspoor en Demka: zij maakten aan de hand van de modellen een vorm in speciaal zand, waarin de te gieten stukken (staal bij de Demka en ijzer bij Werkspoor) werden gegoten.

Dit deden zij met behulp van tientellen stukken speciaal gereedschap: hoekenslikkers, zandhaken, lepels enz.

Op nummer 9 woonde O. Szimkat, hij was ‘staal’vormer bij de Demka. Op dit rijtje woonde ook nog een vertegenwoordigen (J.A. de Rooy), een metaaldraaier (Adr. Hufener) en een schilder (P.G. Langendijk).

Aan de even zijde van de Huetlaan woonde op nummer 2 een weduwe, op nummer 4 een portier van de N.S. (H. van de Ber), op nummer 8 woonde H. Majolée (walser), en op nummer 10 L. Kreijermaat ‘agent van politie’.

Een beroemde telg uit dit nest is Reinier J.P. Kreijermaat. Hij voetbalde als 9-jarige al bij Elinkwijk. Hij speelde ook negen jaar in het eerste elftal en kreeg vanwege zijn gedrongen stevige postuur gecombineerd met zijn stugge hoekige wijze van voetballen de bijnaam Beertje. Zijn debuut als midvoor van het eerste elftal maakte hij in 1951 op vijftienjarige leeftijd. Elinkwijk was toen net gepromoveerd naar de Eerste Klasse. Reinier speelde later succesvol voor Feijenoord, waar hij bijdroeg aan drie landskampioenschappen en Europacupwedstrijden speelde (in 1963 tot aan de halve finale). Reinier kwam twee maal uit voor het Nederlands elftal.

Tenslotte vinden we op de nummer 12 en 14 H. Michels (machine bankwerker) en B. Comes (ijzergieter).

Elinkwijk elftal 1955-’56. Staand v.l.n.r.: Cor van Kilsdonk, Wim Onink, Reinier Kreijermaat, Roel van Dijk, Piet Kraak en Jan van Capelle. Knielend v.l.n.r.: Eef Westers, Jan Klein, Wim de Jongh en Jan Huntink.

Meer weten over de Huetlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl