Over de drukte rond het Pinksterverkeer in de jaren zestig…

Excuus, het is een beetje verward verhaal over drukte rond het Pinksterverkeer van 1960: Zeven of acht is niet duidelijk, bovendien: het enige slachtoffer uit Zuilen liep zijn hersenschudding niet op bij een aanrijding… Het Utrechts Nieuwsblad van 7 juni 1960 schreef het volgende:

Veel aanrijdingen bij pinksterverkeer

In Utrecht alleen al zeven hersenschuddingen

Politie kreeg te maken met 63 aanrijdingen.

Drieënzestig maal heeft de Utrechtse politie gedurende de twee pinksterdagen en de daaraan voorafgaande zaterdag moeten assisteren bij aanrijdingen. In acht[1] gevallen liepen betrokkenen bij de aanrijdingen een hersenschudding op. Maandagavond ontstond er een ernstige aanrijding op de Vleutenseweg hoek Kanaalstraat te Utrecht, waarbij de 63-jarige mevrouw S. van G.-E. een schedelbasisfractuur, een heupfractuur en een hoofdwond opliep. Zij is naar het St.-Antoniusziekenhuis vervoerd…

Een hersenschudding was het gevolg van een harde klap van een slaghout, dat de heer J.K. uit de Prof. Wattjesstraat te Utrecht op de tweede pinksterdag tegen zijn hoofd kreeg.

Het ongeluk gebeurde toen hij langs een groepje spelende kinderen liep, die op straat slagbal speelden. Het slaghout vloog een der kinderen uit de hand en raakte de voorbijganger. Hij werd naar het Academisch Ziekenhuis gebracht.

Pinksterverkeer

De Prof. Wattjesstraat. Een rustige straat die zich uitstekend lijkt te lenen voor het spelletje slagbal. Maar wel je slaghout goed vasthouden! (foto van Het Utrechts Archief)

[1] Ik weet het, een beetje raar, in de kop staat ‘zeven’ en in het artikel wordt gerept over ‘acht’, maar zo staat het in de krant.

Ben Driehuis als matroos op Hr. Ms. De Ruyter

Ben Driehuis heeft gehoor gegeven aan een oproep. En dan zo’n avontuur beleven! Ja , dan kom je wel in de krant. In het Utrechts Nieuwsblad van 6 juni 1960.

Zestienjarige matroos van Hr. Ms. De Ruyter

(Van een onzer verslaggevers)

Dinsdagavond 1 maart werkte de verbindingsdienst van het Nederlandse smaldeel I op volle toeren om op de hoogte te blijven van de laatste berichten uit Agadir. Het was een kakofonie van fluitende morsetekens. Radio Rabat was zonder ophouden in de lucht met oproepen om vrachtwagens, kranen, lieren, diesels, elektrische aggregaten.

Dinsdagavond 1 maart 1960 om zeven uur komt de stem van de commandant van Hr. Ms. De Ruyter, kolonel Reeser, door de scheepsomroep. Beheerst en afgemeten deelt hij mee dat Agadir op de Marokkaanse kust door een aardbeving is getroffen. Duizenden doden en gewonden. Het smaldeel heeft opdracht hulp te gaan bieden. Kolonel Reeser zegt te verwachten dat ieder het uiterste zal geven.

Men stoomt met hoge vaart door de Straat van Gibraltar.

Van deze mededeling door de scheepsomroep was ook de matroos derde klasse Ben Driehuis uit Utrecht, getuige. Hij was een van de vele 16 en 17 jarige jongens die in zestig uren deden wat mannen doen. Zaterdag voer zijn schip de haven van Den Helder weer binnen. Daarmee was een opwindende beleving achter de rug.

In zijn ouderlijke woning aan de Minister de Visserstraat 46 in Zuilen vertelt hij van zijn ervaringen. Ik gaf me direct op als vrijwilliger en hoorde ook tot de eerste ploeg, die aan wal ging. Direct zagen we daar de wagens met lijken rijden. Dat gaf al een raar gevoel. Ik heb wel eens een dode gezien, maar zo nog nooit. ’t Viel me wel erg rauw op het lijf. Ja, wist ik veel? Met onze rubberhandschoenen hadden wij al geen houvast meer aan de in twee dagen halfvergane lijken.

Het was zijn eerste reis, en dan direct dit al… Achteraf zei de commandant dat we het maar gauw moesten vergeten. Maar dat lukt natuurlijk niet. Zo’n ervaring blijft je je hele leven bij. En och, voegt Ben Driebuis er aan toe, bij ons zeggen ze dat je er hard van wordt.

Voordat wij voor de haven van Agadir voor anker gingen leek het een fijn avontuur ter afwisseling. Een avontuur was het, maar… Trillend en kreunend joegen tachtigduizend pk. de tienduizend ton van de De Ruyter door het water. De leuning van de trap naar de machinekamer was niet aan te raken, heet van de opstijgende hitte die zinderend bleef hangen voor het mangat. Iedereen werkte koortsachtig om de volle kracht vooruit naar Agadir nog te versterken.

Stank, hitte, vliegen…

De huizen in Founti, de wijk waar de Nederlandse mensen naar toe werden gedirigeerd, waren voor het merendeel van licht materiaal gebouwd. Bijna alles was volkomen verpulverd, zo vertelt Ben. Een enkele, iets steviger constructie stond nog half overeind.

Een Marokkaan wees aan waar Ben en de zijnen moesten graven om zijn levende, of dode familieleden te vinden. Op een gegeven moment vonden zij onder het puin nog niet de mensen maar wel enkele schamele bezittingen. Zij werkten hard door. Even later merkten zij dat de Marokkaan was verdwenen. Met zijn gevonden bezittingen en met een pikhouweel van de Nederlanders. Zijn familie kon hem kennelijk niet veel meer schelen.

Een andere Marokkaan liet zijn winkeltje uitgraven, begon vervolgens de onbeschadigde waar weer te sorteren en trachtte toen de mensen, die het graafwerk hadden verricht, zijn hervonden flesjes cola te verkopen. Later werden de gravers wijzer. Toen gingen zij af op de lucht. De lucht van lijken.

Stank, hitte, en vliegen, miljoenen vliegen maakten het werk ontstellend moeilijk, zo vertelt Ben verder. Na twee dagen moesten wij ophouden omdat het te gevaarlijk werd. Later kwamen de ratten en toen was de situatie onhoudbaar.

Na de eerste dag, dinsdag, hield de aalmoezenier op de De Ruyter een kerkdienst. Het was aswoensdag. Memento homo quia pulvis es et in pulverem reverteris. De mens is maar stof en zal tot stof weerkeren…

Doden werden uitgegraven. Men vond een man in de scheerstoel bij de kapper, die er zelf naast lag.

visserstraat

Moeder Driehuis en zuster Ansje kijken over Bens schouder mee in de extra editie van Stella Maris, dat een uitgebreid verslag gaf van de werk-zaamheden der Nederlanders in Agadir. Als matroos van hr. ms. De Ruyter, die zaterdag weer in Den Helder binnenkwam, was Ben Driehuis bij de opruiming betrokken.

 

 

 

 

Mevrouw Groenendaal in een vroege variant van ‘Heel Zuilen Bakt’

Een vroege variant van ‘Heel Holland bakt? Mevrouw Groenendaal was deelneemster aan een kookwedstrijd. Het Utrechts Nieuwsblad van 5 juni 1958 schonk er aandacht aan.

Wij spraken met:

Mevr. G. Groenendaal-Mur

(finale in het Haagse)

Of ik zenuwachtig ben? Niks hoor. Tenslotte moet ik geen examen doen.”

Deze opgewekte woorden sprak mevrouw G. Groenendaal-Mur uit de De Lessepsstraat 48 in Utrecht, die vandaag met haar stadsgenote, mevrouw S.N. van Ingen-Donkervoet, die aan het Ondiep woont, de Utrechtse kleuren gaat verdedigen op de eindcompetitie van de voor cursisten van de Commissie voor Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting in samenwerking met het Nederlands Zuivelbureau georganiseerde kookwedstrijden.

Operatieterrein is de moderne keuken van het gemeentelijk gasbedrijf in Den Haag, waar de winnaressen van de regionale wedstrijden, gekleed in wit schort en dito muts, elkaar zullen proberen te overtreffen in het klaarmaken van allerhande heerlijkheden.

“De recepten zijn nog niet bekend. Die horen we vanmiddag pas”, zo zegt de ene Utrechtse afgevaardigde. “Maar ik denk wel dat we, hoe dan ook, een lekker soepje zullen moeten maken.”

De Utrechtse huisvrouwen bevochten in de regionale strijd de fornuis- en pollepelzege tegen Enschede; en zij kwamen na het Brussels lof met ham en kaas, de citroenboter, de kaastruffels en de vanillevla met gebakken appelschijven als eerste uit de bus.

 

Groenendaal

Mevr. G. Groenendaal-Mur

…van eenvoudige dingetjes iets heerlijks maken…

 “Natuurlijk kon ik al koken”, vertelt mevrouw Groenendaal. “Het is zelfs een hobby van me en door de deze zuivelcursus kan ik ook de klanten, die ik in onze winkel krijg, beter voorlichten. Het was een reuze gezellige cursus van grotendeels huisvrouwen die al goed konden koken. Het leuke van der gelijke lessen vind ik, dat je leert, dat er van eenvoudige dingetjes iets echt heerlijk’s te maken is.”

Mevrouw Groenendaal staat op en haalt uit haar buffet een trommeltje. “Deze koekjes bijvoorbeeld. Ik heb ze gemaakt van een paar dunne sneetjes oud brood, die in vieren worden gesneden. Je besmeert ze met boter, strooit er geraspte kaas over en zet ze tien minuten in de oven of in een wonderpan. Proeft nu maar eens.”

De kaaskoekjes smaakten overheerlijk.

“Ik maak de lekkerste dingen klaar, want ik heb een heel dankbaar publiek, dat al mijn experimenten in de keuken op de voet volgt”, zegt de Utrechtse finaliste met een lachje. “Mijn man en mijn vier zoons kunnen trouwens heel wat aan”.

De heer Groenendaal knikt: trots en instemmend. “Wij hebben moeder al flink geplaagd,” verklapt hij. “We hebben ook al eens gezegd, dat er al een halve bus Utrechtse supporters mee naar Den Haag gaat en dat de televisie ook komt. Maar ze is niet zenuwachtig te krijgen.” “Welnee”, antwoordt mevrouw Groenendaal bedaard. “Ik doe het immers allemaal zuiver voor mijn plezier.”

 

De nieuwe Salvatorkerk aan de Pionstraat in Zuilen

Dan ben je oud aan het worden. Heb de Salvatorkerk nog zien bouwen en hij is al jaren geleden weer afgebroken! Bizar. Over de bouw schreef Utrechts Nieuwsblad op 4 juni 1962 het volgende:

 ZUILEN werd een monumentaal gebouw rijker: de r.-k. kerk in de Utrechtse Schaakwijk op de hoek van de Pionstraat. Het is de kerk van de voorheen in het parochiehuis aan de Adriaan van Bergenstraat zetelende Sint-Salvatorparochie. Er zijn 600 plaatsen. De toren bevat drie klokken. Twee ervan luiden tien minuten voor elke dienst. Bij bijzondere gelegenheden luiden ze alle drie. Architect van het sterk de aandacht trekkende gebouw is ir. G.M. Leeuwenberg.

Salvatorkerk

 

Beter een goede buur dan een verre vriend, ook in Zuilen

We kennen allemaal het spreekwoord: Beter een goede buur dan een verre vriend. En wat zal deze buurvrouw blij geweest zijn met de attente mevrouw Clarenbeek! In het Utrechts Nieuwsblad van 3 juni 1964 schreef men erover:

Kordate buurvrouw voorkomt brand

Het kordate optreden van mevrouw L. Clarenbeek, Van Heukelomlaan 9 in de wijk Zuilen te Utrecht, heeft het uitbreken van een brand voorkomen bij haar buurvrouw op nummer 3.

Vanmorgen om een uur of half tien rook zij onraad. Resoluut stapte zij achter haar goede neus aan, sloeg met een stok een ruit in van de keuken van de weduwe F.B.J. van de Pol-Baars, greep een stel doeken, pakte een brandende pan van het vuur en zette hem buiten op het balkon.

Van dit alles had de bewoonster niets gemerkt. Zij was in de achterkamer bezig, terwijl een pannetje met vlees en vet opstond. De vlam was toen in de pan geslagen.

Het brandje was al geblust, toen de brandweer aankwam. Er is praktisch geen schade, dank zij dit snelle optreden.

Van Heukelomlaan

De Van Heukelomlaan in Zuilen. Foto van Het Utrechts Archief

Over de Ronde van Zuilen in de Tweede Wereldoorlog

De ‘Ronde van Zuilen’, menig Zuilenees denkt met weemoed terug aan de tijd dat Wielervereniging ‘De Volharding’ jaarlijks (en soms zelfs twee keer in één jaar’!) de Ronde van Zuilen organiseerde. Met de door de winkeliers beschikbaar gestelde prijzen, werd om het hardst gereden op de Burgemeester van Tuyllkade en de Prins Bernhardlaan. Kan niet meer, maar jammer is het wel. De Ronde van Zuilen werd ook in de Tweede Wereldoorlog gefietst, blijkt uit dit knipsel uit het Utrechts Nieuwsblad van 2 juni 1943

Morgen, Donderdag de Ronde van Zuilen

Donderdag zal in de gemeente Zuilen op het traject Burg. v. Tuyllkade-Sweder van Zuylenweg en Daalscheweg de 2e Ronde van Zuilen verreden worden. Velen zullen zich nog de Ronde van vorig jaar herinneren welke op buitengewoon fraaie wijze door G. Schulte gewonnen werd. Ook ditmaal belooft het weer een buitengewoon fraaie wedstrijd te worden als men de lijst van deelnemers eens bekijkt. Bij de nieuwelingen, waar in totaal 40 deelnemers zullen starten, zien we opkomende renners o.a. W. grift, P. Mackaay en C. Kleefstra. De Amateurs zullen met plm 50 renners starten. Hieronder bevinden zich renners als J. Middelink, Chr. Kropman, A. Spronk, v.d. Kerkhof, Croonen, A. Kuilman, P. Peters, Boekemper e.a.

Tot slot vindt dat het grootte treffen tusschen alle kopstukken van Nederland op den weg plaats, een groot aantal renners zijn voor dezen wedstrijd gecontacteerd. In totaal zullen 70 renners aan den start verschijnen, hieronder bevinden zich renners als G. Schulte, Pellenaars, de Korver, Motkë, Braspenninxs, v. Amsterdam, Steenbakkers, Seynen, Groenewegen, Verschuuren, van Swalm, Demmenie en vele anderen.

De wedstrijdleiding bevindt zich wederom in handen van den heer George Hogenkamp, de organisatie van de Utrechtsche Wieler Club “De Volharding”.

Ronde van Zuilen

Daar rijden ze. Foto uit 1950, met in de middenberm van de Burgemeester van Tuyllkade nog water. (en de bomen zijn ook een stukje kleiner.)

De heer Stoopendaal gehuldigd (wel in Zuilen natuurlijk)

Heel wat huldigingen passerden op deze pagina de revue. Vrijwel allemaal ging dat over jubilarissen van Werkspoor of Demka. Vandaag het knipsel over de heer Stoopendaal dat in het Utrechts Nieuwsblad van 1 juni 1959 werd geplaatst; Een jubilaris bij de P.T.T.

H.J. Stoopendaal met humor gehuldigd
Fanfarevoorzitter 40 jaar bij P.T.T.
(Van een onzer verslaggevers)

De heer H.J. Stoopendaal, Werner Helmichstraat 32 te Utrecht, kreeg vanochtend koekjes van eigen deeg gepresenteerd: humorvolle toespraken, omdat hij — die om zijn humor zo geroemd werd — veertig jaar in dienst is van de P.T.T.
Velen in Utrecht kennen hem, vooral in zijn functie van voorzitter van de Koninklijke Utrechtse P.T.T.-fanfare Onder Ons. Velen weten ook van zijn bereidwilligheid tot steunen, als hij en zijn mannen ergens iets voor een goed doel kunnen doen. Vanochtend werd hij echter in het bijzonder door de P.T.T. in de bloemetjes gezet. Vanmiddag ging dat, tijdens het tweede deel van de jubileumreceptie te zijnen huize, nog eens dunnetjes over…
Als eerste sprak bij de opening van de ontvangst de heer P. Harting, referendaris van de P.T.T. en chef van de afdeling expeditie brieven- en pakketpost van het stationspostkantoor te Utrecht. Deze schetste uitvoerig hoe de heer Stoopendaal, nu employé eerste klas der P.T.T., is opgeklommen van „hulpjongeling” tot zijn huidige rang, die alleen bereikbaar was door een uitstekende dienstuitvoering. Steunpilaar, de man op de juiste plaats, aldus karakteriseerde de heer Harting de opgewekte, humoristische jubilaris. Namens de directie en het personeel dankte spr. de heer Stoopendaal voor zijn vele inspanningen. Ook wees hij nog op de populariteit, die de jubilaris, vooral als voorzitter van de fanfare, heeft verworven bij het publiek.
Nadat spr. mevrouw Stoopendaal in de huldiging had betrokken om haar meeleven, dat haar man altijd moed en kracht had gegeven om met vrolijk hart voort te gaan, kwamen de geschenken. Voor mevrouw haar lievelingsplant, en voor de jubilaris een oorkonde (,,om in de linnenkast te bergen”), een reversspeld voor veertig jaar trouwe dienst (,,Ik heb mijn revers ervoor vrijgelaten”, zei de jubilaris), en de gebruikelijke gratificatie.
De heer J.A. Patist, toezichtambtenaar van de postautodiensten, waar de jubilaris vroeger werkzaam was, wees op de geest van gezonde humor, die door de Stoopendaal altijd aanwezig is, en offreerde een … speelgoedpaukenpaard, waarmee in miniatuur een tot dusver vroom gebleven wens van de fanfarevoorzitter in openbaarheid werd gebracht.
Namens het jubileumfonds van expeditie brief-, en pakketpost overhandigde vervolgens de heer J. Iseger een geschenk onder couvert. De heer E. Spierenburg herinnerde hierna aan het pionierswerk van de heer Stoopendaal als chauffeur. Spr. noemde de jubilaris de geestelijke vader van de groep postvervoer. Een enveloppe, waarvan de inhoud bestemd is voor aanschaffing van een klok, was het stoffelijk huldeblijk van de groep.
Met een humoristisch woord betaalde de heer Stoopendaal, mede namens zijn vrouw, de sprekers met gelijke munt terug. En nu is hij in afwachting van de serenade, die vanavond voor nog wat vrolijke opschudding in de Werner Helmichstraat zal zorgen…

Stoopendaal

De heer P. Harting (rechts) bood vanochtend de heer H.J. Stoopendaal, die als employee eerste klas der PTT zijn veertigjarig ambtsjubileum viert, een oorkonde aan. Tussen jubilaris en referendaris Harting mevrouiv Stoopendaal, die mede in de hartelijke huldiging werd betrokken.

Een auto in het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van Zuilen

Het kwam natuurlijk niet zo vaak voor: een auto in het Amsterdam-Rijnkanaal. Vandaar dat het gebeuren wel de krant haalde. In het Utrechts Nieuwsblad van 31 mei 1960 lezenw e hierover het volgende:

AUTO REED AMSTERDAM-RIJNKANAAL IN

Maandagavond reed de 53-jarige bakker G.J.C. van Hunink met zijn auto het water van het Amsterdam-Rijnkanaal te Utrecht in, ter hoogte van de Theo Thijssenlaan. Terwijl de wagen nog dreef heeft de bestuurder het portier van de auto geopend, waardoor hij er uit kon klimmen.

De oorzaak van het ongeval is volgens het politierapport dat de bakker te laat bemerkte dat een voor hem rijdende auto, bestuurd door de 19-jarige mejuffrouw W.H.A. Bots linksaf wilde slaan. Hij trapte snel op de voetrem, waardoor de auto begon te slingeren en verloor de macht over het stuur. Via het rijwielpad reed hij het water in. De eigenaar is tegen W.A. verzekerd. De auto is door de brandweer op het droge gebracht.

Auto te water

Maandagavond reed de heer G.J.C. van Hunink uit Maarssen op de Amsterdamsestraatweg in de Utrechtse wijk Zuilen het Merwedekanaal[1] in, toen hij scherp uitweek voor de voor hem voorsorterende mej. W.H.A. Bots uit Maarssen. Onder grote belangstelling werd de wagen op het droge gehesen.

 

[1] Het fotobijschrift heeft het over het Merwedekanaal, in het artikel zelf staat het juiste: Amsterdam-Rijnkanaal. Het oorspronkelijke Merwedekanaal werd na uitbreiding omgedoopt tot Amsterdam-Rijnkanaal. (maar het water was in allebei de kanalen nat)

Over het badhuis aan de Dieselweg

Een ondernemersvorm die je niet zo een twee drie nog terugvindt is het beheren van een badhuis. Zuilen kende er een, aan de Dieselweg, en het werd vele jaren bestierd door de heer Van Driesum. Hij wordt door heel veel oudere Zuilenaren nog herinnerd als de man die met (on)behoorlijk bonken op de douchedeur je tot meer snelheid maande. Er stond een bepaalde tijd voor, maar eenmaal onder de douche was die tijd zo vergeten! Je kon er niet alleen onder de douche, er waren ook kuipbaden om het vuil van de afgelopen week van je af te wassen.

Ja, u leest het goed: van de afgelopen week. Er werd wat minder intensief ‘gebadderd’ dan tegenwoordig, maar daar lag een aantal redenen aan ten grondslag. Een ervan was natuurlijk het nog ontbreken van douches in de meeste woningen in Zuilen.

Dat betekende onder meer dat de jeugd ‘in de teil’ ging. Bij gezinnen met meerdere kleine kinderen was het, als kind zaak goed op te letten. Het was namelijk niet ongebruikelijk dat meerdere kinderen in hetzelfde badwater gewassen werden. Als wat oudere had je dan al snel door hoe te handelen: ach laat broertje maar eerst, dan ga ik dadelijk wel (en dan heb ik lekker schoon water).

Bent u er nog? Een teil met handwarm water is tegenwoordig toch niet zo’n probleem, zegt u, maar… er waren ook nog nauwelijks geisers of boilers. Hieruit vloeit vanzelf voort dat als het badwater veel afgekoeld was, er schoon water in de teil ging. Weer ‘handwarm’. Dat hield in dat met warm water uit de fluitketel op het gas de temperatuur van het water in de teil op een aangenaam warmteniveau gebracht werd.

Maar ook wasmachines waren nauwelijks aanwezig. Zo kwam het dat het (maandagse) wasprogramma een nogal intensieve bezigheid was. Het begon meestal al op zondagavond. Dan werd de ketel met de kookwas voor aanstaande maandag alvast op het gas gezet. Maandag was een algemeen erkende wasdag. De hele dag was ‘moeder de vrouw’ in de weer met schrobben, wringen, soppen en spoelen (zakje blauw). Meestal deed zij dit op het ‘plaatsje’ achter het huis. Ook ’s winters!

Daarna kon het drogen een aanvang nemen. Weer geen machine om deze klus van haar over te nemen, dus werd de was opgehangen op een houten spijlenrekje dat om de kachel werd gezet of bij droog vriesweer aan de lijnen achter het huis. De was bevroor en hing stijf aan de lijn. En zomers dan? Dan hing de was met mooi weer natuurlijk ook buiten, maar als het regende waren in de meeste huizen ergens (op zolder, bijkeuken, overloop) waslijnen gespannen waar de was dan (soms dagenlang) droog hing te worden. In dit kader bezien is het eigenlijk nog een wonder dat je iedere week schoon ondergoed kreeg.

Wie herinnert zich trouwens nog dat de op die zolder gespannen waslijnen, meestal van ongeplastificeerd (dat woord bestond nog niet eens!) ijzerdraad, zich ook uitstekend leenden als antenne voor de kristalontvangertjes die je bouwde en waarmee je Hilversum 1 en 2 kon ontvangen? En dat ze zo’n lekkere herrie maakten als je eraan trok?

Afijn, terug naar het badhuis. Goed dus dat de gemeente Utrecht het belang van het badhuis inziet. Dat blijkt uit dit knipsel uit het Utrechts Nieuwsblad van 30 mei 1958

… De gemeente gaat het badhuis Dieselweg verder exploiteren en dat is maar gelukkig ook, want het voorziet bepaald in een dringende behoefte, zo merkte het lid van de Gemeenschapsraad Zuilen op. De heer Hoeflaken bracht voor deze voordracht zijn speciale dank over. Aandacht vroeg de heer Hoeflaken ook voor de speelterreinen in het algemeen in de wijk Zuilen.

badhuis

Het badhuis kort na de ingebruikneming.

De zwaan in het Niftarlakeplantsoen

Het blijft een bijzondere aanwezige: de zwaan in het Niftarlakeplantsoen. Al een halve eeuw komt daar het voorjaar in beeld met een nieuw zwanennest. In 1967 reden voor de redactie van het Utrechts Nieuwsblad om hier aandacht aan te schenken. Dat deed men op 29 mei 1967:

Irenelaan

IN DE VIJVER langs het Niftarlakenplantsoen in Utrecht doet een zwaan haar zwanenplicht. Trouwens ook de heer zwaan is zich bewust van de betekenis van hetgeen zijn wijfje doet in het belang van het behoud van de zwanenstand. Hij houdt nieuwsgierige soortgenoten op een afstand. Het nest waarop de zwaan zit te broeden bevindt zich aan de zijde van de vijver die uitkomt op de Prinses Irenelaan.