Rolschaatsen op het Queeckhovenplein, mag dat?

Rolschaatsen – het huidige skeeleren – was begin tweede helft vorige eeuw mateloos populair. Er werden spaciale rolschaatsbanen aangelegd waarvan druk gebruik werd gemaakt. Maar het overleg over de aanleg (op het Queeckhovenplein) liep niet altijd op rolletjes, getuige dit bericht uit het Utrechts Nieuwsblad van 29 augustus 1962

Gemeenschapsraad Zuilen

Misverstanden niet van de (rolschaats) baan

Sombere gedachte van de heer Dirks

De beraadslaging over de moeilijkheden rond de rolschaatsbaan aan het Queeckhovenplein ging dinsdagavond in de Zuilense gemeenschapsraad niet op rolletjes. Feitelijk moest men alleen ja of nee zeggen of de rolschaatsclub Olympiade bij de lessen die op deze baan zullen worden gegeven, ook muziek mag maken. Het sentiment ging echter meespreken, men ging nakaarten en zei toen veel meer.

Bij deze rolschaatsbaan zijn bejaardenwoningen. Enkele bewoners klagen steeds over de baan, anderen vinden het prachtig. De baan is onlangs van een bitumenlaag voorzien en het lawaai is nu drastisch verminderd. En tegen het maken van (zachte) muziek bleek in de gemeenschapsraad eigenlijk ook geen bezwaar te zijn, wanneer dit in beperkte mate zou gebeuren.

Toen kwamen echter de misverstanden. De heer Hoeflaken (Chr. Part.) ging praten over te houden wedstrijden en concoursen; de heer Van Noord (KVP) zag al juichende massa’s rond de baan en soms van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat hierdoor een grote drukte voor de bejaardenwoningen. De heer Van der Slot (PvdA) meende dat men een en ander best aan de vereniging kon overlaten, die men vooraf niet de handen moest binden, voor ze iets had kunnen presteren.

Uit de discussies bleek echter overduidelijk dat geen der leden van de gemeenschapsraad een flauw idee had wat een kunstrolschaatsclub eigenlijk beoogt. Het was daarom een goed idee van voorzitter De Wilde voor te stellen, dat men eerst eens met het bestuur van Olympiade zou gaan praten.

Afscheid

Drie leden van de oude gemeenschapsraad zullen in de nieuwe raad niet terugkeren: de heren Heuvel, De Zeeuw en Dirks. Zij werden voor hun werkzaamheden bedankt. De epiloog van de heer Dirks (Zuilens Belang) loog er niet om. Hij zag de gemeenschapsraad toch geen lang leven meer beschoren en ging daarom liever zelf weg, zei hij. Ik had gedacht dat u dat ook zou doen, voegde hij de „zittenblijvers” toe.

 

 

 

 

Stadsontspanning in het park, inclusief ‘Goeiedag Bártels’.

Stadsontspanning is ook zo’n verloren gegaand fenomeen. In de jaren vijftig en zestig was deze organisatie druk met veel projecten voor de inwoners van de gemeente Utrecht (en Zuilen). Maar soms gaat het mis. Het Utrechts Nieuwsblad van 28 augustus 1956 deed verslag van zo’n door Stadsontspanning georganiseerde feestavond die niet doorging. Goed om tee weten is dat de in het knipsel genoemde Bartels een typetje was van Rijk de Gooijer.

Stads(ont)spanning bij Julianapark

(Van een onzer verslaggevers)

Voor de hekken van het Julianapark te Utrecht dromde maandagavond een groot aantal belangstellenden samen, die per fiets, bus of wandelend gekomen waren om Bááártels in de muziektent te zien. Politieagenten regelden het verkeer dat zich aan de parkzijde van de straatweg concentreerde.

Het bleef deze avond echter alleen bij belangstelling, want ons aller Bááártels was er niet, evenmin als de andere artiesten, die het niet aanwezige middelpunt vormden van al deze drukte.

Met deze publiekshow heeft Stadsontspanning laten zien, dat zij in staat is iets voor te bereiden “wat er in gaat”. Niet in het park echter, want dat bleef gesloten. Ook de verlichting bleef uit.

De avond was wegens het slechte weer afgelast. Maar vanavond, zo deelde de gemeentelijke voorlichtingsdienst mee, gaat de voorstelling in elk geval door.

Stadsontspanning meldde dat men de uitvoering van maandagavond moest laten vervallen, omdat het veld blank stond. Met een groot bord bij de ingang werd, volgens Stadsontspanning, de afgelasting gemeld. Toch heeft niet iedereen dit bord gezien, want het bleef lang druk bij het Julianapark.

Stadsontspanning

Tsja, hadden ze de ‘rusttent’ in de Tuin van Kol uit 1907 maar laten staan, dan was het slechte weer geen spelbreker geweest…

 

 

 

Over de heer Klaassens en zijn souverniers in zijn winkeltje.

De huidige enorme stroom van toeristen vindt de Utrechtse souveniers te kust en te keur. Dat is niet altijd zo geweest. Lees over de heer Klaassens en zijn souvenierskiosk in het Utrechts Nieuwsblad van 27 augustus 1958:

Wij spraken met

W. Klaassens (21 „Dommen”)

DE heer W. Klaassens uit de Linnaeusstraat 9 te Utrecht weet wel zo ongeveer wat de vreemdelingen die Utrecht bezoeken, in hun beurs hebben. Althans voor zover ze Dom, Domkerk en Domplein in hun vakantiebezoek hebben opgenomen. De heer Klaassens beheert namelijk de kiosk, die tegen de kerk aanleunt, vlak bij de Runensteen.

In de kiosk een echte souveniruitstalling. Poppen in klederdracht, verpakt in een plastic doosje. Wapenlepeltjes, schemerlampjes in de vorm van Columbus schip Santa Maria, molentjes van Delfts (?) blauw, tafel-, wand- of hoofddoek (naar keuze) met enkele fel gekleurde Utrechtse stadsbeelden erop.

Ja, Utrecht wordt niet vergeten. Kijk maar naar de uitstalling prentbriefkaarten. De Dom niet minder dan 21 maal, telkens uit een andere gezichtshoek genomen. Maar een interieur van de Domkerk heeft de heer Klaassens niet. Gek eigenlijk, zegt hij, want daar wordt juist door bezoekers van de kerk veel naar gevraagd. Maar dan moet ik nee verkopen …

Prentbriefkaarten met molentjes erop doen het best bij Engelse bezoekers. Die zijn overigens niet zo royaal met hun inkopen, weet de kioskhouder. Blijkbaar een wat krappe beurs. Nee, dan zijn de Duitse en ook de Italiaanse klanten duidelijk beter voorzien. Duitsers kopen vooral veel briefkaarten met klederdrachten erop. En Italianen zijn gek op die poppen in zogenaamd „nationaal” kostuum. Mannetjes in vuurrood pakje, met klompen aan en een ronde muts, waarvan men dan thuis, in het buitenland, kan zeggen, dat „er in Nederland ook zo mensen bijlopen.”

Een bepaalde voorkeur bij Fransen heeft de heer Klaassens niet ontdekt. Wel weet hij dat ook zij niet zo royaal zijn als Duitsers en Italianen.

Een artikel dat hard gaat, vormen de distinctieven. Heraldische waanzin, zei een voorbijganger. Maar de heer Klaassens is er mee in zijn schik. Het zijn wapens van textiel, met een stuk Dom en Oude Gracht en het woord Utrecht erop. Heel vroeger werden zulke textielproductjes bij sigaretten verpakt als toegift. In deze tijd doen ze vijftig cent per stuk.

Klaassens

W. Klaassens: …. kranten voor de show …

Kranten hangen er ook aan de kiosk. Maar dat is alleen voor de show. Elf Duitse tegen vier Engelse bladen. Het geeft een echt internationaal tintje aan dit hoekje Domplein. De heer Klaassens gebruikt de bladen als trekpleister, maar verkopen is er bijna niet bij. Het gaat zijn bezoekers om souvenirs.

Onbegrijpelijk voor velen is het plakplaatje dat hier te koop is. Bij de afbeelding staat Utrecht-Holland als tekst, net zo gewoon te lezen als u het hier ziet staan. Dit betekent dus dat het in spiegelschrift op het te versieren vlak komt. Wel vreemd, behalve voor automobilisten, want die kunnen het plaatje aan de binnenkant van hun autoruit plakken en dan zien de buitenstaanders toch in gewoon schrift dat de eigenaar helemaal in Utrecht is geweest.

IJverig en behulpzaam staat de heer Klaassens zijn klanten te woord. Of het gewone of heel goede zaken zullen worden, weet hij meestal al aan de taal, waarin men hem de vragen stelt. Omdat hij, door veel ervaring, de buitenlanders naar nationaliteit heeft leren onderscheiden aan hun koopkracht.

 

Over vissterfte in de vijver van het Niftarlakeplantsoen.

Vervuiling van het Niftarlakeplantsoen. Ook ruim vijftig jaar geleden waren er dus al problemen met vissterfte in vijvers. Maar gelukkig is er wat de rioleringen in Utrecht betreft veel verbeterd! Dit schreef de redactie van het Utrechts Nieuwsblad op 26 augustus 1965

In Niftarlakeplantsoen:

Vissen sterven in vervuilde vijver

UTRECHT — Dode vissen in het water van de vijver van het Niftarlakeplantsoen in Zuilen zijn door personeel van de gemeente verwijderd. Mannen van de plantsoenendienst hebben een bakfiets vol exemplaren uit het water opgevist. Deze dieren zijn hoogstwaarschijnlijk gestorven door gebrek aan zuurstof, dat was ontstaan door rioolwater in de vijver. Door de zware regenval was de regenoverlaat in het hoofdriool aan de Prins Bernhardlaan in werking gestel, waardoor het overtollig rioolwater in de vijver werd gespuid.

Gered

Omwonenden bemerkten al spoedig ’t gevaar, waarin de vissen kwamen te verkeren. De twaalfjarige Hans Bonewit, heeft een voorn, die in moeilijkheden verkeerde, gevangen en in een „aangeklede” teil (voorzien van zand en schelpen) verzorgd om de vis bij te laten komen. Brood en wormen vormden daartoe het voedsel voor de vis die Hans vanmorgen in het water van het Amsterdam-Rijnkanaal weer heeft laten wegzwemmen.

Niftarlakeplantsoen

Rond de jaren zeventig van de vorige eeuw is een en ander blijkbaar weer hersteld, te zien op deze foto van Het Utrechts Archief

Over een ongeluk op de Amsterdamsestraatweg dat goed afliep.

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Vaak is het dan ook nog te hopen op ‘een geluk bij een ongeluk’. Dat was in onderstaand bericht het geval. (en opvallend is de vermelding van de nog niet zo lang daarvoor ingevoerde signalering van de signalen op de ambulance!) Het stond allemaal in het Utrechts Nieuwsblad van 25 augustus 1964:

SLAGADER GETROFFEN

Verkeersslachtoffer goed geholpen

Met de drietonige hoorn luid aan en het blauwe waarschuwingslicht aan ten teken dat er een ernstig ongeval gebeurd was, reed de ambulance van de Utrechtse gemeentelijke geneeskundige- en gezondheidsdienst in de nacht van zaterdag op zondag snel naar de Amsterdamsestraatweg. Op het kruispunt met de De Lessepsstraat was hier een huisvrouw uit Maarssen, de 57-jarige mevrouw C. Daamen-Huissen gewond geraakt bij een botsing tussen bromfiets en auto. Mevrouw Daamen was als duopassagiere met haar man, de 59-jarige fabrieksarbeider J. Daamen, omstreeks het middernachtelijk uur op weg naar huis, toen het ongeval gebeurde.

De bromfietser kwam op dit kruispunt in botsing met een personenauto, bestuurd door de werktuigkundige N. R. uit Maarssen. Zij viel van de bromfiets en kreeg een slagaderlijke bloeding in de linkerlies. De Utrechtse politie verleende eerste hulp; de wonde werd afgebonden totdat de ambulance arriveerde, waarna het slachtoffer snel werd overgebracht naar het Academisch Ziekenhuis.

ambulance

Een ambulance van ‘een paar jaar’ eerder. De heer Van der Vaart reed u zo naar het hospitaal, maar zonder de drietonige hoorn en het blauwe waarschuwingslicht.

Over de kalenderactie ten bate van ’t rampenfonds in Zuilen

Zeker, dit bericht gaat over een dagje uit van de kindervereniging van ‘Mariëndaal’s Belang’. Wat me trof was de laatste regel van dit bericht over de kalenderactie. In Zuilen werden ruim 225 slachtoffers van de Watersnoodramp opgevangen.

En er werd voor hen veel georganiseerd. Het badhuis bleef 24 uur per dag open, de huisartsen verleenden gratis hun diensten en… Mariëndaal’s Belang verkocht een verjaarskalender waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de slachtoffers van de ramp. En die opbrengst was dus f 95,13!

Utrechts Nieuwsblad 22 augustus 1953

Mariëndaal op stap

Het jaarlijkse zomeruitstapje voor de kinderen van Mariëndaal’s Belang zal plaats vinden op Maandag 24 Aug. a.s. Het doel van het zomerreisje is, wegens het grote succes van enige jaren geleden, wederom bepaald op Bergzicht nabij Maarn. De tocht wordt gemaakt met vier touringcars, welke om half negen van het Vliegermonument zullen vertrekken. 250 kinderen nemen deel aan het uitstapje. Een aantal moeders dezer kinderen zal op Dinsdag 15 Sept. a.s. een autotochtje maken naar Aalsmeer en Kennemerland.

De kalenderactie ten bate van ’t rampenfonds bracht f 95,13 op.

rampenfonds

Geen foto van het uitstapje van bovenstaand bericht. wel van een jaar eerder: De buurtvereniging Mariëndaals Belang maakte ook zijn jaarlijkse uitstapjes. In 1952 ging de rit naar de Anna-Hoeve. Op dit terras zitten een aantal leden te genieten van hun kopje koffie. Geheel rechts staat mevrouw A. Drijver. De enige man die zijn colbert nog netjes dichtgeknoopt heeft is de heer van der Horst. Voor hem zit de vrouw van aannemer Stolker, Dora. Naast de heer van der Horst staat rechts de heer Moens.

 

Op zoek naar de Julianaboom in Zuilen….

Bij gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de buurtvereniging ‘Prinses Juliana’ plantte men een Julianaboom. Daarover schrijft het Utrechts Nieuwsblad van 23 augustus 1950. Maar waar staat deze boom? Is hij er nog? Wie helpt?

Zuilen viert weer feest

Feestelijke inzet zilveren buurtv. „Prinses Juliana”

De planting van de Julianaboom

(Van onze Zuilense correspondent)

De feestelijkheden ter gelegenheid van het zilveren feest van de buurtver. „Prinses Juliana” te Zuilen zijn hedenmiddag begonnen.

Ongeveer twee uur verzamelden zich op het feestterrein St. Josephlaan het bestuur, vele leden en vele belangstellenden”; waar de voorzitter de heer P. Boss een rede hield waarin hij een terugblik wierp over de afgelopen 25 jaar memorerende het vele wat verricht was. Hij uitte de woorden van dank tot degenen die daaraan hun beste krachten hebben gegeven. Speciaal werden genoemd de heren G.M. Gummels, oud-voorzitter, J. van Kampen, Th. Verzuu Sr. P. van Ede en A.A. van der Werff, wethouder van Zuilen, die steeds zijn beste krachten ter beschikking stelde.

Na de openingsrede had een gecostumeerde rondgang over het terrein plaats, waaraan door talrijke groepen van kinderen werd deelgenomen. Het was een lange en fleurige stoet, die veel belangstelling trok.

Ongeveer drie uur had een ontvangst van verschillende autoriteiten plaats op het Dr. Schaepmanplein.

Wij merkten hierbij op Burgemeester O. Norbruis die de boomplanting verrichtte, wethouder A.A. van der Werff ( die langzaam herstellende is ), Th.W. Ruygrok, A.C. de Wit, gemeentesecretaris A.J. van der Weerd en vele deputaties van bevriende verenigingen.

Bij de boomplanting werd voorlezing gedaan van een telegram aan H.M. Koningin Juliana: „Vijfhonderd kinderen met hun ouders, leden van de Buurtvereniging Prinses Juliana te Zuilen bijeen bij de planting van een Juliana-boom bij gelegenheid van het zilveren jubileum der Vereniging betuigen Uwe Majesteit hun oprechte aanhankelijkheid en trouw en spreken de wens uit, dat het God moge behagen U vele jaren te sparen als Moeder en Vorstin van land en volk en Uw hooggeacht Koninklijk Gezin. Het bestuur.”

Bij de boomplanting werd de volgende oorkonde in een fles onder de boom gelegd: „Heden 23 Augustus van het jaar des Heren 1950 in het derde regeringsjaar van H.M. Koningin Juliana, in het jaar waarin de gemeente Zuilen het 1200 jarig bestaan vierde, bij gelegenheid van het zilveren jubileum van de Buurtvereniging Prinses Juliana werd deze boom geplant door de Edelachtbare Heer O. Norbruis, burgemeester van de gemeente Zuilen. De vorige boom werd op deze plaats geplant bij gelegenheid van het 2e lustrum der Vereniging in de maand Augustus van het jaar 1935. In de oorlogsjaren van 1940 tot 1945 viel de boom, geveld door onbekende hand, in de nacht door de nood daartoe gedreven ten gevolge van de enorme voedsel- en brandstoffennood die in deze donkere bezettingsjaren heerste.

De leden van de Buurtvereniging rekenden het zich tot een eretaak op dezelfde plaats een nieuwe boom te planten opdat voor het nageslacht zij zal blijven getuigen van hun oprechte wil om gepleegd onrecht te herstellen en van hun aanhankelijkheid en trouw aan onze geëerbiedigde Koningin Juliana, naar wie de boom zal worden genoemd, de Julianaboom. Een lijst van de kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 15 jaar, allen met hun ouders bij deze boomplanting aanwezig gaat hierbij.

Zuilen, 23 Augustus 1950,

getekend door het voltallige bestuur.

Julianaboom

Op de foto: op achtergrond het bestuur, daarvóór aantal kinderen, die deelnemen aan optocht. Meisje met strohoed, daarnaast v.l.n.r.: de heer L. Groeneveld, commissaris P. Verzuu, secretaris, P. Boss, voorzitter, J. v.d. Griendt, penningmeester, P. Overdiek, commissaris, J. van Oostrum, 2e penningmeester, J. Visser, commissaris. De heren A. Kuipers, 2e voorzitter en H. Bosman, 2e secretaris konden niet bij de opname van de foto aanwezig zijn.

Dankzij Augustinessen kwam er een tehuis in de Salvatorkerk.

De zusters Augustinessen zijn nog steeds actief in het pand op de hoek van de Oude Gracht en de Waterstraat. In 1967 kwamen zij ook naar Zuilen. Hierover schreef het Utrechts Nieuwsblad op 22 augustus 1967:

Tehuis voor dertig werkende meisjes in parochiehuis

Zusters Augustinessen kopen Salvatorkerk
en parochiehuis Adr. van Bergenstraat

(Van een onzer verslaggeefsters)

UTRECHT — De Zusters Augustinessen die tot nu toe in Utrecht alleen de beschikking hadden over een gebouwencomplex aan de Waterstraat en de Oude Gracht, hebben zoals deze week gemeld hun bezit uitgebreid. Zij hebben de Sint Salvatorkerk en het daarbij behorende parochiehuis aan de Adriaan van Bergenstraat gekocht.

„Het was hard nodig”, aldus de prior-generaal, zuster A. van Rijssen, „Want wij puilden ons huis hier uit”. De totale kosten van de koop en de verbouwing van de kerk tot een geschikte parochieruimte zijn ongeveer driehonderdduizend gulden.

Het parochiehuis is gekocht van de stichting katholieke jeugdhuizen, die het pand enkele jaren tevoren kocht van de Sint Salvatorparochie. Deze bezit sedert enkele jaren een nieuwe kerk en een nieuw huis aan de Pionstraat. Betreffende de kerk is een voorlopig koopcontract gesloten met de St.-Salvatorparochie, dat in september zal overgaan in een definitief contract.

In het pas gekochte parochiehuis wonen sinds maandag al enkele zusters Augustinessen. In de loop van de maand zullen er nog meer verhuizen vanuit ’t oude gebouw. Maar het parochiehuis is niet alleen voor hen bestemd.

De zusters Augustinessen hebben het ambitieuze plan om in het parochiehuis een tehuis voor werkende meisjes te vestigen. Zij zullen daar, tegen vergoeding voor kost en inwoning, kunnen verblijven en zo verzekerd zijn van hulp in moeilijke tijden, als zij bijvoorbeeld zonder werk komen. In de toekomst kan zo aan een dertigtal meisjes onderdak verschaft worden. Zuster Van Rijssen vertelde dat dit plan al lang leeft bij de orde; in andere steden hebben zij al een dergelijk tehuis.

De kerk zal verbouwd worden tot een ruimte waarin parochie-activiteiten gehouden kunnen worden. Ook komt er een kapel. Een nieuwe naam voor de kerk is nog niet gevonden. Aan de jongelui, die tot nu toe activiteiten ontplooiden in het parochiehuis, zal dan in de kerk ruimte gegeven worden. Ook de club uit Chartroise gaat in de toekomst naar het nieuwe gebouw.

Ruim acht jaar zijn de Zusters Augustinessen op zoek geweest naar een nieuwe ruimte. In het bestaande complex wonen zestig zusters, tien dames die bij het werk helpen, zestien meisjes die een praktijkopleiding volgen (bijvoorbeeld voor kinderverzorgster), twaalf parochiezusters en dan is er nog een Meisjesstad, waar ongeveer 36 vrouwen en meisjes verblijven.

Meisjesstad is een tehuis voor dakloze vrouwen en meisjes, eventueel met hun kinderen, die daar tijdelijk kunnen komen wonen. Het is niet zo, zoals uit eerdere berichten opgemaakt zou kunnen worden, dat er in het nieuwe gebouw een nieuwe afdeling van Meisjesstad komt. Dit blijft alleen aan de Waterstraat.

In het parochiehuis aan de Adriaan van Bergenstraat zal een aantal onderwijzeressen wonen die lesgeven aan scholen verbonden aan de orde, en een aantal van de parochiezusters en de zusters die de clubs in Chartroise leidt.

Salvatorkerk

De Salvator Noodkerk werd door de zusters Augustinessen aangekocht.

Een invalidenwagen voor iedereen (dankzij het Utrechts Nieuwsblad!)

Een invalidenwagen was niet voor iedereen beschikbaar. Dan is het goed als door een goed opgezette actie (van het Utrechts Nieuwsblad) een groot aantal invaliden toch de beschikking krijgen over zo’n vervoermiddel. En wat wáren de ontvangers er blij mee! In het Utrechts Nieuwsblad van 21 augustus 1958 deed men verslag van de uitreiking van de 28ste…

Weer invalidenwagen (nummer 28!) uitgereikt

De 28e invalidenwagen, gekocht van de gift van ƒ 500 van een mevrouw uit Zeist, die onbekend wenst te blijven, werd woensdagavond uitgereikt aan mevrouw M. van Amerongen-Seidel in de Jan van Zutphenlaan 3 in Utrecht.

De 56-jarige mevrouw van Amerongen is al 13 lange jaren reumapatiënte. Haar ziekte openbaarde zich plotseling en bleek niet meer te stuiten.

De zieke bleef niet bij de pakken neerzitten. Zij ondergingen behandeling in het revalidatiecentrum de Hooghstraat in Leersum. Maar al haar eigen flinkheid kon niet verhinderen dat mevrouw Van Amerongen nu al vier jaar in huis moet blijven, waar zij zelf de kleine karweitjes nog opknapt. Voor het grove werk is er hulp van buiten nodig, omdat de heer Van Amerongen zelf hartpatiënt is en eind 1953 zelfs een ernstige hart operatie moest ondergaan.

“Ik moet toch nog wat te doen hebben”, zegt mevrouw van Amerongen blijmoedig en ze handwerkt wat, stopt kousen en sokken.

Door de wagen zijn er voor deze moedige, in Polen geboren en sinds dertig jaar in Nederland wonende vrouw, weer hele nieuwe mogelijkheden. Haar wereld kan weer groter worden dan de muren van het huis, waarin zij woont. Mevrouw Van Amerongen en haar man waren allebei ontzettend blij met de wagen. Dat ziet u ook wel aan de stralende gezichten op de foto. De voorzitter en de secretaris van de Algemene Nederlandse Invaliden Bond, afdeling Utrecht, waren bij deze blijde ogenblikken aanwezig.

Bij de secretaris van de afdeling Utrecht van de ANIB werd f 1.- gebracht door de heer U. te Utrecht ten bate van de actie.

Wilt u ook verder allemaal blijven helpen, met kranten, capsules, etc. de actie tot een volledig succes te maken? Opdat iedere Utrechtse invalide, die het nodig heeft, door u zijn of haar wagen kan krijgen.

 invalidenwagen

Mevrouw M. van Amerongen-Seidel kreeg gisteravond een invalidenwagen van de U.N.-zilverpapieractie. Hier ziet u haar, met haar man, genietend van het nieuwe bezit, dat het echtpaar veel meer bewegingsvrijheid geeft.