Het Schaakwijk

Na de Tweede Wereldoorlog werden de twee grote Zuilense industrieën, de wagon- en bruggenfabriek Werkspoor, en de staalgieterijen van Demka, van groot belang voor het herstel van de economie van ons land. Op korte termijn moesten de kapotte bruggen hersteld en het openbaar vervoer worden uitgebreid.

De beide fabrieken kwamen om in het werk, waarvoor personeel werd geworven in alle delen van het land.

Die werknemers wilden graag in de directe omgeving van de fabriek wonen.

Deviezentekorten beperkten echter de mogelijkheden sterk.

De Zuilense gemeentearchitect W.C. van Hoorn verwierf landelijke bekendheid met een gedurfd staaltje architectuur: de bouw van woningen die bekend kwamen te staan als ‘Het Schaakwijk’. Met deze woningen bracht Van Hoorn namelijk een record op zijn naam. Tot dan toe waren de bouwkosten van de goedkoopste woningen die gebouwd werden – in Bussum – ongeveer ƒ 7.500. Van Hoorn wist extra toewijzingen voor de bouw van woningen in Zuilen te bewerkstelligen, door dit project op te zetten, waarvan de woningen voor slechts ƒ 5.500 gebouwd konden worden. De eerste aanvraag betrof 120 woningen. In ‘Den Haag’ ging men uit van een rekenfout en Van Hoorn werd uitgenodigd de rekenfout even aan te komen wijzen. Toen bleek dat van een fout geen sprake was, mochten in plaats van 120 zelfs 240 woningen gebouwd worden, mét een lavet, waardoor de bouwkosten stegen naar het formidabele bedrag van 5850 gulden (!) per woning.

Terwijl men aan de voorkant nog aan het bouwen is, hangt de was al aan de lijnen bij de achterste woningen.

Het succesverhaal van de architect gaat nog verder, de woningnood was ook met de 240 flatwoningen nog lang niet opgelost en de in Zuilen aanwezige fabrieken – en dus de werknemers ervan – waren van zo’n groot belang, dat het uiteindelijk 360 woningen werden. De straten in dit wijkje werden genoemd naar schaakstukken en dat maakte dat de wijk ‘Het Schaakwijk’ genoemd werd.

Het Schaakwijk vanuit de lucht. Vanuit hetzelfde vliegtuigje, nu vanaf de andere kant gezien.

Het idee om de straten naar een (denk)sport te vernoemen, kreeg redactionele aandacht van verschillende kranten uit die tijd. Zo stond in het Utrechts Nieuwsblad van 6 september 1951:

Origineel denkbeeld

Ondanks alle moeilijkheden gaat de bouw van woningen in Zuilen gestadig door. De Prinses Margrietstraat, achter de Burgemeester van Tuyllkade gelegen, is al flink volgebouwd en de twee straten welke hierop zullen uitkomen zijn genoemd naar een tweetal schaakmeesters, de Max Euwestraat en de Stauntonstraat. Deze twee straten worden verbonden door de Pionstraat, Paardstraat, Loperstraat, Torenstraat, Damestraat en Koningstraat, genoemd dus naar de stukken van het schaakspel.

Een origineel idee van het Zuilens Gemeentebestuur dat wijde perspectieven opent voor toekomstige bebouwingen in stad en land. Dan staat ons wellicht in een voetbalwijk het Kraakplein, de Scheenbeschermersingel en het Terlouwplantsoen te wachten.

Op 16 november 1951 schreef men in dezelfde krant:

Schaaksimultaanseance te Zuilen

Woensdag 21 November wordt de eerste woning van de Schaakwijk te Zuilen door de Commissaris der Koningin officieel in gebruik gesteld en zal Dr. Euwe een Schaakstuk onthullen. Des middags drie uur wordt in het Juliana-Restaurant een simultaan-seance gespeeld tussen Dr. Euwe en een aantal Zuilense schakers. De burgemeester en de gemeente-secretaris zullen er aan deelnemen, en de volgende leden van Zuilense Schaakverenigingen: van de Schaakclub Zuilen: H.H.M. v. Garderen, H. Koudenburg, Th. Overes, Ds. C.J. v. Rooyen, M.M. Schoep en W. v. Weeren; van de Schaakclub Oud-Zuilen: A. Bregman, H. Bloemink, G. v. Kuyk, A.W. Koster, C. Oly en L. Stokkers; van de Schaakclub P.V.W.: N. Deller, E. Bocek, D. v.d. Werf, A. v.d. Steen. A.W. Emmerik en W. Doeland.

Laat de Zuilenaren maar schuiven, die weten met een schakende burgemeester aan het hoofd, de stukken best te hanteren. Dr. Max Euwe, die gisteren de gast van het gemeentebestuur was ter gelegenheid van de opening van de speciale schaakwijk, moest getuigen dat hij de handen vol had tijdens de simultaan-seance in het Julianarestaurant. Niet minder dan 32 Zuilense schakers namen het tegen de grootmeester op. Van hen moesten er 27 het veld ruimen. De heer C. Olij, van de schaakclub ‘Oud-Zuylen’, heeft zijn partij echter gewonnen. Vier partijen eindigden in remise, dit was o.a. die van burgemeester Norbruis, die dan ook ere-voorzitter van ‘Oud-Zuilen’ is, Ds C.J. van Rooijen, van ‘Zuilen’, A. v.d. Steen, van de P.V.W. Schaakclub, en S. de Vries  brachten het tot hetzelfde resultaat. ‘Een zware seance’, zeide Max Euwe. Zij heeft vier uren geduurd. Op de foto: burgemeester Norbruis verdiept in het schaakstukken-conglomeraat.

Meer weten over Het Schaakwijk en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Koppestokstraat

Koppestok was een veerman die in de zestiende eeuw werkzaam was bij Brielle. In 1572 besloten de Watergeuzen Brielle in te nemen.

Koppestok zou Bloys van Treslong hebben verteld dat in Brielle geen Spaans garnizoen was. De stad werd geplunderd en er werden diverse wreedheden begaan, waaronder de moord op de martelaren van Gorcum. – bron: Wikipedia.

De Koppestokstraat is slechts ten dele ‘Zuilens’. De grens met Utrecht liep ongeveer ter hoogte van nummer 37: alle hogere nummers hoorden tot de gemeente Zuilen, de lagere nummers hoorden bij Utrecht.

Overigens: in de, na de annexatie, door de gemeente Utrecht gehanteerde wijkgrens hoort de Koppestokstraat wél volledig bij de wijk Zuilen.

We maken een wandeling door de straat en vertellen u wat we aan informatie kregen van twee voormalige bewoners van de Koppestokstraat, de heren Beerthuyzen en De Rooij.

Voordat we gaan ‘wandelen’ is het van belang te weten dat veel van de woningen in de Koppestokstraat al jaren geleden gesloopt werden. Veranderende wooneisen maakte dat de woningen vervangen werden door nieuwbouw. Onze wandeling doen we door de straat in de nog oude situatie.

Ook goed om te weten is dat de woningen in deze straat tussen de Blois van Treslongstraat en de Van der Marckstraat (het Utrechtse deel van de straat) huurwoningen zijn, terwijl de woningen voorbij de Van der Marckstraat (grotendeels het Zuilense deel) koopwoningen zijn.

De bewoners van de huurwoningen in deze straat verhuisden zeer vaak. Zó vaak, dat het behang soms met punaises werd vastgemaakt, dan kon het bij het betrekken van een andere woning worden meegenomen!

Kinderen De Rooij staan voor het kolenhok. Onder de klep in het midden werden de kolen geschept.

De huurwoningen werden aan de achterzijde voorzien van een kolenhok. Dit vraagt voor de huidige generatie enige uitleg. Er is een tijd geweest dat vrijwel iedereen kolen stookte. Dat was een heel gedoe. Aan het eind van de zomer, tegen de herfst, kwam de ‘kolenboer’ de kolen brengen. Antraciet, eitjes, vijfjes en briketten waren de gebruikelijke soorten die verstookt werden. Ze waren bestemd voor de kolenkachel. Zo’n kachel stond in de huiskamer. Daarmee was de huiskamer in de meeste gevallen ook het enige vertrek in het huis dat werd verwarmd.

In één keer de hele kolenvoorraad van de komende winterperiode in de kachel stoppen was er natuurlijk niet bij. Daarvoor hadden de bezitters van een kolenkachel een ‘kolenhok’.

Vanuit de stad richting Zuilen zit rechts op de hoek Nicolaas Ruychaverstraat de slagerij. Tussen de woningen met de nummers 3 en 5 waren twee houten deuren. Deze gaven toegang tot het schildersbedrijf van A. Geesink.

Op nummer 7 zat ‘vloerlegger’ H.J. Kerkdijk. Een paar huizen verder, op nummer 11 woont de familie de Rooij. Nummer 19 was van IJzendoorn, behanger en stoffeerder.

De hoek met de Van der Marckstraat werd de winkel van Henk Pot.

Over de even zijde is minder te vertellen. ‘Op nummer 10 woonde Christiaanse, in de straat bekend als chauffeur bij het GEVU. De heer Kippers van nummer 22 werkte als timmerman voor de gemeente Utrecht en metselaar Hulsdouw van nummer 34 is later aannemer geworden. Hij heeft diverse werken op zijn naam staan.

Deze school aan de Koppestokstraat, begon als Utrechtse Openbare Lagere School. Foto van Het Utrechts Archief.

In 1929 werd op nummer 38 een openbare lagere school geopend. De school ging na vier jaar dicht, in verband met ‘inkrimping bij het onderwijs’.

In 1936 diende het parochiebestuur van de St.-Salvator parochie een verzoek in ‘om vier lokalen van het schoolgebouw aan de Koppestokstraat voor een te stichten school beschikbaar te stellen’.

Dit verzoek werd gehonoreerd en op 2 september 1937 deed de krant melding van de opening van de nieuwe school. Burgemeester Fockema Andreæ is dan niet bij aanwezig, het is een school voor rooms-katholiek onderwijs geworden, de Salvatorschool. Deze keer is een van de sprekers pastoor Ariëns.

De leiding van de school kwam in handen van de zusters van de Salvatorparochie. Enige opvolgende jaren wordt financiële steun gevraagd voor uitbreiding van de school, de bijbehorende speelplaats, leermiddelen (waaronder een trapnaaimachine), markiezen, enz.

De woning aan de Koppestokstraat 81 is versierd, de familie staat klaar om G. van ’t Land welkom thuis te heten. Hij was een van de Zuilense Nederlands-Indië-gangers.

Meer weten over de Koppestokstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Berlagestraat

Hendrik Petrus (Hein voor intimi) Berlage was een groot architect en stedenbouwkundige. Hij ontwierp bijvoorbeeld het gebouw in Amsterdam dat we allemaal kennen als ‘De beurs van Berlage’.

Hij bedacht niet alleen voor Amsterdam een grootschalig stedenplan, dat deed hij ook voor Utrecht. Daarin was zelfs in een vliegveld voor Utrecht voorzien. Wij beperken ons hier tot zijn ‘Zuilense’ inbreng: met onder andere de door hem ontworpen As van Berlage.

In 1917 ontwierp Berlage op initiatief van de Utrechtse wethouder en latere burgemeester Fockema Andreæ, samen met de Utrechtse directeur Openbare Werken L.N. Holsboer een uitbreidingsplan voor de stad Utrecht.

Flats aan de Berlagestraat. (Foto: Het Utrechts Archief)

Ook omliggende gemeenten werden voor zover nodig opgenomen in dit plan, met onder meer een infrastructuur voor de nieuw te bouwen wijken voor arbeiders zowel in Utrecht als in Zuilen.

In het begin van de vorige eeuw groeide Zuilen onstuimig. Twee grote industrieën streken neer op het grondgebied van Zuilen, dicht tegen de gemeentegrens van Utrecht.

De fabrieken van Werkspoor in Amsterdam vestigden in Zuilen de Wagon- en Bruggenfabriek (1913) en vanuit het Groningse Martenshoek verplaatste J.M. de Muinck Keizer (Demka) zijn staalfabriek in 1916 ook naar Zuilen.

Het ontwerp van Berlage Holsboer voorzag in een extra ontsluiting vanuit het centrum van Utrecht in noordelijke richting, parallel aan de Amsterdamsestraatweg.

In het plan verwerkten de beide heren typische elementen die aan Berlage eigen waren: een ‘stemvork’ model en een zogenoemd ‘wagenwiel’. – Met  een wagenwiel wordt de rotonde bedoeld waarop de verschillende straten als de spaken van een wiel uitkomen. – Slechts een deel van dit plan werd uitgevoerd. Tegen de tijd dat de bebouwing aan de laatste deel van de as (ter hoogte van het Prins Bernhardplein was een tweede wagenwiel ontworpen) gestalte zou krijgen, werd door de crisisjaren en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog een streep door dit plan gehaald.

Over de as is al heel wat te doen geweest en al vele jaren wordt getracht de ideeën van Berlage zo goed mogelijk uitgevoerd te krijgen. Zo heeft het plein aan het einde van de Sweder van Zuylenweg – dat sinds einde vorige eeuw de naam ‘Berlageplein’ kreeg – al heel wat pennen in beroering gebracht. In eerste instantie werd het een rotonde. Omdat het gebruik daarvan niet meer voldeed, werd deze rotonde eind jaren zeventig omgebouwd tot een bijna onneembare ‘rijexamenkraker’. Maar het is allemaal goed gekomen: het is nu weer een rotonde, het is weer een ‘wagenwiel’ en past naadloos in het plan van Berlage (en Holsboer, maar die wordt maar weinig genoemd).

Het Zuilense deel van het plan van Berlage: twee wagenwielen, een stemvork en de alom geroemde ‘As van Berlage’ en… linksboven de verlegde bocht van het kanaal.

Utrecht en Zuilen hebben veel aan Berlage te danken. Toch zijn er in het genoemde uitbreigingsplan onderdelen – toen – niet uitgevoerd, waarvan begin 21ste eeuw alsnog aan gewerkt wordt.

De bekende bocht in het Amsterdam-Rijnkanaal was in de visie van Berlage te scherp. Hij bedacht een kromming vóór de bocht (vanuit Maarssen) waardoor de bocht makkelijker te nemen is. – Anno 2022 is Rijkswaterstaat al vijf jaar bezig met een plan tot verbreding van het kanaal, door de loshaven van de Demkafabrieken langs de hele bocht door te voeren.

De woningen in de Berlagestraat zijn van hetzelfde type als die van de Van Heukelomlaan. De Berlagestraat gaat nog wel even de hoek om, en daar in de bocht werd een moskee gebouwd, terwijl net voorbij de bocht een aantal kleine ondernemers zich vestigeden.

Verschillende bedrijven op het stukje van de Berlagestraat ‘om de hoek’.

Meer weten over de Berlagestraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Van Heukelomlaan

G.W. van Heukelom heeft een stempel gedrukt in de architectuur, én op Zuilen. Hij was de man die voor de Nederlandse Spoorwegen Hoofdgebouw 3 ontwierp (De Inktpot). Dit gebouw trekt tijdens Open Monumentendag grote aantallen bezoekers die zich verbazen over het prachtige ontwerp van het grootste bakstenen gebouw van Nederland.

Speciaal voor deze bouw – om verzekerd te zijn van de aanlevering van voldoende bakstenen – kocht Van Heukelom een steenfabriek op. Toen hij merkte dat die fabriek onvoldoende capaciteit had, kocht hij nóg een steenfabriek op, de aan de Kantonnaleweg te Zuilen staande steenfabriek ‘De Volharding’.

Veel minder bekend is dat alle deuren van De Inktpot geleverd werden door… Werkspoor!

Een markante bewoner van deze laan was ‘Dikke Willem’. Broodbezorger in de Geuzenwijk voor de Lubro bakkerij – nadat hij ook nog even bij Werkspoor had gewerkt. – Behalve in het brood van zijn werkgever handelde hij ook naar hartenlust in polshorloges en sieraden.

W. Jansen uit de Van Heukelomlaan 109.

Hij deed het goed, want met zijn omzet was de directie van Lubro altijd dik tevreden en aanmerking maken op zijn bijverdiensten met de horloges en de sieraden was er dan ook niet bij.

De omvang van Jansen is aan de andere bewoners van de Van Heukelomlaan niet voorbij gegaan: ‘Ja, Jansen, ja, dat weet ik nog wel. Die reed in een Mercedes, en als hij ingestapt was, hing die auto behoorlijk scheef [in de jaren zestig was Jansen enige tijd de dikste man van Nederland, en als zodanig te gast in het destijds zo populaire programma “Voor de Vuist Weg”, van Willem Duys]. Pas als zijn vrouw ook in was gestapt ging de auto weer een beetje in de normale stand.’

Zoon Wim Jansen beaamde het onmiddellijk en vulde er nog bij aan: ‘Vanwege zijn omvang moest de autostoel van mijn vader zóver naar achteren, dat hij niet meer bij de pedalen kon met zijn voeten. Daarvoor werden de pedalen verlengd.’

In de nieuw aangelegde straat ontbraken bomen. Juist in de Van Heukelomlaan worden die gemist, het plantsoen voor de deur – werd lange tijd de Van Heukelomlob genoemd en heet sinds enige jaren officieel Van Heulompark – mistte nog de aanplanting.

Aan de overkant van de Van Heukelomlaan, toen nog de W.J. Bossenbroekstraat, stond de noodschool van de Openbare Lagere School 7. Leerlingen van die school werden op Boomplantdag betrokken bij de nieuwe aanplant. De bomen zijn inmiddels gerooid, omdat zij plaats moesten maken voor de bouw van de moskee.

Op nummer 85 woonde de familie Keijzer, een gezin met 10 kinderen. Dochter José herinnert zich:

‘In de tijd dat wij er woonden, was een auto een niet alledaags vervoermiddel.

Onze lichtblauwe Renault 4 bleek tijdens de StraatReünie op 6 november 2016 in het Museum van Zuilen een herkenning te zijn van medebewoners in die tijd.

De achterbank was eruit gehaald en twee mooie klepbankjes waren achterin gemaakt, in de lengte geplaatst. Zo hadden we plek voor acht kinderen. Bovendien konden in de bankjes spullen worden gelegd. Een broertje, die klein van stuk was zat bij mijn moeder aan de voeten voorin.

Het tiende kind kwam veel later en zo hebben we een aantal jaren gereden naar verschillende vakantieadressen en familiebezoekjes.

De bankjes hebben nog jarenlang in de familie vele diensten bewezen, tijdens de vakanties konden ze ook zo in de tenten worden gezet en voilà we hadden weer een paar zitplaatsen erbij.’

‘Kinderen Keijzer (en anderen) aan de achterzijde van de Van Heukelomlaan’.

Leendert van Veldhuizen woonde op nummer 27 in de Van Heukelomlaan. Hij herinnert zich:

…‘Drie sportvelden naast elkaar voor onze deur, vrijelijk te betreden, waar we eindeloos voetbalden met hoopjes jassen als doelen. Voetballen met wie er was, ook met mensen met wie je eigenlijk ruzie had.

In de strenge winters begin jaren zestig maakten we ijsbaantjes op het gras met water uit de tuinslang tussen randen van sneeuw…’

Leendert showt u een vrij nieuw fenomeen dat ook werd toegepast in de flats van de Van Heukelomlaan: een intercominstallatie met deuropener, vanuit de hal te bedienen. Maar als je nog niet groot genoeg bent, heb je daar wel een krukje bij nodig natuurlijk.

 Meer weten over de Van Heukelomlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Minister Talmastraat

Dominee A(ritius) S(ybrandus) Talma (* 17 februari 1864 – † 12 juli 1916), was aanvankelijk Nederlands-hervormd predikant maar werd in 1901 lid van de Tweede Kamer voor de Anti-revolutionaire Partij. Hij was minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 1908 tot 1913. Hij zette zich met verve in voor de verbetering van de levensomstandigheden van grote beroepsgroepen in onze samenleving. Talma was in het begin van de vorige eeuw een van de belangrijkste sociale hervormers in Nederland. Hij heeft een paar cruciale sociale wetten uitgevaardigd, waaronder de Ziektewet en de Invaliditeits- en Ouderdomswet. In Utrecht is een laan naar hem genoemd, in (de voormalige gemeente) Zuilen besloot het gemeentebestuur een straat naar hem te noemen.

De Minister Talmastraat is een wat langere straat die begint bij de W.J. Bossenbroekstraat en eindigt bij het Theo Thijssenplein, bij de sportvelden van de voetbalvereniging ‘Elinkwijk’. – Dit is niet altijd zo geweest. Bij de realisatie van de eerste woningen van complex 3, was de Minister Talmastraat aan beide zijden doodlopend.

De straat loopt grotendeels parallel met de Amsterdamsestraatweg en werd, ongeveer in het midden, voorzien van een tweetal plantsoenen. Langs deze plantsoenen, links en rechts van de Patrimoniumstraat, werden twee winkelstrippen gecreëerd.

Kort na de realisering van complex 2 van woningstichting ‘Eigen Haard’ (op ’t Zand) bouwde men complex 3: aan de C. Smeenkstraat, Minister de Visserstraat, de Luit Blomstraat en een aantal woningen aan de Minister Talmastraat. Dat zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 

Dit zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. We gaan eens kijken wat daar zoal te koop was.

Als we van start gaan met de beschrijving van deze winkels, beginnen we op de hoek van de Minister Talmastraat en de C. Smeenkstraat. Daar zat de kapsalon van de heer ten Hulscher. Later kwam de heer Lips in dit pand, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door twee van zijn zoons, die op dit adres anno 2022 nog steeds actief zijn. De coupes die zij knippen zijn wel anders geworden dan toen de heer ten Hulscher hier de schaar hanteerde.

Naast de kapsalon zat een sigaren- en sigarettenwinkel onder de luisterrijke naam ‘Sigarenmagazijn Talma’. Die werd gerund door de heer Kuiper. We gaan door met drogisterij Zonsveld, slagerij Vos (die ook een slagerij had in de Wethouder D.M. Plompstraat) en bakkerij Dingemans. In de winkel van de heer Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer, een bekende bakker in de wijk Zuilen die ook vestigingen had in de stad Utrecht.

Exterieur van drogisterij ‘Zonsveld’ aan de Minister Talmastraat. Dit winkelblok werd in twee delen gebouwd. De eerste drie werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Dit blok begon zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

 Op de hoek van de Patrimoniumstraat kwamen we vervolgens bij kruidenier Zetstra die vele, vele jaren ook een winkel (later zelfs één van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen) had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

We steken de Patrimoniumstraat over en komen dan bij het pand waar melkboer Verhoef zat. De heer Verhoef werd opgevolgd door de ‘handelaar in zuivelproducten: F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Van een zoon van de familie Dingemans is het volgende verhaal: ‘Onze bakkerswinkel werd geopend op 15 november 1953 op nr 39. Het woonhuis daar boven was nr 39bis. Op 12 juni 1961 werden bedrijf en gebouwen overgenomen door bakker Karel H. Boonzaaijer uit de Werner Helmichstraat.

Ik heb nog wat foto’s voor je opgediept die ik hierbij stuur.

Wien Dingemans, een logee, mijn moeder en ikzelf, Gerrit Dingemans.’

Na de annexatie werden aan de Minister Talmastraat deze flatwoningen gebouwd. Zij moesten, evenals de flats van de Pedagogenbuurt wijken voor het nieuwbouwproject ‘Groen Zuilen’. (foto: Het Utrechts Archief, 1953-1957)

Meer weten over de Minister Talmastraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Pedagogenbuurt

Een beschrijving van de Pedagogenbuurt beperkt zich in dit geval vooral tot de omschrijving van de markante flats die symbool stonden voor de buurt. Deze flats werden door de Zuilense gemeentearchitect, W.C. van Hoorn, ontworpen. Op 19 september 1952 schrijft het Vrije Volk:

‘Ruim driehonderd flats verrijzen in Zuilen…

…De flats worden in vier woonlagen en in acht complexen van 40 woningen gebouwd. Zes van deze complexen worden achter elkaar opgetrokken met een tussenruimte van 29 meter welke ruimte wordt opgevuld met een plantsoen en een z.g. woonstraat (een betrekkelijk smalle straat, ongeschikt voor het grote verkeer, maar wel toegankelijk voor groenteboer, bakker, vuilnisauto enz.)

Tussen de twee resterende complexen wordt een speelweide aangelegd van 100 x 80 meter.

Ieder complex wordt voorzien van twee centrale trappenhuizen en galerijen op iedere verdieping. Ondergronds wordt voor ieder gezin een bergplaats ingericht…’

Zo kwamen blokken flats in Zuilen te staan, vier woonlagen hoog! Gelukkig was een inwoner zo alert om een serie foto’s van de bouw te maken. In het huidige tijdperk gaat alles digitaal en worden van zulke projecten ook filmbeelden gemaakt. In 1952 was het vrij bijzonder dat er ‘op uitgebreide schaal’ een en ander wordt vastgelegd.

Maar, gelukkig hébben we die foto’s nog!

De kelderruimtes onder de flats

Ondertussen een kleine beschrijving van de straatnaamgevers:

H. Bavinck

Herman Bavinck werd op 13 december 1854 geboren in Hoogeveen, waar zijn vader predikant was van de Christelijke Gereformeerde Kerk. In 1857 verhuisde het gezin Bavinck naar Bunschoten en in 1862 werd een beroep aangenomen naar Almkerk in de Bommelerwaard. Hij rondde de academische studie in Leiden af met een promotie cum laude over de Zwitserse reformator Zwingli. (Bron: Wikipedia)

A.H. Gerhard

Adrien Henri Gerhards wieg stond in het Zwitserse Lausanne en hij werd daar voor de eerste keer ingelegd op 7 april 1858. Na een leven als Nederlands politicus, vrijdenker, onderwijsspecialist en bestuurder van de S.D.A.P. overleed hij te Bakkum op 3 juli 1948, 90 jaar oud.

Mgr. Dr. Hoogveld

Johannes Hendrikus Everardus Jacobus Hoogveld was filosoof en pedagoog. Hij werd 25 juli 1878 geboren in Elden en overleed op 23 juli 1878 te Nijmegen.

A.M. de Jong

De Jong werd op 29 maart 1888 geboren in Nieuw Vossemeer, een dorp in het westelijk deel van Noord-Brabant. Het gezin had 13 kinderen. De Jongs vader was landarbeider, en ging op zoek naar meer welvaart als arbeider in Rotterdam. Veel van De Jongs herinneringen zijn verwerkt in de romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren.

Als represaille voor de moord op een aantal NSB’ers werd De Jong in 1943 vermoord door Nederlandse SS-ers, een van de zogenaamde Silbertanne-acties. (Bron: Wikipedia)

Prof. Dr. P.A. Kohnstamm

De straat naast de H. Bavinckstraat werd genoemd naar professor dr. Phillip A. Kohnstamm. Philip Abraham Kohnstamm werd in 1875 in de Duitse stad Bonn geboren en overleed in 1951 te Ermelo. Kohnstamm wordt gezien als grondlegger van de empirische onderwijskunde in Nederland. Dit komt tot uiting in de naamgeving van het Kohnstamm Instituut en het gemeenschappelijk gebouw van de afdeling pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, het Philip Kohnstamm-huis aan de Wibautstraat.

K. ter Laan

Kornelis ter Laan was een Nederlandse onderwijzer, taalkundige en politicus en werd geboren in Slochteren op 8 juli 1871. Van 1905 tot 1914 was Ter Laan gemeenteraadslid te Den Haag en daarmee de eerste socialist in de Haagse gemeenteraad. Van 1914 tot 1937 was hij burgemeester van Zaandam. Ter Laan overleed in 1963 te Utrecht op 92-jarige leeftijd.

Jan Ligthart

Jan Ligthart werd op 11 januari 1859 te Amsterdam geboren en overleed op 16 februari 1916 te Laag-Soeren. Hij was een Nederlandse onderwijzer en onderwijsvernieuwer. Hij werd bekend als schoolhoofd van een lagere school in de Schilderswijk van Den Haag en als schrijver van artikelen en boeken.

J.H. Schaper

De Nederlandse publicist en politicus Johan Hendrik Andries Schapers vulde zijn wieg in Groningen op 12 februari 1868. Hij overleed in zijn toenmalige woonplaats Voorburg op 31 augustus 1934.

De markante entree van de flats in de Pedagogenbuurt.

Theo Thijssen

Theodorus Johannes Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam en overleed (ook in Amsterdam) op 23 december 1943. Hij was een Nederlands schrijver, onderwijzer en socialist. Zijn bekendste boek is Kees de jongen, dat in de Amsterdamse Jordaan speelt.

Dr. F.M. Wibaut

Florentines Marinus (Floor) Wibaut, (bijgenaamd de Machtige) werd op 23 juni 1859 geboren te Vlissingen en overleed te Amsterdam op 29 april 1936. Wibaut was een Nederlandse zakenman en politicus voor de toenmalige S.D.A.P.

Jan van Zutphen

Jan van Zutphen leefde van 1863 tot 1958. Jan van Zutphen kwam uit een arbeidersgezin, zijn vader was wijnkopersknecht. Alhoewel geboren in Utrecht groeide Van Zutphen op in de Amsterdamse volksbuurt Kattenburg. Hij werd daar al op vroege leeftijd geconfronteerd met het arbeidersbestaan en zorgde op zesjarige leeftijd al voor bijverdiensten door samen met andere kinderen ’s morgens het door zeewater stijf geworden touw te ontrafelen.

Na de Tweede Wereldoorlog zette Van Zutphen zich in voor de tbc-bestrijding en initieerde het verplicht doorlichten van scholieren. Hij had in 1955 op 92-jarige leeftijd nog de leiding over een drie maanden durende staking van 850 diamantbewerkers.

H. Diemer

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was onder andere medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties en, gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

De laatste hand wordt gelegd, Zuilen was weer ruim 300 woningen rijker.

Meer weten over de Pedagogenbuurt en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Patrimoniumstraat

‘Patrimonium’ is de naam van de eerste werknemersorganisatie in Nederland, op protestants-christelijke basis die werd opgericht in 1877. Veel woningbouwverenigingen in Nederland heten ‘Patrimonium’, wat betekent: vaderlands erfgoed.

De eerder bebouwde straten in de omgeving kregen namen die met de woningstichting ‘Eigen Haard’ te maken hebben. Zo wordt dit wijkje van Zuilen dan ook dikwijls geduid: jij woont op ‘Eigen Haard’. Ook wanneer je in de Patrimoniumstraat woont.

Kort na de realisering van de huizen van woningstichting ‘Eigen Haard’, complex twee: de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat, bouwde woningbouwvereniging ‘Zuilen’ de huizen aan de Patrimoniumstraat en de overgebleven stukken grond van de C. Smeenkstraat en Minister de Visserstraat, en tenslotte de H. Diemerstraat.

In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. Het werd een van de eerste winkelcentra van Zuilen.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we – maar wel heel summier – de Patrimoniumstraat tegen:

Begin 1943 werd op last van de bezetter een tankval gegraven aan de noordkant van Nieuw-Zuilen. Hiervoor moest Vijfhuizen (‘een gehucht onder Zuilen’ volgens K. ter Laan in zijn ‘Aardrijkskundig woordenboek Nederland’) worden afgebroken, want precies daar werd de tankval gegraven. Zij werd met de hand uitgegraven en de grond kwam als een laag dijkje aan de kant van Nieuw-Zuilen ernaast te liggen. Een houten en op sommige plaatsen een betonnen beschoeiing aan die kant voorkwam het terugvallen van de aarde. Door deze tankval had de bezetter de toegangswegen aan de noordzijde van Zuilen volledig onder controle. De tankval bestond uit meerdere delen. Het langste deel werd gegraven van de Daalseweg (ter hoogte van de Burgemeester Norbruislaan) tot aan het Merwedekanaal (tegenwoordig het Amsterdam Rijnkanaal), het andere stuk liep van de Daalseweg (Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht.

Om de controle te optimaliseren werd ter hoogte van de tankval over de Daalseweg een grote bunker gebouwd. Hij stond geheel over de weg heen en had aan de linkerkant (vanaf de stad gezien) een doorgang voor fietsers en voetgangers. De bunker werd ook gebruikt om te schuilen bij luchtalarm.

Op de vraag waar de tankval was, werd altijd gezegd: ‘ongeveer waar nu de Patrimoniumstraat is’.

De nieuwbouwwijk was ook een goed onderwerp voor ansichtkaarten. Zoals deze vierluik ansichtkaart Utrecht Noord: Amsterdam-Rijnkanaal, en 3 x straten ‘Eigen Haard’. (Luit Blomstraat, C. Smeenkstraat en Patrimoniumstraat).

Utrechts Nieuwsblad 9 december 1950

Begin van brand

Gisteren ontstond een begin van brand in een keet op een bouwwerk aan de Patrimoniumstraat. Een jongeman wilde een kachel aanmaken of wat opstoken, en meende daarvoor benzine te moeten gebruiken. Toen hij deze vloeistof in de kachel wierp, ontstond een soort van ontploffing en sloegen vlammen eruit. Enige kledingstukken in de omgeving van de kachel geraakten in brand, doch het vuur kon door arbeiders worden geblust. De brandweer, per sirene gealarmeerd, was vlug ter plaatse, doch behoefde geen dienst te doen.

Meer weten over de Patrimoniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Marinus van Meelstraat

Marinus van Meel behaalde zijn F.A.I.-brevet op 6 juni 1911. Zijn pechvolle deelname aan de eerste Europese rondvlucht, werd aanleiding tot succesvolle demonstraties te Grave. Na de manoeuvres in 1911, kwam hij te Soesterberg, alwaar hij de tweedekker ‘De Brik’ bouwde. Met dit toestel heeft menig officier aldaar gevlogen. Ook een watervliegtuig werd door hem te Tiel gebouwd, dit toestel ging later bij demonstraties voor de Marine verloren. De Eerste Wereldoorlog was de voornaamste reden dat hij de vliegerij eraan gaf.

De Marinus van Meelstraat werd in verschillende fases bebouwd. Dat is aan de bouwstijl duidelijk te herkennen. De woningen vanaf de Bernard de Waalstraat tot ongeveer halverwege zijn geheel in de stijl van de rest van de straten in Mariëndaal

De M. van Meelstraat rond 1956. Links zijn de flats aan de Dr. Plesmanlaan in aanbouw, de rechtse flat staat nog in de steigers. Midden voor is de kerk in aanbouw. Op het braakliggende terrein op de voorgrond werd jarenlang de kerstboomverbranding gehouden. De Openbare Lagere School 2 is nog te zien, omdat men nog óver de kerk (sinds 2018 Best Life Church) heen kan kijken.

Pas in 1957 werden de woningen nummers 5 tot en met 35 gerealiseerd. De bouw van deze huizen haalde de krant, zij werden namelijk door de toenmalige bewoners zelf gebouwd: ‘Op het braakliggende terrein aan de M. van Meelstraat zal men over enige tijd burgers hun eigen huis kunnen zien bouwen…’

Het ontwerp van deze woningen was van niemand minder dan Gerrit Rietveld. Hij tekende deze woningen in opdracht van de Coöperatieve Vereniging Politiebond Utrecht.

De heer D. van Eijk woonde in de M. van Meelstraat 23 van 1984 tot 1994. Hij vertelde tijdens een bezoek aan het Museum van Zuilen, dat het ontwerp van Rietveld o.a. resulteerde in een ongebruikelijke deurbevestiging: de deuren konden, net als een koelkastdeur, naar believen ook andersom draaiend gemaakt worden.

De woning op nummer 5 werd kort daarop in gebruik genomen door een (van de weinige) ondernemers in deze straat, u kon hier uw ‘Tielen’s kolen’ bestellen.

De heer Boss, de bewoner die in 2017 op nummer 57 woont, vertelde dat de eerste bewoner van dit perceel de heer Van Rossum was, de man van het bekende Zuilense warenhuis ‘Evora’. Daarna betrok een andere ondernemer dit pand, de heer Luttmer. Hij had een naaimachinehandel in de Utrechtse Lange Elisabethstraat.

De M. van Meelstraat op 12 december 1998, foto ‘Het Utrechts Archief’.

Aan de even zijde van de M. van Meelstraat kwam de ingang van de St.-Jacobusschool, de tweede Rooms-katholieke school in Zuilen

De St.-Jacobusschool was net als de tot dan laatst gebouwde scholen in Zuilen (de Prinses Marijkeschool en de Elout van Soeterwoudeschool) een ontwerp van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

A.J. van Leusden vertelde tijdens zijn bezoek aan het Museum van Zuilen dat hij op de dag dat de school in gebruik genomen werd, na het ‘verzamelen’ op de speelplaats in de gaten had dat de leerlingen naar binnen moesten. Hij versnelde zijn pas en – en daar is hij na ruim zestig jaar nog trots op – was de eerste leerling die de school in stapte.

Er zijn blijkbaar nog meer mensen trots op ‘hun’ Zuilense geschiedenis. Zo werd omstreeks 2010 door een verontruste bewoner de hulp van het Museum van Zuilen ingeroepen voor een kunstwerk dat verplaatst dreigde te worden.

Het ging hier om het beeld ‘The Gym’ dat J. Bürgi gemaakt had en de speelplaats van de school sierde: gymnastiek.

Het Utrechtse gemeentebestuur had het plan opgevat om een aantal ‘vergeten’ beeldhouwwerken die her en der in de stad staan, op een plek in de stad (Leidsche Rijn) te concentreren. Maar het gemeentebestuur werd vriendelijk verzocht het beeld van Bürgi te laten staan waar het thuis hoorde: in Zuilen.

Het beeld dat J. Bürgi maakte toen het nog voor de school stond.

Meer weten over de Marinus van Meelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Herman Modedstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was. Herman Strij(c)ker  of de Strijcker is vooral bekend onder zijn Hebreeuwse naam Moded. Hij was een van de belangrijkste personen bij de groei van het Calvinisme in Antwerpen vóór 1566 (het jaar van de Beeldenstorm). Van 1580 tot 1587 was Moded gemeentepredikant in Utrecht. (bron: Wikipedia)

In het Utrechts Nieuwsblad van 29 maart 1929 lezen we voor het eerst over de Herman Modedstraat: ‘…Voorts is door het gemeentebestuur van Utrecht verzocht, om de aangelegde of nog aan te leggen straten nabij de Oranjekerk, de volgende namen vast te stellen: 1e: Cornelis Mertenssstraat, 2e: Herman Modedstraat…’

Voor een beschrijving van Herman Modedstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

Van de straat zelf is maar weinig te verhalen, en dan ga je zoeken naar dingen, feiten, weetjes enz. Een aardig weetje is het volgende: De Daalseweg was tot de aanleg van de Amsterdamsestraatweg – in 1813 – dé verbindingsweg (over land) tussen Utrecht en Amsterdam.

Door de vele nieuwbouw is juist ter hoogte van de Marnixlaan weinig herkenbaars overgebleven van die oude route.

Vanaf de Herman Modedstraat gaat de oude Daalseweg (maar dit deel van de Daalseweg heet sinds eind jaren twintig van de twintigste eeuw de Johannes Uitenbogaertstraat) weer verder richting Maarssen en uiteindelijk dus Amsterdam.

Goed, dat gezegd hebbende gaan we weer terug naar de Herman Modedstraat.

Links, op nummer 2 zat in 1932 de ‘Utrechtse’ Fijnhouthandel. (Dat was natuurlijk een Zuilenaar met een vooruitziende blik.) In de periode 1938-’39 zat in dit pand de manufacturenwinkel van H.J. Wijna. Merkwaardig(?) genoeg gaat de ‘Utrechtse Fijnhouthandel’ verhuizen naar de Marnixlaan 4 en gaat de eigenaar daar verder onder de naam ‘Houthandel Zuilen’.

Op nummer 23 had P. Ax een van de vele Zuilense woningbureaus. Nummer 26 is het adres waar M. Hendriks een brandstoffenhandel had.

Herinneringen aan de Herman Modedstraat

door Ben Hofhuis,

‘De Herman Modedstraat 3, daar heb ik tot m’n 19e jaar gewoond. Daarna verhuisden we naar een nieuwbouwhuis in het toen nieuwe Overvecht. Aan de Modedstraat heb ik zowel leuke als minder leuke herinneringen. Onder de dagelijkse herinneringen vallen onder andere het schelle geluid van de 2-takt melkwagentjes die ’s morgens bij de melkcentrale de handel van de dag kwamen ophalen. Ik hoor nog het geluid van de melkflessen in de stalen kratten die vanaf een uur of zes op de Hermannus Elconiusstraat in de melkwagentjes werden geladen. De leuke herinneringen zijn ook wel weer de flessen die ik daar wel eens stal – het was tenslotte mijn overbuurman – om ze uiteindelijk, als mijn idee van zakgeld, bij de supermarkt op de Sweder van Zuylenweg als statiegeld in te wisselen.

De Herman Modedstraat was een arbeiderswijk: ik zat op de St.-Ludgerusschool en het lag voor de hand dat je na de lagere school voor een gezekerde toekomst naar de opleidingsschool van Werkspoor zou gaan. Het advies van meester Jansen van de St.-Ludgerusschool was ook in die richting. Mijn toekomst liep overigens anders.

De Herman Modedstraat, nauwelijks auto’s, elke week een straatorkestje dat na het spelen langs de deuren ging om een paar dubbeltjes op de halen. En wat hadden wij…? Niet veel meer dan een step en lieve overburen, Riet en Herman Jansen, die een televisie hadden en waar we naar Pipo de Clown en Mammaloe konden kijken.’

De Herman Modedstraat bij de Hermannus Elconiusstraat. Op deze hoek was de Utrechtse Fijnhouthandel gevestigd. Foto uit 1998 gemaakt door Het Utrechts Archief.

Meer weten over de Herman Modedstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jodocus van Lodensteinstraat

Jodocus van Lodenstein (1620-1677) stamde uit een Delfts regentengeslacht. In 1650 ging hij naar het Zeeuwse Sluis en in 1653 nam hij een beroep naar Utrecht aan.

Naast predikant was hij ook dichter. De bekendste bundel van hem is Uyt-spanningen.(bron: Wikipedia)

Voor een beschrijving van Jodocus van Lodensteinstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Hermannus Elconiusstraat.

Op deze hoek zaten links en rechts winkels. Op nummer 1 zat A. van der Kleij met zijn melkhandel. Aan de andere kant, op nummer 2 kwamen we bij de eerste winkel van de heren Stroek en Zwarthoed. Zij verkochten op dit adres vanaf 1926 vis onder de naam Eerste Volendammer Vischhandel.

Makreel, augurken, rolmopsen, het was allemaal te koop in de Jodocus van Lodensteinstraat. De heer Zwarthoed heeft de Eerste Volendammer Vischhandel van Zuilen voortgezet aan de Hubert Duyfhuysstraat. ‘En ging toen wonen in de Hermannus Elconiusstraat, aan de even zijde, bij die huisjes die toen nog een voortuintje hadden’. Stroek verhuisde met zijn vishandel naar de Amsterdamsestraatweg.

Na de vishandel kwam J.B.T. Verhaaf het op nummer 2 proberen met een handel in manufacturen, onder de naam ‘De Concurrent’. In dit pand zat tijdens onze wandeling in 1938-’40 L. Scheffer met zijn kapsalon. Nog later kwam hier kapsalon ‘Corrie’ waar u uw haren in model kon laten brengen.

Er waren nog enkele winkels in deze straat gevestigd. Zo zat op nummer 4 A. Dorrestijn, die nog verhuisde naar de Amsterdamsestraatweg. Hij had ook hier een slagerij. Op nummer 23 had J. van der Wal zijn bakkerij. Naast hem zat P. van Lexmond met zijn schoenmakerij.

In 1962 streken nieuwe ondernemers neer in Zuilen. De heer en mevrouw Van Dam hadden hun oog laten vallen op het winkeltje op nummer 29. Ter gelegenheid van hun 40-jarig jubileum verscheen in 2003 een boekje met de titel: Wat hebben we gedraaid vandaag?

Nummer 27 werd de startplaats voor de eerste (motor)winkel van W. van ’t Hoog, die begon op ‘het landje van Amsing’, aan het einde van de Balderikstraat. Daar bouwde hij al ruim voor de Tweede Wereldoorlog bakfietsen, onder andere voor… bakkerij Amsing. Later verhuisde W. van ’t Hoog naar een pand in de Johannes Uitenbogaertstraat en daar groeide het bedrijf uit tot ‘Garage W. van ’t Hoog’.

Op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat en de Johannes Uitenbogaertstraat opende de heer W. van ’t Hoog zijn eerste echte winkel. Hij begon zijn bedrijf aan de Balderikstraat ‘op het landje van Amsing’ en nadat hij zich hier gevestigd had is de heer Van ’t Hoog nog een keer verhuisd naar een perceel ‘met werkplaats’, in de Johannes Uitenbogaertstraat. In de winkel op de foto was al eerder een garage gevestigd: garage Egmont.

Meer weten over de Jodocus van Lodensteinstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl