Amsterdamsestraatweg 5

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan aan de overzijde terug naar Utrecht. Dit is deel 5. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat. Vanwege het ontbreken van een trottoir langs het kanaal aan de even zijde van de Amsterdamsestraatweg, ligt deel 4 aan de even kant bij de Muyskenweg.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

De Amsterdamsestraatweg loopt langs het prachtige park dat de grootgrondbezitter en rentenier J. Kol III heeft laten aanleggen door Copijn: de Tuin van Kol. Hij heeft het aangeboden aan de gemeente Zuilen. Het gemeentebestuur heeft zijn aanbod afgeslagen, omdat zij geen geld voor het onderhoud had. Daarop bood Kol het aan de gemeente Utrecht aan. Nadat een gemeenteraadslid het park was komen bekijken kwam hij moe en bezweet in het kantoor van J. Kol en verweet hem dat hij nu wel een mooi park had laten aanleggen, maar de gemeente Utrecht voor de kosten van het onderhoud wilde laten opdraaien. Daarop heeft Kol zijn aanbod ingetrokken. Hij liet het park uitbreiden met een hertenkamp en heeft er tot zijn dood in 1919 van genoten.

De erfgenamen hebben het park aan de gemeente Utrecht aangeboden, maar niet voor niets! Het is in 1929 Utrecht uiteindelijk op een bedrag van ƒ 145.000,- komen te staan, mét de restrictie dat het gebied de eerste honderd jaar als park in stand gehouden moest worden.

Vóór de Tweede Wereldoorlog is het park uitgebreid door middel van een werkloosheidproject voor jonge werklozen. Samen met de aanleg van de speelweide werd ook het Julianapark-restaurant gebouwd. De bedoeling was dat prinses Juliana de opening van het paviljoen zou verrichten. Omdat zij echter in die periode Prins Bernhard leerde kennen en de openingsdatum zo ongeveer gelijk viel met de trouwdatum van het koninklijk paar is dit niet doorgegaan.

Het Julianapark-restaurant wordt in 1937 geleid door de heer W.J. Woertman. Omstreeks 1980 heeft Adriaan Pouw, een van de zonen van bakker Pouw (van daarnet aan de oneven zijde van de Amsterdamsestraatweg), het restaurant in exploitatie.

In het Julianapark stond ook een muziektent die in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd afgebroken.

Op de hoek bij de Van Eimerenstraat zat de drogisterij van H. Suijkerbuijk, opvolger van H. van Putten die op dit adres verf en petroleum verkocht. Op nummer 448 zat het loodgietersbedrijf van H.A. van Zeist. Aan de overzijde van de St.-Josephlaan zat coöperatie ‘Praeferentia’ geleid door G.W. Reijmers.

Na het rijtje huizen dat we nu passeren, kwamen we bij de groentehandel van E.N. Osse, in 1940 opgevolgd door de gebroeders Broekman. Vanaf 1948 deed F.M. Broekman dat alleen (maar samen met zijn vrouw natuurlijk). Zij behielden de winkel tot 1999! De laatste winkel die nog echt op Zuilens grondgebied stond, was aan de noordkant van de Geraniumstraat. L.J. Röben had op die hoek zijn manufacturenwinkel. Hij was een van de drie broers die op de Amsterdamsestraatweg actief in zaken waren. De bekendste werd J.M.J. Röben die zich op de hoek van de St.-Ludgerusstraat vestigde.

De gemeentegrens Zuilen-Utrecht liep door de Geraniumstraat. Als het Zuilens Fanfare Corps door de Geraniumstraat wilde marcheren en vergeten was de vergunning ook aan de gemeente Utrecht te vragen, moest men over de stoep!

Dit alles dus volgens de gegevens aan de hand van de stratengids van Zuilen.

Het Juliana ‘Paviljoen’ kort na de oplevering.

 

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 4

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

Vanaf Maarssen ligt het Merwedekanaal, opengesteld in 1892 achter ons. Het kanaal werd vanaf 1 februari 1951 verbreed en uitgebreid en kreeg de naam Amsterdam-Rijnkanaal. Ongeveer vanaf de Wethouder D.M. Plompstraat tot de Muyskenweg stonden verschillende woningen en bedrijven. Zij moesten allen het veld ruimen voor de uitbreiding van de Demkafabrieken die vanaf de Muyskenweg tot aan de uiterste punt bij het kanaal (langs de Amsterdamsestraatweg) zijn staalgieterij had. In 1916 werd in Zuilen door de Demka Staalfabrieken voor het eerst staal gegoten.

Bij het rijtje woningen dat weg moest was o.a. dat van Visscher met zijn stalhouderij en recht tegenover de Wethouder D.M. Plompstraat zat Straus sr. met een filiaal van broodfabriek ‘De Korenschoof’. Ook een bedrijf dat plaats moest maken voor de Demka was de garage van Hendrik van der Vaart. Hij zat op de (oude) nummers 512 en 514, vlak bij de Muyskenweg. Voordat Hendrik hier begon, had zijn vader hier een kruidenierswinkeltje.

ELINKWIJK TAX van Henk van der Vaart was één van de eerste taxibedrijven in Zuilen.

Naast Van der Vaart zat café Van Marchal, later opgevolgd door Wouters. Het café kwam nogmaals in andere handen en werd van Verhoef. Dit was het eerste clubhuis van voetbalvereniging ‘Elinkwijk’.

Op de hoek vóór de Muyskenweg zat melkhandel ‘De Boerderij’ van boer J. van Beek. Aan de overkant van de Muyskenweg zat de winkel van coöperatie ‘Oostenburg’, een kruidenierswinkel (werd later Café Elinkwijk). Griffioen had zijn groentehal naast deze kruidenierswinkel en daarnaast kwam de bakkerij van coöperatie ‘Oostenburg’.

Voorbij de bakkerij zat een sigarenmagazijn van ‘Evora’, waar filiaalhouder van Duinen zijn rokertjes aan de man bracht. Op 490 zat kapper G. Schmidt met zijn ‘eenigste speciaal heerenkapsalon’ en naast hem was de winkel van D. Kissing ‘in galanterieën’. In dit pand kwam De Klerk huishoudelijke artikelen verkopen. Aan de overkant van de Dieselweg zat de melkwinkel van G. Stoet. Deze Stoet had J.A. Lamme als buur: boekhandel ‘Elinkwijk’.

Naast de boekhandel zat schoenmaker M. van der Pijl en daarnaast was de rijwielhandel van J.A. Smits. Het volgende pand was van het Groene Kruis. Hier was al vanaf 1918 voor Nieuw-Zuilen een gezondheidscentrum, gesubsidieerd door Werkspoor. We kwamen vervolgens langs kapper F. Odijk op nummer 468. Nu kwamen we bij (alweer) een sigarenmagazijn van ‘Evora’. Hier is W. Konst filiaalhouder.

Verder doorlopend kwamen we bij drogisterij J.H. Ooijevaar, bekend onder de Elinkwijkers van de wijk én de voetbalvereniging, waarvan hij in het bestuur zat. Na enige jaren voortgezet te zijn door R. Dirksen kwam hier R. Groenberg de drogisterij runnen, die toen  de naam ‘De Kamil’ kreeg.

De laatste winkel op dit rijtje was slagerij A. den Hartog. Hiervoor was dat J. Weeber en hierna A. Dorrestijn. Voorbij de huizen van de Bessemerlaan zat apotheek ‘Elinkwijk’.

Aannemer Avezaat van de Marnixlaan bouwde het monumentale pand van notaris J.A.M. Koch. De architect van dit gebouw was Ir. G. M. Leeuwenberg uit de Adm. van Gentstraat in Utrecht. Van het bereiken van het hoogste punt van de bouw werden foto’s gemaakt. Op die foto’s zien we o.a. J.A.M. Koch met vrouw en kinderen. Het gebouw kwam gereed in 1938. Zoon Jan Willem, die op de foto het vlaggentouw hanteert, volgde zijn vader op.

. o.a. J.A.M. Koch met vrouw, kinderen en een aantal werklieden …’

 Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 2

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan terug naar Utrecht. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 3 bij de De Lessepsstraat, deel 4 bij de Muyskenweg aan de even zijde. Deel 5 vindt u bij de Julianaparklaan.)

De Amsterdamsestraatweg is een onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, aangelegd in 1813 in opdracht van Napoleon Bonaparte.

Op de hoek van de Sweder van Zuylenweg zat C. Jamin, vele jaren gerund door de dames Grim. Tussen C. Jamin en de volgende ondernemer zat ‘ ’t oude mannetje’ waar je bijvoorbeeld drie spijkers kon kopen. Van Kuijk had op 557 een ‘gesloten huis’: een winkel die er uitziet als een woning maar waar detailhandel wordt gedreven.

Op de hoek St.-Bonifaciusstraat zat manufacturenwinkel ‘Rico’, in 1977 stonden de bordjes ‘opheffingsuitverkoop’ in de etalage. Op de andere hoek zat garage A.J. Raassink: ‘Official Service Ford Dealer’. In het pand naast Raassink was ‘Het Lingeriehuis’ van A.J. van Heuzen.

Op 569 waar we nu aankomen verkocht in 1934 G. van Kuijk rieten manden. Na 6 maanden Van Kuijk kwam hier tot 1976 Th. van Eijndthoven zijn kantoorboekhandel drijven hij verkocht ook religieuze (katholieke) artikelen. Nadat Van Eijndthoven stopte vestigde W. van Scharenburg zich hier met zijn ‘Uurwerkboetiek Wim en Toos’. Na ruim 32 jaar ging ook hier de winkeldeur voorgoed dicht en werd een lang gekoesterde wens vervuld: hier was van 12 september 2009 tot januari 2019 het Museum van Zuilen gevestigd.

Op nummer 571 zat enkele jaren apotheek ‘Elinkwijk’, die naar de overkant verhuisde. In dit toen lege pand zat in de Tweede Wereldoorlog de Zuilense afdeling van de Luchtbescherming en de E.H.B.O. Ná de Tweede Wereldoorlog kwam hier de slijterij v/h H.J. van Soest.

Naast de woning 573 kwamen we bij de pastorie en St.-Ludgeruskerk, de ‘Dom van Zuilen’. De kerk werd voorzien van alle toen gebruikelijke ornamenten om de kerk een groot aanzien te geven, naar ontwerp van W.H. te Riele.

Aan de overkant van de St.-Ludgerusstraat verkocht men in een ver verleden sigaren en tabak. Al na korte tijd kwam hier J.M.J. Röben de inwoners van Zuilen voorzien van huishoudtextiel enz. Het van oorsprong kleine winkeltje op de hoek werd in de loop van 1939 verbouwd tot de grote winkel die hij in de komende tientallen jaren zal blijven. Het pand van de heer Röben werd tot december 2010 een doe-het-zelfzaak van de Hubo.

We kwamen nu bij ‘De dubbele winkel’: kruidenierswaren en kauwgomballen. Albert Heijn vestigde zich in één deel, het andere deel is slagerij geworden. De slagerij was van D.J. Wuis, later Jan Schaar en nog later werd het slager Heyn. De buurman van Wuis was een winkel in kachels, rijwielen enz. van Van Kilsdonk, een bekende voetballer van Elinkwijk.

Na 1954 kwam W.N. Verhoek hier huishoudelijke artikelen, verlichting en vele verwante producten verkopen onder de naam ‘VeCo’. Op nummer 585 zat E.J. Ter Burg, een fotohandel met de reclame ‘Het Huis Met de Klok’. Hij verhuisde naar nummer 601. Op nummer 585 begon Gerritsen als ‘Speciaalbanketbakker’ en later kwam hier Steentjes banket verkopen. Zij deden de winkel over aan A.J. van Stuivenberg. Op de hoek zat slagerij Adr. Kok, later werd dat Beuk, nog later Van Es.

Na het oversteken van de Voltastraat, kwamen we bij kruidenier Zetstra, dit werd na de Tweede Wereldoorlog een van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen. Na Zetstra ging Peter Macco hier fietsen verkopen. Bakker Straus zat op 593: Johan Straus in de bakkerij en Frits met een bakfiets langs de weg.

Op 595 konden we terecht voor een rokertje bij E.J. van Soest, hij was de buurman van H. van Tricht manufacturen en tapijten. Na Van Tricht kwam H. Pronk in dit pand. Later werd het de Marktkramer en werden hier matrassen verkocht. Op nummer 601 was de bloemenwinkel van Burgwal en naast hem zat kruidenier van A. van Gent. Dit werd de winkel van Boel, handel in aardappelen. Nieuweboer op 605 had een schoenmakerij annex lederhandel, later een Bata-filiaal.

De volgende winkel was slijterij H. J. van Soest, tot de verhuizing naar nummer 571. Zijn buurman was brandstoffenhandelaar D. Boshuis. Hier kwam in 1950 Pico Bello wasmachineverhuur. Op het hoekje met de snackbar vonden we slagerij D. Vergeer.

Nu komen we bij de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en het einde van deze beschrijving deel 2.

De St.-Ludgeruskerk en de pastorie (l) zijn gesloopt.

 Een vooroorlogse afbeelding van de Amsterdamsestraatweg vanaf nummer 605 (links).

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Museum van Zuilen dicht tot en met 20 april 2021

Het kan u niet ontgaan zijn, maar ook het Museum van Zuilen dient zich te houden aan de opgelegde regelgeving in verband met corona. Daarom kunt u (in ieder geval) tot en met 20 april het museum niet bezoeken.

Het zal u duidelijk zijn dat dit ons heel erg spijt. We waren net weer van start met de Vernieuwde StraatReünie.

We zijn op dit moment bezig met de organisatie van online StraatReünies. De eerste was op 7 maart 2021 voor de Balderikstraat. Op 12 april aanstaande organiseren we de online StraatReünie voor de Wethouder D.M. Plompstraat. Iedereen kan zich hiervoor opgeven, huidige- en oud-bewoners, maar ook ieder ander die interesse heeft in de (geschiedenis van) de Wethouder D.M. Plompstraat. Meldt u aan door het sturen van een mailtje naar: info@museumvanzuilen.nl

Ondertussen: BLIJF NEGATIEF!

Het Werkspoorplein

Het Werkspoorplein werd vernoemd naar de fabriek uit Amsterdam die in 1913 de Wagon- en Bruggenfabriek op Zuilen’s grondgebied opende.

Het Werkspoorplein hoort bij de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

Het Werkspoorplein

Voor een rokertje kon u rond 1940 nog terecht bij E. Verkuil, Werkspoorplein 3.

Het plein werd na de Tweede Wereldoorlog gebruikt als verzamelplaats waar de optochten die door Zuilen trokken van start gaan. Maar er is misschien nog iets dat u niet weet van het Werkspoorplein. Hier stond namelijk een prachtige houten muziektent. Een van de drie die in de geschiedenis van Zuilen voorkomen. (De twee andere muziektenten stonden op Groenhoven in Oud-Zuilen en in het Julianapark.)

Deze muziektent werd geschonken door de directie van Werkspoor toen de bouw van Elinkwijk voltooid was. Om iedereen die het maar wilde van dit genereuze gebaar op de hoogte te brengen, liet de directie aan beide zijden van het plein een gedenksteen plaatsen.

Op één van deze stenen werd, onder een afbeelding van een grote locomotief, de tekst gebeiteld: ‘Ter herdenking van de oprichting in 1914 van de n.v. Bouwvereeniging ‘‘Elinkwijk’’ door den heer J. Muysken, directeur van Werkspoor en leider bij den opbouw wordt dit plantsoen aangeboden door den heer W. Spakler, voorzitter van den raad van beheer.’

Op de andere steen staat onder een rijtje woningen de tekst: ‘Als herinnering aan de voltooiing van den woningbouw in 1927 wordt dit plantsoen aangeboden aan de bewoners van het tuindorp Elinkwijk en aan hunne zorgen toevertrouwd.’

Utrechts Nieuwsblad 5 juni 1928

Zuilen.  B u u r t v e r.  N i e u w  Z u i l e n. Deze vereeniging geeft Dinsdagavond 5 Juni haar derde concert in de muziektent op het Werkspoorplein in “Elinkwijk” uit te voeren door de Muziekvereeniging “Kunst en Strijd” onder directie van den heer P. v.d. Hurk.

De (gemoderniseerde, geel geschilderde) muziektent die op het Werkspoorplein stond. Alles ter verhoging van de gezelligheid was aanwezig: prachtige rondlopende banken, verlichting is er om ook ’s avonds vriendelijke deuntjes ten gehore te kunnen brengen. Een en ander werd nog voorzien van een keurig hekwerkje. Zulke dingen kwamen tot stand dankzij Werkspoor. Er werd in deze muziektent veel gespeeld… door de jeugd, muziekuitvoeringen werden er nauwelijks in gegeven. In de Tweede Wereldoorlog is ook al dit hout opgestookt. Wat een rotoorlog!

Meer weten over het Werkspoorplein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Huetlaan

De stad Utrecht kent een Busken Huetstraat. Die werd vernoemd naar een bekende Nederlandse letterkundige. Daar kon Zuilen in de wijk Elinkwijk niet mee uit de voeten. De Zuilense Huet‘laan’ dankt zijn naam aan Adrien Huet (1836-1899). Hij begon zijn werkzame leven bij een voorloper van Werkspoor in Amsterdam, te weten de Koninklijke Fabriek van Stoom en andere Werktuigen van de ondernemers Paul van Vlissingen en Dudok van Heel.

Huet studeerde in recordtijd af in Delft en werd daar later hoogleraar. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de studie werktuigbouwkunde in Nederland..

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Huetlaan

Volgens de tot nu toe beschikbare gegevens uit advertenties in oude kranten en periodiekjes, gecombineerd met het bestand uit 1938-’39 weten we over de ondernemers uit deze laan het volgende: in 1934 begon de heer Hessing, die op nummer 1 woonde, een schoonmaak- annex glazenwassersbedrijf. (Het Museum van Zuilen is op zoek naar een foto van deze man.)

Hessing verhuisde en dan gaat de bankwerker A. van Andel op dit nummer wonen.

Op nummer 3 woonde Boshoff, een elektricien, die als buurman op nummer 5 H. Berkhof begroette (die werkte bij de N.S.)

H.G. van den Dungen, zandvormer, werkte op nummer 7. ‘Zandvormers’ waren in dienst bij Werkspoor en Demka: zij maakten aan de hand van de modellen een vorm in speciaal zand, waarin de te gieten stukken (staal bij de Demka en ijzer bij Werkspoor) werden gegoten.

Dit deden zij met behulp van tientellen stukken speciaal gereedschap: hoekenslikkers, zandhaken, lepels enz.

Op nummer 9 woonde O. Szimkat, hij was ‘staal’vormer bij de Demka. Op dit rijtje woonde ook nog een vertegenwoordigen (J.A. de Rooy), een metaaldraaier (Adr. Hufener) en een schilder (P.G. Langendijk).

Aan de even zijde van de Huetlaan woonde op nummer 2 een weduwe, op nummer 4 een portier van de N.S. (H. van de Ber), op nummer 8 woonde H. Majolée (walser), en op nummer 10 L. Kreijermaat ‘agent van politie’.

Een beroemde telg uit dit nest is Reinier J.P. Kreijermaat. Hij voetbalde als 9-jarige al bij Elinkwijk. Hij speelde ook negen jaar in het eerste elftal en kreeg vanwege zijn gedrongen stevige postuur gecombineerd met zijn stugge hoekige wijze van voetballen de bijnaam Beertje. Zijn debuut als midvoor van het eerste elftal maakte hij in 1951 op vijftienjarige leeftijd. Elinkwijk was toen net gepromoveerd naar de Eerste Klasse. Reinier speelde later succesvol voor Feijenoord, waar hij bijdroeg aan drie landskampioenschappen en Europacupwedstrijden speelde (in 1963 tot aan de halve finale). Reinier kwam twee maal uit voor het Nederlands elftal.

Tenslotte vinden we op de nummer 12 en 14 H. Michels (machine bankwerker) en B. Comes (ijzergieter).

Elinkwijk elftal 1955-’56. Staand v.l.n.r.: Cor van Kilsdonk, Wim Onink, Reinier Kreijermaat, Roel van Dijk, Piet Kraak en Jan van Capelle. Knielend v.l.n.r.: Eef Westers, Jan Klein, Wim de Jongh en Jan Huntink.

Meer weten over de Huetlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Leeghwaterstraat

De heer Leeghwater heeft voldoende van zich doen spreken om een straatnaam naar hem te vernoemen. Waterbouwkundige Jan Adtiaanszoon Leeghwater (what’s in a name) leefde van 1575 tot 1650 en had de leiding bij het droogleggen van tal van meren, zoals de  Beemster, De Schermer, Hij is ook de schrijver van het Haarlemmermeerboek.

De Stephensonstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Leeghwaterstraat

De Leeghwaterstraat is een korte straat waar geen winkeliers gevestigd zijn. Om u toch een idee te geven wie hier woonden (volgens een bestand uit 1938-’39 waarin per straat, per huisnummer wordt aangegeven wie de hoofdbewoner is en wat zijn/haar beroep is), stel ik hen aan u voor:

Op nummer 1 woonde de behanger J. Dolman.

Nummer 3 huisvestte P.G. Slot, arbeider bij Werkspoor.

Naast hem woonde A.S. Wijsman van beroep bankwerker. Dat was ook het beroep van zijn buurman op nummer 7: de heer E.H. van Pommeren.

Het wordt een heel fabriekje in deze straat. Op nummer 9 woonde de slijper J.Th. van Berkel en daarnaast woonden op de nummers 11 en 13 de families De Bruyne en Wijsman, van wie de kostwinners respectievelijk zandvormer en leemvormer als beroep hadden.

In het laatste huis aan de oneven zijde woonde de heer J. van den Aakster, die te boek staat als ‘werkman’

Zoals in de meeste gevallen heeft ook de Leeghwaterstraat twee kanten:

Aan de even zijde komen we op nummer 1 bij C. Koning, metaalbewerker.

Naast hem woonde de weduwe W.G.A. Hartsuijker-van der Vechte. Op de nummers 6 en 8 woonden J. Meijneke (gepensioneerd) en S. Lugten, draaier.

Als de draaier zich omdraaide naar de andere kant, kwam hij twee gepensioneerden tegen. Op nummer 10 W. Meijer en op nummer 12 W.J. Homburg.

 

Vermeldenswaard is nog een opmerkelijk knipsel uit een krant van 1934:

Utrechts Nieuwsblad 23 november 1934

 

Verplaatsing Hulppostkantoor Elinkwijk

De Directeur van het Postkantoor bericht ons, dat op Zaterdag 24 dezer na afloop van den dienst het hulppostkantoor te Elinkwijk verplaatst wordt van de Fultonstraat naar het in de onmiddellijke nabijheid gelegen perceel Wattlaan 4 hoek Leeghwaterstraat.

Zo hebt u een kijkje genomen in de Leeghwaterstraat van toen.

Het lijkt me sterk dat er straten in Zuilen of Utrecht, wat zeg ik, in Nederland waren, die fraaier versierd werden ter gelegenheid van de bevrijding dan die van ‘Elinkwijk’. Dit zijn de erebogen in de Leeghwaterstraat. Werkelijk fantastisch opgesierd met Rood Wit en Blauw, maar ook met heel veel groen.

Meer weten over de Leeghwaterstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Stephensonstraat

Deze straat werd genoemd naar de heer George Stephenson, een Engelse ingenieur die leefde van 1781 tot 1848. In 1814 ontwikkelde hij de eerste op industriële schaal bruikbare locomotief, zodat hij aan het begin staat van het spoorwegnet zoals dat in Engeland  en later elders tot stand kwam.

De Stephensonstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Stephensonstraat

In een bestand uit 1938-’39 blijkt dat er weinig ondernemers zitten in deze straat. Op nummer 13 zat G. van Norden met zijn handel in groenten.

Op de hoek met het Werkspoorpleintje (dat huis met dat leuke torentje) zit de heer I. Stoet. De heer Stoet kwam uit Amsterdam en zocht werk in of rondom Zuilen. Hij ging solliciteren in Oud-Zuilen en kwam terecht bij een molenaar aan wie hij vroeg of hij bij hem in dienst kon komen. De molenaar vroeg Stoet naar zijn voornaam. Toen Stoet vertelde dat hij Izaäk heette, was de zaak beklonken. De molenaar vond het namelijk erg boeiend dat hijzelf Jacob heette en al een knecht in dienst had die luisterde naar de naam Abraham.  (Izaäk, Jacob en Abraham zijn Bijbelse namen.) Later is I. Stoet voor zichzelf gaan werken en een melkwinkel begonnen aan de Wattlaan op de hoek Stephensonstraat.

‘Heel Zuilen’ kende de winkel van de heer Stoet. Hij was dan ook melkboer in Zuilen toen het begrip ‘heel Zuilen’ nog niet zo heel erg veel inwoners betrof. Schuin ertegenover stond vroeger het houten noodgebouw van de Openbare Leeszaal. – De Openbare Leeszaal werd later verplaatst naar de hoek Wattlaan-Amsterdamsestraatweg.

In de Stephensonstraat woonde op nummer 22 de familie Steigerwald. Toen zijn zoon een bijdrage bracht aan het Museum van Zuilen vertelde hij: ‘Mijn vader was tamboer bij het Zuilens Fanfarecorps en hij repareerde altijd de kapotgeslagen trommelvellen. We hadden nog een stukje bewaard’.

Van de familie Jacobs in deze straat is bekend dat zij in de Tweede Wereldoorlog een schaap in huis hadden. Zo vertelde de zoon des huizes, Hennie Jacobs: ‘‘Hennie, je vader komt er aan, met een schaap in een kinderwagen!’’ Nou, dat was lachen. Toen het schaap eenmaal in de schuur stond, hebben wij dat beest een naam gegeven. Dat werd Jopie. Maar Jopie moest natuurlijk ook eten en zo kwam Jopie terecht op het oude Herculesveld.’ Jopie heeft de Hongerwinter niet overleefd.

  • Het ‘Herculesveld’ was het terrein van voetbalvereniging ‘Hercules’. Op dit terrein bouwde men later de Celsiuslaan, Marie Curielaan, Kelvinlaan, Réamurlaan enz.

De foto blinkt niet uit wat duidelijkheid betreft, maar dat komt omdat de oorspronkelijke afbeelding een ansichtkaart is waarop drie foto’s boven elkaar te zien zijn. Die kaart droeg de heer Stoet altijd bij zich, ook toen hij al verhuisd was naar de Croesestraat. Het prachtige gebouw staat er (gelukkig) nog steeds, de leeszaal werd al lang geleden afgebroken. 

Meer weten over de Stephensonstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl