De Dr. Schaepmanstraat en het -plein

Begin wintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Dr. Schaepmanstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

Herman J.A.M. Schaepman (1844-1903) was een Nederlands dichter, Rooms-katholiek priester, theoloog en politicus. Het devies van Dr. Schaepman luidde Credo, Pugno (Ik geloof, ik strijd). Mgr. Schaepman werd vaak aangeduid als ‘de doctor’.

In de Dr. Schaepmanstraat woonde op nummer 14 de familie Van der Werff. De heer des huizes, A.A. van der Werff, was voorzitter van de Nederlandse Rooms Katholieke Steenfabriekarbeiders Bond. Om zijn verdiensten voor de bond werd hij opgenomen in de gemeenteraad van Zuilen. De grootte van zijn gezin, veertien kinderen, maakte het noodzakelijk dat hij de beschikking kreeg over twee woningen om hen te huisvesten.

De heer van der Werff werd wethouder voor de Katholieke Volks Partij.

De zoon van deze wethouder, A.J. van der Werff, kwam kort na de Tweede Wereldoorlog om het leven. Hij was instructeur in het Nederlandse leger en zag leerlingen oefenen met handgranaten, dummy’s. De instructeur zag dat er een echte granaat tussen zat, die bovendien op scherp stond. Hij bedacht zich geen moment, schreeuwde de leerlingen weg en hield de granaat tegen zich aangedrukt om zo de gevolgen van de ontploffing voor andere omstanders zo klein mogelijk te laten zijn. Een en ander volgens de officiële instructies (!). Hij heeft deze daad zelf met de dood moeten bekopen.

 De heer A.J. van der Werff (zoon van de heer A.A. van der Werff) offerde zich op door een handgranaat tegen zich aan te drukken. Zo spaarde hij verschillende levens. Hij kreeg een begrafenis met militaire eer. Hier verlaat men de St.-Ludgeruskerk. De leden van de NBS  afdeling Zuilen vormden een erehaag.

Het bestuur van de St.-Ludgerusparochie organiseerde jaarlijks een bijzondere collecte die ten goede kwam aan het missiewerk. Dit deed men met een zogenoemde missieweek. Om de aandacht van de parochianen – van wie er natuurlijk heel veel in de ‘Julianabouw’ woonden – goed in beeld te houden werd een ‘Missiekruis’ geplaatst in het perk van het pleintje.

Meer weten over de Dr. Schaepmanstraat en -plein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Leo XIII straat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Leo XIII straat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

De Leo XIII straat werd genoemd naar paus Leo XIII, die geboren werd in 1810 en overleed in 1903. Paus Leo XIII is een algemeen gewaardeerde paus die een verademing was na zijn voorganger, de strenge paus Pius IX. In het Utrechts Nieuwsblad van 15 oktober 1924 lezen we over hem: ‘In den nacht van den 30en op den 31en October zal de kist, waarin zich het stoffelijk overschot van Paus Leo XIII bevindt, van zijn tegenwoordige rustplaats in de St. Pieter worden overgebracht naar de tombe, die de Paus tijdens zijn leven reeds had doen inrichten in de San Giovanni in Laterano (de kerk naast het vroegere pauselijk paleis). Paus Leo XIII koesterde een groote belangstelling voor het Laterano en behoorde tot de ijverigste voorstanders eener restauratie.’

De Leo XIII straat is er een zonder winkels. De enige in het vroegere Zuilen wijd en zijd bekende naam die we in deze straat tegenkomen, is die van een collega van me: ‘J. Hordijk, horlogemaker’. Om niemand tekort te doen hier een lijstje van de bewoners, per huisnummer, met hun beroep volgens de Stratengids die de gemeente Utrecht in 1940 uitgaf. (Het is nog geen computertijdperk, de opnamedatum is in de periode 1938-’39 geweest.) Let op de beroepen.

1          J.B. Mutsers                                   fraiser.

3          A.J.L. Oostendorp                          bankwerker N.S.

5          J.C. van Helden                            conducteur N.S.

7          J. Kreeftmeijer                              colporteur.

9         A.J.G. Schilte                                 fabrieksarbeider.

11        C. Spiekman                                  metselaar.

13        A.J. Mathijssen                             autogeen lasscher.

15        G.H. Rijnbergen                           zandvormer.

17        A. Visser                                       wijnkoopersknecht.

19       C. Leeman                                     waschknecht.

21       H.G. Wieman                                 wegwerker N.S.

23       J. Hordijk                                        horlogemaker.

25       J. van Lieshout                             meubelmaker.

27       A.J. van Dijk                                  kaashandelaar.

 

2         J.A. Veltman                                  sjouwer.

4         J.D. Zorn                                       wagenlooper.

6         M.W. Molenbeek                           kellner.

8         L.M. Hessing                                 metaalbewerker.

10       Werkplaats.

12       M. Peffer                                       kernmaker.

14       W. Tolboom                                   werkman.

16       A.H. van Rhee                              conducteur N.S.

18       J. Tersteeg                                    metselaar.

20       W. Luijters.

22       G.J. Wolthuis                                bankwerker N.S.

24       M. van Kuilenburg                        sigarenmaker.

26       S. Duijst                                       arbeider Genie.

28       A.W.A. Kemme                            chauffeur.

Van de Leo XIII straat heeft het Museum van Zuilen geen foto uit de periode voor 1954.

Dus… moeten we het doen met een foto van na 1954, maar dit is wel de Leo XIII-straat. (Foto: Het Utrechts Archief.)

Meer weten over de Leo XIII straat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Forstmanstraat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor de vele werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De Forstmanstraat is de straat waar zich na de openstelling van de St.-Josephlaan een groot deel van de jaarlijkse buurtfeesten afspeelt. En ook de straat waar door de bewoners hard gewerkt wordt om dat feest te laten slagen. Zo werken zij bijvoorbeeld hard mee met de vervaardiging van houten kinderspeelgoed dat als prijs tijdens de buurtfeesten (en op 5 december natuurlijk) beschikbaar gesteld wordt.

De heer Van Maarschalkerweerd uit de Forstmanstraat wist zich het slot van de Tweede Wereldoorlog nog goed te herinneren. Hij vertelde het volgende verhaal:

‘Half april 1945 kwam een groot onderdeel van de Wehrmacht in dit deel van Zuilen aan. De voertuigen werden geparkeerd in het Emmapark en het zoeken naar slaapruimte begon. Huis aan huis werd de wijk bezocht en keek men of er plaats was voor een of meer soldaten. Zo kwam men ook in de Forstmanstraat. Het huis op nummer 2 werd te klein geacht om er iemand in onder te brengen. Nummer 4 en 6 voldeden ook niet aan de norm. Toen werd aan de bewoners gevraagd of alle huizen in deze straat zo klein waren. Hierop werd ‘natuurlijk’ bevestigend geantwoord. Daarom werd de rest van de straat overgeslagen en kregen de manschappen elders onderdak.

Toen op 5 mei ’s avonds de eerste bevrijdingsfeesten begonnen en iedereen naar buiten kwam om mee te feesten, viel voor het eerst de jongeman op die zowaar iedereen bij voor- en achternaam bleek te kennen. Op de vraag van een van de bewoners wie of hij dan wel was, vertelde hij: ‘‘Ik woon al drie jaar met mijn ouders precies bij u aan de overkant, wij waren ondergedoken!’’ ’

Het werd door de verteller van deze gebeurtenis toch wel als heel bijzonder ervaren: als de Duitsers namelijk drie weken tevoren alle woningen van de Forstmanstraat hadden doorzocht, was deze familie beslist ontdekt, maar door dat ene ‘leugentje’, dat alle woningen zo klein waren, bleven zij gespaard.

De buurtvereniging in de ‘Josephbouw’ organiseerde natuurlijk ook van alles voor de leden. Daarvoor waren vele vrijwilligers in touw. De heer Van Hees uit de Forstmanstraat 9 maakte bijvoorbeeld het houten speelgoed dat als prijs bij buurtfeesten gewonnen kon worden. Het was een (meer dan) handige timmerman. Zo bouwde hij ook de bovenstaande houten trapauto. Echter, niet als prijs voor de buurtvereniging maar voor zijn zoon! We kregen ooit van iemand de toezegging van de werktekening, het heeft even geduurd maar inmiddels is het Museum van Zuilen in het bezit van die werktekening. Het nabouwen is er tot op heden niet van gekomen. Zijn er onder de lezers misschien…?

Meer weten over de Forstmanstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Geraniumstraat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor de vele werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen aan de Zuilense kant van de Geraniumstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

De Geraniumstraat valt in het blokje huizen rondom de St.-Josephlaan een beetje uit de toon, op twee manieren zelfs. Ten eerste omdat in de woningen van de St.-Josephbouw slechts rooms-katholieken wonen en de scheidingslijn midden door de straat liep, wonen aan de overkant van de Geraniumstraat veelal ‘andersdenkenden’. Ten tweede omdat alle straten van de Julianabouw genoemd werden naar oprichters of (voormalige) bestuursleden van de Woningbouwvereniging. Daar komt een geranium slecht mee weg. De straat kan daar natuurlijk niets aan doen, het komt omdat deze straat op de grens met de gemeente Utrecht ligt. De grens liep in de lengterichting door deze straat en het grootste deel van het wegdek was van de gemeente Utrecht. En de straten op het Utrechtse deel van deze wijk werden vernoemd naar planten.

Eigenlijk was het zo dat slechts het (vanaf de Amsterdamsestraatweg gezien) rechtertrottoir Zuilens grondgebied was. Dat is niet zo heel erg maar het kan wel eens onhandig zijn. Bijvoorbeeld als je met het Zuilens Fanfare Corps door de Geraniumstraat wilt marcheren en je hebt als bestuur van dit corps vergeten een vergunning aan te vragen bij de gemeente Utrecht om door deze straat te mogen lopen. Maar… van het Zuilense gemeentebestuur mag het wel! Wat doe je dan? Je laat de leden van het Zuilens Fanfare Corps over het trottoir lopen! (Dit onwaarschijnlijke verhaal is echt gebeurd!)

Ben Koenen, in 1956 zojuist tot priester gewijd, wordt door zijn buurtgenoten in het katholieke woongedeelte van Zuilen: De Josephbouw onthaald. Om een en ander in goede banen te leiden is er politiebegeleiding aanwezig. De bruidsmeisjes hebben bloemen meegenomen en vormen een erehaag. Ook het huis zelf is versierd met bloemstukken en een strik in de kerkelijke kleuren geel en wit.

Meer weten over de Geraniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Josephlaan

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de St.-Josephlaan werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

Niet alleen de lage huur zorgt voor aangenaam wonen. De vooral na de Tweede Wereldoorlog jaarlijks terugkerende feestweek is daar ook debet aan. De grote kermissen in de St.-Josephlaan worden geroemd. De bewoners van de St.-Josephlaan raakten er bovendien aan gehecht. Dat blijkt uit het feit dat, toen de kermisexploitant in 1951 van het Zuilense gemeentebestuur geen vergunning kreeg voor de kermis vanwege ‘overlast voor de omwonenden’, het gemeentebestuur blijkbaar buiten de waard heeft gerekend: een lijst met handtekeningen van alle bewoners van de laan bracht het gemeentebestuur gelukkig op andere gedachten, de kermis ging door.

Heel speciale herinneringen hebben veel bewoners van dit deel van Zuilen (en vele andere kermisbezoekers) aan het orgel dat de jaarlijkse kermis opluisterde.

De kermis werd ‘altijd’ geopend door de voorzitter van buurtvereniging ‘Juliana’. Dan werden voor de kinderen spelletjes georganiseerd waarmee fraaie prijzen te winnen waren. Die werden natuurlijk zoveel mogelijk in eigen beheer gemaakt.

De kermis besloeg de hele straat en dat kon ook makkelijk, want de laan liep dood bij de spoordijk.

Dat duurde tot midden jaren zestig van de vorige eeuw. Toen werd de rondweg om de stad compleet gemaakt door de St.-Josephlaan en de Marnixlaan (na aanleg van de Marnixbrug) aan te sluiten op de overige wegen van de rondweg.

Foto uit Utrecht in woord en beeld, van 5 september 1930: ‘De buurtvereeniging „Prinses Juliana” te Utrecht, heeft haar eerste lustrum achter den rug, en natuurlijk heeft zij dit jubileum feestelijk herdacht. Een bijzonder geslaagde eerepoort, ontworpen door Ko Versum, was de vreugdetolk der buurtbewoners, nu „hun” vereeniging reeds op vijf welbestede jaren mag terugzien.

Meer weten over de St.-Josephlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jan Overdijkstraat

Wie was Jan Overdijk? Daarvoor kijken we in een oud krantenknipsel dat melding doet van de plannen van woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’, om te gaan bouwen op het ‘Julianaterrein’:

‘Het zal onze lezers, zeker de oude Josephmannen aangenaam treffen, dat het bestuur van ‘‘P. J.’’[1] er in geslaagd is, de medewerking van den Zuilenschen gemeenteraad te verkrijgen voor het vaststellen van de volgende straatnamen: St. Josephlaan, Dr. Schaepmanlaan, Dr. Schaepmanplein, Forstmanstraat, Jan Overdijkstraat, Haarmanstraat en Van Eimerenstraat.

Zoo blijve in dankbare herinnering het vele goede, door twee geestelijke adviseurs en drie leeken-pioniers onder de schutse van ‘‘St. Joseph’’ voor de katholieke arbeiders in Utrecht verricht.’

De Jan Overdijkstraat gaat als onderdeel van Complex 2 van woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ door het leven. Omdat het, zeker in de tijd dat dit complex tot stand kwam (begin vorige eeuw) nog heel gebruikelijk was dat katholieke gezinnen groot zijn, werd in de bocht van deze straat ook nog complex 5 gebouwd. Dit zijn vier speciale woningen voor grote gezinnen en de laatste die ‘Prinses Juliana’ voor de Tweede Wereldoorlog liet bouwen.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het zijn dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Jan Overdijkstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. Het zijn uiteindelijk 102 woningen geworden die niet allemaal dezelfde afmetingen hebben.

Over een winkel in deze straat was tot de StraatReünie van 3 juli 2011 in het Museum van Zuilen niets bekend, maar tijdens deze reünie vertelde een mevrouw over de heer De Bruin die de voorkamer van nummer 53 ingericht had als kruidenierswinkeltje. Dus zijn we nu op zoek naar een foto van deze winkel(ier).

Een andere aanvulling werd ook nog gemeld: op nummer 36 woonde mevrouw Hattink. Zij gaf pianoles, en… zij stond model voor de Mariafiguur die in het keramiektableau verwerkt werd naast de ingang van de St.-Ludgeruskerk. – Het tableau kon met de sloop van de kerk niet gespaard worden. Hiervoor in de plaats werd een muurschildering op ware grootte aangebracht op de zijmuur van de flat aan de Amsterdamsestraatweg die op de plaats van de kerk gebouwd werd. – De bakker kwam er (zoals in zovele straten) aan de deur. Ook de heer Klaarenbeek bijvoorbeeld, hij was de broodbezorger van bakker Versteegen. Klaarenbeek heeft in de Jan Overdijkstraat al snel zijn grote liefde gevonden en begon na zijn huwelijk samen met zijn vrouw een bescheiden kruidenierswinkeltje dat uitgroeide tot een grote zelfbedieningszaak op de hoek van de Johannes Gerobulusstraat en de Van Egmontkade.

Op nummer 57 woonde de familie Ummels. De heer Ummels heeft zich als voorzitter van de buurtvereniging vele jaren ingezet voor de bewoners van de ‘Josephbouw’.

De Jan Overdijkstraat in aanbouw. (Foto: Het Utrechts Archief)

Meer weten over de Jan Overdijkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

[1] P.J. staat voor Prinses Juliana. De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Jopseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De Professor Wattjesstraat

J.G. Wattjes (1879-1944) was een Nederlands architect en hoogleraar. Na zijn studie ging hij in 1901 aan de slag als opzichter/tekenaar bij de PTT in Frederiksoord – een dorp in het zuidwesten van Drenthe. Wattjes werkte vervolgens als particulier architect (1904-1908) en als leraar aan de Academie Minerva, een kunstacademie in de Groningse Oude Boteringestraat. Later werkte Wattjes in Amsterdam als ingenieur voor de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij.

De heer Wattjes werd in 1918 benoemd tot hoogleraar bouwkunde aan de ‘Technische Hoogeschool’.

In het verlengde van de De Bazelstraat werd de straat doorgetrokken richting Amsterdamsestraatweg. De hele straat beslaat twintig woningen. Vermoedelijk kreeg de ‘verlengde De Bazelstraat’ een andere naam, omdat men bij het nummeren van de De Bazelstraat er niet van uit ging dat er nog woningen vóór nummer 1 zouden worden gebouwd. Samen met o.a. de La Croixstraat, M. de Klerkstraat en de Hanrathstraat werden deze straten aangelegd op een opgespoten stuk zand. Het hele complex lag nogal geïsoleerd en kreeg de wijkaanduiding: ’t Zand.

Oud bewoner Piet Koedijk schreef zijn herinneringen aan de Professor Wattjesstraat op: ‘Het was in 1948 al drie jaar na de oorlog, maar ook toen nog waren bouwmaterialen heel schaars. Dat was duidelijk te merken aan de wijze waarop de huizen waren gebouwd, maar vooral aan hoe ze waren afgewerkt. Ik zal niet in alle details treden, maar een paar dingen vielen wel heel erg op.

Ten eerste waren er in het hele huis drie stopkontakten. Een in de huiskamer, een in de keuken en een boven (voor 3 slaapkamers en een badkamer). Dus drie stopkontakten voor het hele huis.

Maar het aller opmerkelijkst was wel de badkamer. Als je die binnenkwam zag je alleen maar wat de bedoeling was. Van feitelijke voorzieningen was geen sprake. Er was een verlaagd deel in de granieten vloer met een waterafvoer. Bedoeld om óóit een douche te realiseren. Maar die wás er niet! Er zat een waterleidingpijp en een afvoerpijp tegen de muur van een ander deel van die badkamer waar kennelijk een wastafel was gepland. Maar ook die zat er niet! Kort en goed: je had aardig wat verbeeldingskracht nodig om je een toekomstbeeld te vormen.

Er waren in de slaapkamers nissen waar klaarblijkelijk kledingkasten gepland waren. Maar alweer: nee! Die waren er niet!

Nog even over die bouwkwaliteit. De isolatie van de huizen was navenant. Als de buren van no. 6 gebruik maakten van het toilet, kon je het bij ons in de huiskamer horen klateren, vooral ’s avonds als het stil was. Geen wonder dat mijn moeder de hele dag de radio aan liet staan!

Als mijn vader ’s avonds in de (toen voltooide) badkamer zijn tanden stond te poetsen, lag de buurman van de andere kant op no. 10 dus zich in bed te verbijten. Om over de rest van het verhaal maar te zwijgen…

Al deze en andere tekortkomingen waren een gevolg van materiaal schaarste.

Schoot me nog iets te binnen. Niet vermakelijk of zo, maar gewoon een stukje geschiedenis zullen we maar zeggen: aan de achterkant van de huizen liep een met lood bemantelde dikke kabel over de volle lengte van de straat. Bij elk huis een kleine bocht erin. Die gaf de plaats aan waar eventueel een aftakking naar het betreffende huis kon worden gemaakt.

Die kabel was voor de radiodistributie, een optie voor radio-ontvangst als je zelf geen radio had. De enige voorziening die je in huis nodig had, was dan een staande luidspreker. Aan die luidspreker zat een kabel met een gewone stekker. In de muur een kastje met drie mogelijkheden om de stekker in te steken. Zodra je de stekker op een van die drie opties aansloot werden de andere twee mogelijkheden a.h.w. geblokkeerd. Je kon nooit stiekem twee luidsprekers aansluiten.

Vanwege de enorme vraag naar woonruimte werd een aantal van de huizen aan de even kant geschikt gemaakt voor dubbele bewoning. Op de nummers 2, 6, 12, 18 en 20 woonden aanvankelijk 2 gezinnen.

Om dat mogelijk te maken was de “badkamer” op de bovenverdieping omgetoverd tot keuken voor de bewoners boven. Het toilet werd door de bewoners van beide verdiepingen gedeeld. Volgens wat ik me ervan herinner werden de “bovenhuizen” steeds bewoond door echtparen zonder kinderen. De gezinnen beneden door echtparen zonder of met een kind.

Ons gezin telde drie kinderen. Dus wij beschikten over een heel huis.’

‘Alle huizen die daar in 1948 gerealiseerd werden …’ (Foto: Het Utrechts Archief)

Meer weten over de Professor Wattjesstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jacob van Campenstraat

Op Wikipedia lezen we over de naamgever van deze straat: ‘Jacob van Campen bedreef architectuur alsof het zijn hobby was’. Hij leefde van 1595 tot 1657. Opmerkelijk is dat de heer van Campen duidelijk van een veel oudere generatie is dan de overige architecten van wie we in ’t Zand straatnamen vinden, maar de Jacob van Campenstraat loopt dan ook van de generaties oudere Amsterdamsestraatweg naar de nog jonge wijk ’t Zand, dus is de vernoeming van een ‘oude rot in het vak’ heel goed van toepassing.

De woningen aan deze straat werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en werden kort na de Tweede Wereldoorlog opgeleverd.

Utrechts Nieuwsblad 10 september 1948

NIEUWE STRAATNAMEN.

Aan het drietal straten, dat is aangelegd bij de Lelimanstraat, hebben B. en W. de volgende namen gegeven: Professor Watjesstraat, Dr. Berlagestraat en Jacob van Campenstraat. De nieuwe straat, welke evenwijdig loopt met de Luit Blomstraat, zal heten: W.J. Bossenbroekstraat.

Over de (bewoners van) de Jacob van Campenstraat is geen Zuilense (dus van vóór 1 januari 1954) geschiedenis bekend. Dat de straat wel in de Zuilense periode gestalte kreeg, blijkt onder andere uit het feit dat de heer Heil zich ‘Zuilenees’ noemt: hij werd geboren in deze straat. Een korte straat, die lange tijd ook slechts aan een kant bebouwd werd.

De Jacob van Campenstraat duikt op in de archieven van de Gemeenschapsraad. – De raad werd ingesteld door de minister, om Zuilen, na de annexatie per 1 januari 1954, enige inspraak te geven bij het Utrechtse gemeentebestuur. De Gemeenschapsraad werd een mislukking en is na 10 jaar opgeheven. – Dit bericht stond in het Utrechts Nieuwsblad van 9 juli 1958:

Feest op ’t Zand.

De Culturele en Ontspanningsvereniging ’t Zand heeft interesse in een feestpark. Niet zozeer om het feest zelf als wel om de kinderen uit de baten een clubhuis te geven. Althans een flink deel van het geplande clubhuis. De Gemeenschapsraad zag hier wel iets in, zodat B. en W. van Utrecht het advies zullen krijgen dit feest doorgang te doen vinden. De ’t Zandbewoners gaan dan, aan de Jacob van Campenstraat van 13 tot en met 20 september de bloemetjes buiten zetten.

Vermoeide wandelaars zullen binnenkort een rustpunt kunnen vinden in de Prinses Irenelaan. Er zullen nl. banken worden geplaatst. Speelgelegenheden leveren ook in de wijk Zuilen moeilijkheden op. Aan een gedaan verzoek van de G.R. enige gazons voor de jeugd open te stellen kunnen B. en W. niet voldoen, omdat de grasmatten nog te zacht zijn.

Dus… bent u een van de bewoner van de Jacob van Campenstraat (geweest)? Help ons dan alstublieft door uw leukste, mooiste, meest dierbare herinnering op papier te zetten (of gewoon aan ons te mailen: info@museumvanzuilen.nl)

 Foto van Het Utrechts Archief, gemaakt op 12 december 1998. Het Museum van Zuilen houdt zich aanbevolen voor oudere.

Meer weten over de Jacob van Campenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De De Bazelstraat

De heer K.P.C. de Bazel was, net als de naamgevers van de andere straten van ’t Zand, architect. Hij was een leeftijdgenoot van Hanrath, La Croix, Van der Pek en de meeste andere heren die we in deze wijk in de straatnamen terugvinden. De Bazel leefde van 1869 tot 1923 en werd – net als zijn ‘straatnaamgenoten’ – niet oud, slechts 54 jaar en kon er dus ook niet bij zijn toen in deze straat zijn straatnaambord op de muur werd geschroefd.

De woningen aan deze straat werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De De Bazelstraat is onderdeel van Complex 2 van deze woningbouwvereniging (Complex 1 zijn de woningen rond de De Lessepsstraat.) Samen met o.a. de La Croixstraat, M. de Klerkstraat, Van der Pekstraat en de Hanrathstraat werden deze straten aangelegd op een opgespoten stuk zand. Het hele complex lag nogal geïsoleerd en kreeg de wijkaanduiding: ’t Zand.

De beschrijving van de ‘geschiedenis’ van de De Bazelstraat is aan de hand van de stratengids uit 1938-’39, waarin per straat, per huisnummer de naam van de hoofdbewoner en zijn of haar beroep staat vermeld.

Als we een denkbeeldige wandeling maken door deze straat en doen alsof het 1938 – ‘39 is, dan kwamen we op nummer 6 al meteen bij iemand met een uitstervend beroep, hier woonde namelijk de heer M. van Ginkel. Hij was petroleumventer en die kom je na ongeveer 1980 niet meer tegen.

Even verder, op nummer 23, kwamen we bij de groentehandel van J.G. Saveur. In dit pand ging enige jaren later de heer Van Baaren zijn klanten kortwieken in de door hem geopende kapperszaak. Van Baaren hield het na een tijdje voor gezien en dan komen we een andere kapper tegen, de zoon van kapper Van der Zeijden (van de Amsterdamsestraatweg).

Naast Saveur zat een andere bekende voor Zuilen: melkhandelaar H. Verhoef. – Overigens, de heer Verhoef van de melkhandel op nummer 25 is één van de drie broers die dit vak uitoefenen. In de Westinghousestraat 4 woonde een broer van hem die geen winkel had maar alleen uitventte. Dat deed men wel vaker in 1938-‘39. En in de Utrechtse Seringstraat 79 kwamen we de derde melkb(r)oer Verhoef tegen.

Twee huizen verder zat schoenmaker P.A.C. Wouters. Er waren meerdere schoenmakers actief op ’t Zand, zou dat te maken hebben gehad met de grotere afstanden die de bewoners moesten (naar de fabrieken van Werkspoor en Demka) lopen?

Op nummer 48 woonde kraandrijver Kramer, lid van de Vereniging Vrijwillige Brandweer Zuilen. Meldde zich altijd als een der eersten bij de brandweerkazerne (maar die stond dan ook min of meer om de hoek!).

Twee huizen verder woonde ‘groenteventer’ Heinz, wiens zoon voor bakker Lamfers in Oud-Zuilen ging werken. De laatste winkel in de De Bazelstraat was de winkel aan de overkant, de groentewinkel van J. Verbaan.

(Van B. Stegeman uit Oude Pekela vernam ik van een ondernemer die niet in ‘onze’ gids wordt vermeld en vermoedelijk dus pas later in de De Bazelstraat actief werd: de radiomonteur van Middendorp.) 

 

Op de hoek van de La Croixstraat en de De Bazelstraat was de ‘melkinrichting’ van H. Verhoef gevestigd. Zoals u ziet, ventte hij ook, met paard en wagen nog wel! Hier, voor de zaak, werd een foto gemaakt met, van voor naar achter: vader Henk Verhoef, zoon Hennie met zijn broer Kees Verhoef, mevrouw Roos en Jantje Baart.

Meer weten over de De Bazelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Lelimanstraat

Op 25 januari stond in het Utrechts Nieuwsblad het volgende bericht:

Nieuwe straatnamen

——–

“Bouwkundigenbuurt” te Zuilen.

ZUILEN, 25 Jan. – De in aanbouw zijnde woningen van de Woningbouwvereeniging “Zuilen”, op een terrein gelegen tusschen Amsterdamschen Straatweg en Daalweg, zijn bijna gereed en B. en W. hebben aan de straten, die daar zijn ontstaan, de volgende namen geven: Lelimanstraat (J.H.W. Leliman, architect, 1878-1921); De Bazelstraat (K.P.C. de Bazel, bouwmeester, 1869-1924); Van der Pekstraat (J.E. van der Pek, architect, 1865-1919); Hanrathstraat (J.W. Hanrath, architect, 1867-1932).

In Zuilen volgt men bij het benamen der straten een vast systeem, evenals dat in Utrecht en vaak ook in andere plaatsen het geval is…

Leliman was dus een Nederlands architect en kreeg onder meer bekendheid als ontwerper van de ANWB-paddenstoel.

De woningen aan deze straat werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De Van der Pekstraat is onderdeel van Complex 2 van deze woningbouwvereniging (Complex 1 zijn de woningen rond de De Lessepsstraat.) Samen met o.a. de La Croixstraat, M. de Klerkstraat en de Hanrathstraat werden deze straten aangelegd op een opgespoten stuk zand. Het hele complex lag nogal geïsoleerd en kreeg de wijkaanduiding: ’t Zand.

De Lelimanstraat loopt parallel aan de Amsterdamsestraatweg, tussen de Hanrathstraat en de Van Heukelomlaan. In de Lelimanstraat kwam de tweede slagerswinkel van de heer D. Vergeer – zijn eerste winkel zat op de Amsterdamsestraatweg.

Slager Vergeer werd opgevolgd door Kooyman, die in dit pand op de hoek Lelimanstraat/Hanrathstraat zijn eerste slagerij begon. Het zal wel een goede relatie met Vergeer hebben opgeleverd, want toen Vergeer zijn winkel aan de Amsterdamsestraatweg verliet, kwam ook in dat pand Kooyman in beeld.

In de loop der jaren zullen heel wat bewoners naar binnen zijn gestapt om hun vlees te kopen bij slager Kooyman. In de Tweede Wereldoorlog kreeg het verzet regelmatig vlees van de heer Kooyman. Dat werd vervolgens door de dominee en de pastoor verdeeld onder hun kerkgangers.

Ver na de Tweede Wereldoorlog, in de periode 1960-1965, werd in de worstmakerij achter de winkel van de tweede vestigingsplaats van Kooyman, aan de Amsterdamsestraatweg 611, regelmatig geoefend door een van de eerste bands die Zuilen kende, The Sioux. Deze band was – een van de vele – die ook optraden in het Pastoor Schiltehuis.

The Sioux bestond in de beginperiode uit de volgende heren. Ton Kooyman, zoon van slager Kooyman aan de Amsterdamsestraatweg. (De heer Kooyman sr was ook de manager van de band.) Ton speelde sologitaar, Ted Stegers uit de Hanrathstraat bespeelde de slaggitaar en Marcel van Hardeveld (die we eigenlijk alleen maar kennen als ‘Hoss’ en ruim dertig jaar zijn winkel had aan de Amsterdamsestraatweg 563: Radio Communicatie Centrum) speelde de basgitaar. Aan de drums zat Ries de Wit uit de Marconistraat.

De dansavonden waarop The Sioux speelden werden georganiseerd door de heer en mevrouw Slot onder de naam ‘Beverdonk’. Later werd de naam gewijzigd in ‘Taveno’. Zij organiseerden ook de dansavonden in de bovenzaal van de nabijgelegen Rooms-katholieke St.-Salvatorkerk.

 

Twee meisjes Bliek uit de Lelimanstraat flankeren Marietje van der Pas, hun buurmeisje. Let op de klompjes.

 

 ‘Haasje-over’ spelende kinderen in de Lelimanstraat, terwijl de woningen vanaf de Jacob van Campenstraat nog in aanbouw zijn.

 Meer weten over de Lelimanstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl