Over de Tuinbouwschool in Zuilen, een van de vele scholen

Over de Tuinbouwschool in Zuilen schreef het Utrechts Nieuwsblad op 23 juli 1965:

Scholencomplex voor de tuinbouw in Utrecht

Optie op bouwterrein Theo Thijssenplein

(Van een onzer verslaggevers)

UTRECHT – Ingaande 1 september a.s. is benoemd tot directeur van de Stichting Centrum voor Tuinbouwonderwijs de heer J. De Bruijn, thans wonende in De Meern.

Daarmede heeft de heer De Bruijn de leiding op zich genomen van een scholencomplex dat eigenlijk alleen nog maar op papier bestaat, en dat is op touw gezet door het Utrechts Landbouw Genootschap, de Koninklijke Ned. Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde, de Centrale Onderwijs- en Examencommissie Hoveniers en de Kring Bloemist-Hoveniers van de vereniging “De Nederlandse Bloemisterij.”

Maar al deze organisaties zijn niet met lege handen gekomen, en de grootste inbreng was van het Utr. Landbouw Genootschap, dat zijn lagere tuinbouwschool te Maarssen presenteerde. Het lesprogramma van deze school zal aanmerkelijk worden uitgebreid, evenals de accommodatie. Daartoe zal de gehele school naar Utrecht worden verplaatst. In het scholencomplex zullen voorts worden opgenomen de twee oudste scholen op tuinbouwgebied in deze omgeving: de tuinbouwvakschool voor bloemsierkunst, en de tuinbouwvakschool voor hoveniers (aanleg en onderhoud van tuinen), resp. gevestigd in Utrecht en De Bilt, alsmede zo mogelijk in de toekomst ook de tuinbouwvakschool voor de bloemisterij, welke momenteel wordt gehouden in een der lokalen van het Cantonspark in Baarn.

Gebouw.

Voor deze scholenconcentratie in de stad Utrecht is een gebouw nodig. En voor de bouw daarvan bestaat al een plan. Architecten hebben op papier een schoolgebouw gecreëerd waarvan de afdeling lager tuinbouwonderwijs accommodatie biedt aan 120 leerlingen, en de vakscholen aan ca. 100 leerlingen. Bovendien is er nog iets concreets; dat is de optie op een bouwterrein aan het Theo Thijssenplein te Utrecht, waar ook nog ruimte is voor een grote schooltuin voor praktijkonderwijs. Ook worden lessen gegeven op tuinbouwbedrijven in de provincie en worden excursies gemaakt naar instellingen zoals het Cantonspark.

Zolang nog gewerkt wordt aan het realiseren van de bouwplannen blijven de scholen gedecentraliseerd werken althans indien men er niet in slaagt een tijdelijk onderkomen voor het scholencomplex in Utrecht te vinden. Hierover zijn reeds onderhandelingen gaande met het Utrechtse gemeentebestuur, en men is van de zijde van de Stichting Centrum voor Tuinbouwonderwijs niet pessimistisch over het resultaat.

 

De nieuwe directeur

De loopbaan van de nieuwbenoemde directeur, de heer J. de Bruijn, ligt geheel binnen de grenzen van de provincie Utrecht. Hij is Beukelaar van geboorte, die zijn onderwijsstudie completeerde aan de Jan van Nassau Kweekschool te Utrecht. Hij was werkzaam bij het lager onderwijs te Harmelen en werd vervolgens hoofd van de tuinbouwschool in Vleuten. Thans is de heer De Bruijn (sinds 1948) leraar bij het Rijkstuinbouwconsulentschap te Utrecht in algemene dienst. Hij heeft zich speciaal toegelegd op het geven van onderwijs op diverse gebieden van de sierteelt.

Tuinbouwschool

De nieuwe directeur van de Stichting Centrum voor Tuinbouwonderwijs, de heer J. de Bruijn.

Toekomst

De heer De bruin is van mening dat de vakscholen een goede bovenbouw zullen gaan vormen van de lagere tuinbouwschool. Door de concentratie ontstaan mogelijkheden voor een bloeiende school in Utrecht, zoals ook dergelijke scholencomplexen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam in de belangstelling van een deel van de bevolking blijken te staan.

In de eerste plaats van de plattelands jeugd in de omgeving. Maar ook van de stadsjeugd, Maar ook van de stadsjeugd, want ook onder de stadjeugd bevinden zich kinderen die van bloemen en planten houden, die mee willen helpen voedsel te telen voor de groeiende bevolking, wier hart uitgaat naar het schikken van bloemen of die hun hart verpand hebben aan de bloementeelt.

 

Ongeluk op de Prins Bernhardlaan.

Een ongeluk zit nog altijd in een klein hoekje. De Prins Bernhardlaan is groot en breed genoeg dunkt me, maar ja, die zon he. Lees het  Utrechts Nieuwsblad van 22 juli 1959:

Fietser, door zon verblind, reed voetganger aan

Verblind door de zon merkte dinsdag omstreeks 19.30 uur de 16-jarige fietser M. M., Herenweg 1a te Utrecht, niet op, dat er in de Prins Bernhardlaan een man op straat stond naast een aan de kant van de weg geparkeerde auto. Hij botste met zijn voorwiel tegen de voetganger, de 61-jarige G.H. R. aan. Beiden vielen. De fietser kwam er goed af, maar R. moest met een hersenschudding worden opgenomen in net Stads- en Academisch Ziekenhuis.

Bernhardlaan

De Prins Bernhardlaan. Geen auto in beeld, de fotograaf is in dit geval niet te laat, maar veel te vroeg, deze foto van de Prins Bernhardlaan is van 1952.

Drenkeling gered uit de Catharijnesingel.

Zo, dat zal je maar gebeuren. Zit je in de bus, en dan zie je een drenkeling (o.k. een kleintje, maar tocht) bezig om te verdrinken. Tijd voor snelle actie dus. Lees erover in het Utrechts Nieuwsblad van 21 juli 1955

 Kordaat optreden van bus-passagier

Tegenover de Bergstraat geraakte gisternamiddag tegen half 6 de 5-jarige Willem Ducaat spelenderwijs in het water van de Catharijnesingel. Dit werd opgemerkt door de ambtenaar bij de Nederlandse Spoorwegen, de heer G. Th. van Eck van der Sluis die in een autobus zat die aan de overzijde van de Singel reed. Hij liet de bus direct stoppen, sprong gekleed te water, zwom naar de overkant en slaagt er, met behulp van de inmiddels toegesnelde A. Bijdevier uit de Lange Koestraat in, het jongetje op het droge te brengen. Deze werd voor onderzoek naar het Stads- en Academisch Ziekenhuis overgebracht. Bij de bij de redding verloor de heer van Eck van der Sluis, woonachtig Jan van Zutphenstraat[1] 3 te Utrecht, zijn bril ter waarde van ƒ 40,-.

drenkeling

De Catharijnesingel te Utrecht, maar voor de drenkeling kwam de redding uit Zuilen

 

[1] [In 1956 werd de straatnaam Jan van Zutphenstraat gewijzigd in Jan van Zutphenlaan]

Op 20 juli 1938 werd in Zuilen het Vliegermonument onthuld.

Op 20 juli 1938 is het feit daar: Zuilen heeft zijn eerste monument, het Vliegermonument! De krant Het Utrechtsch Dagblad van 20 juli 1938 schreef erover:

Hulde aan de pioniers onzer luchtvaart

Vliegmonument te Zuilen onthuld

De burgemeester de heer O. Norbruis herdenkt de gevallen vliegers en dankt de jeugdige werkloozen voor hun arbeid

Kunstwerk van Joh. Uiterwaal.

Onder zeer groote belangstelling heeft hedenmiddag de onthulling plaatsgevonden van het Vliegermonument dat ‘‘ter eere en nagedachtenis aan de pioniers der Nederlandsche Luchtvaart’’ is opgericht.

Vanaf den Straatweg werden de genoodigden en belangstellenden door de feestelijk versierde Weth. D.M. Plompstraat, waar tevens de junioressen der plaatselijke vereenigingen een eerehaag vormden naar de C. van Maasdijkstraat geleid, waar de onthulling plaats zou vinden. Overal waren er vlaggen geplaatst, en de bewoners droegen ook het hunne er toe bij om het geheel een fleurig aanzien te geven. Onder de zeer vele autoriteiten, die de plechtigheid bijwoonden merkten we op: mr. dr. L.H.N. Bosch Ridder van Rosenthal, Commissaris der Koningin in de provincie Utrecht, M.H. Eggink, burgemeester van Maarssen en Maarsseveen, H.P. van der Borch tot Verwolde van Vorden, burgemeester van de Bilt, mr. J.M.M. Hamers, burgemeester van Jutphaas, jhr. J. Huydecoper van Maarseveen, burgemeester van Westbroek en Achttienhoven, W.H. Baron Taets van Amerongen van Renswoude, burgemeester van Oudenrijn, F.L. Los, burgemeester van Houten, J.A. Verder, burgemeester van Vleuten: de heeren J.H. Mulder, onderdirecteur van de U.W.M., ir. W.L.C. Buinings, directeur van de P.U.E.M.

Van militaire zijde waren aanwezig de commandant van de luchtvaart-afdeeling Soesterberg, F.A. van Heyst en zijn kapitein-adjudant.

Voorts zagen wij de heeren F. van den Hout, controleur van het cultureel werk voor werkloozen, ir. J.P. Minderhoud, directeur van Werkspoor, dr. A.J. Bossers uit den Haag, mr. J.A.M. Koch, notaris en advocaat, de heer J. Jonker, directeur van de Borstelfabriek, directeur van de Muinck Keizer, W.A. Hoek, directeur van de Zuurstoffabriek te Schiedam.

Ook waren aanwezig de heeren H. van Wijnmalen, H. van Meel, A.F.R.M.C.H.W. Mulder en F. Koolhoven, de bekende pioniers der Nederlandsche Luchtvaart.

Het voltallige college van B. en W. van Zuilen was met de raadsleden aanwezig. Zoo ook de hoofden der scholen in Zuilen met het onderwijzend personeel, alle ambtenaren ter gemeente-secretarie, en tal van ingezetenen der gemeente Zuilen. De meeste personen waren vergezeld van hunne dames.

Vliegermonument

Vele genodigden bij de onthulling van het Vliegermonument.

Nadat alle genoodigden gezeten waren openden het Zuilens fanfarecorps deze plechtigheid met een marsch getiteld ‘‘Luchtvaart pioniers’’, die aan Adriaan Mulder en zijn medepioniers is opgedragen.

Vervolgens trad de heer O. Norbruis, burgemeester van Zuilen, naar voren, om allereerst de gevallenen te herdenken:

‘‘Diegenen die hun leven hebben gelaten in de strijd tegen de elementen en die hebben gekampt voor onze nationale eer.

Hiervan hebben wij niet gemakkelijk een overdreven voorstelling. Laten wij bedenken met wat voor een geringe hulpmiddelen onze pioniers hun werk deden. Als men de tocht wilde aanvaarden met de wankele bouwsels van dien tijd was het een wagen op leven en dood, en geen instrumenten stonden den koenen luchtvaarthelden ten dienste. Zien wij b.v. de biplane van 50 p.k. Gnômemotor, waarmede Marinus van Meel breveteerde, dan zouden wij thans zelfs den moed missen op deze kinderwagenwielen over het aardrijk voort te rollen, laat staan het luchtruim in te trekken. En het behoeft dan ook meer bewondering dat de geestkracht dier helden een deel hunner in het leven spaarde, dan dat velen dit lieten in de strijd.

Hunne herinnering blijve dan ook voor ons een aansporing, om naar de mate onzer krachten, en ieder op de plaats, waar hij werd gesteld, voort te arbeiden aan het welzijn van ons volk en de roem der natie. Zij, die hebben gearbeid zoolang het dag voor hen was onder de meest moeilijke omstandigheden die zich denken laten, hebben er recht op dat wij allen voortbouwen op het door hen gelegde fundament voor een schoon, betrouwbaar en hechtgebouw: De Nederlandsche Luchtvaart’’.

Nadat de ‘‘Marche funèbre’’ van Chopin ten gehoore was gebracht vervolgde de burgemeester zijn rede.

‘‘Wanneer wij de balans opmaken over de laatste honderd jaar Nederlandsche geschiedenis, dan is er ongetwijfeld veel, zeer veel tekortkoming te constateeren en is er nog plaats voor de gemengde gevoelens van trots en vrees, gelijk Potgieter ze ons schilderde in den aanhef van zijn beroemd ‘‘Rijksmuseum’’.

Vliegermonument

Wie onzer zou met de hand op het hart durven verklaren aan die tekortkoming niet schuldig te staan? Maar gelijk ik zeide, er is ook plaats voor rechtmatige trots.

Gelijk de Hollandsche zeevaarders in de zeventiende eeuw onze natie een eerste plaats wisten te geven door hun kloek, moedig en onversaagd optreden, zoo hebben onze luchthelden in de twintigste eeuw er het hunne toe bijgedragen dat Nederland, hoe klein het ook mag zijn in de rij der Europeesche staten, daaronder op het gebied der luchtvaart een hooge plaats inneemt.

Ik geloof niet, dat de pioniers op luchtvaartgebied zich al te veel hoofdbrekens hebben gemaakt over allerlei economische beweegredenen, die hen zouden aansporen of terughouden hun zwaar en moeilijk werk te verrichten. In tegendeel, velen hebben zulks naar den mensch gesproken wellicht soms te weinig gedaan, maar vast staat, dat zij als mannen van de daad eenvoudig uit plichtsbesef en met onverschrokkenheid, die slechts weinigen is gegeven, hebben gehandeld en dat onze dankbaarheid, waarnaar zij nimmer hebben gevraagd, toch hun deel dient te zijn. Dit is dan ook de reden geweest dat het gemeentebestuur van Zuilen in een geheel nieuw stratencomplex in deze gemeente op de straatnaamborden de namen onzer Nederlandsche Luchtvaartpioniers heeft vastgelegd en het is met voldoening dat ik thans in de gelegenheid ben gesteld Zijne Excellentie den Commissaris der Koningin in dit gewest te verzoeken een monument te willen onthullen ter eere van die pioniers in de straat die wij noemden naar Clement van Maasdijk, den eersten Nederlandsche vlieger, die zijn leven offerde voor het hem nagestreefde doel.

Het is niet zonder tragedie, dat het gemeentebestuur onder den druk der tijden niet in de gelegenheid zou zijn geweest dit monument te stichten zonder dat jongen werkloozen hier hun krachten hebben gewijd aan de eer die wij, jongeren, aan de voortrekkers zijn verschuldigd. Ik reken het mij dan ook plicht Zijne Excellentie den Minister van Sociale Zaken wel den dank van het gemeentebestuur te betuigen voor de medewerking in dit opzicht ondervonden. Zoo ook de particulieren en ondernemingen die de gelden hebben bijeengebracht om tot de stichting en onthulling te geraken, waarvan ik met name thans alleen zal noemen den kort geleden onslapen oud-wethouder van Zuilen den heer Dirk Marie Plomp.

Thans nog een kort woord tot onze jonge werkloozen. Jongens, ge hebt het hier verrichte werk niet tot stand gebracht omdat ge er veel mee kondet verdienen. Slechts een karig zakgeld kon u worden geschonken.

Maar ik weet dat de meesten onder u er arbeidsvreugde bij hebben genoten, om onder de voortreffelijke leiding van den heer Van Hoorn, die een en ander heeft ontworpen en uw bezielenden voorwerker, den heer Nieuwland, dit eenvoudige bouwwerk te voltooien en de reeds zeer beroemde beeldhouwer de heer Uiterwaal zal het zich een voldoening rekenen, dat de vrucht van zijn handen en geest als het ware door uw nog zwakke armen, maar met de geestdrift der jeugd hoog wordt gehouden hier in het centrum van ons vaderland en daarmee als het ware te midden van crisis en werkloosheidsmalaise een getuigenis af te leggen met profetische inhoud.

Mijnheer de Commissaris der Koningin, ik verzoek u thans wel het Vliegermonument te willen onthullen’’.

Vliegermonument

Adriaan Mulder legt een krans bij het Vliegermonument.

 

Ha, eindelijk krijgt Zuilen een eigen zwembad…

Soms is het ronduit jammer dat de berichten die ik hier plaats ‘Oud Nieuws’ berichten zijn. Ze hebben ooit een stukje Zuilense geschiedenis bevat. Maar dit bericht over een zwembad dat na 14 jaar soebatten eindelijk werd gerealiseerd zou leuk ‘Nieuw Nieuws’ geweest zijn. Het zweembad werd overigens begin jaren negentig al afgebroken om ruimte te maken voor winkelcentrum Rokade.

Dit schreef de redactie van het Utrechts Nieuwsblad op 19 juli 1967 over het nieuwe zwembad:

IN UTRECHT-NOORD op de hoek van de Dr. Max Euwestraat en de Prinses Margrietstraat is een fraai zwem-instructiebad in aanbouw, dat half oktober voltooid, zal zijn.

zwembad

 

Over de ingebruikname van het Pastoor Schiltehuis.

Het Pastoor Schiltehuis, gebouwd met een grote financiele bijdrage uit de erfenis van pastoor Schilte voorzag in een grote behoefte. Werd tot in de laatste jaren (Het Pastoor Schiltehuis brandde in 1979 af) als ‘poptempel’ intensief gebruikt. Golden Earrings, Films, kindermissen, vergaderingen, heel Zuilen gebruikte het Pastoor Schiltehuis. Over de ingebruikneming schreef het Utrechts Nieuwsblad op 18 juli 1935

 

Inzegening van Pastoor Schilte Huis

——–

Bij de officieele ingebruikneming was de burgemeester van Zuilen, de heer O. Norbruis aanwezig.

ZUILEN, 17 Juli. – onder zeer groote belangstelling is gisteravond het Pastoor Schilte Huis, gelegen achter de St.-Ludgeruskerk aan de St.-Willibrordusstraat, waarvan wij vorige week een beschrijving gaven, ingezegend en in gebruik genomen.

Onder de aanwezigen merkten wij op de Hoog Eerw. heeren deken Th.J.M. Knuvelder, plebaan J.B.A. Batenburg en mgr. J.G. v. Schaik; de Zeereerw. heeren J.W. v. Albach, pastoor St.-Ludgeruskerk, Th. Ariëns, pastoor St.-Salvator, S. de Bruin, oud-kapelaan der parochie, thans pastoor te Ommen, Teo Sinnige, w.n. pastoor St.-Nicolaaskerk, de Weleerw. heeren kapelaans F. Léfèrbure, D. van Dijk, J.G.A. Geelen, benevens prof. dr. Gerlach Rooijen O.F.M. en tal van eerw. zusters en onderwijzend personeel.

Verder de burgemeester van Zuilen, de heer O. Norbruis, vergezeld van den gem.-secretaris de heer v.d. Weerd, de wethouders J.J.J. Buys, N. Zachte en J. Vlaming; de leden van den raad, de heeren Aerts, Kuiper, van Munster, Hesse, K. Kievit, de gem. architect A.G. van Vliet, de leden van het kerkbestuur de heeren L.H. Roseman, W.P.H. van Hees, E. van Rossum, Chr.J.C.A. van Eijck, tal van deputaties van vereenigingen en tal van belangstellenden.

De zaal was voorin smaakvol versierd, terwijl op het tooneel had plaats genomen de K.J.C. Fanfare[1], onder leiding van den heer M. de Beer, welke het geheel met enkele nummers opluisterde.

Nadat door den Hoog Eerw. heer deken Th.J.M. Knuvelder de kerkelijke inzegening van het gebouw was verricht, nam zijne hoogeerw. het woord, die het zich een groot voorrecht achtte dit gebouw, het Pastoor Schiltehuis, te hebben mogen inzegenen. Spreker huldigt de nagedachtenis van pastoor Schilte, herinnerend aan het vele werk, dat door hem werd verricht, waarvan men hier de belooning ziet. Zijn hoogeerw. wijst op het doel, waartoe het gebouw is gesticht: de vorming van de jeugd en de ontwikkeling der parochianen, en de hoop wordt daarbij uitgesproken, dat de tegenwoordige parochieherder, pastoor Albach, nog vele jaren met dit huis moge meeleven.

Na de aanwezigen te hebben welkom geheeten, wijst spr. er op, dat deze officieele opening een bijzondere betekenis krijgt door de aanwezigheid van de burgelijke autoriteiten. Dit parochiehuis is bedoeld als een huis van katholiek parochieel leven, maar ook als huis van opvoeding tot maatschappelijke deugden, het wil beteekenen een zoo sterk mogelijke eenheid, niet geïsoleerd, maar die door samenwerking vruchtbaar wil zijn en strekken tot bloei van de gemeente.

Pastoor v. Albach richt zich dan speciaal tot den burgemeester, hem toewenschend en zegenrijke werkkring bij algemeen eerlijke samenwerking.

Komende tot de nagedachtenis van pastoor Gerardus Bernardus Wilhelmus Schilte, 16 April 1933 overleden, worden in gevoelvolle woorden zijn verdiensten geschetst en samengevat in deze enkele woorden: Hij was goed, hij kon té goed zijn. Wat hij niet meer kon doen bij zijn leven, dat heeft hij gedaan toen hij heenging, door het legateeren van een zoo belangrijk fonds, dat de bouw van dit huis mogelijk werd gemaakt. En zoo werd hij na zijn dood de stichter van dit Pastoor Schiltehuis, onder bescherming van zijn patroon Gerardus Majella, dat tot in lengte van dagen ook voor het nageslacht den naam zal eeren van den eersten weldoener en pastoor der parochie.

Bijzonder welkom werden daarna nog geheeten de architect W. te Riele, de heer Starmans, die met deskundig advies herhaaldelijk ter zijde heeft gestaan, de aannemers, de heeren Ter Braake en Holweg, de opzichter, de heer van Dijk, de onderaannemers, de exploitatie-commissie enz.

Tot slot wekte de eerw. spreker in een persoonlijk woord op tot hechte eenheid, tot bezorgdheid om te bewaren de eenheid van den geest door de band van liefde.

Rede van den burgemeester.

———————————

Burgemeester O. Norbruis, daarna het woord verkrijgende, wijst er op, dat zijn verhuizing naar deze gemeente, die juist vandaag heeft plaats gehad, hem niet in staat stelde zich voor te bereiden voor een toespraak. Toch wilde hij gaarne getuigen, dat hij de stichting van dit gebouw van groot belang acht voor de geheele gemeente. De jeugdontwikkeling toch ligt ook op het terrein der gemeente, en de aanwezigheid van de heeren wethouders en raadsleden is wel het bewijs, dat men deze meening deelt. Spreker wijst op de zeer bijzondere omstandigheden, waarin de parochianen van St.-Ludgerus verkeeren, en hoopt, dat men mede door dit werk zal bereiken de meerdere eer van God.

Tenslotte werd nog het woord gevoerd door de heeren C.A. van Putten, namens de exploitatie-commissie, en door den heer v.d. Boogaard, namens St.-Joseph.

De genoodigden maakten daarna een rondleiding door het gebouw. Zaterdag 20 Juli van 4 – 6 uur en Zondag 21 Juli van half 12 tot half 2 is het gebouw gratis te bezichtigen. Zondag 21 Juli, ’s avonds 8 uur, officieele openingsvoorstelling door het Cabaret Ensemble Hafmann.

Schiltehuis

 

[1] Katholiek Jeugd Centrale

Ontvoering in Zuilen.

Een ontvoering. Dat verwacht je niet, maar het gebeurde toch. Gelukkig waren twee meisjes zo alert dat de onvoering voorkomen werd. allemaal te lezen in het Utrechts Nieuwsblad van 17 juli 1961

Opschudding in Zuilen

Kleuter uit huis weggehaald

Twee meisjes beletten ontvoering

(Van een onzer verslaggevers)

Ontvoering

Nelly Bosma (rechts) en Tineke Langendijk wisten de bus waar Ciska in zat tegen te houden.

De vijftienjarige Nelly Bosma en de veertienjarige Tineke Langendijk uit de Jodocus van Lodesteinstraat in Utrecht-noord hebben vanmorgen kans gezien een bus van het Gevu tegen te honden. In die bus zaten drie volwassenen met een driejarig meisje, dat even tevoren op brutale wijze uit het huis van haar pleegouders was weggehaald.

Er was nogal wat consternatie in deze rustige Zuilense straat, vanmiddag tegen een uur of een. Nelly en Tineke hadden gezien hoe twee vrouwen en een man het huis van hun buren binnengingen, na aangebeld te hebben. De hoofdbewoonster van het huis werd ruw op zij geduwd. De vrouwen en de man liepen rechtdoor naar de achtertuin en grepen de driejarige Ciska. Met het schreeuwende kind verdwenen zij in de richting van de bushalte van lijn 3 bij de Hubert Duyfhuysstraat op de Amsterdamsestraatweg.

De chauffeur van de Gevu-bus, aan wie aanvankelijk niet duidelijk was waarom die twee meisjes toch dat kind uit de bus wilden hebben, wist eerst niet wat te doen. Uiteindelijk sloot hij de deuren en wachtte de politie af. Ciska en de man, alsmede de twee vrouwen moesten mee naar ’t politiebureau. Daar zijn zij verhoord. Het kind is vandaag aan de pleegouders teruggegeven. De kinderpolitie onderzoekt of men de vrouwen en de man zal gaan vervolgen.

 

De E.H.B.O. kon/kan wel wat nieuwe leden gebruiken

Onlangs werd een plan gelanceerd voor E.H.B.O.-opleiding op basisscholen. Niet iedereen kan even goed tegen bloed, maar een goed werkende e.h.b.o.-organisatie is van levensbelang! De redactie van het Utrechts Nieuwsblad gaf ook blijk van waardering en plaatste dit artikel in de uitgave van 16 juli 1948:

Botsing tussen fietsers

EHBO in actie

Op de Amsterdamsestraatweg, hoek Sweder van Zuylenweg, had gisteravond een botsing plaats tussen twee wielrijders. Het geval liet zich ernstig aanzien, want beide bleven op straat liggen. Natuurlijk was terstond veel publiek aanwezig. Twee leden van de EHBO onderzochten de gewonden en constateerden bij de een beenbreuk en verschillende kneuzingen bij de ander een gebroken arm. Terstond was meerdere hulp uit de EHBO-post aanwezig. De gewonden werden geholpen en naar genoemde post vervoerd. Uit het talrijke publiek gingen verwonderde stemmen op, dat niet terstond een geneesheer was gewaarschuwd. Dit was echter niet nodig, want het betrof hier slechts een propaganda voor de EHBO. De botsing was een gefantaseerde, evenals de hulpverlening, en bedoelde de aandacht te vestigen op de collecte voor de EHBO, die Zaterdag in Zuilen wordt gehouden.e.h.b.o.

Nog meer e.h.b.o.-oefening in Zuilen. Langs de Julianaparklaan staan in 1948 honderden belangstellenden te kijken naar de verrichtingen van de e.h.b.o. die oefenen op de te nemen maatregelen in geval van een grote treinramp (op de spoordijk Utrecht-Amsterdam, daarop stond ook de fotograaf).

Een Zuilense Dag, mooi: iedereen de vlag uit…

Na ruim 35 jaar sparen van de Zuilense geschiedenis groeit nog steeds mijn gevoel van trots op Zuilen. Ben dan ook een groot voorstander van de herinvoering van een ‘Zuilense Dag’. Allemaal de vlag uit! (voor € 15 te koop in het Museum van Zuilen!)

Het Utrechts Nieuwsblad schreef op 15 juli 1957 over de succesvolle versie van 1957:

De Zuilense dag is bijzonder geslaagd

De gymnastiekver. Sport Vereent liep met een grote groep gymnasten mee in de optocht, die zaterdagmiddag ter gelegenheid van de Zuilense dag werd gehouden.

 

Voortreffelijke gymnastiekdemonstraties

(Van een onzer verslaggevers )

De Zuilense dag behoort weer tot het verleden. De stichting Zuilen te Utrecht, die dit evenement zaterdag heeft georganiseerd, heeft eer van haar werk gehad. Dank zij dit succes mag aangenomen worden dat de Zuilense dag ieder jaar terug zal keren.

De feestdag begon met de voetbalwedstrijden voor schoolelftallen. Met veel strijdlust hebben de jongens hun partijtje gespeeld. De ulo Koningin Wilhelmina kwam als nummer 1 uit de bus bij de grotere knapen. Bij de lagere scholen ging St.-Jacobus net als vorig jaar weer met de wisselbeker strijken.

In de middag werd een optocht gehouden, die hoofdzakelijk bestond uit twee grote groepen van de gymnastiekverenigingen Sport Vereent en Sportief, met zwaaiende vlaggen en in kleurige kleding. Voor de muziek zorgden de harmonie Forssando en de drumband Oranje Garde. De eerste prijs voor de grote groepen was voor Sportief, de prijs voor de kleine groepen viel ten deel aan Mariëndaal en een aardig bruidspaartje kreeg de prijs voor persoonlijke groepen.

Op de speelweide van het Julianapark gaven de gymnastiekverenigingen Sportief en Sport Vereent voortreffelijke sportdemonstraties. De heren werkten vooral op de lange mat; de dames toonden brug- en ringwerk.

Onder de toeschouwers zagen wij ook locoburgemeester H. Ploeg jr.

Tot slot van deze geslaagde dag werd op het schoolplein van de prinses Beatrixschool ’s avonds een openluchtbal gegeven, waarvoor vooral van de zijde van de jongeren veel belangstelling was.

Sport Vereent

Klimaatveranderingen? Hevige regenval in Zuilen (in 1955)

Hevige regenval door klimaatveranderingen. Maar ook al meer dan een halve eeuw geleden kon de regel met de bekende bakken uit de lucht komen. Dat blijkt uit dit artikel uit het Utrechts Nieuwsblad van 14 juli 1955:

Tuindorp en Zuilen overspoeld door regen

Bewoners namen het humoristisch op

… Niet voor iedereen was dit „buitje” zo welkom als voor de jeugd. Sommige erkers o.a. in de Regentesselaan bleken niet bestand tegen zoveel water. Zo zagen de bewoners plotseling een zondvloed binnenstromen die met geen emmer en teilen meer te keren was. Op andere plaatsen spoelden borders leeg en dreven rotstuintjes weg. In de Edisonstraat en de Prins Bernhardlaan in het voormalige Zuilen plasten de kinderen ook rond in badpak door de ondergelopen straat. De gemeentereiniging moest er aan te pas komen om putten die het water niet verzwelgen konden, leeg te zuigen. In de polder bij Oud-Zuilen sloeg de bliksem in een schuur. Toen de Utrechtse brandweer arriveerde had de plaatselijke brandweer het vuur reeds geblust.

De U.L.O.-school, de Julianaschool in Zuilen aan de Prinses Irenelaan is volkomen ondergelopen tijdens het noodweer. ’s Avonds heeft men de school moeten leegpompen. De tuinen achter de Edisonstraat hebben ernstige schade geleden. Men liet in deze tuinen  l e v e n d e  eendjes zwemmen.

Julianaschool

… De U.L.O.-school, de Julianaschool in Zuilen aan de Prinses Irenelaan …