Gezellige start van de tentoonstelling 100 jaar HMS

Vertraagd door Corona kon dan eindelijk 16 juni 2022 de tentoonstelling over de ‘eeuw-oude’ vereniging HMS van start. 

Paulus Jansen (oud-wethouder van Utrecht en met ‘sport’ in zijn portefeuille) deed de aftrap. De aanwezigen hadden allemaal een HMS-verleden. Maar een club speelt natuurlijk nooit alleen.

Om de kennis van de andere voetbalverengingen in Utrecht te testen werd door onze webmiss een quiz uitgewerkt. Maar liefst 17 voetbalverenigingen met een naam die werd afgekort stonden op de lijst.

Natuurlijk H.M.S., maar ook D.H.S.C. en bijvoorbeeld O.D.I.N. stonden op de lijst. Door middel van meerkeuzevragen werd de kennis van de deelnemers op de proef gesteld.

Uiteindelijk werd de voorzitter van H.M.S. de winnaar.

De quiz is ook nu nog te spelen tijdens de tentoonstelling die tot en met 24 september 2022 te zien blijft in het Museum van Zuilen (Schaverijstraat 13, Utrecht). Wilt u langskomen, reserveer dan uw bezoek via 06 20565655 of deze link: reserveer uw bezoek.

Mocht u ondertussen zich nog een mooie anekdote herinneren waarin H.M.S. een rol speelt… schroom niet alstublieft het verhaal(tje) aan ons door te sturen/mailen. U kunt uw verhaal ook in het museum komen vertellen Uiteindelijk is het de bedoeling aan het eind van de tentoonstelling een mooie verzameling verhalen (en objecten) over HMS te bewaren voor de toekomst, in aanvulling op ons e-book over HMS.

De Dr. Plesmanlaan

Albert Plesman werd 7 september 1889 geboren als zoon van een eierenhandelaar te ’s-Gravenhage. Hij trouwde op 27 december 1917 met Susanna Jacoba van Eijk, de dochter van een kaasfabrikant te Gouda. Uit dit huwelijk werden een dochter en drie zoons geboren.

Plesman was in 1915 gelegerd te Soesterberg, waar hij als beroepsofficier bij de gemobiliseerde Nederlandse luchtstrijdkrachten (toen de “militaire luchtvaartafdeling” genoemd) in 1918 zijn militaire vliegbrevet behaalde.

Plesman was mede organisator van de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam, die van 1 augustus tot 15 september 1919 gehouden werd. Er kwamen 800.000 bezoekers op af. Voor deze gelegenheid waren expositiehallen gebouwd, die na het evenement in gebruik werden genomen door Anthony Fokker voor zijn nieuw op te richten vliegtuigfabriek Fokker te Amsterdam-Noord.

Al deze activiteiten leidden op 7 oktober 1919 tot de oprichting van de N.V. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën (KLM), waarvan Plesman eerst administrateur en later directeur werd. Na de Tweede Wereldoorlog werd Plesman benoemd tot president-directeur van de KLM. Na het herstel van de door de oorlog geleden schade werd het bedrijf onder zijn leiding een luchtvaartmaatschappij van groot allure.

Plesman stierf in op 31 december 1953 in zijn geboortestad aan een hart- en vaatziekte.

Dr. A. Plesman (* 1889 –† 1953)

De Plesmanlaan is in oorsprong een laan zonder winkels. Er is wat geschiedenis van de laan op papier kunnen zetten, met dank aan oud-bewoner Harry de Keijzer.

Beetje opmerkelijk is de combinatie naam van de laan en de wijk: de Dr. Plesmanlaan grenst namelijk meer aan de wijk ’t Zand, waar de straten vernoemd werden naar architecten (Van der Pekstraat, Hanrathstraat, M. de Klerkstraat), dan aan de Vliegerswijk, waar de namen vernoemd werden naar Nederlandse luchtvaartpioniers als A.H.G. Fokker en Adriaan Mulder. Maar dat terzijde.

De flats werden gebouwd in drie woonlagen. Omdat later nog bebouwing zou kunnen volgen (als de Dr. Plesmanlaan richting Amsterdamsestraatweg zou worden doorgetrokken, maar men wist toen nog niet hoeveel woningen dat zouden worden) is de nummering van de even-zijde niet met ‘2’ begonnen, maar met nummer 40.

We beschrijven dankzij de eerder genoemde oud-bewoner een aantal van de bewoners aan de even zijde: in de twee flatgebouwen, die overigens werden gebouwd in opdracht van het bouwbedrijf van C. Plomp. Hier woonden verschillende Zuilense ondernemers. Zo vinden we in het namenlijstje van bewoners onder ander de naam Lamme.

De familie Lamme woonde op nummer 64. J.A. Lamme was de vader van twee Zuilense ondernemers: één ervan was Freek Lamme, die werd slager op de hoek De Lessepsstraat en de Edisonstraat.

In eerste instantie noemde hij de slagerij ‘De Tijdgeest’, maar toen in de Adriaan Mulderstraat een slagerij opende met dezelfde naam, wijzigde hij de naam en werd het Slagerij ‘Lamme’.

Onno, de broer van Freeks, zette de bedrijvigheid van zijn vader voort. Hij bouwde de door zijn vader begonnen leesbibliotheek uit met een kantoorboekhandel en groeide uit tot ‘Drukkerij Elinkwijk’ aan de Amsterdamsestraatweg. (Enige tijd zelfs aan beide zijden van de straatweg, waar we sinds begin deze eeuw een huisartsenpost en aan de overkant de Boni-supermarkt vinden).

Op de tweede verdieping, nummer 64 II komen we een andere Zuilense ondernemer tegen: T. Groenendaal, die de winkel van zijn vader, J. Groenendaal, voortzette. Die had een melkhandel in de De Lessepsstraat op de hoek van de Swammerdamstraat.

Op nummer 68 woonde de familie Vijver. H.J.W. Vijver was huisarts en verplaatste zijn huisartsenpraktijk naar de Amsterdamsestraatweg. Nadat hij het pand verlaten had kwam op het adres aan de Plesmanlaan tandarts Koning-Otten voor de gebitten van de Zuilense patiënten zorgen.

Op een facebookbericht uit 2014 over dokter Vijver wordt door verschillende oud-patiënten gereageerd: ‘Wat een fijne arts was hij, ik zie hem nog in zijn Citroën door de wijk scheuren. Menig arts in deze tijd mag daar een voorbeeld aan nemen’. Bas Mulder schreef: ‘Was ook onze huisarts, het was een kanjer’, en Jan van Elteren herinnerde zich: ‘Dat was nog een ouderwetse huisarts, die een hoop zelf deed. Geen assistente, geen afspraken. Als je bij hem langs wilde, moest je ’s morgens een nummertje halen. Zijn praktijkruimte was absoluut ontoegankelijk voor rolstoelen! Maar wel een hele fijne huisarts!’.

Zuster Mien van Kouterik in haar nieuwe onderkomen.

Op nummer 70 komen we nog meer gezondheidszorg van Zuilen tegen: op dit adres woonde namelijk zuster Mien van Kouterik van het Oranje-groene Kruis. Zij is de wijkzuster die het bewind voert in het wijkgebouw in de flat, waarover in het Utrechts Nieuwsblad van 20 september 1957 te lezen valt: ‘Oranje-Groene Kruis opende modern wijkcentrum – aanwinst aan Plesmanlaan – Donderdagmiddag is aan de Dr. Plesmanlaan in de wijk Zuilen te Utrecht het nieuwste wijkcentrum geopend van de Stichting kring Utrecht van het Oranje-Groene Kruis. Het is een naar de eisen des tijds uitgerust medisch wijkcentrum, waarin tevens een consultatiebureau voor zuigelingen is gevestigd.

Op de parterre vindt u een modern ingerichte boxenkamer, spreekkamer van de arts en de wijkverpleegster en een magazijn met verplegingsartikelen. De wijkzuster is zuster M. van Kouterik. Het meest trots was zij op de babyweegschaal die een relatie aanbood aan het nieuwe wijkcentrum. Een schat van bloemen versierde na de plechtigheid de boxenkamer…’

De laatste huisnummers van de Dr. Plesmanlaan eindigen bij het Prins Bernhardplein. Ook daar werden flats in de stijl van de Dr. Plesmanlaan gebouwd, maar op de begane grond kwamen winkels. Aan het Prins Bernhardplein bouwde men ook de nieuwe parochiekerk voor de rooms-katholieke gelovigen van Zuilen, de St.-Jacobuskerk.

De St.-Jacobuskerk vanaf de Dr. Plesmanlaan.

Meer weten over de Dr. Plesmanlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Berlagestraat

Hendrik Petrus (Hein voor intimi) Berlage was een groot architect en stedenbouwkundige. Hij ontwierp bijvoorbeeld het gebouw in Amsterdam dat we allemaal kennen als ‘De beurs van Berlage’.

Hij bedacht niet alleen voor Amsterdam een grootschalig stedenplan, dat deed hij ook voor Utrecht. Daarin was zelfs in een vliegveld voor Utrecht voorzien. Wij beperken ons hier tot zijn ‘Zuilense’ inbreng: met onder andere de door hem ontworpen As van Berlage.

In 1917 ontwierp Berlage op initiatief van de Utrechtse wethouder en latere burgemeester Fockema Andreæ, samen met de Utrechtse directeur Openbare Werken L.N. Holsboer een uitbreidingsplan voor de stad Utrecht.

Flats aan de Berlagestraat. (Foto: Het Utrechts Archief)

Ook omliggende gemeenten werden voor zover nodig opgenomen in dit plan, met onder meer een infrastructuur voor de nieuw te bouwen wijken voor arbeiders zowel in Utrecht als in Zuilen.

In het begin van de vorige eeuw groeide Zuilen onstuimig. Twee grote industrieën streken neer op het grondgebied van Zuilen, dicht tegen de gemeentegrens van Utrecht.

De fabrieken van Werkspoor in Amsterdam vestigden in Zuilen de Wagon- en Bruggenfabriek (1913) en vanuit het Groningse Martenshoek verplaatste J.M. de Muinck Keizer (Demka) zijn staalfabriek in 1916 ook naar Zuilen.

Het ontwerp van Berlage Holsboer voorzag in een extra ontsluiting vanuit het centrum van Utrecht in noordelijke richting, parallel aan de Amsterdamsestraatweg.

In het plan verwerkten de beide heren typische elementen die aan Berlage eigen waren: een ‘stemvork’ model en een zogenoemd ‘wagenwiel’. – Met  een wagenwiel wordt de rotonde bedoeld waarop de verschillende straten als de spaken van een wiel uitkomen. – Slechts een deel van dit plan werd uitgevoerd. Tegen de tijd dat de bebouwing aan de laatste deel van de as (ter hoogte van het Prins Bernhardplein was een tweede wagenwiel ontworpen) gestalte zou krijgen, werd door de crisisjaren en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog een streep door dit plan gehaald.

Over de as is al heel wat te doen geweest en al vele jaren wordt getracht de ideeën van Berlage zo goed mogelijk uitgevoerd te krijgen. Zo heeft het plein aan het einde van de Sweder van Zuylenweg – dat sinds einde vorige eeuw de naam ‘Berlageplein’ kreeg – al heel wat pennen in beroering gebracht. In eerste instantie werd het een rotonde. Omdat het gebruik daarvan niet meer voldeed, werd deze rotonde eind jaren zeventig omgebouwd tot een bijna onneembare ‘rijexamenkraker’. Maar het is allemaal goed gekomen: het is nu weer een rotonde, het is weer een ‘wagenwiel’ en past naadloos in het plan van Berlage (en Holsboer, maar die wordt maar weinig genoemd).

Het Zuilense deel van het plan van Berlage: twee wagenwielen, een stemvork en de alom geroemde ‘As van Berlage’ en… linksboven de verlegde bocht van het kanaal.

Utrecht en Zuilen hebben veel aan Berlage te danken. Toch zijn er in het genoemde uitbreigingsplan onderdelen – toen – niet uitgevoerd, waarvan begin 21ste eeuw alsnog aan gewerkt wordt.

De bekende bocht in het Amsterdam-Rijnkanaal was in de visie van Berlage te scherp. Hij bedacht een kromming vóór de bocht (vanuit Maarssen) waardoor de bocht makkelijker te nemen is. – Anno 2022 is Rijkswaterstaat al vijf jaar bezig met een plan tot verbreding van het kanaal, door de loshaven van de Demkafabrieken langs de hele bocht door te voeren.

De woningen in de Berlagestraat zijn van hetzelfde type als die van de Van Heukelomlaan. De Berlagestraat gaat nog wel even de hoek om, en daar in de bocht werd een moskee gebouwd, terwijl net voorbij de bocht een aantal kleine ondernemers zich vestigeden.

Verschillende bedrijven op het stukje van de Berlagestraat ‘om de hoek’.

Meer weten over de Berlagestraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Wijnmalenstraat

H(enry) Wijnmalen heeft in 1910 het wereldhoogterecord van 2800 meter op zijn naam gebracht. Hij vertrok naar het buitenland en toen hij in 1913 terugkwam, had hij een vergunning op zak om Farman-vliegtuigen te mogen bouwen. Later richtte hij een vliegtuigfabriek in Soesterberg op.

Omdat de Eerste Wereldoorlog zich aankondigde, werd die locatie niet veilig genoeg geacht. In 1914 huurde hij bedrijfsruimte bij de Industriële Maatschappij Trompenburg aan de Amsteldijk. Trompenburg had zich in de voorgaande jaren beziggehouden met de bouw van Spyker-automobielen, genoemd naar de automakers Jacobus en Hendrik Spyker. Toen Wijnmalen de leiding van autofabriek ‘Trompenburg’ op zich nam, eindigde daarmee zijn vliegersloopbaan.

De naar H. Wijnmalen genoemde straat kent geen winkels. Wel een onderneming die in 2022 nog steeds actief is: de Luxe Was- en Stomerij van Van Rooijen. Nadat vader en moeder van Rooijen de basis hadden gelegd, werd en wordt de zaak voortgezet door hun zoon Marinus (en zijn vrouw natuurlijk).

Schuin tegenover de wasserij woonde lange tijd de familie Jacobs. Mevrouw Jacobs was een zeer bedreven borduurster en borduurde onder andere altaarkleden voor de St.-Jacobusparochie.

Mevrouw Jacobs borduurde veel voor de St.-Jacobuskerk en was ongetwijfeld betrokken bij dit ‘uitstellingsvaandel’ dat bij de preek tijdens het lof voor de uitgestelde monstrans met H. Hostie werd geplaatst. Foto A. Rog.

In deze straat zaten ook twee ondernemers die beide in de transportsector actief zijn: de heren Verkuil en Barten op de nummers 1 en 44.

Transportbedrijf Verkuil vervoerde voor de Demka-staalfabrieken o.a. de rollen staaldraad naar de Haringvlietschuiven. Daarvoor werd ongeveer 1000 keer een lading van 233 ton staaldraad gereden.

Naast de vele rollen staaldraad vervoerde Verkuil ook de grote tandwielen voor de beweging van de Haringvlietschuiven.

Trouwens aan ondernemers heeft de H. Wijnmalenstraat helemaal geen gebrek. Op nummer 25 zat de heer Linnenbank met zijn loodgietersbedrijf dat nog groot gaat worden, verhuist naar de Amsterdamsestraatweg, waar zoon Nico zich op verkoop van sportartikelen werpt.

Op de hoek met de Adriaan Mulderstraat komen we rechts nog de kruidenierswinkel van de heer Klabbers tegen waarin later Hobby-shop Zuilen komt.

Aan de linkerkant van de straat zit het schildersbedrijf Pijper. De heer Pijper heeft wat ruimte over en daar gaat Cor Macco met zijn fietsenhandel van start. De fietsenhandel floreert en Macco vestigt zich op de hoek Adr. Mulderstraat-F. Koolhovenstraat. (Later verhuist de winkel naar de Amsterdamsestraatweg en tegenwoordig zit de winkel op het Werkspoorkwartier.)

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we ook de H. Wijnmalenstraat tegen. Dit is het verhaal van een dochter van een bekende huisarts in Zuilen, de heer Chardon, die toen nog woonde op de hoek C. van Maasdijkstraat en de H. Wijnmalenstraat:

‘Hoe je je in de oorlog diende te gedragen, werd vaak door de omgeving voor je bepaald. Mijn moeder (verloskundige in Zuilen) heeft op hoge leeftijd nog het gevoel dat niet iedereen dat begreep. Moeilijk was het om goed om te gaan met NSB-patiënten en ook Duitsers die gewoon geholpen moesten worden. Op het adres in de H. Wijnmalenstraat, in de bovenwoning, kwamen ook wel eens soldaten op bezoek die een dokter nodig hadden. Er werd dan gezorgd dat het niet erg opviel, omdat sommigen vonden dat mijn ouders geen NSB’ers of Duitsers moesten helpen. Natuurlijk deden zij dat wel. Mijn moeder zegt: ‘‘Moesten wij hen soms laten stikken dan?’’ Omdat de NSB’ers in de gaten werden gehouden, zijn mijn ouders misschien ook goed in de gaten gehouden. Hoewel mijn ouders soms wel wisten wie NSB’er was en wie niet, werd er geen onderscheid gemaakt en ging mijn moeder gewoon haar werk bij hen doen.’

Deze wieg werd in de Tweede Wereldoorlog – niets meer te koop – als betaling geschonken aan de verloskundige die de wieg van een patiënt zo bewonderd had. Hij is nog in 2003 in gebruik genomen door een achterkleinkind van mevrouw Chardon-Davidson.

Meer weten over de H. Wijnmalenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jodocus van Lodensteinstraat

Jodocus van Lodenstein (1620-1677) stamde uit een Delfts regentengeslacht. In 1650 ging hij naar het Zeeuwse Sluis en in 1653 nam hij een beroep naar Utrecht aan.

Naast predikant was hij ook dichter. De bekendste bundel van hem is Uyt-spanningen.(bron: Wikipedia)

Voor een beschrijving van Jodocus van Lodensteinstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Hermannus Elconiusstraat.

Op deze hoek zaten links en rechts winkels. Op nummer 1 zat A. van der Kleij met zijn melkhandel. Aan de andere kant, op nummer 2 kwamen we bij de eerste winkel van de heren Stroek en Zwarthoed. Zij verkochten op dit adres vanaf 1926 vis onder de naam Eerste Volendammer Vischhandel.

Makreel, augurken, rolmopsen, het was allemaal te koop in de Jodocus van Lodensteinstraat. De heer Zwarthoed heeft de Eerste Volendammer Vischhandel van Zuilen voortgezet aan de Hubert Duyfhuysstraat. ‘En ging toen wonen in de Hermannus Elconiusstraat, aan de even zijde, bij die huisjes die toen nog een voortuintje hadden’. Stroek verhuisde met zijn vishandel naar de Amsterdamsestraatweg.

Na de vishandel kwam J.B.T. Verhaaf het op nummer 2 proberen met een handel in manufacturen, onder de naam ‘De Concurrent’. In dit pand zat tijdens onze wandeling in 1938-’40 L. Scheffer met zijn kapsalon. Nog later kwam hier kapsalon ‘Corrie’ waar u uw haren in model kon laten brengen.

Er waren nog enkele winkels in deze straat gevestigd. Zo zat op nummer 4 A. Dorrestijn, die nog verhuisde naar de Amsterdamsestraatweg. Hij had ook hier een slagerij. Op nummer 23 had J. van der Wal zijn bakkerij. Naast hem zat P. van Lexmond met zijn schoenmakerij.

In 1962 streken nieuwe ondernemers neer in Zuilen. De heer en mevrouw Van Dam hadden hun oog laten vallen op het winkeltje op nummer 29. Ter gelegenheid van hun 40-jarig jubileum verscheen in 2003 een boekje met de titel: Wat hebben we gedraaid vandaag?

Nummer 27 werd de startplaats voor de eerste (motor)winkel van W. van ’t Hoog, die begon op ‘het landje van Amsing’, aan het einde van de Balderikstraat. Daar bouwde hij al ruim voor de Tweede Wereldoorlog bakfietsen, onder andere voor… bakkerij Amsing. Later verhuisde W. van ’t Hoog naar een pand in de Johannes Uitenbogaertstraat en daar groeide het bedrijf uit tot ‘Garage W. van ’t Hoog’.

Op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat en de Johannes Uitenbogaertstraat opende de heer W. van ’t Hoog zijn eerste echte winkel. Hij begon zijn bedrijf aan de Balderikstraat ‘op het landje van Amsing’ en nadat hij zich hier gevestigd had is de heer Van ’t Hoog nog een keer verhuisd naar een perceel ‘met werkplaats’, in de Johannes Uitenbogaertstraat. In de winkel op de foto was al eerder een garage gevestigd: garage Egmont.

Meer weten over de Jodocus van Lodensteinstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prinses Irenelaan 2

Irene Emma Elisabeth Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe Biesterfeld is op 5 augustus 1939 op paleis Soestdijk in Baarn geboren. De naar haar genoemde laan in Zuilen kreeg in de Tweede Wereldoorlog op last van de bezetter een andere naam. Hij loopt dwars op de Prinses Beatrixlaan die gewijzigd werd in de oude naam: Hovenierslaan. Het is voor de bezetter dan ook logisch de naam van de Prinses Irenelaan te veranderen in Hoveniersdwarslaan.

Een korte beschrijving van de laan doen we in twee delen: deel 1 voor de oneven zijde begint bij de Pionstraat. De tegel met deel 2 ligt hier bij de J.M. de Muinck Keizerlaan.

Henk Pardijs schreef een herinnering aan de Prinses Irenelaan als volgt op:

‘Prinses Irenelaan, een brede laan, aan één kant bewoond, met veel groen maar voornamelijk plantsoen.

Ideaal voor kinderen zult u zeggen. Dat was ook zo, maar helaas mochten wij niet op het gras lopen, laat staan ballen.

Natuurlijk deden wij dit wel, maar het was altijd opletten. Meestal zagen wij de parkwachter wel aankomen en dan was het, de bal pakken en via de poortjes wegwezen. Maar soms, zoals ook op een mooie zondagmiddag ging het mis. We waren qua observatie te laat. Hij stond er al, ja de man in het groen, staande naast zijn dienstfiets. Zo’n klein fanatiek mannetje met een ronde buik.

We waren van het gras af, maar de bal vergeten, die lag midden in het plantsoen. Hij wachtte waarschijnlijk wie de bal zou halen. Wij hadden een soort negatief respect voor deze “groene kikker”, zoals hij soms genoemd werd, dus niemand durfde de bal op te halen.

Plotseling hoorden we dat de vader van één van ons riep: “Carla, wil jij de bal pakken en dan naar huis komen!”

Hij stond aan de rand van zijn tuin, een grote man, kaarsrecht. Daaraan kon je zien dat Elinkwijk had gewonnen.

Omdat Carla niet goed durfde, herhaalde hij nogmaals zijn oproep.

Opeens liep Carla over het plantsoen, pakte de bal en holde naar huis. Voor ons, we waren ongeveer met z’n achten, een spannend moment. Deze spanning nam pas af toen we zagen dat de man in het groen, nietszeggend, met veel moeite op zijn fiets stapte en richting Beatrixlaan reed.

Wat ons betreft had deze middag niet alleen Elinkwijk gewonnen.’

De eerste bebouwing die we aan deze kant tegenkomen zijn de flats van het Ireneplateau. Dit complex werd voor een deel gerealiseerd op de plaats waar eerste Zuilense school voor Uitgebreid Lager Onderwijs, de ULO, van meester J.C. van der Wilt, stond. De school werd al voor de Tweede Wereldoorlog opgericht, echter een eigen gebouw liet nog even op zich wachten.

Maar eindelijk, 6 september 1948 werd de school geopend. De Koningin Juliana ULO – de eerste Nederlandse school met de naam van de nieuwe vorstin: al een half uur vóór de inauguratie van koningin Juliana werd de school van deze naam voorzien – werd met enige regelmaat uitgebreid met klaslokalen. Ook een gymnastiekzaal kwam uiteindelijk bij de school.

 

Wethouder Kievit haalde de vlag weg die voor de naam van de U.L.O. hing, zodat iedereen kon zien wat de nieuwe naam van de school geworden is: Kon. Julianaschool voor U.L.O. Daarmee had Zuilen de eerste school in Nederland die de naam van de nieuwe koningin droeg. Iemand enig idee waar deze letters gebleven zijn?

Meer weten over de Prinses Irenelaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prins Bernhardlaan 1

De Prins Bernhardlaan werd vernoemd naar de echtgenoot van koningin Juliana. Op de tekentafel ging de -laan nog van start als -kade, maar vanwege het dempen van de sloot in de middenberm in de Burgemeester van Tuyllkade (en de andere -kades in Zuilen) is afgezien van het aanbrengen van water in déze middenberm en werd het -laan.

Prins Bernhard mag dan de naamgever geweest zijn, de laan werd voor een heel groot deel vormgegeven door de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

De naoorlogse woningnood bracht hem ertoe in 1950 hier de eerste galerijflats voor Zuilen te ontwerpen. En net als in vele van zijn andere ontwerpen, ook nu weer voorzien van snufjes. De flats werden voorzien van galerijen om ruimte voor trappenhuizen in de woning zelf uit te sparen, kregen kastjes bij de trappenhuizen voor iedere woning zodat de bakker, melkboer enzovoort zijn boodschappen erin kon deponeren. – In die tijd werden deze producten aan huis bezorgd.

Ook nieuw: op het dak werden de kolenhokken geplaatst en waren dakterrassen gemaakt, waar niet alleen de was gedroogd kon worden maar bovendien van de zon genoten mocht worden.

De eerste bebouwing aan deze kant van de Prins Bernhardlaan werd ook door Van Hoorn ontworpen: Namelijk, op nummer 2 werd, ruim nadat de flats gereed zijn, het Wijkgebouw ‘Mariëndaal’ gebouwd. Het werd een multifunctioneel gebouw, vooral in de beginjaren gebruikt voor de diensten van dominee Brouwer. Later vonden hier veel activiteiten plaats die georganiseerd werden onder de noemer ‘Diensten Centrum Zuilen’.

Na het gereedkomen van het Vorstelijk Complex gingen deze activiteiten op die locatie verder en werden op dit adres jongeren beziggehouden.

Op de beide hoeken met de A.H.G. Fokkerstraat ontstond een ‘gezondheidscentrum’: dokter J. Vinkenborg vestigde zich hier als huisarts, aan de overkant kwam de ‘Zuilensche Apotheek’ en daarnaast begon J.P. Boelens zijn tandartspraktijk. Boelens was ook vele jaren schooltandarts en bezocht samen met zijn assistente en een opvouwbare tandartsstoel de Lagere Scholen (Basisscholen) in Zuilen en Utrecht.

De eerste generatie flats die hier stonden kregen een galerij die als openbare weg werd onderhouden. Race- & Tourclub ‘De Volharding’ organiseerde vanaf 1942 vele jaren (en soms twee keer per jaar) een wielerwedstrijd, voornamelijk op het parcours Burgemeester van Tuyllkade en de Prins Bernhardlaan. Vanwege de grote hoeveelheden kijkers naar de Ronde van Zuilen heeft het gemeentebestuur van Utrecht (een groot deel van de gemeente Zuilen werd per 1 januari 1954 geannexeerd door Utrecht) besloten de galerijen te stutten. Aan het eind van de vorige eeuw werden de flats vervangen door de huidige woningen.

Voorbij de flats kwamen we bij de St.-Jacobuskerk, na de St.-Ludgeruskerk en de Salvatorkerk de derde Rooms-katholieke kerk in Zuilen.

In het plantsoen vóór de kerk staat sinds 1954 het door de gemeente Utrecht aan de inwoners van de voormalige gemeente Zuilen geschonken herinneringsmonument. (Kreeg onder de inwoners van Zuilen de bijnaam ‘de doodskist’) Op het monument werd de tekst aangebracht: ‘Als gemeente opgeheven, als gemeenschap gebleven.’ Dat was niet conform de originele tekst, er hoorde nog het woordje ‘toch’ voor het woord ‘gebleven’, maar dat vond het gemeentebestuur van Utrecht indertijd te ver gaan.

Met de herinrichting van het plantsoen werd deze tekst alsnog aangepast.

Voor informatie over de oneven zijde van de Prins Bernhardlaan leest u de tegel met de qr-code aan de overkant.

De galerijflats aan de Prins Bernhardlaan zoals die door de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn werden ontworpen.

 Meer weten over de Prins Bernhardlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Nieuwe tentoonstellingen

Op dit moment zijn in het Museum van Zuilen de voorbereidingen aan de gang voor de volgende tentoonstellingen: ‘Demka’ en ‘Michel Stolker’. ‘Demka’ omdat het dit jaar 100 jaar geleden is dat de fabriek naar Zuilen kwam, ‘Michel Stolker’ omdat hij de enige inwoner van Zuilen is die deel heeft genomen aan de Tour de France (drie keer meegereden, waarvan twee keer uit). Het Museum van Zuilen is ondertussen gewoon open. De officiële openingsdatum van de genoemde tentoonstellingen laten we u zo spoedig mogelijk weten, maar is nog niet bekend.

Vondsten uit de Vecht te zien in Museum van Zuilen

De reizende tentoonstelling Vondsten uit de Vecht komt naar Utrecht. Na Weesp, Maarssen en Pampus zijn de bijzondere vondsten die Waternet tijdens het baggeren in de Vecht ontdekte, te zien in het Museum van Zuilen aan de Amsterdamsestraatweg 569. Dichtbij de Vechtdijk, de locatie waar de gemeente momenteel aan het baggeren is. Op donderdag 30 oktober opent wethouder Lot van Hooijdonk de expositie samen met Olivia Kleber, de kleindochter van de museumdirecteur. Samen zoeken zij in een bak met bagger naar de sleutel van het museum.

Lees verder