Mooie aanwinst voor de collectie van het Museum van Zuilen

Enkele weken geleden kregen we een ‘doorgestuurd’ bericht. Mevrouw R. bood een glas-in-lood-raam aan. Het stond nog in de opslag van een familielid, maar men wilde het schenken aan het Museum van Zuilen. Ooit gemaakt in opdracht van Werkspoor, heeft een plaats gekregen achter de receptie van de Apparatenhal (ApFa). Later kwam daar Bronswerk in en tegenwoordig kennen we de hal als de ‘Werkspoorkathedraal’.

Dat wilden we graag opnemen in de collectie. Het blijkt om een ‘glas-appliquatie’ te gaan van kunstenaar A. #Luigjes. De royale afmetingen zorgen ervoor dat we een goede plek maken in het museum.

Bijzondere aanwinst! Hartelijk dank!

De Berlagestraat

Hendrik Petrus (Hein voor intimi) Berlage was een groot architect en stedenbouwkundige. Hij ontwierp bijvoorbeeld het gebouw in Amsterdam dat we allemaal kennen als ‘De beurs van Berlage’.

Hij bedacht niet alleen voor Amsterdam een grootschalig stedenplan, dat deed hij ook voor Utrecht. Daarin was zelfs in een vliegveld voor Utrecht voorzien. Wij beperken ons hier tot zijn ‘Zuilense’ inbreng: met onder andere de door hem ontworpen As van Berlage.

In 1917 ontwierp Berlage op initiatief van de Utrechtse wethouder en latere burgemeester Fockema Andreæ, samen met de Utrechtse directeur Openbare Werken L.N. Holsboer een uitbreidingsplan voor de stad Utrecht.

Flats aan de Berlagestraat. (Foto: Het Utrechts Archief)

Ook omliggende gemeenten werden voor zover nodig opgenomen in dit plan, met onder meer een infrastructuur voor de nieuw te bouwen wijken voor arbeiders zowel in Utrecht als in Zuilen.

In het begin van de vorige eeuw groeide Zuilen onstuimig. Twee grote industrieën streken neer op het grondgebied van Zuilen, dicht tegen de gemeentegrens van Utrecht.

De fabrieken van Werkspoor in Amsterdam vestigden in Zuilen de Wagon- en Bruggenfabriek (1913) en vanuit het Groningse Martenshoek verplaatste J.M. de Muinck Keizer (Demka) zijn staalfabriek in 1916 ook naar Zuilen.

Het ontwerp van Berlage Holsboer voorzag in een extra ontsluiting vanuit het centrum van Utrecht in noordelijke richting, parallel aan de Amsterdamsestraatweg.

In het plan verwerkten de beide heren typische elementen die aan Berlage eigen waren: een ‘stemvork’ model en een zogenoemd ‘wagenwiel’. – Met  een wagenwiel wordt de rotonde bedoeld waarop de verschillende straten als de spaken van een wiel uitkomen. – Slechts een deel van dit plan werd uitgevoerd. Tegen de tijd dat de bebouwing aan de laatste deel van de as (ter hoogte van het Prins Bernhardplein was een tweede wagenwiel ontworpen) gestalte zou krijgen, werd door de crisisjaren en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog een streep door dit plan gehaald.

Over de as is al heel wat te doen geweest en al vele jaren wordt getracht de ideeën van Berlage zo goed mogelijk uitgevoerd te krijgen. Zo heeft het plein aan het einde van de Sweder van Zuylenweg – dat sinds einde vorige eeuw de naam ‘Berlageplein’ kreeg – al heel wat pennen in beroering gebracht. In eerste instantie werd het een rotonde. Omdat het gebruik daarvan niet meer voldeed, werd deze rotonde eind jaren zeventig omgebouwd tot een bijna onneembare ‘rijexamenkraker’. Maar het is allemaal goed gekomen: het is nu weer een rotonde, het is weer een ‘wagenwiel’ en past naadloos in het plan van Berlage (en Holsboer, maar die wordt maar weinig genoemd).

Het Zuilense deel van het plan van Berlage: twee wagenwielen, een stemvork en de alom geroemde ‘As van Berlage’ en… linksboven de verlegde bocht van het kanaal.

Utrecht en Zuilen hebben veel aan Berlage te danken. Toch zijn er in het genoemde uitbreigingsplan onderdelen – toen – niet uitgevoerd, waarvan begin 21ste eeuw alsnog aan gewerkt wordt.

De bekende bocht in het Amsterdam-Rijnkanaal was in de visie van Berlage te scherp. Hij bedacht een kromming vóór de bocht (vanuit Maarssen) waardoor de bocht makkelijker te nemen is. – Anno 2022 is Rijkswaterstaat al vijf jaar bezig met een plan tot verbreding van het kanaal, door de loshaven van de Demkafabrieken langs de hele bocht door te voeren.

De woningen in de Berlagestraat zijn van hetzelfde type als die van de Van Heukelomlaan. De Berlagestraat gaat nog wel even de hoek om, en daar in de bocht werd een moskee gebouwd, terwijl net voorbij de bocht een aantal kleine ondernemers zich vestigeden.

Verschillende bedrijven op het stukje van de Berlagestraat ‘om de hoek’.

Meer weten over de Berlagestraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Diemerstraat

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was niet alleen medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties, maar ook, en gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

Op 12 december 1998 maakte de fotograaf van Het Utrechts Archief deze foto van de naar H. Diemer genoemde straat.

De H. Diemerstraat is de meest noordelijke straat van de wijk die in Zuilen bekend staat onder de naam ‘Eigen Haard’. De straat begint bij de Minister Talmastraat en eindigt bij de Minister de Visserstraat.

De straat staat haaks op de Amsterdamsestraatweg en in tegenstelling tot wat tot enige jaren vóór de bouw van deze straat gebruikelijke was, heeft de H. Diemerstraat geen ‘winkel op de hoek’.

De piloot vloog precies aan de goede kant van ‘Eigen Haard’, helemaal op de voorgrond hebben we zo een uitstekend beeld van de H. Diemerstraat. De winkelstrip aan de Minister Talmastraat is nog lang niet voltooid, dus voor de boodschappen is men vooral aangewezen op de bezorgers aan huis.

 Tot ongeveer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op die ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel, mensen wilden zelf bepalen van wie zij de producten kochten, enz. – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd.

Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. De bewoners van de H. Diemerstraat werden verwend met dit ‘winkelcentrum’ waar van alles geboden werd.

Niet alle winkels werden tegelijk gebouwd. Zelfs werd het eerste winkelblok, gezien vanaf de C. Smeenkstraat, in twee delen gebouwd.

De eerste drie winkels werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Door verzakking begon dit blok zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

Op de meest rechtse hoek van de winkelstrip zat de kapsalon van Ten Hulscher die werd opgevolgd door Lips (wiens zonen de winkel nog steeds voortzetten).

Naast de kapsalon zat Sigarenmagazijn Talma’ van  Kuiper. Daarnaast zat drogisterij Zonsveld, vervolgens slagerij Vos en bakkerij Dingemans. In de winkel van Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer.

Op de hoek Patrimoniumstraat zat kruidenier Zetstra die ook een winkel had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

Op de andere hoek van de Patrimoniumstraat zat melkboer Verhoef, die werd opgevolgd door F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Naast Verhoef zat Woninginrichting Selles en daarnaast kwamen we bij de lampenwinkel van Huiding. Vervolgens vonden we de kledingwinkel (fournituren en lingerie) van mevrouw Pas. Zij gaf de winkel de naam ‘JaCoBe’, de eerste letters van de namen van haar drie zonen Jan, Cor en Bert. Mevrouw Pas gaf het stokje door aan Henk Pronk die na enige jaren hier te hebben gepionierd, met zijn nering naar de Amsterdamsestraatweg.

De gordijnenwinkel die we vervolgens in beeld kregen, was maar een kort leven beschoren, deze winkelruimte nam de heer Pronk erbij om zijn winkel uit te breiden.

De ViVo-kruidenierswinkel van de heer Enkelaar was de voorlaatste op de rij.

Op de hoek met de H. Diemerstraat zat de laatste winkel: het Polydorhuis van de familie Van Grootheest. Daar werden huishoudelijke artikelen verkocht.

De winkels aan de Min. Talmastraat op een zonnige dag.

Meer weten over de H. Diemerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Cornelis Smeenkstraat

De politicus C. Smeenk was lid van de Antirevolutionaire Partij. Met het boek Het volk ten baat van J. A. de Wilde en C. Smeenk zijn enkele generaties antirevolutionairen opgegroeid. De heer J. A. de Wilde was minister van Binnenlandse Zaken in het tweede en het derde kabinet Colijn (1933-1935 en 1935-1937), C. Smeenk was CNV-voorman en ARP-kamerlid tijdens het Interbellum.

De woningen in deze straat met oneven nummers werden gebouwd door de toenmalige woningbouwvereniging ‘Eigen Haard’, de andere helft kwam voor rekening van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De C. Smeenkstraat komen we ook tegen op ansichtkaarten van ‘Utrecht-Noord’. De wijk spreekt de kaartenmakers aan.

De C. Smeenkstraat gezien vanaf de winkelstrip aan de Minister Talmastraat. Links de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en rechts die van ‘Eigen Haard’.

Bij de beschrijving van de C. Smeenkstraat hoort ook de vermelding van het ‘wereld-beroemde’ Eerste Huisvrouwen Orkest Utrecht. Mevrouw H. Oort uit de C. Smeenkstraat was lid van dit orkest. Zij liet een foto zien van een wandkleed en vroeg of het Museum van Zuilen belangstelling had voor het kleed.

Op het wandkleed staat de tekst ‘Huisvrouwen Orkest Utrecht’. Tja, als het nou “Zuilen” was…’ Maar mevrouw Oort legde het uit. Dit orkest werd opgericht in 1953, enkele weken voor de annexatie, vandaar dat de dames het geen ‘… Zuilen’ noemden.

De leden van het orkest waren de dames uit de omgeving Van der Pekstraat, waarvan de echtgenoten lid waren van het mannenkoor ‘Aurora’. De leden van dat koor gingen ieder jaar een dagje uit, maar dan mochten de echtgenotes niet mee. Uit ‘wraak’ richtten zij het H.O.U. op. Daar hebben ze veel plezier aan beleefd: ze stegen boven de mannen uit en hebben vele optredens in het land en ook voor de televisie verzorgd.

Uiteindelijk kwam in de collectie van het Museum van Zuilen niet alleen het wandkleed, maar ook een door de echtgenoot van de voorzitster die bij de Demkafabrieken werkte een zelfgemaakt blik van een stoffer-en-blik-set – met inscriptie – een emmer (trommel), een stukje slang met ragebol (toeter), vaatkwasten (trommelstokken) en een doos vol verschillende hoedjes die bij de outfit van de dames pasten.

Omdat het showelement een steeds grotere rol ging spelen in de optredens werd na enkele jaren de naam Huisvrouwen Showorkest Utrecht.

Optreden als ‘Lou Bandy’ van het Huisvrouwen Show Orkest.

In de C. Smeenkstraat woonden twee families Kramer. Op nummer 17 A. Kramer, die meer dan 40 jaar als kernmaker bij de Werkspoor fabrieken werkte.

Op nummer 73 was het de heer H.W. Kramer die in 1954 werd benoemd tot brandwacht 1ste klasse.

Deze Kramer stond erom bekend dat in geval van een brandalarm hij meestal als eerste bij de kazerne arriveerde. Maar ja, hij woonde dan ook vrijwel ‘om de hoek’ van de kazerne.

Deze stoet is op weg naar de demonstratie i.v.m. het 12 ½ jarig jubileum van de Vrijwillige Brandweer Zuilen. De middelste figuur vooraan, in ‘t wit met witte pet is Adriaan Kramer.

Karel Tetenburg uit de C. Smeenkstraat 18 liet zich het allemaal maar welgevallen, hij was toch niet opgewassen tegen zijn vier collega’s van Werkspoor. Dan kun je maar beter proberen ervan te genieten en zo te zien vindt hij het allemaal wel leuk

Meer weten over de C. Smeenkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Adelboldstraat

Adelbold II (975-1026) was leerling van de kathedraalschool van bisschop Notger te Luik. Hij ontwikkelde zich in wiskunde en sterrenkunde en doceerde zelf in Luik en Lobbes. Hij correspondeerde met geleerden als Heriger van Lobbes en Gerbert van Aurillac, de latere paus Sylvester II. Hij was misschien ook werkzaam in de rijkskanselarij van keizer Hendrik II en was aartsdiaken van de Luikse Sint-Lambertuskathedraal voordat hij in 1010 benoemd werd tot bisschop van Utrecht.

Voor een beschrijving van de Adelboldstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de St.-Winfridusstraat. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

Veel winkels treffen we in deze straat niet. Nummer 7 huisvest de familie Klaasen. De heer Klaasen heeft een groothandel in horlogefournituren. – Het is jammer dat de heer Klaasen, die later verder gaat onder de naam Klaasen-Kreusen, verhuist naar de Amsterdamsestraatweg en nog later naar de Zadelstraat, hier niet meer zit. Heb zelf vele jaren horloges gerepareerd, dan is zo’n adres dichtbij huis wel makkelijk voor horlogeonderdelen. –

De familie Hoogenboom uit de Adelboldstraat 11 besloot mee te gaan met de rest van de familie. Men emigreerde (twintig man sterk) naar Australië: Voor de verplaatsing van deze 20 familieleden naar de haven werd een touringcar ingezet. Hoogenboom zelf was timmerman, doch meende in dat groeiend Australië betere kansen te hebben.

Op nummer 37 zit kruidenier M. Dammers. In zijn pand komt later een Nutsspaarbank te zitten.

Deze mensen gingen Zuilen verlaten, het werd ze hier te vol. 

Op de foto staat geheel rechts op het trottoir fotograaf Heidenis. In de deuropening van Adelboldstraat 9 staat de familie Neerrijnen. Die mevrouw in haar lichte jurk is onbekend, maar de vrouw naast haar in de deuropening is mevrouw Klaasen. Haar man heeft samen met de heer Kreusen een groothandel in horloge-fournituren. Rechts van de regenpijp zien we de familie Schoenmaker(s). De vrouw met het kindje (Toos) op haar arm is mevrouw van der Kaai, zij woont op nummer 52.

Van de kinderen zijn ook een aantal namen bekend. Zij zijn echter zo op een kluitje gezet, dat ‘aanwijzen wie waar staat’ bijna zeker een flop wordt. Daarom geef ik u alleen maar de namen die tot nu toe bekend zijn. We zien onder anderen: Wim Tukker, Martha van Eimeren, Jan Hogevest, Joop en Wim Schoenmaker, Joop Klaasen, mevrouw Moor staat ook tussen de kinderen, mevrouw Jenner met haar dochtertje op de arm, Marietje van Doorn, Dien Hoge(r)(n)vest, Lieda Moor, Tonnie van Neerrijnen (die zit!), Lies van der Kaai, Beppie van Doorn, Willie van Rijn en als laatste staat vermeld dat er ook nog een dochtertje van mevrouw Jenner bij staat.

 Meer weten over de Adelbolstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jacob van Campenstraat

Op Wikipedia lezen we over de naamgever van deze straat: ‘Jacob van Campen bedreef architectuur alsof het zijn hobby was’. Hij leefde van 1595 tot 1657. Opmerkelijk is dat de heer van Campen duidelijk van een veel oudere generatie is dan de overige architecten van wie we in ’t Zand straatnamen vinden, maar de Jacob van Campenstraat loopt dan ook van de generaties oudere Amsterdamsestraatweg naar de nog jonge wijk ’t Zand, dus is de vernoeming van een ‘oude rot in het vak’ heel goed van toepassing.

De woningen aan deze straat werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en werden kort na de Tweede Wereldoorlog opgeleverd.

Utrechts Nieuwsblad 10 september 1948

NIEUWE STRAATNAMEN.

Aan het drietal straten, dat is aangelegd bij de Lelimanstraat, hebben B. en W. de volgende namen gegeven: Professor Watjesstraat, Dr. Berlagestraat en Jacob van Campenstraat. De nieuwe straat, welke evenwijdig loopt met de Luit Blomstraat, zal heten: W.J. Bossenbroekstraat.

Over de (bewoners van) de Jacob van Campenstraat is geen Zuilense (dus van vóór 1 januari 1954) geschiedenis bekend. Dat de straat wel in de Zuilense periode gestalte kreeg, blijkt onder andere uit het feit dat de heer Heil zich ‘Zuilenees’ noemt: hij werd geboren in deze straat. Een korte straat, die lange tijd ook slechts aan een kant bebouwd werd.

De Jacob van Campenstraat duikt op in de archieven van de Gemeenschapsraad. – De raad werd ingesteld door de minister, om Zuilen, na de annexatie per 1 januari 1954, enige inspraak te geven bij het Utrechtse gemeentebestuur. De Gemeenschapsraad werd een mislukking en is na 10 jaar opgeheven. – Dit bericht stond in het Utrechts Nieuwsblad van 9 juli 1958:

Feest op ’t Zand.

De Culturele en Ontspanningsvereniging ’t Zand heeft interesse in een feestpark. Niet zozeer om het feest zelf als wel om de kinderen uit de baten een clubhuis te geven. Althans een flink deel van het geplande clubhuis. De Gemeenschapsraad zag hier wel iets in, zodat B. en W. van Utrecht het advies zullen krijgen dit feest doorgang te doen vinden. De ’t Zandbewoners gaan dan, aan de Jacob van Campenstraat van 13 tot en met 20 september de bloemetjes buiten zetten.

Vermoeide wandelaars zullen binnenkort een rustpunt kunnen vinden in de Prinses Irenelaan. Er zullen nl. banken worden geplaatst. Speelgelegenheden leveren ook in de wijk Zuilen moeilijkheden op. Aan een gedaan verzoek van de G.R. enige gazons voor de jeugd open te stellen kunnen B. en W. niet voldoen, omdat de grasmatten nog te zacht zijn.

Dus… bent u een van de bewoner van de Jacob van Campenstraat (geweest)? Help ons dan alstublieft door uw leukste, mooiste, meest dierbare herinnering op papier te zetten (of gewoon aan ons te mailen: info@museumvanzuilen.nl)

 Foto van Het Utrechts Archief, gemaakt op 12 december 1998. Het Museum van Zuilen houdt zich aanbevolen voor oudere.

Meer weten over de Jacob van Campenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Lelimanstraat

Op 25 januari 1934 stond in het Utrechts Nieuwsblad het volgende bericht:

Nieuwe straatnamen

——–

“Bouwkundigenbuurt” te Zuilen.

ZUILEN, 25 Jan. – De in aanbouw zijnde woningen van de Woningbouwvereeniging “Zuilen”, op een terrein gelegen tusschen Amsterdamschen Straatweg en Daalweg, zijn bijna gereed en B. en W. hebben aan de straten, die daar zijn ontstaan, de volgende namen geven: Lelimanstraat (J.H.W. Leliman, architect, 1878-1921); De Bazelstraat (K.P.C. de Bazel, bouwmeester, 1869-1924); Van der Pekstraat (J.E. van der Pek, architect, 1865-1919); Hanrathstraat (J.W. Hanrath, architect, 1867-1932).

In Zuilen volgt men bij het benamen der straten een vast systeem, evenals dat in Utrecht en vaak ook in andere plaatsen het geval is…

Leliman was dus een Nederlands architect en kreeg onder meer bekendheid als ontwerper van de ANWB-paddenstoel.

De woningen aan deze straat werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De Van der Pekstraat is onderdeel van Complex 2 van deze woningbouwvereniging (Complex 1 zijn de woningen rond de De Lessepsstraat.) Samen met o.a. de La Croixstraat, M. de Klerkstraat en de Hanrathstraat werden deze straten aangelegd op een opgespoten stuk zand. Het hele complex lag nogal geïsoleerd en kreeg de wijkaanduiding: ’t Zand.

De Lelimanstraat loopt parallel aan de Amsterdamsestraatweg, tussen de Hanrathstraat en de Van Heukelomlaan. In de Lelimanstraat kwam de tweede slagerswinkel van de heer D. Vergeer – zijn eerste winkel zat op de Amsterdamsestraatweg.

Slager Vergeer werd opgevolgd door Kooyman, die in het pand op de hoek Lelimanstraat/Hanrathstraat zijn eerste slagerij begon. Het zal wel een goede relatie met Vergeer hebben opgeleverd, want toen Vergeer zijn winkel aan de Amsterdamsestraatweg verliet, kwam ook in dat pand Kooyman in beeld.

In de loop der jaren zullen heel wat bewoners naar binnen zijn gestapt om hun vlees te kopen bij slager Kooyman. In de Tweede Wereldoorlog kreeg het verzet regelmatig vlees van de heer Kooyman. Dat werd vervolgens door de dominee en de pastoor verdeeld onder hun kerkgangers.

Ver na de Tweede Wereldoorlog, in de periode 1960-1965, werd in de worstmakerij achter de winkel van de tweede vestigingsplaats van Kooyman, aan de Amsterdamsestraatweg 611, regelmatig geoefend door een van de eerste bands die Zuilen kende, The Sioux. Deze band was – een van de vele – die ook optraden in het Pastoor Schiltehuis.

The Sioux bestond in de beginperiode uit de volgende heren. Ton Kooyman, zoon van slager Kooyman aan de Amsterdamsestraatweg. (De heer Kooyman sr was ook de manager van de band.) Ton speelde sologitaar, Ted Stegers uit de Hanrathstraat bespeelde de slaggitaar en Marcel van Hardeveld (die we eigenlijk alleen maar kennen als ‘Hoss’ en ruim dertig jaar zijn winkel had aan de Amsterdamsestraatweg 563: Radio Communicatie Centrum) speelde de basgitaar. Aan de drums zat Ries de Wit uit de Marconistraat.

De dansavonden waarop The Sioux speelden werden georganiseerd door de heer en mevrouw Slot onder de naam ‘Beverdonk’. Later werd de naam gewijzigd in ‘Taveno’. Zij organiseerden ook de dansavonden in de bovenzaal van de nabijgelegen Rooms-katholieke St.-Salvatorkerk.

 

Twee meisjes Bliek uit de Lelimanstraat flankeren Marietje van der Pas, hun buurmeisje. Let op de klompjes.

 

 ‘Haasje-over’ spelende kinderen in de Lelimanstraat, terwijl de woningen vanaf de Jacob van Campenstraat nog in aanbouw zijn.

 Meer weten over de Lelimanstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Hier zat u op te wachten: het inschrijfformulier vrijwilliger Museum van Zuilen

Vrijwilligers gezocht

Lijkt het u leuk om gasten te ontvangen in de historische Werkspoorfabriek en vertelt u bezoekers graag over het mooie Zuilen? Meldt u dan nu aan als vrijwilliger bij het  Museum van Zuilen.

Vertel jij het verhaal?

Lijkt het u leuk om gasten te ontvangen in de historische Werkspoorfabriek en vertelt u bezoekers graag over het mooie Zuilen? Dan bent u geknipt voor de functie gastheer/gastvrouw – rondleider in het Museum van Zuilen.

Een taak waarbij u ook belangrijk bent voor de ontwikkeling van het museum. Door uw ogen en oren open te houden voor nieuwe verhalen van bezoekers. Niet alleen in het museum, maar ook erbuiten: bij veel van onze initiatieven werken we samen met bewoners en instellingen uit de wijk.

We starten 27 en 28 augustus 2021 met een introductieprogramma voor gastheren/gastvrouwen – rondleiders. Het introductieprogramma bestaat uit vijf bijeenkomsten. U bent daarna in staat om zelfstandig het verhaal van het museum te vertellen en in te kleuren met uw eigen ervaringen.

Wat vragen we?

Twee keer per maand een dagdeel in het museum aanwezig zijn. Interesse in Zuilen, de zware industrie of de arbeiderswijk. U wilt helpen de geschiedenis te bewaren en door te geven.

Hoe gaan we dat voorbereiden?

Om u prettig te laten starten als vrijwilliger in het Museum van Zuilen hebben we een introductieprogramma samengesteld van vijf bijeenkomsten. Eind augustus starten we met het introductieprogramma. Tijdens het introductieprogramma maakt u kennis met andere vrijwilligers, gaan we op de fiets of lopend Zuilen verkennen en hoort u verhalen over Zuilen.

Heeft u interesse?

Als u reageert krijgt u binnen 10 dagen een uitnodiging voor een (mogelijk digitaal) kennismakingsgesprek. Bent u wél een fan van ons museum, maar heeft u andere kwaliteiten dan die van gastheer/gastvrouw? Geef dan ook een seintje, we gaan dan samen met u op zoek naar een passende functie, zoals: het voorbereiden en inrichten van tentoonstellingen, het interviewen van wijkbewoners ‘oral history’, onze social media of fondsenwerving.

Aanmelden als nieuwe vrijwilliger

    Geslacht:

    Museum van Zuilen weer open

    Na bijna een half jaar corona-perikelen is het Museum van Zuilen eindelijk weer open. Nog niet zoals we zouden willen, helemaal vrij om te komen, maar dat we u weer welkom mogen heten vinden we al heel wat.

    Even boeken op deze site om een tijdsblok vast te leggen van één of meerdere uren is (voor ons) het eenvoudigst. Maar schroom niet om te bellen 06 81036662. Als we open zijn (van woensdag tot en met zaterdag van 10 tot 17 uur) en de bezoekersaantallen (maximaal 10) van dat moment staan het toe, komen we u natuurlijk graag even opendoen.

    En… laat u niet tegenhouden door de term ‘museum’. Lees de enthousiaste reactie maar van de 12-jarig Siem in ons gastenboek!

     

    Héhé, de opening van het Museum van Zuilen is in beeld!

    Vanaf zaterdag 5 juni mogen we u weer welkom het in het Museum van Zuilen

    Te lang, veel te lang hebben we op bezoek moeten wachten. Op enkele dagen na een half jaar. We missen de verhalen, de bijdragen voor de collectie (hoewel dat nog heel aardig door bleef gaan). Maar vooral het contact! We laten u zo graag zien en horen wat er aan de geschiedenis van Zuilen bewaard is gebleven.

    En nu mag het weer!

    WELKOM! Uiteraard blijven er nog enkele beperkingen van kracht: u dient tevoren een boeking te doen (dat kan met deze link: reserveer-uw-bezoek/)

    Dat een mondkapje verplicht is zult u hopelijk ook nog wel begrijpen. Maar laat het u er niet van weerhouden om een bezoek te brengen aan het Museum van Zuilen. Met de tentoonstelling ‘Ons Werkspoor’ en de (nieuw!!) de deeltentoonstelling ‘Werkspoor en Demka tijdens de Tweede Wereldoorlog.’