Héhé, de opening van het Museum van Zuilen is in beeld!

Vanaf zaterdag 5 juni mogen we u weer welkom het in het Museum van Zuilen

Te lang, veel te lang hebben we op bezoek moeten wachten. Op enkele dagen na een half jaar. We missen de verhalen, de bijdragen voor de collectie (hoewel dat nog heel aardig door bleef gaan). Maar vooral het contact! We laten u zo graag zien en horen wat er aan de geschiedenis van Zuilen bewaard is gebleven.

En nu mag het weer!

WELKOM! Uiteraard blijven er nog enkele beperkingen van kracht: u dient tevoren een boeking te doen (dat kan met deze link: reserveer-uw-bezoek/)

Dat een mondkapje verplicht is zult u hopelijk ook nog wel begrijpen. Maar laat het u er niet van weerhouden om een bezoek te brengen aan het Museum van Zuilen. Met de tentoonstelling ‘Ons Werkspoor’ en de (nieuw!!) de deeltentoonstelling ‘Werkspoor en Demka tijdens de Tweede Wereldoorlog.’

De Leeghwaterstraat

De heer Leeghwater heeft voldoende van zich doen spreken om een straatnaam naar hem te vernoemen. Waterbouwkundige Jan Adtiaanszoon Leeghwater (what’s in a name) leefde van 1575 tot 1650 en had de leiding bij het droogleggen van tal van meren, zoals de  Beemster, De Schermer, Hij is ook de schrijver van het Haarlemmermeerboek.

De Stephensonstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Leeghwaterstraat

De Leeghwaterstraat is een korte straat waar geen winkeliers gevestigd zijn. Om u toch een idee te geven wie hier woonden (volgens een bestand uit 1938-’39 waarin per straat, per huisnummer wordt aangegeven wie de hoofdbewoner is en wat zijn/haar beroep is), stel ik hen aan u voor:

Op nummer 1 woonde de behanger J. Dolman.

Nummer 3 huisvestte P.G. Slot, arbeider bij Werkspoor.

Naast hem woonde A.S. Wijsman van beroep bankwerker. Dat was ook het beroep van zijn buurman op nummer 7: de heer E.H. van Pommeren.

Het wordt een heel fabriekje in deze straat. Op nummer 9 woonde de slijper J.Th. van Berkel en daarnaast woonden op de nummers 11 en 13 de families De Bruyne en Wijsman, van wie de kostwinners respectievelijk zandvormer en leemvormer als beroep hadden.

In het laatste huis aan de oneven zijde woonde de heer J. van den Aakster, die te boek staat als ‘werkman’

Zoals in de meeste gevallen heeft ook de Leeghwaterstraat twee kanten:

Aan de even zijde komen we op nummer 1 bij C. Koning, metaalbewerker.

Naast hem woonde de weduwe W.G.A. Hartsuijker-van der Vechte. Op de nummers 6 en 8 woonden J. Meijneke (gepensioneerd) en S. Lugten, draaier.

Als de draaier zich omdraaide naar de andere kant, kwam hij twee gepensioneerden tegen. Op nummer 10 W. Meijer en op nummer 12 W.J. Homburg.

 

Vermeldenswaard is nog een opmerkelijk knipsel uit een krant van 1934:

Utrechts Nieuwsblad 23 november 1934

 

Verplaatsing Hulppostkantoor Elinkwijk

De Directeur van het Postkantoor bericht ons, dat op Zaterdag 24 dezer na afloop van den dienst het hulppostkantoor te Elinkwijk verplaatst wordt van de Fultonstraat naar het in de onmiddellijke nabijheid gelegen perceel Wattlaan 4 hoek Leeghwaterstraat.

Zo hebt u een kijkje genomen in de Leeghwaterstraat van toen.

Het lijkt me sterk dat er straten in Zuilen of Utrecht, wat zeg ik, in Nederland waren, die fraaier versierd werden ter gelegenheid van de bevrijding dan die van ‘Elinkwijk’. Dit zijn de erebogen in de Leeghwaterstraat. Werkelijk fantastisch opgesierd met Rood Wit en Blauw, maar ook met heel veel groen.

Meer weten over de Leeghwaterstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Siemensstraat

De combinatie van uitvindingen van Carl Wilhelm Siemens en Pierre Emile Martin brachten rond 1860 een nieuw fabricageproces voor de vervaardiging van staal uit ruwijzer(schroot). Het zogenaamde Martin-Siemensproces werd tot de jaren zeventig van de vorige eeuw toegepast, ook bij Demka de grote staalfabriek in Zuilen. De Siemensstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

N.V. Bouwvereeniging Elinkwijk

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen voor de duizenden werknemer in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Siemensstraat

De Siemensstraat is maar een korte straat, zonder de ‘winkel op de hoek’, wat tijdens de bouw van deze wijk een vrij algemeen gegeven was. Toch vinden we wel wat zelfstandige ondernemers hier. Op nummer 11 woonde de heer Wijsman. Hij ventte groenten in het dorp Zuilen maar had geen winkel.

Bij zijn buurman konden de inwoners van Zuilen terecht die met hun zuur verdiende centen een gokje willen wagen. Daarvoor moesten zij zich vervoegen op nummer 13 (what’s in a number?) bij de heer X.J. Noz. Hij adverteerde namelijk dat hij loten verkoopt.

De heer Noz verliet dit huis(nummer) en we vinden hem later terug op de Amsterdamsestraatweg. Daar groeit zijn bedrijf door de verkoop van ticket voor evenementen.

Op de hoek Wattlaan woonde op nummer 19 mejuffrouw Van Deursen. Zij was gediplomeerd coupeuse en ‘biedt zich aan voor het maken van mantels vanaf ƒ 6,-’. Mejuffrouw Van Deursen heeft hier ook een ‘Opleidingsschool voor Costumiére, Coupeuse en Coupeuse leerares’.

Niet iedereen in deze straat werkte bij Werkspoor of Demka (wat vaak gedacht wordt). De heer Van Rooijen op nummer 7 werkte bij de P.T.T., de kostwinners op de nummers 2 en 19 werkten bij de N.S. en op nummer 8 woonde de heer J.H. Cromjongh, hij was ‘muziekonderwijzer’.

In het zoeken naar de historie van Zuilen is onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen die rond 1950 uitgezonden werden voor de politionele acties (oorlog) in Nederlands Indië vanwege de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië.

Uit de Siemensstraat zijn bekend de heren J.F. van Hout, Siemensstraat 4, J.F. van Rooijen en zijn broer J.W.E. van Rooijen, Siemensstraat 7 en Th. H. Schreijer, Siemensstraat 19.

Het is onwaarschijnlijk dat er straten in Zuilen of Utrecht, zelfs in Nederland waren, die fraaier versierd werden ter gelegenheid van de bevrijding dan de straten van ‘Elinkwijk’. Hier zien we een werkelijk fantastisch opgetuigde Siemensstraat met rood wit en blauw, maar ook met heel veel groen.

Meer weten over de Siemensstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Hulp gevraagd voor onze hongerige eenden

Hulp gevraagd voor onze hongerige eenden

Knipsel uit het Utrechts Nieuwsblad van 13 januari 1948

Zij worden door de distributie maar karig bedeeld

De eendjes in de gemeentelijke vijvers lijden vreselijk honger. Zij worden min of meer aan hun lot overgelaten, niemand kijkt naar ze om en als dat nog langer zo duurt, gaan ze met rassé schreden de dood tegemoet…

Ziedaar de alarmerende berichten, die ons bereikten en die ons – eerlijk! – eventjes aan het schrikken brachten. Maar – om in etenstermen te blijven – gelukkig bleek ook hier de soep niet zo heet gegeten te worden als ze wordt opgediend. Een nauwgezet onderzoek heeft n.l. uitgewezen, dat de situatie met betrekking tot onze zwanen en eenden lang niet zo critiek is als wordt voorgesteld.

Ja maar, zo brengen de jammerklachten naar voren, de beesten hebben zo’n honger, dat ze ’s nachts de omwoners wakker houden door hun angstig gekwek…

Tot zover de jeremiades van de overigens van goede trouw getuigende dierenliefhebbers, die er dan nog schande van spreken, dat het overschot van de Centrale keukens is verpacht aan de boeren (voor varkensvoer), terwijl onze eigen zo dringend een “bijvoeding” nodig hebben.

Hoe zijn nu de feiten?

De gemeente krijgt van de distr.-dienst voor de waterbewoners van ’t Wilhelminapark, “Oog in Al” en Julianapark een tweemaandelijkse toewijzing van meelproducten en korrelvoer. Toegegeven, die toewijzing is niet groot en als de voorraad geleidelijk over de vijvers is verdeeld, blijkt er voor iedere eind betrekkelijk weinig te zijn. maar de ware dierenvrienden hebben de eenden en zwanen nooit in de steek gelaten en er altijd voor gezorgd dat er brood was (in overvloed zelfs!). Doch nu met dit dagenlange miezerige weer, schijnen er inderdaad weinig bezoekers te komen en is de toevoer van brood maar zeer minimaal.

Overigens heeft men van gemeentewege al eens pogingen gedaan om b.v. het overschot van de kazernes te bemachtigen, maar ook hier heeft men bot gevangen. Verpacht aan de boeren.

Daar komt nog bij, dat de rustige eenden en zwanen af en toe troepen wilde eenden op bezoek krijgen, die ook niet precies het verschil tussen mijn en dijn weten, met het gevolg, dat de “spoeling” nog dunner wordt.

Inmiddels is de Plantsoendienst in contact getreden met de Centrale Keukens en naar wordt verwacht zal er uit die hoek wel hulp komen opdagen.

Voor de rest bevelen wij iedereen aan, die wat oud brood over heeft (en wie langs de vuilnisbakken loopt, bemerkt, dat er nog héél wat zonder erg wordt weggesmeten), dat te bewaren voor de eendjes.

Wij hebben ons in verbinding gesteld met de dierenbescherming en van die kant ontvingen we de geruststellende mededeling, dat de dieren zeker niet van de honger omkomen. Soms – en vooral des Zondags – drijven de vijvers vol met brood, een bewijs, dat de eenden meer dan genoeg hebben. Dat het dan in de loop van de week een beetje krap wordt, werd niet als verontrustend beschouwd.

En wat tenslotte het kwekkeren in de nachtelijke uren betreft, dat is niets bijzonders. Dan is er onraad in de buurt, b.v. rattenbezoek.

Als iedereen, die daartoe in staat is, wat brood opzamelt en dat reserveert voor de eendjes, zal ook dit probleem spoedig zijn opgelost.

Eendjes voeren

Fotobijschrift: Hoewel ‘eendjes voeren’ hier meer ‘kijken naar de zwanen’ is, past deze foto het best bij bovenstaand knipsel. Maar… als u het Museum van Zuilen kunt helpen aan een oude foto waarop men de eendjes in het Julianapark (of nog leiver ui de tijd dat het park nog de ‘Tuin van Kol’ was) aan het voeren is, dan houden we ons ten zeerste aanbevolen. Overigens, het knipsel is dus van drie jaar ná de Tweede Wereldoorlog en brood is dus nog steeds op de bon!