De H. Wijnmalenstraat

H(enry) Wijnmalen heeft in 1910 het wereldhoogterecord van 2800 meter op zijn naam gebracht. Hij vertrok naar het buitenland en toen hij in 1913 terugkwam, had hij een vergunning op zak om Farman-vliegtuigen te mogen bouwen. Later richtte hij een vliegtuigfabriek in Soesterberg op.

Omdat de Eerste Wereldoorlog zich aankondigde, werd die locatie niet veilig genoeg geacht. In 1914 huurde hij bedrijfsruimte bij de Industriële Maatschappij Trompenburg aan de Amsteldijk. Trompenburg had zich in de voorgaande jaren beziggehouden met de bouw van Spyker-automobielen, genoemd naar de automakers Jacobus en Hendrik Spyker. Toen Wijnmalen de leiding van autofabriek ‘Trompenburg’ op zich nam, eindigde daarmee zijn vliegersloopbaan.

De naar H. Wijnmalen genoemde straat kent geen winkels. Wel een onderneming die in 2022 nog steeds actief is: de Luxe Was- en Stomerij van Van Rooijen. Nadat vader en moeder van Rooijen de basis hadden gelegd, werd en wordt de zaak voortgezet door hun zoon Marinus (en zijn vrouw natuurlijk).

Schuin tegenover de wasserij woonde lange tijd de familie Jacobs. Mevrouw Jacobs was een zeer bedreven borduurster en borduurde onder andere altaarkleden voor de St.-Jacobusparochie.

Mevrouw Jacobs borduurde veel voor de St.-Jacobuskerk en was ongetwijfeld betrokken bij dit ‘uitstellingsvaandel’ dat bij de preek tijdens het lof voor de uitgestelde monstrans met H. Hostie werd geplaatst. Foto A. Rog.

In deze straat zaten ook twee ondernemers die beide in de transportsector actief zijn: de heren Verkuil en Barten op de nummers 1 en 44.

Transportbedrijf Verkuil vervoerde voor de Demka-staalfabrieken o.a. de rollen staaldraad naar de Haringvlietschuiven. Daarvoor werd ongeveer 1000 keer een lading van 233 ton staaldraad gereden.

Naast de vele rollen staaldraad vervoerde Verkuil ook de grote tandwielen voor de beweging van de Haringvlietschuiven.

Trouwens aan ondernemers heeft de H. Wijnmalenstraat helemaal geen gebrek. Op nummer 25 zat de heer Linnenbank met zijn loodgietersbedrijf dat nog groot gaat worden, verhuist naar de Amsterdamsestraatweg, waar zoon Nico zich op verkoop van sportartikelen werpt.

Op de hoek met de Adriaan Mulderstraat komen we rechts nog de kruidenierswinkel van de heer Klabbers tegen waarin later Hobby-shop Zuilen komt.

Aan de linkerkant van de straat zit het schildersbedrijf Pijper. De heer Pijper heeft wat ruimte over en daar gaat Cor Macco met zijn fietsenhandel van start. De fietsenhandel floreert en Macco vestigt zich op de hoek Adr. Mulderstraat-F. Koolhovenstraat. (Later verhuist de winkel naar de Amsterdamsestraatweg en tegenwoordig zit de winkel op het Werkspoorkwartier.)

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we ook de H. Wijnmalenstraat tegen. Dit is het verhaal van een dochter van een bekende huisarts in Zuilen, de heer Chardon, die toen nog woonde op de hoek C. van Maasdijkstraat en de H. Wijnmalenstraat:

‘Hoe je je in de oorlog diende te gedragen, werd vaak door de omgeving voor je bepaald. Mijn moeder (verloskundige in Zuilen) heeft op hoge leeftijd nog het gevoel dat niet iedereen dat begreep. Moeilijk was het om goed om te gaan met NSB-patiënten en ook Duitsers die gewoon geholpen moesten worden. Op het adres in de H. Wijnmalenstraat, in de bovenwoning, kwamen ook wel eens soldaten op bezoek die een dokter nodig hadden. Er werd dan gezorgd dat het niet erg opviel, omdat sommigen vonden dat mijn ouders geen NSB’ers of Duitsers moesten helpen. Natuurlijk deden zij dat wel. Mijn moeder zegt: ‘‘Moesten wij hen soms laten stikken dan?’’ Omdat de NSB’ers in de gaten werden gehouden, zijn mijn ouders misschien ook goed in de gaten gehouden. Hoewel mijn ouders soms wel wisten wie NSB’er was en wie niet, werd er geen onderscheid gemaakt en ging mijn moeder gewoon haar werk bij hen doen.’

Deze wieg werd in de Tweede Wereldoorlog – niets meer te koop – als betaling geschonken aan de verloskundige die de wieg van een patiënt zo bewonderd had. Hij is nog in 2003 in gebruik genomen door een achterkleinkind van mevrouw Chardon-Davidson.

Meer weten over de H. Wijnmalenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De A.H.G. Fokkerstraat

A.H.G. Fokker werd door A.H. Pasman, in een knipsel bij de onthulling van het Vliegermonument, kort en bondig beschreven:

‘Behaalde zijn F.A.I. brevet op 16 mei 1911. Hij vervaardigde zelf het befaamde toestel ‘De Spin’. Na succesvolle deelname aan vliegwedstrijden, richtte hij in 1913 in Duitsland zijn eerste fabriek op. Met het D-7 type had hij tijdens de eerste wereldbrand veel succes en hij loste het vraagstuk op om door het schroefveld te kunnen schieten. In 1919 werd in de Elta-gebouwen te Amsterdam de bekende vliegtuigfabriek begonnen. Met zijn toestellen werden de eerste vluchten gemaakt over de Noordpool en de Atlantische Oceaan, alsmede de pioniersvluchten naar de beide Indiën’.

De naar Anthonie Fokker genoemde straat is een vrij lange straat met naar de oude Zuilense begrippen toch maar weinig winkels. Op de hoek met de Adriaan Mulderstraat zat een schildersbedrijf (postadres Adriaan Mulderstraat) en naast nummer 57 kwamen we bij de tandtechnicus Van Emmerik. De melkfabriek van de heer Stam was weliswaar bereikbaar via een poort aan de Adriaan Mulderstraat, maar de fabriek zelf was gevestigd op het binnenterrein tussen de A.H.G. Fokkerstraat en de F. Koolhovenstraat.

– Over de geschiedenis van deze melkfabriek leest u de qr-tegel in de F. Koolhovenstraat. –

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de straat ook openbaar vervoer. En hoe! Buslijn 3 rijdt door de A.H.G. Fokkerstraat. Een kort gedeelte slechts, van de Prins Bernhardlaan naar de Adriaan Mulderstraat, maar toch!

De A.H.G. Fokkerstraat (links op de voorgrond een stukje van de Prins Bernhardlaan) vanuit de lucht. In het pand op de hoek rechts, vestigden de heer en mevrouw Bisschop hun ‘Zuilensche Apotheek’. De eerste twee woningen daarnaast werden het domein van tandarts J.P. Boelens. Op de linkerhoek vestigde zich J. Vinkenborg als huisarts. Al met al een van de eerste Zuilense Gezondheidscentra.

Mogelijk omdat de straat tijdens de Tweede Wereldoorlog nog niet of nauwelijks bewoond werd, zijn er tot nu toe geen verhalen uit die tijd over de A.H.G. Fokkerstraat bekend. Hoewel… in een lijstje waarin de medewerkers van de L.O.[1] te Zuilen worden gemeld staat wel de heer W.F. Brohm (schuilnaam ‘De Wit’), Fokkerstaat 2.

Wie verhalen van die periode kent, die te maken hebben met de straat én de Tweede Wereldoorlog wordt vriendelijk verzocht ze op te schrijven en aan ons toe te sturen. Bij voorbaat dank!

.Terwijl dus de verhalen over de straat tijdens de oorlog ontbreken is een opmerkelijk groot aantal foto’s dat in de A.H.G. Fokkerstraat gemaakt werd van de Bevrijdingsoptocht. Heel veel verschillende thema’s van de optocht werden op de gevoelige plaat (zo heette het fotomateriaal vóór de komst van de digitale fotografie) vastgelegd, terwijl ze door de A.H.G. Fokkerstraat lopen.

De vier seizoenen in de Fokkerstraat, voor de optocht. Zomer: Tinie Sparrius, herfst: Henk Bergman. Anderen? Tinie Sparrius schreef ons: ‘Ik droeg een doopjurk versierd met papieren bloemen’.

Meer weten over de A.H.G. Fokkerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

[1] Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, werd vrijwel altijd met de twee letters L.O. aangeduid

De F. Koolhovenstraat

Frits Koolhoven werd door A.H. Pasman, uitgever van het toenmalig huis-aan-huisblad ‘Zuilens Nieuwsblad’,  kort en bondig beschreven:

‘Behaalde zijn F.A.I.-brevet op 20 oktober 1910. Na belangrijke successen bij de vliegtuigindustrie in Frankrijk en Engeland keert hij in 1920 naar ons land terug in zijn auto branche. De F.K.–23 jager was een van zijn beroemdste producten in Engeland. Via de ‘Nationale Vliegtuig Industrie’ ontstond de fabriek der Koolhovenvliegtuigen op Waalhaven bij Rotterdam’.

De naar Koolhoven genoemde straat loopt grotendeels parallel aan de Westinghousestraat in de Oude Bouw. Het aantal winkels is op de vinger van een hand te tellen: in deze straat vonden we er slechts twee, waaronder wel een van de bekendste Zuilense rijwielhandelaren, die bovendien nog steeds bestaat, de winkel van Cor Macco.

Deze winkel kent vele verhuizingen: begonnen in een hal van schildersbedrijf Pijper aan de H. Wijnmalenstraat, ging later naar de hoek Adriaan Mulderstraat en de F. Koolhovenstraat, daarna verhuisde zoon Peter Macco de winkel naar de Amsterdamsestraatweg en tegenwoordig vinden we de winkel aan de Nijverheidsweg en treed (klein)zoon Jimmy in de voetsporen van zijn (groot)vader.

De fietsenwinkel van Macco op de hoek Adriaan Mulderstraat/F. Koolhovenstraat.

Veel winkels vinden we dus niet in deze straat, maar er heerst wel bedrijvigheid. Ingesloten tussen de Adriaan Mulderstraat, A.H.G. Fokkerstraat en F. Koolhovenstraat lag de ‘Electrische Melk Inrichting’ van Stam. Ooit van start gegaan in Vianen, vestigde Stam zich in de wijk Elinkwijk, groeide verder uit zijn jas en zette zijn melkgroothandel voort op dit terrein.

Interieur van de melkfabriek van Stam op het binnenterrein tussen de A.H.G. Fokkerstraat en de F. Koolhovenstraat. Menig bewoner van de F. Koolhovenstraat is wakker geschrokken van de rammelende melkbussen die bij de E.M.I. verwerkt werden.

Een wat minder bekende naam in het verzet van Zuilen is M. (Machiel) Kollaard. Hij maakte deel uit van het verzet, maar werd in 1941 al opgepakt. Hij werd verraden en heeft de oorlog vooral in de gevangenis van Sieburg doorgebracht. De werkzaamheden voor het verzet (onder andere het huisvesten van onderduikers) is voor de rest van de oorlog voortgezet door zijn vrouw. Tot verrassing van de familie kwam Machiel in april 1945 de huiskamer binnenstappen. Na de oorlog begon de heer Kollaard een ‘Scheveningse Vishandel’. Begin jaren vijftig met een haringkar op de Sweder van Zuylenweg (hiervan hebben nog veel werknemers van Werkspoor plezier gehad) en later in de winkel op de hoek van de F. Koolhovenstraat en Swammerdamstraat.

Op de andere hoek van de Swammerdamstraat en de F. Koolhovenstraat was een filiaal van de Nutsspaarbank gevestigd. Dat verhuisde later naar het Bisschopsplein.

Na de oorlog werd in heel Zuilen uitgebreid de Bevrijding gevierd. Optochten liepen door alle straten van Zuilen, iedereen liep mee, en iedereen was ook verkleed. Opmerkelijk is de organisatie (het bestuur van de buurtvereniging ’t Zand), die ervoor zorgde dat er in de ongelooflijk veel thema’s die werden uitgebeeld, bijna geen doublures liepen!

Bevrijdingsoptocht door de F. Koolhovenstraat: bakkertjes, clowns rooskapje enz.

De F. Koolhovenstraat lag nogal in de buurt van de staalfabrieken van J.M. de Muinck Keizer (Demka). Dat blijkt ook uit een van de herinneringen aan de straat die Peter John Buijs schreef naar De Oud Utrechter:

‘Staalfabriek

Als het ’s avonds stil werd in de buurt klonken nog de geluiden van de staalfabriek DEMKA waar ’s nachts werd doorgewerkt. Van de kranen die knarsten over hun rails. Van de smeltbekers die hun sissende inhoud loosden. De grommende walsen en het vallen van plethamers zo groot als een huis. De omes en tantes hingen nog wat na, achter, langs de poort. In de verte golfde, op de vochtige lucht, het geplof van een sleepboot die een konvooi motorloze aken over het Amsterdam-Rijnkanaal trok.’

Meer weten over de F. Koolhovenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Wethouder D.M. Plompstraat

De familie Plomp heeft op de geschiedenis van Zuilen een nadrukkelijk stempel gedrukt: twee burgemeesters, een wethouder en een gemeenteontvanger. De heer D.M. Plomp was gedurende twee perioden wethouder van Zuilen, van 1920 tot 1927 en van 1929 tot 1933. Zijn overlijden, kort voor de realisatie van de Vliegerswijk, bracht het gemeentebestuur van Zuilen ertoe de man te eren met een naar hem vernoemde straat.

Voor een beschrijving van de Wethouder D.M. Plompstraat ‘van toen’ lopen we vanaf de Amsterdamsestraatweg.

Aan de linkerkant bevond zich een groothandel in koek van de heer Dijkstra. Op de kruising met Clement van Maasdijk waar we vervolgens aankomen, zat een aantal winkels. Op nummer 8 bijvoorbeeld de melkhandel van J.A. van der Horst en op nummer 10 zat korte tijd bakker Hus. In 1950 lezen we al een advertentie die aangeeft dat in dit pand brood verkocht wordt door de opvolger van Hus, Herman Wijnhof.

De winkel op de hoek aan de oneven kant was de groentewinkel van de Groot. Hierna kwamen we tot aan de Adr. Mulderstraat vrijwel alleen nog maar woningen tegen. Op nummer 48, naast het poortje, zat melkboer de Bruin, die ook schoolmelk verzorgt. Links en rechts aan het einde van de straat zaten nog twee winkels: links de melkhandel B. Lagendijk en rechts slagerij ‘De Tijdgeest’.

Op deze foto is de nieuwbouw van Mariëndaal in beeld, het winkelwoonhuis op de hoek van de Wethouder D.M. Plompstraat en de Clement van Maasdijkstraat. In de Clement van Maasdijkstraat staan de woningen nog te huur.

De gemeente-architect W.C. van Hoorn slaagde er vrijwel altijd in een nieuwigheid in zijn plannen naar voren te brengen. Wat hij voor de middenstandswoningen op de hoeken van de straten in Mariëndaal bedacht werd beschreven in het Utrechts Nieuwsblad:

‘…Het complex dat hier zal verrijzen staat onder architectuur van den heer W.C. van Hoorn te Zuilen, die zoo welwillend was ons aan de hand van het ontwerp nadere mededeelingen te verschaffen omtrent indeeling, architectuur en de nieuwe vinding van hem omtrent trappenbouw.

De heer van Hoorn heeft in zijn ontwerp een nieuw idee verwerkt, waarvan hij groote verwachtingen voor de toekomst koestert, inzake oplossing van de moeilijke problemen welke zich voordoen bij het bouwen van hoekwinkelhuizen met bovenwoningen. Hij verklaarde hiervoor dat volgens zijn inzien de voordeelen van deze buitentrap vele zijn en noemde er ons enkele. Om te beginnen, aldus de heer van Hoorn, is in de tot heden gevolgde bouwwijze steeds de opgang tusschen woonvertrekken van den winkel geprojecteerd.

Dit heeft tot gevolg dat indien uitbreiding van den winkel noodig is, men op ’t bezwaar stuit dat deze verandering niet mogelijk is zonder groote en kostbare veranderingen. Bij de nieuwe toepassing, en ook in dit ontwerp verwerkte plan, zijn de kosten van uitbreiding zeer gering, daar deze alleen bestaan in het wegbreken van een halfsteens-muurtje, waar bij het bouwen van de winkel van tevoren reeds rekening mee dient te worden gehouden’.

In de Wethouder D.M. Plompstraat staan twee monumenten: het Vliegermonument, een initiatief van gemeentesecretaris A.E. van der Weerd en de Beatrixbank aan de overzijde, compleet met de op 1 februari 1938 geplante Beatrixboom.

Om het Vliegermonument beter tot zijn recht te laten komen besloot het gemeentebestuur een zogenoemde Beatrixboom en -bank te planten tegenover het te bouwen Vliegermonument. ‘Enige‘ omwonenden kwamen eens kijken hoe zo’n boom nou precies in de grond gaat.

Het Vliegermonument is een eerbetoon aan de Nederlandse luchtvaartpioniers. De straten in deze wijk werden naar verschillende van hen genoemd en zo ontstond het idee voor een monument in Zuilen. Het werd een zogenoemd werklozenproject. De gemeente-architect W.C. van Hoorn ontwierp het, de werklozen bouwden het. De Utrechtse kunstenaar Uiterwaal maakte de ‘elementen’: de vleugels, de tekstpanelen en de verdere versieringen.

Een aantal nieuwsgierigen is zelfs op het dak van hun woning geklommen om toch maar niets van het schouwspel te hoeven missen. De heer A. Mulder, een van de aanwezige luchtvaartpioniers, legt onder toeziend oog van burgemeester O. Norbruis een krans bij het monument ter nagedachtenis aan de om het leven gekomen mede-pioniers

Meer weten over de Wethouder D.M. Plompstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Arnoldus Rotterdamstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was: A. Rotterdam werd geboren in 1718 en overleed in 1781. Hij komt voor op de lijst van predikanten die predikten in de hervormde kerk van Oud-Zuilen. Hij deed dat van 26 juli 1741 tot 1755.

Van de Arnoldus Rotterdamstraat zelf blijkt maar weinig te verhalen.

Op nummer 28 komen we bij de woning van de heer en mevrouw Pest. U kon de woning herkennen aan de speciale bel die Gerrit Pest heeft geconstrueerd. Het is ogenschijnlijk een normale trekbel zoals we die kennen van vroeger, zo’n koperen knop, waaraan een metalen draad zat die een (vaak ook koperen) belletje dusdanig in beweging bracht dat deze ging klingelen.

Maar als u aan deze bel trok, hoort u niet het gebruikelijke klingelen van een bel. Pest koppelde zijn trekbel aan een transformator en elektrische bel, zodat u heel onverwacht een schel belgeluid hoorde. Het lijkt wel goochelen, zullen we maar denken. Dat klopt dan ook helemaal. Deze Pest heeft in Zuilen naam gemaakt met zijn goochelkunsten. Niet onder zijn eigen naam, maar zoals in Hongarije gebeurde met de plaatsen Boeda en Pest die tot één naam werden samengevoegd, zo gebruikte de heer Pest de naam Boeda als artiestennaam. Hij goochelde (veel in het Pastoor Schiltehuis) onder de naam Boeda en heeft in het Utrechtse Gebouw voor Kunsten & Wetenschappen ook nog eens een Nationaal Congres voor goochelaars georganiseerd.

  1. van Lexmond herinnert zich nog dat tijdens de verhuizing van Boeda de man zelf niet heeft geholpen: hij speelde piano en is al spelende achter de piano in de verhuiswagen gezet.

Utrecht zou een beroemde goochelaar voortbrengen: Fred Kaps. Die was ‘wereldberoemd’ in heel Nederland. Niet veel minder beroemd, maar meer op Zuilen gericht, was deze man: Onze goochelaar Boeda! Een van de herinneringen aan hem gaat over een opmerking tegen zijn gelegenheidsassistent, een kind dat hij uit zijn publiek haalde en op het podium om medewerking vroeg: ‘Hou jij die schaar even in de gaten?’ Om dan even later quasi verwijtend op te merken: ‘Jij zou de schaar toch in de gaten houden?’ Als het slachtoffer dan met het zweet op de bovenlip tegensputterde dat hij of zij niet anders deed dan een optimale controle uitoefenen op eventueel misbruik van de schaar, kwam het grapje van de heer Boeda: ‘Maar je hebt je vingers niet door de gaten heen!’

In de Stratengids die door de gemeente Utrecht kort voor de Tweede Wereldoorlog werd uitgegeven staan ook alle Zuilense straten, met per straat en per huisnummer, de naam van de hoofdbewoner en zijn/haar beroep.

Bij de gegevens van de Arnoldus Rotterdamstraat valt op dat op de nummers 6, 8, 10, 12, 14 en 16 naast elkaar op rij, alle zes de hoofdbewoners bij de N.S. werken. Hun banen variëren van wagenmaker tot stoffeerder en leerling-machinist.

Een oud-medewerker van Werkspoor bracht meer dan 100 bedrijfsfoto’s naar het Museum van Zuilen. Een serie die in drie groepen te verdelen is: jubilarissen, De Leerschool en de Tweede Wereldoorlog. – Het  getuigt van een vooruitziende blik van de Werkspoordirectie dat zij een speciale fotograaf in dienst nam, die voortdurend foto’s voor het bedrijf maakte. Zo bleef de geschiedenis goed bewaard. – Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog was deze fotograaf, de heer Mulder uit de Arnoldus Rotterdamstraat, met zijn foto’s in de weer. Hoewel het niet een echte foto uit de Arnoldus Rotterdamstraat is, wil ik u toch een voorbeeld geven van het werk waar de heer Mulder druk mee was, en waardoor we nu een mooi kijkje kunnen nemen in zijn werk van ‘toen’.

Wat we hier geshowd krijgen is houten speelgoed en de makers ervan. Zij waren werknemers bij Werkspoor in Zuilen die, als vrijwilligers, dit speelgoed maakten ter gelegenheid van het aankomende Sint Nicolaasfeest. Het is 1943, er ligt dus niet zoveel speelgoed in de winkels, vandaar. Het vrouwtje links zit vast aan een loopstokje, zodat als je dit poppetje voortduwt de voetjes ronddraaien. Het takshondje is in twee delen, verbonden door een stukje soepel leder: zo schudt het achterlijfje als je het hondje voorttrekt.

Meer weten over de Johan van Andelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Johan van Andelstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was: Johan van Andel was o.a. pastoor te Genderen en werd in 1590 te Utrecht als predikant door den Raad der stad aangesteld. ‘V o e t i u s  zal wel gelijk hebben, als hij zegt, dat men hier iets goeds van hem hoopt, “vermits syn soet, vreedsaemig en discreet humeur, neffens de goede gaven van prediken…”

Johan van Andelstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

Van de straat zelf blijkt maar weinig te verhalen.

We starten de wandeling bij de Nicolaas Sopingiusstraat. Hoewel de winkel rechts als postadres Nicolaas Sopingiusstraat 9 heeft, zullen veel bewoners van de Johan van Andelstraat hier een voet over de drempel hebben gezet. Ooit begon het echtpaar De Buck in deze winkel hun heetwaterstokerij. Dit was een vaker voorkomende nering in een periode dat lang niet alle woningen verzien waren van een geiser of boiler. Men kocht een vaatje heet water voor de was. Het werd ook bij u thuisbezorgd.

Mevrouw De Buck in de deuropening van de heetwaterstokerij.

Een oud-bewoner van de Johan van Andelstraat werd gevraagd om zijn herinneringen aan de straat:

‘Jullie speelden toch wel? Ook op straat toch? Honkballen? En dat noemde je dan slagbal, met de putten als honk!’ ‘Ja, dat klopt’.

‘En, speelden jullie dan met een echte honkbal? Of gewoon een tennisbal, net als bij ons in de Balderikstraat?’

Nee, nee, dat was ook bij ons gewoon een tennisballetje hoor.’

‘En een echte honkbalknuppel zal het ook niet geweest zijn, maar gewoon een stuk hout?’.

Klopt, daar speelden wij ook mee’, was het antwoord.

‘Maar dan zal er toch ook wel eens een ruit gesneuveld zijn, met dat spelletje? Dat gebeurde bij ons in de straat namelijk ook wel’.

Ja,’ sprak de oud-bewoner toen, en vervolgde met: ‘en een gebroken neus’!

Nu begint het toch al aardig op een verhaaltje uit de straat te lijken.

‘Wat zegt u nu, een gebroken neus? Vertel!’

‘Nou, er was een jongen die uithaalde om de bal een mep te geven, net toen zijn vader de deur opende, het slaghout kwam vol op de neus van de ongelukkige vader terecht. Die was dus gebroken.’

Mevrouw Hund uit de Johan van Andelstraat vertelde het volgende verhaal:

‘Wij kwamen na ons trouwen in de Johan van Andelstraat wonen. Op een dag kwamen mijn broer en zwager op bezoek, omdat er in hun wijk (Elinkwijk) een razzia op handen was. De Duitsers zouden volgens zeggen tot de Sweder van Zuylenweg gaan, dus bij ons zaten ze goed. Opeens kwam er een Duitse auto de straat inrijden. De mannen vluchtten via de keukenvloer onder de grond. De loper ging er weer overheen en van de vier mannen was niets meer te zien.

Wij hielden de auto in de gaten. Er stapten zes Duitsers uit en vanachter de gordijnen konden we zien dat zij in twee groepjes van drie naar beide kanten van de straat gingen.

Opeens kwam onze Duitse overbuurman, de heer Schaperdoth, naar buiten. Hij ging naar zijn landgenoten en begon een praatje met hen. Al snel stonden zij alle zes om hem heen. Na een tijdje, ik denk zo’n minuut of tien, gingen ze met hem mee naar boven. Ze zijn de hele middag boven gebleven: later hoorden we dat mevrouw Schaperdoth twee keer koffie voor hen gezet had.

Door dit alles was het inmiddels zo laat (en donker) geworden, dat de heren toen zij beneden kwamen direct naar de auto gingen en van een razzia niets meer kwam. Maar onze mannen hebben wel tot donker onder de vloer gelegen’.

Leden van de buurtvereniging Johan van Andelstraat (en andere straten in de ‘predikantenbuurt’) tijdens hun jaarlijkse dagje uit in 1946.

Meer weten over de Johan van Andelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Herman Modedstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was. Herman Strij(c)ker  of de Strijcker is vooral bekend onder zijn Hebreeuwse naam Moded. Hij was een van de belangrijkste personen bij de groei van het Calvinisme in Antwerpen vóór 1566 (het jaar van de Beeldenstorm). Van 1580 tot 1587 was Moded gemeentepredikant in Utrecht. (bron: Wikipedia)

In het Utrechts Nieuwsblad van 29 maart 1929 lezen we voor het eerst over de Herman Modedstraat: ‘…Voorts is door het gemeentebestuur van Utrecht verzocht, om de aangelegde of nog aan te leggen straten nabij de Oranjekerk, de volgende namen vast te stellen: 1e: Cornelis Mertenssstraat, 2e: Herman Modedstraat…’

Voor een beschrijving van Herman Modedstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

Van de straat zelf is maar weinig te verhalen, en dan ga je zoeken naar dingen, feiten, weetjes enz. Een aardig weetje is het volgende: De Daalseweg was tot de aanleg van de Amsterdamsestraatweg – in 1813 – dé verbindingsweg (over land) tussen Utrecht en Amsterdam.

Door de vele nieuwbouw is juist ter hoogte van de Marnixlaan weinig herkenbaars overgebleven van die oude route.

Vanaf de Herman Modedstraat gaat de oude Daalseweg (maar dit deel van de Daalseweg heet sinds eind jaren twintig van de twintigste eeuw de Johannes Uitenbogaertstraat) weer verder richting Maarssen en uiteindelijk dus Amsterdam.

Goed, dat gezegd hebbende gaan we weer terug naar de Herman Modedstraat.

Links, op nummer 2 zat in 1932 de ‘Utrechtse’ Fijnhouthandel. (Dat was natuurlijk een Zuilenaar met een vooruitziende blik.) In de periode 1938-’39 zat in dit pand de manufacturenwinkel van H.J. Wijna. Merkwaardig(?) genoeg gaat de ‘Utrechtse Fijnhouthandel’ verhuizen naar de Marnixlaan 4 en gaat de eigenaar daar verder onder de naam ‘Houthandel Zuilen’.

Op nummer 23 had P. Ax een van de vele Zuilense woningbureaus. Nummer 26 is het adres waar M. Hendriks een brandstoffenhandel had.

Herinneringen aan de Herman Modedstraat

door Ben Hofhuis,

‘De Herman Modedstraat 3, daar heb ik tot m’n 19e jaar gewoond. Daarna verhuisden we naar een nieuwbouwhuis in het toen nieuwe Overvecht. Aan de Modedstraat heb ik zowel leuke als minder leuke herinneringen. Onder de dagelijkse herinneringen vallen onder andere het schelle geluid van de 2-takt melkwagentjes die ’s morgens bij de melkcentrale de handel van de dag kwamen ophalen. Ik hoor nog het geluid van de melkflessen in de stalen kratten die vanaf een uur of zes op de Hermannus Elconiusstraat in de melkwagentjes werden geladen. De leuke herinneringen zijn ook wel weer de flessen die ik daar wel eens stal – het was tenslotte mijn overbuurman – om ze uiteindelijk, als mijn idee van zakgeld, bij de supermarkt op de Sweder van Zuylenweg als statiegeld in te wisselen.

De Herman Modedstraat was een arbeiderswijk: ik zat op de St.-Ludgerusschool en het lag voor de hand dat je na de lagere school voor een gezekerde toekomst naar de opleidingsschool van Werkspoor zou gaan. Het advies van meester Jansen van de St.-Ludgerusschool was ook in die richting. Mijn toekomst liep overigens anders.

De Herman Modedstraat, nauwelijks auto’s, elke week een straatorkestje dat na het spelen langs de deuren ging om een paar dubbeltjes op de halen. En wat hadden wij…? Niet veel meer dan een step en lieve overburen, Riet en Herman Jansen, die een televisie hadden en waar we naar Pipo de Clown en Mammaloe konden kijken.’

De Herman Modedstraat bij de Hermannus Elconiusstraat. Op deze hoek was de Utrechtse Fijnhouthandel gevestigd. Foto uit 1998 gemaakt door Het Utrechts Archief.

Meer weten over de Herman Modedstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jodocus van Lodensteinstraat

Jodocus van Lodenstein (1620-1677) stamde uit een Delfts regentengeslacht. In 1650 ging hij naar het Zeeuwse Sluis en in 1653 nam hij een beroep naar Utrecht aan.

Naast predikant was hij ook dichter. De bekendste bundel van hem is Uyt-spanningen.(bron: Wikipedia)

Voor een beschrijving van Jodocus van Lodensteinstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Hermannus Elconiusstraat.

Op deze hoek zaten links en rechts winkels. Op nummer 1 zat A. van der Kleij met zijn melkhandel. Aan de andere kant, op nummer 2 kwamen we bij de eerste winkel van de heren Stroek en Zwarthoed. Zij verkochten op dit adres vanaf 1926 vis onder de naam Eerste Volendammer Vischhandel.

Makreel, augurken, rolmopsen, het was allemaal te koop in de Jodocus van Lodensteinstraat. De heer Zwarthoed heeft de Eerste Volendammer Vischhandel van Zuilen voortgezet aan de Hubert Duyfhuysstraat. ‘En ging toen wonen in de Hermannus Elconiusstraat, aan de even zijde, bij die huisjes die toen nog een voortuintje hadden’. Stroek verhuisde met zijn vishandel naar de Amsterdamsestraatweg.

Na de vishandel kwam J.B.T. Verhaaf het op nummer 2 proberen met een handel in manufacturen, onder de naam ‘De Concurrent’. In dit pand zat tijdens onze wandeling in 1938-’40 L. Scheffer met zijn kapsalon. Nog later kwam hier kapsalon ‘Corrie’ waar u uw haren in model kon laten brengen.

Er waren nog enkele winkels in deze straat gevestigd. Zo zat op nummer 4 A. Dorrestijn, die nog verhuisde naar de Amsterdamsestraatweg. Hij had ook hier een slagerij. Op nummer 23 had J. van der Wal zijn bakkerij. Naast hem zat P. van Lexmond met zijn schoenmakerij.

In 1962 streken nieuwe ondernemers neer in Zuilen. De heer en mevrouw Van Dam hadden hun oog laten vallen op het winkeltje op nummer 29. Ter gelegenheid van hun 40-jarig jubileum verscheen in 2003 een boekje met de titel: Wat hebben we gedraaid vandaag?

Nummer 27 werd de startplaats voor de eerste (motor)winkel van W. van ’t Hoog, die begon op ‘het landje van Amsing’, aan het einde van de Balderikstraat. Daar bouwde hij al ruim voor de Tweede Wereldoorlog bakfietsen, onder andere voor… bakkerij Amsing. Later verhuisde W. van ’t Hoog naar een pand in de Johannes Uitenbogaertstraat en daar groeide het bedrijf uit tot ‘Garage W. van ’t Hoog’.

Op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat en de Johannes Uitenbogaertstraat opende de heer W. van ’t Hoog zijn eerste echte winkel. Hij begon zijn bedrijf aan de Balderikstraat ‘op het landje van Amsing’ en nadat hij zich hier gevestigd had is de heer Van ’t Hoog nog een keer verhuisd naar een perceel ‘met werkplaats’, in de Johannes Uitenbogaertstraat. In de winkel op de foto was al eerder een garage gevestigd: garage Egmont.

Meer weten over de Jodocus van Lodensteinstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Nicolaas Sopingiusstraat

Nicolaas Sopingius (1545-1592) past als naamgever uitstekend bij de omliggende straten: Sopingius was achtereenvolgens Gereformeerd predikant in Oost-Friesland te Weener en Greetzyl, in Leeuwarden in 1578, in Utrecht van 1579 tot 1589 en in Breda van 1590 tot 1592.

Voor een beschrijving van Nicolaas Sopingiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat. Als we gaan wandelen door de straat merken we dat hier maar weinig winkels en slechts een klein aantal bedrijfjes gevestigd zijn.

Op nummer 1, hoek Hermannus Elconiusstraat zat kruidenier Droog. Over deze kruidenier schreef oud-bewoner Van den Eshof: ‘Kruidenier Droog werd bij ons thuis kortweg “Drogie” genoemd. Het winkeltje was op de hoek van de Nicolaas Sopingiusstraat en de Hermannus Elconiusstraat. Het werd bestierd door een ouder echtpaar dat naast de winkel woonde. Zij hadden geen kinderen. Wij hadden een opschrijfboekje, alles wat we haalden werd erin geschreven en wanneer het uit kwam werd er afgerekend! Toen ze te oud voor de winkel waren zijn ze in dezelfde straat blijven wonen, richting Joh. Uitenbogaertstraat. Er kwam een ijzerwarenwinkel voor in de plaats’.

Op nummer 9, op de hoek met de Johan van Andelstraat, zat volgens een advertentie van 24 juli 1936 K.H. de Buck. Hij had hier een brandstoffenhandel en heetwaterstokerij. ‘Kokend waschwater wordt de geheele week bij U aan huis geleverd, op de door U vastgestelde tijd tegen 8 ct per vaatje van 2 emmers. Vlugge bediening.’

Het was hard werken voor een mager belegde boterham. Hoewel de heer de Buck samen met zijn echtgenote er veel aan deed de winkel tot een succes te maken, kiest hij er na een paar jaar voor om bij de staalfabriek J.M. de Muinck Keizer te gaan werken.

De heetwaterstokerij wordt tegenwoordig (1938) voortgezet door de heer Bronius.

De heetwaterstokerij in de Nicolaas Sopingiusstraat bracht het warme water ook bij u thuis. ‘kokend waschwater wordt de geheele week bij U aan huis geleverd, op door U vastgestelde tijd tegen 8 ct. per vaatje van 2 emmers. Vlugge bediening’. Daarvoor had de heer de Buck de beschikking over een echte vrachtauto. Het vullen van de vaten en het laden van de vracht werd op de gevoelige plaat vastgelegd.

Een stuk verder zit aan de overkant J. Engelen met zijn meubelmakerij. In de verhalen over (dat is weer eens iets anders: ‘over’ en niet ‘van’!) de heer Pasman, de uitgever van het Zuilens Nieuwsblad, blijkt dat hij zijn uitgeverij en drukwerk begon in de Nicolaas Sopingiusstraat, maar waar precies is (nog) niet bekend.

Op de hoek met de Nicolaas Sopingiusstraat met de Johan Uitenbogaertstraat zit nog wel een winkel, al een tijdje zelfs, het is de kruidenierswinkel van Paul Koorn. Hij heeft als postadres de Johan Uitenbogaertstraat, maar omdat ook veel van klanten uit de Nicolaas Sopingiusstraat komen, schenken we ook aandacht aan zijn winkel.

Het echtpaar Koorn nodigt u uit voor een kijkje in hun rijkelijk gevulde winkel.

Meer weten over de Nicolaas Sopingiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Werner Helmichstraat

Werner Helmich past als naamgever uitstekend bij de omliggende straten: ook hij was een predikant die in Utrecht op de kansel stond. Helmich leefde van 1550 tot 1608 en de periode dat hij op de Utrechtse kansel stond, was van zijn eenendertigste tot zijn negenendertigste levensjaar.

Voor een beschrijving van de Werner Helmichstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat. We stappen de straat in vanaf de Cornelis Mertenssstraat.

Op de hoek aan de rechterkant staat het gebouw van het genootschap ‘Nieuw Apostolische Kerk in Nederland’. Dit gebouw staat er al een tijd (vanaf 1926) en daarmee is het zelfs een van de eerste gebouwen in deze straat.

Aan de overkant van de kerk staat een gebouw dat ‘Wasscherij Elinkwijk’ huisvest. Deze wasserij begon in de Cornelis Mertenssstraat, maar na de aanleg van de Werner Helmichstraat kreeg de wasserij een ander adres.

Hennie van Huissteden zette het bedrijf van zijn moeder voort. Wasserij ‘Elinkwijk’ was gevestigd op de hoek van de Werner Helmichstraat en de Cornelis Mertenssstraat. De bakfiets is geheel gevuld met wasmanden en -zakken.

Op nummer 7 woont de familie van Haarlem. W. van Haarlem startte een verhuisbedrijf en stalt zijn grote verhuiswagens op het ‘landje van Amsing’, het stukje grond dat aan het eind van de Balderikstraat ligt.

Het bedrijf van Van Haarlem vierde in 2019 haar 90-jarig bestaan, maar werd in 1966 al verplaatst naar De Meern. De hele familie heeft aan het succes van de firma van Haarlem meegewerkt.

Minder bekend is het EHBO-gebouw, dat gehuisvest werd op nummer 23.

Een advertentie in 1953 leert ons dat we dan bij nummer 69 terecht kunnen voor een zakje patates frites. Die werden verkocht door Rienus Jansen. Iets verder op nummer 75 zat slager J.H. Oosterom. Hij had een drogist als buurman, de heer M. Canes, ‘gediplomeerd drogist’.

Vijf huizen verder zat Wilgenburg. In 1937 stond hij te boek als sigarenfabrikant, maar twee jaar daarna is hij van beroep veranderd en treffen we hier een groentewinkel onder zijn leiding.

Als laatste ondernemer aan deze kant van de straat zat op nummer 97 op de hoek met de Sweder van Zuylenweg bakkerij Boonzaaijer.

Zoon Piet Boonzaaijer zette de bakkerij van zijn vader voort. – Bij de viering van het 1250-jarig bestaan van Zuilen in 2001 werd onder andere een openbare brunch op de Amsterdamsestraatweg georganiseerd. De bedoeling was 1250 inwoners van Zuilen voor 1250 centen een maaltijd aan te bieden. Het werden er ‘slechts’ ruim 500. Maar… Piet Boonzaaijer leverde GRATIS de meer dan duizend broodjes en krentenbollen!

Dat is denk ik ook de reden dat u nog steeds Bakkerij Boonzaaijer tegenkomt in het Utrechtse straatbeeld.

We zijn ondertussen aan de overkant een beginnend ondernemer gepasseerd. Op nummer 62 vestigde zich Krijnsen van Doorn met woninginrichting en manufacturen.

Op de andere hoek van de Sweder van Zuylenweg en de Werner Helmichstraat zat de heer Rosseweij met zijn ‘Zuilensche Electrische Melk Inrichting’.

De heer Rosseweij van de ‘Zuilensche Electrische Melk Inrichting’ staat trots bij zijn motorcarrier. Hij verkoopt méér dan alleen melk te zien aan de borden Amstel Bieren en Van Nelle boven de deur.

Meer weten over de Werner Helmichstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl