Openbare Lagere School 4

Dit gebouw maakt deel uit van het ‘Vorstelijk Complex’: de Prinses Beatrixschool en de Prins Bernhardschool, twee openbare scholen van Zuilen, die met een theaterzaal zijn samengevoegd tot één complex.

Deze school begon als Openbare Lagere School 4. Architect was G. van Vliet, meewerkend tekenaar was W.C. van Hoorn.

Zuilen kende in de eerste helft van de vorige eeuw een enorme groei. Door de komst van de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka liep het inwonertal heel snel op en voor de schoolgaande jeugd werden uiteindelijk zeven openbare lagere scholen gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog besloot het gemeentebestuur van Zuilen de scholen te vernoemen naar leden van het koninklijk huis. Dit werd de Prinses Beatrixschool.

De Prinses Beatrixschool werd in 1931 aanbesteed en werd voorzien van de nieuwste snufjes op het gebied van schoolarchitectuur: de school had geen stukadoorswerk, alles werd afgewerkt met zachtboard (!) en aluminium lijstjes. Ook bijzonder was het feit dat de speelplaats van deze school de eerste volledig betegelde speelplaats van een openbare school in Nederland was!

openbare lagere school 4 buiten

De genodigden bij de officiële opening van Openbare Lagere School 4. Enige wetenswaardigheden: de architect was H.G. van Vliet en tekenaar was W.C. van Hoorn. Het gebouw werd in 1931 aanbesteed voor Fl. 83.000,-. De totale kosten incl. grond, bouw, verwarming en meubilair bedroeg Fl. 108.000,-.

In de Tweede Wereldoorlog ontstond een bijzondere situatie: de school werd ingericht als ziekenhuis. Dat was een geweldige oplossing voor een groot aantal problemen. De initiatiefnemers van de stichting ‘Zuilen’s Ziekenhuis’ waren de bedrijfsarts van Werkspoor J. Jongh, en huisarts L.A. Wesley.

Op de vraag aan dokter Jongh hoe hij tot dit initiatief gekomen was, vertelde hij dat vooral de extra toewijzing van distributiebonnen de doorslag gaf voor het inrichten van de school als noodhospitaal. De school kon door de kou en brandstofgebrek toch niet gewoon functioneren. Het gebouw werd van november 1944 tot juli 1945 tot noodziekenhuis verklaard.

openbare lagere school 4 team

Verplegend personeel van het Zuilens ziekenhuis, ingericht in de Openbare Lagere School 4. Het verplegen van gewonden was niet het enige: in de tijd dat het hospitaal in gebruik was, werden 60 baby’s geboren. Daarmee doet zich later een uniek feit voor: er komen kinderen op deze school de lessen volgen die in de school geboren zijn! Helaas stierven hier evenveel mensen als er geboren werden.

De openbare scholen 2 en 4 raakten in de jaren negentig van de vorige eeuw buiten gebruik. Mooie bijkomstigheid was, dat juist in die periode werd uitgezien naar een theaterruimte in Zuilen. Uiteindelijk kregen de plannen vorm die de beide scholen samenvoegt door het bouwen van een theaterzaal tussen de scholen in en de ruimtes van de scholen – de klaslokalen van weleer – voor verschillende functies te gebruiken.

Het ZIMIHC (Zat Ik Maar In Hoog Catharijne) theater kreeg hier in Zuilen zijn zaal, The Colour Kitchen en de buurthuis-organisaties kregen hier een vaste plek. Ook worden ruimtes verhuurd aan verschillende organisaties en verenigingen.

De opening van het Vorstelijk Complex werd gedaan door (toen nog) prinses Maxima op 14 september 2010.

Openbare Lagere School 2

Dit gebouw maakt deel uit van het ‘Vorstelijk Complex’: de Prinses Beatrixschool en de Prins Bernhardschool, twee openbare scholen van Zuilen, die met een theaterzaal zijn samengevoegd tot één complex.

Deze school begon als Openbare Lagere School 2. Het gemeentebestuur van Zuilen besloot in de jaren veertig van de vorige eeuw haar openbare scholen te vernoemen naar leden van het koninklijk huis.

De school werd in 1925 gebouwd aan het stukje Daalseweg dat later, na de aanleg van de Prins Bernhardlaan, bij de meeste inwoners van Zuilen ‘het Binnenweggetje’ werd genoemd. Architect was C. van Dillewijn.

Na de naamswijziging van de openbare scholen in Zuilen werd dit de Prins Bernhardschool. – Door een misverstand werd deze school Prinses Christinaschool genoemd, omdat de gemeente Utrecht in de jaren zestig van de vorige eeuw aan ‘het Binnenweggetje’ de naam Prinses Christinalaan gaf. Dan is de verwarring logisch: de Prinses Beatrixschool staat aan de gelijknamige laan, de Prinses Margrietschool ook en dan ‘zal aan de Prinses Christinalaan wel de school met die naam hebben gestaan.’

openbare lagere school 2 buiten
De groei van het aantal leerplichtige kinderen in Zuilen noopte het gemeentebestuur van Zuilen tot de bouw van een nieuwe Openbare Lagere School. In het dorp Oud-Zuilen stond de eerste openbare lagere school. Déze school werd vervolgens ‘Openbare Lagere School 2, later de Prins Bernhardschool.

Het eerste schoolhoofd van deze school was J.C. van der Wilt. Hij begon in 1922 op de school in Oud-Zuilen en werd in 1925 benoemd tot schoolhoofd van de Openbare Lagere School 2. Van der Wilt blijft het onderwijs in Zuilen meer dan 40 jaar trouw, maar doet dat niet alleen op deze school: hij werd in 1948 benoemd tot schoolhoofd van de Koningin Juliana U.L.O. aan de Prinses Irenelaan.

Een ander bekende leerkracht van deze school was de heer Osinga. Ook hij heeft vele jaren de leerlingen hier lesgegeven. De hobby van Osinga was fotograferen. In de collectie van het Museum van Zuilen bevinden zich vele honderden foto’s van leerlingen die hij vastlegde voor later.

openbare lagere school 2 binnen
Foto van ‘meester Osinga’. Niet alleen leuk voor de personen die er op staan, het interieur van de klas komt ook mooi in beeld. Houten vloer, banken met inktpotjes, een verhoogde lessenaar voor de leerkracht. En… (bijna) allen steken een koekje in de mond!

Door teruglopend leerlingental kwam de school uiteindelijk midden jaren negentig van de vorige eeuw leeg te staan.
De bijzondere architectuur van zowel deze school als de Beatrixschool heeft de scholen gered.

Mooie bijkomstigheid was, dat juist in die periode werd uitgezien naar een theaterruimte in Zuilen. Uiteindelijk kregen de plannen vorm die de beide scholen samenvoegt door het bouwen van een theaterzaal tussen de scholen in en de ruimtes van de scholen – de klaslokalen van weleer – voor verschillende functies te gebruiken.

Het ZIMIHC (Zat Ik Maar In Hoog Catharijne) theater kreeg hier in Zuilen zijn zaal, The Colour Kitchen en de buurthuis-organisaties kregen hier een vaste plek. Ook worden ruimtes verhuurd aan verschillende organisaties en verenigingen.

De opening van het Vorstelijk Complex werd gedaan door (toen nog) prinses Maxima op 14 september 2010.

Het Werkspoorplein

Het Werkspoorplein werd vernoemd naar de fabriek uit Amsterdam die in 1913 de Wagon- en Bruggenfabriek op Zuilen’s grondgebied opende.

Het Werkspoorplein hoort bij de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

Het Werkspoorplein

Voor een rokertje kon u rond 1940 nog terecht bij E. Verkuil, Werkspoorplein 3.

Het plein werd na de Tweede Wereldoorlog gebruikt als verzamelplaats waar de optochten die door Zuilen trokken van start gaan. Maar er is misschien nog iets dat u niet weet van het Werkspoorplein. Hier stond namelijk een prachtige houten muziektent. Een van de drie die in de geschiedenis van Zuilen voorkomen. (De twee andere muziektenten stonden op Groenhoven in Oud-Zuilen en in het Julianapark.)

Deze muziektent werd geschonken door de directie van Werkspoor toen de bouw van Elinkwijk voltooid was. Om iedereen die het maar wilde van dit genereuze gebaar op de hoogte te brengen, liet de directie aan beide zijden van het plein een gedenksteen plaatsen.

Op één van deze stenen werd, onder een afbeelding van een grote locomotief, de tekst gebeiteld: ‘Ter herdenking van de oprichting in 1914 van de n.v. Bouwvereeniging ‘‘Elinkwijk’’ door den heer J. Muysken, directeur van Werkspoor en leider bij den opbouw wordt dit plantsoen aangeboden door den heer W. Spakler, voorzitter van den raad van beheer.’

Op de andere steen staat onder een rijtje woningen de tekst: ‘Als herinnering aan de voltooiing van den woningbouw in 1927 wordt dit plantsoen aangeboden aan de bewoners van het tuindorp Elinkwijk en aan hunne zorgen toevertrouwd.’

Utrechts Nieuwsblad 5 juni 1928

Zuilen.  B u u r t v e r.  N i e u w  Z u i l e n. Deze vereeniging geeft Dinsdagavond 5 Juni haar derde concert in de muziektent op het Werkspoorplein in “Elinkwijk” uit te voeren door de Muziekvereeniging “Kunst en Strijd” onder directie van den heer P. v.d. Hurk.

De (gemoderniseerde, geel geschilderde) muziektent die op het Werkspoorplein stond. Alles ter verhoging van de gezelligheid was aanwezig: prachtige rondlopende banken, verlichting is er om ook ’s avonds vriendelijke deuntjes ten gehore te kunnen brengen. Een en ander werd nog voorzien van een keurig hekwerkje. Zulke dingen kwamen tot stand dankzij Werkspoor. Er werd in deze muziektent veel gespeeld… door de jeugd, muziekuitvoeringen werden er nauwelijks in gegeven. In de Tweede Wereldoorlog is ook al dit hout opgestookt. Wat een rotoorlog!

Meer weten over het Werkspoorplein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Huetlaan

De stad Utrecht kent een Busken Huetstraat. Die werd vernoemd naar een bekende Nederlandse letterkundige. Daar kon Zuilen in de wijk Elinkwijk niet mee uit de voeten. De Zuilense Huet‘laan’ dankt zijn naam aan Adrien Huet (1836-1899). Hij begon zijn werkzame leven bij een voorloper van Werkspoor in Amsterdam, te weten de Koninklijke Fabriek van Stoom en andere Werktuigen van de ondernemers Paul van Vlissingen en Dudok van Heel.

Huet studeerde in recordtijd af in Delft en werd daar later hoogleraar. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de studie werktuigbouwkunde in Nederland..

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Huetlaan

Volgens de tot nu toe beschikbare gegevens uit advertenties in oude kranten en periodiekjes, gecombineerd met het bestand uit 1938-’39 weten we over de ondernemers uit deze laan het volgende: in 1934 begon de heer Hessing, die op nummer 1 woonde, een schoonmaak- annex glazenwassersbedrijf. (Het Museum van Zuilen is op zoek naar een foto van deze man.)

Hessing verhuisde en dan gaat de bankwerker A. van Andel op dit nummer wonen.

Op nummer 3 woonde Boshoff, een elektricien, die als buurman op nummer 5 H. Berkhof begroette (die werkte bij de N.S.)

H.G. van den Dungen, zandvormer, werkte op nummer 7. ‘Zandvormers’ waren in dienst bij Werkspoor en Demka: zij maakten aan de hand van de modellen een vorm in speciaal zand, waarin de te gieten stukken (staal bij de Demka en ijzer bij Werkspoor) werden gegoten.

Dit deden zij met behulp van tientellen stukken speciaal gereedschap: hoekenslikkers, zandhaken, lepels enz.

Op nummer 9 woonde O. Szimkat, hij was ‘staal’vormer bij de Demka. Op dit rijtje woonde ook nog een vertegenwoordigen (J.A. de Rooy), een metaaldraaier (Adr. Hufener) en een schilder (P.G. Langendijk).

Aan de even zijde van de Huetlaan woonde op nummer 2 een weduwe, op nummer 4 een portier van de N.S. (H. van de Ber), op nummer 8 woonde H. Majolée (walser), en op nummer 10 L. Kreijermaat ‘agent van politie’.

Een beroemde telg uit dit nest is Reinier J.P. Kreijermaat. Hij voetbalde als 9-jarige al bij Elinkwijk. Hij speelde ook negen jaar in het eerste elftal en kreeg vanwege zijn gedrongen stevige postuur gecombineerd met zijn stugge hoekige wijze van voetballen de bijnaam Beertje. Zijn debuut als midvoor van het eerste elftal maakte hij in 1951 op vijftienjarige leeftijd. Elinkwijk was toen net gepromoveerd naar de Eerste Klasse. Reinier speelde later succesvol voor Feijenoord, waar hij bijdroeg aan drie landskampioenschappen en Europacupwedstrijden speelde (in 1963 tot aan de halve finale). Reinier kwam twee maal uit voor het Nederlands elftal.

Tenslotte vinden we op de nummer 12 en 14 H. Michels (machine bankwerker) en B. Comes (ijzergieter).

Elinkwijk elftal 1955-’56. Staand v.l.n.r.: Cor van Kilsdonk, Wim Onink, Reinier Kreijermaat, Roel van Dijk, Piet Kraak en Jan van Capelle. Knielend v.l.n.r.: Eef Westers, Jan Klein, Wim de Jongh en Jan Huntink.

Meer weten over de Huetlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Leeghwaterstraat

De heer Leeghwater heeft voldoende van zich doen spreken om een straatnaam naar hem te vernoemen. Waterbouwkundige Jan Adtiaanszoon Leeghwater (what’s in a name) leefde van 1575 tot 1650 en had de leiding bij het droogleggen van tal van meren, zoals de  Beemster, De Schermer, Hij is ook de schrijver van het Haarlemmermeerboek.

De Stephensonstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Leeghwaterstraat

De Leeghwaterstraat is een korte straat waar geen winkeliers gevestigd zijn. Om u toch een idee te geven wie hier woonden (volgens een bestand uit 1938-’39 waarin per straat, per huisnummer wordt aangegeven wie de hoofdbewoner is en wat zijn/haar beroep is), stel ik hen aan u voor:

Op nummer 1 woonde de behanger J. Dolman.

Nummer 3 huisvestte P.G. Slot, arbeider bij Werkspoor.

Naast hem woonde A.S. Wijsman van beroep bankwerker. Dat was ook het beroep van zijn buurman op nummer 7: de heer E.H. van Pommeren.

Het wordt een heel fabriekje in deze straat. Op nummer 9 woonde de slijper J.Th. van Berkel en daarnaast woonden op de nummers 11 en 13 de families De Bruyne en Wijsman, van wie de kostwinners respectievelijk zandvormer en leemvormer als beroep hadden.

In het laatste huis aan de oneven zijde woonde de heer J. van den Aakster, die te boek staat als ‘werkman’

Zoals in de meeste gevallen heeft ook de Leeghwaterstraat twee kanten:

Aan de even zijde komen we op nummer 1 bij C. Koning, metaalbewerker.

Naast hem woonde de weduwe W.G.A. Hartsuijker-van der Vechte. Op de nummers 6 en 8 woonden J. Meijneke (gepensioneerd) en S. Lugten, draaier.

Als de draaier zich omdraaide naar de andere kant, kwam hij twee gepensioneerden tegen. Op nummer 10 W. Meijer en op nummer 12 W.J. Homburg.

 

Vermeldenswaard is nog een opmerkelijk knipsel uit een krant van 1934:

Utrechts Nieuwsblad 23 november 1934

 

Verplaatsing Hulppostkantoor Elinkwijk

De Directeur van het Postkantoor bericht ons, dat op Zaterdag 24 dezer na afloop van den dienst het hulppostkantoor te Elinkwijk verplaatst wordt van de Fultonstraat naar het in de onmiddellijke nabijheid gelegen perceel Wattlaan 4 hoek Leeghwaterstraat.

Zo hebt u een kijkje genomen in de Leeghwaterstraat van toen.

Het lijkt me sterk dat er straten in Zuilen of Utrecht, wat zeg ik, in Nederland waren, die fraaier versierd werden ter gelegenheid van de bevrijding dan die van ‘Elinkwijk’. Dit zijn de erebogen in de Leeghwaterstraat. Werkelijk fantastisch opgesierd met Rood Wit en Blauw, maar ook met heel veel groen.

Meer weten over de Leeghwaterstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Stephensonstraat

Deze straat werd genoemd naar de heer George Stephenson, een Engelse ingenieur die leefde van 1781 tot 1848. In 1814 ontwikkelde hij de eerste op industriële schaal bruikbare locomotief, zodat hij aan het begin staat van het spoorwegnet zoals dat in Engeland  en later elders tot stand kwam.

De Stephensonstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Stephensonstraat

In een bestand uit 1938-’39 blijkt dat er weinig ondernemers zitten in deze straat. Op nummer 13 zat G. van Norden met zijn handel in groenten.

Op de hoek met het Werkspoorpleintje (dat huis met dat leuke torentje) zit de heer I. Stoet. De heer Stoet kwam uit Amsterdam en zocht werk in of rondom Zuilen. Hij ging solliciteren in Oud-Zuilen en kwam terecht bij een molenaar aan wie hij vroeg of hij bij hem in dienst kon komen. De molenaar vroeg Stoet naar zijn voornaam. Toen Stoet vertelde dat hij Izaäk heette, was de zaak beklonken. De molenaar vond het namelijk erg boeiend dat hijzelf Jacob heette en al een knecht in dienst had die luisterde naar de naam Abraham.  (Izaäk, Jacob en Abraham zijn Bijbelse namen.) Later is I. Stoet voor zichzelf gaan werken en een melkwinkel begonnen aan de Wattlaan op de hoek Stephensonstraat.

‘Heel Zuilen’ kende de winkel van de heer Stoet. Hij was dan ook melkboer in Zuilen toen het begrip ‘heel Zuilen’ nog niet zo heel erg veel inwoners betrof. Schuin ertegenover stond vroeger het houten noodgebouw van de Openbare Leeszaal. – De Openbare Leeszaal werd later verplaatst naar de hoek Wattlaan-Amsterdamsestraatweg.

In de Stephensonstraat woonde op nummer 22 de familie Steigerwald. Toen zijn zoon een bijdrage bracht aan het Museum van Zuilen vertelde hij: ‘Mijn vader was tamboer bij het Zuilens Fanfarecorps en hij repareerde altijd de kapotgeslagen trommelvellen. We hadden nog een stukje bewaard’.

Van de familie Jacobs in deze straat is bekend dat zij in de Tweede Wereldoorlog een schaap in huis hadden. Zo vertelde de zoon des huizes, Hennie Jacobs: ‘‘Hennie, je vader komt er aan, met een schaap in een kinderwagen!’’ Nou, dat was lachen. Toen het schaap eenmaal in de schuur stond, hebben wij dat beest een naam gegeven. Dat werd Jopie. Maar Jopie moest natuurlijk ook eten en zo kwam Jopie terecht op het oude Herculesveld.’ Jopie heeft de Hongerwinter niet overleefd.

  • Het ‘Herculesveld’ was het terrein van voetbalvereniging ‘Hercules’. Op dit terrein bouwde men later de Celsiuslaan, Marie Curielaan, Kelvinlaan, Réamurlaan enz.

 

De foto blinkt niet uit wat duidelijkheid betreft, maar dat komt omdat de oorspronkelijke afbeelding een ansichtkaart is waarop drie foto’s boven elkaar te zien zijn. Die kaart droeg de heer Stoet altijd bij zich, ook toen hij al verhuisd was naar de Croesestraat. Het prachtige gebouw staat er (gelukkig) nog steeds, de leeszaal werd al lang geleden afgebroken. 

Meer weten over de Stephensonstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Dieselweg

De Dieselweg is genoemd naar Rudolf Diesel, die in 1858 als zoon van Duitse immigranten in Parijs werd geboren. Zijn schoolopleiding kreeg hij weer in Duitsland, waar hij ook bleef werken en wonen.

Diesel vond een motor uit die veel efficiënter was dan de toen in gebruik zijnde stoommachines. De dieselmotor was ook meer geschikt voor voertuigen, schepen en toepassingen in industriële bedrijven.

In 1913 vond Diesel onder nooit goed opgehelderde omstandigheden de dood bij een overtocht met de boot naar Engeland waarbij hij in het water belandde.

De Dieselweg is een van de eerste straten die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier ‘voor een lage huur’ een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen. De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Dieselweg

In de Dieselweg stond het badhuis ‘Elinckwijk’, dat op 23 juni 1926 werd op geopend. Op nummer 2 komen we dit fenomeen van vroeger tegen.

Voor de arbeiders van Werkspoor en Demka, die hoofdzakelijk uit Amsterdam en Groningen kwamen, werden woningen gebouwd. In betrekkelijk korte tijd werden door de Woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en de Bouwvereniging ‘Elinkwijk’ ruim zeshonderd huizen aan de woningvoorraad toegevoegd.

Bewoners moesten een ligbad ontberen, een bad in huis was toen alleen voor de rijken. Veel Later kwamen wel lavetten en douches, maar nog steeds geen baden. (Bij de directie van de grote fabrieken leefde het idee dat, als de werknemers hun handen maar wasten, zij van alle fabrieksvuil verlost waren.)

Een herinnering van een inwoner van Zuilen over het wassen thuis, zonder bad of douche, is: ‘Bij ons op de Daalseweg kocht mijn moeder eens in de week twee emmers heet water in de warmwaterwinkel. Ze vulde zo een grote teil met handwarm water. Daar gingen in: broer 1, dan broer 2, dan ik en tot slot de hond.’

De bouw van het badhuis aan de Dieselweg 2 door Bouwvereniging ‘Elinkwijk’ moest dan ook als een belangrijke stap voorwaarts in de hygiëne worden beschouwd. Met tien douchecellen en één badkuip was dit badhuis al vanaf de aanvang te klein, zodat de bezoekers soms uren moesten wachten voordat zij een douche of bad konden nemen.

De langverwachte uitbreiding laat op zich wachten: pas in 1964 wordt het gemoderniseerde en uitgebreide badhuis heropend en telt het 24 douchecellen.

Vanwege het geringe gebruik heeft men besloten het aantal ligbaden niet uit te breiden, ook na de verbouwing is er nog steeds één. De heropening bleef in Zuilen niet onopgemerkt, omdat de Utrechtse Stichting voor Badhuizen aan alle inwoners een gratis bad aanbood. Velen zouden daarvan dankbaar gebruikmaken!

In 1973 werd het badhuis gesloten.

Het badhuis van Zuilen. Een van de beheerders van het badhuis was de heer van Driesum. Als je langer dan de toegestane tijd in de doucheruimte verbleef, kon hij je met zijn gebonk op de deur hevig laten schrikken!

Meer weten over de Dieselweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Röntgenlaan

De Röntgenlaan dankt zijn naam niet aan de natuurkundige Röntgen die de naar hem genoemde Röntgenstralen ontdekte.

De Zuilense Röntgenlaan is vernoemd naar G(erhard) M(auritz) Röntgen (*1795 †1852)! Over deze G.M. Röntgen schreef de publicist A. Engelfriet: ‘… financierder was een zekere Röntgen, tevens eigenaar van de Rotterdamse Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, die een winstgevende lijndienst op de Rijn exploiteerde. Röntgen kwam met het eerste exploitabele spoorwegplan in Nederland.’

In het spoorwegplan van G.M. Röntgen was opgenomen een (niet uitgevoerd) plan voor een exploitabele spoorlijn tussen Rotterdam en Aken, een voorloper van de Betuwelijn. Het is juist deze ‘verdienste’ waardoor de laan naar hem vernoemd is, precies in een wijk waar de straten en lanen meestal vernoemd werden naar uitvinders die min of meer gerelateerd zijn aan de treinenbouw (Werkspoor) en het staalgieten (Demka).

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Röntgenlaan

De Röntgenlaan heeft (in de Zuilense periode, dus vóór 1954) weinig verhalen opgeleverd die vermeldenswaard zijn. Geen ‘winkel op de hoek’, geen markante figuren en geen bijzondere bebouwing. Om u toch wat wetenswaardigheden van deze straat te geven, plaatsen we hierbij de namenlijst van ‘de hoofdbewoner en zijn beroep’, per huisnummer. Dit is de situatie omstreeks 19338-’39 zoals die voorkomt in het adresboek van de gemeente Utrecht (waarin ook de Zuilense straten worden vermeld).

 

1   J. Peffer                    vormer.

3   B.G. Rademaker      schoenmaker.

5   J. van Zoelen           bankwerker.

7   F.W. van den Broek voorm. arb. N.S.

9   L.J. van Nuss          walsendraaier.

11 G. van Dijk               los arbeider N.S.

13 J.P.L. Borgers          sjouwer.

 

2   J. Jansen                 grondwerker.

4   G.J. Rietschoten      rijtuigmaker.

6   J.J. Bakkenes          gepensioneerd lid Gem. Raad v. Zuilen.

8   Chr. de Wolf            gepensioneerd agent van politie.

10 F. Waalst                 stoker.

12 W.A. van Baaren     electrisch lasscher.

14 P.J. Lommen           smeltersbaas.

Zoals u ziet woonden in de Röntgenlaan dus ook mensen die niet op de fabrieken van Werkspoor en Demka werkten.

De Röntgenlaan, gefotografeerd maart 1999. Foto van Het Utrechts Archief.

Meer weten over de Röntgenlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Siemensstraat

De combinatie van uitvindingen van Carl Wilhelm Siemens en Pierre Emile Martin brachten rond 1860 een nieuw fabricageproces voor de vervaardiging van staal uit ruwijzer(schroot). Het zogenaamde Martin-Siemensproces werd tot de jaren zeventig van de vorige eeuw toegepast, ook bij Demka de grote staalfabriek in Zuilen. De Siemensstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

N.V. Bouwvereeniging Elinkwijk

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen voor de duizenden werknemer in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Siemensstraat

De Siemensstraat is maar een korte straat, zonder de ‘winkel op de hoek’, wat tijdens de bouw van deze wijk een vrij algemeen gegeven was. Toch vinden we wel wat zelfstandige ondernemers hier. Op nummer 11 woonde de heer Wijsman. Hij ventte groenten in het dorp Zuilen maar had geen winkel.

Bij zijn buurman konden de inwoners van Zuilen terecht die met hun zuur verdiende centen een gokje willen wagen. Daarvoor moesten zij zich vervoegen op nummer 13 (what’s in a number?) bij de heer X.J. Noz. Hij adverteerde namelijk dat hij loten verkoopt.

De heer Noz verliet dit huis(nummer) en we vinden hem later terug op de Amsterdamsestraatweg. Daar groeit zijn bedrijf door de verkoop van ticket voor evenementen.

Op de hoek Wattlaan woonde op nummer 19 mejuffrouw Van Deursen. Zij was gediplomeerd coupeuse en ‘biedt zich aan voor het maken van mantels vanaf ƒ 6,-’. Mejuffrouw Van Deursen heeft hier ook een ‘Opleidingsschool voor Costumiére, Coupeuse en Coupeuse leerares’.

Niet iedereen in deze straat werkte bij Werkspoor of Demka (wat vaak gedacht wordt). De heer Van Rooijen op nummer 7 werkte bij de P.T.T., de kostwinners op de nummers 2 en 19 werkten bij de N.S. en op nummer 8 woonde de heer J.H. Cromjongh, hij was ‘muziekonderwijzer’.

In het zoeken naar de historie van Zuilen is onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen die rond 1950 uitgezonden werden voor de politionele acties (oorlog) in Nederlands Indië vanwege de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië.

Uit de Siemensstraat zijn bekend de heren J.F. van Hout, Siemensstraat 4, J.F. van Rooijen en zijn broer J.W.E. van Rooijen, Siemensstraat 7 en Th. H. Schreijer, Siemensstraat 19.

Het is onwaarschijnlijk dat er straten in Zuilen of Utrecht, zelfs in Nederland waren, die fraaier versierd werden ter gelegenheid van de bevrijding dan de straten van ‘Elinkwijk’. Hier zien we een werkelijk fantastisch opgetuigde Siemensstraat met rood wit en blauw, maar ook met heel veel groen.

Meer weten over de Siemensstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Fultonstraat

De Amerikaanse ingenieur en uitvinder Robert Fulton leefde van 1765 tot 1815. Fulton werkte lange tijd in Engeland en Frankrijk waar hij zonder veel succes experimenteerde met de verdere ontwikkeling van stoomboten zoals met een exemplaar dat in 1802 op de Seine voer. Een door mankracht aangedreven onderzeeboot werd eveneens geen succes.

Wel een groot succes werd, na zijn terugkeer in Amerika, een door hem ontworpen stoomboot, die het vervoer over water definitief veranderde.

N.V. Bouwvereeniging Elinkwijk

Door de komst van de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor (1913) en Staalgieterij Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Fultonstraat

In de Fultonstraat komen we geen enkele winkel tegen en er zijn geen scholen of bedrijven bekend. De enige foto in de collectie van het Museum van Zuilen, is van een ter gelegenheid van de Bevrijdingsfeesten na de Tweede Wereldoorlog versierde Fultonstraat.

Gelukkig schreef Lieneke Blom, Fultonstraat 13 haar herinneringen aan de straat voor ons op:

‘Ik ben in 1936 geboren in de Fultonstraat. Onze wijk lag tussen de fabrieken van Demka en Werkspoor in. Dat was in de oorlog, met de bombardementen en beschietingen vanuit de lucht een gevaarlijke omgeving.

In deze fabrieken werkten duizenden en mensen. Bovendien lag naast de Demka ook nog een spoorbrug over het Merwedekanaal, daarover kwamen de treinen uit het hele land. ’s Avonds kwamen heel erg vaak vliegtuigen over vliegen, die hingen hoog in de lucht en als die schoten stond alles in lichterlaaie.

Een keer kwamen er vliegtuigen en die gooiden bommen op de Demka. Mijn moeder riep toen vanaf de overloop boven “Er vliegen allemaal armen en benen door de lucht!” Gelukkig was het slechts een houtstapel bij de Demka die in de lucht vloog!

Mijn vader had met mijn broer in de tuin een ondergrondse schuilkelder gegraven. Ze dachten: “als er een bombardement komt zijn wij daar een beetje veilig”. Ook onder de vloer in de kamer was een luik met een schuilplaats. Tussen twee kasten was ook een schuilplaats, daar werden koffers, schoenen en andere dingen voor gezet. Er was wel eens een razzia en dan vlogen de mannen naar boven, kropen tussen de kasten en bleven daar wachtten totdat alles veilig was…

Op een dag waren we aan het hinkelen toen er in de Bessemerlaan op de hoek twee grote Duitse vrachtwagens stopten bij een huis waar een familie een joods meisje, Roosje, in huis had. De soldaten schopten de deur kapot, het meisje moest mee. Mevrouw Köhler, niet de moeder van Roosje, deed er alles aan om te voorkomen dat Roosje werd meegenomen. Toen moesten ze alle twee mee! De mevrouw is na de oorlog niet meer teruggekomen, Roosje wel’

Dit is (voor alle duidelijkheid) de Fultonstraat die op schier onnavolgbare wijze is versierd. Een grote erehaag en volop versieringen met vlaggen van de bevrijders: Engeland, Amerika en Rusland hangen bovenaan. De Zweedse vlag ontbreekt natuurlijk ook niet. Links op het straatnaambordje staat: Dank Aan Zweden.

Meer weten over de Fultonstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl