De Dr. Schaepmanstraat en het -plein

Begin wintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Dr. Schaepmanstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

Herman J.A.M. Schaepman (1844-1903) was een Nederlands dichter, Rooms-katholiek priester, theoloog en politicus. Het devies van Dr. Schaepman luidde Credo, Pugno (Ik geloof, ik strijd). Mgr. Schaepman werd vaak aangeduid als ‘de doctor’.

In de Dr. Schaepmanstraat woonde op nummer 14 de familie Van der Werff. De heer des huizes, A.A. van der Werff, was voorzitter van de Nederlandse Rooms Katholieke Steenfabriekarbeiders Bond. Om zijn verdiensten voor de bond werd hij opgenomen in de gemeenteraad van Zuilen. De grootte van zijn gezin, veertien kinderen, maakte het noodzakelijk dat hij de beschikking kreeg over twee woningen om hen te huisvesten.

De heer van der Werff werd wethouder voor de Katholieke Volks Partij.

De zoon van deze wethouder, A.J. van der Werff, kwam kort na de Tweede Wereldoorlog om het leven. Hij was instructeur in het Nederlandse leger en zag leerlingen oefenen met handgranaten, dummy’s. De instructeur zag dat er een echte granaat tussen zat, die bovendien op scherp stond. Hij bedacht zich geen moment, schreeuwde de leerlingen weg en hield de granaat tegen zich aangedrukt om zo de gevolgen van de ontploffing voor andere omstanders zo klein mogelijk te laten zijn. Een en ander volgens de officiële instructies (!). Hij heeft deze daad zelf met de dood moeten bekopen.

 De heer A.J. van der Werff (zoon van de heer A.A. van der Werff) offerde zich op door een handgranaat tegen zich aan te drukken. Zo spaarde hij verschillende levens. Hij kreeg een begrafenis met militaire eer. Hier verlaat men de St.-Ludgeruskerk. De leden van de NBS  afdeling Zuilen vormden een erehaag.

Het bestuur van de St.-Ludgerusparochie organiseerde jaarlijks een bijzondere collecte die ten goede kwam aan het missiewerk. Dit deed men met een zogenoemde missieweek. Om de aandacht van de parochianen – van wie er natuurlijk heel veel in de ‘Julianabouw’ woonden – goed in beeld te houden werd een ‘Missiekruis’ geplaatst in het perk van het pleintje.

Meer weten over de Dr. Schaepmanstraat en -plein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Leo XIII straat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Leo XIII straat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

De Leo XIII straat werd genoemd naar paus Leo XIII, die geboren werd in 1810 en overleed in 1903. Paus Leo XIII is een algemeen gewaardeerde paus die een verademing was na zijn voorganger, de strenge paus Pius IX. In het Utrechts Nieuwsblad van 15 oktober 1924 lezen we over hem: ‘In den nacht van den 30en op den 31en October zal de kist, waarin zich het stoffelijk overschot van Paus Leo XIII bevindt, van zijn tegenwoordige rustplaats in de St. Pieter worden overgebracht naar de tombe, die de Paus tijdens zijn leven reeds had doen inrichten in de San Giovanni in Laterano (de kerk naast het vroegere pauselijk paleis). Paus Leo XIII koesterde een groote belangstelling voor het Laterano en behoorde tot de ijverigste voorstanders eener restauratie.’

De Leo XIII straat is er een zonder winkels. De enige in het vroegere Zuilen wijd en zijd bekende naam die we in deze straat tegenkomen, is die van een collega van me: ‘J. Hordijk, horlogemaker’. Om niemand tekort te doen hier een lijstje van de bewoners, per huisnummer, met hun beroep volgens de Stratengids die de gemeente Utrecht in 1940 uitgaf. (Het is nog geen computertijdperk, de opnamedatum is in de periode 1938-’39 geweest.) Let op de beroepen.

1          J.B. Mutsers                                   fraiser.

3          A.J.L. Oostendorp                          bankwerker N.S.

5          J.C. van Helden                            conducteur N.S.

7          J. Kreeftmeijer                              colporteur.

9         A.J.G. Schilte                                 fabrieksarbeider.

11        C. Spiekman                                  metselaar.

13        A.J. Mathijssen                             autogeen lasscher.

15        G.H. Rijnbergen                           zandvormer.

17        A. Visser                                       wijnkoopersknecht.

19       C. Leeman                                     waschknecht.

21       H.G. Wieman                                 wegwerker N.S.

23       J. Hordijk                                        horlogemaker.

25       J. van Lieshout                             meubelmaker.

27       A.J. van Dijk                                  kaashandelaar.

 

2         J.A. Veltman                                  sjouwer.

4         J.D. Zorn                                       wagenlooper.

6         M.W. Molenbeek                           kellner.

8         L.M. Hessing                                 metaalbewerker.

10       Werkplaats.

12       M. Peffer                                       kernmaker.

14       W. Tolboom                                   werkman.

16       A.H. van Rhee                              conducteur N.S.

18       J. Tersteeg                                    metselaar.

20       W. Luijters.

22       G.J. Wolthuis                                bankwerker N.S.

24       M. van Kuilenburg                        sigarenmaker.

26       S. Duijst                                       arbeider Genie.

28       A.W.A. Kemme                            chauffeur.

Van de Leo XIII straat heeft het Museum van Zuilen geen foto uit de periode voor 1954.

Dus… moeten we het doen met een foto van na 1954, maar dit is wel de Leo XIII-straat. (Foto: Het Utrechts Archief.)

Meer weten over de Leo XIII straat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Forstmanstraat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor de vele werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De Forstmanstraat is de straat waar zich na de openstelling van de St.-Josephlaan een groot deel van de jaarlijkse buurtfeesten afspeelt. En ook de straat waar door de bewoners hard gewerkt wordt om dat feest te laten slagen. Zo werken zij bijvoorbeeld hard mee met de vervaardiging van houten kinderspeelgoed dat als prijs tijdens de buurtfeesten (en op 5 december natuurlijk) beschikbaar gesteld wordt.

De heer Van Maarschalkerweerd uit de Forstmanstraat wist zich het slot van de Tweede Wereldoorlog nog goed te herinneren. Hij vertelde het volgende verhaal:

‘Half april 1945 kwam een groot onderdeel van de Wehrmacht in dit deel van Zuilen aan. De voertuigen werden geparkeerd in het Emmapark en het zoeken naar slaapruimte begon. Huis aan huis werd de wijk bezocht en keek men of er plaats was voor een of meer soldaten. Zo kwam men ook in de Forstmanstraat. Het huis op nummer 2 werd te klein geacht om er iemand in onder te brengen. Nummer 4 en 6 voldeden ook niet aan de norm. Toen werd aan de bewoners gevraagd of alle huizen in deze straat zo klein waren. Hierop werd ‘natuurlijk’ bevestigend geantwoord. Daarom werd de rest van de straat overgeslagen en kregen de manschappen elders onderdak.

Toen op 5 mei ’s avonds de eerste bevrijdingsfeesten begonnen en iedereen naar buiten kwam om mee te feesten, viel voor het eerst de jongeman op die zowaar iedereen bij voor- en achternaam bleek te kennen. Op de vraag van een van de bewoners wie of hij dan wel was, vertelde hij: ‘‘Ik woon al drie jaar met mijn ouders precies bij u aan de overkant, wij waren ondergedoken!’’ ’

Het werd door de verteller van deze gebeurtenis toch wel als heel bijzonder ervaren: als de Duitsers namelijk drie weken tevoren alle woningen van de Forstmanstraat hadden doorzocht, was deze familie beslist ontdekt, maar door dat ene ‘leugentje’, dat alle woningen zo klein waren, bleven zij gespaard.

De buurtvereniging in de ‘Josephbouw’ organiseerde natuurlijk ook van alles voor de leden. Daarvoor waren vele vrijwilligers in touw. De heer Van Hees uit de Forstmanstraat 9 maakte bijvoorbeeld het houten speelgoed dat als prijs bij buurtfeesten gewonnen kon worden. Het was een (meer dan) handige timmerman. Zo bouwde hij ook de bovenstaande houten trapauto. Echter, niet als prijs voor de buurtvereniging maar voor zijn zoon! We kregen ooit van iemand de toezegging van de werktekening, het heeft even geduurd maar inmiddels is het Museum van Zuilen in het bezit van die werktekening. Het nabouwen is er tot op heden niet van gekomen. Zijn er onder de lezers misschien…?

Meer weten over de Forstmanstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Josephlaan

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de St.-Josephlaan werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

Niet alleen de lage huur zorgt voor aangenaam wonen. De vooral na de Tweede Wereldoorlog jaarlijks terugkerende feestweek is daar ook debet aan. De grote kermissen in de St.-Josephlaan worden geroemd. De bewoners van de St.-Josephlaan raakten er bovendien aan gehecht. Dat blijkt uit het feit dat, toen de kermisexploitant in 1951 van het Zuilense gemeentebestuur geen vergunning kreeg voor de kermis vanwege ‘overlast voor de omwonenden’, het gemeentebestuur blijkbaar buiten de waard heeft gerekend: een lijst met handtekeningen van alle bewoners van de laan bracht het gemeentebestuur gelukkig op andere gedachten, de kermis ging door.

Heel speciale herinneringen hebben veel bewoners van dit deel van Zuilen (en vele andere kermisbezoekers) aan het orgel dat de jaarlijkse kermis opluisterde.

De kermis werd ‘altijd’ geopend door de voorzitter van buurtvereniging ‘Juliana’. Dan werden voor de kinderen spelletjes georganiseerd waarmee fraaie prijzen te winnen waren. Die werden natuurlijk zoveel mogelijk in eigen beheer gemaakt.

De kermis besloeg de hele straat en dat kon ook makkelijk, want de laan liep dood bij de spoordijk.

Dat duurde tot midden jaren zestig van de vorige eeuw. Toen werd de rondweg om de stad compleet gemaakt door de St.-Josephlaan en de Marnixlaan (na aanleg van de Marnixbrug) aan te sluiten op de overige wegen van de rondweg.

Foto uit Utrecht in woord en beeld, van 5 september 1930: ‘De buurtvereeniging „Prinses Juliana” te Utrecht, heeft haar eerste lustrum achter den rug, en natuurlijk heeft zij dit jubileum feestelijk herdacht. Een bijzonder geslaagde eerepoort, ontworpen door Ko Versum, was de vreugdetolk der buurtbewoners, nu „hun” vereeniging reeds op vijf welbestede jaren mag terugzien.

Meer weten over de St.-Josephlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Professor Wattjesstraat

J.G. Wattjes (1879-1944) was een Nederlands architect en hoogleraar. Na zijn studie ging hij in 1901 aan de slag als opzichter/tekenaar bij de PTT in Frederiksoord – een dorp in het zuidwesten van Drenthe. Wattjes werkte vervolgens als particulier architect (1904-1908) en als leraar aan de Academie Minerva, een kunstacademie in de Groningse Oude Boteringestraat. Later werkte Wattjes in Amsterdam als ingenieur voor de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij.

De heer Wattjes werd in 1918 benoemd tot hoogleraar bouwkunde aan de ‘Technische Hoogeschool’.

In het verlengde van de De Bazelstraat werd de straat doorgetrokken richting Amsterdamsestraatweg. De hele straat beslaat twintig woningen. Vermoedelijk kreeg de ‘verlengde De Bazelstraat’ een andere naam, omdat men bij het nummeren van de De Bazelstraat er niet van uit ging dat er nog woningen vóór nummer 1 zouden worden gebouwd. Samen met o.a. de La Croixstraat, M. de Klerkstraat en de Hanrathstraat werden deze straten aangelegd op een opgespoten stuk zand. Het hele complex lag nogal geïsoleerd en kreeg de wijkaanduiding: ’t Zand.

Oud bewoner Piet Koedijk schreef zijn herinneringen aan de Professor Wattjesstraat op: ‘Het was in 1948 al drie jaar na de oorlog, maar ook toen nog waren bouwmaterialen heel schaars. Dat was duidelijk te merken aan de wijze waarop de huizen waren gebouwd, maar vooral aan hoe ze waren afgewerkt. Ik zal niet in alle details treden, maar een paar dingen vielen wel heel erg op.

Ten eerste waren er in het hele huis drie stopkontakten. Een in de huiskamer, een in de keuken en een boven (voor 3 slaapkamers en een badkamer). Dus drie stopkontakten voor het hele huis.

Maar het aller opmerkelijkst was wel de badkamer. Als je die binnenkwam zag je alleen maar wat de bedoeling was. Van feitelijke voorzieningen was geen sprake. Er was een verlaagd deel in de granieten vloer met een waterafvoer. Bedoeld om óóit een douche te realiseren. Maar die wás er niet! Er zat een waterleidingpijp en een afvoerpijp tegen de muur van een ander deel van die badkamer waar kennelijk een wastafel was gepland. Maar ook die zat er niet! Kort en goed: je had aardig wat verbeeldingskracht nodig om je een toekomstbeeld te vormen.

Er waren in de slaapkamers nissen waar klaarblijkelijk kledingkasten gepland waren. Maar alweer: nee! Die waren er niet!

Nog even over die bouwkwaliteit. De isolatie van de huizen was navenant. Als de buren van no. 6 gebruik maakten van het toilet, kon je het bij ons in de huiskamer horen klateren, vooral ’s avonds als het stil was. Geen wonder dat mijn moeder de hele dag de radio aan liet staan!

Als mijn vader ’s avonds in de (toen voltooide) badkamer zijn tanden stond te poetsen, lag de buurman van de andere kant op no. 10 dus zich in bed te verbijten. Om over de rest van het verhaal maar te zwijgen…

Al deze en andere tekortkomingen waren een gevolg van materiaal schaarste.

Schoot me nog iets te binnen. Niet vermakelijk of zo, maar gewoon een stukje geschiedenis zullen we maar zeggen: aan de achterkant van de huizen liep een met lood bemantelde dikke kabel over de volle lengte van de straat. Bij elk huis een kleine bocht erin. Die gaf de plaats aan waar eventueel een aftakking naar het betreffende huis kon worden gemaakt.

Die kabel was voor de radiodistributie, een optie voor radio-ontvangst als je zelf geen radio had. De enige voorziening die je in huis nodig had, was dan een staande luidspreker. Aan die luidspreker zat een kabel met een gewone stekker. In de muur een kastje met drie mogelijkheden om de stekker in te steken. Zodra je de stekker op een van die drie opties aansloot werden de andere twee mogelijkheden a.h.w. geblokkeerd. Je kon nooit stiekem twee luidsprekers aansluiten.

Vanwege de enorme vraag naar woonruimte werd een aantal van de huizen aan de even kant geschikt gemaakt voor dubbele bewoning. Op de nummers 2, 6, 12, 18 en 20 woonden aanvankelijk 2 gezinnen.

Om dat mogelijk te maken was de “badkamer” op de bovenverdieping omgetoverd tot keuken voor de bewoners boven. Het toilet werd door de bewoners van beide verdiepingen gedeeld. Volgens wat ik me ervan herinner werden de “bovenhuizen” steeds bewoond door echtparen zonder kinderen. De gezinnen beneden door echtparen zonder of met een kind.

Ons gezin telde drie kinderen. Dus wij beschikten over een heel huis.’

‘Alle huizen die daar in 1948 gerealiseerd werden …’ (Foto: Het Utrechts Archief)

Meer weten over de Professor Wattjesstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Lelimanstraat

Op 25 januari stond in het Utrechts Nieuwsblad het volgende bericht:

Nieuwe straatnamen

——–

“Bouwkundigenbuurt” te Zuilen.

ZUILEN, 25 Jan. – De in aanbouw zijnde woningen van de Woningbouwvereeniging “Zuilen”, op een terrein gelegen tusschen Amsterdamschen Straatweg en Daalweg, zijn bijna gereed en B. en W. hebben aan de straten, die daar zijn ontstaan, de volgende namen geven: Lelimanstraat (J.H.W. Leliman, architect, 1878-1921); De Bazelstraat (K.P.C. de Bazel, bouwmeester, 1869-1924); Van der Pekstraat (J.E. van der Pek, architect, 1865-1919); Hanrathstraat (J.W. Hanrath, architect, 1867-1932).

In Zuilen volgt men bij het benamen der straten een vast systeem, evenals dat in Utrecht en vaak ook in andere plaatsen het geval is…

Leliman was dus een Nederlands architect en kreeg onder meer bekendheid als ontwerper van de ANWB-paddenstoel.

De woningen aan deze straat werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De Van der Pekstraat is onderdeel van Complex 2 van deze woningbouwvereniging (Complex 1 zijn de woningen rond de De Lessepsstraat.) Samen met o.a. de La Croixstraat, M. de Klerkstraat en de Hanrathstraat werden deze straten aangelegd op een opgespoten stuk zand. Het hele complex lag nogal geïsoleerd en kreeg de wijkaanduiding: ’t Zand.

De Lelimanstraat loopt parallel aan de Amsterdamsestraatweg, tussen de Hanrathstraat en de Van Heukelomlaan. In de Lelimanstraat kwam de tweede slagerswinkel van de heer D. Vergeer – zijn eerste winkel zat op de Amsterdamsestraatweg.

Slager Vergeer werd opgevolgd door Kooyman, die in dit pand op de hoek Lelimanstraat/Hanrathstraat zijn eerste slagerij begon. Het zal wel een goede relatie met Vergeer hebben opgeleverd, want toen Vergeer zijn winkel aan de Amsterdamsestraatweg verliet, kwam ook in dat pand Kooyman in beeld.

In de loop der jaren zullen heel wat bewoners naar binnen zijn gestapt om hun vlees te kopen bij slager Kooyman. In de Tweede Wereldoorlog kreeg het verzet regelmatig vlees van de heer Kooyman. Dat werd vervolgens door de dominee en de pastoor verdeeld onder hun kerkgangers.

Ver na de Tweede Wereldoorlog, in de periode 1960-1965, werd in de worstmakerij achter de winkel van de tweede vestigingsplaats van Kooyman, aan de Amsterdamsestraatweg 611, regelmatig geoefend door een van de eerste bands die Zuilen kende, The Sioux. Deze band was – een van de vele – die ook optraden in het Pastoor Schiltehuis.

The Sioux bestond in de beginperiode uit de volgende heren. Ton Kooyman, zoon van slager Kooyman aan de Amsterdamsestraatweg. (De heer Kooyman sr was ook de manager van de band.) Ton speelde sologitaar, Ted Stegers uit de Hanrathstraat bespeelde de slaggitaar en Marcel van Hardeveld (die we eigenlijk alleen maar kennen als ‘Hoss’ en ruim dertig jaar zijn winkel had aan de Amsterdamsestraatweg 563: Radio Communicatie Centrum) speelde de basgitaar. Aan de drums zat Ries de Wit uit de Marconistraat.

De dansavonden waarop The Sioux speelden werden georganiseerd door de heer en mevrouw Slot onder de naam ‘Beverdonk’. Later werd de naam gewijzigd in ‘Taveno’. Zij organiseerden ook de dansavonden in de bovenzaal van de nabijgelegen Rooms-katholieke St.-Salvatorkerk.

 

Twee meisjes Bliek uit de Lelimanstraat flankeren Marietje van der Pas, hun buurmeisje. Let op de klompjes.

 

 ‘Haasje-over’ spelende kinderen in de Lelimanstraat, terwijl de woningen vanaf de Jacob van Campenstraat nog in aanbouw zijn.

 Meer weten over de Lelimanstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De La Croixstraat

Guillaume F. La Croix (1877-1923) was architect. Zijn ontwerpen dragen duidelijk het stempel van ‘de Amsterdamse School’. La Croix begon op het bureau van Eduard Cuypers, waar hij in 1900 in dienst trad en vriendschap sloot met Michel de Klerk.

De woningen aan deze straat werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De huizen die met hun rug tegen de M. de Klerkstraat aanliggen, vormen de ‘even’ kant.

In de La Croixstraat woonde onder andere Baukje Borger. Zij heeft wat herinneringen opgehaald:

‘Wij kwamen in de La Croixstraat wonen, toen ik bijna 4 jaar was. Ik weet er nog van dat de Hanrathstraat werd gebouwd. Wij speelden op de nog lage muren, en in de ruimtes die daardoor werden gevormd; grotere en kleinere kamers. En we zagen heel duidelijk wat later ’t kleinste kamertje van een huis’ zou zijn. Misschien was ik toen 5 jaar, of al 6?

Toen de Hanrathstraat bewoond kon worden, zal hoogstwaarschijnlijk ook de eerste winkelier in het pand La Croixstraat nr. 1 zijn gekomen. Het echtpaar Poerstamper?

Tot ná de Tweede Wereldoorlog! Tijdens de Bevrijdingsfeesten bleek toen, dat de man van de winkel heel goed ‘de boel kon vermaken: Rudi Bruins!…’

Voordat Baukje haar verhaal afsloot meldde ze nog dat schoenmaker Dekker op nr. 31 in de La Croixstraat ook accu’s kon vullen, ‘dat lukte heus niet iedereen!’.

Piet Koedijk heeft ook in de La Croixstraat jeugdherinneringen opgedaan, en hij vult het verhaal van Baukje aan:

‘Toen ik de wereld om me heen begon te zien en te verkennen, woonde ik in de Van der Pekstraat, aan de oneven kant, die voor kinderen zo “gezegende” kant die aan het braakliggende terrein tussen de achterkant van onze huizen en de Binnenweg lag. Een van de gevolgen daarvan was dat wij als kinderen ons vertier in hoofdzaak zochten op dat terrein en in de straat zelf. Ik realiseer me dat ik als kind eigenlijk zelden in de La Croixstraat, in de M. de Klerkstraat of in de Lelimanstraat kwam. Soms organiseerden we hardloopwedstrijden “om het blok” en die voerden dan inderdaad door de La Croixstraat.

We tuigden ons op met sjerpen van crêpepapier en draaiden zo onze rondjes. En dat crêpepapier… wel, dat brengt ons naar het winkeltje op de hoek van ene Rudi Bruins. Ik heb die man nooit gekend. Die moet de eerste bewoner van dat winkelpand zijn geweest toen dat ca. 1937 opgeleverd werd. Ik weet alleen maar van de tijd dat de winkel in handen was van de Poerstampers. Het was voor ons kinderen feitelijk de enige winkel op ’t Zand van enig belang. Daar kon je terecht voor snoepgoed, waaronder dropveters en “wit-zwart”, speelgoed (tollen en knikkers) en knutselmateriaal om onder andere vliegers te maken. Groot was dan ook onze ontsteltenis toen op zekere dag de winkel leeg stond en de Poerstampers vertrokken waren.’

Lang heeft de winkel niet leeggestaan, want Teun Vesters trok er al heel gauw in. Teun wás al jaren dé groenteboer van ’t Zand. Hij ventte met een hondenkar en later met paard en wagen.

Zolang hij ventte en nog niet de winkel had, woonde hij in de Van der Pekstraat, op nr. 73. Zijn opslagruimte had hij naast kapper Van Baaren aan het eind van de La Croixstraat. Toen Teun besloot de winkel te gaan huren, verhuisde hij ook naar het woonhuis dat bij de winkel hoorde en waarvan de voordeur in de La Croixstraat was. Ik meen te weten dat Teun is gestopt met venten toen hij eenmaal de winkel in huur had. Dat was in ieder geval een zorg minder: hij was niet langer belast met de verzorging en de stalling van zijn paard. Ook Teun en zijn vrouw hebben op een gegeven ogenblik de winkel verlaten en zijn verhuisd naar de Veluwe, waar Teun koster werd.’

 Aan het einde van het verhaal lijkt het me de hoogste tijd een foto van de winkel van Poerstamper te plaatsen. Voor het verkrijgen van deze foto heeft Baukje Borger de nodige actie ondernomen, waarvoor dank!!

Meer weten over de La Croixstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De De Savornin Lohmanstraat

Jonkheer mr. A.F. de Savornin Lohman (1873 tot 1924) heeft zich in staatkundig opzicht verdienstelijk gemaakt. De Savornin Lohman had een conflict met Abraham Kuyper van de Anti Revolutionaire Partij, wat ertoe geleid heeft dat Savornin Lohman een nieuwe politieke partij oprichtte, de Christelijk-Historische Unie, die per 11 oktober 1980 opging in het CDA en daarin zit weer… de ARP).

De Savornin Lohmanstraat dateert vanaf 1929, zo lezen we in het Utrechts Nieuwsblad van 25 februari van dat jaar.

Nieuwe straatnamen.

Door B. en W. zijn eenige nieuw aangelegde straten de volgende namen gegeven:

  1. aan de straat, liggende in het verlengde van de in de gemeente Zuilen gelegen Abraham Kuyperstraat en loopende van de eveneens in die gemeente gelegen Keucheniusstraat naar de Thorbeckelaan, dien van D e S a v o r n i n  L o h m a n s t r a a t…

Deze straat was slechts voor een heel klein deel Zuilens grondgebied. Maar gelukkig voor ons (en de omwonenden) heeft zich hier wel een melkhandelaar gevestigd, namelijk de heer Snel.

De straat komt ook in beeld bij een bericht over de perikelen in de aanloop naar de annexatie. Dan staat op 22 januari 1953 in het Utrechts Nieuwsblad het volgende:

IN DE STRIJD OM DE SCHOOLSUBSIDIES

Kleuterschool gesplitst

Utrecht en Zuilen kwamen niet tot een vergelijk

OOK HIER:

A n n e x a t i e  de  achtergrond

U lezer, die niet ingewijd bent in de problemen welke de subsidieregeling voor kleuterscholen in de praktijk soms doet rijzen, zult vreemd staan te kijken naar dit plaatje, dat een in tweeën gesplitste ingang van de school aan de Savornin Lohmanstraat te Utrecht laat zien, met een Zuilense en een Utrechtse deur. Deze school wordt bezocht zowel door Utrechtse- als buiten-Utrechtse kinderen.

Nu zult u zich afvragen waarom deze kleuterschool een Zuilens en een Utrechts gedeelte heeft, want eigenlijk is dat toch een dwaze toestand.

Het schoolbestuur heeft gelijk als het zegt, dat de verordening van 1948, die inhoudt, dat bijzondere en openbare kleuterscholen op gelijke basis subsidie van de gemeente Utrecht zullen ontvangen, niet op de juiste manier op deze school wordt toegepast. Sinds 1949 krijgt de school n.l. geen gemeentelijke subsidie meer.

De reden evenwel is, dat Utrecht door de invoering van bovengenoemde verordening voor hogere uitgaven kwam te staan en dat voor haar de vraag rees of het billijk kan worden geacht deze subsidie te laten drukken op de gemeente Utrecht, ook waar het kinderen uit de gemeente Zuilen betrof. (De subsidie bedraagt f 120,- per jaar per kind). Zij wilde tot een accoord komen met de gemeente Zuilen om wederkerig voor kinderen van elkaars scholen subsidie uit te trekken. Op deze manier zou dus de school aan de Savornin Lohmanstraat gedeeltelijk worden gesteund door Utrechtse en gedeeltelijk door Zuilense subsidie. Op haar beurt zou Utrecht subsidie verstrekken aan Utrechtse kinderen op Zuilense scholen. Omdat Zuilen echter bij deze regeling véél meer zou moeten betalen dan tot nog toe, weigerde zij de door Utrecht voorgestelde regeling.

Utrecht opperde dat de school gesplitst zou worden in ’n Utrechts en een Zuilens deel. Bij de school aan de Van Hoornekade was dit reeds geschied. Het schoolbestuur wilde hiervan echter niet weten. Het gevolg was, dat Utrecht haar subsidie introk, welk feit h.i. voor de verantwoording van het schoolbestuur kwam. En de gemeente Utrecht was niet van plan hier soepelheid te betrachten, omdat Zuilen er steeds op staat een zelfstandige gemeente te zijn en zij dan dus – zo is de mening van het Utr. gemeentebestuur – haar eigen lasten maar moet dragen.

Overigens toont bijgaande foto, dat het schoolbestuur zoveel prijs stelde op subsidie, dat het de school toch maar heeft gedeeld. Met ingang van 1 Januari ontvangt het van Utrecht subsidie voor het Utr. deel. Met dat al blijft dit beeld natuurlijk hoogst dwaas.

In de De Savornin Lohmanstraat heeft zich de heer A. Snel gevestigd met zijn melkhandel. Op de foto ziet u de winkel met zijn keurig ingerichte etalage. De foto werd in 1939 gemaakt.

Meer weten over de De Savornin Lohmanstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Groen van Prinstererstraat

De heer G(uillaume) Groen van Prinsterer naar wie deze straat vernoemd werd, was een staatsman en historicus. Hij leefde van 1801 tot 1876 en zijn politieke richting was antirevolutionair.

De Groen van Prinstererstraat maakt deel uit van het eerste complex dat werd gebouwd door de woningstichting ‘Eigen Haard’. In de (ook in Zuilen) verzuilde samenleving aan het begin van de vorige eeuw, werden voor verschillende zuilen aparte woningbouwvereenigingen/stichting opgericht. Naast de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’, de Rooms-katholieke ‘Prinses Juliana’ en de Socialistische ‘Utrecht’ werd voor de gereformeerde leden van Rehoboth ‘Eigen Haard’ opgericht.

Het complex grenst van de Amsterdamsestraatweg tot aan de Abraham Kuijperstraat en van de Marnixlaan tot aan de Keucheniusstraat. Daarmee is dit de zuidelijkste bebouwing van Zuilen.

Het Museum van Zuilen heeft aan bezoekers (van de StraatReünies) altijd de oproep gedaan om de mooiste, leukste, dierbaarste enz., herinnering op papier te zetten. Voor de Groen van Prinstererstraat kregen we van de oud-bewoner Henk Bloemendaal het volgende verhaal:

Als geboren (16-02-1924) en getogen Zuilenaar in de Groen van Prinstererstraat 44, waar mijn ouders woonden vanaf 1923 ging ik naar de basisschool aan de van Hoornekade, heel toevallig Groen van Prinstererschool geheten. Later ging ik naar de Mulo in Utrecht. Daar deed ik op 28 mei 1940 mijn examen, 14 dagen na de inval van de Duitsers. Gelukkig werd het examen nog wel afgenomen door goeie Hollandse examinatoren die ook de regie voerden. Ik slaagde ook nog. Nu nog aan de slag zien te komen. Dat was in die tijd niet makkelijk, want had je geen werk kunnen vinden, dan werd je als jongen of man geregistreerd en liep je grote kans om in Duitsland te werk gesteld worden. Door bemiddeling van een buurman kon ik bij NS solliciteren en werd in dienst genomen op 21 mei 1941 als schrijver, de gebruikelijke benaming toen van de jongste bediende. Zo ontliep ik het tewerkstellen in Duitsland. Doch helaas keerde het tij in de zomer van 1943.

Toen werd NS verplicht 1500 jonge werknemers in de leeftijd van 17 tot 21 jaar op te geven, die bij de Deutsche Bundesbahn in Duitsland moesten gaan werken op de opengevallen posten van de Duitse spoorwegbeambten, die alsnog waren opgeroepen voor het leger aan de fronten. En zo kregen ik o.a. van NS een grote houten koffer waarin ik kleding, toiletartikelen, een helm en verdere nodige dingen kon meenemen naar Duitsland.

We moesten ons 12 september om 14.00 uur melden op station Amersfoort. Groot verdriet thuis bij de achterblijvers natuurlijk. Het was geen uitzwaaien toen we met de bus naar station Utrecht vertrokken. Mijn vader ging wel mee. Ik droeg die koffer. Maar onderweg zei mijn vader: “Jij gaat niet naar Duitsland, maar stapt in de tram naar Zeist, naar oom Piet en tante Truus, waar jij mag en moet onderduiken”.

Ik was helemaal van slag. Ik had het naar Duitsland moeten ook niet zo zien zitten, maar dit was een volkomen andere wending, die thuis niet was besproken. Er mocht zeker niets uitlekken toen, naar wie dan ook, vanwege eventueel verraad, dus daarom deze door mijn ouders gemaakte afspraak met de familie van mijn moeders kant.

Het “onderduiken” zelf was mij niet onbekend, dat kwam al vaker voor. Maar het vooruitzicht om nu zelf ergens anders te moeten verblijven en bijna niet naar buiten te kunnen op die leeftijd, bang om gearresteerd te worden door de Duitsers of de landverraders, die dit werk ook deden, was niet zo prettig. Hoewel, het was toch beter dan naar dat land te moeten.

Velen in de omgeving en in de familie hebben tijden lang niet geweten dat ik in Zeist was ondergedoken, het werd aardig geheimgehouden thuis. Eenmaal is de politie nog bij mijn ouders thuis geweest om het huis uit te kammen naar mijn aanwezigheid daar in Zuilen. Henk werd niet gevonden en de andere gezinsleden hebben zich op vragen van de politie niet versproken, zij wisten zogenaamd ook niet beter dan dat ik naar Duitsland was…

 Henk Bloemink met zijn houten koffer, gereed om… onder te duiken. Hij schonk deze koffer aan het Museum van Zuilen.

 Meer weten over de Groen van Prinstererstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Marconistraat

De heer Guglielmo Marconi heeft als uitvinder zijn sporen verdiend met het bedenken van de telegraaf. (Niet de krant van die naam maar een bruikbaar systeem om via draden met elkaar te kunnen communiceren.)

De Oude Bouw

Door de komst van de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en de Staalfabrieken van Demka aan het begin van de twintigste eeuw, ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Vrijwel gelijk met de bouw van de wijk ‘Elinkwijk’ aan de andere kant van de Amsterdamsestraatweg, bouwde woningbouwvereniging ‘Zuilen’ haar eerste complex, met de De Lessepsstraat als hoofdstraat. De straten in deze wijk werden net als aan de andere kant ook genoemd naar uitvinders. Het Complex 1 van deze woningbouwvereniging werd ontworpen door architect Ph.J. Hamers. Na het gereedkomen van complex 2 (’t Zand) werd dit complex niet de ‘Lessepsbuurt’ genoemd, maar kreeg het de Geuzennaam ‘De Oude Bouw’.

De Marconistraat

In een stratengids uit 1938 wordt slechts één handelaar vermeld: J. Brundel op nummer 34. Hij verdiende de kost als ‘peterolieman’ van ‘De Automaat’, een door een grote oliemaatschappij opgezette distributieregeling. – Hij kwam in de vroege Zuilense jaren met enige regelmaat met zijn bakfiets door de straten en verkocht de petroleum voor de petroleumstelletjes waarop in vrijwel ieder huishouden gekookt werd.

Op nummer 10 woonde de familie Soutberg. Antoon Soutberg (jr.) was een verwoed verzamelaar van ‘dam-problemen’, hij bouwde daar wereldfaam in op. (Hier wordt de problemen van het damspel bedoeld.)

In de Marconistraat woonde op nummer 47 de heer H. van de Werf. Hij was smid van beroep en werkte bij de hoefsmid naast de toenmalige garage van der Vaart op de Amsterdamsestraatweg.

Regelmatig konden we bij de tram – die toen nog over de Amsterdamsestraatweg reed – een helft van Zuilens eerste tweeling aantreffen, Geert-Gijs of Jaap Post. Jaap speelde graag buiten met zijn vriendjes en woonde in de Marconistraat en beleefde er veel plezier aan om een spijker op de tramrails te leggen. Als de tram daar dan overheen reed, werd die spijker gloeiend heet. (Dan was het de kunst om een slachtoffer te vinden die deze truc nog niet kende, die duwde je dan fijntjes de spijker in zijn hand.)

Jaap Post herinnerde zich nog meer over ‘zijn’ straat: ‘In 1934 was alles nog grasland. Wij woonden in de Marconistraat. Achter ons huis was alles nog weiland. Wij sprongen achter over het slootje. Daar zaten veel kikkers. Een van onze vriendjes heette Werba. Hij was een zoon van een politieagent. Bij dat vriendje thuis hadden ze een grote regenton en daar deden wij de kikkers in. Later gooide zijn vader ze weg. Als we verder op het stukje land liepen, dan gingen wij bij Boshuis de kolenman naar de opslag van kolen kijken. Daar zaten veel ratten.’

Het pand Marconistraat 24 huisvestte de familie Molenaar. Van dit gezin huwden op 18 juli 1943 twee zussen met twee broers. De dames kenden de heren al een tijdje, het waren namelijk buren van elkaar.

De bakfiets van ‘De Automaat’ is hier omgetoverd tot een Vorstelijke Troon voor de bijna 6-jarige zoon van de ondernemer.

Meer weten over de Marconistraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl