De Petrus Dathenusstraat

Deze straat werd genoemd naar Petrus Datheen, ook wel Pieter Datheen, Pieter Dathen of Petrus Dathenus (ca 1531-1588) Hij speelde een belangrijke rol bij de Calvinistische Reformatie in de Zuidelijke Nederlanden. Hij werd, na omzwervingen in ballingschap, een van de leidende theologen van de officiële hervormde kerk in de Noordelijke Nederlanden, waarin hij de orthodoxe partij koos. (bron: Wikipedia)

Het noemen van de straat naar Petrus Dathenus werd vermeld in het Utrechts Nieuwsblad van 29 maart 1929:

VASTSTELLING NAMEN NIEUWE STRATEN

Bij de herziening van de huisnummering die in het afgeloopen jaar werd voorbereid en dit jaar werd uitgevoerd, bleek de wenschelijkheid om enkele wegen van namen te voorzien.

Naar aanleiding hiervan stellen B. en W. voor de volgende straten vast te stellen.

… Voorts is door het gemeentebestuur van Utrecht verzocht, om de aangelegde of nog aan te leggen straten nabij de Oranjekerk, de volgende namen vast te stellen:

1e: Cornelis Mertenssstraat, 2e: Herman Modedstraat, 3e: Hubert Duyfhuysstraat; 4e: Werner Helmichstraat, 5e: Hermannus Elconiusstraat, 6e: Johannes Uitenbogaertstraat, 7e: Nicolaas Sopingiusstraat, 8e: Petrus Dathenusstraat, 9e: Joh. van Andelstraat, 10e: Jodocus van Lodensteinstraat.

Voor een beschrijving van de Petrus Dathenusstraat ‘van toen’ kijken we in de Stratengids die door de gemeente Utrecht werd uitgegeven in 1940. Daarin staat het volgende vermeld:

3            M. Saarloos.

5            A. van Deudekom              instrumentmaker N.S.

7            P.H. Ellens.

2            A.J.R. de Groot                  vischhal.

Het is slechts een momentopname. Dat blijkt onder andere uit het gegeven dat op de hoek met de Amsterdamsestraatweg zowel links als rechts vermeldenswaardige ondernemers zitten/zaten.

Links Meijers trouwauto’s. Dit bedrijf is vanaf 1 september 1928 zonder onderbreking op deze plek gevestigd met ‘Luxe Verhuur’. Zo is het niet begonnen. De heer Meijers Sr. startte zijn koetsen- en later autoverhuurbedrijf onder de naam V.I.O.S. (Vooruitgang Is Ons Streven). Mevrouw Meijers, die bij de oprichting nog niet in beeld was, vond deze naam maar niks. ‘Meijers’ moest het worden dat werd het vijf jaar later ook en dat is het in 2022 nog steeds.

Rechts de ‘sigarenwinkel van Noz’, die grote bekendheid kreeg door de verkoop van tickets voor (landelijke) evenementen.

In de Petrus Dathenusstraat komen we ‘pas aan het einde van de straat’ nog een ondernemer tegen: het is een ondernemer die samen met zijn vrouw de winkel dreef van 1934 tot 1938. Zij hebben daarvoor vijfhonderd gulden moeten betalen om een filiaal van de broodfabriek van ‘de Korenschoof’ te mogen runnen. (bron: Piet Koedijk).

Hans Xaverius Noz, zoon van de sigarenwinkelier (ticketverkoop) aan de Amsterdamsestraatweg, aan het ‘pikken’ tegen de gevel van de huizen in de Petrus Dathenusstraat.

Pikken: op ieder snijpunt van de stoeptegels werd (samen met één of meer vriendjes) een knikker gelegd. Dan werd met een kei geprobeerd een knikker te raken: alles wat onder de geraakte knikker lag, was voor de werper. Het verklaart ook de holten in de muur van de populaire plekken om de pikken. (bijvoorbeeld de muur van de school in de Balderikstraat)

 Meer weten over de Petrus Dathenusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Ampèrestraat

Deze straat werd genoemd naar André Marie Ampère (1775-1836). Volgens de overlevering ging Ampère nooit naar school en leidde hij zijn studie vooral zelf, las bij wijze van ontspanning stukken uit L’Encyclopédie. Voor de proeven die hij deed, was het noodzakelijk dat hij precies de grootte van de elektrische stroom kon meten. Hij ontwikkelde daarvoor een zeer nauwkeurig instrument: de ampèremeter.

Voor een beschrijving van de Ampèrestraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Voltastraat. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

we gaan rechtsom, maar de eerste woningen aan de linker en rechterkant zijn nog van de Galvanistraat. Pas in (en links dus óm) de hoek staan de eerste woningen met de Ampèrestraat als adres. In de stratengids die we voor onze wandeling van omstreeks 1938 hanteren, staat in de hele Ampèrestraat slechts één winkeladres. Dat lijkt van geen kanten te kloppen, maar is wel waar. Het komt omdat ‘de winkel op de hoek’ dikwijls een ander postadres heeft dan we denken. De melkwinkel bijvoorbeeld die we bij het binnenlopen van de straat direct links zien heeft als postadres de Galvanistraat. De woning erboven hoort wel bij de Ampèrestraat.

Voor mijn tweede boek over Zuilen deed ik onderzoek naar het winkelbestand in Zuilen. Uit dit onderzoek bleek dat er veel, heel veel winkeltjes waren in Zuilen. ‘De winkel op de hoek’ lijkt wel een Zuilense uitvinding. Op het adres Galvanistraat 1 zit dus de melkwinkel van Van Rooijen. Hij is de opvolger van S. Michielen. De heer van Rooijen wordt op zijn beurt opgevolgd door de heer van Hoogendoorn, volgens overlevering een ‘Grote Witte Reus’. In een van de volgende hoofdstukken leest u de herinneringen van H. de Keizer aan de Ampèrestraat. Dan komt deze ‘Grote Witte Reus’ nog even in beeld. De heer Hoogendoorn geniet de erenaam ‘opa’. Later nemen zijn kinderen de zaak over.

We lopen de Ampèrestraat verder in en komen bij nummer 35 de groentenhandel van M.L. van Deutekom tegen. Hier komt tot 1993 de heer P. Visser de zaak voortzetten.

Op de kruising, aan de overkant komen we weer een winkel tegen die als postadres niet in de Ampèrestraat thuishoort. Maar hij is ‘historisch’ genoeg om even naar binnen te stappen. Menig verzamelaar van ansichtkaarten heeft vermoedelijk erg veel spijt dat hij of zij niet vaker naar binnen is gestapt bij deze Leesbibliotheek ‘Vosje’ met zijn mooie collectie in eigen beheer uitgegeven ansichtkaarten van Zuilen! Deze kaarten blijken inmiddels aardig zeldzaam geworden te zijn. Bovendien werd menige kinderneus platgedrukt tegen de etalageruit die een onwaarschijnlijk rijke collectie speelgoed – Matchbox en Lego bijvoorbeeld – tentoonstelde.

Voorbij ‘Vosje’ komen we bij nummer 14, het adres van de heer A. Tielen. Bij veel Zuilenaren gaat dan een belletje rinkelen. Bij u ook? Tielen was bekend om zijn brandstoffen. O ja, nou weet u het weer: Tielen’s Kolenhandel!

Een stukje verder op 36-bis zit de heer R.J. Stolker. Hij heeft geen winkel op dit bovenhuis, hij vent met zelf verbouwde groenten. Zijn kwekerij ligt ‘aan de Vecht’. Even verder, op nummer 44, heeft de heer Jansen het druk. Hij leert daar (tot groot verdriet van zijn benedenburen?) de inwoners van Zuilen dansen. (De niet-katholieke onder hen tenminste: de katholieken moesten hiervoor naar de stad Utrecht, daar werd dansles gegeven door de heer Cor Zegers.) Later krijgt de heer Jansen zijn dansschool aan de Amsterdamsestraatweg. Het laatste pand aan de oneven kant is een filiaal van bakkerij Amsing, die zijn winkel heeft aan de Edisonstraat.

Bakkerij Amsing op de hoek van de Daalseweg en de Ampèrestraat.

 Meer weten over de Ampèrestraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prinses Irenelaan 2

Irene Emma Elisabeth Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe Biesterfeld is op 5 augustus 1939 op paleis Soestdijk in Baarn geboren. De naar haar genoemde laan in Zuilen kreeg in de Tweede Wereldoorlog op last van de bezetter een andere naam. Hij loopt dwars op de Prinses Beatrixlaan die gewijzigd werd in de oude naam: Hovenierslaan. Het is voor de bezetter dan ook logisch de naam van de Prinses Irenelaan te veranderen in Hoveniersdwarslaan.

Een korte beschrijving van de laan doen we in twee delen: deel 1 voor de oneven zijde begint bij de Pionstraat. De tegel met deel 2 ligt hier bij de J.M. de Muinck Keizerlaan.

Henk Pardijs schreef een herinnering aan de Prinses Irenelaan als volgt op:

‘Prinses Irenelaan, een brede laan, aan één kant bewoond, met veel groen maar voornamelijk plantsoen.

Ideaal voor kinderen zult u zeggen. Dat was ook zo, maar helaas mochten wij niet op het gras lopen, laat staan ballen.

Natuurlijk deden wij dit wel, maar het was altijd opletten. Meestal zagen wij de parkwachter wel aankomen en dan was het, de bal pakken en via de poortjes wegwezen. Maar soms, zoals ook op een mooie zondagmiddag ging het mis. We waren qua observatie te laat. Hij stond er al, ja de man in het groen, staande naast zijn dienstfiets. Zo’n klein fanatiek mannetje met een ronde buik.

We waren van het gras af, maar de bal vergeten, die lag midden in het plantsoen. Hij wachtte waarschijnlijk wie de bal zou halen. Wij hadden een soort negatief respect voor deze “groene kikker”, zoals hij soms genoemd werd, dus niemand durfde de bal op te halen.

Plotseling hoorden we dat de vader van één van ons riep: “Carla, wil jij de bal pakken en dan naar huis komen!”

Hij stond aan de rand van zijn tuin, een grote man, kaarsrecht. Daaraan kon je zien dat Elinkwijk had gewonnen.

Omdat Carla niet goed durfde, herhaalde hij nogmaals zijn oproep.

Opeens liep Carla over het plantsoen, pakte de bal en holde naar huis. Voor ons, we waren ongeveer met z’n achten, een spannend moment. Deze spanning nam pas af toen we zagen dat de man in het groen, nietszeggend, met veel moeite op zijn fiets stapte en richting Beatrixlaan reed.

Wat ons betreft had deze middag niet alleen Elinkwijk gewonnen.’

De eerste bebouwing die we aan deze kant tegenkomen zijn de flats van het Ireneplateau. Dit complex werd voor een deel gerealiseerd op de plaats waar eerste Zuilense school voor Uitgebreid Lager Onderwijs, de ULO, van meester J.C. van der Wilt, stond. De school werd al voor de Tweede Wereldoorlog opgericht, echter een eigen gebouw liet nog even op zich wachten.

Maar eindelijk, 6 september 1948 werd de school geopend. De Koningin Juliana ULO – de eerste Nederlandse school met de naam van de nieuwe vorstin: al een half uur vóór de inauguratie van koningin Juliana werd de school van deze naam voorzien – werd met enige regelmaat uitgebreid met klaslokalen. Ook een gymnastiekzaal kwam uiteindelijk bij de school.

 

Wethouder Kievit haalde de vlag weg die voor de naam van de U.L.O. hing, zodat iedereen kon zien wat de nieuwe naam van de school geworden is: Kon. Julianaschool voor U.L.O. Daarmee had Zuilen de eerste school in Nederland die de naam van de nieuwe koningin droeg. Iemand enig idee waar deze letters gebleven zijn?

Meer weten over de Prinses Irenelaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prinses Margrietstraat 2

De Prinses Margrietstraat is ooit begonnen onder de naam Heiligerleestraat. De straat was nog onbebouwd. Na de geboorte van de diverse prinsessen, werden scholen en straten in Zuilen vernoemd naar leden van het koninklijk huis. De Heiligerleestraat leende zich uitstekend voor een herbenoeming, en zo besloot het gemeentebestuur van Zuilen tot de naamswijziging.

Een korte beschrijving van de straat doen we in twee delen: deel 1 voor de oneven zijde begint bij de Adriaan van Bergenstraat. De tegel met deel 2 ligt hier bij de Prinses Beatrixlaan. – De Prinses Margrietstraat is bijna even lang als de Marnixlaan! – Vóór de Tweede Wereldoorlog hebben we hier weinig te zoeken, de straat is dan nog onbebouwd. Stenen bebouwing is dan zelfs nog verboden. Dat heeft te maken met het Fort De Klop, net over de Vecht. Tot aan de oorlog dacht men het schootsveld van de forten rond de stad Utrecht nodig te hebben ter verdediging van het land. Dat bleek na de luchtaanvallen vanaf 10 mei 1940 onjuist en daarmee kwam de mogelijkheid tot bebouwen in beeld.

Richting Adriaan van Bergenstraat duurt het nog geruime tijd voordat we ‘Zuilense’ bebouwing zien. De flats voorbij de Huis te Zuylenlaan zijn na de annexatie gebouwd, zij werden gesloopt en vervangen door de herenhuizen die er nu staan. Voorbij de Zuylenveldlaan werden twee scholen gebouwd. Deze werden ontworpen door de gemeente-architect van Zuilen, W.C. van Hoorn. Vanwege de gebruikte gele-verblendsteen, werden ze de ‘gele scholen’ genoemd.

Deze scholen, (openbare) de Prinses Marijkeschool en de (christelijke) Elout van Soeterwoudeschool, werden kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Deviezentekorten bepaalde toen dat wel scholen gebouwd mochten worden, maar gymzalen ‘dat kwam later wel’. Van Hoorn bedacht een nieuw type school: de lokalen in een ruitvorm, om een ruimte heen. Zo ontstond een ‘aula’, een soort ‘sporthal’ terwijl het eigenlijk niet mocht!

Langs de gangen van de bovenste verdieping werden van draadwerk gemaakte versieringen aangebracht die een schoolvak uitbeelden.

Éen van de twee Gele Scholen die plaats moesten maken voor winkelcentrum ‘Rokade’.

In de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw werden aan deze oneven zijde ook woningen gebouwd. Dit waren woningen en een (vergader)zaaltje van de Stevensfundatie. Op Wikipedia lezen we over de Stevensfundatie het volgende:

‘De Stevensfundatie was een hofje in Utrecht. Slechts enkele woningen zijn bewaard gebleven waardoor het niet meer als hofje herkenbaar is.

Gerardus Hendrikus Stevens bepaalde bij testament van 18 juni 1853 dat een deel van zijn nalatenschap zou moeten worden aangewend voor de oprichting van vrijwoningen voor protestantse ambachtslieden.

Na zijn dood kochten de beheerders van de Stevensfundatie een stuk grond van het Heilige Kruisgasthuis aan tussen de Kruissteeg (vanaf 1869 Kruisstraat), de Biltstraat, de Stadsbuitengracht en de Gasthuisstraat, waar zich de Breyerskameren bevinden. In 1860 werden op dit terrein 50 woningen gebouwd op een binnentuin…

De bepaling dat de huizen bedoeld waren voor mannelijke ambachtslieden werd strikt nageleefd: als een man overleed, moesten zijn vrouw en kinderen het hofje verlaten terwijl een man die weduwnaar werd mocht blijven. De regels zijn in de jaren ’30 versoepeld.

Door de komst van de Rijkshogereburgerschool in 1866 en concertgebouw Tivoli in 1871 was de Kruisstraat een drukke straat geworden en de gemeente wilde de straat verbreden. Plannen hiertoe werden in 1935 ingetrokken maar in 1955 alsnog uitgevoerd. Hierdoor moest de Stevensfundatie terrein inleveren…

De fundatie bouwde vervangende woningen in Zuilen…’

Naast de rij ‘vervangende woningen’ bouwde men een zaaltje. Dit zaaltje werd ook verhuurd voor ‘bruiloften en partijen’ en werd later verbouwd en uitgebreid. Sinds 2004 is het een hotel met 10 kamers in de organisatie van Holland Lodge Hotels.

Meer weten over de Prinses Margrietstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jacob Jonkerlaan

De Jacob Jonkerlaan werd genoemd naar de directeur van de borstelfabriek ‘Gebroeders Jonker’. Het hoofdkantoor van deze fabriek stond in Amsterdam. De borstelfabriek werd al in 1726 opgericht. Toen zij uitbreiding zochten was het vrijkomen van de dakpannenfabriek van J. Plomp een buitenkansje. Zij kochten het hele complex en vestigden zich ook in Zuilen. Zo ontstond aan de Daalseweg 171 vanaf 1910 een groot bedrijf dat al vóór de komst van Werkspoor actief was: de Borstelfabriek van de Gebrs. Jonker.

Het was zeker niet de opzet dat deze laan zo kort zal blijven. Als we kijken naar uitbreidingsplan nummer 6 van de gemeente Zuilen, dan zien we dat het plan inhoudt dat er een zeer brede laan wordt aangelegd die dezelfde schuinte volgt als de rivier de Vecht doet. Dit moet een laan worden vanaf de ‘Verlengde Prins Bernhardlaan’ (later de Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht, ter hoogte van de bocht waar nu het Nijenrodeplantsoen is. Tussen de nieuw ontworpen laan en de Vecht zou volgens deze plannen een grote villawijk komen te liggen. De Jacob Jonkerlaan ligt dan tussen de brede laan en de Prins Bernhardlaan in.

De plannen worden door de gemeente Utrecht direct van tafel geveegd: er komen dan veel te veel dure woningen in een buurgemeente te liggen en daardoor raakt Utrecht te veel geld kwijt aan de onroerendgoedbelasting. Maar jammer is het wel.

Uitbreidingsplan No. 6 van de gemeente Zuilen. In de bocht langs de Vecht grote kavels voor luxe villa’s, en veel galerijflats. O.a. op de plek waar later Het Schaakwijk werd gebouwd, maar ook de strook tussen de Amsterdamsestraatweg en de Burgemeester Norbruislaan werd volgebouwd met galerijflats.

In het korte Jacob Jonkerlaantje werden wel al woningen gebouwd die passen in dat uitbreidingsplan met grote woningen. (Het werden er slechts enkele.) Nummer 1 werd bewoond door de familie Dijzer. De heer Dijzer is een Zuilense gemeenteambtenaar. Naast hem woont de familie Demmink en de laatste woning aan deze kant is de plek waar de heer W.Ph. Snaauw zich thuis voelt. Aan de even kant staat slechts nummer 2 in de gids. Hier woont de familie J.C. van der Wilt. De heer J.C. van der Wilt is hoofd van de Koningin Juliana U.L.O.

Het pand op de hoek J.M. de Muinck Keizerlaan en de Jacob Jonkerlaan is een ontwerp van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

Als u door de laan loopt is het interessant om aan het eind van deze laan, bij het Queeckhovenplein, eens stil te staan en schuin naar rechts, richting de Vecht te kijken.

De flats aan het Queeckhovenplein zijn gesloopt en vervangen door een nieuwbouwproject dat de naam ‘Mezen en Merels’ mee heeft gekregen.

Op deze gronden stond het klooster Maria ten Dale (Mariëndaal) dat in 1596 werd gesloten.

Een deel van dit project Mezen en Merels is gereed maar er wordt gestaag doorgewerkt. Ondanks de gedane opgravingen in de jaren 60 van de vorige eeuw blijkt dat de bodem nog meer onvermoede vondsten heeft, uit de periode dat hier het klooster Mariëndaal stond.

Er is al een toezegging dat een deel van deze vondsten ook door het Museum van Zuilen tentoongesteld zal mogen worden. Maar bij het ‘ter perse gaan’ van deze tekst is hier nog geen nadere mededeling over te doen.

Meer weten over de Jacob Jonkerlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De J.M. de Muinck Keizerlaan

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Vooral door de komst van deze fabrieken (Werkspoor was met meer dan 5000 werknemers de grootste werkgever in de regio, en bij de Demka werkten op het hoogtepunt meer dan 2500 mensen) groeide Zuilen van nog geen 1000 inwoners in 1913, naar meer dan 26.000 inwoners op het moment van de annexatie.

De J.M. de Muinck Keizerlaan werd genoemd naar de directeur van de staalgieterij. De laan begon overigens als De Muinck Keizer’kade’ en kreeg in de middenberm een sloot, net als bijvoorbeeld de Burgemeester van Tuyllkade.

Voor een wandeling door de J.M. de Muinck Keizerlaan maken we gebruik van de stratengids die door de gemeente Utrecht in 1940 is uitgegeven. Hierin staan alle Utrechtsche en Zuilense straten, met per huisnummer de naam van de hoofdbewoner en zijn of haar beroep. In die periode hebben nog maar weinig vrouwen een ander beroep dan ‘huisvrouw’ en dat beroep wordt niet vermeld. Het blijkt dan ook dat 1940 nog lang geen ‘computertijdperk’ is en men veel langer over de samenstelling van het boek heeft gedaan dan nu het geval zou zijn. De opnamedatum is vermoedelijk rond 1938.

Dat houdt ook een behoorlijke beperking in. De laan is dan namelijk nog lang niet volgebouwd, we kunnen u alleen vertellen wie er rond 1938-‘39 woonden.

De woningen in deze rustige laan werden bijna allemaal bewoond. Omdat de brug over de Vecht nog (lang) niet in beeld is, kunnen we op onze wandeling van de rust in deze laan genieten.

Als we de J.M. de Muinck Keizerkade in 1938 inlopen vanaf de Daalseweg (Burgemeester Norbruislaan), dan doen we dat aan de oneven kant, rechts dus. Op nummer 3 woont W.C. van Asperen, hij is handelaar in tabakspijpen. De nummers 9 en 11 huisvesten beide een werktuigkundig ingenieur. In het laatste – dan bewoonde – huis aan deze kant woont J. Beugels, hij is machinefabrikant.

Bij de Prinses Irenelaan steken we over. Op de hoek komt nog het winkelcentrum ‘De Vecht’, dat in 2020 werd gesloopt om plaats te maken voor appartementen. De negen winkels die De Vecht vormden werden geopend door de toenmalige burgemeester van Utrecht, Jhr. de Ranitz. Hij stak op 21 november 1957 negen vuurpijlen de lucht in, na iedere pijl ging een winkeldeur open.

We lopen terug naar de Daalseweg. Hier staan meer huizen. Op nummer 16 woont H. van Vals, hij is onderwijzer en geeft les op de openbare scholen in Zuilen (eerst op school 1, later op school 4). Op nummer 10 heeft de gemeenteontvanger van Zuilen, de heer Plomp, zijn kantoor. Het is een dependance van het gemeentehuis.

De J.M. de Muinck Keizerlaan. Een rustige laan, totdat… een brug voor de ontsluiting van Overvecht noodzakelijk werd.

Op nummer 6 woont nóg een onderwijzer, H. van der Geer. Op de scholen in Zuilen kom ik geen Van der Geer tegen. Wie ik wel tegenkom is de bewoner van nummer 4, de heer J.P. Lamie. Hij is ambtenaar bij de gemeente Zuilen. Volgens de overlevering heeft de gemeenteontvanger ook een tijdlang kantoor gehouden op nummer 2-bis. In dat huis heeft na de annexatie ook de (dan ‘ex’) burgemeester van Zuilen, O. Norbruis gewoond.

Het is nu nog een beetje kale bedoening in de laan. Dat wordt goedgemaakt als na de Tweede Wereldoorlog het gemeentebestuur besluit om aan het begin van deze laan, in de middenberm, die is ontstaan na het dempen van de sloot in 1948, een monument voor de Zuilense verzetshelden op te richten.

Vanwege de bouw van Overvecht werd een brug gebouwd over de Vecht, in het verlengde van de J.M. de Muinck Keizerlaan. Vanwege de daardoor noodzakelijk geachte verbreding van de rijbanen werd het Verzetsmonument eind jaren zestig van de vorige eeuw verplaatst naar de huidige locatie.

Overigens: de sloot werd gedempt met vormzand dat geschonken werd door de directie van de Demkafabrieken. Dat maakt het plaatsen van het borstbeeld van J.M. de Muinck Keizer in de middenberm extra leuk.

Deze opname toont u de grote belangstelling die bij de onthulling van het Verzetsmonument in 1949 aan de dag werd gelegd door de vele genodigden.

Meer weten over de J.M. de Muinck Keizerlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Dr. Schaepmanstraat en het -plein

Begin wintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Dr. Schaepmanstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

Herman J.A.M. Schaepman (1844-1903) was een Nederlands dichter, Rooms-katholiek priester, theoloog en politicus. Het devies van Dr. Schaepman luidde Credo, Pugno (Ik geloof, ik strijd). Mgr. Schaepman werd vaak aangeduid als ‘de doctor’.

In de Dr. Schaepmanstraat woonde op nummer 14 de familie Van der Werff. De heer des huizes, A.A. van der Werff, was voorzitter van de Nederlandse Rooms Katholieke Steenfabriekarbeiders Bond. Om zijn verdiensten voor de bond werd hij opgenomen in de gemeenteraad van Zuilen. De grootte van zijn gezin, veertien kinderen, maakte het noodzakelijk dat hij de beschikking kreeg over twee woningen om hen te huisvesten.

De heer van der Werff werd wethouder voor de Katholieke Volks Partij.

De zoon van deze wethouder, A.J. van der Werff, kwam kort na de Tweede Wereldoorlog om het leven. Hij was instructeur in het Nederlandse leger en zag leerlingen oefenen met handgranaten, dummy’s. De instructeur zag dat er een echte granaat tussen zat, die bovendien op scherp stond. Hij bedacht zich geen moment, schreeuwde de leerlingen weg en hield de granaat tegen zich aangedrukt om zo de gevolgen van de ontploffing voor andere omstanders zo klein mogelijk te laten zijn. Een en ander volgens de officiële instructies (!). Hij heeft deze daad zelf met de dood moeten bekopen.

 De heer A.J. van der Werff (zoon van de heer A.A. van der Werff) offerde zich op door een handgranaat tegen zich aan te drukken. Zo spaarde hij verschillende levens. Hij kreeg een begrafenis met militaire eer. Hier verlaat men de St.-Ludgeruskerk. De leden van de NBS  afdeling Zuilen vormden een erehaag.

Het bestuur van de St.-Ludgerusparochie organiseerde jaarlijks een bijzondere collecte die ten goede kwam aan het missiewerk. Dit deed men met een zogenoemde missieweek. Om de aandacht van de parochianen – van wie er natuurlijk heel veel in de ‘Julianabouw’ woonden – goed in beeld te houden werd een ‘Missiekruis’ geplaatst in het perk van het pleintje.

Meer weten over de Dr. Schaepmanstraat en -plein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jan Overdijkstraat

Wie was Jan Overdijk? Daarvoor kijken we in een oud krantenknipsel dat melding doet van de plannen van woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’, om te gaan bouwen op het ‘Julianaterrein’:

‘Het zal onze lezers, zeker de oude Josephmannen aangenaam treffen, dat het bestuur van ‘‘P. J.’’[1] er in geslaagd is, de medewerking van den Zuilenschen gemeenteraad te verkrijgen voor het vaststellen van de volgende straatnamen: St. Josephlaan, Dr. Schaepmanlaan, Dr. Schaepmanplein, Forstmanstraat, Jan Overdijkstraat, Haarmanstraat en Van Eimerenstraat.

Zoo blijve in dankbare herinnering het vele goede, door twee geestelijke adviseurs en drie leeken-pioniers onder de schutse van ‘‘St. Joseph’’ voor de katholieke arbeiders in Utrecht verricht.’

De Jan Overdijkstraat gaat als onderdeel van Complex 2 van woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ door het leven. Omdat het, zeker in de tijd dat dit complex tot stand kwam (begin vorige eeuw) nog heel gebruikelijk was dat katholieke gezinnen groot zijn, werd in de bocht van deze straat ook nog complex 5 gebouwd. Dit zijn vier speciale woningen voor grote gezinnen en de laatste die ‘Prinses Juliana’ voor de Tweede Wereldoorlog liet bouwen.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het zijn dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Jan Overdijkstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. Het zijn uiteindelijk 102 woningen geworden die niet allemaal dezelfde afmetingen hebben.

Over een winkel in deze straat was tot de StraatReünie van 3 juli 2011 in het Museum van Zuilen niets bekend, maar tijdens deze reünie vertelde een mevrouw over de heer De Bruin die de voorkamer van nummer 53 ingericht had als kruidenierswinkeltje. Dus zijn we nu op zoek naar een foto van deze winkel(ier).

Een andere aanvulling werd ook nog gemeld: op nummer 36 woonde mevrouw Hattink. Zij gaf pianoles, en… zij stond model voor de Mariafiguur die in het keramiektableau verwerkt werd naast de ingang van de St.-Ludgeruskerk. – Het tableau kon met de sloop van de kerk niet gespaard worden. Hiervoor in de plaats werd een muurschildering op ware grootte aangebracht op de zijmuur van de flat aan de Amsterdamsestraatweg die op de plaats van de kerk gebouwd werd. – De bakker kwam er (zoals in zovele straten) aan de deur. Ook de heer Klaarenbeek bijvoorbeeld, hij was de broodbezorger van bakker Versteegen. Klaarenbeek heeft in de Jan Overdijkstraat al snel zijn grote liefde gevonden en begon na zijn huwelijk samen met zijn vrouw een bescheiden kruidenierswinkeltje dat uitgroeide tot een grote zelfbedieningszaak op de hoek van de Johannes Gerobulusstraat en de Van Egmontkade.

Op nummer 57 woonde de familie Ummels. De heer Ummels heeft zich als voorzitter van de buurtvereniging vele jaren ingezet voor de bewoners van de ‘Josephbouw’.

De Jan Overdijkstraat in aanbouw. (Foto: Het Utrechts Archief)

Meer weten over de Jan Overdijkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

[1] P.J. staat voor Prinses Juliana. De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Jopseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

Oud Nieuws 7 december 1959

Schoorsteen in brand

Zondagmiddag om drie uur vloog de schoorsteen van perceel 87 in de Utrechtse Balderikstraat in brand. De vrijwillige Zuilense brandweer doofde het vuur.

Fotobijschrift: De fotograaf is weer eens te laat geweest. Zijn fiets staat er nog, voor het raam van nummmer 87.

Oud Nieuws 5 december 1962

Ondeugdelijke schoorstenen

Driemaal heeft de Utrechtse brandweer te hulp moeten komen omdat er moeilijkheden waren ontstaan met een petroleumkachel of schoorstenen.

Mejuffrouw W.A. Waterland, die op kamers woont in perceel Hieronymusplantsoen 2, is tegen haar petroleumkachel gelopen, zodat hij om viel. Een matras raakte in brand. Met een nevelstraal is het vuur gedoofd.

Voorts heeft de brandweer omstreeks 22.30 uur de brandende kachel het huis uit gedragen van de familie Van den Boogaard, Hazelaarstraat 76. De heer Van den Boogaard had hulp ingeroepen, omdat hij op een zolderkamer gassen had geroken. Hij had goed geroken, want het bleek dat er scheuren in de schoorsteen zaten:

Verder heeft de brandweer een schoorsteenbrand moeten blussen in het tehuis van de zusters van Goddelijke Voorzienigheid aan de St.-Ludgerusstraat 1. De enkele jaren oude teerlaag in de schoorsteen had vlam gevat. Veel schade werd er overigens niet aangericht.

Fotobijschrift: Het klooster in de St.-Ludgerusstraat, hoek St.-Willibrordusstraat. Werd eind jaren zeventig gesloopt om plaats te maken voor de flats van de Ludgerhof.