Het Werkspoorplein

Het Werkspoorplein werd vernoemd naar de fabriek uit Amsterdam die in 1913 de Wagon- en Bruggenfabriek op Zuilen’s grondgebied opende.

Het Werkspoorplein hoort bij de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

Het Werkspoorplein

Voor een rokertje kon u rond 1940 nog terecht bij E. Verkuil, Werkspoorplein 3.

Het plein werd na de Tweede Wereldoorlog gebruikt als verzamelplaats waar de optochten die door Zuilen trokken van start gaan. Maar er is misschien nog iets dat u niet weet van het Werkspoorplein. Hier stond namelijk een prachtige houten muziektent. Een van de drie die in de geschiedenis van Zuilen voorkomen. (De twee andere muziektenten stonden op Groenhoven in Oud-Zuilen en in het Julianapark.)

Deze muziektent werd geschonken door de directie van Werkspoor toen de bouw van Elinkwijk voltooid was. Om iedereen die het maar wilde van dit genereuze gebaar op de hoogte te brengen, liet de directie aan beide zijden van het plein een gedenksteen plaatsen.

Op één van deze stenen werd, onder een afbeelding van een grote locomotief, de tekst gebeiteld: ‘Ter herdenking van de oprichting in 1914 van de n.v. Bouwvereeniging ‘‘Elinkwijk’’ door den heer J. Muysken, directeur van Werkspoor en leider bij den opbouw wordt dit plantsoen aangeboden door den heer W. Spakler, voorzitter van den raad van beheer.’

Op de andere steen staat onder een rijtje woningen de tekst: ‘Als herinnering aan de voltooiing van den woningbouw in 1927 wordt dit plantsoen aangeboden aan de bewoners van het tuindorp Elinkwijk en aan hunne zorgen toevertrouwd.’

Utrechts Nieuwsblad 5 juni 1928

Zuilen.  B u u r t v e r.  N i e u w  Z u i l e n. Deze vereeniging geeft Dinsdagavond 5 Juni haar derde concert in de muziektent op het Werkspoorplein in “Elinkwijk” uit te voeren door de Muziekvereeniging “Kunst en Strijd” onder directie van den heer P. v.d. Hurk.

De (gemoderniseerde, geel geschilderde) muziektent die op het Werkspoorplein stond. Alles ter verhoging van de gezelligheid was aanwezig: prachtige rondlopende banken, verlichting is er om ook ’s avonds vriendelijke deuntjes ten gehore te kunnen brengen. Een en ander werd nog voorzien van een keurig hekwerkje. Zulke dingen kwamen tot stand dankzij Werkspoor. Er werd in deze muziektent veel gespeeld… door de jeugd, muziekuitvoeringen werden er nauwelijks in gegeven. In de Tweede Wereldoorlog is ook al dit hout opgestookt. Wat een rotoorlog!

Meer weten over het Werkspoorplein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Huetlaan

De stad Utrecht kent een Busken Huetstraat. Die werd vernoemd naar een bekende Nederlandse letterkundige. Daar kon Zuilen in de wijk Elinkwijk niet mee uit de voeten. De Zuilense Huet‘laan’ dankt zijn naam aan Adrien Huet (1836-1899). Hij begon zijn werkzame leven bij een voorloper van Werkspoor in Amsterdam, te weten de Koninklijke Fabriek van Stoom en andere Werktuigen van de ondernemers Paul van Vlissingen en Dudok van Heel.

Huet studeerde in recordtijd af in Delft en werd daar later hoogleraar. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de studie werktuigbouwkunde in Nederland..

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Huetlaan

Volgens de tot nu toe beschikbare gegevens uit advertenties in oude kranten en periodiekjes, gecombineerd met het bestand uit 1938-’39 weten we over de ondernemers uit deze laan het volgende: in 1934 begon de heer Hessing, die op nummer 1 woonde, een schoonmaak- annex glazenwassersbedrijf. (Het Museum van Zuilen is op zoek naar een foto van deze man.)

Hessing verhuisde en dan gaat de bankwerker A. van Andel op dit nummer wonen.

Op nummer 3 woonde Boshoff, een elektricien, die als buurman op nummer 5 H. Berkhof begroette (die werkte bij de N.S.)

H.G. van den Dungen, zandvormer, werkte op nummer 7. ‘Zandvormers’ waren in dienst bij Werkspoor en Demka: zij maakten aan de hand van de modellen een vorm in speciaal zand, waarin de te gieten stukken (staal bij de Demka en ijzer bij Werkspoor) werden gegoten.

Dit deden zij met behulp van tientellen stukken speciaal gereedschap: hoekenslikkers, zandhaken, lepels enz.

Op nummer 9 woonde O. Szimkat, hij was ‘staal’vormer bij de Demka. Op dit rijtje woonde ook nog een vertegenwoordigen (J.A. de Rooy), een metaaldraaier (Adr. Hufener) en een schilder (P.G. Langendijk).

Aan de even zijde van de Huetlaan woonde op nummer 2 een weduwe, op nummer 4 een portier van de N.S. (H. van de Ber), op nummer 8 woonde H. Majolée (walser), en op nummer 10 L. Kreijermaat ‘agent van politie’.

Een beroemde telg uit dit nest is Reinier J.P. Kreijermaat. Hij voetbalde als 9-jarige al bij Elinkwijk. Hij speelde ook negen jaar in het eerste elftal en kreeg vanwege zijn gedrongen stevige postuur gecombineerd met zijn stugge hoekige wijze van voetballen de bijnaam Beertje. Zijn debuut als midvoor van het eerste elftal maakte hij in 1951 op vijftienjarige leeftijd. Elinkwijk was toen net gepromoveerd naar de Eerste Klasse. Reinier speelde later succesvol voor Feijenoord, waar hij bijdroeg aan drie landskampioenschappen en Europacupwedstrijden speelde (in 1963 tot aan de halve finale). Reinier kwam twee maal uit voor het Nederlands elftal.

Tenslotte vinden we op de nummer 12 en 14 H. Michels (machine bankwerker) en B. Comes (ijzergieter).

Elinkwijk elftal 1955-’56. Staand v.l.n.r.: Cor van Kilsdonk, Wim Onink, Reinier Kreijermaat, Roel van Dijk, Piet Kraak en Jan van Capelle. Knielend v.l.n.r.: Eef Westers, Jan Klein, Wim de Jongh en Jan Huntink.

Meer weten over de Huetlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Leeghwaterstraat

De heer Leeghwater heeft voldoende van zich doen spreken om een straatnaam naar hem te vernoemen. Waterbouwkundige Jan Adtiaanszoon Leeghwater (what’s in a name) leefde van 1575 tot 1650 en had de leiding bij het droogleggen van tal van meren, zoals de  Beemster, De Schermer, Hij is ook de schrijver van het Haarlemmermeerboek.

De Stephensonstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Leeghwaterstraat

De Leeghwaterstraat is een korte straat waar geen winkeliers gevestigd zijn. Om u toch een idee te geven wie hier woonden (volgens een bestand uit 1938-’39 waarin per straat, per huisnummer wordt aangegeven wie de hoofdbewoner is en wat zijn/haar beroep is), stel ik hen aan u voor:

Op nummer 1 woonde de behanger J. Dolman.

Nummer 3 huisvestte P.G. Slot, arbeider bij Werkspoor.

Naast hem woonde A.S. Wijsman van beroep bankwerker. Dat was ook het beroep van zijn buurman op nummer 7: de heer E.H. van Pommeren.

Het wordt een heel fabriekje in deze straat. Op nummer 9 woonde de slijper J.Th. van Berkel en daarnaast woonden op de nummers 11 en 13 de families De Bruyne en Wijsman, van wie de kostwinners respectievelijk zandvormer en leemvormer als beroep hadden.

In het laatste huis aan de oneven zijde woonde de heer J. van den Aakster, die te boek staat als ‘werkman’

Zoals in de meeste gevallen heeft ook de Leeghwaterstraat twee kanten:

Aan de even zijde komen we op nummer 1 bij C. Koning, metaalbewerker.

Naast hem woonde de weduwe W.G.A. Hartsuijker-van der Vechte. Op de nummers 6 en 8 woonden J. Meijneke (gepensioneerd) en S. Lugten, draaier.

Als de draaier zich omdraaide naar de andere kant, kwam hij twee gepensioneerden tegen. Op nummer 10 W. Meijer en op nummer 12 W.J. Homburg.

 

Vermeldenswaard is nog een opmerkelijk knipsel uit een krant van 1934:

Utrechts Nieuwsblad 23 november 1934

 

Verplaatsing Hulppostkantoor Elinkwijk

De Directeur van het Postkantoor bericht ons, dat op Zaterdag 24 dezer na afloop van den dienst het hulppostkantoor te Elinkwijk verplaatst wordt van de Fultonstraat naar het in de onmiddellijke nabijheid gelegen perceel Wattlaan 4 hoek Leeghwaterstraat.

Zo hebt u een kijkje genomen in de Leeghwaterstraat van toen.

Het lijkt me sterk dat er straten in Zuilen of Utrecht, wat zeg ik, in Nederland waren, die fraaier versierd werden ter gelegenheid van de bevrijding dan die van ‘Elinkwijk’. Dit zijn de erebogen in de Leeghwaterstraat. Werkelijk fantastisch opgesierd met Rood Wit en Blauw, maar ook met heel veel groen.

Meer weten over de Leeghwaterstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Stephensonstraat

Deze straat werd genoemd naar de heer George Stephenson, een Engelse ingenieur die leefde van 1781 tot 1848. In 1814 ontwikkelde hij de eerste op industriële schaal bruikbare locomotief, zodat hij aan het begin staat van het spoorwegnet zoals dat in Engeland  en later elders tot stand kwam.

De Stephensonstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Stephensonstraat

In een bestand uit 1938-’39 blijkt dat er weinig ondernemers zitten in deze straat. Op nummer 13 zat G. van Norden met zijn handel in groenten.

Op de hoek met het Werkspoorpleintje (dat huis met dat leuke torentje) zit de heer I. Stoet. De heer Stoet kwam uit Amsterdam en zocht werk in of rondom Zuilen. Hij ging solliciteren in Oud-Zuilen en kwam terecht bij een molenaar aan wie hij vroeg of hij bij hem in dienst kon komen. De molenaar vroeg Stoet naar zijn voornaam. Toen Stoet vertelde dat hij Izaäk heette, was de zaak beklonken. De molenaar vond het namelijk erg boeiend dat hijzelf Jacob heette en al een knecht in dienst had die luisterde naar de naam Abraham.  (Izaäk, Jacob en Abraham zijn Bijbelse namen.) Later is I. Stoet voor zichzelf gaan werken en een melkwinkel begonnen aan de Wattlaan op de hoek Stephensonstraat.

‘Heel Zuilen’ kende de winkel van de heer Stoet. Hij was dan ook melkboer in Zuilen toen het begrip ‘heel Zuilen’ nog niet zo heel erg veel inwoners betrof. Schuin ertegenover stond vroeger het houten noodgebouw van de Openbare Leeszaal. – De Openbare Leeszaal werd later verplaatst naar de hoek Wattlaan-Amsterdamsestraatweg.

In de Stephensonstraat woonde op nummer 22 de familie Steigerwald. Toen zijn zoon een bijdrage bracht aan het Museum van Zuilen vertelde hij: ‘Mijn vader was tamboer bij het Zuilens Fanfarecorps en hij repareerde altijd de kapotgeslagen trommelvellen. We hadden nog een stukje bewaard’.

Van de familie Jacobs in deze straat is bekend dat zij in de Tweede Wereldoorlog een schaap in huis hadden. Zo vertelde de zoon des huizes, Hennie Jacobs: ‘‘Hennie, je vader komt er aan, met een schaap in een kinderwagen!’’ Nou, dat was lachen. Toen het schaap eenmaal in de schuur stond, hebben wij dat beest een naam gegeven. Dat werd Jopie. Maar Jopie moest natuurlijk ook eten en zo kwam Jopie terecht op het oude Herculesveld.’ Jopie heeft de Hongerwinter niet overleefd.

  • Het ‘Herculesveld’ was het terrein van voetbalvereniging ‘Hercules’. Op dit terrein bouwde men later de Celsiuslaan, Marie Curielaan, Kelvinlaan, Réamurlaan enz.

 

De foto blinkt niet uit wat duidelijkheid betreft, maar dat komt omdat de oorspronkelijke afbeelding een ansichtkaart is waarop drie foto’s boven elkaar te zien zijn. Die kaart droeg de heer Stoet altijd bij zich, ook toen hij al verhuisd was naar de Croesestraat. Het prachtige gebouw staat er (gelukkig) nog steeds, de leeszaal werd al lang geleden afgebroken. 

Meer weten over de Stephensonstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Dieselweg

De Dieselweg is genoemd naar Rudolf Diesel, die in 1858 als zoon van Duitse immigranten in Parijs werd geboren. Zijn schoolopleiding kreeg hij weer in Duitsland, waar hij ook bleef werken en wonen.

Diesel vond een motor uit die veel efficiënter was dan de toen in gebruik zijnde stoommachines. De dieselmotor was ook meer geschikt voor voertuigen, schepen en toepassingen in industriële bedrijven.

In 1913 vond Diesel onder nooit goed opgehelderde omstandigheden de dood bij een overtocht met de boot naar Engeland waarbij hij in het water belandde.

De Dieselweg is een van de eerste straten die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier ‘voor een lage huur’ een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen. De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Dieselweg

In de Dieselweg stond het badhuis ‘Elinckwijk’, dat op 23 juni 1926 werd op geopend. Op nummer 2 komen we dit fenomeen van vroeger tegen.

Voor de arbeiders van Werkspoor en Demka, die hoofdzakelijk uit Amsterdam en Groningen kwamen, werden woningen gebouwd. In betrekkelijk korte tijd werden door de Woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en de Bouwvereniging ‘Elinkwijk’ ruim zeshonderd huizen aan de woningvoorraad toegevoegd.

Bewoners moesten een ligbad ontberen, een bad in huis was toen alleen voor de rijken. Veel Later kwamen wel lavetten en douches, maar nog steeds geen baden. (Bij de directie van de grote fabrieken leefde het idee dat, als de werknemers hun handen maar wasten, zij van alle fabrieksvuil verlost waren.)

Een herinnering van een inwoner van Zuilen over het wassen thuis, zonder bad of douche, is: ‘Bij ons op de Daalseweg kocht mijn moeder eens in de week twee emmers heet water in de warmwaterwinkel. Ze vulde zo een grote teil met handwarm water. Daar gingen in: broer 1, dan broer 2, dan ik en tot slot de hond.’

De bouw van het badhuis aan de Dieselweg 2 door Bouwvereniging ‘Elinkwijk’ moest dan ook als een belangrijke stap voorwaarts in de hygiëne worden beschouwd. Met tien douchecellen en één badkuip was dit badhuis al vanaf de aanvang te klein, zodat de bezoekers soms uren moesten wachten voordat zij een douche of bad konden nemen.

De langverwachte uitbreiding laat op zich wachten: pas in 1964 wordt het gemoderniseerde en uitgebreide badhuis heropend en telt het 24 douchecellen.

Vanwege het geringe gebruik heeft men besloten het aantal ligbaden niet uit te breiden, ook na de verbouwing is er nog steeds één. De heropening bleef in Zuilen niet onopgemerkt, omdat de Utrechtse Stichting voor Badhuizen aan alle inwoners een gratis bad aanbood. Velen zouden daarvan dankbaar gebruikmaken!

In 1973 werd het badhuis gesloten.

Het badhuis van Zuilen. Een van de beheerders van het badhuis was de heer van Driesum. Als je langer dan de toegestane tijd in de doucheruimte verbleef, kon hij je met zijn gebonk op de deur hevig laten schrikken!

Meer weten over de Dieselweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Röntgenlaan

De Röntgenlaan dankt zijn naam niet aan de natuurkundige Röntgen die de naar hem genoemde Röntgenstralen ontdekte.

De Zuilense Röntgenlaan is vernoemd naar G(erhard) M(auritz) Röntgen (*1795 †1852)! Over deze G.M. Röntgen schreef de publicist A. Engelfriet: ‘… financierder was een zekere Röntgen, tevens eigenaar van de Rotterdamse Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, die een winstgevende lijndienst op de Rijn exploiteerde. Röntgen kwam met het eerste exploitabele spoorwegplan in Nederland.’

In het spoorwegplan van G.M. Röntgen was opgenomen een (niet uitgevoerd) plan voor een exploitabele spoorlijn tussen Rotterdam en Aken, een voorloper van de Betuwelijn. Het is juist deze ‘verdienste’ waardoor de laan naar hem vernoemd is, precies in een wijk waar de straten en lanen meestal vernoemd werden naar uitvinders die min of meer gerelateerd zijn aan de treinenbouw (Werkspoor) en het staalgieten (Demka).

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Röntgenlaan

De Röntgenlaan heeft (in de Zuilense periode, dus vóór 1954) weinig verhalen opgeleverd die vermeldenswaard zijn. Geen ‘winkel op de hoek’, geen markante figuren en geen bijzondere bebouwing. Om u toch wat wetenswaardigheden van deze straat te geven, plaatsen we hierbij de namenlijst van ‘de hoofdbewoner en zijn beroep’, per huisnummer. Dit is de situatie omstreeks 19338-’39 zoals die voorkomt in het adresboek van de gemeente Utrecht (waarin ook de Zuilense straten worden vermeld).

 

1   J. Peffer                    vormer.

3   B.G. Rademaker      schoenmaker.

5   J. van Zoelen           bankwerker.

7   F.W. van den Broek voorm. arb. N.S.

9   L.J. van Nuss          walsendraaier.

11 G. van Dijk               los arbeider N.S.

13 J.P.L. Borgers          sjouwer.

 

2   J. Jansen                 grondwerker.

4   G.J. Rietschoten      rijtuigmaker.

6   J.J. Bakkenes          gepensioneerd lid Gem. Raad v. Zuilen.

8   Chr. de Wolf            gepensioneerd agent van politie.

10 F. Waalst                 stoker.

12 W.A. van Baaren     electrisch lasscher.

14 P.J. Lommen           smeltersbaas.

Zoals u ziet woonden in de Röntgenlaan dus ook mensen die niet op de fabrieken van Werkspoor en Demka werkten.

De Röntgenlaan, gefotografeerd maart 1999. Foto van Het Utrechts Archief.

Meer weten over de Röntgenlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Siemensstraat

De combinatie van uitvindingen van Carl Wilhelm Siemens en Pierre Emile Martin brachten rond 1860 een nieuw fabricageproces voor de vervaardiging van staal uit ruwijzer(schroot). Het zogenaamde Martin-Siemensproces werd tot de jaren zeventig van de vorige eeuw toegepast, ook bij Demka de grote staalfabriek in Zuilen. De Siemensstraat is een van de eerste straten van Elinkwijk, de wijk die in Nieuw-Zuilen werd gebouwd voor de werknemers van de twee grote fabrieken die in Zuilen neerstreken: de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor en Staalgieterij Demka.

N.V. Bouwvereeniging Elinkwijk

Door de komst van Werkspoor (1913) en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen voor de duizenden werknemer in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Siemensstraat

De Siemensstraat is maar een korte straat, zonder de ‘winkel op de hoek’, wat tijdens de bouw van deze wijk een vrij algemeen gegeven was. Toch vinden we wel wat zelfstandige ondernemers hier. Op nummer 11 woonde de heer Wijsman. Hij ventte groenten in het dorp Zuilen maar had geen winkel.

Bij zijn buurman konden de inwoners van Zuilen terecht die met hun zuur verdiende centen een gokje willen wagen. Daarvoor moesten zij zich vervoegen op nummer 13 (what’s in a number?) bij de heer X.J. Noz. Hij adverteerde namelijk dat hij loten verkoopt.

De heer Noz verliet dit huis(nummer) en we vinden hem later terug op de Amsterdamsestraatweg. Daar groeit zijn bedrijf door de verkoop van ticket voor evenementen.

Op de hoek Wattlaan woonde op nummer 19 mejuffrouw Van Deursen. Zij was gediplomeerd coupeuse en ‘biedt zich aan voor het maken van mantels vanaf ƒ 6,-’. Mejuffrouw Van Deursen heeft hier ook een ‘Opleidingsschool voor Costumiére, Coupeuse en Coupeuse leerares’.

Niet iedereen in deze straat werkte bij Werkspoor of Demka (wat vaak gedacht wordt). De heer Van Rooijen op nummer 7 werkte bij de P.T.T., de kostwinners op de nummers 2 en 19 werkten bij de N.S. en op nummer 8 woonde de heer J.H. Cromjongh, hij was ‘muziekonderwijzer’.

In het zoeken naar de historie van Zuilen is onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen die rond 1950 uitgezonden werden voor de politionele acties (oorlog) in Nederlands Indië vanwege de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië.

Uit de Siemensstraat zijn bekend de heren J.F. van Hout, Siemensstraat 4, J.F. van Rooijen en zijn broer J.W.E. van Rooijen, Siemensstraat 7 en Th. H. Schreijer, Siemensstraat 19.

Het is onwaarschijnlijk dat er straten in Zuilen of Utrecht, zelfs in Nederland waren, die fraaier versierd werden ter gelegenheid van de bevrijding dan de straten van ‘Elinkwijk’. Hier zien we een werkelijk fantastisch opgetuigde Siemensstraat met rood wit en blauw, maar ook met heel veel groen.

Meer weten over de Siemensstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Fultonstraat

De Amerikaanse ingenieur en uitvinder Robert Fulton leefde van 1765 tot 1815. Fulton werkte lange tijd in Engeland en Frankrijk waar hij zonder veel succes experimenteerde met de verdere ontwikkeling van stoomboten zoals met een exemplaar dat in 1802 op de Seine voer. Een door mankracht aangedreven onderzeeboot werd eveneens geen succes.

Wel een groot succes werd, na zijn terugkeer in Amerika, een door hem ontworpen stoomboot, die het vervoer over water definitief veranderde.

N.V. Bouwvereeniging Elinkwijk

Door de komst van de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor (1913) en Staalgieterij Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Fultonstraat

In de Fultonstraat komen we geen enkele winkel tegen en er zijn geen scholen of bedrijven bekend. De enige foto in de collectie van het Museum van Zuilen, is van een ter gelegenheid van de Bevrijdingsfeesten na de Tweede Wereldoorlog versierde Fultonstraat.

Gelukkig schreef Lieneke Blom, Fultonstraat 13 haar herinneringen aan de straat voor ons op:

‘Ik ben in 1936 geboren in de Fultonstraat. Onze wijk lag tussen de fabrieken van Demka en Werkspoor in. Dat was in de oorlog, met de bombardementen en beschietingen vanuit de lucht een gevaarlijke omgeving.

In deze fabrieken werkten duizenden en mensen. Bovendien lag naast de Demka ook nog een spoorbrug over het Merwedekanaal, daarover kwamen de treinen uit het hele land. ’s Avonds kwamen heel erg vaak vliegtuigen over vliegen, die hingen hoog in de lucht en als die schoten stond alles in lichterlaaie.

Een keer kwamen er vliegtuigen en die gooiden bommen op de Demka. Mijn moeder riep toen vanaf de overloop boven “Er vliegen allemaal armen en benen door de lucht!” Gelukkig was het slechts een houtstapel bij de Demka die in de lucht vloog!

Mijn vader had met mijn broer in de tuin een ondergrondse schuilkelder gegraven. Ze dachten: “als er een bombardement komt zijn wij daar een beetje veilig”. Ook onder de vloer in de kamer was een luik met een schuilplaats. Tussen twee kasten was ook een schuilplaats, daar werden koffers, schoenen en andere dingen voor gezet. Er was wel eens een razzia en dan vlogen de mannen naar boven, kropen tussen de kasten en bleven daar wachtten totdat alles veilig was…

Op een dag waren we aan het hinkelen toen er in de Bessemerlaan op de hoek twee grote Duitse vrachtwagens stopten bij een huis waar een familie een joods meisje, Roosje, in huis had. De soldaten schopten de deur kapot, het meisje moest mee. Mevrouw Köhler, niet de moeder van Roosje, deed er alles aan om te voorkomen dat Roosje werd meegenomen. Toen moesten ze alle twee mee! De mevrouw is na de oorlog niet meer teruggekomen, Roosje wel’

Dit is (voor alle duidelijkheid) de Fultonstraat die op schier onnavolgbare wijze is versierd. Een grote erehaag en volop versieringen met vlaggen van de bevrijders: Engeland, Amerika en Rusland hangen bovenaan. De Zweedse vlag ontbreekt natuurlijk ook niet. Links op het straatnaambordje staat: Dank Aan Zweden.

Meer weten over de Fultonstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Muyskenweg

Deze weg werd vernoemd naar Ir. Joan Muysken, directeur van Werkspoor, toen in 1912 het besluit viel om een deel van de fabriek te Amsterdam te verhuizen naar Zuilen. J. Muysken overleed op 62-jarige leeftijd in 1928.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst van Werkspoor (1913)  en Demka (1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Muyskenweg

De Muyskenweg was al een deel van een oudere bestaande weg, lopende van de Lageweide naar de Amsterdamsestraatweg  voordat het kanaal werd gegraven. Na het overlijden van de heer Muysken kreeg deze weg zijn naam. Van de periode ervoor zijn verschillende namen bekend: de Kanaalweg, Havenweg en het Staalweggetje komen voor.

Op nummer 25 werden de fietsen en tandems verkocht en ook verhuurd. Op dat nummer woonde toen de familie Meeuwsen. De heer J.C. Meeuwsen was kraandrijver bij Demka en hij kwam in de oorlog om tijdens een bombardement op de fabriek.

Zijn vrouw zette deze nering voort met de heer Van der Kwast die als knecht al in de zaak werkte. De heer Van der Kwast begon met de heer H. Roerhorst later een lasbedrijf aan de C. van Maasdijkstraat.

Iets verder, op nummer 41, woonde de heer Beaumont, die op schaal hele kermissen maakte. Daarvan stonden meestal een of meerdere exemplaren in de ‘voorkamer’. De heer Beaumont maakte ze compleet met verlichting en de draaimolens konden ook draaien. Op een kermis hoorde vroeger ook ‘schuitjes’ (een schommelvariant) en ook die werden door zijn vaardige handen gemaakt.

Nog even verder woonde de familie De Jongh. Als de kinderen De Jongh in de jaren twintig van de vorige eeuw naar de lagere school – toen nog in Oud-Zuilen – liepen, mochten zij onderweg in het kruidenierswinkeltje van de heer Van der Vaart, net om de hoek van Amsterdamsestraatweg, twee toffees kopen.

Aan het begin van deze straat was aan de rechterkant nog wat open bebouwing, de boerderij die op de hoek met de Amsterdamsestraatweg stond. Nadat de boerderij gesloopt was, kon Demka verder uitbreiden en werd de gehele rechterkant van de Muyskenweg door de enorme fabriek in beslag genomen.

Aan het einde rechts stond de bedrijfsschool A.M. de Muinck Keizer. Op deze school werd de interne opleiding gegeven aan jong personeel dat bij Demka kwam werken.

Een van de vele schaalmodellen van een kermis die de heer Beaumont van de Muyskenweg maakte. Dit is de heer Beaumont zelf die de laatste hand legt aan de draaimolen.

Meer weten over de Muyskenweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Wattlaan

James Watt was een ingenieur en uitvinder uit Schotland die leefde van 1736 tot 1819. Watt verbeterde de stoommachine zodanig dat ook stoomlocomotieven daarmee aangedreven konden worden. De Wattlaan is samen met Bessemerlaan en de tussenliggende eerste straten het eerste complex van de N.V. bouwvereniging ‘Elinkwijk’.

De wijk ‘Elinkwijk’

Door de komst de Wagon- en Bruggenfabriek Werkspoor (1913) en Staalgieterij Demka.(1916) ontstond een grote behoefte aan woningen in de omgeving van de beide fabrieken. Om een ‘mooie tuinwijk’ mogelijk te maken werd de benodigde grond door de familie Elink Schuurman, voor een matige prijs verkocht. Om de familie voor dit gebaar te eren werd daarom aan de wijk de naam Elinkwijk gegeven.

Het bouwplan is van architect Karel Muller en omvatte: ‘… 310 huizen, met enkele uitzonderingen van winkelhuizen en beambtenwoningen, alle voor werknemers bestemd, die hier voor een lage huur een ruime woning met flinke tuin voor het kweken van groenten verkrijgen.’ De huizentypes verschillen enorm: grote woningen voor de chefs en bazen en kleinere voor de arbeiders.

De Wattlaan

De laan heeft een entree die er zijn mag: links en rechts van de Wattlaan staan twee huizen die de heer De Muinck Keizer, directeur van de gelijknamige fabriek (later ‘Demka’ genoemd), liet bouwen voor zijn zonen: Jan Menzo en Alle Sytse. Voorbij het pand aan de linkerkant ligt een groot ‘twee onder een kap’-perceel, de nummers 1 en 3 van de Wattlaan. Op nummer 1 woonde dokter M. Wilhelmy, huisarts in Zuilen. Nummer 3 was de woning van ir. W. Frings.

Schuin aan de overkant, op nummer 4, zat een postkantoor in een ‘gesloten huis’ (het pand was aan de buitenkant niet herkenbaar als postkantoor). Het kantoor stond onder leiding van de heer A.G. van Doorn.

In de Wattlaan kwamen we nóg een huisarts tegen: in het grote witte dubbele pand op de hoek met de Leeghwaterstraat woonde: dokter L.A. Wesley. Hij heeft in de Tweede Wereldoorlog samen met dokter J. Jong (de bedrijfsarts van Werkspoor) en andere collegae het initiatief genomen voor een noodhospitaal in het gebouw van de Openbare Lagere School 4. In de dubbele woning was later dokter Van de Velden gevestigd.

Voorbij de woning van dokter Wesley was een speeltuin die werd aangelegd voor de kinderen van Elinkwijk. Op dit terrein werd na de Tweede Wereldoorlog het zaaltje gebouwd voor de donateurs van de dan opgerichte ‘Stichting Elinkwijks Belang’ (SEB).

Naast de speeltuin stond een houten gebouwtje, waarin de Openbare Leeszaal werd ondergebracht. Na de verhuizing van een der zonen Muinck Keizer uit zijn woning op de hoek van de Amsterdamsestraatweg werd de Openbare Leeszaal in dat pand ondergebracht.

In 1928 zetelde op nummer 21 de heer H. Mackaay met zijn melkhandel. Hij werd opgevolgd door de heer G. van Dam met zijn boter- en kaashandel. In 1938 kwam het bewind in handen van de heer B. Hijwegen. Hij verkocht ook melkproducten.

Prachtige ansichtkaart van de Wattlaan, die goed laat zien dat ‘de fotograaf in de straat’ op nogal wat bekijks kon rekenen.

Meer weten over de Wattlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl