Het Schaakwijk

Na de Tweede Wereldoorlog werden de twee grote Zuilense industrieën, de wagon- en bruggenfabriek Werkspoor, en de staalgieterijen van Demka, van groot belang voor het herstel van de economie van ons land. Op korte termijn moesten de kapotte bruggen hersteld en het openbaar vervoer worden uitgebreid.

De beide fabrieken kwamen om in het werk, waarvoor personeel werd geworven in alle delen van het land.

Die werknemers wilden graag in de directe omgeving van de fabriek wonen.

Deviezentekorten beperkten echter de mogelijkheden sterk.

De Zuilense gemeentearchitect W.C. van Hoorn verwierf landelijke bekendheid met een gedurfd staaltje architectuur: de bouw van woningen die bekend kwamen te staan als ‘Het Schaakwijk’. Met deze woningen bracht Van Hoorn namelijk een record op zijn naam. Tot dan toe waren de bouwkosten van de goedkoopste woningen die gebouwd werden – in Bussum – ongeveer ƒ 7.500. Van Hoorn wist extra toewijzingen voor de bouw van woningen in Zuilen te bewerkstelligen, door dit project op te zetten, waarvan de woningen voor slechts ƒ 5.500 gebouwd konden worden. De eerste aanvraag betrof 120 woningen. In ‘Den Haag’ ging men uit van een rekenfout en Van Hoorn werd uitgenodigd de rekenfout even aan te komen wijzen. Toen bleek dat van een fout geen sprake was, mochten in plaats van 120 zelfs 240 woningen gebouwd worden, mét een lavet, waardoor de bouwkosten stegen naar het formidabele bedrag van 5850 gulden (!) per woning.

Terwijl men aan de voorkant nog aan het bouwen is, hangt de was al aan de lijnen bij de achterste woningen.

Het succesverhaal van de architect gaat nog verder, de woningnood was ook met de 240 flatwoningen nog lang niet opgelost en de in Zuilen aanwezige fabrieken – en dus de werknemers ervan – waren van zo’n groot belang, dat het uiteindelijk 360 woningen werden. De straten in dit wijkje werden genoemd naar schaakstukken en dat maakte dat de wijk ‘Het Schaakwijk’ genoemd werd.

Het Schaakwijk vanuit de lucht. Vanuit hetzelfde vliegtuigje, nu vanaf de andere kant gezien.

Het idee om de straten naar een (denk)sport te vernoemen, kreeg redactionele aandacht van verschillende kranten uit die tijd. Zo stond in het Utrechts Nieuwsblad van 6 september 1951:

Origineel denkbeeld

Ondanks alle moeilijkheden gaat de bouw van woningen in Zuilen gestadig door. De Prinses Margrietstraat, achter de Burgemeester van Tuyllkade gelegen, is al flink volgebouwd en de twee straten welke hierop zullen uitkomen zijn genoemd naar een tweetal schaakmeesters, de Max Euwestraat en de Stauntonstraat. Deze twee straten worden verbonden door de Pionstraat, Paardstraat, Loperstraat, Torenstraat, Damestraat en Koningstraat, genoemd dus naar de stukken van het schaakspel.

Een origineel idee van het Zuilens Gemeentebestuur dat wijde perspectieven opent voor toekomstige bebouwingen in stad en land. Dan staat ons wellicht in een voetbalwijk het Kraakplein, de Scheenbeschermersingel en het Terlouwplantsoen te wachten.

Op 16 november 1951 schreef men in dezelfde krant:

Schaaksimultaanseance te Zuilen

Woensdag 21 November wordt de eerste woning van de Schaakwijk te Zuilen door de Commissaris der Koningin officieel in gebruik gesteld en zal Dr. Euwe een Schaakstuk onthullen. Des middags drie uur wordt in het Juliana-Restaurant een simultaan-seance gespeeld tussen Dr. Euwe en een aantal Zuilense schakers. De burgemeester en de gemeente-secretaris zullen er aan deelnemen, en de volgende leden van Zuilense Schaakverenigingen: van de Schaakclub Zuilen: H.H.M. v. Garderen, H. Koudenburg, Th. Overes, Ds. C.J. v. Rooyen, M.M. Schoep en W. v. Weeren; van de Schaakclub Oud-Zuilen: A. Bregman, H. Bloemink, G. v. Kuyk, A.W. Koster, C. Oly en L. Stokkers; van de Schaakclub P.V.W.: N. Deller, E. Bocek, D. v.d. Werf, A. v.d. Steen. A.W. Emmerik en W. Doeland.

Laat de Zuilenaren maar schuiven, die weten met een schakende burgemeester aan het hoofd, de stukken best te hanteren. Dr. Max Euwe, die gisteren de gast van het gemeentebestuur was ter gelegenheid van de opening van de speciale schaakwijk, moest getuigen dat hij de handen vol had tijdens de simultaan-seance in het Julianarestaurant. Niet minder dan 32 Zuilense schakers namen het tegen de grootmeester op. Van hen moesten er 27 het veld ruimen. De heer C. Olij, van de schaakclub ‘Oud-Zuylen’, heeft zijn partij echter gewonnen. Vier partijen eindigden in remise, dit was o.a. die van burgemeester Norbruis, die dan ook ere-voorzitter van ‘Oud-Zuilen’ is, Ds C.J. van Rooijen, van ‘Zuilen’, A. v.d. Steen, van de P.V.W. Schaakclub, en S. de Vries  brachten het tot hetzelfde resultaat. ‘Een zware seance’, zeide Max Euwe. Zij heeft vier uren geduurd. Op de foto: burgemeester Norbruis verdiept in het schaakstukken-conglomeraat.

Meer weten over Het Schaakwijk en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Koppestokstraat

Koppestok was een veerman die in de zestiende eeuw werkzaam was bij Brielle. In 1572 besloten de Watergeuzen Brielle in te nemen.

Koppestok zou Bloys van Treslong hebben verteld dat in Brielle geen Spaans garnizoen was. De stad werd geplunderd en er werden diverse wreedheden begaan, waaronder de moord op de martelaren van Gorcum. – bron: Wikipedia.

De Koppestokstraat is slechts ten dele ‘Zuilens’. De grens met Utrecht liep ongeveer ter hoogte van nummer 37: alle hogere nummers hoorden tot de gemeente Zuilen, de lagere nummers hoorden bij Utrecht.

Overigens: in de, na de annexatie, door de gemeente Utrecht gehanteerde wijkgrens hoort de Koppestokstraat wél volledig bij de wijk Zuilen.

We maken een wandeling door de straat en vertellen u wat we aan informatie kregen van twee voormalige bewoners van de Koppestokstraat, de heren Beerthuyzen en De Rooij.

Voordat we gaan ‘wandelen’ is het van belang te weten dat veel van de woningen in de Koppestokstraat al jaren geleden gesloopt werden. Veranderende wooneisen maakte dat de woningen vervangen werden door nieuwbouw. Onze wandeling doen we door de straat in de nog oude situatie.

Ook goed om te weten is dat de woningen in deze straat tussen de Blois van Treslongstraat en de Van der Marckstraat (het Utrechtse deel van de straat) huurwoningen zijn, terwijl de woningen voorbij de Van der Marckstraat (grotendeels het Zuilense deel) koopwoningen zijn.

De bewoners van de huurwoningen in deze straat verhuisden zeer vaak. Zó vaak, dat het behang soms met punaises werd vastgemaakt, dan kon het bij het betrekken van een andere woning worden meegenomen!

Kinderen De Rooij staan voor het kolenhok. Onder de klep in het midden werden de kolen geschept.

De huurwoningen werden aan de achterzijde voorzien van een kolenhok. Dit vraagt voor de huidige generatie enige uitleg. Er is een tijd geweest dat vrijwel iedereen kolen stookte. Dat was een heel gedoe. Aan het eind van de zomer, tegen de herfst, kwam de ‘kolenboer’ de kolen brengen. Antraciet, eitjes, vijfjes en briketten waren de gebruikelijke soorten die verstookt werden. Ze waren bestemd voor de kolenkachel. Zo’n kachel stond in de huiskamer. Daarmee was de huiskamer in de meeste gevallen ook het enige vertrek in het huis dat werd verwarmd.

In één keer de hele kolenvoorraad van de komende winterperiode in de kachel stoppen was er natuurlijk niet bij. Daarvoor hadden de bezitters van een kolenkachel een ‘kolenhok’.

Vanuit de stad richting Zuilen zit rechts op de hoek Nicolaas Ruychaverstraat de slagerij. Tussen de woningen met de nummers 3 en 5 waren twee houten deuren. Deze gaven toegang tot het schildersbedrijf van A. Geesink.

Op nummer 7 zat ‘vloerlegger’ H.J. Kerkdijk. Een paar huizen verder, op nummer 11 woont de familie de Rooij. Nummer 19 was van IJzendoorn, behanger en stoffeerder.

De hoek met de Van der Marckstraat werd de winkel van Henk Pot.

Over de even zijde is minder te vertellen. ‘Op nummer 10 woonde Christiaanse, in de straat bekend als chauffeur bij het GEVU. De heer Kippers van nummer 22 werkte als timmerman voor de gemeente Utrecht en metselaar Hulsdouw van nummer 34 is later aannemer geworden. Hij heeft diverse werken op zijn naam staan.

Deze school aan de Koppestokstraat, begon als Utrechtse Openbare Lagere School. Foto van Het Utrechts Archief.

In 1929 werd op nummer 38 een openbare lagere school geopend. De school ging na vier jaar dicht, in verband met ‘inkrimping bij het onderwijs’.

In 1936 diende het parochiebestuur van de St.-Salvator parochie een verzoek in ‘om vier lokalen van het schoolgebouw aan de Koppestokstraat voor een te stichten school beschikbaar te stellen’.

Dit verzoek werd gehonoreerd en op 2 september 1937 deed de krant melding van de opening van de nieuwe school. Burgemeester Fockema Andreæ is dan niet bij aanwezig, het is een school voor rooms-katholiek onderwijs geworden, de Salvatorschool. Deze keer is een van de sprekers pastoor Ariëns.

De leiding van de school kwam in handen van de zusters van de Salvatorparochie. Enige opvolgende jaren wordt financiële steun gevraagd voor uitbreiding van de school, de bijbehorende speelplaats, leermiddelen (waaronder een trapnaaimachine), markiezen, enz.

De woning aan de Koppestokstraat 81 is versierd, de familie staat klaar om G. van ’t Land welkom thuis te heten. Hij was een van de Zuilense Nederlands-Indië-gangers.

Meer weten over de Koppestokstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Dr. Plesmanlaan

Albert Plesman werd 7 september 1889 geboren als zoon van een eierenhandelaar te ’s-Gravenhage. Hij trouwde op 27 december 1917 met Susanna Jacoba van Eijk, de dochter van een kaasfabrikant te Gouda. Uit dit huwelijk werden een dochter en drie zoons geboren.

Plesman was in 1915 gelegerd te Soesterberg, waar hij als beroepsofficier bij de gemobiliseerde Nederlandse luchtstrijdkrachten (toen de “militaire luchtvaartafdeling” genoemd) in 1918 zijn militaire vliegbrevet behaalde.

Plesman was mede organisator van de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam, die van 1 augustus tot 15 september 1919 gehouden werd. Er kwamen 800.000 bezoekers op af. Voor deze gelegenheid waren expositiehallen gebouwd, die na het evenement in gebruik werden genomen door Anthony Fokker voor zijn nieuw op te richten vliegtuigfabriek Fokker te Amsterdam-Noord.

Al deze activiteiten leidden op 7 oktober 1919 tot de oprichting van de N.V. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën (KLM), waarvan Plesman eerst administrateur en later directeur werd. Na de Tweede Wereldoorlog werd Plesman benoemd tot president-directeur van de KLM. Na het herstel van de door de oorlog geleden schade werd het bedrijf onder zijn leiding een luchtvaartmaatschappij van groot allure.

Plesman stierf in op 31 december 1953 in zijn geboortestad aan een hart- en vaatziekte.

Dr. A. Plesman (* 1889 –† 1953)

De Plesmanlaan is in oorsprong een laan zonder winkels. Er is wat geschiedenis van de laan op papier kunnen zetten, met dank aan oud-bewoner Harry de Keijzer.

Beetje opmerkelijk is de combinatie naam van de laan en de wijk: de Dr. Plesmanlaan grenst namelijk meer aan de wijk ’t Zand, waar de straten vernoemd werden naar architecten (Van der Pekstraat, Hanrathstraat, M. de Klerkstraat), dan aan de Vliegerswijk, waar de namen vernoemd werden naar Nederlandse luchtvaartpioniers als A.H.G. Fokker en Adriaan Mulder. Maar dat terzijde.

De flats werden gebouwd in drie woonlagen. Omdat later nog bebouwing zou kunnen volgen (als de Dr. Plesmanlaan richting Amsterdamsestraatweg zou worden doorgetrokken, maar men wist toen nog niet hoeveel woningen dat zouden worden) is de nummering van de even-zijde niet met ‘2’ begonnen, maar met nummer 40.

We beschrijven dankzij de eerder genoemde oud-bewoner een aantal van de bewoners aan de even zijde: in de twee flatgebouwen, die overigens werden gebouwd in opdracht van het bouwbedrijf van C. Plomp. Hier woonden verschillende Zuilense ondernemers. Zo vinden we in het namenlijstje van bewoners onder ander de naam Lamme.

De familie Lamme woonde op nummer 64. J.A. Lamme was de vader van twee Zuilense ondernemers: één ervan was Freek Lamme, die werd slager op de hoek De Lessepsstraat en de Edisonstraat.

In eerste instantie noemde hij de slagerij ‘De Tijdgeest’, maar toen in de Adriaan Mulderstraat een slagerij opende met dezelfde naam, wijzigde hij de naam en werd het Slagerij ‘Lamme’.

Onno, de broer van Freeks, zette de bedrijvigheid van zijn vader voort. Hij bouwde de door zijn vader begonnen leesbibliotheek uit met een kantoorboekhandel en groeide uit tot ‘Drukkerij Elinkwijk’ aan de Amsterdamsestraatweg. (Enige tijd zelfs aan beide zijden van de straatweg, waar we sinds begin deze eeuw een huisartsenpost en aan de overkant de Boni-supermarkt vinden).

Op de tweede verdieping, nummer 64 II komen we een andere Zuilense ondernemer tegen: T. Groenendaal, die de winkel van zijn vader, J. Groenendaal, voortzette. Die had een melkhandel in de De Lessepsstraat op de hoek van de Swammerdamstraat.

Op nummer 68 woonde de familie Vijver. H.J.W. Vijver was huisarts en verplaatste zijn huisartsenpraktijk naar de Amsterdamsestraatweg. Nadat hij het pand verlaten had kwam op het adres aan de Plesmanlaan tandarts Koning-Otten voor de gebitten van de Zuilense patiënten zorgen.

Op een facebookbericht uit 2014 over dokter Vijver wordt door verschillende oud-patiënten gereageerd: ‘Wat een fijne arts was hij, ik zie hem nog in zijn Citroën door de wijk scheuren. Menig arts in deze tijd mag daar een voorbeeld aan nemen’. Bas Mulder schreef: ‘Was ook onze huisarts, het was een kanjer’, en Jan van Elteren herinnerde zich: ‘Dat was nog een ouderwetse huisarts, die een hoop zelf deed. Geen assistente, geen afspraken. Als je bij hem langs wilde, moest je ’s morgens een nummertje halen. Zijn praktijkruimte was absoluut ontoegankelijk voor rolstoelen! Maar wel een hele fijne huisarts!’.

Zuster Mien van Kouterik in haar nieuwe onderkomen.

Op nummer 70 komen we nog meer gezondheidszorg van Zuilen tegen: op dit adres woonde namelijk zuster Mien van Kouterik van het Oranje-groene Kruis. Zij is de wijkzuster die het bewind voert in het wijkgebouw in de flat, waarover in het Utrechts Nieuwsblad van 20 september 1957 te lezen valt: ‘Oranje-Groene Kruis opende modern wijkcentrum – aanwinst aan Plesmanlaan – Donderdagmiddag is aan de Dr. Plesmanlaan in de wijk Zuilen te Utrecht het nieuwste wijkcentrum geopend van de Stichting kring Utrecht van het Oranje-Groene Kruis. Het is een naar de eisen des tijds uitgerust medisch wijkcentrum, waarin tevens een consultatiebureau voor zuigelingen is gevestigd.

Op de parterre vindt u een modern ingerichte boxenkamer, spreekkamer van de arts en de wijkverpleegster en een magazijn met verplegingsartikelen. De wijkzuster is zuster M. van Kouterik. Het meest trots was zij op de babyweegschaal die een relatie aanbood aan het nieuwe wijkcentrum. Een schat van bloemen versierde na de plechtigheid de boxenkamer…’

De laatste huisnummers van de Dr. Plesmanlaan eindigen bij het Prins Bernhardplein. Ook daar werden flats in de stijl van de Dr. Plesmanlaan gebouwd, maar op de begane grond kwamen winkels. Aan het Prins Bernhardplein bouwde men ook de nieuwe parochiekerk voor de rooms-katholieke gelovigen van Zuilen, de St.-Jacobuskerk.

De St.-Jacobuskerk vanaf de Dr. Plesmanlaan.

Meer weten over de Dr. Plesmanlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Cornelis Smeenkstraat

De politicus C. Smeenk was lid van de Antirevolutionaire Partij. Met het boek Het volk ten baat van J. A. de Wilde en C. Smeenk zijn enkele generaties antirevolutionairen opgegroeid. De heer J. A. de Wilde was minister van Binnenlandse Zaken in het tweede en het derde kabinet Colijn (1933-1935 en 1935-1937), C. Smeenk was CNV-voorman en ARP-kamerlid tijdens het Interbellum.

De woningen in deze straat met oneven nummers werden gebouwd door de toenmalige woningbouwvereniging ‘Eigen Haard’, de andere helft kwam voor rekening van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De C. Smeenkstraat komen we ook tegen op ansichtkaarten van ‘Utrecht-Noord’. De wijk spreekt de kaartenmakers aan.

De C. Smeenkstraat gezien vanaf de winkelstrip aan de Minister Talmastraat. Links de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en rechts die van ‘Eigen Haard’.

Bij de beschrijving van de C. Smeenkstraat hoort ook de vermelding van het ‘wereld-beroemde’ Eerste Huisvrouwen Orkest Utrecht. Mevrouw H. Oort uit de C. Smeenkstraat was lid van dit orkest. Zij liet een foto zien van een wandkleed en vroeg of het Museum van Zuilen belangstelling had voor het kleed.

Op het wandkleed staat de tekst ‘Huisvrouwen Orkest Utrecht’. Tja, als het nou “Zuilen” was…’ Maar mevrouw Oort legde het uit. Dit orkest werd opgericht in 1953, enkele weken voor de annexatie, vandaar dat de dames het geen ‘… Zuilen’ noemden.

De leden van het orkest waren de dames uit de omgeving Van der Pekstraat, waarvan de echtgenoten lid waren van het mannenkoor ‘Aurora’. De leden van dat koor gingen ieder jaar een dagje uit, maar dan mochten de echtgenotes niet mee. Uit ‘wraak’ richtten zij het H.O.U. op. Daar hebben ze veel plezier aan beleefd: ze stegen boven de mannen uit en hebben vele optredens in het land en ook voor de televisie verzorgd.

Uiteindelijk kwam in de collectie van het Museum van Zuilen niet alleen het wandkleed, maar ook een door de echtgenoot van de voorzitster die bij de Demkafabrieken werkte een zelfgemaakt blik van een stoffer-en-blik-set – met inscriptie – een emmer (trommel), een stukje slang met ragebol (toeter), vaatkwasten (trommelstokken) en een doos vol verschillende hoedjes die bij de outfit van de dames pasten.

Omdat het showelement een steeds grotere rol ging spelen in de optredens werd na enkele jaren de naam Huisvrouwen Showorkest Utrecht.

Optreden als ‘Lou Bandy’ van het Huisvrouwen Show Orkest.

In de C. Smeenkstraat woonden twee families Kramer. Op nummer 17 A. Kramer, die meer dan 40 jaar als kernmaker bij de Werkspoor fabrieken werkte.

Op nummer 73 was het de heer H.W. Kramer die in 1954 werd benoemd tot brandwacht 1ste klasse.

Deze Kramer stond erom bekend dat in geval van een brandalarm hij meestal als eerste bij de kazerne arriveerde. Maar ja, hij woonde dan ook vrijwel ‘om de hoek’ van de kazerne.

Deze stoet is op weg naar de demonstratie i.v.m. het 12 ½ jarig jubileum van de Vrijwillige Brandweer Zuilen. De middelste figuur vooraan, in ‘t wit met witte pet is Adriaan Kramer.

Karel Tetenburg uit de C. Smeenkstraat 18 liet zich het allemaal maar welgevallen, hij was toch niet opgewassen tegen zijn vier collega’s van Werkspoor. Dan kun je maar beter proberen ervan te genieten en zo te zien vindt hij het allemaal wel leuk

Meer weten over de C. Smeenkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Clement van Maasdijkstraat

Begin 1910 leerde Clement van Maasdijk in Frankrijk bij Farman vliegen. Met een Sommer tweedekker kwam hij terug in ons land en gaf o.a. te Heerenveen en Arnhem vliegdemonstraties. Deze laatste werden hem noodlottig. C. van Maasdijk is het eerste offer, dat Nederland hiermede bracht aan de vliegerij. Het monument voor de gevallen vliegers staat dan ook op de meest aangewezen plaats.

De C. van Maasdijkstraat kent bijna geen winkels, ‘alleen maar’ huizen, een Vliegermonument, een Beatrixboon en -bank en een school. Gelukkig woonde in een der huizen de heer Osinga, onderwijzer op de Openbare Lagere School 2 (later de Prins Bernhardschool, en tegenwoordig deel uitmakend van het Vorstelijk Complex) te Zuilen.

Waarom noem ik hier specifiek de heer Osinga? Hij fotografeerde als hobby en zijn zoon bracht in 2010 ongeveer 1600 negatieven van foto’s die zijn vader maakte. Heel veel van schoolreisjes, leerlingen van de school, Sinterklaasfeesten enz. Maar ook mooie foto’s van o.a. de woning in de C. van Maasdijkstraat.

Prachtige foto van de heer Osinga, bewoner van de C. van Maasdijkstraat 3..

De Clement van Maasdijkstraat hoort bij de wijk Mariëndaal, de wijk die ook de Vliegerwijk wordt genoemd. De straten van deze wijk werden genoemd naar Nederlandse luchtvaartpioniers.

In deze straat bouwde men Zuilens eerste echte monument, een idee van de gemeentesecretaris, de heer A.J. van der Weerd. Als eerbetoon aan hem mocht hij de eerste steen van het Vliegermonument leggen.

Het leggen van de eerste steen van het Vliegermonument gebeurde onder grote publieke belangstelling.

Bij de onthulling van het Vliegermonument werd onder andere door Adriaan Mulder een krans aan de voet van het monument gelegd en tijdens zijn rede verschenen er 5 jachtvliegtuigen, die ‘op geringe hoogte een demonstratie gaven van wat de Nederlandsche luchtvaart thans presteert. Het gedaver was zoo groot, dat de rede telkens onderbroken moest worden’.

Burgemeester Norbruis sprak daarna nog een enkel woord en deelde mee dat er een oorkonde in het monument gelegd zal worden waarop staat: ‘‘In het jaar 1938, het jaar van het 40-jarig regeeringsjubileum van H.M. de Koningin, is op initiatief van den gemeente-secretaris, den heer A.J. van der Weerd, dit monument gesticht. De ontwerper is de heer W.C. van Hoorn. De Beeldhouwer is de heer J. Uiterwaal.’’

Het Vliegermonument kort na de opening en nog compleet met vijver.

In de geschiedenis van de straat valt nog iets op: veel van de woningen in de straat, het Vliegermonument, de Prinses Beatrixbank, de winkels en de school zijn ontworpen door de gemeente-architect van Zuilen, W.C. van Hoorn.

We hebben het dan over drie winkels, maar… zij hebben als postadres Wethouder D.M. Plompstraat. Toch maar even melden wie hier nering dreven.

Voor een duidelijk beeld: denk even dat u vanaf de Amsterdamsestraatweg de Wethouder D.M. Plompstraat in loopt, en ongeveer tien meter vóór de kruising met de C. van Maasdijkstraat staat u stil.

Aan uw linkerhand zat de melkhandel van J.A. van der Horst. Aan de overkant van de C. van Maasdijkstraat, op nummer 10 (van de Wethouder D.M. Plompstraat dus) zat korte tijd bakker B. Hus. In 1950 komen we al een advertentie tegen die aangeeft dat in dit pand brood verkocht werd door de opvolger van Hus: Herman Wijnhof.

De winkel op de hoek aan de oneven kant was de groentewinkel van de Groot.

Gemeente-architect W.C. van Hoorn drukte een groot stempel op de vormgeving van de bebouwing in de C. van Maasdijkstraat.

Ook de Ned. Herv. School is door hem ontworpen, waarmee hij voortborduurde op zijn uiterst succesvolle ‘Gele Scholen ’, die naast het vroegere Schaakwijk werden gebouwd.

In een tijd dat er (vanwege deviezentekorten) geen gymzalen, maar wél scholen gebouwd mogen worden, ontwierp Van Hoorn een school waarvan de lokalen, niet zoals tot dan gebruikelijk, aan een lange gang zijn gesitueerd, maar in een ruitvorm. De daardoor ontstane hall, is dan zo groot, dat hij als aula, of gymzaal gebruikt kan worden.

De lokalen op de eerste verdieping zijn bereikbaar via een wat smallere balustrade, waardoor de ruimte nog groter lijkt. Het hekwerk om deze balustrade kreeg versieringen van draadstaal. Dit waren verschillende figuren zie een schoolvak aangaven: een notenbalk voor muziekles, een telraam voor de rekenles, een landkaart voor aardrijkskunde, enz.

Ansichtkaart van de school aan de C. van Maasdijkstraat. Alle relevante gegevens staan op de ansichtkaart zelf, dus ik beperk me tot: ‘Zonder woorden’.

Meer weten over de Clement van Maasdijkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De F. Koolhovenstraat

Frits Koolhoven werd door A.H. Pasman, uitgever van het toenmalig huis-aan-huisblad ‘Zuilens Nieuwsblad’,  kort en bondig beschreven:

‘Behaalde zijn F.A.I.-brevet op 20 oktober 1910. Na belangrijke successen bij de vliegtuigindustrie in Frankrijk en Engeland keert hij in 1920 naar ons land terug in zijn auto branche. De F.K.–23 jager was een van zijn beroemdste producten in Engeland. Via de ‘Nationale Vliegtuig Industrie’ ontstond de fabriek der Koolhovenvliegtuigen op Waalhaven bij Rotterdam’.

De naar Koolhoven genoemde straat loopt grotendeels parallel aan de Westinghousestraat in de Oude Bouw. Het aantal winkels is op de vinger van een hand te tellen: in deze straat vonden we er slechts twee, waaronder wel een van de bekendste Zuilense rijwielhandelaren, die bovendien nog steeds bestaat, de winkel van Cor Macco.

Deze winkel kent vele verhuizingen: begonnen in een hal van schildersbedrijf Pijper aan de H. Wijnmalenstraat, ging later naar de hoek Adriaan Mulderstraat en de F. Koolhovenstraat, daarna verhuisde zoon Peter Macco de winkel naar de Amsterdamsestraatweg en tegenwoordig vinden we de winkel aan de Nijverheidsweg en treed (klein)zoon Jimmy in de voetsporen van zijn (groot)vader.

De fietsenwinkel van Macco op de hoek Adriaan Mulderstraat/F. Koolhovenstraat.

Veel winkels vinden we dus niet in deze straat, maar er heerst wel bedrijvigheid. Ingesloten tussen de Adriaan Mulderstraat, A.H.G. Fokkerstraat en F. Koolhovenstraat lag de ‘Electrische Melk Inrichting’ van Stam. Ooit van start gegaan in Vianen, vestigde Stam zich in de wijk Elinkwijk, groeide verder uit zijn jas en zette zijn melkgroothandel voort op dit terrein.

Interieur van de melkfabriek van Stam op het binnenterrein tussen de A.H.G. Fokkerstraat en de F. Koolhovenstraat. Menig bewoner van de F. Koolhovenstraat is wakker geschrokken van de rammelende melkbussen die bij de E.M.I. verwerkt werden.

Een wat minder bekende naam in het verzet van Zuilen is M. (Machiel) Kollaard. Hij maakte deel uit van het verzet, maar werd in 1941 al opgepakt. Hij werd verraden en heeft de oorlog vooral in de gevangenis van Sieburg doorgebracht. De werkzaamheden voor het verzet (onder andere het huisvesten van onderduikers) is voor de rest van de oorlog voortgezet door zijn vrouw. Tot verrassing van de familie kwam Machiel in april 1945 de huiskamer binnenstappen. Na de oorlog begon de heer Kollaard een ‘Scheveningse Vishandel’. Begin jaren vijftig met een haringkar op de Sweder van Zuylenweg (hiervan hebben nog veel werknemers van Werkspoor plezier gehad) en later in de winkel op de hoek van de F. Koolhovenstraat en Swammerdamstraat.

Op de andere hoek van de Swammerdamstraat en de F. Koolhovenstraat was een filiaal van de Nutsspaarbank gevestigd. Dat verhuisde later naar het Bisschopsplein.

Na de oorlog werd in heel Zuilen uitgebreid de Bevrijding gevierd. Optochten liepen door alle straten van Zuilen, iedereen liep mee, en iedereen was ook verkleed. Opmerkelijk is de organisatie (het bestuur van de buurtvereniging ’t Zand), die ervoor zorgde dat er in de ongelooflijk veel thema’s die werden uitgebeeld, bijna geen doublures liepen!

Bevrijdingsoptocht door de F. Koolhovenstraat: bakkertjes, clowns rooskapje enz.

De F. Koolhovenstraat lag nogal in de buurt van de staalfabrieken van J.M. de Muinck Keizer (Demka). Dat blijkt ook uit een van de herinneringen aan de straat die Peter John Buijs schreef naar De Oud Utrechter:

‘Staalfabriek

Als het ’s avonds stil werd in de buurt klonken nog de geluiden van de staalfabriek DEMKA waar ’s nachts werd doorgewerkt. Van de kranen die knarsten over hun rails. Van de smeltbekers die hun sissende inhoud loosden. De grommende walsen en het vallen van plethamers zo groot als een huis. De omes en tantes hingen nog wat na, achter, langs de poort. In de verte golfde, op de vochtige lucht, het geplof van een sleepboot die een konvooi motorloze aken over het Amsterdam-Rijnkanaal trok.’

Meer weten over de F. Koolhovenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Arnoldus Rotterdamstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was: A. Rotterdam werd geboren in 1718 en overleed in 1781. Hij komt voor op de lijst van predikanten die predikten in de hervormde kerk van Oud-Zuilen. Hij deed dat van 26 juli 1741 tot 1755.

Van de Arnoldus Rotterdamstraat zelf blijkt maar weinig te verhalen.

Op nummer 28 komen we bij de woning van de heer en mevrouw Pest. U kon de woning herkennen aan de speciale bel die Gerrit Pest heeft geconstrueerd. Het is ogenschijnlijk een normale trekbel zoals we die kennen van vroeger, zo’n koperen knop, waaraan een metalen draad zat die een (vaak ook koperen) belletje dusdanig in beweging bracht dat deze ging klingelen.

Maar als u aan deze bel trok, hoort u niet het gebruikelijke klingelen van een bel. Pest koppelde zijn trekbel aan een transformator en elektrische bel, zodat u heel onverwacht een schel belgeluid hoorde. Het lijkt wel goochelen, zullen we maar denken. Dat klopt dan ook helemaal. Deze Pest heeft in Zuilen naam gemaakt met zijn goochelkunsten. Niet onder zijn eigen naam, maar zoals in Hongarije gebeurde met de plaatsen Boeda en Pest die tot één naam werden samengevoegd, zo gebruikte de heer Pest de naam Boeda als artiestennaam. Hij goochelde (veel in het Pastoor Schiltehuis) onder de naam Boeda en heeft in het Utrechtse Gebouw voor Kunsten & Wetenschappen ook nog eens een Nationaal Congres voor goochelaars georganiseerd.

  1. van Lexmond herinnert zich nog dat tijdens de verhuizing van Boeda de man zelf niet heeft geholpen: hij speelde piano en is al spelende achter de piano in de verhuiswagen gezet.

Utrecht zou een beroemde goochelaar voortbrengen: Fred Kaps. Die was ‘wereldberoemd’ in heel Nederland. Niet veel minder beroemd, maar meer op Zuilen gericht, was deze man: Onze goochelaar Boeda! Een van de herinneringen aan hem gaat over een opmerking tegen zijn gelegenheidsassistent, een kind dat hij uit zijn publiek haalde en op het podium om medewerking vroeg: ‘Hou jij die schaar even in de gaten?’ Om dan even later quasi verwijtend op te merken: ‘Jij zou de schaar toch in de gaten houden?’ Als het slachtoffer dan met het zweet op de bovenlip tegensputterde dat hij of zij niet anders deed dan een optimale controle uitoefenen op eventueel misbruik van de schaar, kwam het grapje van de heer Boeda: ‘Maar je hebt je vingers niet door de gaten heen!’

In de Stratengids die door de gemeente Utrecht kort voor de Tweede Wereldoorlog werd uitgegeven staan ook alle Zuilense straten, met per straat en per huisnummer, de naam van de hoofdbewoner en zijn/haar beroep.

Bij de gegevens van de Arnoldus Rotterdamstraat valt op dat op de nummers 6, 8, 10, 12, 14 en 16 naast elkaar op rij, alle zes de hoofdbewoners bij de N.S. werken. Hun banen variëren van wagenmaker tot stoffeerder en leerling-machinist.

Een oud-medewerker van Werkspoor bracht meer dan 100 bedrijfsfoto’s naar het Museum van Zuilen. Een serie die in drie groepen te verdelen is: jubilarissen, De Leerschool en de Tweede Wereldoorlog. – Het  getuigt van een vooruitziende blik van de Werkspoordirectie dat zij een speciale fotograaf in dienst nam, die voortdurend foto’s voor het bedrijf maakte. Zo bleef de geschiedenis goed bewaard. – Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog was deze fotograaf, de heer Mulder uit de Arnoldus Rotterdamstraat, met zijn foto’s in de weer. Hoewel het niet een echte foto uit de Arnoldus Rotterdamstraat is, wil ik u toch een voorbeeld geven van het werk waar de heer Mulder druk mee was, en waardoor we nu een mooi kijkje kunnen nemen in zijn werk van ‘toen’.

Wat we hier geshowd krijgen is houten speelgoed en de makers ervan. Zij waren werknemers bij Werkspoor in Zuilen die, als vrijwilligers, dit speelgoed maakten ter gelegenheid van het aankomende Sint Nicolaasfeest. Het is 1943, er ligt dus niet zoveel speelgoed in de winkels, vandaar. Het vrouwtje links zit vast aan een loopstokje, zodat als je dit poppetje voortduwt de voetjes ronddraaien. Het takshondje is in twee delen, verbonden door een stukje soepel leder: zo schudt het achterlijfje als je het hondje voorttrekt.

Meer weten over de Johan van Andelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Nicolaas Sopingiusstraat

Nicolaas Sopingius (1545-1592) past als naamgever uitstekend bij de omliggende straten: Sopingius was achtereenvolgens Gereformeerd predikant in Oost-Friesland te Weener en Greetzyl, in Leeuwarden in 1578, in Utrecht van 1579 tot 1589 en in Breda van 1590 tot 1592.

Voor een beschrijving van Nicolaas Sopingiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat. Als we gaan wandelen door de straat merken we dat hier maar weinig winkels en slechts een klein aantal bedrijfjes gevestigd zijn.

Op nummer 1, hoek Hermannus Elconiusstraat zat kruidenier Droog. Over deze kruidenier schreef oud-bewoner Van den Eshof: ‘Kruidenier Droog werd bij ons thuis kortweg “Drogie” genoemd. Het winkeltje was op de hoek van de Nicolaas Sopingiusstraat en de Hermannus Elconiusstraat. Het werd bestierd door een ouder echtpaar dat naast de winkel woonde. Zij hadden geen kinderen. Wij hadden een opschrijfboekje, alles wat we haalden werd erin geschreven en wanneer het uit kwam werd er afgerekend! Toen ze te oud voor de winkel waren zijn ze in dezelfde straat blijven wonen, richting Joh. Uitenbogaertstraat. Er kwam een ijzerwarenwinkel voor in de plaats’.

Op nummer 9, op de hoek met de Johan van Andelstraat, zat volgens een advertentie van 24 juli 1936 K.H. de Buck. Hij had hier een brandstoffenhandel en heetwaterstokerij. ‘Kokend waschwater wordt de geheele week bij U aan huis geleverd, op de door U vastgestelde tijd tegen 8 ct per vaatje van 2 emmers. Vlugge bediening.’

Het was hard werken voor een mager belegde boterham. Hoewel de heer de Buck samen met zijn echtgenote er veel aan deed de winkel tot een succes te maken, kiest hij er na een paar jaar voor om bij de staalfabriek J.M. de Muinck Keizer te gaan werken.

De heetwaterstokerij wordt tegenwoordig (1938) voortgezet door de heer Bronius.

De heetwaterstokerij in de Nicolaas Sopingiusstraat bracht het warme water ook bij u thuis. ‘kokend waschwater wordt de geheele week bij U aan huis geleverd, op door U vastgestelde tijd tegen 8 ct. per vaatje van 2 emmers. Vlugge bediening’. Daarvoor had de heer de Buck de beschikking over een echte vrachtauto. Het vullen van de vaten en het laden van de vracht werd op de gevoelige plaat vastgelegd.

Een stuk verder zit aan de overkant J. Engelen met zijn meubelmakerij. In de verhalen over (dat is weer eens iets anders: ‘over’ en niet ‘van’!) de heer Pasman, de uitgever van het Zuilens Nieuwsblad, blijkt dat hij zijn uitgeverij en drukwerk begon in de Nicolaas Sopingiusstraat, maar waar precies is (nog) niet bekend.

Op de hoek met de Nicolaas Sopingiusstraat met de Johan Uitenbogaertstraat zit nog wel een winkel, al een tijdje zelfs, het is de kruidenierswinkel van Paul Koorn. Hij heeft als postadres de Johan Uitenbogaertstraat, maar omdat ook veel van klanten uit de Nicolaas Sopingiusstraat komen, schenken we ook aandacht aan zijn winkel.

Het echtpaar Koorn nodigt u uit voor een kijkje in hun rijkelijk gevulde winkel.

Meer weten over de Nicolaas Sopingiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Cornelis Mertenssstraat

Deze straat werd genoemd naar Cornelis Mertenss, predikant te Utrecht van 1585 tot 1589.

Voor een beschrijving van de Cornelis Mertenssstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Amsterdamsestraatweg aan de oneven kant. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

Op nummer 7 zit J. van Dijk met zijn handel in chocolade en suikerwerken. Na een lange rij woningen komen we bij nummer 47. Hier worden tijdens onze passage de ‘koloniale waren’ verkocht door de heer H. van Breukelen. Het pand heeft enige ‘geschiedenis’, maar het wordt een ingewikkeld verhaal:

Op dit adres is in 1934 J. Visser (de vader van ‘Visser’s Bandenhuis’ tientallen jaren gevestigd op de hoek Van Egmontkade-Marnixlaan) begonnen met zijn melkhandel. Visser begon hier, op de kruising van de Cornelis Mertenssstraat en de Werner Helmichstraat. Twee jaar later verhuisde Visser naar het pand op de hoek bij de Van Egmontkade, in het pand waar in 1953 de dochter van de bekende Zuilense schillenboer, Engel Grave, een van de eerste, maar zeker een van de bekendste snackbars van Zuilen begint: De Lekkere Hap.

Visser was in die periode al aan het samenwerken met Beer van Zijl, die in de Cornelis Mertenssstraat 59 een garagebedrijf had. Toen kort daarop Van Zijl naar de Marnixlaan vertrok is Visser gestopt met zijn melkhandel en heeft hij de garage en taxibedrijf verder alleen voortgezet.

Aan de ‘even-zijde’ van de Cornelis Mertenssstraat ontbreken de winkels, op de kerk en wasserij na, vinden we hier alleen maar woningen. De Oranjekerk op de hoek is nog in zijn geheel aanwezig. Wat veel mensen niet weten is hoe de achterkant van de kerk eruit zag. Die was vanwege de latere bebouwingen uit beeld. Maar de eerste bewoners van de Cornelis Mertenssstraat hadden nog wel een mooi zicht op deze kerk.

Nummer 38 huisvestte de familie De Keijzer. Een dochter vertelt:

‘Mijn vader, Johannes H. de Keijzer, had een verhuisbedrijf in de Cornelis Mertenssstraat 38 te Zuilen.

Alle drie mijn broers, Pé, Kees en Roel, hebben korte of langere tijd bij mijn vader gewerkt. Zij zijn later hun eigen weg gegaan.

Op 10 mei 1940, de Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken, stonden ’s morgens vroeg mannen voor de deur die in opdracht van het bestuur van de gemeente Zuilen de auto kwamen halen. Daarmee was mijn vader meteen zijn inkomsten kwijt. Gelukkig vond hij nog wat werk bij de broers van mijn moeder. Die zaten namelijk ‘‘in het fruit’’.

De verhuiswagen van mijn vader werd ingericht als EHBO-wagen. Voor zover mij bekend heeft hij gedurende de gehele oorlog nooit dienst gedaan. Trouwens, ook de verhuiswagen van de heer W. van Haarlem was gevorderd. De twee auto’s stonden binnen in de garage van de heer Raassink aan de Amsterdamsestraatweg en waren tegen het einde van de oorlog nog in zeer goede staat. Mijn vader dacht na de oorlog meteen weer te beginnen met verhuizen. Dat ging dus niet door, want een paar dagen voor het einde van de oorlog, namen de Duitsers alsnog de auto’s mee om de spullen te vervoeren voor de aftocht.’

Jaren later kreeg J. de Keijzer een vrachtauto toegewezen. Hij moest die zelf gaan halen in Frankrijk.

Kort na de Tweede Wereldoorlog wordt ook een buurtvereniging opgericht die actief is in de Cornelis Mertenssstraat. Deze vereniging plant in de straat een zogenoemde Vrijheidsboom. Om deze boom komt een jaar later een ‘bezienswaardigheid’: een door de smederij Van Leusden uit de Voltastraat vervaardigd sierhek, naar ontwerp van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

De vervangende verhuiswagen uit Frankrijk voor J. de Keijzer.

 Meer weten over de Cornelis Mertenssstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Hubert Duyfhuysstraat

Deze straat werd genoemd naar Hubert Duyfhuys (1531-1581). Zijn naam werd in de loop der jaren op veel verschillende manieren geschreven. Het Museum van Zuilen hanteert de schrijfwijze die door de gemeente Utrecht wordt gehanteerd, we schrijven in alle gevallen: Duyfhuys.

Voor een beschrijving van de Hubert Duyfhuysstraat ‘van toen’ kijken we in de Stratengids die door de gemeente Utrecht werd uitgegeven in 1940.

Hubert Duyfhuysstraat 1 huisvestte anno 1938 de familie Steinbergen. De heer A. Steinbergen was schilder van beroep. Zijn echtgenote Mientje maakte in een kamer van het huis een kapsalon. Toen Steinberger het pand Hubert Duyfhuysstraat verliet, begon in dit pand de heer Oude Wansink een kruidenierswinkel. Oude Wansink verkaste na enige jaren ook (naar de Sweder van Zuylenweg) en in dit pand kwam na de Tweede Wereldoorlog H. den Dekker (& Co.) zijn haarden en kachels verkopen. De winkel groeide uit tot een begrip in Zuilen. Medio 2010 werd de winkel opgeheven en kwamen er appartementen in dit pand, de oude woonkamer is wéér woonkamer.

De buurman van Den Dekker was B.A.J. de Hosson. Hij verkocht fietsen. Daarnaast zat kapper W.G. Ockhuijsen. Nu we toch hier zijn, kijken we ook even naar de overkant, daar zat op nummer 2 de ‘wasscherij’ van Jasper en op nummer 4 de winkel van het behang- en woninginrichtingbedrijf van Innikel. Zoon Sjerk Innikel werd in de Tweede Wereldoorlog na verraad opgepakt door de Duitsers. Aan zijn verwondingen stierf hij mei 1945. Zijn ouder werden hierover 28 oktober 1949 door het Rode Kruis geïnformeerd. Het Verzetsmonument was toen al af. Een oom van Sjerk heeft ervoor gezorgd dat de naam ‘S. Innikel’ alsnog op het monument werd vermeld.

We steken de Hermannus Elconiusstraat over. Op nummer 7 zat in 1938 nog kruidenier N. Breedijk. Later kwam in dit pand Snellenberg elektrische apparaten verkopen.

Th. Vlaar had zijn brandstoffenhandel in de Hubert Duyfhuysstraat 9. Kolen in alle soorten en maten bracht hij graag bij u thuis.

Thum Zwarthoed heeft met zijn vishandel nummer 9 in gebruik. Daarnaast zat drogisterij ‘In de Hubert’ van D.J. van de Bos jr. Hij had aan de andere kant J.C. van Hasselt naast zich. Die verkocht op nummer 13 aardappelen, groenten en fruit. Dan komen we bij een aantal woningen tot de hoek met de Johannes Uitenbogaertstraat.

Aan de even kant zat Simons op nummer 6 een handelaar in tabakswaren. We komen Simons nog een keer tegen en zelfs ook in deze straat. Op dít adres werd Simons opgevolgd door de groenten- en fruitspecialist P. Post. Hij stond zijn winkel af aan A.H. van de Akker. Die verkocht ook groenten en fruit. Post ging naar de Edisonstraat hoek St.-Ludgerusstraat.

Op 25 heeft een stoelendans plaatsgevonden. Een advertentie in 1934 geeft aan dat hier de gebroeders Westra een sigarenwinkel hadden. In een advertentie in 1935 werden deze producten aangeboden door A. van Dun. Een zoon van Simons gaf aan dat zijn vader naar dit pand verhuisde toen nummer 6 te klein werd. Aan de even kant zat op nummer 30 schoenmaker R. van der Pal.

We steken de Johannes Uitenbogaertstraat over. Vroeger stapten we dan zo de bakkerij van de heer Geissen binnen. Hij was filiaalhouder van bakkerij Do-Schat. Dit was het eerste filiaal van Do-Schat in Zuilen.

Aan de andere kant lopen we langs de Openbare Lagere School 3. Hoewel de school als postadres Johannes Uitenbogaertstraat 19 had, was hij zo nadrukkelijk aanwezig in de straat, dat we hem hier ook even vermelden.

De school werd opgericht op 30 september 1929 en op dinsdag 21 oktober 1930 ‘des middags om 2 uur’ officieel geopend.

De wandeling gaat verder. We komen diagonaal tegenover de school, op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat bij ‘Modelslagerij Zuilen’, die geleid werd door de heer G. Verwoerd.

Voorbij de school zit op nummer 35 de melkhandel van P. Doornenbal. In dit pand had de heer Amsing een verkooppunt van zijn bakkerij. Amsing verliet het pand begin 1935.

Aan beide zijden van de straat komen we geen winkeliers meer tegen.

Opmerkelijk is nog het verhaal over de bewoner van nummer 39-bis. Die is lid van de Apostolische Gemeente, waarvan de kerk in de Werner Helmichstraat staat. De bewuste bewoner werd bedlegerig. Dankzij de inzet van vrijwilligers kon hij de diensten toch volgen, omdat deze vrijwilligers een draadverbinding aanleggen, van de kerk om de hoek, over de daken, naar de woning van de patiënt.

Aan het einde van de Hubert Duyfhuysstraat kijken we over de Van Egmontkade zo de Jan van der Doesstraat in.

Openbare Lagere School 3, later de Prinses Ireneschool, kort na de oplevering. Een plaatje!

Meer weten over de Hubert Duyfhuysstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl