Wandelen in het Julianapark tijdens de Paaschdagen.

De Paaschdagen, mooie tijd om eens een kijkje te nemen in het Julianapark. Zelfs de weken erna mag u genieten van al het moois dat de natuur u biedt. Dat lezen we in het Utrechts Nieuwsblad van 12 april 1941:

Het Julianapark in de Paaschweken

—–

IN de weken, die op de Paaschdagen volgen, zijn het, wat Flora’s kinderen betreft, vooral de narcissen en de Chineesche Klokjes, die door hun bloemenpracht de aandacht trekken.

De bloemen van de in het Julianapark aangeplante Gele Trompetnarcis, Narcissus Pseudonarcissus L., die ook wel Paaschlelies genoemd worden, zijn geel van kleur en dragen een trompetvormige, aan den rand gekartelde bijkroon. Wat men gewoonlijk voor het bloemdek aanziet, is dit dus niet. Het bloemdek (wanneer er geen duidelijk verschil te zien is, spreekt men niet van een kelk en een kroon, maar van een bloemdek) zit als een zeshoekige ster aan den voet van de trompet.

Narcissus was in de Grieksche mythologie een jongeling, die, zich aan den oever van een plas over het water buigende. Verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld. Tot straf werd hij door de goden veranderd in de bloem van het bolgewas, dat wij thans onder dezen naam kennen.

Het vaderland van de narcissen is vooral Griekenland en Klein-Azië. Van de bloemenweelde gedurende enkele weken in deze des zomers zoo dorre streken, kan men zich hier te landen, waar de bolgewassen slechts aangeplant voorkomen, nauwelijks een voorstelling maken.

“Wanneer in Klein-Azië de winterregens voorbij zijn en de zon wel verkwikt, maar nog niet verschroeit, dan is het land er één bloemrijke weide. Wie het paradijs in zijnen bloei wil zien, hij aanschouwe er de aarde in Maart”.

In het Julianapark is een bijzonder fraaie Narcissengroep op het schiereiland bij het eilandje in den vijver.

De Chineesche Klokjes, de Forsythia’s, zijn zeer rijk bloeiende struiken met gele, klokvormige bloemen vóór of tijdens de bladontwikkeling. Ze zijn afkomstig uit China en Mandsjoerije, maar om hun fraaien en vroegen bloei in onze tuinen en parken tegenwoordig algemeen aangeplant. Er zijn verschillende soorten van, o.a. de Forsythia viridissima Lindl, en de Forsythia suspenda, variëteit Sieboldi zab, de laatste met dunnere, sterk overhangende takken. Iedere tak van een bloeiende Forsythia is als het ware met gele lampionnetjes behangen.

Bij oppervlakkige beschouwing is het denkbaar dat sommige menschen de Chineesche klokjes verwarren met de eveneens geelbloemige Winterjasmijn, Jasminum nudiflorum Lindl. Deze heeft echter groene-, de Forsythia daarentegen grijsachtig bruine takken. Ook bloeit de Winterjasmijn in een ander jaargetijde, n.m.l. in den naherfst en den winter en zijn de bloemen stervormig uitgespreid en vlak.

Naar wij vernemen zal het Bestuur van de Stichting “Het Julianaprk” binnenkort vergaderen. Teneinde met den plantsoenmeester overleg te plegen aangaande te nemen maatregelen, om de huisvesting der dieren in het park te verbeteren. Dit was ook wel zeer noodig geworden.

Julianapark

 

 

Het Julianapark komt uit zijn winterslaap (nu pas!)

‘Het Julianapark komt uit zijn winterslaap’: met de veelbesproken ‘opwarming van de aarde’ is de laatste decennia de lente steeds vroeger herkenbaar. In 1958 was dat nog niet zo, getuige dit bericht in het Utrechts Nieuwsblad van 9 april 1958:

Julianapark richt zich op uit winterslaap

… vervuld van lentegevoelens …

Een schuchter zonnetje op tweede paasdag en kriebelende lentegevoelens in het bloed deden vele Utrechters hun schreden richten naar het Julianapark. Er waren heel wat Utrecht-noordse-wandelaars die de frisse natuur opzochten in het park. Gele en paarse krokussen steken er, goedwillend hun kopjes uit de grond en roepen een welkom toe aan de kleuters, die tevergeefs aan de hand van vader en moeder rukken om bloemetjes te plukken.

Een enkele narcis steekt er de trompet en wiegt zijn gele bloem in de koude wind. De kleurige vogels kunnen hoewel ze er krachtig hun best voor doen de lente niet binnen-roepen. Vele hokken in het Julianapark zijn nog onbewoond. Alleen „lenteharde” vliegers en fladderaars laten hun luid geschetter horen.

In de vijvers snateren een paar koppels eenden, die overijld en waggelend op de kant klimmen als er brood te halen valt. In het water hebben ze de mededinging te duchten van grote karpers, die bellenblazend aan de oppervlakte komen en met de dikste korstjes in de bek weer verdwijnen.

Temiden van de dierengemeenschap staat een ouderwetse wagen van openbare werken. Want straks, als het werkelijk zomer zal zijn geworden, is het de bedoeling, dat het Julianapark vol leven en muziek zal zijn. Op de verwachte zwoele avonden zullen er in de muziektent concerten worden gegeven.

Er is een open ruimte waar de verplaatsbare muziektent kan staan. Dit terrein wordt thans geëgaliseerd en daartoe is een deel van het park afgesloten. Omdat het nog al eens regent tijdens de concerten heeft de plantsoendienst gemeend, dat men dan in ieder geval droge voeten moet houden. Het muziekterrein is vanouds een hellend vlak, onplezierig om op te staan. Van de zomer wordt dat anders. De plantsoendienst trok langs het wandelpad een muurtje op en maakt nu voor de af en toe verschijnende muziektempel een terras. In het midden wordt een muurtje gebroken door een trapje van enkele treden. Dit is niet de enige aspecverandering van het park.

Iets verderop staan de staketsels van een nieuw vogelhuis. De gemeente Utrecht heeft al aangekondigd dat er een hoeveelheid nieuwe in- en uitheemse bewoners zijn besteld.

JulianaparkIn het Julianapark te Utrecht wordt een groot muziekterras gebouwd voor de verplaatsbare gemeentelijke muziektent. Een hellend terrein wordt vlak gemaakt en daarvoor was een muurtje nodig  Dit werd opgetrokken van de kinderhoofdjes welke sedert onheugelijke tijden de bestrating vormden van de Hopakker.

De herten staren met goeiige ogen naar de veranderingen, die men bezig is aan te brengen in hun domein. De vijver wordt opgeknapt. Midden in het plasje van enkele tientallen vierkante meters is een eilandje verrezen. Men plaatste er struikjes op en iets van rietmatten naar het scheen. Het zal een broedplaats worden, voor de watervogels. Het ziet er nu nog drabbig uit maar de struikjes groenen al.

Met vaardige hand werken de tuinlieden aan het park. Strakjes barsten de kleverige kastanjeknoppen open en zullen de fris groene bladerkronen een schaduwplekje bereiden voor de wandelaar.

Als de zon maar schijnen wil, we blijven optimistisch, zullen over een week of wat de vaders luierend naar hun bruine kleuters liggen kijken op de speelweide. De moeders achter de kinderwagens zullen nieuwsgierig en vergelijkend blikken in de wagens van andere moeders en wellicht net zo trots zijn als de pauw die zich inkennig afwendt van de drukte, of zich met zijn bonte staart pedant koelte toewuift.

De volière in het Julianapark, toen het nog Park van Kol heette.

Jan Kol III heeft door tuinarchitect Copijn een Volkstuin aan laten leggen met uitheemse plant- en diersoorten. Het kreeg bekendheid als ‘Park van Kol’. Na de aankoop door de gemeente Utrecht werd – tot grote ergenis van de Zuilense inwoners, die het dan ook lange tijd (en vaak nóg) Park van Kol noemen – de naam ‘Julianapark’. Over een nieuwe aanwinst, ‘de volière’ schreef het Utrechts Nieuwsblad op 22 maart 1930:

Het park van Kol.

„De volière”.

In den loop van het vorige jaar hebben wij onze lezers eenige malen mededeeling gedaan omtrent de plannen van de Commissie voor het Park van Kol tot inrichting van een vogelhof in genoemd park. Reeds werd met de uitvoering van het plan een aanvang gemaakt en werden o.a. verschillende grond- en fundeeringswerkzaamheden verricht voor de in den uitlooper van den hertenkamp te maken natuur-volière.

Bij het intreden van den winter werd de arbeid tijdelijk gestaakt. Thans zijn, bij de komst van het voorjaar, met het ontluiken van nieuw leven in het park, ook waar de vogelhof gemaakt wordt, teekenen van nieuwe werkzaamheid te bespeuren. Aan den rand van den hertenkamp in de nabijheid van het rotsgesteente is men bezig een nachtverblijf voor de vogels op te trekken. Dit gebouwtje wordt geheel gemaakt door de leerlingen van de Nijverheidsschool voor de technische vakken. Op het gebouwtje komt een duiventil en de tijd zal niet ver meer zijn, dat de duiven de til bevolken en den bezoeker van het park tegemoet vliegen. Ook overigens zal weldra de vogelwereld van het park een fraaie uitbreiding ondergaan. Reeds hebben dezer dagen de schone kraanvogels die zich sinds den vorigen zomer in den dierenpark bevinden, gezelschap gekregen van een viertal prachtige flamingo’s, welke de Commissie kort geleden heeft aangekocht. Ook zijn daar eenige pauwen gearriveerd, waaronder een zeldzaam mooie, een geschenk van een inwoner van Vianen. Wanneer eenmaal de volière gereed is, wat op de levering van het hek en gaaswerk wacht, komen daarbij nog vele andere bijzondere vogels, zoowel door verschillende burgers vriendelijk geschonkene, als door de Commissie uit door haar inzameling verkregen gelden gekochte. Het zal dan, wanneer de verschillende mooie en zeldzame vogels, gelijk het plan is, eenmaal in een volkomen natuurlijke omgeving in de volière bijeen zijn, een kleurige en interessante hoek worden daar bij den hertenkamp. Nog eens vestigen wij de aandacht onzer lezers op het Giro-nummer der Commissie no. 153184 en op haar adres: Stadhuis, kamer no. 44.

Volière

De Volière in het Park van Kol mocht er wezen.

Over de gevolgen van de koude winters van toen…

‘Het zijn de winters van toen niet meer’. We beleven al de langste periode tussen twee Elstedentochten ooit. Het had zijn charme, maar de strenge kou had ook zijn ellende: bevroren waterleidingen, de bloemen op de (slaapkamer)ramen, zelfs kou onder de ‘gestikte dekens’. En dan de dieren. Hierover schreef het Utrechts Nieuwsblad op 19 februari 1947 het volgende artikel.

Julianapark-bewoners hebben het zwaar te verantwoorden

——

Vele dieren sterven er van de koude

Het anders zoo druk bezochte Julianapark aan den Amsterdamschen straatweg ligt nu stil en verlaten. Slechts de diep in zijn kraag gedoken Parkwachter en een enkele dierenvriend bewegen zich over de paden, terwijl de bevroren sneeuw onder hun voetstappen kraakt. Het bezoek aan het park loopt echter uit op een groote teleurstelling. Wel wordt men bij het betreden aangenaam verrast, als men bij het passeeren van het eerste het beste gebouwtje achter de ruiten een eend waarneemt, die met zijn snavel tegen het glaswerk tikt en u aankijkt alsof hij wil zeggen: ja, ik ben er nog! En even verderop ziet ge een pauw, die blijkbaar veel van de trotschheid heeft verloren, want ineengedoken staat hij in zijn hok. Alleen een groote zwarte kraai  schijnt nergens last van te hebben., want lustig vliegt hij heen en weer. Doch voor de rest is er weinig of niets te zien. Zelfs de hertenbevolking, die bij zonnig weer lustig over het sneeuwtapijt huppelt, heeft zich teruggetrokken en vindt het blijkbaar re koud. Voor de rest zijn vrijwel alle dieren opgekooid, in hokken ondergebracht, en ook daar hebben zij het inderdaad zwaar te verantwoorden. De steeds aanhoudende vorst maakt het vrijwel onmogelijk de dieren in goede conditie te houden. Pas toch heeft men de drinkbakken ontdooit en van versch water voorzien, of er vormt zich een alweer een nieuw ijslaagje en het drinken voor de beesten wordt moeilijk, zoo niet onmogelijk.

Het gevolg is dan ook, dat vele dieren sterven en mocht onverhoopt de vorst nog lang aanhouden, dan zullen ongetwijfeld velen volgen.

Onder de visschen zullen ook vele slachtoffers vallen. Wel worden de z.g. bijten geregeld open gehouden, doch als men in aanmerking neemt dat de vijver maar ruim een meter diep is, en het ijs waarschijnlijk tot aan de bodem reikt, dan begrijpt men wel, dat ook de prachtige collectie visschen sterk uitgedund zal worden.

Zoo biedt het in den zomer zoo prachtige Julianapark thans een triesten aanblik, en het is te hopen, dat spoedig de dooi zal intreden en er weer nieuw leven zal gaan heerschen!

zwanen in Julianapark

Later ging het Utrechtse gemeentebestuur bij grote vorstperiodes de zwanen vanuit alle parken en singels in de stad, onderbrengen in het Julianapark.

 

Prijzen Julianapark te hoog (in 1963 dus)

De Zuilense Gemeenschapsraad werd na de annexatie ingesteld voor de inwoners van Zuilen, ‘om inspraak te hebben’ bij de Utrechtse gemeenteraad. Werd na 10 jaar uit frustratie opgeheven. Het Utrechts Nieuwsblad  deed regelmatig verslag over de vergaderingen, ook over de te hoge prijzen in het Julianapark-restaurant op 12 februari 1963:

Gemeenschapsraad heeft:

Kritiek op de prijzen van Zuilens restaurant

„Het ging bij de opzet om een goedkope gelegenheid”

Het restaurant in het Julianapark in de Utrechtse wijk Zuilen is door zijn prijzen te exclusief, meende maandagavond de Zullense gemeenschapsraad. Teveel wijkbewoners kunnen er hierdoor geen gebruik van maken.

De opzet bij de (vooroorlogse) bouw door jeugdige werklozen was juist, dat de bezoekers van het park hier een goedkope gelegenheid zouden vinden om een consumptie te gebruiken, zei de heer Van der slot (PvdA). De hele gemeenschapsraad meende dat het weer zo moet worden, zij het dat de drankvergunning er moet blijven. Omdat de pacht op 1 januari 1965 afloopt, kan binnenkort over dit punt in de gemeenschapsraad een voorstel van het dagelijks bestuur worden verwacht.

 

Tweemaal kermis

Zo B. en W. akkoord gaan, komen er dit jaar in Utrecht-noord weer twee wijkkermissen. De eerste van 1-8 juni aan de Adriaan van Bergenstraat, waarvan het batig saldo voor de culturele en ontspanningsvereniging ’t Zand is. Begin augustus houdt de buurtvereniging Prinses Juliana dan een kermis, waarschijnlijk in de St.-Josephlaan. Als de hoofden van de Zuilense scholen hun leerlingen niet voor het schoolzwemmen naar Ozebi of Den Hommel willen sturen, omdat zij dat te ver vinden, willen B. en W. daar geen morele druk op uitoefenen. „Ze zouden met de bus kunnen gaan”, opperde de heer Lebbink (PvdA) en voorzitter De Wilde zag er een goede aanleiding in nogmaals aan te dringen op de bouw van een kinderinstructiebad in Zuilen.

Nog steeds schijnt het dagelijks bestuur van de gemeenschapsraad te pogen de wijkvereniging Stichting Gemeenschap Zuilen nieuw leven in te blazen. Men hoopt dat dit zal gelukken door het aantrekken van nieuwe medewerkers.

Het gemeentebestuur bleek van mening dat er in Zuilen niet veel ratten te bestrijden waren. De gemeenschapsraad weet beter en zal de plaatsen opgeven waar de ratten zo nu en dan te bezichtigen zijn. De heer Lebbink vroeg of het Verzetsmonument niet eerder dan in 1970 moet worden verplaatst, omdat er in 1965 al een brug over de Vecht bij De Muinck Keizerlaan zal worden gebouwd. Mevrouw M.C. Hooyboer-Vis (KVP) gaat deel uitmaken van de gemeentelijke commissie voor jeugdzorg, waarbij zij de plaats van de heer H. Hendriks inneemt, zo besloot de gemeenschapsraad.

Julianapark-Restaurant

 

Over overwinteren in Zuilen

De gemeente Utrecht concentreerde de verzorging van de dieren in de verschillende parken in het Julianapark. Het Utrechts Nieuwsblad schreef hierover op 11 februari 1967:

Dieren overwinteren in Zuilens Julianapark

Goede verzorging en eten gewaarborgd

(Van een onzer verslaggevers)

UTRECHT — Het Julianapark in Zuilen lijkt in de wintermaanden veel op een kleine dierentuin. Naast de aanwezige fauna zijn in deze periode veel zwanen uit de singels gehaald om hier regelmatig gevoederd te kunnen worden. Ook zijn er enkele kraanvogels tijdelijk ondergebracht. De meeste dieren kunnen gewoon buiten in het park blijven, ze worden goed verzorgd. Het overwinteren geschiedt in de hokken.

In een van de hokken staat een saras kraanvogel. Het is ’n logé, die hier herstelt van een ingrijpende operatie: zijn ene poot is afgezet. In het volgende hok verblijven drie kroonkraanvogels met een grappige krans van dunne veertjes „Het paartje hoort hier”, vertelt de opzichter van openbare werken „de andere gaat straks weer naar het hertenkamp in Oog in Al. Buiten komt het dier ook beter uit dan in zo’n hok, het blijft er ook schoner.” Tenslotte verblijven er in de hokken nog twee grote saras kraanvogels en twee flamingo’s, een Chileense en een egyptische, prachtig rose van kleur. De kraanvogels horen ook in Oog in Al thuis, de flamingo’s gaan in mei weer rondlopen in het Julianapark.

Kleine vogels

In een ander stel hokken huizen de kleine vogels: tropische vogels, papegaaien, beo’s en twee toeccaco’s, alleen vruchten etende dieren uit Afghanistan. „Die witte papegaai heb ik gekregen van iemand die dacht dat het dier spreken kon worden geleerd. Maar daar is het geen soort voor,” aldus de opzichter. De felgekleurde dieren zitten naast elkaar op beugels. „Zij hangen niet zomaar naast elkaar, maar wij moeten echt rekening houden met de sympathieën van de dieren. Degenen die nu naast elkaar hangen zijn echt vriendje en vriendinnetje van elkaar. Het is jammer dat sommige jongens de dieren gemeen plagen in het park, daardoor worden ze soms vals.”

Wanneer we door het park lopen is het opvallend hoeveel groen er al te zien is. Op vele plaatsen steken de groene punten van de narcissen vele centimeters boven de grond en ook aan de struiken zijn al vele groene puntjes te ontdekken.

Papagaaien

DEZE TWEE papegaaien kunnen het best met elkaar vinden. De rechter is zelfs naast zijn kameraadje op de beugel gaan zitten.

De opzichter voor de beplanting in Utrecht-noord vindt het fijn met dieren te werken. In Emmeloord, waar hij voorheen woonde, hield hij zich voornamelijk bezig met herten. „Dieren zijn altijd mijn hobby geweest”, vertelt hij. Hier in het rayon heeft hij driekwart van de dag nodig om alles te conrtoleren. De resterende tijd brengt hij door met het bijhouden van de administratie in zijn kantoortje in het voormalige gemeentehuis te Zuilen.

Wanneer we bij de zwanen staan te kijken legt hij uit dat de zwarte zwanen (Utrecht is een van de weinige plaatsen in het land waar de zwarte zwanen broeden) agressiever zijn dan hun witte soortgenoten. In een uur tijd zorgt een zwarte er soms voor dat hij alléén nog in de vijver zwemt, terwijl de witte zwanen op de kant zijn gevlucht.

Op het gras, een eindje verder, lopen brandganzen. Zij komen oorspronkelijk uit West-Rusland, maar dit is een kweekprodukt. „Vorig jaar hebben wij pech gehad”, zegt de opzichter, „er was toen maar één ei bevrucht. Dat kwam door het koude voorjaar. De woerden worden niet speels in de kou”.

 

DE WITTE ZWANEN zwemmen onverstoorbaar rondjes in de vijver van het park. Hier zijn zij verzekerd van voedsel. Maar over een paar maanden kunnen zij in de singels zelf weer voldoende aas vinden.

Er lopen ook Syberische roodhals-ganzen, prachtig diep van kleur. Achter een hek een groep van veertien volwassen hindes, een bok en tien jonge diertjes. Het zijn zogenaamde damherten. Voor de kinderen, die met hun vader of moeder door het park wandelen, zijn de herten trekpleisters. De herten snuffelen wat aan het hek en lopen dan statig weer een eindje verderop. Verborgen tussen een „rots” zitten vijf Zwitserse berggeitjes. Alleen een bokje laat zich zien, hij is voor een tijdje geleend van de gemeente De Bilt om hier zijn werk te doen. In de wei lopen ook nog een paar Drentse heideschapen en er huppelt zelfs een konijntje rond.

Partner gezocht

Bij een vijvertje zitten vier jonge zwarte zwanen, ’s Zomers komen daar ook de flamingo’s. Nu ligt er rustig een crysopgans, een weduwe, waarvoor de opzichter graag een partner zou hebben. Hij weet wel iemand met een mannetje, maar die wil hem niet afstaan. Bij de vijver scharrelen vier keizerganzen („die zijn zeldzaam, wij zijn er erg blij mee”), het zijn twee paartjes. In de schuur verblijven twee berggeitjes, elk met twee jongen. De geitjes zijn te vroeg geboren, daarom worden ze nog een tijdje binnen gehouden.

In het park, waar het in deze koude dagen niet erg druk is — alleen de bruidsparen die hier komen om gefotografeerd te worden laten geen verstek gaan — staan ook volières met de meest uiteenlopende soorten vogels. Behalve gewone parkieten, die zomer en winter buiten blijven, zijn er twee satir tragopans fazanten, prachtig rood en zwart van kleur en bedekt met zwarte stippen die op waterdruppels lijken. De opzichter weet van alle dieren iets te vertellen en de problemen die er opdoemen hebben meestal te maken met het gebrek aan of het te kleine aantal jongen. Want ook in het park is het leuk als van de zomer weer vele dieren van de meest uiteenlopende soorten over het gras lopen, al is het dan officieel geen dierentuin.

Julianapark mooier, met dank aan de werklooze jongens in Zuilen

Over de uitbreiding van het Julianapark – waarvoor op grote schaal ‘werklooze jongens’ werden ingezet, lezen we in het Utrechts Nieuwsblad 5 van februari 1935:

Werklooze jongens aan den arbeid

Uitbreiding Julianapark

Er ontstaat een prachtige tuin, tot de mooiste van het land behoorend.

ARBEID VAN MOREELE EN OPVOEDENDE WAARDE.

Er wordt een mooi werk verricht, daar ginds, onder Zuilen bij het Julianapark, dat thans een uitbreiding gaat verkrijgen met het perceel grond, dat geklemd ligt tusschen den weg naar Werkspoor, den straatweg en het reeds bestaande park.

M o o i  w e r k.  Niet alleen omdat er gearbeid wordt aan de uitbreiding dan het zoo fraaie Julianapark, dat nu nog mooier en grooter zal worden, maar ook omdat er hier belangrijk sociaal en paedagogisch werk wordt verricht. De parkaanleg geschiedt immers in werkverschaffing voor jeugdige werkloozen. Jongelui, die anders misschien in het geheel niet aan den slag zouden kunnen komen, krijgen hier de gelegenheid de handen uit de mouwen te steken en hun lichaam, dat naar daden dorst, te ontspannen in stoeren arbeid. De moreele beteekenis daarvan onderschatte men niet. Denkt men zich wel een in, wat het beteekent voor een jongen man, die tot volwassene rijpt, zijn dagen in nutteloos slenteren te verdoen? Beseft men wel voldoende, dat het juist die lediggang is, die de jongens op de verkeerde paden brengt. Wij bedoelen niet, dat ze door nietsdoen het pad opgaan, dat hen naar de gevangenispoort zal voeren, maar hun jonge lichaam gaat zich richten naar het sloome nietsdoen, went hen niet aan werken, maakt hen derhalve minder geschikte voor den strijd om het bestaan, die ook zij te strijden zullen krijgen. Daarom is de gelegenheid om althans een deel der jongeren aan het werk te wennen, niet minder als een zegen te beschouwen.

Mooie arbeid.

En juist het werk, dat hier onderhanden genomen is, is voor dit doel zoo uitmuntend geschikt. Het gaat hier niet om arbeid, die tóch verricht zou moeten worden. Het betreft hier een werk van moreele, meer dan van materieele waarde. In dezen tijd is parkaanleg iets moois en iets nuttigs, maar het is niet noodzakelijk. Utrecht zou materieel volkomen even weerbaar zijn zonder grooter Julianapark. Maar het wordt nu aangelegd ter wille van het jonge geslacht, ter wille van een economisch weerbaar houden en maken van de jongelui. Dat er daarbij een ideale winst te boeken is in den vorm van een fraai park, mag tot verheugenis stemmen. Maar wat nog verheugender is, is, dat in dat vergroote park de jongelui zich zelf een monument scheppen, dat hun nog lange jaren tot groote vreugde zal blijven.

Zeiden wij dus teveel, toen wij schreven, dat er daar aan den Amsterdamschen Straatweg mooi werk wordt verricht? Wij  w i s t e n  dat alles al, vóór wij ons vanmorgen naar het Julianapark begaven om het werk, dat hier verricht wordt, eens in oogenschouw te nemen; toen wij een uurtje op het terrein geweest waren, waren wij in die meening nog versterkt. Het is echter niet alleen een mooi werk dat hier verricht wordt, het is ook een zeer groot werk. Ofschoon het heel moeilijk is den tijdsduur met eenige nauwkeurigheid te schatten, omdat het hier gaat om werk, dat door ongeschoolden verricht wordt, kan toch wel aangenomen worden, dat het geheele werk een klein jaar zal vorderen.

Hoe het wordt.

Parkaanleg eischt heel wat meer arbeid dan zoo oppervlakkig gedacht wordt. Het is volstrekt niet alleen graven van kuilen om daarin planten te zetten. De uitbreiding van het Julianapark krijgt immers een speelweide van 11000 m2. oppervlakte. Die speelweide krijgt een waterleiding om haar te kunnen besproeien bij droog weer en een drainagestelsel om te zorgen, dat de grasmat nimmer onder water zal staan. Men zal willen begrijpen, dat dit waterleiding- en drainagestelsel heel wat arbeid en geld kost, van welken arbeid en welke kosten men eigenlijk nimmer direct iets zien zal. En tóch zal dit alles daadwerkelijk bijdragen aan de schepping van een park, dat het ideaal nadert.

Deze arbeid vergt tevens omvangrijk voorbereidend werk. De drainagebuizen moeten zeer ondiep liggen en een zeer flauwe helling hebben, opdat het water gemakkelijk afvloeie. Daarom moet het terrein geëgaliseerd worden, wat omvangrijk waterpassen eischt.

Dit waterpaswerk is nu achter den rug, evenals het leggen van de waterleiding. De drainage volgt nu. Daarna moet de grond de noodige bewerking ondergaan, opdat hij geschikt worde voor parkaanleg, want de zeer dichte en dikke kleilaag is daarvoor minder geëigend. En tenslotte moet er dan nog gemest worden. Daarna eerst kan met de beplanting begonnen worden., die zich moet aansluiten aan de bestaande, zoodat er een harmonisch geheel met het oude deel van het park kan ontstaan. Het nieuwe deel krijgt dan ook geen zware bebossching maar heesterbeplanting. De begroeiing blijft laag, zoodat de hoogere bestaande boomen den achtergrond zullen vormen. Dicht aan den Amsterdamschen Straatweg komt een rozenpark, dat harmonisch wordt opgenomen in het geheel. Aan de stadszijde van de speelweide zal een theehuis verrijzen met groot terras en verder naar de eisschen ingericht, terwijl de muziektent wordt verplaatst naar den anderen kant der speelweide.

Het hertenkamp.

Het hertenkamp ondergaat eenige uitbreiding, waardoor het een nog wat meer onregelmatigen vorm verkrijgt en daardoor een slingerende weg er omheen, terwijl er voorts een rustig vogelboschje wordt aangelegd, waarin de schuwe vogels rustig en ongestoord zullen kunnen nestelen. Door dit alles belooft het Julianapark met zijn fraaie dierenverzameling niet alleen het mooiste park van Utrecht, maar een der aantrekkelijksten van het geheele land te worden.

Dit alles zal door jongelui tot stand gebracht worden. Reeds zijn er onder leiding van en heer P.G.  v a n  N i e u w k e r k, opzichter 1e klasse van Gemeentewerken, een twintigtal jongens aan het werk. Geleidelijk zal dit aantal worden opgevoerd tot een 45-tal. Voor het grondwerk kunnen geheel ongeschoolden gebruikt worden, bij den bouw van het theehuis zullen jongens aangewezen worden, die eenige bekwaamheid bezitten, derhalve het gereedschap kunnen hanteeren. Want de tewerkstelling geschiedt steeds voor 8 weken en het is practisch niet mogelijk om jongelui binnen dien tijd eenige timmervaardigheid bij te brengen. De beplanting zal geschieden onder leiding van den plantsoendienst, terwijl bij het grondwerk bijv. nog gebruik wordt gemaakt van de assistentie van een volleerd grondwerker, die den jongens tot lichtend voorbeeld dient.

Werkloozen

 

Restaurant Julianapark ter sprake bij de Gemeenschapsraad

Restaurant Julianapark ter sprake bij de Gemeenschapsraad.

Knipsel uit het Utrechts Nieuwsblad van 21 januari 1959

(Van een onzer verslaggevers)

De gemeenschapsraad, dinsdagavond ter vergadering bijeen in het huis der gemeente in de wijk-Zuilen, vond een agenda waarover niet veel te vergaderen meer was. In vrij korte tijd waren de Zuilense zaken dan ook beklonken, nadat voorzitter K. Kievit een nieuwjaarswens had uitgesproken. De heer Kievit hoopte dat de G.R.-leden met veel animo aan de werkzaamheden in 1959 zouden deelnemen. Het waren verder de bejaarden die de heren om de tafel bezighielden. De heer Brands (P.v.d.A.) trachtte een lans te breken voor de uithuizige bejaarden, die zich in de min of meer zwoele maanden in het Julianapark plegen bezig te houden met schaken en dammen. Bij ongunstig weer, zo stelde de heer Brands, hebben deze mensen geen onderdak. Een keet zou hier uitkomst kunnen brengen, nog steeds volgens de spreker. Volgens de heer Kievit moet het dan wel een flinke keet zijn, want er zijn plm. 40 bejaarden die niet in huis te houden zijn. Trouwens, het zou wellicht het park ontsieren. „Waar een wil is, is een weg,” riep de heer Brands, waarmee die keet er echter nog niet is.

Op dit moment sprong de heer v.d. Slot (P.v.d.A.) de vorige spreker bij, omdat hij zich „genomen” voelde wat betreft de bestemming van het Julianarestaurant. „Deze gelegenheid,” zo zei hij, „is destijds gebouwd door werklozen, maar thans ziet men er, als er althans iemand zit, alleen degenen met dikkere portemonnees.” Men voelde wel iets voor het restaurant een andere bestemming te geven. De G.R. gaat nu eerst onderzoeken, hoe de pacht in elkaar zit.

(Wij zien nog niet het verband tussen een keet en het Juliana-restaurant, maar wellicht kunnen de bejaarden er deze zomer terecht voor een klaverjasje — verslaggever).

Uit een uitgebreid rapport van de commissie voor bejaardenzorg bleek overigens dat men in de wijk Zuilen dezelfde loffelijke doelstellingen nastreeft als elders, hetgeen neerkomt op meer en vrij te besteden subsidie, om deze te verwezenlijken.

 

Damspelers Julianapark

Het Julianapark was vele jaren dé verzamelplek voor dammers uit Zuilen en omgeving. Hieruit is ook de damvereniging ‘Vriendenschaar’ voortgekomen. 

Zwanen overwinteren in het Julianapark

Zwanen overwinteren in het Julianapark te Zuilen

Knipsel uit het Utrechts Nieuwsblad van 15 januari 1959

Zwanen in het Julianapark

De helft van het aantal zwanen in de Utrechtse stadsgrachten is (als gebruikelijk in wintertijd) reeds de gast van de plantsoendienst in het Julianapark. De andere helft is uitgenodigd. De dames en heren zwaan worden met auto’s gehaald, ook wanneer ze aan de invitatie geen gehoor willen geven. De tafel staat gedekt en het zal de zwanenfamilie aan niets ontbreken. U ziet ze hier. Het bevalt allen best.

Van de Utrechtse bevolking wordt verwacht dat zij de andere watervogels rijkelijk van eten voorziet. U koopt maar eens een half broodje extra. De eenden zitten er in hun benauwde wakken naar te snakken. Wanneer u ziet dat baldadige jeugd de dieren plaagt, bel dan de politie of de dierenbescherming.

Hulp gevraagd voor onze hongerige eenden

Hulp gevraagd voor onze hongerige eenden

Knipsel uit het Utrechts Nieuwsblad van 13 januari 1948

Zij worden door de distributie maar karig bedeeld

De eendjes in de gemeentelijke vijvers lijden vreselijk honger. Zij worden min of meer aan hun lot overgelaten, niemand kijkt naar ze om en als dat nog langer zo duurt, gaan ze met rassé schreden de dood tegemoet…

Ziedaar de alarmerende berichten, die ons bereikten en die ons – eerlijk! – eventjes aan het schrikken brachten. Maar – om in etenstermen te blijven – gelukkig bleek ook hier de soep niet zo heet gegeten te worden als ze wordt opgediend. Een nauwgezet onderzoek heeft n.l. uitgewezen, dat de situatie met betrekking tot onze zwanen en eenden lang niet zo critiek is als wordt voorgesteld.

Ja maar, zo brengen de jammerklachten naar voren, de beesten hebben zo’n honger, dat ze ’s nachts de omwoners wakker houden door hun angstig gekwek…

Tot zover de jeremiades van de overigens van goede trouw getuigende dierenliefhebbers, die er dan nog schande van spreken, dat het overschot van de Centrale keukens is verpacht aan de boeren (voor varkensvoer), terwijl onze eigen zo dringend een “bijvoeding” nodig hebben.

Hoe zijn nu de feiten?

De gemeente krijgt van de distr.-dienst voor de waterbewoners van ’t Wilhelminapark, “Oog in Al” en Julianapark een tweemaandelijkse toewijzing van meelproducten en korrelvoer. Toegegeven, die toewijzing is niet groot en als de voorraad geleidelijk over de vijvers is verdeeld, blijkt er voor iedere eind betrekkelijk weinig te zijn. maar de ware dierenvrienden hebben de eenden en zwanen nooit in de steek gelaten en er altijd voor gezorgd dat er brood was (in overvloed zelfs!). Doch nu met dit dagenlange miezerige weer, schijnen er inderdaad weinig bezoekers te komen en is de toevoer van brood maar zeer minimaal.

Overigens heeft men van gemeentewege al eens pogingen gedaan om b.v. het overschot van de kazernes te bemachtigen, maar ook hier heeft men bot gevangen. Verpacht aan de boeren.

Daar komt nog bij, dat de rustige eenden en zwanen af en toe troepen wilde eenden op bezoek krijgen, die ook niet precies het verschil tussen mijn en dijn weten, met het gevolg, dat de “spoeling” nog dunner wordt.

Inmiddels is de Plantsoendienst in contact getreden met de Centrale Keukens en naar wordt verwacht zal er uit die hoek wel hulp komen opdagen.

Voor de rest bevelen wij iedereen aan, die wat oud brood over heeft (en wie langs de vuilnisbakken loopt, bemerkt, dat er nog héél wat zonder erg wordt weggesmeten), dat te bewaren voor de eendjes.

Wij hebben ons in verbinding gesteld met de dierenbescherming en van die kant ontvingen we de geruststellende mededeling, dat de dieren zeker niet van de honger omkomen. Soms – en vooral des Zondags – drijven de vijvers vol met brood, een bewijs, dat de eenden meer dan genoeg hebben. Dat het dan in de loop van de week een beetje krap wordt, werd niet als verontrustend beschouwd.

En wat tenslotte het kwekkeren in de nachtelijke uren betreft, dat is niets bijzonders. Dan is er onraad in de buurt, b.v. rattenbezoek.

Als iedereen, die daartoe in staat is, wat brood opzamelt en dat reserveert voor de eendjes, zal ook dit probleem spoedig zijn opgelost.

Eendjes voeren

Fotobijschrift: Hoewel ‘eendjes voeren’ hier meer ‘kijken naar de zwanen’ is, past deze foto het best bij bovenstaand knipsel. Maar… als u het Museum van Zuilen kunt helpen aan een oude foto waarop men de eendjes in het Julianapark (of nog leiver ui de tijd dat het park nog de ‘Tuin van Kol’ was) aan het voeren is, dan houden we ons ten zeerste aanbevolen. Overigens, het knipsel is dus van drie jaar ná de Tweede Wereldoorlog en brood is dus nog steeds op de bon!