De Pedagogenbuurt

Een beschrijving van de Pedagogenbuurt beperkt zich in dit geval vooral tot de omschrijving van de markante flats die symbool stonden voor de buurt. Deze flats werden door de Zuilense gemeentearchitect, W.C. van Hoorn, ontworpen. Op 19 september 1952 schrijft het Vrije Volk:

‘Ruim driehonderd flats verrijzen in Zuilen…

…De flats worden in vier woonlagen en in acht complexen van 40 woningen gebouwd. Zes van deze complexen worden achter elkaar opgetrokken met een tussenruimte van 29 meter welke ruimte wordt opgevuld met een plantsoen en een z.g. woonstraat (een betrekkelijk smalle straat, ongeschikt voor het grote verkeer, maar wel toegankelijk voor groenteboer, bakker, vuilnisauto enz.)

Tussen de twee resterende complexen wordt een speelweide aangelegd van 100 x 80 meter.

Ieder complex wordt voorzien van twee centrale trappenhuizen en galerijen op iedere verdieping. Ondergronds wordt voor ieder gezin een bergplaats ingericht…’

Zo kwamen blokken flats in Zuilen te staan, vier woonlagen hoog! Gelukkig was een inwoner zo alert om een serie foto’s van de bouw te maken. In het huidige tijdperk gaat alles digitaal en worden van zulke projecten ook filmbeelden gemaakt. In 1952 was het vrij bijzonder dat er ‘op uitgebreide schaal’ een en ander wordt vastgelegd.

Maar, gelukkig hébben we die foto’s nog!

De kelderruimtes onder de flats

Ondertussen een kleine beschrijving van de straatnaamgevers:

H. Bavinck

Herman Bavinck werd op 13 december 1854 geboren in Hoogeveen, waar zijn vader predikant was van de Christelijke Gereformeerde Kerk. In 1857 verhuisde het gezin Bavinck naar Bunschoten en in 1862 werd een beroep aangenomen naar Almkerk in de Bommelerwaard. Hij rondde de academische studie in Leiden af met een promotie cum laude over de Zwitserse reformator Zwingli. (Bron: Wikipedia)

A.H. Gerhard

Adrien Henri Gerhards wieg stond in het Zwitserse Lausanne en hij werd daar voor de eerste keer ingelegd op 7 april 1858. Na een leven als Nederlands politicus, vrijdenker, onderwijsspecialist en bestuurder van de S.D.A.P. overleed hij te Bakkum op 3 juli 1948, 90 jaar oud.

Mgr. Dr. Hoogveld

Johannes Hendrikus Everardus Jacobus Hoogveld was filosoof en pedagoog. Hij werd 25 juli 1878 geboren in Elden en overleed op 23 juli 1878 te Nijmegen.

A.M. de Jong

De Jong werd op 29 maart 1888 geboren in Nieuw Vossemeer, een dorp in het westelijk deel van Noord-Brabant. Het gezin had 13 kinderen. De Jongs vader was landarbeider, en ging op zoek naar meer welvaart als arbeider in Rotterdam. Veel van De Jongs herinneringen zijn verwerkt in de romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren.

Als represaille voor de moord op een aantal NSB’ers werd De Jong in 1943 vermoord door Nederlandse SS-ers, een van de zogenaamde Silbertanne-acties. (Bron: Wikipedia)

Prof. Dr. P.A. Kohnstamm

De straat naast de H. Bavinckstraat werd genoemd naar professor dr. Phillip A. Kohnstamm. Philip Abraham Kohnstamm werd in 1875 in de Duitse stad Bonn geboren en overleed in 1951 te Ermelo. Kohnstamm wordt gezien als grondlegger van de empirische onderwijskunde in Nederland. Dit komt tot uiting in de naamgeving van het Kohnstamm Instituut en het gemeenschappelijk gebouw van de afdeling pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, het Philip Kohnstamm-huis aan de Wibautstraat.

K. ter Laan

Kornelis ter Laan was een Nederlandse onderwijzer, taalkundige en politicus en werd geboren in Slochteren op 8 juli 1871. Van 1905 tot 1914 was Ter Laan gemeenteraadslid te Den Haag en daarmee de eerste socialist in de Haagse gemeenteraad. Van 1914 tot 1937 was hij burgemeester van Zaandam. Ter Laan overleed in 1963 te Utrecht op 92-jarige leeftijd.

Jan Ligthart

Jan Ligthart werd op 11 januari 1859 te Amsterdam geboren en overleed op 16 februari 1916 te Laag-Soeren. Hij was een Nederlandse onderwijzer en onderwijsvernieuwer. Hij werd bekend als schoolhoofd van een lagere school in de Schilderswijk van Den Haag en als schrijver van artikelen en boeken.

J.H. Schaper

De Nederlandse publicist en politicus Johan Hendrik Andries Schapers vulde zijn wieg in Groningen op 12 februari 1868. Hij overleed in zijn toenmalige woonplaats Voorburg op 31 augustus 1934.

De markante entree van de flats in de Pedagogenbuurt.

Theo Thijssen

Theodorus Johannes Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam en overleed (ook in Amsterdam) op 23 december 1943. Hij was een Nederlands schrijver, onderwijzer en socialist. Zijn bekendste boek is Kees de jongen, dat in de Amsterdamse Jordaan speelt.

Dr. F.M. Wibaut

Florentines Marinus (Floor) Wibaut, (bijgenaamd de Machtige) werd op 23 juni 1859 geboren te Vlissingen en overleed te Amsterdam op 29 april 1936. Wibaut was een Nederlandse zakenman en politicus voor de toenmalige S.D.A.P.

Jan van Zutphen

Jan van Zutphen leefde van 1863 tot 1958. Jan van Zutphen kwam uit een arbeidersgezin, zijn vader was wijnkopersknecht. Alhoewel geboren in Utrecht groeide Van Zutphen op in de Amsterdamse volksbuurt Kattenburg. Hij werd daar al op vroege leeftijd geconfronteerd met het arbeidersbestaan en zorgde op zesjarige leeftijd al voor bijverdiensten door samen met andere kinderen ’s morgens het door zeewater stijf geworden touw te ontrafelen.

Na de Tweede Wereldoorlog zette Van Zutphen zich in voor de tbc-bestrijding en initieerde het verplicht doorlichten van scholieren. Hij had in 1955 op 92-jarige leeftijd nog de leiding over een drie maanden durende staking van 850 diamantbewerkers.

H. Diemer

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was onder andere medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties en, gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

De laatste hand wordt gelegd, Zuilen was weer ruim 300 woningen rijker.

Meer weten over de Pedagogenbuurt en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Johannes Uitenbogaertstraat

Deze straat werd genoemd naar Johannes Uitenbogaert (11-2-1557) was een Nederlandse predikant en prozaschrijver.

De geschiedenis van de STRAAT waarover we lopen is veel jonger dan die van de DaalseWEG. ‘Johannes Uitenbogaertstraat’ werd de nieuwe naam voor een stuk van de oudste verbindingsweg tussen Utrecht en Amsterdam, de Daalseweg.

Die Daalseweg was lang en voerde van de stad Utrecht, via het klooster ‘Maria ten Daele ’, naar Maarssen en uiteindelijk helemaal naar Amsterdam. – Napoleon vond de route Utrecht-Amsterdam te bochtig en liet een nieuwe weg naar Amsterdam aanleggen die we allemaal kennen als de Amsterdamsestraatweg.

Voor een beschrijving van de Johannes Uitenbogaertstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat. We stappen de straat in vanaf de Herman Modedstraat.

Op nummer 2 zit Th. Volp, hij werd opgevolgd door schoenmaker W.F. Okhuijsen. Op nummer 19 bouwde men de Openbare Lagere School 3 (later de Prinses Ireneschool) van Zuilen.

We komen tegenover de school aan de even zijde, op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat (dat is ook het postadres) bij P.G. Simons met zijn tabakswaren.

Aan de even zijde, tot de Jodocus van Lodensteinstraat werd dit blok wegens bodemsanering – veroorzaakt door garage W. van ’t Hoogt – afgebroken. Nummer 30 was het adres van G. Verwoerd’s ‘Modelslagerij Zuilen’.

De slagerij opende in 1930. Op de prijslijst uit die tijd komen we een keur van lekkernijen tegen: ‘Boulie’ voor 40 cent per pond, of ‘Dikke Rib’ voor slechts 90 cent per 2 pond.

Recht tegenover de slagerij zat een filiaal van bakkerij Do-Schat, geleid door Geissen. Het

Iets verder de straat in, op nummer 21, zat Garage Egmond die geleid werd door H. Beumer. Hier begon W. van ’t Hoog met zijn verkoop van motoren, Solexen, scooters en in een later stadium auto’s. Van ’t Hoog had benzine in zijn bloed. Hij deed mee aan de T.T. van Assen. Daarbij werd hij technisch bijgestaan door zijn Solex-monteur en diens broer. Van ’t Hoog reed met zijn Goggomobiel ook mee in de bekende Tulpenrally.

Hij verhuisde naar een pand aan de overkant van de straat op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat (nummer 34).

We stappen weer even naar de oneven zijde. Op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat zat de kruidenierswinkel van Langendijk. In de Tweede Wereldoorlog is hier ook een kantoor van de Distributiedienst.

Aan de oneven kant, midden in de rij woningen komt de familie Angenent te wonen. Vanuit die woning worden kampeerartikelen en speelgoed verkocht.

Op de hoek met de Nicolaas Sopingiusstraat zat lange tijd de kruidenierswinkel van Paul Koorn.

In dit pand vestigde zich schoenmaker Vermeer die ruim zestig jaar zijn vak uitoefende.

Op nummer 61 zat de Handelsdrukkerij van De Kroon.

De laatste winkels van de straat vinden we op de hoeken van de Sweder van Zuylenweg. Aan de oneven zijde zat de winkel die door de ouderen onder u waarschijnlijk het best herkend wordt als de ‘HaKa-winkel van de coöperatie ‘‘Oostenburg’’ ’. Voordat deze kruidenierswinkel het HaKa-etiket kreeg opgeplakt, werd hier zakengedaan voor een andere coöperatieve vereniging, namelijk die van ‘Preferentia’.

En wie herinnert zich nog de wasserij die in dit pand kwam? Heel vernieuwend: een wasserij waar je zelf je was kon doen!

In het pand op de andere hoek zat de heer Van Hasselt met zijn groentenhal.

In een uitgave van Utrecht in Woord en Beeld in 1932 stond deze afbeelding die de redactie voorzag van de tekst: ‘De Joh. Uitenbogaertstraat vormt een goed staaltje van moderne woningbouw: ruimte en licht in overvloed, zoodat aan de eerste eischen der volksgezondheid is voldaan. Op de achtergrond ontwaart men den kogelvormigen watertoren aan den Amsterdamschen straatweg.’

Meer weten over de Johannes Uitenbogaertstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

 

De Hermannus Elconiusstraat 1

Deze straat werd genoemd naar Hermannus Elconius een van de predikanten die in de Utrechtse Jacobikerk preekten. Dat deed hij van 1581 tot 1589.

Voor een beschrijving van de Hermannus Elconiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Cornelis Mertenssstraat. Vanwege de verschillende T-splitsingen en kruisingen in de straat, is het duidelijker de wandeling te beschrijven als we eerst langs de even zijde lopen. Aan het eind van de straat ligt de tegel met de beschrijving van de overkant.

Let op: het is dus 1938. Links was, tot de bebouwing van de straat tot stand kwam, de achterkant te zien van de Oranjekerk die aan de Amsterdamsestraatweg stond. Dicht bij de gemeentegrens met de stad Utrecht, stond deze Nederlands-hervormde Oranjekerk.

De pech van het bouwen in de stad komt met zo’n foto in beeld. Het is een prachtig gebouw, de Oranjekerk van achter gezien! Zo’n mooi zicht heb je alleen als er niet omheen gebouwd wordt. Maar zoals we wel weten komen er allemaal huizen die dit uitzicht ‘bederven’. De fotograaf staat zo’n beetje in de Hermannus Elconiusstraat. De kerk werd inmiddels gesloopt, de toren bleef gelukkig staan.

In de Hermannus Elconiusstraat was op nummer 2 het wijkgebouw van de Oranjekerk te vinden.

Voorbij dit wijkgebouw vinden we – tot de jaren zestig van de vorige eeuw – een filiaal van de U.M.C., niet het ‘Utrechts Medisch Centrum’ maar de ‘Utrechtse Melk Centrale’.

Al vóór we bij de eerste zijstraat aankomen, hebben we een bijzonderheid te melden: op nummer 28 wordt in 1952 de 25.000ste inwoner van Zuilen geboren! – Voor degenen onder u die willen weten wie nou die 25.000ste inwoner was, geef ik voor de volledigheid zijn naam: Alfred Louis Jobse. – Ter gelegenheid van deze geboorte verscheen een extra editie van het Zuilens Nieuwsblad en deed burgemeester Norbruis een toespraak die op een grammofoonplaat werd vastgelegd.

Goed, we lopen verder. Na een lange rij van boven- en benedenwoningen komen we bij nummer 38, op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat. Op dit adres vestigde zich Pardoen met zijn kantoorboekhandel. Hij wordt opgevolgd door De Bree, maar die gaat, zoals iedere Zuilenaar wel weet, nog naar de Amsterdamse-straatweg met zijn kantoorboekhandel. Op nummer 40 woont slager D.F.J. de Hosson.

Tot de hoek bij de Petrus Dathenusstraat vinden we aan deze kant van de straat alleen maar woonhuizen, maar dit keer geen bovenwoningen. Op de komen we een winkel tegen: het is een filiaal van broodfabriek ‘De Korenschoof’.

De Hermannus Elconiusstraat die nog maar aan één kant bebouwd is.

 De laatste nering die we aan deze kant van de straat (met als postadres Hermannus Elconiusstraat!) tegenkomen is de ‘Centrale Leesportefeuille’ op nummer 84.

Nog even doorlopen en we komen bij de hoek met de Sweder van Zuylenweg. In 1934 werden op dit adres aardappelen aan de man gebracht door J. Goenee van der Laan. Naar dit pand verhuisde de heer Oude Wansink, die begon op de hoek Amsterdamsestraatweg en de Hubert Duyfhuysstraat.

Oude Wansink heeft interessante aanbiedingen in de huis-aan-huiskrant Zuilen Vooruit geplaatst. U kunt hier volgens de advertentie terecht voor uw hoofdkaas, tongenworst, plockworst, procureurspek, maar ook ‘wijnen per flesch reeds vanaf 35 cent’.

Dat de voedseldroppings aan het einde van de Tweede Wereldoorlog voorzagen in behoefte’ is een eufemisme. Ze hebben desondanks enkele ongelukken gebracht. Bijvoorbeeld het huis van de familie Tuntelder in de Hermannus Elconiusstraat 100 dat werd geraakt. De heer en mevrouw Tuntelder waren in 1944 naar Drenthe gevlucht en toen zij na de bevrijding thuiskwamen troffen zij een ravage aan: een voedselpakket was door het dak gegaan. ‘Dat gat heeft nog jaren zo gezeten, want er was geen geld!’

 Meer weten over de Hermannus Elconiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Het Bisschopsplein

Het Bisschopsplein ligt tussen straten die naar bisschoppen werden genoemd. Het plein was rondom berijdbaar maar werd voor de veiligheid van de spelende schoolkinderen aan het trottoir voor de school vast bestraat. In de Zuilense periode (dus vóór 1954) is dat door het geringe aantal auto’s niet nodig en wordt het plein veel gebruikt door de jeugd uit de omliggende straten.

Na de Tweede Wereldoorlog vinden hier ook de (illegale) kerstboomverbrandingen van de buurt plaats. De grote populieren maakten het plein in de herfst vooral voor de jeugd tot een geliefde speelplek, omdat er zoveel blad op lag.

Voor een beschrijving van het Bisschopsplein ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en maken een rondje langs de wanden. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We wandelen ‘met de wijzers van de klok mee’ langs de winkels. We beginnen vanaf het woonhuis op de hoek Balderikstraat. Naast die woning zat op nummer 2 kleermaker van Doornik. In een advertentie uit 1933 adverteerde J.C. Hasselt met aardappelen, groenten en fruit op nummer 3. Op de hoek met de Adelboldstraat zat een van de eerste ‘banken’ in Nieuw-Zuilen, de Nutsspaarbank.

Op nummer 5 zat schoenmaker I.A. van Ieperen, later kwam Worst in dit pand fietsen maken. Nummer 6 huisvestte nog een kleermaker, de heer G. Fokkens. In het pand Bisschopsplein 8 kwam in 1939 drogist H. de Jong, later ging A. Verhoeven op dit adres zijn vishandel beginnen.

Het midden van het Bisschopsplein is in 1938-’39 een prachtig perkje, rozen en gras, met een keurig hekwerk eromheen. Totdat in de Tweede Wereldoorlog het hele pleintje op de schop gaat om plaats te maken voor een schuilkelder.

Dan hebben we een stuk geschiedenis overgeslagen. Voordat deze omgeving bebouwd werd stond hier de hofstede ‘Zeldzaam’, eigendom van de rentenier J. Kol III, telg uit een bankiersfamilie. – de bank ‘Vlaer & Kol’ was een van de eerste banken ter wereld! – Jan Kol liet ook de ‘Tuin van Kol’, het latere Julianapark aanleggen.

Over ‘Zeldzaam’ komen we in oude wandelgidsen al lovende woorden tegen. Die lovende woorden zijn in het bijzonder voor de familie die deze hofstede in pacht heeft gehad, de familie van Eck.

‘Zeldzaam ben ik hier van voren, uitgetekend naar behoren

Zeldzaam vindt men liever oord, dat de stedeling meer bekoord.

‘‘Zeldzaam’’ mag mijn naam wel zijn, hier gebruikt men thee en wijn

’t Staat te lezen op het hek, welkom steeds bij Vrouw van Eck.

Zeldzaam ziet men mooier stal, lekker room en wat niet al

Boter, kaas, puike wijn en bier, alles kan men krijgen hier.’

De hofstede gaat tegen de grond en het stuk grond wordt aangekocht voor de uitbreiding van het christelijk onderwijs in Zuilen.

Voor een beschrijving van de panden met het postadres Balderikstraat kijkt u op de tegels van die straat.

Het Bisschopsplein in 1938. Een fraai geheel met het plantsoen en de klimop tegen de schoolwand. Op de foto’s staan Mimi, Frans en Kartrien Nieuwland.

Meer weten over het Bisschopsplein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Dr. Schaepmanstraat en het -plein

Begin wintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Dr. Schaepmanstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

Herman J.A.M. Schaepman (1844-1903) was een Nederlands dichter, Rooms-katholiek priester, theoloog en politicus. Het devies van Dr. Schaepman luidde Credo, Pugno (Ik geloof, ik strijd). Mgr. Schaepman werd vaak aangeduid als ‘de doctor’.

In de Dr. Schaepmanstraat woonde op nummer 14 de familie Van der Werff. De heer des huizes, A.A. van der Werff, was voorzitter van de Nederlandse Rooms Katholieke Steenfabriekarbeiders Bond. Om zijn verdiensten voor de bond werd hij opgenomen in de gemeenteraad van Zuilen. De grootte van zijn gezin, veertien kinderen, maakte het noodzakelijk dat hij de beschikking kreeg over twee woningen om hen te huisvesten.

De heer van der Werff werd wethouder voor de Katholieke Volks Partij.

De zoon van deze wethouder, A.J. van der Werff, kwam kort na de Tweede Wereldoorlog om het leven. Hij was instructeur in het Nederlandse leger en zag leerlingen oefenen met handgranaten, dummy’s. De instructeur zag dat er een echte granaat tussen zat, die bovendien op scherp stond. Hij bedacht zich geen moment, schreeuwde de leerlingen weg en hield de granaat tegen zich aangedrukt om zo de gevolgen van de ontploffing voor andere omstanders zo klein mogelijk te laten zijn. Een en ander volgens de officiële instructies (!). Hij heeft deze daad zelf met de dood moeten bekopen.

 De heer A.J. van der Werff (zoon van de heer A.A. van der Werff) offerde zich op door een handgranaat tegen zich aan te drukken. Zo spaarde hij verschillende levens. Hij kreeg een begrafenis met militaire eer. Hier verlaat men de St.-Ludgeruskerk. De leden van de NBS  afdeling Zuilen vormden een erehaag.

Het bestuur van de St.-Ludgerusparochie organiseerde jaarlijks een bijzondere collecte die ten goede kwam aan het missiewerk. Dit deed men met een zogenoemde missieweek. Om de aandacht van de parochianen – van wie er natuurlijk heel veel in de ‘Julianabouw’ woonden – goed in beeld te houden werd een ‘Missiekruis’ geplaatst in het perk van het pleintje.

Meer weten over de Dr. Schaepmanstraat en -plein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Leo XIII straat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de Leo XIII straat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

De Leo XIII straat werd genoemd naar paus Leo XIII, die geboren werd in 1810 en overleed in 1903. Paus Leo XIII is een algemeen gewaardeerde paus die een verademing was na zijn voorganger, de strenge paus Pius IX. In het Utrechts Nieuwsblad van 15 oktober 1924 lezen we over hem: ‘In den nacht van den 30en op den 31en October zal de kist, waarin zich het stoffelijk overschot van Paus Leo XIII bevindt, van zijn tegenwoordige rustplaats in de St. Pieter worden overgebracht naar de tombe, die de Paus tijdens zijn leven reeds had doen inrichten in de San Giovanni in Laterano (de kerk naast het vroegere pauselijk paleis). Paus Leo XIII koesterde een groote belangstelling voor het Laterano en behoorde tot de ijverigste voorstanders eener restauratie.’

De Leo XIII straat is er een zonder winkels. De enige in het vroegere Zuilen wijd en zijd bekende naam die we in deze straat tegenkomen, is die van een collega van me: ‘J. Hordijk, horlogemaker’. Om niemand tekort te doen hier een lijstje van de bewoners, per huisnummer, met hun beroep volgens de Stratengids die de gemeente Utrecht in 1940 uitgaf. (Het is nog geen computertijdperk, de opnamedatum is in de periode 1938-’39 geweest.) Let op de beroepen.

1          J.B. Mutsers                                   fraiser.

3          A.J.L. Oostendorp                          bankwerker N.S.

5          J.C. van Helden                            conducteur N.S.

7          J. Kreeftmeijer                              colporteur.

9         A.J.G. Schilte                                 fabrieksarbeider.

11        C. Spiekman                                  metselaar.

13        A.J. Mathijssen                             autogeen lasscher.

15        G.H. Rijnbergen                           zandvormer.

17        A. Visser                                       wijnkoopersknecht.

19       C. Leeman                                     waschknecht.

21       H.G. Wieman                                 wegwerker N.S.

23       J. Hordijk                                        horlogemaker.

25       J. van Lieshout                             meubelmaker.

27       A.J. van Dijk                                  kaashandelaar.

 

2         J.A. Veltman                                  sjouwer.

4         J.D. Zorn                                       wagenlooper.

6         M.W. Molenbeek                           kellner.

8         L.M. Hessing                                 metaalbewerker.

10       Werkplaats.

12       M. Peffer                                       kernmaker.

14       W. Tolboom                                   werkman.

16       A.H. van Rhee                              conducteur N.S.

18       J. Tersteeg                                    metselaar.

20       W. Luijters.

22       G.J. Wolthuis                                bankwerker N.S.

24       M. van Kuilenburg                        sigarenmaker.

26       S. Duijst                                       arbeider Genie.

28       A.W.A. Kemme                            chauffeur.

Van de Leo XIII straat heeft het Museum van Zuilen geen foto uit de periode voor 1954.

Dus… moeten we het doen met een foto van na 1954, maar dit is wel de Leo XIII-straat. (Foto: Het Utrechts Archief.)

Meer weten over de Leo XIII straat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Forstmanstraat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor de vele werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De Forstmanstraat is de straat waar zich na de openstelling van de St.-Josephlaan een groot deel van de jaarlijkse buurtfeesten afspeelt. En ook de straat waar door de bewoners hard gewerkt wordt om dat feest te laten slagen. Zo werken zij bijvoorbeeld hard mee met de vervaardiging van houten kinderspeelgoed dat als prijs tijdens de buurtfeesten (en op 5 december natuurlijk) beschikbaar gesteld wordt.

De heer Van Maarschalkerweerd uit de Forstmanstraat wist zich het slot van de Tweede Wereldoorlog nog goed te herinneren. Hij vertelde het volgende verhaal:

‘Half april 1945 kwam een groot onderdeel van de Wehrmacht in dit deel van Zuilen aan. De voertuigen werden geparkeerd in het Emmapark en het zoeken naar slaapruimte begon. Huis aan huis werd de wijk bezocht en keek men of er plaats was voor een of meer soldaten. Zo kwam men ook in de Forstmanstraat. Het huis op nummer 2 werd te klein geacht om er iemand in onder te brengen. Nummer 4 en 6 voldeden ook niet aan de norm. Toen werd aan de bewoners gevraagd of alle huizen in deze straat zo klein waren. Hierop werd ‘natuurlijk’ bevestigend geantwoord. Daarom werd de rest van de straat overgeslagen en kregen de manschappen elders onderdak.

Toen op 5 mei ’s avonds de eerste bevrijdingsfeesten begonnen en iedereen naar buiten kwam om mee te feesten, viel voor het eerst de jongeman op die zowaar iedereen bij voor- en achternaam bleek te kennen. Op de vraag van een van de bewoners wie of hij dan wel was, vertelde hij: ‘‘Ik woon al drie jaar met mijn ouders precies bij u aan de overkant, wij waren ondergedoken!’’ ’

Het werd door de verteller van deze gebeurtenis toch wel als heel bijzonder ervaren: als de Duitsers namelijk drie weken tevoren alle woningen van de Forstmanstraat hadden doorzocht, was deze familie beslist ontdekt, maar door dat ene ‘leugentje’, dat alle woningen zo klein waren, bleven zij gespaard.

De buurtvereniging in de ‘Josephbouw’ organiseerde natuurlijk ook van alles voor de leden. Daarvoor waren vele vrijwilligers in touw. De heer Van Hees uit de Forstmanstraat 9 maakte bijvoorbeeld het houten speelgoed dat als prijs bij buurtfeesten gewonnen kon worden. Het was een (meer dan) handige timmerman. Zo bouwde hij ook de bovenstaande houten trapauto. Echter, niet als prijs voor de buurtvereniging maar voor zijn zoon! We kregen ooit van iemand de toezegging van de werktekening, het heeft even geduurd maar inmiddels is het Museum van Zuilen in het bezit van die werktekening. Het nabouwen is er tot op heden niet van gekomen. Zijn er onder de lezers misschien…?

Meer weten over de Forstmanstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Geraniumstraat

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor de vele werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen aan de Zuilense kant van de Geraniumstraat werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

De Geraniumstraat valt in het blokje huizen rondom de St.-Josephlaan een beetje uit de toon, op twee manieren zelfs. Ten eerste omdat in de woningen van de St.-Josephbouw slechts rooms-katholieken wonen en de scheidingslijn midden door de straat liep, wonen aan de overkant van de Geraniumstraat veelal ‘andersdenkenden’. Ten tweede omdat alle straten van de Julianabouw genoemd werden naar oprichters of (voormalige) bestuursleden van de Woningbouwvereniging. Daar komt een geranium slecht mee weg. De straat kan daar natuurlijk niets aan doen, het komt omdat deze straat op de grens met de gemeente Utrecht ligt. De grens liep in de lengterichting door deze straat en het grootste deel van het wegdek was van de gemeente Utrecht. En de straten op het Utrechtse deel van deze wijk werden vernoemd naar planten.

Eigenlijk was het zo dat slechts het (vanaf de Amsterdamsestraatweg gezien) rechtertrottoir Zuilens grondgebied was. Dat is niet zo heel erg maar het kan wel eens onhandig zijn. Bijvoorbeeld als je met het Zuilens Fanfare Corps door de Geraniumstraat wilt marcheren en je hebt als bestuur van dit corps vergeten een vergunning aan te vragen bij de gemeente Utrecht om door deze straat te mogen lopen. Maar… van het Zuilense gemeentebestuur mag het wel! Wat doe je dan? Je laat de leden van het Zuilens Fanfare Corps over het trottoir lopen! (Dit onwaarschijnlijke verhaal is echt gebeurd!)

Ben Koenen, in 1956 zojuist tot priester gewijd, wordt door zijn buurtgenoten in het katholieke woongedeelte van Zuilen: De Josephbouw onthaald. Om een en ander in goede banen te leiden is er politiebegeleiding aanwezig. De bruidsmeisjes hebben bloemen meegenomen en vormen een erehaag. Ook het huis zelf is versierd met bloemstukken en een strik in de kerkelijke kleuren geel en wit.

Meer weten over de Geraniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Josephlaan

Begin twintigste eeuw streken twee fabriek neer in Zuilen: Bruggen- en wagonfabriek Werkspoor en Staalgieterij J.M. de Muinck Keijzer (Demka). Voor werknemers werden al snel woningen gebouwd door de algemene woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en bouwvereniging ‘Elinkwijk’. In de toen nog sterk verzuilde samenleving ontstond behoefte aan woningen voor uitsluitend Rooms-katholieke bewoners. Voor hen bouwde ‘Prinses Juliana’ complex 2 op een kavel tussen de Geraniumstraat en de Tuin van Kol (het huidige Julianapark).

– De Rooms-katholieke woningbouwvereniging ‘Prinses Juliana’ zou eigenlijk ‘St.-Joseph’ gaan heten, maar in 1909, het jaar van oprichting, werd een prinsesje geboren. Het bestuur koos toen voor de naam ‘Prinses Juliana’.

De plannen voor complex 2 werden in eerste instantie afgewezen omdat ze in de ogen van de overheid te luxe waren. De afwijzing werd verdedigd met de opvatting dat het zulke luxe woningen zijn ‘dat het wel middenstandswoningen lijken’! Daarom moesten onderhandelingen de partijen op één lijn brengen en dat viel niet mee. Alle tegenslagen vertraagden de bouw van de 252 geplande woningen aanzienlijk. De eerste kwamen pas in 1928 beschikbaar en het ging in totaal vijftien jaar duren voordat het gehele project gereed is. Het waren dan wel meer woningen geworden.

De woningen in de St.-Josephlaan werden ontworpen door architect Rietbergen. ‘Het nieuwe complex bestaat uit arbeiderswoningen, die van ƒ 4,75 tot ƒ 6,50 [dat was per week, maar in guldens dus!] huur doen, gebouwd met rijkssubsidie, onder garantie van de gemeente.

Moeilijkheden bij den bouw hebben zich tot heden niet voorgedaan, of het zouden moeten zijn de moeilijkheden voor den architect om met een bouwsom van ƒ 2400.- per woning, alles (ook de grondprijs) inbegrepen, solide en aangenaam te bouwen.’

Niet alleen de lage huur zorgt voor aangenaam wonen. De vooral na de Tweede Wereldoorlog jaarlijks terugkerende feestweek is daar ook debet aan. De grote kermissen in de St.-Josephlaan worden geroemd. De bewoners van de St.-Josephlaan raakten er bovendien aan gehecht. Dat blijkt uit het feit dat, toen de kermisexploitant in 1951 van het Zuilense gemeentebestuur geen vergunning kreeg voor de kermis vanwege ‘overlast voor de omwonenden’, het gemeentebestuur blijkbaar buiten de waard heeft gerekend: een lijst met handtekeningen van alle bewoners van de laan bracht het gemeentebestuur gelukkig op andere gedachten, de kermis ging door.

Heel speciale herinneringen hebben veel bewoners van dit deel van Zuilen (en vele andere kermisbezoekers) aan het orgel dat de jaarlijkse kermis opluisterde.

De kermis werd ‘altijd’ geopend door de voorzitter van buurtvereniging ‘Juliana’. Dan werden voor de kinderen spelletjes georganiseerd waarmee fraaie prijzen te winnen waren. Die werden natuurlijk zoveel mogelijk in eigen beheer gemaakt.

De kermis besloeg de hele straat en dat kon ook makkelijk, want de laan liep dood bij de spoordijk.

Dat duurde tot midden jaren zestig van de vorige eeuw. Toen werd de rondweg om de stad compleet gemaakt door de St.-Josephlaan en de Marnixlaan (na aanleg van de Marnixbrug) aan te sluiten op de overige wegen van de rondweg.

Foto uit Utrecht in woord en beeld, van 5 september 1930: ‘De buurtvereeniging „Prinses Juliana” te Utrecht, heeft haar eerste lustrum achter den rug, en natuurlijk heeft zij dit jubileum feestelijk herdacht. Een bijzonder geslaagde eerepoort, ontworpen door Ko Versum, was de vreugdetolk der buurtbewoners, nu „hun” vereeniging reeds op vijf welbestede jaren mag terugzien.

Meer weten over de St.-Josephlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

Amsterdamsestraatweg 5

Het Museum van Zuilen beschrijft aan de hand van de gemeentegids uit 1938-’39 de Amsterdamsestraatweg vanaf de grens met de gemeente Utrecht tot aan de grens met Maarssen in vijf delen. We lopen eerst langs de oneven zijde naar het laatste pand aan deze kant van de Amsterdamsestraatweg vóór de grens met Maarssen, keren dan om en gaan aan de overzijde terug naar Utrecht. Dit is deel 5. (Deel 1 start ter hoogte van de Geraniumstraat, deel 2 bij de Sweder van Zuylenweg, deel 3 bij de De Lessepsstraat. Vanwege het ontbreken van een trottoir langs het kanaal aan de even zijde van de Amsterdamsestraatweg, ligt deel 4 aan de even kant bij de Muyskenweg.)

De Amsterdamsestraatweg is onderdeel van de Route Impériale II, de weg van Parijs naar Amsterdam, in 1813 aangelegd op last van Napoleon Bonaparte.

De Amsterdamsestraatweg loopt langs het prachtige park dat de grootgrondbezitter en rentenier J. Kol III heeft laten aanleggen door Copijn: de Tuin van Kol. Hij heeft het aangeboden aan de gemeente Zuilen. Het gemeentebestuur heeft zijn aanbod afgeslagen, omdat zij geen geld voor het onderhoud had. Daarop bood Kol het aan de gemeente Utrecht aan. Nadat een gemeenteraadslid het park was komen bekijken kwam hij moe en bezweet in het kantoor van J. Kol en verweet hem dat hij nu wel een mooi park had laten aanleggen, maar de gemeente Utrecht voor de kosten van het onderhoud wilde laten opdraaien. Daarop heeft Kol zijn aanbod ingetrokken. Hij liet het park uitbreiden met een hertenkamp en heeft er tot zijn dood in 1919 van genoten.

De erfgenamen hebben het park aan de gemeente Utrecht aangeboden, maar niet voor niets! Het is in 1929 Utrecht uiteindelijk op een bedrag van ƒ 145.000,- komen te staan, mét de restrictie dat het gebied de eerste honderd jaar als park in stand gehouden moest worden.

Vóór de Tweede Wereldoorlog is het park uitgebreid door middel van een werkloosheidproject voor jonge werklozen. Samen met de aanleg van de speelweide werd ook het Julianapark-restaurant gebouwd. De bedoeling was dat prinses Juliana de opening van het paviljoen zou verrichten. Omdat zij echter in die periode Prins Bernhard leerde kennen en de openingsdatum zo ongeveer gelijk viel met de trouwdatum van het koninklijk paar is dit niet doorgegaan.

Het Julianapark-restaurant wordt in 1937 geleid door de heer W.J. Woertman. Omstreeks 1980 heeft Adriaan Pouw, een van de zonen van bakker Pouw (van daarnet aan de oneven zijde van de Amsterdamsestraatweg), het restaurant in exploitatie.

In het Julianapark stond ook een muziektent die in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd afgebroken.

Op de hoek bij de Van Eimerenstraat zat de drogisterij van H. Suijkerbuijk, opvolger van H. van Putten die op dit adres verf en petroleum verkocht. Op nummer 448 zat het loodgietersbedrijf van H.A. van Zeist. Aan de overzijde van de St.-Josephlaan zat coöperatie ‘Praeferentia’ geleid door G.W. Reijmers.

Na het rijtje huizen dat we nu passeren, kwamen we bij de groentehandel van E.N. Osse, in 1940 opgevolgd door de gebroeders Broekman. Vanaf 1948 deed F.M. Broekman dat alleen (maar samen met zijn vrouw natuurlijk). Zij behielden de winkel tot 1999! De laatste winkel die nog echt op Zuilens grondgebied stond, was aan de noordkant van de Geraniumstraat. L.J. Röben had op die hoek zijn manufacturenwinkel. Hij was een van de drie broers die op de Amsterdamsestraatweg actief in zaken waren. De bekendste werd J.M.J. Röben die zich op de hoek van de St.-Ludgerusstraat vestigde.

De gemeentegrens Zuilen-Utrecht liep door de Geraniumstraat. Als het Zuilens Fanfare Corps door de Geraniumstraat wilde marcheren en vergeten was de vergunning ook aan de gemeente Utrecht te vragen, moest men over de stoep!

Dit alles dus volgens de gegevens aan de hand van de stratengids van Zuilen.

Het Juliana ‘Paviljoen’ kort na de oplevering.

 

Meer weten over de Amsterdamsestraatweg en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl