Met dank aan de gemeente Utrecht, de fondsen, sponsoren en al onze donateurs

De verhuizing van het Museum van Zuilen werd mogelijk gemaakt door de bijdragen van de gemeente Utrecht, zowel van het Ondernemersfonds als van de Afdeling Cultuur kreeg het Museum van Zuilen bijdragen.

VSBfonds ondersteunt initiatieven van en voor iedereen die actief wil meedoen aan de samenleving. In de vorm van donaties, praktische kennis en netwerken. Het fonds wil bijdragen aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid in ons land. Door sociale en culturele projecten te steunen en door studiebeurzen te verstrekken. Zodat iedereen zijn of haar plek krijgt in onze diverse samenleving en kan groeien, leren en leven met én dankzij elkaar. Vandaar het motto van het fonds: ‘Iedereen doet mee’.

Breed betrokken bij Utrecht

Het K.F. Hein Fonds is een betrokken fonds, met een breed werkterrein – van maatschappelijke doelen en noden tot kunst en cultuur en van natuur en volksgezondheid tot erfgoed en educatie – en een duidelijke focus op de provincie Utrecht.

Sinds 1938 heeft het fonds zich ontwikkeld tot een belangrijke steunpilaar in de regio, voor bijzondere initiatieven alsook voor individuen. Wij geven ideeën en ook mensen graag een kans. Wij ondersteunen professionals en amateurs, vaste spelers en nieuwkomers.

Het Prins Bernhard Cultuurfonds ondersteunt cultuur, natuur en wetenschap in Nederland. Met financiële bijdragen, opdrachten, prijzen en beurzen stimuleren we bijzondere initiatieven en talent. Jaarlijks worden er meer dan 3.500 projecten ondersteund.

 

Bijdragen in natura kregen we ook:

Overvecht Vastgoed schenkt ons VIJF JAAR gratis huur op de nieuwe locatie! Overvecht Vastgoed is op het voormalig Werkspoorterrein met respect voor de historie op verschillende plekken actief. De per 1 november 2019 gereed gekomen hal WERKSPOORFABRIEK aan de Tractieweg gaat het Museum van Zuilen huisvesten.

Het verhuizen van de collectie werd ons aangeboden door het Zuilense verhuisbedrijf (dat vanwege de groei verhuisde naar De Meern) W. VAN HAARLEM VERHUIZERS.

Bovendien gaat onze dank uit naar de honderden donateurs die mede bijdroegen aan de mogelijkheid het Museum van Zuilen te laten voortbestaan.

DANK U WEL!!!

 

 

HET MUSEUM VAN ZUILEN GAAT VERHUIZEN.
Het hing natuurlijk al een tijdje in de lucht. De eerste gesprekken over een verhuizing vonden al ruim twee
jaar geleden plaats. Maar voor zo’n plan zijn de (financiële) gevolgen groot en er waren in de loop der jaren
heel wat hobbels te nemen.
Dankzij de inzet van het gehele bestuur van de stichting Museum van Zuilen, de gemeente Utrecht, de
sponsoren, onze donateurs en de fondsenverstrekkers (VSBfonds, kfheinfonds en het Prins Bernhard
Cultuurfonds) is het mogelijk geworden en werd 1 november jongstleden het bericht wereldkundig gemaakt.
Het wordt een bijzonder huurcontract, omdat door de sponsoring van Overvecht-Vastgoed het Museum van
Zuilen de komende vijf jaar geen huur hoeft te betalen.
Vanaf januari gaan we inrichten en in het eerste kwartaal van 2020 gaat de deur op de nieuwe locatie open.

Over de heer Klaassens en zijn souverniers in zijn winkeltje.

De huidige enorme stroom van toeristen vindt de Utrechtse souveniers te kust en te keur. Dat is niet altijd zo geweest. Lees over de heer Klaassens en zijn souvenierskiosk in het Utrechts Nieuwsblad van 27 augustus 1958:

Wij spraken met

W. Klaassens (21 „Dommen”)

DE heer W. Klaassens uit de Linnaeusstraat 9 te Utrecht weet wel zo ongeveer wat de vreemdelingen die Utrecht bezoeken, in hun beurs hebben. Althans voor zover ze Dom, Domkerk en Domplein in hun vakantiebezoek hebben opgenomen. De heer Klaassens beheert namelijk de kiosk, die tegen de kerk aanleunt, vlak bij de Runensteen.

In de kiosk een echte souveniruitstalling. Poppen in klederdracht, verpakt in een plastic doosje. Wapenlepeltjes, schemerlampjes in de vorm van Columbus schip Santa Maria, molentjes van Delfts (?) blauw, tafel-, wand- of hoofddoek (naar keuze) met enkele fel gekleurde Utrechtse stadsbeelden erop.

Ja, Utrecht wordt niet vergeten. Kijk maar naar de uitstalling prentbriefkaarten. De Dom niet minder dan 21 maal, telkens uit een andere gezichtshoek genomen. Maar een interieur van de Domkerk heeft de heer Klaassens niet. Gek eigenlijk, zegt hij, want daar wordt juist door bezoekers van de kerk veel naar gevraagd. Maar dan moet ik nee verkopen …

Prentbriefkaarten met molentjes erop doen het best bij Engelse bezoekers. Die zijn overigens niet zo royaal met hun inkopen, weet de kioskhouder. Blijkbaar een wat krappe beurs. Nee, dan zijn de Duitse en ook de Italiaanse klanten duidelijk beter voorzien. Duitsers kopen vooral veel briefkaarten met klederdrachten erop. En Italianen zijn gek op die poppen in zogenaamd „nationaal” kostuum. Mannetjes in vuurrood pakje, met klompen aan en een ronde muts, waarvan men dan thuis, in het buitenland, kan zeggen, dat „er in Nederland ook zo mensen bijlopen.”

Een bepaalde voorkeur bij Fransen heeft de heer Klaassens niet ontdekt. Wel weet hij dat ook zij niet zo royaal zijn als Duitsers en Italianen.

Een artikel dat hard gaat, vormen de distinctieven. Heraldische waanzin, zei een voorbijganger. Maar de heer Klaassens is er mee in zijn schik. Het zijn wapens van textiel, met een stuk Dom en Oude Gracht en het woord Utrecht erop. Heel vroeger werden zulke textielproductjes bij sigaretten verpakt als toegift. In deze tijd doen ze vijftig cent per stuk.

Klaassens

W. Klaassens: …. kranten voor de show …

Kranten hangen er ook aan de kiosk. Maar dat is alleen voor de show. Elf Duitse tegen vier Engelse bladen. Het geeft een echt internationaal tintje aan dit hoekje Domplein. De heer Klaassens gebruikt de bladen als trekpleister, maar verkopen is er bijna niet bij. Het gaat zijn bezoekers om souvenirs.

Onbegrijpelijk voor velen is het plakplaatje dat hier te koop is. Bij de afbeelding staat Utrecht-Holland als tekst, net zo gewoon te lezen als u het hier ziet staan. Dit betekent dus dat het in spiegelschrift op het te versieren vlak komt. Wel vreemd, behalve voor automobilisten, want die kunnen het plaatje aan de binnenkant van hun autoruit plakken en dan zien de buitenstaanders toch in gewoon schrift dat de eigenaar helemaal in Utrecht is geweest.

IJverig en behulpzaam staat de heer Klaassens zijn klanten te woord. Of het gewone of heel goede zaken zullen worden, weet hij meestal al aan de taal, waarin men hem de vragen stelt. Omdat hij, door veel ervaring, de buitenlanders naar nationaliteit heeft leren onderscheiden aan hun koopkracht.

 

Museum van Zuilen tijdelijk beperkt open

Met verdriet, maar het kan even niet anders, getroffen door een hartinfarct en daaraanvolgende een openhartoperatie is het Museum van Zuilen veel minder vaak opende dan u van ons gewend was.

Dat komt wel weer in orde, maar om zeker te zijn of het Museum van Zuilen open IS als u het wilt komen bezoeken: bel  even op: 06 810 366 62.

Excuus voor het ongemak.

Wim van Scharenburg

Over de kruidenierswinkel van Van Dam in de J. van Lodensteinstraat.

In 1962 werd de heer Langendijk, die een kruidenierswinkel runde in de Jodocus van Lodensteinstraat opgevolgd door de heer Van Dam. Over de winkel werd een boekje uitgegeven onder de titel ‘Wat hebben we gedraaid vandaag?’. Daarin wordt de langjarige geschiedenis van de winkel beschreven. Ook dochter Corrie schreef hierin haar herinneringen aan de winkel. Een klein stukje daarvan:

‘Ik was zes toen mijn ouders vertelden dat we naar Utrecht gingen verhuizen. De opwinding die ik voelde!

En later: losse liters melk tappen uit de melkbus van mijn vader. Brrr… Ik voel nog de ijzige kou. Gezellig wandelen na school met mijn kleine broertje omdat mijn moeder daar geen tijd voor gehad. Zo leerde ik de wijk al snel goed kennen. Op de lagere school tussen de middag aardappels schillen en groenten schoonmaken voor mijn moeder. Ik zie mezelf nog staan in ons kleine keukentje met het mooie granieten aanrecht. En dan die keer dat ik alle doppen van de melkflessen had doorgeprikt. Wat was hij boos, mijn vader.

Als de winkelbel ging ‘blijf maar’ roepen, zodat ma niet voor niets naar voren kwam rennen. Aardig en sociaal tegen de klanten doen. Geen aanstoot geven. Ik zie mezelf weer met tegenzin de winkel inlopen omdat ik voor een keer eens niet aardig wilde zijn…’

Wat ontbreeekt in het verhaal is de brand waaraan de redactie van het Utrechts Nieuwsblad op 11 augustus 1965 aandacht schonk:

Koelinstallatie uitgebrand

UTRECHT — Wat alleen in vakantietijd kan gebeuren, is dinsdagavond de melkhandelaar Van Dam, Jodocus van Lodensteinstraat 1, overkomen.

Tijdens zijn verblijf elders in het land is de motor van de koelinstallatie in zijn winkel warm gelopen. Dit is uitgelopen op een klein brandje, dat de koelinstallatie geheel vernield heeft.

De politie werd ingeschakeld toen zware rookwolken uit de winkel kwamen. Agenten hebben zich aan de achterzijde toegang tot het pand verschaft. Ze hebben de stroom uitgeschakeld, waarna leden van de vrijwillige brandweer Zuilen de koelinstallatie hebben gedemonteerd.

De heer en mevrouw Van Dam met hun zoon Fokke die de zaak nog heeft voortgezet.

 

Wegens vakantie gesloten van 26 juli tot en met 2 augustus.

Beste bezoeker (in spe) van het Museum van Zuilen. Het museum is wegens vakantie gesloten van 26 juli (die vrijdag zijn we dicht) tot en met vrijdag 2 augustus. Zaterdag 3 augustus is het museum weer geopend.

Onze excuses voor het ongemak.

vakantie

Hoewel het geen ‘vakantieplaatje’ is, geeft het de sfeer wel mooi weer. Dit zijn de kinderen van de Buurtvereniging ‘Zuilen’s Vreugd’ tijdens hun jaarlijkse uitstapje (en dat was meestal op de 3de Pinksterdag, vandaar: géén vakantieplaatje.)

Koninginnedag, met een stukje Zuilen

Het defilé voor koningin Juliana was vele jaren een belevenis waar naar uitgekeken werd. Urenlange televisie-uitzendingen om heel Nederland mee te laten genieten. En heel Nederland kéék ook naar het defilé. Wim Sonneveld heeft ook een prachtige sketch aan gewijd. Er zaten soms ontroerende momenten in, die naast de uitzending op de televisie, ook de krant haalden.

Het Utrechts Nieuwsblad 26 april 1962 schreef een artikel over een 13-jarig kereltje uit Zuilen. Hij was één van de inzittende van de vele auto’s die enkele dagen voor het ‘grote defilé’ hun opwachting maakten:

EEN DOOS Utrechtse sprits en een bloemstuk (met lint in de Utrechtse kleuren) ontving koningin Juliana woensdagmiddag uit handen van de 13-jarige Frits van Willigen, het jongste lid van de afdeling Utrecht van de Algemene Nederlandse Invaliden Bond. Frits, die Jodocus van Lodensteinstraat 55 woont, werd begeleid door mej. T. Gijtenbeek als helpster eerste klas van de Rode-Kruiscolonne Utrecht (midden) en mevrouw S.B. Menk-Themans (links), die als automobiliste zich voor het elfde jaar voor de invalidentocht verdienstelijk maakte. Op de achtergrond van dit Utrechtse gezelschap de heer H.A. Hietbrink, voorzitter van de afdeling Utrecht van de ANIB. Na de aanbieding van de geschenken defileerden de 41 deelnemende auto’s met invaliden voor koningin Juliana.