Muurschildering Klooster

In de toenmalige gemeente Zuilen ontstond met de komst van de grote fabrieken Werkspoor (Wagon- en Bruggenbouw) en Demka (staalfabriek) een snel toenemende bevolkingsgroei die het oude landelijke en dorpse karakter – begin vorige eeuw 1200 inwoners – al gauw achter zich liet.

Met die bevolkingsgroei ontstond er in een tijd dat de verzuilde samenleving door verschil in godsdienst en levensopvatting was doortrokken, ook behoefte om katholieken een eigen positie te geven. Dat kwam in Zuilen net zoals elders in het land tot uiting in het bouwen van een kerk en scholen voor jonge kinderen.

Maar in Zuilen verrees in korte tijd tussen 1923 en 1938 een veel meer omvattend katholiek gebouwencomplex dat zelfs in het veel grotere Utrecht zijn gelijke niet had.

In 1924 werd de door architect Wolter te Riele ontworpen imposante St.-Ludgeruskerk in gebruik genomen. Het vormde een markant punt voor Zuilen aan de Amsterdamsestraatweg. Naast de kerk kwam een pastorie te staan voor de huisvesting van de pastoor en de kapelaans. Daarnaast kwam de woning voor het hoofd van de jongensschool.

Achter de kerk verrees een klooster met een grote kloostertuin, waar ook de zusters woonden die in de Fröbelschool en meisjesschool voor de klassen stonden.

Die Fröbelschool voor de jongste kinderen kwam dicht naast het klooster aan de St.-Willibrordusstraat te staan. Daartegenaan bouwde men de naaischool, waar jonge dames geleerd werd zelf kleding te maken.

Aan de overzijde van de St.-Willibrordusstraat kwamen twee lagere scholen, naar goed gebruik in die tijd gescheiden voor meisjes en jongens; een afzonderlijk gymnastieklokaal hoorde daar ook bij.

In 1934 werd uit de nalatenschap van pastoor Schilte een groot naar hem vernoemd parochiehuis gebouwd waar allerlei activiteiten plaatsvonden, meestal in katholiek verband maar regelmatig ook voor meer algemene Zuilense belangen. Opnieuw maakte Te Riele het ontwerp met een kenmerkende trapgevel.

Ook een gebouw voor katholiek jongerenwerk en een vestiging van het katholieke Wit-Gele Kruis (thuisverpleging en thuishulp) werden opgericht naast het parochiehuis.

In de laatste jaren van zijn bestaan, eind jaren zeventig, fungeerde het Pastoor Schiltehuis ook als poppodium voor de eerste opkomende Nederlandse popgroepen als de (The) Golden Earring(s), The Outsiders, The Shoes, Tee-Set, Bintangs, Robert Long en Unit Gloria.

Al met al, zo is te zien op bijgeplaatste afbeelding, ontstond er een katholiek bolwerk dat vanaf de Amsterdamsestraatweg (voorgrond) over de St.-Willibrordusstraat heen reikte tot aan de bebouwing van de Edisonstraat.

Zo snel als het katholieke bolwerk ontstond werd het vanaf de jaren zeventig ook weer afgebroken.

Behalve de woning van de hoofdonderwijzer resteert van dit complex alleen nog de oude Fröbelschool en de naaischool, waar thans weer een (andere) kloosterorde in is gevestigd.

Het klooster grensde aan de St.-Ludgerusstraat en St.-Willibrordusstraat en eindigde daar met een muur voorzien van een trapgevel op korte afstand van de kleuterschool.

Vrijwel op de plaats van de oude zijgevel is nieuwbouw opgericht en de open ruimte tussen de nieuwbouw en de oude kleuterschool fungeert nu als entree voor een recent gereedgekomen bouwproject met eengezinswoningen op een binnenterrein.

De muurschildering van beeldend kunstenaar Jos Peeters op de zijgevel sluit aan op de oude trapgevel van het klooster en op de gebeurtenissen die zich binnen en rond het klooster hebben afgespeeld.

Gebruik is gemaakt van de kroniek waarin de zusters van het klooster hun belevenissen optekenden, zoals met name ook gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

De hele pagina van het Zuilense Nieuwsblad wordt geflankeerd door de contouren van de St.-Ludgeruskerk (links) en het Pastoor Schiltehuis. Deze beide gebouwen stonden ook ongeveer op de locatie zoals de ‘kijker van toen’ ze op deze plek ook zou zien.

De zoektocht naar de details in de muurschildering wordt vergemakkelijkt door de volgende toelichting.

De nieuwe parochie kreeg de naam St.-Ludgerus, de eerste in Nederland geboren heiligverklaarde. Hij werd omstreeks 744 op het grondgebied van de latere gemeente Zuilen geboren.

 

Deze heiligverklaring kwam onder andere voort uit het wonder dat hij verrichtte tijdens zijn prediken in het noorden. Boeren kwamen bij hem klagen dat de ganzen hun land kaal vraten. Daarop heeft Ludgerus de ganzen vermanend toegesproken… en het probleem was opgelost. Dat is de reden dat bij afbeeldingen van Ludger vrijwel altijd ganzen aan zijn voeten staan.

Kapelaan G.B.W. Schilte werd benoemd tot ‘bouwpastoor’.

De zusters in het klooster behoorden tot de congregatie van ‘Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid’, opgericht door Dr. Eduard Michelis (*1813 te St.-Mauritz – en †1855 te Luxemburg).

 

 

 

 

 

 

Het klooster kreeg per 25 februari 1930 ook aansluiting op de Rijkstelefoondienst: nummer 15141.

Hier staan de koeien nog rustig grazen in de weilanden. Op de witte muur van het pand aan de Amsterdamsestraatweg staat de reclame van de in het pand (huidig nummer 571) gevestigde ‘Apotheek Elinkwijck’.

De kloosterzusters gaven onder andere les op de Fröbelschool die naast het klooster werd gebouwd. De binnenplaats werd één grote zandbak.

De Fröbelschool werd na de sloop van de St.-Ludgeruskerk ingericht als kapel. Na twintig jaar werd de kapel door de parochie verlaten en opnieuw heringericht. Het werd het Klooster Cenakel, deel uitmakend van de wereldwijde congregatie van de ‘Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijddurende Aanbidding’.

Uit de kroniek: ’16 Juni 1945. Weer electrisch licht. We hadden dit aangevraagd. Verlof gekregen 1 dag in de week om te wassen en de volgende week 1 dag om te strijken. Alvast ’n begin!’

Dat de omgeving van de kerk geen bescherming biedt tegen de ‘misdaad’ blijkt uit dit krantenknipsel uit 1927.

Mede vanwege de grote werkgelegenheid die met de bouw van dit Roomse complex gepaard ging, kreeg pastoor Schilte bij het gemeentebestuur gehoor bij zijn verzoek om de omliggende straten te vernoemen naar heiligen.

De ‘zusters uit het klooster’ gaven onder andere les op de Fröbelschool. Zij stonden ook bekend vanwege de prachtige tekeningen die zij met kleurkrijt maakten op het schoolbord… 

… vooral als de jaarlijkse schoolfoto werd gemaakt om de foto wat levendiger te maken.

In 1942 moesten de zusters de telefoon inleveren bij de bezetter…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

… pas in 1945 kreeg het klooster de beschikking over een nieuw exemplaar.

 

 

 

In de Hongerwinter werd door de zusters ook een Gaarkeuken-systeem uitgevoerd voor de kinderen uit de wijk. Veel boeren uit de omgeving kwamen met groenten en fruit aandragen, er werd zelfs een schaap aangeboden. (En dat alles verwarmd op een eenvoudig potkacheltje!)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verschillende advertenties en berichten uit de kranten werden vanwege het tijdsbeeld toegevoegd.

 

Ook in Zuilen werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog voedsel gedropt, enthousiast begroet door de inwoners én natuurlijk door de kloosterzusters.

In de handwerkklas ‘van zuster Joachima’ werd jonge vrouwen het (ver)maken van kleding geleerd. Het lokaal bevond zich op de eerste verdieping van het gebouw waar je met de rug naartoe staat bij het bekijken van de muurschildering.

Jos Peeters schilderde het interieur van de St.-Ludgeruskerk tijdens een ‘ziekentridium’. In die week werden de banken van het middenschip weggehaald en speciale missen opgedragen, die door (langdurig) bedlegerige gelovigen werden bijgewoond. Een en ander gebeurde vanaf 1955 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw tijdens de zogenoemde ‘Charitas-week’. Dan werd ook een speciale krant uitgebracht: De Vuurpijl.

Het bijzonder vormgegeven hek werpt ook zijn schaduw op de muur als de zon níet schijnt, met dank aan de kunstenaar Jos Peeters.

Meer weten over het klooster, de kerk en de scholen: welkom in het Museum van Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

 

De Hermannus Elconiusstraat 2

Deze straat werd genoemd naar Hermannus Elconius een van de predikanten die in de Utrechtse Jacobikerk preekten. Dat deed hij van 1581 tot 1589.

Voor een beschrijving van de Hermannus Elconiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Sweder van Zuylenweg. Vanwege de verschillende T-splitsingen en kruisingen in de straat, is het duidelijker de wandeling aan één kant van de straat te beschrijven. Dit is het verhaal van de oneven kant. Aan het eind van de straat ligt de tegel met de beschrijving van de overkant.

Let op: het is dus 1938. Op de hoek waar we nu staan zat de heer Manne met zijn rijwielhandel. Als wij hier in 1938 lopen zit hier de schoenenwinkel van de heer Venema. Met zijn mooie etalages weet hij verschillende prijzen in de wacht te slepen. Richting Utrecht komen we op de hoek van de Nicolaas Sopingiusstraat en de Hermannus Elconiusstraat bij kruidenier Droog, gerund door een ouder echtpaar dat naast de winkel woonde. Nadat het echtpaar Droog de winkel verliet is het in Nicolaas Sopingiusstraat gaan wonen, ‘richting Johannes Uitenbogaertstraat’. Er kwam hier de ijzerwarenwinkel van Elsing voor in de plaats.

‘De melkboer’ van de straat woonde op de hoek van de Nicolaas Sopingiusstraat en de Hermannus Elconiusstraat. Dat was Bernard.

Iets verder door, op nummer 85, komen we bij het adres van muziekhandel Smit Harreman. Dit is de plek waar vele jaren houthandel Dekker zal floreren en waar in 2021 o.a. de Rolls Royce’s gestald worden van Meijers Autoverhuurbedrijf B.V.

Naast de muziekhandel komen we (in 1938) bij drogisterij E. van Wilgenburg. Deze drogist gaat nog verhuizen naar de hoek van de Cornelis Mertenssstraat en de Van Hoornekade.

Rechts staat de heer Stroek Sr., links is Tum Zwarthoed. De heer Zwarthoed heeft de ‘Eerste Volendammer Viswinkel’ van Zuilen voortgezet aan de Hubert Duyfhuysstraat.

Op de hoek met de Jodocus van Lodensteinstraat waar we nu beland zijn zit de eerste winkel van de heren Stroek en Zwarthoed. Zij verkochten op dit adres vanaf 1926 vis onder de naam ‘Eerste Volendammer Vischhandel’. Later ging J.B.T. Verhaaf hier proberen zijn boterham te verdienen met een handel in manufacturen, onder de naam ‘De Concurrent’.

Tijdens onze wandeling in 1938 zit hier L. Scheffer met zijn kapsalon. Nog later gaat hier kapsalon ‘Corrie’ uw haren in model brengen.

Op de andere hoek van de straat zit de heer A. van der Klei met zijn kruidenierswinkel.

We passeren eerst weer een rij woningen voordat we bij de Hubert Duyfhuysstraat belanden. Maar ook vanuit een woonhuis is ondernemen mogelijk. Zo zit op nummer 49 (en dat ziet er toch echt uit als een ‘gewoon woonhuis’) de ‘wasch- en strijkinrichting van H.C. van Linschoten’.

De heer P.G. Simons startte in de Hubert Duyfhuysstraat in 1934 met zijn eerste winkel. Hij verkocht rookwaren zoals u ziet. Later gaat de heer Simons naar een groter pand iets verderop, nummer 25. De gevelborden geven u een mooi beeld van het ondernemerschap van de heer Simons.

Op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat vestigde zich ooit de heer Simons met zijn sigarenwinkel. Simons heeft hier overigens niet zo lang gezeten, hij verkaste naar een grotere winkel, even verderop in de Hubert Duyfhuysstraat. In dit hoekpand kwam toen de heer Van de Akker met zijn groentenhandel.

In het pand op de andere hoek van de Hubert Duyfhuysstraat zit op het moment van onze wandeling de heer N. Breedijk. Hij is kruidenier. Na zijn vertrek komt in dit pand de heer Snellenberg elektrische apparaten verkopen.

We lopen verder richting de Herman Modedstraat. Ongeveer halverwege, net voor de woningen met een erker, zit tijdens onze passage op nummer 25 garagehouder Bierman.

Op dit adres komt (tot november 1951) A.A. Ligterink met zijn bouwbedrijf.

Zo komen we dan bij de splitsing bij de Herman Modedstraat. Ook deze keer op beide hoeken een ondernemer, maar… zij hebben als postadres de Herman Modedstraat. Op de hoek aan de Zuilense kant wordt nering gevoerd. Hier zat in 1932 de Utrechtse Fijnhouthandel, later wordt dat Houthandel Zuilen en dan verhuist het bedrijf naar de Marnixlaan 4.

In 1938 was in het hoekpand aan de overkant de manufacturenwinkel van H.J. Wijna gevestigd.

We zijn er bijna! Tegenover het wijkgebouw, op nummer 3 zat voor de Tweede Wereldoorlog de bloemenhal van G.A. van Eck. In 1947 komen we de advertenties tegen in het Utrechts Nieuwsblad, waaruit blijkt dat op dit adres Adams & van der Zand ‘de hoogste prijs voor uw overcomplete machines en electromotoren’ betalen.

Zo zijn we weer bij de straat waar de wandeling van start ging, de Cornelis Mertenssstraat. Het zit erop, de schoenen kunnen uit en u kunt even rusten.

Meer weten over de Hermannus Elconiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Hermannus Elconiusstraat 1

Deze straat werd genoemd naar Hermannus Elconius een van de predikanten die in de Utrechtse Jacobikerk preekten. Dat deed hij van 1581 tot 1589.

Voor een beschrijving van de Hermannus Elconiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Cornelis Mertenssstraat. Vanwege de verschillende T-splitsingen en kruisingen in de straat, is het duidelijker de wandeling te beschrijven als we eerst langs de even zijde lopen. Aan het eind van de straat ligt de tegel met de beschrijving van de overkant.

Let op: het is dus 1938. Links was, tot de bebouwing van de straat tot stand kwam, de achterkant te zien van de Oranjekerk die aan de Amsterdamsestraatweg stond. Dicht bij de gemeentegrens met de stad Utrecht, stond deze Nederlands-hervormde Oranjekerk.

De pech van het bouwen in de stad komt met zo’n foto in beeld. Het is een prachtig gebouw, de Oranjekerk van achter gezien! Zo’n mooi zicht heb je alleen als er niet omheen gebouwd wordt. Maar zoals we wel weten komen er allemaal huizen die dit uitzicht ‘bederven’. De fotograaf staat zo’n beetje in de Hermannus Elconiusstraat. De kerk werd inmiddels gesloopt, de toren bleef gelukkig staan.

In de Hermannus Elconiusstraat was op nummer 2 het wijkgebouw van de Oranjekerk te vinden.

Voorbij dit wijkgebouw vinden we – tot de jaren zestig van de vorige eeuw – een filiaal van de U.M.C., niet het ‘Utrechts Medisch Centrum’ maar de ‘Utrechtse Melk Centrale’.

Al vóór we bij de eerste zijstraat aankomen, hebben we een bijzonderheid te melden: op nummer 28 wordt in 1952 de 25.000ste inwoner van Zuilen geboren! – Voor degenen onder u die willen weten wie nou die 25.000ste inwoner was, geef ik voor de volledigheid zijn naam: Alfred Louis Jobse. – Ter gelegenheid van deze geboorte verscheen een extra editie van het Zuilens Nieuwsblad en deed burgemeester Norbruis een toespraak die op een grammofoonplaat werd vastgelegd.

Goed, we lopen verder. Na een lange rij van boven- en benedenwoningen komen we bij nummer 38, op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat. Op dit adres vestigde zich Pardoen met zijn kantoorboekhandel. Hij wordt opgevolgd door De Bree, maar die gaat, zoals iedere Zuilenaar wel weet, nog naar de Amsterdamse-straatweg met zijn kantoorboekhandel. Op nummer 40 woont slager D.F.J. de Hosson.

Tot de hoek bij de Petrus Dathenusstraat vinden we aan deze kant van de straat alleen maar woonhuizen, maar dit keer geen bovenwoningen. Op de komen we een winkel tegen: het is een filiaal van broodfabriek ‘De Korenschoof’.

De Hermannus Elconiusstraat die nog maar aan één kant bebouwd is.

 De laatste nering die we aan deze kant van de straat (met als postadres Hermannus Elconiusstraat!) tegenkomen is de ‘Centrale Leesportefeuille’ op nummer 84.

Nog even doorlopen en we komen bij de hoek met de Sweder van Zuylenweg. In 1934 werden op dit adres aardappelen aan de man gebracht door J. Goenee van der Laan. Naar dit pand verhuisde de heer Oude Wansink, die begon op de hoek Amsterdamsestraatweg en de Hubert Duyfhuysstraat.

Oude Wansink heeft interessante aanbiedingen in de huis-aan-huiskrant Zuilen Vooruit geplaatst. U kunt hier volgens de advertentie terecht voor uw hoofdkaas, tongenworst, plockworst, procureurspek, maar ook ‘wijnen per flesch reeds vanaf 35 cent’.

Dat de voedseldroppings aan het einde van de Tweede Wereldoorlog voorzagen in behoefte’ is een eufemisme. Ze hebben desondanks enkele ongelukken gebracht. Bijvoorbeeld het huis van de familie Tuntelder in de Hermannus Elconiusstraat 100 dat werd geraakt. De heer en mevrouw Tuntelder waren in 1944 naar Drenthe gevlucht en toen zij na de bevrijding thuiskwamen troffen zij een ravage aan: een voedselpakket was door het dak gegaan. ‘Dat gat heeft nog jaren zo gezeten, want er was geen geld!’

 Meer weten over de Hermannus Elconiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Willibrordusstraat

Clemens Willibrord, ook Willibrordus genoemd (Northumbria, omstreeks 658 – Echternach, 7 november 739) is een christelijke heilige. Hij was aartsbisschop en missionaris (van Angelsaksische afkomst). Willibrord staat ook bekend als de “apostel der Friezen”, soms ook als “apostel van de Lage Landen”.

Voor een beschrijving van de St.-Willibrordusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Sweder van Zuylenweg. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen precies zeggen wie er woont of welke winkel er zit.

Vanaf de Sweder van Zuylenweg gaan we de straat in. Rechts kwamen we bij slager Bosch, één van de beide broers die in Zuilen een slagerij hadden (de andere zat op de hoek van de Edisonstraat en de St.-Ludgerusstraat).

Op de hoek van de St.-Winfridusstraat zat een sigarenwinkel. De rookwaar werd u in eerste instantie aangeboden door de heer J. de Groot. Zijn opvolger is H. v. Veenendaal. Hij heeft zijn winkel heel toepasselijk ‘ ’t Hoekje’ genoemd, alleen heeft de schilder die deze naam op de ruit schilderde daar een ‘te verwaarlozen’ wijziging in aangebracht. Die schilderde namelijk ‘ t’ Hoekje’. Dit heeft de winkelier lang achtervolgd.

Aan de linkerkant, op nummer 22, zat tijdens onze wandeling (1938-’39) nog schoenmaker M. van Erve. Dit werd later de winkel van Jos Saveur. Nog later ging Adrie Otten met de dochter van de heer Saveur de groentenhal runnen en de zoon van Jos Saveur zette het uitventen met een paard-en-wagen voort.

Op de hoek bij de St.-Willibrordusstraat zat een van de vele melk‘boeren’ van Zuilen. De winkel werd gerund door het echtpaar Van Schaik, waarbij (gewoontegetrouw) mevrouw Van Schaik de winkel draaiende hield, terwijl haar man de melk uitventte in de wijk. De winkel groeide uit tot een kruidenierswinkel, een mini Albert Heijn’.

Aan de overkant van de St.-Bonifaciusstraat kwamen we bij de Fröbelschool die lange tijd hoorde bij de rooms-katholieke jongens en meisjesscholen aan de overkant van de straat.

De meeste leerkrachten waren zusters die woonden in het klooster op de volgende hoek.

De per juni 1924 geopende Fröbelschool had ook nog ‘burgerleerkrachten’. Van hen is juf Terlingen wel de meest bekende. Zij bleef het langst in dienst. De school werd gebouwd met een prachtige ‘garderobe’ en ‘zithoekje’ voor de Zuilense kleuters. Maar de school komt al snel heel veel ruimte tekort en moet dan deze luxe opofferen aan nieuwe lokaalruimte..

In januari 1977 werd de Fröbelschool ondergebracht bij de Ludgerschool aan de overkant. De Fröbelschool bouwde men om tot de Ludgerkapel voor de parochianen die door sloop van de St.-Ludgeruskerk niet meer naar die kerk konden.

Nog later werd ook de Ludgerkapel verkocht, aan de zusters van de congregatie ‘Dienaressen van de Heilige Geest van altijddurende aanbidding’, die tot dan gehuisvest waren in het Cenakel te Soesterberg.

Het gebouw huisvestte nog meer opleiding. De groene deuren van het iets naar voren stekende deel leiden naar de bovenverdieping en daar had zich gevestigd de ‘R.K. Vereeniging tot bevordering industrie onderwijs voor meisjes ‘‘St Anna’’ ’. Deze door de zusters geleidde opleiding stond algemeen bekend onder de naam ‘de Naaischool’.

Als we de St.-Willibrordusstraat oversteken gaan we naar de kruising bij de St.-Bonifaciusstraat en gaan we verder met de beschrijving van de straat. Rechts was eerst nog de speelplaats van de rooms-katholieke meisjesschool ‘St.-Theresia’ en daar voorbij de school zelf. De leerkrachten van de lagere klassen zijn ook hier voornamelijk de zusters van het klooster op de hoek met de St.-Ludgerusstraat.

Voorbij de meisjesschool stond het pand van het Wit-Gele Kruis. Hier zorgden de wijkzusters van de St.-Ludgerusparochie voor het lichamelijk welzijn van de parochianen.

Naast ‘De Stins’ stond het Pastoor Schiltehuis, het gebouw dat bijna iedere inwoner van Zuilen kende, van buiten én van binnen. Want ondanks het ‘roomse etiket’ werden in dit gebouw vele activiteiten ondernomen die door iedereen bezocht zouden worden.

Op de hoek van de St.-Willibrordusstraat en de St.-Ludgerusstraat, recht tegenover het Pastoor Schiltehuis stond het klooster van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid.

Toen pastoor G.B.W. Schilte zijn opdracht had aanvaard om een parochie te stichten in Nieuw-Zuilen, wist hij dat daar ook een school bij hoorde. Zijn plannen kregen gestalte in de vorm van de al beschreven scholen aan de St.-Willibrordusstraat. In 1923 opende de eerste school zijn deuren voor de katholieke jeugd in Zuilen.

Voor het huisvesten van de leerkrachten op de Fröbel- en meisjesschool (pastoor Schilte deed een beroep op de congregatie van de Zusters van de Goddelijke voorzienigheid) werd het klooster gebouwd.

Het klooster werd gelijk met de St.-Ludgeruskerk eind jaren zeventig afgebroken.

 

Het klooster van de zusters van de congregatie ‘Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid’. Dit klooster stond op de hoek van de St.-Ludgerusstraat en de St.-Willibrordusstraat. Rechts achteraan is nog een klein stukje van de St.-Ludgeruskerk te zien.

 Meer weten over de St.-Willibrordusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Ludgerusstraat

Voor een beschrijving van de St.-Ludgerusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Amsterdamsestraatweg.

De St.-Ludgerusstraat staat bijna haaks op de Amsterdamsestraatweg. Die ‘schuine’ aanloop is het gevolg van de kavels zoals die al lang geleden werden vastgesteld. Heel lang geleden, al voor de aanleg van de Amsterdamsestraatweg die september 1813 gereedkwam. Tot dan was dé verbindingsweg tussen Utrecht en Amsterdam de Daalseweg (waarvan een deel sinds september 1949 Edisonstraat heet). De kavels staan haaks op de Daalseweg.

De St.-Ludgerusstraat loopt in 1938-’39 pal naast de gelijknamige kerk die in 1977 gesloopt werd.

Als we de straat vanaf de Amsterdamsestraatweg in wandelen, valt aan de rechterkant de St.-Ludgeruskerk natuurlijk het meeste op.

Deze ‘Dom van Zuilen’ was een ontwerp van architect Te Riele en werd maandag 11 augustus 1924 ingewijd door Mgr. Van de Wetering, aartsbisschop van het bisdom Utrecht.


De St.-Ludgeruskerk met links de pastorie. Beiden werden vanwege het teruglopend aantal parochianen en (daardoor) te hoge onderhoudskosten in 1977 gesloopt.

Op de andere hoek bij de Amsterdamsestraatweg vinden we de winkel van Röben. Dit pand staat al een tijd aan de Amsterdamsestraatweg. In een door pastoor Schilte geschreven verslag van begin jaren twintig van de vorige eeuw memoreert hij dat hij op een van zijn wandelingen door Elinkwijk op het idee kwam een viertal winkels met hoekhuizen te bouwen op de hoek van de Amsterdamsestraatweg en de St.-Ludgerusstraat. Die grond was door de kerk aangekocht en in de woning op de hoek vestigde hij zijn eerste pastorie. Later zou deze woning nog dienstdoen als tijdelijk klooster voor de zusters die door pastoor Schilte naar Zuilen werden gehaald voor het onderwijs op de scholen.

Nadat de zusters dit pand verlieten omdat hun eigen klooster gereed was, hing de heer van Eijndthoven boven de deur een bordje met de tekst: ’t Aldeklester (Limburgs voor ‘Het oude klooster’. Net voorbij het poortje dat de afscheiding vormt met het pand van Röben staat de werkplaats van Van Kilsdonk die hier fietsen en kachels maakt.

Voorbij de kerk staat het klooster van de congregatie ‘Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid’. Hierin wonen voornamelijk zusters die lesgeven op de fröbelschool en de rooms-katholieke meisjesschool ‘St.-Theresia’ in de St.-Willibrordusstraat. Op de hoek met deze laatstgenoemde straat vinden we de ingang van het klooster.

De grote kerk, het klooster, de scholen, gymzaal, enz. werd allemaal gerealiseerd door (bouw)pastoor G.B.W. Schilte die op 16 april 1933 is overleden. Pastoor Schilte had voor zijn parochianen een verrassing in petto: in zijn testament bepaalde hij dat van zijn erfenis een nieuw parochiehuis moest worden gebouwd.

Dit nieuwe parochiehuis kreeg de naam van deze weldoener: het ‘Pastoor Schiltehuis’.

In de jaren 1960-1970 krijgt het Pastoor Schiltehuis regionale faam. Door het optreden van de grote verscheidenheid aan ‘beatbands’ tijdens ‘instuifavonden’ groeit het Pastoor Schiltehuis uit tot hét beatcentrum van de regio. Het zijn soms bands die hun oorsprong vinden in de onmiddellijke omgeving. Een van de eerste bands die tijdens zo’n instuif optraden is The Jugglers. Ook de Golden Earring, Willy en Willeke Alberti, Lou Bandy, Unit Gloria en vele, vele anderen stonden hier op het podium.

Uitzicht vanaf de St.-Ludgeruskerktoren. Links is de St.-Ludgerusstraat. Het dak waarop de schaduw van de toren valt is van het klooster en de trapgevel midden voor is van het in 1979 afgebrande Pastoor Schiltehuis.

Meer weten over de Prinses Irenelaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Adriaan van Bergenstraat

Over Adriaan van Bergen: Tijdens de Tachtigjarige Oorlog bedenkt Adriaan van Bergen een list om in zijn turfschip, dat regelmatig Breda bevoorrade (de stad die door de Spanjaarden bezet was) soldaten te verstoppen. Prins Maurits belegerde in 1589 Breda met succes, omdat de 68 verstopte soldaten in het turfschip ‘s nachts van binnenuit de stadspoorten wisten te openen. Zo viel Breda in handen van prins Maurits.

Om een beeld te krijgen van de geschiedenis van deze straat gebruiken we de Stratengids 1940. Hierin staan per straat de huisnummers, de naam van de hoofdbewoner en zijn of haar beroep. Deze gegevens zijn aangevuld met advertenties en andere boekwerkjes. We lopen een denkbeeldige wandeling in de periode 1938-’39 over Adriaan van Bergenstraat vanaf de rotonde naar de Vecht.

De straat, aan de rand van de Geuzenwijk, lag slechts voor een deel op het grondgebied van Zuilen. Tijdens onze wandeling is in deze straat nog niet zo heel veel te zien. Dat komt mede omdat de bebouwing nog maar aan een zijde is. Later, na de Tweede Wereldoorlog, worden nog enkele woningen om de hoek van de Burgemeester van Tuyllkade gebouwd en nog veel later komen er appartementen aan deze straat te staan, maar dan is het al 2002.

Vanaf de rotonde de straat inlopend hadden we de huizen aan de rechterkant. Op dit eerste stukje voor de Koppestokstraat komen we bij de woning waar de heer en mevrouw Krachten woonden. De heer Krachten zong bij het Utrechts Byzantijns Koor.

Als we de Koppestokstraat oversteken en Adriaan blijven volgen, kwamen we op nummer 9 bij D.J. Meulenbelt’s sigarenmagazijn. Iets verder, op nummer 13, woonde slager A. Dorrestijn nog. Hij kwam later op de Wattlaan te wonen en had vele jaren zijn slagerij aan de Amsterdamsestraatweg 522. De laatste zelfstandig ondernemer vóór de grens met Utrecht zat op nummer 33. Dat was loodgieter Stoové jr. die in 1949 adverteerde met dit adres in het Zuilens Nieuwsblad. Het loodgietersbedrijf van Stoové verhuisde nog naar de Balderikstraat.

Over de kerken in de Adriaan van Bergenstraat

Al in 1934 werd voor de groeiende groep Rooms-katholieken in Utrecht-Noord een St.-Salvatorparochie opgericht. Deze werd voorlopig gehuisvest in een Noodkerk, die werd gebouwd op de hoek van de Adriaan van Bergenstraat en de Nicolaas Ruychaverstraat – voor de duidelijkheid noemen we dit Gebouw 1.

In 1962 werd de definitieve St.-Salvatorkerk aan de Adriaan van Bergenstraat in gebruik genomen, dat was op een deel van de straat dat nu Pionstraat heet: Gebouw 2.

Gebouw 1 werd vanaf dat moment in gebruik genomen door de zusters Augustinessen.

Nadat de zusters Augustinessen zich concentreerden in de kerk aan de Waterstraat, werd Gebouw 1 het Koptisch Orthodoxe centrum. Begin juli 1998 werd het kerkgebouw gekocht en genoemd naar de Martelaar de Heilige Mar-Guirguis en de Heilige Demiana.

Ongeveer vijftien jaar na de inwijding van de St.-Salvatorkerk bleek deze te groot voor het krimpende aantal kerkgangers en werd Gebouw 2 overgedragen aan de Christelijk Gereformeerde Gemeente, die uit de Eben Haëzerkerk (Gebouw 3) waren gegroeid.

Gebouw 3 bouwde men op de hoek van de Prinses Margrietstraat voor de Christelijk-Gereformeerden – samen met de Vrijgemaakten – in 1960.

Nadat de Vrijgemaakten elders gingen kerken trokken de Christelijk-Gereformeerden in Gebouw 2. Zestien jaar lang – van 1979 tot 1995 – heette de St.-Salvatorkerk (Gebouw 2) Eben Haëzerkerk. De Christelijk-Gereformeerden verlieten Gebouw 2 in 1995 en in 1998 werd het kerkgebouw gesloopt.

Gebouw 3 werd na het verlaten van de Christelijk-Gereformeerden een tijdlang Biljartcentrum, vergaderruimte, sportschool en welzijnslocatie.

Diverse bezuinigingsronden zorgden ervoor dat deze welzijnsinstellingen het gebouw moesten verlaten en nadat het enige tijd te koop heeft gestaan, werd Gebouw 3 op 15 december 2015 ingewijd als Chinees Boeddhistische tempel.

De St.-Salvatorkerk aan de Adriaan van Bergenstraat is in 1962 in gebruik genomen. Ongeveer vijftien jaar later werd het gebouw overgedragen aan de Christelijk Gereformeerde Gemeente.

 

Meer weten over Adriaan van Bergenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De nieuwe Salvatorkerk aan de Pionstraat in Zuilen

Dan ben je oud aan het worden. Heb de Salvatorkerk nog zien bouwen en hij is al jaren geleden weer afgebroken! Bizar. Over de bouw schreef Utrechts Nieuwsblad op 4 juni 1962 het volgende:

 ZUILEN werd een monumentaal gebouw rijker: de r.-k. kerk in de Utrechtse Schaakwijk op de hoek van de Pionstraat. Het is de kerk van de voorheen in het parochiehuis aan de Adriaan van Bergenstraat zetelende Sint-Salvatorparochie. Er zijn 600 plaatsen. De toren bevat drie klokken. Twee ervan luiden tien minuten voor elke dienst. Bij bijzondere gelegenheden luiden ze alle drie. Architect van het sterk de aandacht trekkende gebouw is ir. G.M. Leeuwenberg.

Salvatorkerk

 

Oud Nieuws 21 oktober 1958

Motoragenten buitelden met zijspan bij kruising

Voorrangskwestie met bromfietser voor rechter

(Van een onzer verslaggeefsters)

De 47-jarige Utrechtse timmerman M.S. kwam dinsdagmorgen voor de Utrechtse rechtbank in hoger beroep van een vonnis van de kantonrechter, die hem veroordeelde tot dertig gulden boete of zes dagen hechtenis, omdat hij op 17 oktober van het vorige jaar op de Zwanenvechtlaan te Utrecht als bromfietser een motor met zijspan van de Utrechtse politie — die van rechts kwam — geen voorrang zou hebben gegeven. Officier van justitie mr. Bredius vroeg bevestiging van het vonnis van de kantonrechter.

’s Middags om vijf uur reed verdachte op zijn brommer uit de richting van het Zwanenvechtplein naar de Prins Bernhardlaan. Op de kruising met de Prinses Irenelaan kwam van rechts de motorfiets, bemand door twee hoofdagenten.

Verdachte verklaarde de motor niet te hebben gezien. In ieder geval reed hij door. De bestuurder van de motor, de 38-jarige hoofdagent L.H. de H., maakte een uitwijkmanoeuvre met het gevolg dat het voertuig over de kop sloeg en de politiemensen een fikse buiteling maakten.

De bromfietser voerde aan dat hij langzaam reed — 20 tot 25 kilometer —, dat zijn uitzicht belemmerd werd door een hek, dat hij al dertig jaar weggebruiker was en nog nooit brokken had gemaakt en dat hij de motor absoluut niet gezien had en pas toen hij achter zich lawaai hoorde, was omgekeerd en de agenten en de motor op de grond had zien liggen. „Als ze gewoon waren doorgereden, achter mij langs, zou er niets zijn gebeurd”, zo meende verdachte, die voorts nog aanvoerde dat er naar zijn mening onjuistheden in het proces-verbaal stonden. De als getuige gehoorde hoofdagent van de gemeentepolitie C. de K., 45 jaar oud, uit Utrecht, was het hier helemaal niet mee eens. Hij zat op het zijspan en zag de bromfietser almaar naar links kijkend het kruispunt naderen. Hij zei zijn collega nog op verdachte geattendeerd te hebben. „Als we niet naar links waren gegaan, hadden we hem gegrepen”, aldus deze getuige.

Hoofdagent De H. kon zich alles niet meer zo precies herinneren, maar toch wist hij wel zeker dat hij de bromfietser tien meter van de kruising had ontdekt.

Getuige a décharge J.T. H., een Utrechtse opzichter die precies op de hoek van kruising Irenelaan-Zwanenvechtlaan woont, zei gezien te hebben dat de politiemannen honderd meter voor de kruising stopten om rolschaatsende kinderen van de weg te sturen. De politiemannen hielden vol dat ze wel een tot anderhalve kilometer voor de kruising stilgestaan hadden.

Getuige De H. merkte voorts nog op dat naar zijn mening de motoragenten over het algemeen wel bijzonder hoge snelheden hebben en dat zij beslist geen voorbeeld voor andere motorberijders zijn.

Mr. Bredius achtte volkomen bewezen dat verdachte de motor geen voorrang heeft gegeven en dat de hoofdagenten er niet normaal voorlangs konden passeren.

De verdediger zette uitvoerig uiteen dat zijn cliënt als alle weggebruikers had mogen rekenen met de hulp en de wellevendheid van anderen. Pleiters mening was dat hoofdagent De H. even werd afgeleid en de bromfietser niet aan zag komen en evenmin de waarschuwing van zijn collega hoorde. In een reactie maakte hij toen een te scherpe zwenking naar links, waardoor de motor kantelde.

Uitspraak dinsdag 4 november.

Oud Nieuws 20 oktober 1953

Hedenmorgen is in de Oranjekerk aan de Amsterdamsestraatweg een bazar, die wordt gehouden in het Wijkgebouw en waarvan de opbrengst bestemd is voor het vele werk, dat in die Wijk wordt verricht, officieel geopend. Ds. D.J. Peeterse wees er o.m. op dat door velen krachtig en met toewijding is gewerkt om de bazar te doen slagen en daardoor aan het wijkwerk een krachtige steun te verlenen. Na de hoop te hebben uitgesproken, dat het financiële resultaat gunstig moge zijn, verklaarde Ds. Peeterse de bazar voor geopend. De bazar is heden, Dinsdag geopend van 14 tot 17 uur en van 19 tot 22 uur en morgen, Woensdag, op dezelfde uren. Op de foto: de heer Meeuwissen, voorzitter van de bazarcommissie, draait aan het Rad van Avontuur. Voor hem: ds. D.J. Peeterse.