4 September: vernieuwde StraatReünie van de Ampèrestraat.

Sinds 2010 organiseerde het Museum van Zuilen al meer dan 100 StraatReünies. Daar gaan we ook op de nieuwe locatie mee door.

Zondag 4 september 2022 organiseert het Museum van Zuilen de vernieuwde StraatReünie, dit keer voor de (oud) bewoners van de Ampèrestraat.

Van 14 tot 17 uur, in het museum aan de Schaverijstraat 13. Van 14 tot 15 uur heten we u welkom met drankje, om 15 uur kleine lezing met dia’s over Zuilen en de Ampèrestraat in het bijzonder.

Deze straat werd genoemd naar André Marie Ampère (1775-1836). Volgens de overlevering ging Ampère nooit naar school en leidde hij zijn studie vooral zelf, las bij wijze van ontspanning stukken uit L’Encyclopédie. Voor de proeven die hij deed, was het noodzakelijk dat hij precies de grootte van de elektrische stroom kon meten. Hij ontwikkelde daarvoor een zeer nauwkeurig instrument: de ampèremeter.

Voor een beschrijving van de Ampèrestraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Voltastraat. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

‘In de stratengids die we voor onze wandeling van omstreeks 1938 hanteren, staat in de hele Ampèrestraat slechts één winkeladres. Dat lijkt van geen kanten te kloppen, maar is wel waar. Het komt omdat ‘de winkel op de hoek’ dikwijls een ander postadres heeft dan we denken. De melkwinkel bijvoorbeeld die we bij het binnenlopen van de straat direct links zien heeft als postadres de Galvanistraat. De woning erboven hoort wel bij de Ampèrestraat….’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bakkerij Amsing op de hoek van de Daalseweg en de Ampèrestraat

Kortom: Mis het niet, geef u op door even een mailtje te sturen naar info@museumvanzuilen.nl of bel 06 20565655

Het Schaakwijk

Na de Tweede Wereldoorlog werden de twee grote Zuilense industrieën, de wagon- en bruggenfabriek Werkspoor, en de staalgieterijen van Demka, van groot belang voor het herstel van de economie van ons land. Op korte termijn moesten de kapotte bruggen hersteld en het openbaar vervoer worden uitgebreid.

De beide fabrieken kwamen om in het werk, waarvoor personeel werd geworven in alle delen van het land.

Die werknemers wilden graag in de directe omgeving van de fabriek wonen.

Deviezentekorten beperkten echter de mogelijkheden sterk.

De Zuilense gemeentearchitect W.C. van Hoorn verwierf landelijke bekendheid met een gedurfd staaltje architectuur: de bouw van woningen die bekend kwamen te staan als ‘Het Schaakwijk’. Met deze woningen bracht Van Hoorn namelijk een record op zijn naam. Tot dan toe waren de bouwkosten van de goedkoopste woningen die gebouwd werden – in Bussum – ongeveer ƒ 7.500. Van Hoorn wist extra toewijzingen voor de bouw van woningen in Zuilen te bewerkstelligen, door dit project op te zetten, waarvan de woningen voor slechts ƒ 5.500 gebouwd konden worden. De eerste aanvraag betrof 120 woningen. In ‘Den Haag’ ging men uit van een rekenfout en Van Hoorn werd uitgenodigd de rekenfout even aan te komen wijzen. Toen bleek dat van een fout geen sprake was, mochten in plaats van 120 zelfs 240 woningen gebouwd worden, mét een lavet, waardoor de bouwkosten stegen naar het formidabele bedrag van 5850 gulden (!) per woning.

Terwijl men aan de voorkant nog aan het bouwen is, hangt de was al aan de lijnen bij de achterste woningen.

Het succesverhaal van de architect gaat nog verder, de woningnood was ook met de 240 flatwoningen nog lang niet opgelost en de in Zuilen aanwezige fabrieken – en dus de werknemers ervan – waren van zo’n groot belang, dat het uiteindelijk 360 woningen werden. De straten in dit wijkje werden genoemd naar schaakstukken en dat maakte dat de wijk ‘Het Schaakwijk’ genoemd werd.

Het Schaakwijk vanuit de lucht. Vanuit hetzelfde vliegtuigje, nu vanaf de andere kant gezien.

Het idee om de straten naar een (denk)sport te vernoemen, kreeg redactionele aandacht van verschillende kranten uit die tijd. Zo stond in het Utrechts Nieuwsblad van 6 september 1951:

Origineel denkbeeld

Ondanks alle moeilijkheden gaat de bouw van woningen in Zuilen gestadig door. De Prinses Margrietstraat, achter de Burgemeester van Tuyllkade gelegen, is al flink volgebouwd en de twee straten welke hierop zullen uitkomen zijn genoemd naar een tweetal schaakmeesters, de Max Euwestraat en de Stauntonstraat. Deze twee straten worden verbonden door de Pionstraat, Paardstraat, Loperstraat, Torenstraat, Damestraat en Koningstraat, genoemd dus naar de stukken van het schaakspel.

Een origineel idee van het Zuilens Gemeentebestuur dat wijde perspectieven opent voor toekomstige bebouwingen in stad en land. Dan staat ons wellicht in een voetbalwijk het Kraakplein, de Scheenbeschermersingel en het Terlouwplantsoen te wachten.

Op 16 november 1951 schreef men in dezelfde krant:

Schaaksimultaanseance te Zuilen

Woensdag 21 November wordt de eerste woning van de Schaakwijk te Zuilen door de Commissaris der Koningin officieel in gebruik gesteld en zal Dr. Euwe een Schaakstuk onthullen. Des middags drie uur wordt in het Juliana-Restaurant een simultaan-seance gespeeld tussen Dr. Euwe en een aantal Zuilense schakers. De burgemeester en de gemeente-secretaris zullen er aan deelnemen, en de volgende leden van Zuilense Schaakverenigingen: van de Schaakclub Zuilen: H.H.M. v. Garderen, H. Koudenburg, Th. Overes, Ds. C.J. v. Rooyen, M.M. Schoep en W. v. Weeren; van de Schaakclub Oud-Zuilen: A. Bregman, H. Bloemink, G. v. Kuyk, A.W. Koster, C. Oly en L. Stokkers; van de Schaakclub P.V.W.: N. Deller, E. Bocek, D. v.d. Werf, A. v.d. Steen. A.W. Emmerik en W. Doeland.

Laat de Zuilenaren maar schuiven, die weten met een schakende burgemeester aan het hoofd, de stukken best te hanteren. Dr. Max Euwe, die gisteren de gast van het gemeentebestuur was ter gelegenheid van de opening van de speciale schaakwijk, moest getuigen dat hij de handen vol had tijdens de simultaan-seance in het Julianarestaurant. Niet minder dan 32 Zuilense schakers namen het tegen de grootmeester op. Van hen moesten er 27 het veld ruimen. De heer C. Olij, van de schaakclub ‘Oud-Zuylen’, heeft zijn partij echter gewonnen. Vier partijen eindigden in remise, dit was o.a. die van burgemeester Norbruis, die dan ook ere-voorzitter van ‘Oud-Zuilen’ is, Ds C.J. van Rooijen, van ‘Zuilen’, A. v.d. Steen, van de P.V.W. Schaakclub, en S. de Vries  brachten het tot hetzelfde resultaat. ‘Een zware seance’, zeide Max Euwe. Zij heeft vier uren geduurd. Op de foto: burgemeester Norbruis verdiept in het schaakstukken-conglomeraat.

Meer weten over Het Schaakwijk en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Berlagestraat

Hendrik Petrus (Hein voor intimi) Berlage was een groot architect en stedenbouwkundige. Hij ontwierp bijvoorbeeld het gebouw in Amsterdam dat we allemaal kennen als ‘De beurs van Berlage’.

Hij bedacht niet alleen voor Amsterdam een grootschalig stedenplan, dat deed hij ook voor Utrecht. Daarin was zelfs in een vliegveld voor Utrecht voorzien. Wij beperken ons hier tot zijn ‘Zuilense’ inbreng: met onder andere de door hem ontworpen As van Berlage.

In 1917 ontwierp Berlage op initiatief van de Utrechtse wethouder en latere burgemeester Fockema Andreæ, samen met de Utrechtse directeur Openbare Werken L.N. Holsboer een uitbreidingsplan voor de stad Utrecht.

Flats aan de Berlagestraat. (Foto: Het Utrechts Archief)

Ook omliggende gemeenten werden voor zover nodig opgenomen in dit plan, met onder meer een infrastructuur voor de nieuw te bouwen wijken voor arbeiders zowel in Utrecht als in Zuilen.

In het begin van de vorige eeuw groeide Zuilen onstuimig. Twee grote industrieën streken neer op het grondgebied van Zuilen, dicht tegen de gemeentegrens van Utrecht.

De fabrieken van Werkspoor in Amsterdam vestigden in Zuilen de Wagon- en Bruggenfabriek (1913) en vanuit het Groningse Martenshoek verplaatste J.M. de Muinck Keizer (Demka) zijn staalfabriek in 1916 ook naar Zuilen.

Het ontwerp van Berlage Holsboer voorzag in een extra ontsluiting vanuit het centrum van Utrecht in noordelijke richting, parallel aan de Amsterdamsestraatweg.

In het plan verwerkten de beide heren typische elementen die aan Berlage eigen waren: een ‘stemvork’ model en een zogenoemd ‘wagenwiel’. – Met  een wagenwiel wordt de rotonde bedoeld waarop de verschillende straten als de spaken van een wiel uitkomen. – Slechts een deel van dit plan werd uitgevoerd. Tegen de tijd dat de bebouwing aan de laatste deel van de as (ter hoogte van het Prins Bernhardplein was een tweede wagenwiel ontworpen) gestalte zou krijgen, werd door de crisisjaren en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog een streep door dit plan gehaald.

Over de as is al heel wat te doen geweest en al vele jaren wordt getracht de ideeën van Berlage zo goed mogelijk uitgevoerd te krijgen. Zo heeft het plein aan het einde van de Sweder van Zuylenweg – dat sinds einde vorige eeuw de naam ‘Berlageplein’ kreeg – al heel wat pennen in beroering gebracht. In eerste instantie werd het een rotonde. Omdat het gebruik daarvan niet meer voldeed, werd deze rotonde eind jaren zeventig omgebouwd tot een bijna onneembare ‘rijexamenkraker’. Maar het is allemaal goed gekomen: het is nu weer een rotonde, het is weer een ‘wagenwiel’ en past naadloos in het plan van Berlage (en Holsboer, maar die wordt maar weinig genoemd).

Het Zuilense deel van het plan van Berlage: twee wagenwielen, een stemvork en de alom geroemde ‘As van Berlage’ en… linksboven de verlegde bocht van het kanaal.

Utrecht en Zuilen hebben veel aan Berlage te danken. Toch zijn er in het genoemde uitbreigingsplan onderdelen – toen – niet uitgevoerd, waarvan begin 21ste eeuw alsnog aan gewerkt wordt.

De bekende bocht in het Amsterdam-Rijnkanaal was in de visie van Berlage te scherp. Hij bedacht een kromming vóór de bocht (vanuit Maarssen) waardoor de bocht makkelijker te nemen is. – Anno 2022 is Rijkswaterstaat al vijf jaar bezig met een plan tot verbreding van het kanaal, door de loshaven van de Demkafabrieken langs de hele bocht door te voeren.

De woningen in de Berlagestraat zijn van hetzelfde type als die van de Van Heukelomlaan. De Berlagestraat gaat nog wel even de hoek om, en daar in de bocht werd een moskee gebouwd, terwijl net voorbij de bocht een aantal kleine ondernemers zich vestigeden.

Verschillende bedrijven op het stukje van de Berlagestraat ‘om de hoek’.

Meer weten over de Berlagestraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Van Heukelomlaan

G.W. van Heukelom heeft een stempel gedrukt in de architectuur, én op Zuilen. Hij was de man die voor de Nederlandse Spoorwegen Hoofdgebouw 3 ontwierp (De Inktpot). Dit gebouw trekt tijdens Open Monumentendag grote aantallen bezoekers die zich verbazen over het prachtige ontwerp van het grootste bakstenen gebouw van Nederland.

Speciaal voor deze bouw – om verzekerd te zijn van de aanlevering van voldoende bakstenen – kocht Van Heukelom een steenfabriek op. Toen hij merkte dat die fabriek onvoldoende capaciteit had, kocht hij nóg een steenfabriek op, de aan de Kantonnaleweg te Zuilen staande steenfabriek ‘De Volharding’.

Veel minder bekend is dat alle deuren van De Inktpot geleverd werden door… Werkspoor!

Een markante bewoner van deze laan was ‘Dikke Willem’. Broodbezorger in de Geuzenwijk voor de Lubro bakkerij – nadat hij ook nog even bij Werkspoor had gewerkt. – Behalve in het brood van zijn werkgever handelde hij ook naar hartenlust in polshorloges en sieraden.

W. Jansen uit de Van Heukelomlaan 109.

Hij deed het goed, want met zijn omzet was de directie van Lubro altijd dik tevreden en aanmerking maken op zijn bijverdiensten met de horloges en de sieraden was er dan ook niet bij.

De omvang van Jansen is aan de andere bewoners van de Van Heukelomlaan niet voorbij gegaan: ‘Ja, Jansen, ja, dat weet ik nog wel. Die reed in een Mercedes, en als hij ingestapt was, hing die auto behoorlijk scheef [in de jaren zestig was Jansen enige tijd de dikste man van Nederland, en als zodanig te gast in het destijds zo populaire programma “Voor de Vuist Weg”, van Willem Duys]. Pas als zijn vrouw ook in was gestapt ging de auto weer een beetje in de normale stand.’

Zoon Wim Jansen beaamde het onmiddellijk en vulde er nog bij aan: ‘Vanwege zijn omvang moest de autostoel van mijn vader zóver naar achteren, dat hij niet meer bij de pedalen kon met zijn voeten. Daarvoor werden de pedalen verlengd.’

In de nieuw aangelegde straat ontbraken bomen. Juist in de Van Heukelomlaan worden die gemist, het plantsoen voor de deur – werd lange tijd de Van Heukelomlob genoemd en heet sinds enige jaren officieel Van Heulompark – mistte nog de aanplanting.

Aan de overkant van de Van Heukelomlaan, toen nog de W.J. Bossenbroekstraat, stond de noodschool van de Openbare Lagere School 7. Leerlingen van die school werden op Boomplantdag betrokken bij de nieuwe aanplant. De bomen zijn inmiddels gerooid, omdat zij plaats moesten maken voor de bouw van de moskee.

Op nummer 85 woonde de familie Keijzer, een gezin met 10 kinderen. Dochter José herinnert zich:

‘In de tijd dat wij er woonden, was een auto een niet alledaags vervoermiddel.

Onze lichtblauwe Renault 4 bleek tijdens de StraatReünie op 6 november 2016 in het Museum van Zuilen een herkenning te zijn van medebewoners in die tijd.

De achterbank was eruit gehaald en twee mooie klepbankjes waren achterin gemaakt, in de lengte geplaatst. Zo hadden we plek voor acht kinderen. Bovendien konden in de bankjes spullen worden gelegd. Een broertje, die klein van stuk was zat bij mijn moeder aan de voeten voorin.

Het tiende kind kwam veel later en zo hebben we een aantal jaren gereden naar verschillende vakantieadressen en familiebezoekjes.

De bankjes hebben nog jarenlang in de familie vele diensten bewezen, tijdens de vakanties konden ze ook zo in de tenten worden gezet en voilà we hadden weer een paar zitplaatsen erbij.’

‘Kinderen Keijzer (en anderen) aan de achterzijde van de Van Heukelomlaan’.

Leendert van Veldhuizen woonde op nummer 27 in de Van Heukelomlaan. Hij herinnert zich:

…‘Drie sportvelden naast elkaar voor onze deur, vrijelijk te betreden, waar we eindeloos voetbalden met hoopjes jassen als doelen. Voetballen met wie er was, ook met mensen met wie je eigenlijk ruzie had.

In de strenge winters begin jaren zestig maakten we ijsbaantjes op het gras met water uit de tuinslang tussen randen van sneeuw…’

Leendert showt u een vrij nieuw fenomeen dat ook werd toegepast in de flats van de Van Heukelomlaan: een intercominstallatie met deuropener, vanuit de hal te bedienen. Maar als je nog niet groot genoeg bent, heb je daar wel een krukje bij nodig natuurlijk.

 Meer weten over de Van Heukelomlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Minister Talmastraat

Dominee A(ritius) S(ybrandus) Talma (* 17 februari 1864 – † 12 juli 1916), was aanvankelijk Nederlands-hervormd predikant maar werd in 1901 lid van de Tweede Kamer voor de Anti-revolutionaire Partij. Hij was minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 1908 tot 1913. Hij zette zich met verve in voor de verbetering van de levensomstandigheden van grote beroepsgroepen in onze samenleving. Talma was in het begin van de vorige eeuw een van de belangrijkste sociale hervormers in Nederland. Hij heeft een paar cruciale sociale wetten uitgevaardigd, waaronder de Ziektewet en de Invaliditeits- en Ouderdomswet. In Utrecht is een laan naar hem genoemd, in (de voormalige gemeente) Zuilen besloot het gemeentebestuur een straat naar hem te noemen.

De Minister Talmastraat is een wat langere straat die begint bij de W.J. Bossenbroekstraat en eindigt bij het Theo Thijssenplein, bij de sportvelden van de voetbalvereniging ‘Elinkwijk’. – Dit is niet altijd zo geweest. Bij de realisatie van de eerste woningen van complex 3, was de Minister Talmastraat aan beide zijden doodlopend.

De straat loopt grotendeels parallel met de Amsterdamsestraatweg en werd, ongeveer in het midden, voorzien van een tweetal plantsoenen. Langs deze plantsoenen, links en rechts van de Patrimoniumstraat, werden twee winkelstrippen gecreëerd.

Kort na de realisering van complex 2 van woningstichting ‘Eigen Haard’ (op ’t Zand) bouwde men complex 3: aan de C. Smeenkstraat, Minister de Visserstraat, de Luit Blomstraat en een aantal woningen aan de Minister Talmastraat. Dat zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 

Dit zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. We gaan eens kijken wat daar zoal te koop was.

Als we van start gaan met de beschrijving van deze winkels, beginnen we op de hoek van de Minister Talmastraat en de C. Smeenkstraat. Daar zat de kapsalon van de heer ten Hulscher. Later kwam de heer Lips in dit pand, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door twee van zijn zoons, die op dit adres anno 2022 nog steeds actief zijn. De coupes die zij knippen zijn wel anders geworden dan toen de heer ten Hulscher hier de schaar hanteerde.

Naast de kapsalon zat een sigaren- en sigarettenwinkel onder de luisterrijke naam ‘Sigarenmagazijn Talma’. Die werd gerund door de heer Kuiper. We gaan door met drogisterij Zonsveld, slagerij Vos (die ook een slagerij had in de Wethouder D.M. Plompstraat) en bakkerij Dingemans. In de winkel van de heer Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer, een bekende bakker in de wijk Zuilen die ook vestigingen had in de stad Utrecht.

Exterieur van drogisterij ‘Zonsveld’ aan de Minister Talmastraat. Dit winkelblok werd in twee delen gebouwd. De eerste drie werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Dit blok begon zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

 Op de hoek van de Patrimoniumstraat kwamen we vervolgens bij kruidenier Zetstra die vele, vele jaren ook een winkel (later zelfs één van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen) had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

We steken de Patrimoniumstraat over en komen dan bij het pand waar melkboer Verhoef zat. De heer Verhoef werd opgevolgd door de ‘handelaar in zuivelproducten: F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Van een zoon van de familie Dingemans is het volgende verhaal: ‘Onze bakkerswinkel werd geopend op 15 november 1953 op nr 39. Het woonhuis daar boven was nr 39bis. Op 12 juni 1961 werden bedrijf en gebouwen overgenomen door bakker Karel H. Boonzaaijer uit de Werner Helmichstraat.

Ik heb nog wat foto’s voor je opgediept die ik hierbij stuur.

Wien Dingemans, een logee, mijn moeder en ikzelf, Gerrit Dingemans.’

Na de annexatie werden aan de Minister Talmastraat deze flatwoningen gebouwd. Zij moesten, evenals de flats van de Pedagogenbuurt wijken voor het nieuwbouwproject ‘Groen Zuilen’. (foto: Het Utrechts Archief, 1953-1957)

Meer weten over de Minister Talmastraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Pedagogenbuurt

Een beschrijving van de Pedagogenbuurt beperkt zich in dit geval vooral tot de omschrijving van de markante flats die symbool stonden voor de buurt. Deze flats werden door de Zuilense gemeentearchitect, W.C. van Hoorn, ontworpen. Op 19 september 1952 schrijft het Vrije Volk:

‘Ruim driehonderd flats verrijzen in Zuilen…

…De flats worden in vier woonlagen en in acht complexen van 40 woningen gebouwd. Zes van deze complexen worden achter elkaar opgetrokken met een tussenruimte van 29 meter welke ruimte wordt opgevuld met een plantsoen en een z.g. woonstraat (een betrekkelijk smalle straat, ongeschikt voor het grote verkeer, maar wel toegankelijk voor groenteboer, bakker, vuilnisauto enz.)

Tussen de twee resterende complexen wordt een speelweide aangelegd van 100 x 80 meter.

Ieder complex wordt voorzien van twee centrale trappenhuizen en galerijen op iedere verdieping. Ondergronds wordt voor ieder gezin een bergplaats ingericht…’

Zo kwamen blokken flats in Zuilen te staan, vier woonlagen hoog! Gelukkig was een inwoner zo alert om een serie foto’s van de bouw te maken. In het huidige tijdperk gaat alles digitaal en worden van zulke projecten ook filmbeelden gemaakt. In 1952 was het vrij bijzonder dat er ‘op uitgebreide schaal’ een en ander wordt vastgelegd.

Maar, gelukkig hébben we die foto’s nog!

De kelderruimtes onder de flats

Ondertussen een kleine beschrijving van de straatnaamgevers:

H. Bavinck

Herman Bavinck werd op 13 december 1854 geboren in Hoogeveen, waar zijn vader predikant was van de Christelijke Gereformeerde Kerk. In 1857 verhuisde het gezin Bavinck naar Bunschoten en in 1862 werd een beroep aangenomen naar Almkerk in de Bommelerwaard. Hij rondde de academische studie in Leiden af met een promotie cum laude over de Zwitserse reformator Zwingli. (Bron: Wikipedia)

A.H. Gerhard

Adrien Henri Gerhards wieg stond in het Zwitserse Lausanne en hij werd daar voor de eerste keer ingelegd op 7 april 1858. Na een leven als Nederlands politicus, vrijdenker, onderwijsspecialist en bestuurder van de S.D.A.P. overleed hij te Bakkum op 3 juli 1948, 90 jaar oud.

Mgr. Dr. Hoogveld

Johannes Hendrikus Everardus Jacobus Hoogveld was filosoof en pedagoog. Hij werd 25 juli 1878 geboren in Elden en overleed op 23 juli 1878 te Nijmegen.

A.M. de Jong

De Jong werd op 29 maart 1888 geboren in Nieuw Vossemeer, een dorp in het westelijk deel van Noord-Brabant. Het gezin had 13 kinderen. De Jongs vader was landarbeider, en ging op zoek naar meer welvaart als arbeider in Rotterdam. Veel van De Jongs herinneringen zijn verwerkt in de romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren.

Als represaille voor de moord op een aantal NSB’ers werd De Jong in 1943 vermoord door Nederlandse SS-ers, een van de zogenaamde Silbertanne-acties. (Bron: Wikipedia)

Prof. Dr. P.A. Kohnstamm

De straat naast de H. Bavinckstraat werd genoemd naar professor dr. Phillip A. Kohnstamm. Philip Abraham Kohnstamm werd in 1875 in de Duitse stad Bonn geboren en overleed in 1951 te Ermelo. Kohnstamm wordt gezien als grondlegger van de empirische onderwijskunde in Nederland. Dit komt tot uiting in de naamgeving van het Kohnstamm Instituut en het gemeenschappelijk gebouw van de afdeling pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, het Philip Kohnstamm-huis aan de Wibautstraat.

K. ter Laan

Kornelis ter Laan was een Nederlandse onderwijzer, taalkundige en politicus en werd geboren in Slochteren op 8 juli 1871. Van 1905 tot 1914 was Ter Laan gemeenteraadslid te Den Haag en daarmee de eerste socialist in de Haagse gemeenteraad. Van 1914 tot 1937 was hij burgemeester van Zaandam. Ter Laan overleed in 1963 te Utrecht op 92-jarige leeftijd.

Jan Ligthart

Jan Ligthart werd op 11 januari 1859 te Amsterdam geboren en overleed op 16 februari 1916 te Laag-Soeren. Hij was een Nederlandse onderwijzer en onderwijsvernieuwer. Hij werd bekend als schoolhoofd van een lagere school in de Schilderswijk van Den Haag en als schrijver van artikelen en boeken.

J.H. Schaper

De Nederlandse publicist en politicus Johan Hendrik Andries Schapers vulde zijn wieg in Groningen op 12 februari 1868. Hij overleed in zijn toenmalige woonplaats Voorburg op 31 augustus 1934.

De markante entree van de flats in de Pedagogenbuurt.

Theo Thijssen

Theodorus Johannes Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam en overleed (ook in Amsterdam) op 23 december 1943. Hij was een Nederlands schrijver, onderwijzer en socialist. Zijn bekendste boek is Kees de jongen, dat in de Amsterdamse Jordaan speelt.

Dr. F.M. Wibaut

Florentines Marinus (Floor) Wibaut, (bijgenaamd de Machtige) werd op 23 juni 1859 geboren te Vlissingen en overleed te Amsterdam op 29 april 1936. Wibaut was een Nederlandse zakenman en politicus voor de toenmalige S.D.A.P.

Jan van Zutphen

Jan van Zutphen leefde van 1863 tot 1958. Jan van Zutphen kwam uit een arbeidersgezin, zijn vader was wijnkopersknecht. Alhoewel geboren in Utrecht groeide Van Zutphen op in de Amsterdamse volksbuurt Kattenburg. Hij werd daar al op vroege leeftijd geconfronteerd met het arbeidersbestaan en zorgde op zesjarige leeftijd al voor bijverdiensten door samen met andere kinderen ’s morgens het door zeewater stijf geworden touw te ontrafelen.

Na de Tweede Wereldoorlog zette Van Zutphen zich in voor de tbc-bestrijding en initieerde het verplicht doorlichten van scholieren. Hij had in 1955 op 92-jarige leeftijd nog de leiding over een drie maanden durende staking van 850 diamantbewerkers.

H. Diemer

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was onder andere medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties en, gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

De laatste hand wordt gelegd, Zuilen was weer ruim 300 woningen rijker.

Meer weten over de Pedagogenbuurt en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Diemerstraat

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was niet alleen medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties, maar ook, en gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

Op 12 december 1998 maakte de fotograaf van Het Utrechts Archief deze foto van de naar H. Diemer genoemde straat.

De H. Diemerstraat is de meest noordelijke straat van de wijk die in Zuilen bekend staat onder de naam ‘Eigen Haard’. De straat begint bij de Minister Talmastraat en eindigt bij de Minister de Visserstraat.

De straat staat haaks op de Amsterdamsestraatweg en in tegenstelling tot wat tot enige jaren vóór de bouw van deze straat gebruikelijke was, heeft de H. Diemerstraat geen ‘winkel op de hoek’.

De piloot vloog precies aan de goede kant van ‘Eigen Haard’, helemaal op de voorgrond hebben we zo een uitstekend beeld van de H. Diemerstraat. De winkelstrip aan de Minister Talmastraat is nog lang niet voltooid, dus voor de boodschappen is men vooral aangewezen op de bezorgers aan huis.

 Tot ongeveer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op die ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel, mensen wilden zelf bepalen van wie zij de producten kochten, enz. – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd.

Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. De bewoners van de H. Diemerstraat werden verwend met dit ‘winkelcentrum’ waar van alles geboden werd.

Niet alle winkels werden tegelijk gebouwd. Zelfs werd het eerste winkelblok, gezien vanaf de C. Smeenkstraat, in twee delen gebouwd.

De eerste drie winkels werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Door verzakking begon dit blok zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

Op de meest rechtse hoek van de winkelstrip zat de kapsalon van Ten Hulscher die werd opgevolgd door Lips (wiens zonen de winkel nog steeds voortzetten).

Naast de kapsalon zat Sigarenmagazijn Talma’ van  Kuiper. Daarnaast zat drogisterij Zonsveld, vervolgens slagerij Vos en bakkerij Dingemans. In de winkel van Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer.

Op de hoek Patrimoniumstraat zat kruidenier Zetstra die ook een winkel had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

Op de andere hoek van de Patrimoniumstraat zat melkboer Verhoef, die werd opgevolgd door F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Naast Verhoef zat Woninginrichting Selles en daarnaast kwamen we bij de lampenwinkel van Huiding. Vervolgens vonden we de kledingwinkel (fournituren en lingerie) van mevrouw Pas. Zij gaf de winkel de naam ‘JaCoBe’, de eerste letters van de namen van haar drie zonen Jan, Cor en Bert. Mevrouw Pas gaf het stokje door aan Henk Pronk die na enige jaren hier te hebben gepionierd, met zijn nering naar de Amsterdamsestraatweg.

De gordijnenwinkel die we vervolgens in beeld kregen, was maar een kort leven beschoren, deze winkelruimte nam de heer Pronk erbij om zijn winkel uit te breiden.

De ViVo-kruidenierswinkel van de heer Enkelaar was de voorlaatste op de rij.

Op de hoek met de H. Diemerstraat zat de laatste winkel: het Polydorhuis van de familie Van Grootheest. Daar werden huishoudelijke artikelen verkocht.

De winkels aan de Min. Talmastraat op een zonnige dag.

Meer weten over de H. Diemerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Minister de Visserstraat

De naamgever van deze straat, Dr. Johannes Theodoor de Visser, werd geboren te Utrecht op 9 februari 1857 en overleed op 14 april 1932 te ’s Gravenhage. Hij was een vooraanstaand CHU-politicus en Nederlands eerste minister van Onderwijs. In Zuilen werd ook een school naar hem genoemd, de Christelijke Lagere School aan de Daalseweg.

De woningen in de Minister de Visserstraat werden gebouwd door twee verschillende woningbouwverenigingen. De oudste van de twee was de (algemene) woningbouwvereniging ‘Zuilen’.
In de verzuilde samenleving aan het begin van de vorige eeuw werd door de ‘Vereniging op Gereformeerde Grondslag “Rehoboth” ‘ – ter bevordering van de sociale welstand – een woningstichting opgericht met de naam ‘Eigen Haard’. Zij liet een aantal woningen bouwen voor haar leden. ‘Eigen Haard’ bouwde de eerste huizen in Zuilen die na de oorlog (in 1947) werden opgeleverd. Dat waren negentien huizen aan de Minister de Visserstraat, ‘Complex 4’ van Eigen Haard. Later bouwde deze woningbouwvereniging ook nog haar ‘Complex 7’ in deze straat.

De bewoners van de negentien huizen die nog net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden opgeleverd hebben zich niet zodanig geroerd in de oorlog dat daar vermeldenswaardige herinneringen over geschreven kunnen worden. Heel bescheiden komen we de Minister de Visserstraat nog wel tegen in de herinnering van een bewoonster ‘om de hoek’:
In een tijd dat er zo slecht aan eten te komen is, ontkom je blijkbaar niet aan zwarte handel. Er blijven altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden. Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij vertelde dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

In de Minister de Visserstraat is enige vernieuwing in bouwwijze is toegepast ten opzichte van eerdere bebouwingen in Zuilen. Zo werden de voorgaande straten dikwijls voorzien van een winkel ‘op de hoek’. Daarin kwam verandering. Door verbeterde mobiliteit en ander koopgedrag van de klanten. – In het begin van de vorige eeuw kwamen dagelijks de groenteboer, melkboer en bakker langs de deur. – Maar het aanbod groeide, mensen konden (en wilden) steeds vaker een keuze maken uit een groeiend assortiment en kwamen daarvoor vaker naar de winkel. Dan is het samenvoegen van diverse winkels tot een ‘winkelstrip’, zoals aan de Min. Talmastraat gedaan is, een grote stap vooruit.
In de Minister de Visserstraat vonden we op de hoek met de C. Smeenkstraat toch een winkel. Hier was de heer Van Drie u van dienst met zijn melkhandel.

Grote woningen aan de even zijde. Oorspronkelijk bedoeld als duplexwoning, maar volgens oud-bewoner Schagen nooit als zodanig gebruikt.

Kinderen Schagen uit de Minister de Visserstraat 4 vastgelegd door de straatfotograaf. De winkel van Van Drie lijkt nog wel als zodanig in gebruik.

Herkenbaar (aan de auto’s, asfalt op de voorgrond voor de stadsbus, en de straatverlichting) een foto van ná de annexatie. De foto werd gemaakt op 12 december 1998. Op de hoek de winkel van Van Drie, maar die lijkt al gesloten. (Foto: Het Utrechts Archief)

De nummers 51 en 53 van de Minister de Visserstraat (onderdeel van ‘Complex 7’) staan prominent in beeld in de brochure die de woningstichting ‘Eigen Haard’ uitgaf ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum.

Meer weten over de Minister de Visserstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Patrimoniumstraat

‘Patrimonium’ is de naam van de eerste werknemersorganisatie in Nederland, op protestants-christelijke basis die werd opgericht in 1877. Veel woningbouwverenigingen in Nederland heten ‘Patrimonium’, wat betekent: vaderlands erfgoed.

De eerder bebouwde straten in de omgeving kregen namen die met de woningstichting ‘Eigen Haard’ te maken hebben. Zo wordt dit wijkje van Zuilen dan ook dikwijls geduid: jij woont op ‘Eigen Haard’. Ook wanneer je in de Patrimoniumstraat woont.

Kort na de realisering van de huizen van woningstichting ‘Eigen Haard’, complex twee: de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat, bouwde woningbouwvereniging ‘Zuilen’ de huizen aan de Patrimoniumstraat en de overgebleven stukken grond van de C. Smeenkstraat en Minister de Visserstraat, en tenslotte de H. Diemerstraat.

In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. Het werd een van de eerste winkelcentra van Zuilen.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we – maar wel heel summier – de Patrimoniumstraat tegen:

Begin 1943 werd op last van de bezetter een tankval gegraven aan de noordkant van Nieuw-Zuilen. Hiervoor moest Vijfhuizen (‘een gehucht onder Zuilen’ volgens K. ter Laan in zijn ‘Aardrijkskundig woordenboek Nederland’) worden afgebroken, want precies daar werd de tankval gegraven. Zij werd met de hand uitgegraven en de grond kwam als een laag dijkje aan de kant van Nieuw-Zuilen ernaast te liggen. Een houten en op sommige plaatsen een betonnen beschoeiing aan die kant voorkwam het terugvallen van de aarde. Door deze tankval had de bezetter de toegangswegen aan de noordzijde van Zuilen volledig onder controle. De tankval bestond uit meerdere delen. Het langste deel werd gegraven van de Daalseweg (ter hoogte van de Burgemeester Norbruislaan) tot aan het Merwedekanaal (tegenwoordig het Amsterdam Rijnkanaal), het andere stuk liep van de Daalseweg (Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht.

Om de controle te optimaliseren werd ter hoogte van de tankval over de Daalseweg een grote bunker gebouwd. Hij stond geheel over de weg heen en had aan de linkerkant (vanaf de stad gezien) een doorgang voor fietsers en voetgangers. De bunker werd ook gebruikt om te schuilen bij luchtalarm.

Op de vraag waar de tankval was, werd altijd gezegd: ‘ongeveer waar nu de Patrimoniumstraat is’.

De nieuwbouwwijk was ook een goed onderwerp voor ansichtkaarten. Zoals deze vierluik ansichtkaart Utrecht Noord: Amsterdam-Rijnkanaal, en 3 x straten ‘Eigen Haard’. (Luit Blomstraat, C. Smeenkstraat en Patrimoniumstraat).

Utrechts Nieuwsblad 9 december 1950

Begin van brand

Gisteren ontstond een begin van brand in een keet op een bouwwerk aan de Patrimoniumstraat. Een jongeman wilde een kachel aanmaken of wat opstoken, en meende daarvoor benzine te moeten gebruiken. Toen hij deze vloeistof in de kachel wierp, ontstond een soort van ontploffing en sloegen vlammen eruit. Enige kledingstukken in de omgeving van de kachel geraakten in brand, doch het vuur kon door arbeiders worden geblust. De brandweer, per sirene gealarmeerd, was vlug ter plaatse, doch behoefde geen dienst te doen.

Meer weten over de Patrimoniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Luit Blomstraat

Luit Blomstraat

Weinig straten in Zuilen hebben zo’n opmerkelijke naamgever als deze. Natuurlijk, de Burgemeester van Tuyllkade, de Burgemeester Norbruislaan en de Wethouder D.M. Plompstraat herinneren ons ook aan een belangrijke inwoner van Zuilen. Maar Luit Blom was geen wethouder of burgemeester. Waarom werd dan wel besloten een straat naar hem te vernoemen? De heer Luit Blom was medeoprichter van woningstichting ‘Eigen Haard’. Hij overleed in 1932. Blom werkte bij Werkspoor en werd begraven op de Eerste Algemene Begraafplaats (Kovelswade) in Utrecht.

Daar staat ook een tastbaar eerbetoon dat zijn collega’s bij Werkspoor voor hem maakten: zij bouwden op schaal een brug na die op zijn graf werd geplaatst.

Een blijk van waardering door de collega’s van ‘bruggenbouwer’ Blom.

De straat ligt ingeklemd tussen de twee ministers Talma en De Visser. In deze straat zijn geen winkels te bekennen. Toch komen we wel een – bescheiden – handelaar tegen: op nummer 61 wordt met enige regelmaat door middel van een advertentie een radio te koop aangeboden: ‘Radiokoopjes, Philipsradio overjarig met ultra korte golf… …120-220 volt voor gelijk en wisselstroom.’

Een bewoonster van deze straat vertelde me dat Zuilen hier ophield: zij woonde in de Luit Blomstraat en kon vanuit haar kamer ‘door het poortje in de C. Smeenkstraat’ helemaal tot aan Maarssen kijken. Alle bebouwing die hier nu staat, is van later datum, het was alles weiland wat de klok sloeg.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we de Luit Blomstraat maar bescheiden tegen. Mevrouw Verdél die toen in de Luit Blomstraat woonde werd gevraagd wat haar herinnering aan de eerste oorlogsdag was. Ze vertelde dat zij in deze nacht wakker werd van het schieten. Ze lag al in bed en was in de veronderstelling met een hardwerkende vader van doen te hebben: ‘Pa, wat maak je toch een herrie met timmeren. Zo kan ik toch niet slapen.’ Later blijkt dat dit het monotone geronk was van de vele vliegtuigen die overvlogen op de vroege ochtend van de 10de mei 1940.

Van de Hongerwinter is bekend dat er slecht aan eten te komen is. Meestal ontkom je dan niet aan zwarte handel. Er zijn altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden.

Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij weet nog dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

Ook een apart hoofdstukje in de geschiedenis van de Luit Blomstraat. In het zoeken naar de historie van Zuilen hebben we ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht namen bekend:

In het zoeken naar de historie van de straat is ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht (!) namen bekend:

J. Brouwer (woonde op nummer 15), C.A. Mackaay (4), W. Prins (64), W. Mudde (13), G. Stoker (22), W. Langerak (?), J.A.C. Veltman (21) en P.D. van de Zouw (6).

 

 Slechts van C.A. Mackaay is een foto beschikbaar.

Meer weten over de Luit Blomstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl