De Minister Talmastraat

Dominee A(ritius) S(ybrandus) Talma (* 17 februari 1864 – † 12 juli 1916), was aanvankelijk Nederlands-hervormd predikant maar werd in 1901 lid van de Tweede Kamer voor de Anti-revolutionaire Partij. Hij was minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 1908 tot 1913. Hij zette zich met verve in voor de verbetering van de levensomstandigheden van grote beroepsgroepen in onze samenleving. Talma was in het begin van de vorige eeuw een van de belangrijkste sociale hervormers in Nederland. Hij heeft een paar cruciale sociale wetten uitgevaardigd, waaronder de Ziektewet en de Invaliditeits- en Ouderdomswet. In Utrecht is een laan naar hem genoemd, in (de voormalige gemeente) Zuilen besloot het gemeentebestuur een straat naar hem te noemen.

De Minister Talmastraat is een wat langere straat die begint bij de W.J. Bossenbroekstraat en eindigt bij het Theo Thijssenplein, bij de sportvelden van de voetbalvereniging ‘Elinkwijk’. – Dit is niet altijd zo geweest. Bij de realisatie van de eerste woningen van complex 3, was de Minister Talmastraat aan beide zijden doodlopend.

De straat loopt grotendeels parallel met de Amsterdamsestraatweg en werd, ongeveer in het midden, voorzien van een tweetal plantsoenen. Langs deze plantsoenen, links en rechts van de Patrimoniumstraat, werden twee winkelstrippen gecreëerd.

Kort na de realisering van complex 2 van woningstichting ‘Eigen Haard’ (op ’t Zand) bouwde men complex 3: aan de C. Smeenkstraat, Minister de Visserstraat, de Luit Blomstraat en een aantal woningen aan de Minister Talmastraat. Dat zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 

Dit zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. We gaan eens kijken wat daar zoal te koop was.

Als we van start gaan met de beschrijving van deze winkels, beginnen we op de hoek van de Minister Talmastraat en de C. Smeenkstraat. Daar zat de kapsalon van de heer ten Hulscher. Later kwam de heer Lips in dit pand, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door twee van zijn zoons, die op dit adres anno 2022 nog steeds actief zijn. De coupes die zij knippen zijn wel anders geworden dan toen de heer ten Hulscher hier de schaar hanteerde.

Naast de kapsalon zat een sigaren- en sigarettenwinkel onder de luisterrijke naam ‘Sigarenmagazijn Talma’. Die werd gerund door de heer Kuiper. We gaan door met drogisterij Zonsveld, slagerij Vos (die ook een slagerij had in de Wethouder D.M. Plompstraat) en bakkerij Dingemans. In de winkel van de heer Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer, een bekende bakker in de wijk Zuilen die ook vestigingen had in de stad Utrecht.

Exterieur van drogisterij ‘Zonsveld’ aan de Minister Talmastraat. Dit winkelblok werd in twee delen gebouwd. De eerste drie werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Dit blok begon zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

 Op de hoek van de Patrimoniumstraat kwamen we vervolgens bij kruidenier Zetstra die vele, vele jaren ook een winkel (later zelfs één van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen) had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

We steken de Patrimoniumstraat over en komen dan bij het pand waar melkboer Verhoef zat. De heer Verhoef werd opgevolgd door de ‘handelaar in zuivelproducten: F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Van een zoon van de familie Dingemans is het volgende verhaal: ‘Onze bakkerswinkel werd geopend op 15 november 1953 op nr 39. Het woonhuis daar boven was nr 39bis. Op 12 juni 1961 werden bedrijf en gebouwen overgenomen door bakker Karel H. Boonzaaijer uit de Werner Helmichstraat.

Ik heb nog wat foto’s voor je opgediept die ik hierbij stuur.

Wien Dingemans, een logee, mijn moeder en ikzelf, Gerrit Dingemans.’

Na de annexatie werden aan de Minister Talmastraat deze flatwoningen gebouwd. Zij moesten, evenals de flats van de Pedagogenbuurt wijken voor het nieuwbouwproject ‘Groen Zuilen’. (foto: Het Utrechts Archief, 1953-1957)

Meer weten over de Minister Talmastraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Pedagogenbuurt

Een beschrijving van de Pedagogenbuurt beperkt zich in dit geval vooral tot de omschrijving van de markante flats die symbool stonden voor de buurt. Deze flats werden door de Zuilense gemeentearchitect, W.C. van Hoorn, ontworpen. Op 19 september 1952 schrijft het Vrije Volk:

‘Ruim driehonderd flats verrijzen in Zuilen…

…De flats worden in vier woonlagen en in acht complexen van 40 woningen gebouwd. Zes van deze complexen worden achter elkaar opgetrokken met een tussenruimte van 29 meter welke ruimte wordt opgevuld met een plantsoen en een z.g. woonstraat (een betrekkelijk smalle straat, ongeschikt voor het grote verkeer, maar wel toegankelijk voor groenteboer, bakker, vuilnisauto enz.)

Tussen de twee resterende complexen wordt een speelweide aangelegd van 100 x 80 meter.

Ieder complex wordt voorzien van twee centrale trappenhuizen en galerijen op iedere verdieping. Ondergronds wordt voor ieder gezin een bergplaats ingericht…’

Zo kwamen blokken flats in Zuilen te staan, vier woonlagen hoog! Gelukkig was een inwoner zo alert om een serie foto’s van de bouw te maken. In het huidige tijdperk gaat alles digitaal en worden van zulke projecten ook filmbeelden gemaakt. In 1952 was het vrij bijzonder dat er ‘op uitgebreide schaal’ een en ander wordt vastgelegd.

Maar, gelukkig hébben we die foto’s nog!

De kelderruimtes onder de flats

Ondertussen een kleine beschrijving van de straatnaamgevers:

H. Bavinck

Herman Bavinck werd op 13 december 1854 geboren in Hoogeveen, waar zijn vader predikant was van de Christelijke Gereformeerde Kerk. In 1857 verhuisde het gezin Bavinck naar Bunschoten en in 1862 werd een beroep aangenomen naar Almkerk in de Bommelerwaard. Hij rondde de academische studie in Leiden af met een promotie cum laude over de Zwitserse reformator Zwingli. (Bron: Wikipedia)

A.H. Gerhard

Adrien Henri Gerhards wieg stond in het Zwitserse Lausanne en hij werd daar voor de eerste keer ingelegd op 7 april 1858. Na een leven als Nederlands politicus, vrijdenker, onderwijsspecialist en bestuurder van de S.D.A.P. overleed hij te Bakkum op 3 juli 1948, 90 jaar oud.

Mgr. Dr. Hoogveld

Johannes Hendrikus Everardus Jacobus Hoogveld was filosoof en pedagoog. Hij werd 25 juli 1878 geboren in Elden en overleed op 23 juli 1878 te Nijmegen.

A.M. de Jong

De Jong werd op 29 maart 1888 geboren in Nieuw Vossemeer, een dorp in het westelijk deel van Noord-Brabant. Het gezin had 13 kinderen. De Jongs vader was landarbeider, en ging op zoek naar meer welvaart als arbeider in Rotterdam. Veel van De Jongs herinneringen zijn verwerkt in de romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren.

Als represaille voor de moord op een aantal NSB’ers werd De Jong in 1943 vermoord door Nederlandse SS-ers, een van de zogenaamde Silbertanne-acties. (Bron: Wikipedia)

Prof. Dr. P.A. Kohnstamm

De straat naast de H. Bavinckstraat werd genoemd naar professor dr. Phillip A. Kohnstamm. Philip Abraham Kohnstamm werd in 1875 in de Duitse stad Bonn geboren en overleed in 1951 te Ermelo. Kohnstamm wordt gezien als grondlegger van de empirische onderwijskunde in Nederland. Dit komt tot uiting in de naamgeving van het Kohnstamm Instituut en het gemeenschappelijk gebouw van de afdeling pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, het Philip Kohnstamm-huis aan de Wibautstraat.

K. ter Laan

Kornelis ter Laan was een Nederlandse onderwijzer, taalkundige en politicus en werd geboren in Slochteren op 8 juli 1871. Van 1905 tot 1914 was Ter Laan gemeenteraadslid te Den Haag en daarmee de eerste socialist in de Haagse gemeenteraad. Van 1914 tot 1937 was hij burgemeester van Zaandam. Ter Laan overleed in 1963 te Utrecht op 92-jarige leeftijd.

Jan Ligthart

Jan Ligthart werd op 11 januari 1859 te Amsterdam geboren en overleed op 16 februari 1916 te Laag-Soeren. Hij was een Nederlandse onderwijzer en onderwijsvernieuwer. Hij werd bekend als schoolhoofd van een lagere school in de Schilderswijk van Den Haag en als schrijver van artikelen en boeken.

J.H. Schaper

De Nederlandse publicist en politicus Johan Hendrik Andries Schapers vulde zijn wieg in Groningen op 12 februari 1868. Hij overleed in zijn toenmalige woonplaats Voorburg op 31 augustus 1934.

De markante entree van de flats in de Pedagogenbuurt.

Theo Thijssen

Theodorus Johannes Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam en overleed (ook in Amsterdam) op 23 december 1943. Hij was een Nederlands schrijver, onderwijzer en socialist. Zijn bekendste boek is Kees de jongen, dat in de Amsterdamse Jordaan speelt.

Dr. F.M. Wibaut

Florentines Marinus (Floor) Wibaut, (bijgenaamd de Machtige) werd op 23 juni 1859 geboren te Vlissingen en overleed te Amsterdam op 29 april 1936. Wibaut was een Nederlandse zakenman en politicus voor de toenmalige S.D.A.P.

Jan van Zutphen

Jan van Zutphen leefde van 1863 tot 1958. Jan van Zutphen kwam uit een arbeidersgezin, zijn vader was wijnkopersknecht. Alhoewel geboren in Utrecht groeide Van Zutphen op in de Amsterdamse volksbuurt Kattenburg. Hij werd daar al op vroege leeftijd geconfronteerd met het arbeidersbestaan en zorgde op zesjarige leeftijd al voor bijverdiensten door samen met andere kinderen ’s morgens het door zeewater stijf geworden touw te ontrafelen.

Na de Tweede Wereldoorlog zette Van Zutphen zich in voor de tbc-bestrijding en initieerde het verplicht doorlichten van scholieren. Hij had in 1955 op 92-jarige leeftijd nog de leiding over een drie maanden durende staking van 850 diamantbewerkers.

H. Diemer

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was onder andere medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties en, gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

De laatste hand wordt gelegd, Zuilen was weer ruim 300 woningen rijker.

Meer weten over de Pedagogenbuurt en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De W.J. Bossenbroekstraat

Er is weinig te vinden over W.J. Bossenbroek. Dat maakt het lastig een goede beschrijving van ’s mans kwaliteiten te geven. Het is duidelijk dat hij zijn sporen (en straatnaam) als secretaris (al of niet in combinatie met het penningmeesterschap) wel heeft verdiend.

De bouw van woningen in Zuilen mag dan in de Tweede Wereldoorlog plat liggen, de plannen worden wél gemaakt. Zo komt het dat woningstichting ‘Eigen Haard’ de eerste huizen bezit die ná de oorlog (in 1947) worden opgeleverd: 19 huizen aan de Minister de Visserstraat, ‘Complex 4’ van deze woningstichting..

Nog een jaar later komt ‘Complex 5’ gereed. Dit is de laatste bouwactiviteit van ‘Eigen Haard’ in de gemeente Zuilen, de 36 woningen aan de W.J. Bossenbroekstraat.

Tot begin jaren zestig van de vorige eeuw waren aan de overzijde van de woningen deze fruitbomen het uitzicht voor de bewoners. Later bouwde men hier de 2e Algemene Technische School (ir. J.D.M. Bardetschool).

De huizen in de W.J. Bossenbroekstraat in nieuwstaat, met het markante ronde gaatje in de voordeur.

‘Tussen de voordeuren ligt een plank. Daaronder was een gat gegraven waar de watermeters van ons en de buren in zaten. Bij meteropname werd de plank eraf gehaald, maar soms was het niet mogelijk de meter af te lezen omdat de put vol met water stond. Jaren later werd dit veranderd en werden de watermeters binnen geplaatst.’ Aldus sprak bewoonster van toen: I. Joosten.

Het ‘stukje land’ tegenover de woningen werd bebouwd. Dicht bij de Burgemeester Norbruislaan werd een houten noodschool gebouwd voor de ‘ULO’ van meester Van der Wilt, en aan de andere kant van de straat, met de ingang aan de Lieven de Keylaan werd de Ir. Bardetschool gebouwd, de 2de algemene technische school in Zuilen.

Een voormalig bewoner van de W.J. Bossenbroekstraat, én leerling van de Ir. Bardetschool, R. Joosten, schreef zijn herinneringen op:

 

 

‘… Gebeurtenissen klas autotechniek Ir. Bardetschool

De opleiding autotechniek aan de Ir. Bardetschool is gestart in het schooljaar 1964-1965, waarbij naast de theorielessen in dat jaar het praktijklokaal werd ingericht. Zo werden er op de afdeling bankwerken bokken gemaakt waarop diverse soorten motoren werden geplaatst om aan te sleutelen. Een oude Fiat Tripoli werd van de carrosserie ontdaan, zodat alleen chassis en aandrijving behouden bleven.

In het tweede jaar kreeg een en ander meer vorm, meer praktijklessen, reparaties werden verricht aan de auto’s van het lerarenkorps en mocht je soms aan je eigen bromfiets sleutelen…’

Leerlingen van de Ir. J.D.M. Bardetschool aan de W.J. Bossenbroekstraat. Foto gemaakt bij de hoofdingang. Hierop staat de eerste klas die de richting autotechniek deed op deze school, samen met de leraar schei- en natuurkunde, de heer Bila.

Het Museum van Zuilen ontving ook de herinnering aan de W.J. Bossenbroekstraat van van M. Tichelaar-Star:

‘In september 1949 ben ik geboren in de W.J. Bossenbroekstraat op nummer 2. Mijn ouders waren een paar maanden daarvoor hier naar toe verhuisd.

Ze kwamen vanuit Spijk, een dorp in het noorden van Groningen. Mijn vader, meester Star, was onderwijzer geworden op de school aan de Daalseweg.

Een hele onderneming was het voor mijn moeder, zij was hoogzwanger, om met drie nog kleine kinderen, zo te komen wonen in deze straat in Zuilen.

Wij hebben er gewoond tot december 1953, dus niet zo lang. Toch heb ik er nog wel herinneringen aan:

Vóór ons huis was een stukje weiland, waar ik regelmatig een paard een suikerklontje mocht geven.

Ook de indeling van de woning beneden kan ik me nog goed herinneren. De voordeur was een deur met een rond raampje. Toen ik laatst met een dochter bij mijn geboortehuis ging kijken, zag ik dat de huizen er aan de buitenkant nog hetzelfde uitzien. Bij ons huis, een hoekwoning, is de toegang achterom nu afgesloten met een ijzeren hek.

Veel namen van andere bewoners uit die tijd weet ik niet meer, ik was nog te klein. De namen die ik nog weet zijn: familie Kamperman met een zoon Wim en de familie Rigterink met zoon Bert en dochter Ellie.

Winkels in de buurt waren bakker Dingemans en kruidenier Zetstra.’

Meer weten over de W.J. Bossenbroekstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Diemerstraat

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was niet alleen medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties, maar ook, en gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

Op 12 december 1998 maakte de fotograaf van Het Utrechts Archief deze foto van de naar H. Diemer genoemde straat.

De H. Diemerstraat is de meest noordelijke straat van de wijk die in Zuilen bekend staat onder de naam ‘Eigen Haard’. De straat begint bij de Minister Talmastraat en eindigt bij de Minister de Visserstraat.

De straat staat haaks op de Amsterdamsestraatweg en in tegenstelling tot wat tot enige jaren vóór de bouw van deze straat gebruikelijke was, heeft de H. Diemerstraat geen ‘winkel op de hoek’.

De piloot vloog precies aan de goede kant van ‘Eigen Haard’, helemaal op de voorgrond hebben we zo een uitstekend beeld van de H. Diemerstraat. De winkelstrip aan de Minister Talmastraat is nog lang niet voltooid, dus voor de boodschappen is men vooral aangewezen op de bezorgers aan huis.

 Tot ongeveer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op die ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel, mensen wilden zelf bepalen van wie zij de producten kochten, enz. – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd.

Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. De bewoners van de H. Diemerstraat werden verwend met dit ‘winkelcentrum’ waar van alles geboden werd.

Niet alle winkels werden tegelijk gebouwd. Zelfs werd het eerste winkelblok, gezien vanaf de C. Smeenkstraat, in twee delen gebouwd.

De eerste drie winkels werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Door verzakking begon dit blok zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

Op de meest rechtse hoek van de winkelstrip zat de kapsalon van Ten Hulscher die werd opgevolgd door Lips (wiens zonen de winkel nog steeds voortzetten).

Naast de kapsalon zat Sigarenmagazijn Talma’ van  Kuiper. Daarnaast zat drogisterij Zonsveld, vervolgens slagerij Vos en bakkerij Dingemans. In de winkel van Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer.

Op de hoek Patrimoniumstraat zat kruidenier Zetstra die ook een winkel had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

Op de andere hoek van de Patrimoniumstraat zat melkboer Verhoef, die werd opgevolgd door F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Naast Verhoef zat Woninginrichting Selles en daarnaast kwamen we bij de lampenwinkel van Huiding. Vervolgens vonden we de kledingwinkel (fournituren en lingerie) van mevrouw Pas. Zij gaf de winkel de naam ‘JaCoBe’, de eerste letters van de namen van haar drie zonen Jan, Cor en Bert. Mevrouw Pas gaf het stokje door aan Henk Pronk die na enige jaren hier te hebben gepionierd, met zijn nering naar de Amsterdamsestraatweg.

De gordijnenwinkel die we vervolgens in beeld kregen, was maar een kort leven beschoren, deze winkelruimte nam de heer Pronk erbij om zijn winkel uit te breiden.

De ViVo-kruidenierswinkel van de heer Enkelaar was de voorlaatste op de rij.

Op de hoek met de H. Diemerstraat zat de laatste winkel: het Polydorhuis van de familie Van Grootheest. Daar werden huishoudelijke artikelen verkocht.

De winkels aan de Min. Talmastraat op een zonnige dag.

Meer weten over de H. Diemerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Minister de Visserstraat

De naamgever van deze straat, Dr. Johannes Theodoor de Visser, werd geboren te Utrecht op 9 februari 1857 en overleed op 14 april 1932 te ’s Gravenhage. Hij was een vooraanstaand CHU-politicus en Nederlands eerste minister van Onderwijs. In Zuilen werd ook een school naar hem genoemd, de Christelijke Lagere School aan de Daalseweg.

De woningen in de Minister de Visserstraat werden gebouwd door twee verschillende woningbouwverenigingen. De oudste van de twee was de (algemene) woningbouwvereniging ‘Zuilen’.
In de verzuilde samenleving aan het begin van de vorige eeuw werd door de ‘Vereniging op Gereformeerde Grondslag “Rehoboth” ‘ – ter bevordering van de sociale welstand – een woningstichting opgericht met de naam ‘Eigen Haard’. Zij liet een aantal woningen bouwen voor haar leden. ‘Eigen Haard’ bouwde de eerste huizen in Zuilen die na de oorlog (in 1947) werden opgeleverd. Dat waren negentien huizen aan de Minister de Visserstraat, ‘Complex 4’ van Eigen Haard. Later bouwde deze woningbouwvereniging ook nog haar ‘Complex 7’ in deze straat.

De bewoners van de negentien huizen die nog net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden opgeleverd hebben zich niet zodanig geroerd in de oorlog dat daar vermeldenswaardige herinneringen over geschreven kunnen worden. Heel bescheiden komen we de Minister de Visserstraat nog wel tegen in de herinnering van een bewoonster ‘om de hoek’:
In een tijd dat er zo slecht aan eten te komen is, ontkom je blijkbaar niet aan zwarte handel. Er blijven altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden. Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij vertelde dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

In de Minister de Visserstraat is enige vernieuwing in bouwwijze is toegepast ten opzichte van eerdere bebouwingen in Zuilen. Zo werden de voorgaande straten dikwijls voorzien van een winkel ‘op de hoek’. Daarin kwam verandering. Door verbeterde mobiliteit en ander koopgedrag van de klanten. – In het begin van de vorige eeuw kwamen dagelijks de groenteboer, melkboer en bakker langs de deur. – Maar het aanbod groeide, mensen konden (en wilden) steeds vaker een keuze maken uit een groeiend assortiment en kwamen daarvoor vaker naar de winkel. Dan is het samenvoegen van diverse winkels tot een ‘winkelstrip’, zoals aan de Min. Talmastraat gedaan is, een grote stap vooruit.
In de Minister de Visserstraat vonden we op de hoek met de C. Smeenkstraat toch een winkel. Hier was de heer Van Drie u van dienst met zijn melkhandel.

Grote woningen aan de even zijde. Oorspronkelijk bedoeld als duplexwoning, maar volgens oud-bewoner Schagen nooit als zodanig gebruikt.

Kinderen Schagen uit de Minister de Visserstraat 4 vastgelegd door de straatfotograaf. De winkel van Van Drie lijkt nog wel als zodanig in gebruik.

Herkenbaar (aan de auto’s, asfalt op de voorgrond voor de stadsbus, en de straatverlichting) een foto van ná de annexatie. De foto werd gemaakt op 12 december 1998. Op de hoek de winkel van Van Drie, maar die lijkt al gesloten. (Foto: Het Utrechts Archief)

De nummers 51 en 53 van de Minister de Visserstraat (onderdeel van ‘Complex 7’) staan prominent in beeld in de brochure die de woningstichting ‘Eigen Haard’ uitgaf ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum.

Meer weten over de Minister de Visserstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Patrimoniumstraat

‘Patrimonium’ is de naam van de eerste werknemersorganisatie in Nederland, op protestants-christelijke basis die werd opgericht in 1877. Veel woningbouwverenigingen in Nederland heten ‘Patrimonium’, wat betekent: vaderlands erfgoed.

De eerder bebouwde straten in de omgeving kregen namen die met de woningstichting ‘Eigen Haard’ te maken hebben. Zo wordt dit wijkje van Zuilen dan ook dikwijls geduid: jij woont op ‘Eigen Haard’. Ook wanneer je in de Patrimoniumstraat woont.

Kort na de realisering van de huizen van woningstichting ‘Eigen Haard’, complex twee: de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat, bouwde woningbouwvereniging ‘Zuilen’ de huizen aan de Patrimoniumstraat en de overgebleven stukken grond van de C. Smeenkstraat en Minister de Visserstraat, en tenslotte de H. Diemerstraat.

In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. Het werd een van de eerste winkelcentra van Zuilen.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we – maar wel heel summier – de Patrimoniumstraat tegen:

Begin 1943 werd op last van de bezetter een tankval gegraven aan de noordkant van Nieuw-Zuilen. Hiervoor moest Vijfhuizen (‘een gehucht onder Zuilen’ volgens K. ter Laan in zijn ‘Aardrijkskundig woordenboek Nederland’) worden afgebroken, want precies daar werd de tankval gegraven. Zij werd met de hand uitgegraven en de grond kwam als een laag dijkje aan de kant van Nieuw-Zuilen ernaast te liggen. Een houten en op sommige plaatsen een betonnen beschoeiing aan die kant voorkwam het terugvallen van de aarde. Door deze tankval had de bezetter de toegangswegen aan de noordzijde van Zuilen volledig onder controle. De tankval bestond uit meerdere delen. Het langste deel werd gegraven van de Daalseweg (ter hoogte van de Burgemeester Norbruislaan) tot aan het Merwedekanaal (tegenwoordig het Amsterdam Rijnkanaal), het andere stuk liep van de Daalseweg (Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht.

Om de controle te optimaliseren werd ter hoogte van de tankval over de Daalseweg een grote bunker gebouwd. Hij stond geheel over de weg heen en had aan de linkerkant (vanaf de stad gezien) een doorgang voor fietsers en voetgangers. De bunker werd ook gebruikt om te schuilen bij luchtalarm.

Op de vraag waar de tankval was, werd altijd gezegd: ‘ongeveer waar nu de Patrimoniumstraat is’.

De nieuwbouwwijk was ook een goed onderwerp voor ansichtkaarten. Zoals deze vierluik ansichtkaart Utrecht Noord: Amsterdam-Rijnkanaal, en 3 x straten ‘Eigen Haard’. (Luit Blomstraat, C. Smeenkstraat en Patrimoniumstraat).

Utrechts Nieuwsblad 9 december 1950

Begin van brand

Gisteren ontstond een begin van brand in een keet op een bouwwerk aan de Patrimoniumstraat. Een jongeman wilde een kachel aanmaken of wat opstoken, en meende daarvoor benzine te moeten gebruiken. Toen hij deze vloeistof in de kachel wierp, ontstond een soort van ontploffing en sloegen vlammen eruit. Enige kledingstukken in de omgeving van de kachel geraakten in brand, doch het vuur kon door arbeiders worden geblust. De brandweer, per sirene gealarmeerd, was vlug ter plaatse, doch behoefde geen dienst te doen.

Meer weten over de Patrimoniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Cornelis Smeenkstraat

De politicus C. Smeenk was lid van de Antirevolutionaire Partij. Met het boek Het volk ten baat van J. A. de Wilde en C. Smeenk zijn enkele generaties antirevolutionairen opgegroeid. De heer J. A. de Wilde was minister van Binnenlandse Zaken in het tweede en het derde kabinet Colijn (1933-1935 en 1935-1937), C. Smeenk was CNV-voorman en ARP-kamerlid tijdens het Interbellum.

De woningen in deze straat met oneven nummers werden gebouwd door de toenmalige woningbouwvereniging ‘Eigen Haard’, de andere helft kwam voor rekening van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De C. Smeenkstraat komen we ook tegen op ansichtkaarten van ‘Utrecht-Noord’. De wijk spreekt de kaartenmakers aan.

De C. Smeenkstraat gezien vanaf de winkelstrip aan de Minister Talmastraat. Links de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en rechts die van ‘Eigen Haard’.

Bij de beschrijving van de C. Smeenkstraat hoort ook de vermelding van het ‘wereld-beroemde’ Eerste Huisvrouwen Orkest Utrecht. Mevrouw H. Oort uit de C. Smeenkstraat was lid van dit orkest. Zij liet een foto zien van een wandkleed en vroeg of het Museum van Zuilen belangstelling had voor het kleed.

Op het wandkleed staat de tekst ‘Huisvrouwen Orkest Utrecht’. Tja, als het nou “Zuilen” was…’ Maar mevrouw Oort legde het uit. Dit orkest werd opgericht in 1953, enkele weken voor de annexatie, vandaar dat de dames het geen ‘… Zuilen’ noemden.

De leden van het orkest waren de dames uit de omgeving Van der Pekstraat, waarvan de echtgenoten lid waren van het mannenkoor ‘Aurora’. De leden van dat koor gingen ieder jaar een dagje uit, maar dan mochten de echtgenotes niet mee. Uit ‘wraak’ richtten zij het H.O.U. op. Daar hebben ze veel plezier aan beleefd: ze stegen boven de mannen uit en hebben vele optredens in het land en ook voor de televisie verzorgd.

Uiteindelijk kwam in de collectie van het Museum van Zuilen niet alleen het wandkleed, maar ook een door de echtgenoot van de voorzitster die bij de Demkafabrieken werkte een zelfgemaakt blik van een stoffer-en-blik-set – met inscriptie – een emmer (trommel), een stukje slang met ragebol (toeter), vaatkwasten (trommelstokken) en een doos vol verschillende hoedjes die bij de outfit van de dames pasten.

Omdat het showelement een steeds grotere rol ging spelen in de optredens werd na enkele jaren de naam Huisvrouwen Showorkest Utrecht.

Optreden als ‘Lou Bandy’ van het Huisvrouwen Show Orkest.

In de C. Smeenkstraat woonden twee families Kramer. Op nummer 17 A. Kramer, die meer dan 40 jaar als kernmaker bij de Werkspoor fabrieken werkte.

Op nummer 73 was het de heer H.W. Kramer die in 1954 werd benoemd tot brandwacht 1ste klasse.

Deze Kramer stond erom bekend dat in geval van een brandalarm hij meestal als eerste bij de kazerne arriveerde. Maar ja, hij woonde dan ook vrijwel ‘om de hoek’ van de kazerne.

Deze stoet is op weg naar de demonstratie i.v.m. het 12 ½ jarig jubileum van de Vrijwillige Brandweer Zuilen. De middelste figuur vooraan, in ‘t wit met witte pet is Adriaan Kramer.

Karel Tetenburg uit de C. Smeenkstraat 18 liet zich het allemaal maar welgevallen, hij was toch niet opgewassen tegen zijn vier collega’s van Werkspoor. Dan kun je maar beter proberen ervan te genieten en zo te zien vindt hij het allemaal wel leuk

Meer weten over de C. Smeenkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Luit Blomstraat

Luit Blomstraat

Weinig straten in Zuilen hebben zo’n opmerkelijke naamgever als deze. Natuurlijk, de Burgemeester van Tuyllkade, de Burgemeester Norbruislaan en de Wethouder D.M. Plompstraat herinneren ons ook aan een belangrijke inwoner van Zuilen. Maar Luit Blom was geen wethouder of burgemeester. Waarom werd dan wel besloten een straat naar hem te vernoemen? De heer Luit Blom was medeoprichter van woningstichting ‘Eigen Haard’. Hij overleed in 1932. Blom werkte bij Werkspoor en werd begraven op de Eerste Algemene Begraafplaats (Kovelswade) in Utrecht.

Daar staat ook een tastbaar eerbetoon dat zijn collega’s bij Werkspoor voor hem maakten: zij bouwden op schaal een brug na die op zijn graf werd geplaatst.

Een blijk van waardering door de collega’s van ‘bruggenbouwer’ Blom.

De straat ligt ingeklemd tussen de twee ministers Talma en De Visser. In deze straat zijn geen winkels te bekennen. Toch komen we wel een – bescheiden – handelaar tegen: op nummer 61 wordt met enige regelmaat door middel van een advertentie een radio te koop aangeboden: ‘Radiokoopjes, Philipsradio overjarig met ultra korte golf… …120-220 volt voor gelijk en wisselstroom.’

Een bewoonster van deze straat vertelde me dat Zuilen hier ophield: zij woonde in de Luit Blomstraat en kon vanuit haar kamer ‘door het poortje in de C. Smeenkstraat’ helemaal tot aan Maarssen kijken. Alle bebouwing die hier nu staat, is van later datum, het was alles weiland wat de klok sloeg.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we de Luit Blomstraat maar bescheiden tegen. Mevrouw Verdél die toen in de Luit Blomstraat woonde werd gevraagd wat haar herinnering aan de eerste oorlogsdag was. Ze vertelde dat zij in deze nacht wakker werd van het schieten. Ze lag al in bed en was in de veronderstelling met een hardwerkende vader van doen te hebben: ‘Pa, wat maak je toch een herrie met timmeren. Zo kan ik toch niet slapen.’ Later blijkt dat dit het monotone geronk was van de vele vliegtuigen die overvlogen op de vroege ochtend van de 10de mei 1940.

Van de Hongerwinter is bekend dat er slecht aan eten te komen is. Meestal ontkom je dan niet aan zwarte handel. Er zijn altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden.

Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij weet nog dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

Ook een apart hoofdstukje in de geschiedenis van de Luit Blomstraat. In het zoeken naar de historie van Zuilen hebben we ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht namen bekend:

In het zoeken naar de historie van de straat is ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht (!) namen bekend:

J. Brouwer (woonde op nummer 15), C.A. Mackaay (4), W. Prins (64), W. Mudde (13), G. Stoker (22), W. Langerak (?), J.A.C. Veltman (21) en P.D. van de Zouw (6).

 

 Slechts van C.A. Mackaay is een foto beschikbaar.

Meer weten over de Luit Blomstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Marinus van Meelstraat

Marinus van Meel behaalde zijn F.A.I.-brevet op 6 juni 1911. Zijn pechvolle deelname aan de eerste Europese rondvlucht, werd aanleiding tot succesvolle demonstraties te Grave. Na de manoeuvres in 1911, kwam hij te Soesterberg, alwaar hij de tweedekker ‘De Brik’ bouwde. Met dit toestel heeft menig officier aldaar gevlogen. Ook een watervliegtuig werd door hem te Tiel gebouwd, dit toestel ging later bij demonstraties voor de Marine verloren. De Eerste Wereldoorlog was de voornaamste reden dat hij de vliegerij eraan gaf.

De Marinus van Meelstraat werd in verschillende fases bebouwd. Dat is aan de bouwstijl duidelijk te herkennen. De woningen vanaf de Bernard de Waalstraat tot ongeveer halverwege zijn geheel in de stijl van de rest van de straten in Mariëndaal

De M. van Meelstraat rond 1956. Links zijn de flats aan de Dr. Plesmanlaan in aanbouw, de rechtse flat staat nog in de steigers. Midden voor is de kerk in aanbouw. Op het braakliggende terrein op de voorgrond werd jarenlang de kerstboomverbranding gehouden. De Openbare Lagere School 2 is nog te zien, omdat men nog óver de kerk (sinds 2018 Best Life Church) heen kan kijken.

Pas in 1957 werden de woningen nummers 5 tot en met 35 gerealiseerd. De bouw van deze huizen haalde de krant, zij werden namelijk door de toenmalige bewoners zelf gebouwd: ‘Op het braakliggende terrein aan de M. van Meelstraat zal men over enige tijd burgers hun eigen huis kunnen zien bouwen…’

Het ontwerp van deze woningen was van niemand minder dan Gerrit Rietveld. Hij tekende deze woningen in opdracht van de Coöperatieve Vereniging Politiebond Utrecht.

De heer D. van Eijk woonde in de M. van Meelstraat 23 van 1984 tot 1994. Hij vertelde tijdens een bezoek aan het Museum van Zuilen, dat het ontwerp van Rietveld o.a. resulteerde in een ongebruikelijke deurbevestiging: de deuren konden, net als een koelkastdeur, naar believen ook andersom draaiend gemaakt worden.

De woning op nummer 5 werd kort daarop in gebruik genomen door een (van de weinige) ondernemers in deze straat, u kon hier uw ‘Tielen’s kolen’ bestellen.

De heer Boss, de bewoner die in 2017 op nummer 57 woont, vertelde dat de eerste bewoner van dit perceel de heer Van Rossum was, de man van het bekende Zuilense warenhuis ‘Evora’. Daarna betrok een andere ondernemer dit pand, de heer Luttmer. Hij had een naaimachinehandel in de Utrechtse Lange Elisabethstraat.

De M. van Meelstraat op 12 december 1998, foto ‘Het Utrechts Archief’.

Aan de even zijde van de M. van Meelstraat kwam de ingang van de St.-Jacobusschool, de tweede Rooms-katholieke school in Zuilen

De St.-Jacobusschool was net als de tot dan laatst gebouwde scholen in Zuilen (de Prinses Marijkeschool en de Elout van Soeterwoudeschool) een ontwerp van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

A.J. van Leusden vertelde tijdens zijn bezoek aan het Museum van Zuilen dat hij op de dag dat de school in gebruik genomen werd, na het ‘verzamelen’ op de speelplaats in de gaten had dat de leerlingen naar binnen moesten. Hij versnelde zijn pas en – en daar is hij na ruim zestig jaar nog trots op – was de eerste leerling die de school in stapte.

Er zijn blijkbaar nog meer mensen trots op ‘hun’ Zuilense geschiedenis. Zo werd omstreeks 2010 door een verontruste bewoner de hulp van het Museum van Zuilen ingeroepen voor een kunstwerk dat verplaatst dreigde te worden.

Het ging hier om het beeld ‘The Gym’ dat J. Bürgi gemaakt had en de speelplaats van de school sierde: gymnastiek.

Het Utrechtse gemeentebestuur had het plan opgevat om een aantal ‘vergeten’ beeldhouwwerken die her en der in de stad staan, op een plek in de stad (Leidsche Rijn) te concentreren. Maar het gemeentebestuur werd vriendelijk verzocht het beeld van Bürgi te laten staan waar het thuis hoorde: in Zuilen.

Het beeld dat J. Bürgi maakte toen het nog voor de school stond.

Meer weten over de Marinus van Meelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Bernard de Waalstraat

Bernard de Waal behaalde zijn F.A.I.-brevet op 15 juli 1912 te Mainz. Als invlieger en vliegleraar bij Fokker werd hij bekend. In 1913 was zijn bijzondere prestatie een vlucht van Berlijn naar Utrecht. Ook om een reeks passagiersvluchten met Hollandse officieren te Den Haag is hij bekend geworden.

De familie De Keijzer woonde in het op één na laatste huis aan het eind van de straat. De naastgelegen bebouwing van tegenwoordig, de Best Life Church (ooit gebouwd als de St.-Jacobuskerk) en de flats aan de Plesmanlaan moesten nog gebouwd worden en dat is vermoedelijk de reden dat er ook veel met de kinderen van de naastliggende wijk ’t Zand werd gespeeld.

De herinneringen aan het spelen in en om de straat schreef Ad de Keijzer voor ons op:

‘Wij kwamen daar wonen in 1947. Er was een heleboel nog niet. Daar bedoel ik mee: de St.-Jacobuskerk, de nieuwe Bethelkerk en de supermarkt. Wij woonden op nummer 65. Naast ons was het hoekhuis nr. 67. Daarnaast, dus op de plek waar nu de St.-Jacobuskerk staat, tot aan de woningen van ’t Zand, was het een grote gras/zandvlakte waar gevoetbald werd en met de vele jongens uit de straat “Olympische Spelen” werden georganiseerd.

Deze herinnering is natuurlijk te combineren met de spelen die in 1948 in Londen werden gehouden. We organiseerden het met onderdelen als hoogspringen, verspringen, sprinten maar ook onze eigen marathon kwam aan bod. Via de Lelimanstraat liepen we naar de Amsterdamsestraatweg richting Maarssen, daar rechtsaf het Zuilenselaantje op en via de Daalseweg weer terug naar ’t Zand. Wielrennen deden wij ook heel veel en de bekende Michel Stolker was daarbij ook weleens aanwezig. Maar… als hij meedeed informeerde hij eerst goed welke route werd gereden. Op het moment dat wij dan aan de meet kwamen zat hij al thuis achter de limonade.

Ook met de kinderen in de naburige straten speelden en ravotten wij jongens naar hartenlust. Op de hoek van “ons land” (tegen ’t Zand aan) was een speeltuin. Vele keren heb ik overgegeven van het draaien in de draaimolen van die speeltuin…

Familie De Keijzer op de foto in de Bernard de Waalstraat.

… Enkele namen van jongens in onze straat zijn mij bijgebleven: mijn buurjongen Klaas Bos, zij emigreerden met het hele gezin. Ook Loek Miltenburg, die had een stel mooie zusjes. De jongste heette Babs. Loek is ook geëmigreerd, naar Australië naar ik meen. Verder had je nog de jongens Alblas, van Holst, Heemskerk, Rozendal, van Gilse, Brekelmans en Dolman.

Van buiten onze straat kwamen o.a. mijn vriend Jack van Roon (hij voetbalde bij Elinkwijk), Bil Pater (hij was de wielrenner), Ad Klabbers, Kees Dietrich en de jongens van Drijver.

Met dit gezelschap hebben wij prachtige jaren beleefd in en om de Bernard de Waalstraat.’

Het Museum van Zuilen bezit een legpenning ten name van W. Kok, ‘voor 25 jaren dienst’. De heer W. Kok was net als zijn vader P.J. Kok in dienst bij Werkspoor. W. Kok werkte als Technisch Beambte en heeft o.a. aan de grote brug in Melbourne, de ‘West Gate Bridge’, gewerkt. Kort voor het grote ongeluk (tijdens de bouw is een deel van de brug ingestort ‘maar Werkspoor was slechts onderaannemer, anders was het zeker niet gebeurd’) werd hij overgeplaatst naar Engeland. W. Kok leerde ook zijn echtgenote kennen bij Werkspoor. Zij trouwden in 1944 en gingen wonen in de Bernard de Waalstraat.

De heer J. Osinga was leerkracht van de Openbare Lagere School 2, later de Prins Bernhardschool die sinds 2009 onderdeel uitmaakt van het Vorstelijk Complex. Osinga woonde bij het Vliegermonument en een van zijn hobby’s was fotografie. Hij maakte deze opname van de Bernard de Waalstraat.

Meer weten over de Bernard de Waalstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl