De Marconistraat

De Amsterdamsestraatweg bij de hoek van de Marconistraat in 1925. Het is een fraai dorpsgezicht geworden, gemaakt door een fotograaf waar zo te zien menige buurtbewoner voor naar buiten kwam.

De Amsterdamsestraatweg bij de hoek van de Marconistraat in 1925. Het is een fraai dorpsgezicht geworden, gemaakt door een fotograaf waar zo te zien menige buurtbewoner voor naar buiten kwam.

We gaan ook door de Marconistraat wandelen en ik vertel u wat we zoal tegenkomen. Evenals de wandeling door de De Lessepsstraat lopen we omstreeks 1938-’39.

Op nummer 7 woonde Jan Kroon. Hij was timmerman bij Werkspoor. Zijn kleinzoon Jan H. Kroon informeerde ons: Hij woonde in de Tweede Wereldoorlog daar met zijn vrouw Maria en dochter Alijda. In 1940 overleed zijn vrouw. Jan Kroon bleef met zijn dochter daar wonen tot zijn overlijden in 1952. Daarna heeft Alijda nog op dit adres gewoond tot haar huwelijk met R. Landwaart, waarna zij naar Hilversum verhuisden.

In de stratengids is slechts één herkenbare handelaar vermeld: de heer J. Brundel op nummer 34 staat namelijk als zodanig te boek. We weten inmiddels dat hij het brood op de plank bracht als ‘peterolieman’ van ‘De Automaat’, een door een grote oliemaatschappij opgezette distributieregeling. – Er kwam in de vroege Zuilense jaren met enige regelmaat een ondernemer op zijn bakfiets door de straten die we tegenwoordig niet meer zien. Zo ook de petroleumman.

Een van de grotere ondernemingen (Esso) had een naam in opgebouwd met veel kleine ondernemers als medewerkers: ‘De Automaat’. Op zijn bakfiets kwam deze goede man (want het was vele jaren de heer Brundel sr. en hij wás een goede man) regelmatig langs met zijn petroleum. Die werd onder andere gebruikt voor het petroleumstel, waarop de runderlapjes zo lekker konden sudderen. – Dat was echter niet het enige waarvoor het petroleumstel gebruikt werd. De meeste grote huishoudens hadden in de keuken een gasstel staan. We vinden tegenwoordig bijna uitsluitend 4-pits kooktoestellen, op gas of elektriciteit, al of niet met een oven, maar het gasstel van toen heette niet voor niets gas-stel: het waren 2-pits gastoestellen. Met de grote maaltijden die voor de dito gezinnen van toen klaargemaakt moesten worden, konden een of twee pitten extra erg prettig zijn. Vandaar dat in menig Zuilense woning een of twee petroleumstellen te vinden waren.

Vroeger werd veel op het ‘petroleumstel’ gekookt, gesudderd of anderszins warm gehouden. Voor petroleum werd je naar de drogist gestuurd, met zo’n vierkante kan, die bovenop een schenktuit had. Dikwijls kwam de man met de petroleum ook aan de deur. In Zuilen was dat onder andere vader Brundel, die we hier zien met zoon Louis op de ‘Petroliewagen’ in de Marconistraat. Nou ja, ‘zien’, u heeft gelijk, de foto is wat onscherp. De bakfiets van ‘De Automaat’ is hier omgetoverd tot een Vorstelijke Troon voor de bijna jarige zoon van de ondernemer. Hij mocht een dag vóór zijn zesde verjaardag, op twee augustus 1936 op de kar en de kiek.

Vroeger werd veel op het ‘petroleumstel’ gekookt, gesudderd of anderszins warm gehouden. Voor petroleum werd je naar de drogist gestuurd, met zo’n vierkante kan, die bovenop een schenktuit had. Dikwijls kwam de man met de petroleum ook aan de deur. In Zuilen was dat onder andere vader Brundel, die we hier zien met zoon Louis op de ‘Petroliewagen’ in de Marconistraat. Nou ja, ‘zien’, u heeft gelijk, de foto is wat onscherp. De bakfiets van ‘De Automaat’ is hier omgetoverd tot een Vorstelijke Troon voor de bijna jarige zoon van de ondernemer. Hij mocht een dag vóór zijn zesde verjaardag, op twee augustus 1936 op de kar en de kiek.

Om het petroleumstel te vullen gebruikte men een speciaal, meestal vierkant, petroleumblik met diagonaal daarop bevestigt een handvat en de schenktuit. Dat petroleumblik vulde je bij de ‘peterolieman’, die je bovendien een boekje gaf ‘voor de kinderen’ van Pijpje Drop. Het was een wekelijks terugkerend stripboekje met als laatste tekst steevast: ‘Hoe het verder Pijpje Drop vergaat, lees je in de volgende Automaat.’

Later werd het meer norm je petroleum bij de drogist te halen. Deze kon je zelf bezoeken als je petroleum nodig had, dus hoefde je niet te wachten op de komst van ‘De Automaat’.

Op nummer 10 woonde de familie Soutberg. Het Museum van Zuilen kreeg enige jaren geleden van de heer A. van Mourik een cd met digitale uitvoering van ‘De Problemist[1]’ waarin ook het door hem geschreven artikel over de heer Antoon Soutberg jr. en zijn familie.

‘De familie Soutberg

Eén van de Werkspoorwerknemers is Antonius Soutberg Sr. Hij neemt in 1917 zijn gezin, bestaande uit hemzelf, vrouw, vijf zonen en twee dochters, vanuit Amsterdam mee naar de Marconistraat 10 en voedt het daar streng volgens de katholieke leer op. De oudste zonen Henk en Frans studeren in het seminarie en worden actief als missionaris in respectievelijk Ghana, en Brazilië, de Verenigde Staten en Mexico. Frans zou later tolk/vertaler en leraar Engels worden in Mexico, waar hij, toen het mocht, ook nog in het huwelijk stapte met een Mexicaanse die hij al twintig jaar kende. Antoon’s derde zoon Antoon junior is ziekelijk, want die heeft na een noodzakelijke operatie nog slechts één, waarschijnlijk niet geheel werkende nier over.

In het blad Utrecht in Woord en Beeld in 1927 stond een aantal foto’s op een pagina met de kop ‘Elinckwijk’. De redactie voorzag de foto van de tekst: ‘Zooals overal, beslecht ook in deze wijk de jeugd haar geschillen met een frisch robbertje. Nieuwsgierig kijken de vrienden in de Marconistraat toe wie de ‘‘knock-out’’ zal krijgen.’

In het blad Utrecht in Woord en Beeld in 1927 stond een aantal foto’s op een pagina met de kop ‘Elinckwijk’. De redactie voorzag de foto van de tekst: ‘Zooals overal, beslecht ook in deze wijk de jeugd haar geschillen met een frisch robbertje. Nieuwsgierig kijken de vrienden in de Marconistraat toe wie de ‘‘knock-out’’ zal krijgen.’

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de inner van woningbouwvereniging Zuilen wekelijks de huur ophalen en toezichthouders van deze vereniging controleerden of de huurders zich wel netjes gedragen. Zelfs de slaapkamers werden gecontroleerd op ‘wandluis’. De controleurs zullen Antoon jr. regelmatig hebben ontmoet, want hij lag vaak op bed. Van vierde zoon Martin is weinig anders bekend dan dat hij vroeg naar Limburg vertrok en daar is gebleven. Jongste zoon Ben –als laatste van het gezin overleden in 2006, 91 jaar oud– kan ook goed leren, maar hij moet werken bij Werkspoor om de studiekosten terug te verdienen die zijn studerende broers maken. De jongste telgen zijn de zusjes Annie en Marie. In tegenstelling tot zijn uit huis gaande broers en zussen blijft Antoon jr. tot zijn voortijdige overlijden – hij overleeft Marconi niet – bij zijn ouders (vader) wonen. Hij heeft wel nadrukkelijk interesses: literatuur, politiek en denksporten, vooral dammen. Die houden hem zó bezig dat hij het doktersadvies – “Je mag best naar buiten” – meestal negeert.’

Antoon Soutberg (jr.) was een verwoed verzamelaar van ‘dam-problemen’. Hij staat (ligt) op deze foto, halverwege de jaren ’30, omringd door zijn familie. Naast hem zijn zusjes Annie en Marie. Staand van links naar rechts de broers Martin, Ben, Henk en Frans, en vader en moeder Soutberg

Antoon Soutberg (jr.) was een verwoed verzamelaar van ‘dam-problemen’. Hij staat (ligt) op deze foto, halverwege de jaren ’30, omringd door zijn familie. Naast hem zijn zusjes Annie en Marie. Staand van links naar rechts de broers Martin, Ben, Henk en Frans, en vader en moeder Soutberg

In de Marconistraat woonde op nummer 47 de heer H. van de Werf. Hij was smid van beroep en werkte bij de hoefsmid naast garage van der Vaart op de Amsterdamsestraatweg. De heer J. Post uit de Marconistraat herinnerde zich: ‘Het was een klein kereltje met een vergroeide rug, maar een goed vakman, volgens mijn vader.’ Dezelfde heer Post, wist zich nog over zijn straat te herinneren: ‘In 1934 was alles nog grasland. Wij woonden in de Marconistraat. Achter ons huis was alles nog weiland. Wij sprongen achter over het slootje. Daar zaten veel kikkers. Een van onze vriendjes heette Werba. Hij was een zoon van een politieagent. Bij ons vriendje thuis hadden ze een grote regenton en daar deden wij de kikkers in. Later gooide zijn vader ze weg. Als we verder op het stukje land liepen, dan gingen wij bij Boshuis de kolenman naar de opslag van kolen kijken. Daar zaten veel ratten.’

De ‘Oude Bouw’ wordt voor een groot deel bewoond door medewerkers van Werkspoor, vandaar de logische vernoeming van uitvinders die ‘iets met metalen en/of treinen te maken hebben. De Westinghousestraat (de heer Westinghouse was de uitvinder van een specifiek type rem voor treinen) is ook het eindpunt van de tramlijn die Zuilen met Utrecht verbindt. Met een beetje geluk kunnen we bij de tramrails een helft van Zuilens eerste tweeling aantreffen, de heertjes Post. Jacob speelt graag buiten met zijn vriendjes. Jacob Post woont nu in de Marconistraat – de familie Post woonde vroeger in de Franklinstraat – en hij beleeft er veel plezier aan om een spijker op de tramrails te leggen. Als de tram daar dan overheen rijdt, wordt die gloeiend heet. (Dan was het de kunst om een slachtoffertje te vinden die deze truc nog niet kende, die duwde je dan fijntjes de spijker in zijn handjes.)

Het pand Marconistraat 24 huisvestte de familie Molenaar. Van dit gezin huwden op 18 juli 1943 twee zussen met twee broers. De dames kenden de heren al een tijdje, het zijn namelijk buren van elkaar.

De eerste tweeling van De Oude Bouw stelt zich aan u voor. Rechts Geert Gijs Post en links Jacob Post. De ouders van deze tweeling waren zo verrast dat het een tweeling werd, dat zij voor het tweede kindje geen tweede naam voorhanden hadden. De heer Jacob Post, die me deze foto bracht, wees me nog op een aardig detail: ‘vroeger hadden we geen onderbroeken met elastiek. De broeken werden met een soort koordje om het middel gebonden. Bij mij zie je nog net bij beide broekspijpen een stukje koord eronderuit ‘piepen’. De foto werd in 1930 gemaakt.

De eerste tweeling van De Oude Bouw stelt zich aan u voor. Rechts Geert Gijs Post en links Jacob Post. De ouders van deze tweeling waren zo verrast dat het een tweeling werd, dat zij voor het tweede kindje geen tweede naam voorhanden hadden. De heer Jacob Post, die me deze foto bracht, wees me nog op een aardig detail: ‘vroeger hadden we geen onderbroeken met elastiek. De broeken werden met een soort koordje om het middel gebonden. Bij mij zie je nog net bij beide broekspijpen een stukje koord eronderuit ‘piepen’. De foto werd in 1930 gemaakt.

 

Dit zijn de ‘meisjes’ van de K. J. M. (Katholieke Jonge Meisjes). Ik schrijf ‘meisjes’ maar zij zijn op dit moment (2015) hoogbejaard. Laat ik ze daarom maar dames noemen. De dames poseren hier, kompleet met vaandel (en waar vind je nog zo’n vaandeldraagster vandaag de dag?) op de speelplaats voor de meisjesschool St.-Theresia aan de St.-Willibrordusstraat. In het zonnige midden zit kapelaan F.A.C.M.A.Gh. Levérbure, die van 1925 tot 1941 aan de St.-Ludgerusparochie verbonden was. Deze foto is van 1936. Staand, tweede van rechts is jongedame Molenaar uit de Marconistraat die trouwt met buurjongen Camu.

Dit zijn de ‘meisjes’ van de K. J. M. (Katholieke Jonge Meisjes). Ik schrijf ‘meisjes’ maar zij zijn op dit moment (2015) hoogbejaard. Laat ik ze daarom maar dames noemen. De dames poseren hier, kompleet met vaandel (en waar vind je nog zo’n vaandeldraagster vandaag de dag?) op de speelplaats voor de meisjesschool St.-Theresia aan de St.-Willibrordusstraat. In het zonnige midden zit kapelaan F.A.C.M.A.Gh. Levérbure, die van 1925 tot 1941 aan de St.-Ludgerusparochie verbonden was. Deze foto is van 1936. Staand, tweede van rechts is jongedame Molenaar uit de Marconistraat die trouwt met buurjongen Camu..

Familie Molenaar, Marconistraat 24 Zuilen: links staat Door, rechts staat Moeder. Ervoor, in het midden links Ans, ?, vader. Vooraan: Cor en ?

Familie Molenaar, Marconistraat 24 Zuilen: links staat Door, rechts staat Moeder. Ervoor, in het midden links Ans, ?, vader. Vooraan: Cor en ?

Meer heb ik niet over de Marconistraat te vertellen. Dat is mager. Maar we komen geen school, kerk, dokter of ander gedenkwaardig gegeven tegen. Of toch… wist u dat de heer Marconi zo verlegen was dat hij zijn secretaresse niet ten huwelijk durfde te vragen? Hij loste het probleem op door haar via tikken op de verwarmingsbuizen, in morse de vraag voor te leggen. Zij antwoordde ook in morse en het antwoord was: ‘•−−− ’ (en dat betekent ja).

[1] Een internationaal damblad dat wordt gelezen door vele nationale, maar zeker ook internationale damprofessionals over probleemstellingen in het dammen.

Facebook reacties