De Luit Blomstraat

Luit Blomstraat

Weinig straten in Zuilen hebben zo’n opmerkelijke naamgever als deze. Natuurlijk, de Burgemeester van Tuyllkade, de Burgemeester Norbruislaan en de Wethouder D.M. Plompstraat herinneren ons ook aan een belangrijke inwoner van Zuilen. Maar Luit Blom was geen wethouder of burgemeester. Waarom werd dan wel besloten een straat naar hem te vernoemen? De heer Luit Blom was medeoprichter van woningstichting ‘Eigen Haard’. Hij overleed in 1932. Blom werkte bij Werkspoor en werd begraven op de Eerste Algemene Begraafplaats (Kovelswade) in Utrecht.

Daar staat ook een tastbaar eerbetoon dat zijn collega’s bij Werkspoor voor hem maakten: zij bouwden op schaal een brug na die op zijn graf werd geplaatst.

Een blijk van waardering door de collega’s van ‘bruggenbouwer’ Blom.

De straat ligt ingeklemd tussen de twee ministers Talma en De Visser. In deze straat zijn geen winkels te bekennen. Toch komen we wel een – bescheiden – handelaar tegen: op nummer 61 wordt met enige regelmaat door middel van een advertentie een radio te koop aangeboden: ‘Radiokoopjes, Philipsradio overjarig met ultra korte golf… …120-220 volt voor gelijk en wisselstroom.’

Een bewoonster van deze straat vertelde me dat Zuilen hier ophield: zij woonde in de Luit Blomstraat en kon vanuit haar kamer ‘door het poortje in de C. Smeenkstraat’ helemaal tot aan Maarssen kijken. Alle bebouwing die hier nu staat, is van later datum, het was alles weiland wat de klok sloeg.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we de Luit Blomstraat maar bescheiden tegen. Mevrouw Verdél die toen in de Luit Blomstraat woonde werd gevraagd wat haar herinnering aan de eerste oorlogsdag was. Ze vertelde dat zij in deze nacht wakker werd van het schieten. Ze lag al in bed en was in de veronderstelling met een hardwerkende vader van doen te hebben: ‘Pa, wat maak je toch een herrie met timmeren. Zo kan ik toch niet slapen.’ Later blijkt dat dit het monotone geronk was van de vele vliegtuigen die overvlogen op de vroege ochtend van de 10de mei 1940.

Van de Hongerwinter is bekend dat er slecht aan eten te komen is. Meestal ontkom je dan niet aan zwarte handel. Er zijn altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden.

Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij weet nog dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

Ook een apart hoofdstukje in de geschiedenis van de Luit Blomstraat. In het zoeken naar de historie van Zuilen hebben we ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht namen bekend:

In het zoeken naar de historie van de straat is ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht (!) namen bekend:

J. Brouwer (woonde op nummer 15), C.A. Mackaay (4), W. Prins (64), W. Mudde (13), G. Stoker (22), W. Langerak (?), J.A.C. Veltman (21) en P.D. van de Zouw (6).

 

 Slechts van C.A. Mackaay is een foto beschikbaar.

Meer weten over de Luit Blomstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Marinus van Meelstraat

Marinus van Meel behaalde zijn F.A.I.-brevet op 6 juni 1911. Zijn pechvolle deelname aan de eerste Europese rondvlucht, werd aanleiding tot succesvolle demonstraties te Grave. Na de manoeuvres in 1911, kwam hij te Soesterberg, alwaar hij de tweedekker ‘De Brik’ bouwde. Met dit toestel heeft menig officier aldaar gevlogen. Ook een watervliegtuig werd door hem te Tiel gebouwd, dit toestel ging later bij demonstraties voor de Marine verloren. De Eerste Wereldoorlog was de voornaamste reden dat hij de vliegerij eraan gaf.

De Marinus van Meelstraat werd in verschillende fases bebouwd. Dat is aan de bouwstijl duidelijk te herkennen. De woningen vanaf de Bernard de Waalstraat tot ongeveer halverwege zijn geheel in de stijl van de rest van de straten in Mariëndaal

De M. van Meelstraat rond 1956. Links zijn de flats aan de Dr. Plesmanlaan in aanbouw, de rechtse flat staat nog in de steigers. Midden voor is de kerk in aanbouw. Op het braakliggende terrein op de voorgrond werd jarenlang de kerstboomverbranding gehouden. De Openbare Lagere School 2 is nog te zien, omdat men nog óver de kerk (sinds 2018 Best Life Church) heen kan kijken.

Pas in 1957 werden de woningen nummers 5 tot en met 35 gerealiseerd. De bouw van deze huizen haalde de krant, zij werden namelijk door de toenmalige bewoners zelf gebouwd: ‘Op het braakliggende terrein aan de M. van Meelstraat zal men over enige tijd burgers hun eigen huis kunnen zien bouwen…’

Het ontwerp van deze woningen was van niemand minder dan Gerrit Rietveld. Hij tekende deze woningen in opdracht van de Coöperatieve Vereniging Politiebond Utrecht.

De heer D. van Eijk woonde in de M. van Meelstraat 23 van 1984 tot 1994. Hij vertelde tijdens een bezoek aan het Museum van Zuilen, dat het ontwerp van Rietveld o.a. resulteerde in een ongebruikelijke deurbevestiging: de deuren konden, net als een koelkastdeur, naar believen ook andersom draaiend gemaakt worden.

De woning op nummer 5 werd kort daarop in gebruik genomen door een (van de weinige) ondernemers in deze straat, u kon hier uw ‘Tielen’s kolen’ bestellen.

De heer Boss, de bewoner die in 2017 op nummer 57 woont, vertelde dat de eerste bewoner van dit perceel de heer Van Rossum was, de man van het bekende Zuilense warenhuis ‘Evora’. Daarna betrok een andere ondernemer dit pand, de heer Luttmer. Hij had een naaimachinehandel in de Utrechtse Lange Elisabethstraat.

De M. van Meelstraat op 12 december 1998, foto ‘Het Utrechts Archief’.

Aan de even zijde van de M. van Meelstraat kwam de ingang van de St.-Jacobusschool, de tweede Rooms-katholieke school in Zuilen

De St.-Jacobusschool was net als de tot dan laatst gebouwde scholen in Zuilen (de Prinses Marijkeschool en de Elout van Soeterwoudeschool) een ontwerp van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

A.J. van Leusden vertelde tijdens zijn bezoek aan het Museum van Zuilen dat hij op de dag dat de school in gebruik genomen werd, na het ‘verzamelen’ op de speelplaats in de gaten had dat de leerlingen naar binnen moesten. Hij versnelde zijn pas en – en daar is hij na ruim zestig jaar nog trots op – was de eerste leerling die de school in stapte.

Er zijn blijkbaar nog meer mensen trots op ‘hun’ Zuilense geschiedenis. Zo werd omstreeks 2010 door een verontruste bewoner de hulp van het Museum van Zuilen ingeroepen voor een kunstwerk dat verplaatst dreigde te worden.

Het ging hier om het beeld ‘The Gym’ dat J. Bürgi gemaakt had en de speelplaats van de school sierde: gymnastiek.

Het Utrechtse gemeentebestuur had het plan opgevat om een aantal ‘vergeten’ beeldhouwwerken die her en der in de stad staan, op een plek in de stad (Leidsche Rijn) te concentreren. Maar het gemeentebestuur werd vriendelijk verzocht het beeld van Bürgi te laten staan waar het thuis hoorde: in Zuilen.

Het beeld dat J. Bürgi maakte toen het nog voor de school stond.

Meer weten over de Marinus van Meelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Bernard de Waalstraat

Bernard de Waal behaalde zijn F.A.I.-brevet op 15 juli 1912 te Mainz. Als invlieger en vliegleraar bij Fokker werd hij bekend. In 1913 was zijn bijzondere prestatie een vlucht van Berlijn naar Utrecht. Ook om een reeks passagiersvluchten met Hollandse officieren te Den Haag is hij bekend geworden.

De familie De Keijzer woonde in het op één na laatste huis aan het eind van de straat. De naastgelegen bebouwing van tegenwoordig, de Best Life Church (ooit gebouwd als de St.-Jacobuskerk) en de flats aan de Plesmanlaan moesten nog gebouwd worden en dat is vermoedelijk de reden dat er ook veel met de kinderen van de naastliggende wijk ’t Zand werd gespeeld.

De herinneringen aan het spelen in en om de straat schreef Ad de Keijzer voor ons op:

‘Wij kwamen daar wonen in 1947. Er was een heleboel nog niet. Daar bedoel ik mee: de St.-Jacobuskerk, de nieuwe Bethelkerk en de supermarkt. Wij woonden op nummer 65. Naast ons was het hoekhuis nr. 67. Daarnaast, dus op de plek waar nu de St.-Jacobuskerk staat, tot aan de woningen van ’t Zand, was het een grote gras/zandvlakte waar gevoetbald werd en met de vele jongens uit de straat “Olympische Spelen” werden georganiseerd.

Deze herinnering is natuurlijk te combineren met de spelen die in 1948 in Londen werden gehouden. We organiseerden het met onderdelen als hoogspringen, verspringen, sprinten maar ook onze eigen marathon kwam aan bod. Via de Lelimanstraat liepen we naar de Amsterdamsestraatweg richting Maarssen, daar rechtsaf het Zuilenselaantje op en via de Daalseweg weer terug naar ’t Zand. Wielrennen deden wij ook heel veel en de bekende Michel Stolker was daarbij ook weleens aanwezig. Maar… als hij meedeed informeerde hij eerst goed welke route werd gereden. Op het moment dat wij dan aan de meet kwamen zat hij al thuis achter de limonade.

Ook met de kinderen in de naburige straten speelden en ravotten wij jongens naar hartenlust. Op de hoek van “ons land” (tegen ’t Zand aan) was een speeltuin. Vele keren heb ik overgegeven van het draaien in de draaimolen van die speeltuin…

Familie De Keijzer op de foto in de Bernard de Waalstraat.

… Enkele namen van jongens in onze straat zijn mij bijgebleven: mijn buurjongen Klaas Bos, zij emigreerden met het hele gezin. Ook Loek Miltenburg, die had een stel mooie zusjes. De jongste heette Babs. Loek is ook geëmigreerd, naar Australië naar ik meen. Verder had je nog de jongens Alblas, van Holst, Heemskerk, Rozendal, van Gilse, Brekelmans en Dolman.

Van buiten onze straat kwamen o.a. mijn vriend Jack van Roon (hij voetbalde bij Elinkwijk), Bil Pater (hij was de wielrenner), Ad Klabbers, Kees Dietrich en de jongens van Drijver.

Met dit gezelschap hebben wij prachtige jaren beleefd in en om de Bernard de Waalstraat.’

Het Museum van Zuilen bezit een legpenning ten name van W. Kok, ‘voor 25 jaren dienst’. De heer W. Kok was net als zijn vader P.J. Kok in dienst bij Werkspoor. W. Kok werkte als Technisch Beambte en heeft o.a. aan de grote brug in Melbourne, de ‘West Gate Bridge’, gewerkt. Kort voor het grote ongeluk (tijdens de bouw is een deel van de brug ingestort ‘maar Werkspoor was slechts onderaannemer, anders was het zeker niet gebeurd’) werd hij overgeplaatst naar Engeland. W. Kok leerde ook zijn echtgenote kennen bij Werkspoor. Zij trouwden in 1944 en gingen wonen in de Bernard de Waalstraat.

De heer J. Osinga was leerkracht van de Openbare Lagere School 2, later de Prins Bernhardschool die sinds 2009 onderdeel uitmaakt van het Vorstelijk Complex. Osinga woonde bij het Vliegermonument en een van zijn hobby’s was fotografie. Hij maakte deze opname van de Bernard de Waalstraat.

Meer weten over de Bernard de Waalstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Adriaan Mulderstraat

 

Adriaan Mulder is de eerste Nederlander, die op eigen bodem zijn brevet haalde, hetgeen op 7 april 1911 werd uitgereikt. Dit geschiedde met een Blériot op de Molenheide bij Breda. Hij was er een van het getrouwe trio, waarvan ook H. Bakker en J. van Bussel deel uitmaakten. Destijds was de luchtvaart nog niet rijp om er een bestaan in te vinden, zodoende kwam er een einde aan deze vliegersloopbaan.

Voor een beschrijving van de straat ’van toen’ wandelen we de straat in vanaf de Swammerdamstraat. Wat meteen opvalt is dat de huisnummers niet bij ‘1’ beginnen.

Op de hoek van de Adriaan Mulderstraat en de F. Koolhovenstraat komen we bij de fietsenwinkel van Cor Macco. Zijn zoon Peter zette de nering van zijn vader voort en verhuisde naar de Amsterdamsestraatweg, hoek Voltastraat. Ook dat pand werd te klein en de winkel ging nogmaals naar een ander adres: Nijverheidsweg, waar ook (klein)zoon Jimmy Macco in de voetsporen van zijn vader trad.

Een andere vorm van bedrijvigheid vond voornamelijk plaats op het binnenterrein tussen de F. Koolhovenstraat, A.H.G. Fokkerstraat en de Adriaan Mulderstraat. Daar zat de ‘Elinkwijkse Melk Inrichting’, de melkgroothandel van de heer Stam. De EMI was geheel ingesloten door woningen. Het irritatie vanwege het gerammel met de melkbussen was hier dan ook niet van de lucht.

De toegangspoort naar het terrein bevond zich naast nummer 26. Deze deur kreeg naam onder de jeugd van Zuilen: vanwege de vele in de deur gekraste ‘drie-letter-schuttingwoorden’ waaraan de kinderen zich met enige regelmaat vergaapten. Door deze jeugd werd deze toegangsdeur ‘Het poortje met de vieze woordjes’ genoemd.

Voordat we bij de winkel op de hoek van de Wethouder D.M. Plompstraat komen, passeren we nummer 38 waar de familie Drijver woonde. De heer Drijver heeft in de Zuilense politiek zijn woordje gedaan en mevrouw Drijver heeft zich voor de wijk Zuilen meer dan verdienstelijk gemaakt. Zelfs op haar negentigste (90!) jaar was zij nog actief voor de Stichting ‘Gemeenschap Zuilen’. In het Julianapark is het paviljoen naar haar genoemd: het Antje Drijverpaviljoen.

Mevrouw Drijver houdt een oogje in het zeil bij het paaseieren zoeken in de tuin van Slot Zuylen. Een en ander werd georganiseerd voor de ‘Kindervereniging “Mariëndaals Belang” ‘ waarvan mevrouw Drijver voorzitster was.

Slechts weinigen onder u zullen weten dat Adriaan Mulder een krans legde bij de onthulling van het Vliegermonument aan de Wethouder D.M. Plompstraat. Voor meer informatie hierover verwijs ik u naar de qr-tegel in die straat.

Was op het binnenterrein de groothandel in melk te vinden, op de hoek met de Wethouder D.M. Plompstraat vonden we de detailhandel in melk, de winkel van de melkhandelaar B. Lagendijk.

In dit pand komt de heer Beukers de handel voortzetten en zijn zoons helpen mee aan de groei van het bedrijf.

Over een stukje wel en wee van de familie geef ik graag de pen even aan zoon Hennie:

‘De familie Beukers kwam in okt/nov 1957 vanuit Oudewater naar Utrecht. Wethouder D.M. Plompstraat 50. Er waren 5 kinderen: André, Leen, Hennie, Gita †, en Jaap.

We hadden een kruidenierswinkel en een kleine sigarenwinkel. We woonden achter de kruidenierswinkel en boven de sigarenwinkel.

Op 50bis (de stenen trap op) woonde toen nog de weduwe Van der Leest. Na haar overlijden zijn we boven de winkel gaan wonen en werd de kruidenierswinkel vergroot. Het werd een soort supermarkt waarbij de losse waren nog wel vanachter een toonbank voor de klanten werd klaargemaakt (afwegen en verpakken.)

Rond 1967 ging mijn vader vuurwerk verkopen. Omdat ik al vaak in de sigarenwinkel te vinden was deed ik de inkoop en organiseerde ik ook de verkoop aan het einde van december. Er werd in het begin niet echt veel verkocht, maar toen ik begon met het maken van bestellijsten liep het een stuk beter.

Het vuurwerk stond bij ons gewoon in de dozen onder de stoelen en de bank in de huiskamer. En we rookten er vrolijk op los. Als de dozen werden geopend om alle bestelling klaar te maken werd het pas een gevaarlijke situatie met al dat open vuurwerk. We rookten toen uiteraard niet. Ook in de sigarenwinkel mocht tijdens de verkoop NIET worden gerookt.’

Het pand van B. Lagendijk kort na de ingebruikneming (en nog ruim voordat de heer Beukers dit pand betrok).

De Adr. Mulderstraat kwamen we nog meer bedrijvigheid tegen: op de hoek met de H. Wijnmalenstraat bevond zich de kruidenierswinkel van de heer Klabbers waarin later Hobby-shop Zuilen kwam.

‘Met ingang van Vrijdag 1 November a.s. zal het eindpunt van lijn 3 verlegd worden naar de Adr. Mulderstraat, terwijl er een halte geplaatst zal worden in de Weth. Plompstraat, nabij den Amsterdamschestraatweg.’ Knipsel uit 1946. Dus kon je daar ook de bij Werkspoor-Utrecht gebouwde zogenoemde ‘bolramers’ zien rijden.

Meer weten over de Adriaan Mulderstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Clement van Maasdijkstraat

Begin 1910 leerde Clement van Maasdijk in Frankrijk bij Farman vliegen. Met een Sommer tweedekker kwam hij terug in ons land en gaf o.a. te Heerenveen en Arnhem vliegdemonstraties. Deze laatste werden hem noodlottig. C. van Maasdijk is het eerste offer, dat Nederland hiermede bracht aan de vliegerij. Het monument voor de gevallen vliegers staat dan ook op de meest aangewezen plaats.

De C. van Maasdijkstraat kent bijna geen winkels, ‘alleen maar’ huizen, een Vliegermonument, een Beatrixboon en -bank en een school. Gelukkig woonde in een der huizen de heer Osinga, onderwijzer op de Openbare Lagere School 2 (later de Prins Bernhardschool, en tegenwoordig deel uitmakend van het Vorstelijk Complex) te Zuilen.

Waarom noem ik hier specifiek de heer Osinga? Hij fotografeerde als hobby en zijn zoon bracht in 2010 ongeveer 1600 negatieven van foto’s die zijn vader maakte. Heel veel van schoolreisjes, leerlingen van de school, Sinterklaasfeesten enz. Maar ook mooie foto’s van o.a. de woning in de C. van Maasdijkstraat.

Prachtige foto van de heer Osinga, bewoner van de C. van Maasdijkstraat 3..

De Clement van Maasdijkstraat hoort bij de wijk Mariëndaal, de wijk die ook de Vliegerwijk wordt genoemd. De straten van deze wijk werden genoemd naar Nederlandse luchtvaartpioniers.

In deze straat bouwde men Zuilens eerste echte monument, een idee van de gemeentesecretaris, de heer A.J. van der Weerd. Als eerbetoon aan hem mocht hij de eerste steen van het Vliegermonument leggen.

Het leggen van de eerste steen van het Vliegermonument gebeurde onder grote publieke belangstelling.

Bij de onthulling van het Vliegermonument werd onder andere door Adriaan Mulder een krans aan de voet van het monument gelegd en tijdens zijn rede verschenen er 5 jachtvliegtuigen, die ‘op geringe hoogte een demonstratie gaven van wat de Nederlandsche luchtvaart thans presteert. Het gedaver was zoo groot, dat de rede telkens onderbroken moest worden’.

Burgemeester Norbruis sprak daarna nog een enkel woord en deelde mee dat er een oorkonde in het monument gelegd zal worden waarop staat: ‘‘In het jaar 1938, het jaar van het 40-jarig regeeringsjubileum van H.M. de Koningin, is op initiatief van den gemeente-secretaris, den heer A.J. van der Weerd, dit monument gesticht. De ontwerper is de heer W.C. van Hoorn. De Beeldhouwer is de heer J. Uiterwaal.’’

Het Vliegermonument kort na de opening en nog compleet met vijver.

In de geschiedenis van de straat valt nog iets op: veel van de woningen in de straat, het Vliegermonument, de Prinses Beatrixbank, de winkels en de school zijn ontworpen door de gemeente-architect van Zuilen, W.C. van Hoorn.

We hebben het dan over drie winkels, maar… zij hebben als postadres Wethouder D.M. Plompstraat. Toch maar even melden wie hier nering dreven.

Voor een duidelijk beeld: denk even dat u vanaf de Amsterdamsestraatweg de Wethouder D.M. Plompstraat in loopt, en ongeveer tien meter vóór de kruising met de C. van Maasdijkstraat staat u stil.

Aan uw linkerhand zat de melkhandel van J.A. van der Horst. Aan de overkant van de C. van Maasdijkstraat, op nummer 10 (van de Wethouder D.M. Plompstraat dus) zat korte tijd bakker B. Hus. In 1950 komen we al een advertentie tegen die aangeeft dat in dit pand brood verkocht werd door de opvolger van Hus: Herman Wijnhof.

De winkel op de hoek aan de oneven kant was de groentewinkel van de Groot.

Gemeente-architect W.C. van Hoorn drukte een groot stempel op de vormgeving van de bebouwing in de C. van Maasdijkstraat.

Ook de Ned. Herv. School is door hem ontworpen, waarmee hij voortborduurde op zijn uiterst succesvolle ‘Gele Scholen ’, die naast het vroegere Schaakwijk werden gebouwd.

In een tijd dat er (vanwege deviezentekorten) geen gymzalen, maar wél scholen gebouwd mogen worden, ontwierp Van Hoorn een school waarvan de lokalen, niet zoals tot dan gebruikelijk, aan een lange gang zijn gesitueerd, maar in een ruitvorm. De daardoor ontstane hall, is dan zo groot, dat hij als aula, of gymzaal gebruikt kan worden.

De lokalen op de eerste verdieping zijn bereikbaar via een wat smallere balustrade, waardoor de ruimte nog groter lijkt. Het hekwerk om deze balustrade kreeg versieringen van draadstaal. Dit waren verschillende figuren zie een schoolvak aangaven: een notenbalk voor muziekles, een telraam voor de rekenles, een landkaart voor aardrijkskunde, enz.

Ansichtkaart van de school aan de C. van Maasdijkstraat. Alle relevante gegevens staan op de ansichtkaart zelf, dus ik beperk me tot: ‘Zonder woorden’.

Meer weten over de Clement van Maasdijkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Wijnmalenstraat

H(enry) Wijnmalen heeft in 1910 het wereldhoogterecord van 2800 meter op zijn naam gebracht. Hij vertrok naar het buitenland en toen hij in 1913 terugkwam, had hij een vergunning op zak om Farman-vliegtuigen te mogen bouwen. Later richtte hij een vliegtuigfabriek in Soesterberg op.

Omdat de Eerste Wereldoorlog zich aankondigde, werd die locatie niet veilig genoeg geacht. In 1914 huurde hij bedrijfsruimte bij de Industriële Maatschappij Trompenburg aan de Amsteldijk. Trompenburg had zich in de voorgaande jaren beziggehouden met de bouw van Spyker-automobielen, genoemd naar de automakers Jacobus en Hendrik Spyker. Toen Wijnmalen de leiding van autofabriek ‘Trompenburg’ op zich nam, eindigde daarmee zijn vliegersloopbaan.

De naar H. Wijnmalen genoemde straat kent geen winkels. Wel een onderneming die in 2022 nog steeds actief is: de Luxe Was- en Stomerij van Van Rooijen. Nadat vader en moeder van Rooijen de basis hadden gelegd, werd en wordt de zaak voortgezet door hun zoon Marinus (en zijn vrouw natuurlijk).

Schuin tegenover de wasserij woonde lange tijd de familie Jacobs. Mevrouw Jacobs was een zeer bedreven borduurster en borduurde onder andere altaarkleden voor de St.-Jacobusparochie.

Mevrouw Jacobs borduurde veel voor de St.-Jacobuskerk en was ongetwijfeld betrokken bij dit ‘uitstellingsvaandel’ dat bij de preek tijdens het lof voor de uitgestelde monstrans met H. Hostie werd geplaatst. Foto A. Rog.

In deze straat zaten ook twee ondernemers die beide in de transportsector actief zijn: de heren Verkuil en Barten op de nummers 1 en 44.

Transportbedrijf Verkuil vervoerde voor de Demka-staalfabrieken o.a. de rollen staaldraad naar de Haringvlietschuiven. Daarvoor werd ongeveer 1000 keer een lading van 233 ton staaldraad gereden.

Naast de vele rollen staaldraad vervoerde Verkuil ook de grote tandwielen voor de beweging van de Haringvlietschuiven.

Trouwens aan ondernemers heeft de H. Wijnmalenstraat helemaal geen gebrek. Op nummer 25 zat de heer Linnenbank met zijn loodgietersbedrijf dat nog groot gaat worden, verhuist naar de Amsterdamsestraatweg, waar zoon Nico zich op verkoop van sportartikelen werpt.

Op de hoek met de Adriaan Mulderstraat komen we rechts nog de kruidenierswinkel van de heer Klabbers tegen waarin later Hobby-shop Zuilen komt.

Aan de linkerkant van de straat zit het schildersbedrijf Pijper. De heer Pijper heeft wat ruimte over en daar gaat Cor Macco met zijn fietsenhandel van start. De fietsenhandel floreert en Macco vestigt zich op de hoek Adr. Mulderstraat-F. Koolhovenstraat. (Later verhuist de winkel naar de Amsterdamsestraatweg en tegenwoordig zit de winkel op het Werkspoorkwartier.)

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we ook de H. Wijnmalenstraat tegen. Dit is het verhaal van een dochter van een bekende huisarts in Zuilen, de heer Chardon, die toen nog woonde op de hoek C. van Maasdijkstraat en de H. Wijnmalenstraat:

‘Hoe je je in de oorlog diende te gedragen, werd vaak door de omgeving voor je bepaald. Mijn moeder (verloskundige in Zuilen) heeft op hoge leeftijd nog het gevoel dat niet iedereen dat begreep. Moeilijk was het om goed om te gaan met NSB-patiënten en ook Duitsers die gewoon geholpen moesten worden. Op het adres in de H. Wijnmalenstraat, in de bovenwoning, kwamen ook wel eens soldaten op bezoek die een dokter nodig hadden. Er werd dan gezorgd dat het niet erg opviel, omdat sommigen vonden dat mijn ouders geen NSB’ers of Duitsers moesten helpen. Natuurlijk deden zij dat wel. Mijn moeder zegt: ‘‘Moesten wij hen soms laten stikken dan?’’ Omdat de NSB’ers in de gaten werden gehouden, zijn mijn ouders misschien ook goed in de gaten gehouden. Hoewel mijn ouders soms wel wisten wie NSB’er was en wie niet, werd er geen onderscheid gemaakt en ging mijn moeder gewoon haar werk bij hen doen.’

Deze wieg werd in de Tweede Wereldoorlog – niets meer te koop – als betaling geschonken aan de verloskundige die de wieg van een patiënt zo bewonderd had. Hij is nog in 2003 in gebruik genomen door een achterkleinkind van mevrouw Chardon-Davidson.

Meer weten over de H. Wijnmalenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De A.H.G. Fokkerstraat

A.H.G. Fokker werd door A.H. Pasman, in een knipsel bij de onthulling van het Vliegermonument, kort en bondig beschreven:

‘Behaalde zijn F.A.I. brevet op 16 mei 1911. Hij vervaardigde zelf het befaamde toestel ‘De Spin’. Na succesvolle deelname aan vliegwedstrijden, richtte hij in 1913 in Duitsland zijn eerste fabriek op. Met het D-7 type had hij tijdens de eerste wereldbrand veel succes en hij loste het vraagstuk op om door het schroefveld te kunnen schieten. In 1919 werd in de Elta-gebouwen te Amsterdam de bekende vliegtuigfabriek begonnen. Met zijn toestellen werden de eerste vluchten gemaakt over de Noordpool en de Atlantische Oceaan, alsmede de pioniersvluchten naar de beide Indiën’.

De naar Anthonie Fokker genoemde straat is een vrij lange straat met naar de oude Zuilense begrippen toch maar weinig winkels. Op de hoek met de Adriaan Mulderstraat zat een schildersbedrijf (postadres Adriaan Mulderstraat) en naast nummer 57 kwamen we bij de tandtechnicus Van Emmerik. De melkfabriek van de heer Stam (Elinkwijkse Melk Inrichting) was weliswaar bereikbaar via een poort aan de Adriaan Mulderstraat, maar de fabriek zelf was gevestigd op het binnenterrein tussen de A.H.G. Fokkerstraat en de F. Koolhovenstraat.

– Over de geschiedenis van deze melkfabriek leest u de qr-tegel in de F. Koolhovenstraat. –

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de straat ook openbaar vervoer. En hoe! Buslijn 3 rijdt door de A.H.G. Fokkerstraat. Een kort gedeelte slechts, van de Prins Bernhardlaan naar de Adriaan Mulderstraat, maar toch!

De A.H.G. Fokkerstraat (links op de voorgrond een stukje van de Prins Bernhardlaan) vanuit de lucht. In het pand op de hoek rechts, vestigden de heer en mevrouw Bisschop hun ‘Zuilensche Apotheek’. De eerste twee woningen daarnaast werden het domein van tandarts J.P. Boelens. Op de linkerhoek vestigde zich J. Vinkenborg als huisarts. Al met al een van de eerste Zuilense Gezondheidscentra.

Mogelijk omdat de straat tijdens de Tweede Wereldoorlog nog niet of nauwelijks bewoond werd, zijn er tot nu toe geen verhalen uit die tijd over de A.H.G. Fokkerstraat bekend. Hoewel… in een lijstje waarin de medewerkers van de L.O.[1] te Zuilen worden gemeld staat wel de heer W.F. Brohm (schuilnaam ‘De Wit’), Fokkerstaat 2.

Wie verhalen van die periode kent, die te maken hebben met de straat én de Tweede Wereldoorlog wordt vriendelijk verzocht ze op te schrijven en aan ons toe te sturen. Bij voorbaat dank!

.Terwijl dus de verhalen over de straat tijdens de oorlog ontbreken is een opmerkelijk groot aantal foto’s dat in de A.H.G. Fokkerstraat gemaakt werd van de Bevrijdingsoptocht. Heel veel verschillende thema’s van de optocht werden op de gevoelige plaat (zo heette het fotomateriaal vóór de komst van de digitale fotografie) vastgelegd, terwijl ze door de A.H.G. Fokkerstraat lopen.

De vier seizoenen in de Fokkerstraat, voor de optocht. Zomer: Tinie Sparrius, herfst: Henk Bergman. Anderen? Tinie Sparrius schreef ons: ‘Ik droeg een doopjurk versierd met papieren bloemen’.

Meer weten over de A.H.G. Fokkerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

[1] Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, werd vrijwel altijd met de twee letters L.O. aangeduid

De F. Koolhovenstraat

Frits Koolhoven werd door A.H. Pasman, uitgever van het toenmalig huis-aan-huisblad ‘Zuilens Nieuwsblad’,  kort en bondig beschreven:

‘Behaalde zijn F.A.I.-brevet op 20 oktober 1910. Na belangrijke successen bij de vliegtuigindustrie in Frankrijk en Engeland keert hij in 1920 naar ons land terug in zijn auto branche. De F.K.–23 jager was een van zijn beroemdste producten in Engeland. Via de ‘Nationale Vliegtuig Industrie’ ontstond de fabriek der Koolhovenvliegtuigen op Waalhaven bij Rotterdam’.

De naar Koolhoven genoemde straat loopt grotendeels parallel aan de Westinghousestraat in de Oude Bouw. Het aantal winkels is op de vinger van een hand te tellen: in deze straat vonden we er slechts twee, waaronder wel een van de bekendste Zuilense rijwielhandelaren, die bovendien nog steeds bestaat, de winkel van Cor Macco.

Deze winkel kent vele verhuizingen: begonnen in een hal van schildersbedrijf Pijper aan de H. Wijnmalenstraat, ging later naar de hoek Adriaan Mulderstraat en de F. Koolhovenstraat, daarna verhuisde zoon Peter Macco de winkel naar de Amsterdamsestraatweg en tegenwoordig vinden we de winkel aan de Nijverheidsweg en treed (klein)zoon Jimmy in de voetsporen van zijn (groot)vader.

De fietsenwinkel van Macco op de hoek Adriaan Mulderstraat/F. Koolhovenstraat.

Veel winkels vinden we dus niet in deze straat, maar er heerst wel bedrijvigheid. Ingesloten tussen de Adriaan Mulderstraat, A.H.G. Fokkerstraat en F. Koolhovenstraat lag de ‘Elinkwijkse Melk Inrichting’ van Stam. Ooit van start gegaan in Vianen, vestigde Stam zich in de wijk Elinkwijk, groeide verder uit zijn jas en zette zijn melkgroothandel voort op dit terrein.

Interieur van de melkfabriek van Stam op het binnenterrein tussen de A.H.G. Fokkerstraat en de F. Koolhovenstraat. Menig bewoner van de F. Koolhovenstraat is wakker geschrokken van de rammelende melkbussen die bij de E.M.I. verwerkt werden.

Een wat minder bekende naam in het verzet van Zuilen is M. (Machiel) Kollaard. Hij maakte deel uit van het verzet, maar werd in 1941 al opgepakt. Hij werd verraden en heeft de oorlog vooral in de gevangenis van Sieburg doorgebracht. De werkzaamheden voor het verzet (onder andere het huisvesten van onderduikers) is voor de rest van de oorlog voortgezet door zijn vrouw. Tot verrassing van de familie kwam Machiel in april 1945 de huiskamer binnenstappen. Na de oorlog begon de heer Kollaard een ‘Scheveningse Vishandel’. Begin jaren vijftig met een haringkar op de Sweder van Zuylenweg (hiervan hebben nog veel werknemers van Werkspoor plezier gehad) en later in de winkel op de hoek van de F. Koolhovenstraat en Swammerdamstraat.

Op de andere hoek van de Swammerdamstraat en de F. Koolhovenstraat was een filiaal van de Nutsspaarbank gevestigd. Dat verhuisde later naar het Bisschopsplein.

Na de oorlog werd in heel Zuilen uitgebreid de Bevrijding gevierd. Optochten liepen door alle straten van Zuilen, iedereen liep mee, en iedereen was ook verkleed. Opmerkelijk is de organisatie (het bestuur van de buurtvereniging ’t Zand), die ervoor zorgde dat er in de ongelooflijk veel thema’s die werden uitgebeeld, bijna geen doublures liepen!

Bevrijdingsoptocht door de F. Koolhovenstraat: bakkertjes, clowns rooskapje enz.

De F. Koolhovenstraat lag nogal in de buurt van de staalfabrieken van J.M. de Muinck Keizer (Demka). Dat blijkt ook uit een van de herinneringen aan de straat die Peter John Buijs schreef naar De Oud Utrechter:

‘Staalfabriek

Als het ’s avonds stil werd in de buurt klonken nog de geluiden van de staalfabriek DEMKA waar ’s nachts werd doorgewerkt. Van de kranen die knarsten over hun rails. Van de smeltbekers die hun sissende inhoud loosden. De grommende walsen en het vallen van plethamers zo groot als een huis. De omes en tantes hingen nog wat na, achter, langs de poort. In de verte golfde, op de vochtige lucht, het geplof van een sleepboot die een konvooi motorloze aken over het Amsterdam-Rijnkanaal trok.’

Meer weten over de F. Koolhovenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Wethouder D.M. Plompstraat

De familie Plomp heeft op de geschiedenis van Zuilen een nadrukkelijk stempel gedrukt: twee burgemeesters, een wethouder en een gemeenteontvanger. De heer D.M. Plomp was gedurende twee perioden wethouder van Zuilen, van 1920 tot 1927 en van 1929 tot 1933. Zijn overlijden, kort voor de realisatie van de Vliegerswijk, bracht het gemeentebestuur van Zuilen ertoe de man te eren met een naar hem vernoemde straat.

Voor een beschrijving van de Wethouder D.M. Plompstraat ‘van toen’ lopen we vanaf de Amsterdamsestraatweg.

Aan de linkerkant bevond zich een groothandel in koek van de heer Dijkstra. Op de kruising met Clement van Maasdijk waar we vervolgens aankomen, zat een aantal winkels. Op nummer 8 bijvoorbeeld de melkhandel van J.A. van der Horst en op nummer 10 zat korte tijd bakker Hus. In 1950 lezen we al een advertentie die aangeeft dat in dit pand brood verkocht wordt door de opvolger van Hus, Herman Wijnhof.

De winkel op de hoek aan de oneven kant was de groentewinkel van de Groot. Hierna kwamen we tot aan de Adr. Mulderstraat vrijwel alleen nog maar woningen tegen. Op nummer 48, naast het poortje, zat melkboer de Bruin, die ook schoolmelk verzorgt. Links en rechts aan het einde van de straat zaten nog twee winkels: links de melkhandel B. Lagendijk en rechts slagerij ‘De Tijdgeest’.

Op deze foto is de nieuwbouw van Mariëndaal in beeld, het winkelwoonhuis op de hoek van de Wethouder D.M. Plompstraat en de Clement van Maasdijkstraat. In de Clement van Maasdijkstraat staan de woningen nog te huur.

De gemeente-architect W.C. van Hoorn slaagde er vrijwel altijd in een nieuwigheid in zijn plannen naar voren te brengen. Wat hij voor de middenstandswoningen op de hoeken van de straten in Mariëndaal bedacht werd beschreven in het Utrechts Nieuwsblad:

‘…Het complex dat hier zal verrijzen staat onder architectuur van den heer W.C. van Hoorn te Zuilen, die zoo welwillend was ons aan de hand van het ontwerp nadere mededeelingen te verschaffen omtrent indeeling, architectuur en de nieuwe vinding van hem omtrent trappenbouw.

De heer van Hoorn heeft in zijn ontwerp een nieuw idee verwerkt, waarvan hij groote verwachtingen voor de toekomst koestert, inzake oplossing van de moeilijke problemen welke zich voordoen bij het bouwen van hoekwinkelhuizen met bovenwoningen. Hij verklaarde hiervoor dat volgens zijn inzien de voordeelen van deze buitentrap vele zijn en noemde er ons enkele. Om te beginnen, aldus de heer van Hoorn, is in de tot heden gevolgde bouwwijze steeds de opgang tusschen woonvertrekken van den winkel geprojecteerd.

Dit heeft tot gevolg dat indien uitbreiding van den winkel noodig is, men op ’t bezwaar stuit dat deze verandering niet mogelijk is zonder groote en kostbare veranderingen. Bij de nieuwe toepassing, en ook in dit ontwerp verwerkte plan, zijn de kosten van uitbreiding zeer gering, daar deze alleen bestaan in het wegbreken van een halfsteens-muurtje, waar bij het bouwen van de winkel van tevoren reeds rekening mee dient te worden gehouden’.

In de Wethouder D.M. Plompstraat staan twee monumenten: het Vliegermonument, een initiatief van gemeentesecretaris A.E. van der Weerd en de Beatrixbank aan de overzijde, compleet met de op 1 februari 1938 geplante Beatrixboom.

Om het Vliegermonument beter tot zijn recht te laten komen besloot het gemeentebestuur een zogenoemde Beatrixboom en -bank te planten tegenover het te bouwen Vliegermonument. ‘Enige‘ omwonenden kwamen eens kijken hoe zo’n boom nou precies in de grond gaat.

Het Vliegermonument is een eerbetoon aan de Nederlandse luchtvaartpioniers. De straten in deze wijk werden naar verschillende van hen genoemd en zo ontstond het idee voor een monument in Zuilen. Het werd een zogenoemd werklozenproject. De gemeente-architect W.C. van Hoorn ontwierp het, de werklozen bouwden het. De Utrechtse kunstenaar Uiterwaal maakte de ‘elementen’: de vleugels, de tekstpanelen en de verdere versieringen.

Een aantal nieuwsgierigen is zelfs op het dak van hun woning geklommen om toch maar niets van het schouwspel te hoeven missen. De heer A. Mulder, een van de aanwezige luchtvaartpioniers, legt onder toeziend oog van burgemeester O. Norbruis een krans bij het monument ter nagedachtenis aan de om het leven gekomen mede-pioniers

Meer weten over de Wethouder D.M. Plompstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Arnoldus Rotterdamstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was: A. Rotterdam werd geboren in 1718 en overleed in 1781. Hij komt voor op de lijst van predikanten die predikten in de hervormde kerk van Oud-Zuilen. Hij deed dat van 26 juli 1741 tot 1755.

Van de Arnoldus Rotterdamstraat zelf blijkt maar weinig te verhalen.

Op nummer 28 komen we bij de woning van de heer en mevrouw Pest. U kon de woning herkennen aan de speciale bel die Gerrit Pest heeft geconstrueerd. Het is ogenschijnlijk een normale trekbel zoals we die kennen van vroeger, zo’n koperen knop, waaraan een metalen draad zat die een (vaak ook koperen) belletje dusdanig in beweging bracht dat deze ging klingelen.

Maar als u aan deze bel trok, hoort u niet het gebruikelijke klingelen van een bel. Pest koppelde zijn trekbel aan een transformator en elektrische bel, zodat u heel onverwacht een schel belgeluid hoorde. Het lijkt wel goochelen, zullen we maar denken. Dat klopt dan ook helemaal. Deze Pest heeft in Zuilen naam gemaakt met zijn goochelkunsten. Niet onder zijn eigen naam, maar zoals in Hongarije gebeurde met de plaatsen Boeda en Pest die tot één naam werden samengevoegd, zo gebruikte de heer Pest de naam Boeda als artiestennaam. Hij goochelde (veel in het Pastoor Schiltehuis) onder de naam Boeda en heeft in het Utrechtse Gebouw voor Kunsten & Wetenschappen ook nog eens een Nationaal Congres voor goochelaars georganiseerd.

  1. van Lexmond herinnert zich nog dat tijdens de verhuizing van Boeda de man zelf niet heeft geholpen: hij speelde piano en is al spelende achter de piano in de verhuiswagen gezet.

Utrecht zou een beroemde goochelaar voortbrengen: Fred Kaps. Die was ‘wereldberoemd’ in heel Nederland. Niet veel minder beroemd, maar meer op Zuilen gericht, was deze man: Onze goochelaar Boeda! Een van de herinneringen aan hem gaat over een opmerking tegen zijn gelegenheidsassistent, een kind dat hij uit zijn publiek haalde en op het podium om medewerking vroeg: ‘Hou jij die schaar even in de gaten?’ Om dan even later quasi verwijtend op te merken: ‘Jij zou de schaar toch in de gaten houden?’ Als het slachtoffer dan met het zweet op de bovenlip tegensputterde dat hij of zij niet anders deed dan een optimale controle uitoefenen op eventueel misbruik van de schaar, kwam het grapje van de heer Boeda: ‘Maar je hebt je vingers niet door de gaten heen!’

In de Stratengids die door de gemeente Utrecht kort voor de Tweede Wereldoorlog werd uitgegeven staan ook alle Zuilense straten, met per straat en per huisnummer, de naam van de hoofdbewoner en zijn/haar beroep.

Bij de gegevens van de Arnoldus Rotterdamstraat valt op dat op de nummers 6, 8, 10, 12, 14 en 16 naast elkaar op rij, alle zes de hoofdbewoners bij de N.S. werken. Hun banen variëren van wagenmaker tot stoffeerder en leerling-machinist.

Een oud-medewerker van Werkspoor bracht meer dan 100 bedrijfsfoto’s naar het Museum van Zuilen. Een serie die in drie groepen te verdelen is: jubilarissen, De Leerschool en de Tweede Wereldoorlog. – Het  getuigt van een vooruitziende blik van de Werkspoordirectie dat zij een speciale fotograaf in dienst nam, die voortdurend foto’s voor het bedrijf maakte. Zo bleef de geschiedenis goed bewaard. – Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog was deze fotograaf, de heer Mulder uit de Arnoldus Rotterdamstraat, met zijn foto’s in de weer. Hoewel het niet een echte foto uit de Arnoldus Rotterdamstraat is, wil ik u toch een voorbeeld geven van het werk waar de heer Mulder druk mee was, en waardoor we nu een mooi kijkje kunnen nemen in zijn werk van ‘toen’.

Wat we hier geshowd krijgen is houten speelgoed en de makers ervan. Zij waren werknemers bij Werkspoor in Zuilen die, als vrijwilligers, dit speelgoed maakten ter gelegenheid van het aankomende Sint Nicolaasfeest. Het is 1943, er ligt dus niet zoveel speelgoed in de winkels, vandaar. Het vrouwtje links zit vast aan een loopstokje, zodat als je dit poppetje voortduwt de voetjes ronddraaien. Het takshondje is in twee delen, verbonden door een stukje soepel leder: zo schudt het achterlijfje als je het hondje voorttrekt.

Meer weten over de Johan van Andelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl