De H. Diemerstraat

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was niet alleen medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties, maar ook, en gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

Op 12 december 1998 maakte de fotograaf van Het Utrechts Archief deze foto van de naar H. Diemer genoemde straat.

De H. Diemerstraat is de meest noordelijke straat van de wijk die in Zuilen bekend staat onder de naam ‘Eigen Haard’. De straat begint bij de Minister Talmastraat en eindigt bij de Minister de Visserstraat.

De straat staat haaks op de Amsterdamsestraatweg en in tegenstelling tot wat tot enige jaren vóór de bouw van deze straat gebruikelijke was, heeft de H. Diemerstraat geen ‘winkel op de hoek’.

De piloot vloog precies aan de goede kant van ‘Eigen Haard’, helemaal op de voorgrond hebben we zo een uitstekend beeld van de H. Diemerstraat. De winkelstrip aan de Minister Talmastraat is nog lang niet voltooid, dus voor de boodschappen is men vooral aangewezen op de bezorgers aan huis.

 Tot ongeveer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op die ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel, mensen wilden zelf bepalen van wie zij de producten kochten, enz. – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd.

Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. De bewoners van de H. Diemerstraat werden verwend met dit ‘winkelcentrum’ waar van alles geboden werd.

Niet alle winkels werden tegelijk gebouwd. Zelfs werd het eerste winkelblok, gezien vanaf de C. Smeenkstraat, in twee delen gebouwd.

De eerste drie winkels werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Door verzakking begon dit blok zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

Op de meest rechtse hoek van de winkelstrip zat de kapsalon van Ten Hulscher die werd opgevolgd door Lips (wiens zonen de winkel nog steeds voortzetten).

Naast de kapsalon zat Sigarenmagazijn Talma’ van  Kuiper. Daarnaast zat drogisterij Zonsveld, vervolgens slagerij Vos en bakkerij Dingemans. In de winkel van Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer.

Op de hoek Patrimoniumstraat zat kruidenier Zetstra die ook een winkel had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

Op de andere hoek van de Patrimoniumstraat zat melkboer Verhoef, die werd opgevolgd door F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Naast Verhoef zat Woninginrichting Selles en daarnaast kwamen we bij de lampenwinkel van Huiding. Vervolgens vonden we de kledingwinkel (fournituren en lingerie) van mevrouw Pas. Zij gaf de winkel de naam ‘JaCoBe’, de eerste letters van de namen van haar drie zonen Jan, Cor en Bert. Mevrouw Pas gaf het stokje door aan Henk Pronk die na enige jaren hier te hebben gepionierd, met zijn nering naar de Amsterdamsestraatweg.

De gordijnenwinkel die we vervolgens in beeld kregen, was maar een kort leven beschoren, deze winkelruimte nam de heer Pronk erbij om zijn winkel uit te breiden.

De ViVo-kruidenierswinkel van de heer Enkelaar was de voorlaatste op de rij.

Op de hoek met de H. Diemerstraat zat de laatste winkel: het Polydorhuis van de familie Van Grootheest. Daar werden huishoudelijke artikelen verkocht.

De winkels aan de Min. Talmastraat op een zonnige dag.

Meer weten over de H. Diemerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Minister de Visserstraat

De naamgever van deze straat, Dr. Johannes Theodoor de Visser, werd geboren te Utrecht op 9 februari 1857 en overleed op 14 april 1932 te ’s Gravenhage. Hij was een vooraanstaand CHU-politicus en Nederlands eerste minister van Onderwijs. In Zuilen werd ook een school naar hem genoemd, de Christelijke Lagere School aan de Daalseweg.

De woningen in de Minister de Visserstraat werden gebouwd door twee verschillende woningbouwverenigingen. De oudste van de twee was de (algemene) woningbouwvereniging ‘Zuilen’.
In de verzuilde samenleving aan het begin van de vorige eeuw werd door de ‘Vereniging op Gereformeerde Grondslag “Rehoboth” ‘ – ter bevordering van de sociale welstand – een woningstichting opgericht met de naam ‘Eigen Haard’. Zij liet een aantal woningen bouwen voor haar leden. ‘Eigen Haard’ bouwde de eerste huizen in Zuilen die na de oorlog (in 1947) werden opgeleverd. Dat waren negentien huizen aan de Minister de Visserstraat, ‘Complex 4’ van Eigen Haard. Later bouwde deze woningbouwvereniging ook nog haar ‘Complex 7’ in deze straat.

De bewoners van de negentien huizen die nog net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden opgeleverd hebben zich niet zodanig geroerd in de oorlog dat daar vermeldenswaardige herinneringen over geschreven kunnen worden. Heel bescheiden komen we de Minister de Visserstraat nog wel tegen in de herinnering van een bewoonster ‘om de hoek’:
In een tijd dat er zo slecht aan eten te komen is, ontkom je blijkbaar niet aan zwarte handel. Er blijven altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden. Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij vertelde dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

In de Minister de Visserstraat is enige vernieuwing in bouwwijze is toegepast ten opzichte van eerdere bebouwingen in Zuilen. Zo werden de voorgaande straten dikwijls voorzien van een winkel ‘op de hoek’. Daarin kwam verandering. Door verbeterde mobiliteit en ander koopgedrag van de klanten. – In het begin van de vorige eeuw kwamen dagelijks de groenteboer, melkboer en bakker langs de deur. – Maar het aanbod groeide, mensen konden (en wilden) steeds vaker een keuze maken uit een groeiend assortiment en kwamen daarvoor vaker naar de winkel. Dan is het samenvoegen van diverse winkels tot een ‘winkelstrip’, zoals aan de Min. Talmastraat gedaan is, een grote stap vooruit.
In de Minister de Visserstraat vonden we op de hoek met de C. Smeenkstraat toch een winkel. Hier was de heer Van Drie u van dienst met zijn melkhandel.

Grote woningen aan de even zijde. Oorspronkelijk bedoeld als duplexwoning, maar volgens oud-bewoner Schagen nooit als zodanig gebruikt.

Kinderen Schagen uit de Minister de Visserstraat 4 vastgelegd door de straatfotograaf. De winkel van Van Drie lijkt nog wel als zodanig in gebruik.

Herkenbaar (aan de auto’s, asfalt op de voorgrond voor de stadsbus, en de straatverlichting) een foto van ná de annexatie. De foto werd gemaakt op 12 december 1998. Op de hoek de winkel van Van Drie, maar die lijkt al gesloten. (Foto: Het Utrechts Archief)

De nummers 51 en 53 van de Minister de Visserstraat (onderdeel van ‘Complex 7’) staan prominent in beeld in de brochure die de woningstichting ‘Eigen Haard’ uitgaf ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum.

Meer weten over de Minister de Visserstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Patrimoniumstraat

‘Patrimonium’ is de naam van de eerste werknemersorganisatie in Nederland, op protestants-christelijke basis die werd opgericht in 1877. Veel woningbouwverenigingen in Nederland heten ‘Patrimonium’, wat betekent: vaderlands erfgoed.

De eerder bebouwde straten in de omgeving kregen namen die met de woningstichting ‘Eigen Haard’ te maken hebben. Zo wordt dit wijkje van Zuilen dan ook dikwijls geduid: jij woont op ‘Eigen Haard’. Ook wanneer je in de Patrimoniumstraat woont.

Kort na de realisering van de huizen van woningstichting ‘Eigen Haard’, complex twee: de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat, bouwde woningbouwvereniging ‘Zuilen’ de huizen aan de Patrimoniumstraat en de overgebleven stukken grond van de C. Smeenkstraat en Minister de Visserstraat, en tenslotte de H. Diemerstraat.

In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. Het werd een van de eerste winkelcentra van Zuilen.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we – maar wel heel summier – de Patrimoniumstraat tegen:

Begin 1943 werd op last van de bezetter een tankval gegraven aan de noordkant van Nieuw-Zuilen. Hiervoor moest Vijfhuizen (‘een gehucht onder Zuilen’ volgens K. ter Laan in zijn ‘Aardrijkskundig woordenboek Nederland’) worden afgebroken, want precies daar werd de tankval gegraven. Zij werd met de hand uitgegraven en de grond kwam als een laag dijkje aan de kant van Nieuw-Zuilen ernaast te liggen. Een houten en op sommige plaatsen een betonnen beschoeiing aan die kant voorkwam het terugvallen van de aarde. Door deze tankval had de bezetter de toegangswegen aan de noordzijde van Zuilen volledig onder controle. De tankval bestond uit meerdere delen. Het langste deel werd gegraven van de Daalseweg (ter hoogte van de Burgemeester Norbruislaan) tot aan het Merwedekanaal (tegenwoordig het Amsterdam Rijnkanaal), het andere stuk liep van de Daalseweg (Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht.

Om de controle te optimaliseren werd ter hoogte van de tankval over de Daalseweg een grote bunker gebouwd. Hij stond geheel over de weg heen en had aan de linkerkant (vanaf de stad gezien) een doorgang voor fietsers en voetgangers. De bunker werd ook gebruikt om te schuilen bij luchtalarm.

Op de vraag waar de tankval was, werd altijd gezegd: ‘ongeveer waar nu de Patrimoniumstraat is’.

De nieuwbouwwijk was ook een goed onderwerp voor ansichtkaarten. Zoals deze vierluik ansichtkaart Utrecht Noord: Amsterdam-Rijnkanaal, en 3 x straten ‘Eigen Haard’. (Luit Blomstraat, C. Smeenkstraat en Patrimoniumstraat).

Utrechts Nieuwsblad 9 december 1950

Begin van brand

Gisteren ontstond een begin van brand in een keet op een bouwwerk aan de Patrimoniumstraat. Een jongeman wilde een kachel aanmaken of wat opstoken, en meende daarvoor benzine te moeten gebruiken. Toen hij deze vloeistof in de kachel wierp, ontstond een soort van ontploffing en sloegen vlammen eruit. Enige kledingstukken in de omgeving van de kachel geraakten in brand, doch het vuur kon door arbeiders worden geblust. De brandweer, per sirene gealarmeerd, was vlug ter plaatse, doch behoefde geen dienst te doen.

Meer weten over de Patrimoniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Cornelis Smeenkstraat

De politicus C. Smeenk was lid van de Antirevolutionaire Partij. Met het boek Het volk ten baat van J. A. de Wilde en C. Smeenk zijn enkele generaties antirevolutionairen opgegroeid. De heer J. A. de Wilde was minister van Binnenlandse Zaken in het tweede en het derde kabinet Colijn (1933-1935 en 1935-1937), C. Smeenk was CNV-voorman en ARP-kamerlid tijdens het Interbellum.

De woningen in deze straat met oneven nummers werden gebouwd door de toenmalige woningbouwvereniging ‘Eigen Haard’, de andere helft kwam voor rekening van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De C. Smeenkstraat komen we ook tegen op ansichtkaarten van ‘Utrecht-Noord’. De wijk spreekt de kaartenmakers aan.

De C. Smeenkstraat gezien vanaf de winkelstrip aan de Minister Talmastraat. Links de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en rechts die van ‘Eigen Haard’.

Bij de beschrijving van de C. Smeenkstraat hoort ook de vermelding van het ‘wereld-beroemde’ Eerste Huisvrouwen Orkest Utrecht. Mevrouw H. Oort uit de C. Smeenkstraat was lid van dit orkest. Zij liet een foto zien van een wandkleed en vroeg of het Museum van Zuilen belangstelling had voor het kleed.

Op het wandkleed staat de tekst ‘Huisvrouwen Orkest Utrecht’. Tja, als het nou “Zuilen” was…’ Maar mevrouw Oort legde het uit. Dit orkest werd opgericht in 1953, enkele weken voor de annexatie, vandaar dat de dames het geen ‘… Zuilen’ noemden.

De leden van het orkest waren de dames uit de omgeving Van der Pekstraat, waarvan de echtgenoten lid waren van het mannenkoor ‘Aurora’. De leden van dat koor gingen ieder jaar een dagje uit, maar dan mochten de echtgenotes niet mee. Uit ‘wraak’ richtten zij het H.O.U. op. Daar hebben ze veel plezier aan beleefd: ze stegen boven de mannen uit en hebben vele optredens in het land en ook voor de televisie verzorgd.

Uiteindelijk kwam in de collectie van het Museum van Zuilen niet alleen het wandkleed, maar ook een door de echtgenoot van de voorzitster die bij de Demkafabrieken werkte een zelfgemaakt blik van een stoffer-en-blik-set – met inscriptie – een emmer (trommel), een stukje slang met ragebol (toeter), vaatkwasten (trommelstokken) en een doos vol verschillende hoedjes die bij de outfit van de dames pasten.

Omdat het showelement een steeds grotere rol ging spelen in de optredens werd na enkele jaren de naam Huisvrouwen Showorkest Utrecht.

Optreden als ‘Lou Bandy’ van het Huisvrouwen Show Orkest.

In de C. Smeenkstraat woonden twee families Kramer. Op nummer 17 A. Kramer, die meer dan 40 jaar als kernmaker bij de Werkspoor fabrieken werkte.

Op nummer 73 was het de heer H.W. Kramer die in 1954 werd benoemd tot brandwacht 1ste klasse.

Deze Kramer stond erom bekend dat in geval van een brandalarm hij meestal als eerste bij de kazerne arriveerde. Maar ja, hij woonde dan ook vrijwel ‘om de hoek’ van de kazerne.

Deze stoet is op weg naar de demonstratie i.v.m. het 12 ½ jarig jubileum van de Vrijwillige Brandweer Zuilen. De middelste figuur vooraan, in ‘t wit met witte pet is Adriaan Kramer.

Karel Tetenburg uit de C. Smeenkstraat 18 liet zich het allemaal maar welgevallen, hij was toch niet opgewassen tegen zijn vier collega’s van Werkspoor. Dan kun je maar beter proberen ervan te genieten en zo te zien vindt hij het allemaal wel leuk

Meer weten over de C. Smeenkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Luit Blomstraat

Luit Blomstraat

Weinig straten in Zuilen hebben zo’n opmerkelijke naamgever als deze. Natuurlijk, de Burgemeester van Tuyllkade, de Burgemeester Norbruislaan en de Wethouder D.M. Plompstraat herinneren ons ook aan een belangrijke inwoner van Zuilen. Maar Luit Blom was geen wethouder of burgemeester. Waarom werd dan wel besloten een straat naar hem te vernoemen? De heer Luit Blom was medeoprichter van woningstichting ‘Eigen Haard’. Hij overleed in 1932. Blom werkte bij Werkspoor en werd begraven op de Eerste Algemene Begraafplaats (Kovelswade) in Utrecht.

Daar staat ook een tastbaar eerbetoon dat zijn collega’s bij Werkspoor voor hem maakten: zij bouwden op schaal een brug na die op zijn graf werd geplaatst.

Een blijk van waardering door de collega’s van ‘bruggenbouwer’ Blom.

De straat ligt ingeklemd tussen de twee ministers Talma en De Visser. In deze straat zijn geen winkels te bekennen. Toch komen we wel een – bescheiden – handelaar tegen: op nummer 61 wordt met enige regelmaat door middel van een advertentie een radio te koop aangeboden: ‘Radiokoopjes, Philipsradio overjarig met ultra korte golf… …120-220 volt voor gelijk en wisselstroom.’

Een bewoonster van deze straat vertelde me dat Zuilen hier ophield: zij woonde in de Luit Blomstraat en kon vanuit haar kamer ‘door het poortje in de C. Smeenkstraat’ helemaal tot aan Maarssen kijken. Alle bebouwing die hier nu staat, is van later datum, het was alles weiland wat de klok sloeg.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we de Luit Blomstraat maar bescheiden tegen. Mevrouw Verdél die toen in de Luit Blomstraat woonde werd gevraagd wat haar herinnering aan de eerste oorlogsdag was. Ze vertelde dat zij in deze nacht wakker werd van het schieten. Ze lag al in bed en was in de veronderstelling met een hardwerkende vader van doen te hebben: ‘Pa, wat maak je toch een herrie met timmeren. Zo kan ik toch niet slapen.’ Later blijkt dat dit het monotone geronk was van de vele vliegtuigen die overvlogen op de vroege ochtend van de 10de mei 1940.

Van de Hongerwinter is bekend dat er slecht aan eten te komen is. Meestal ontkom je dan niet aan zwarte handel. Er zijn altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden.

Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij weet nog dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

Ook een apart hoofdstukje in de geschiedenis van de Luit Blomstraat. In het zoeken naar de historie van Zuilen hebben we ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht namen bekend:

In het zoeken naar de historie van de straat is ook een onderzoek gedaan naar de uit Zuilen afkomstige militairen (al of niet dienstplichtig) die naar Nederlands-Indië gingen. Alleen al van de Luit Blomstraat zijn tot nu toe acht (!) namen bekend:

J. Brouwer (woonde op nummer 15), C.A. Mackaay (4), W. Prins (64), W. Mudde (13), G. Stoker (22), W. Langerak (?), J.A.C. Veltman (21) en P.D. van de Zouw (6).

 

 Slechts van C.A. Mackaay is een foto beschikbaar.

Meer weten over de Luit Blomstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Marinus van Meelstraat

Marinus van Meel behaalde zijn F.A.I.-brevet op 6 juni 1911. Zijn pechvolle deelname aan de eerste Europese rondvlucht, werd aanleiding tot succesvolle demonstraties te Grave. Na de manoeuvres in 1911, kwam hij te Soesterberg, alwaar hij de tweedekker ‘De Brik’ bouwde. Met dit toestel heeft menig officier aldaar gevlogen. Ook een watervliegtuig werd door hem te Tiel gebouwd, dit toestel ging later bij demonstraties voor de Marine verloren. De Eerste Wereldoorlog was de voornaamste reden dat hij de vliegerij eraan gaf.

De Marinus van Meelstraat werd in verschillende fases bebouwd. Dat is aan de bouwstijl duidelijk te herkennen. De woningen vanaf de Bernard de Waalstraat tot ongeveer halverwege zijn geheel in de stijl van de rest van de straten in Mariëndaal

De M. van Meelstraat rond 1956. Links zijn de flats aan de Dr. Plesmanlaan in aanbouw, de rechtse flat staat nog in de steigers. Midden voor is de kerk in aanbouw. Op het braakliggende terrein op de voorgrond werd jarenlang de kerstboomverbranding gehouden. De Openbare Lagere School 2 is nog te zien, omdat men nog óver de kerk (sinds 2018 Best Life Church) heen kan kijken.

Pas in 1957 werden de woningen nummers 5 tot en met 35 gerealiseerd. De bouw van deze huizen haalde de krant, zij werden namelijk door de toenmalige bewoners zelf gebouwd: ‘Op het braakliggende terrein aan de M. van Meelstraat zal men over enige tijd burgers hun eigen huis kunnen zien bouwen…’

Het ontwerp van deze woningen was van niemand minder dan Gerrit Rietveld. Hij tekende deze woningen in opdracht van de Coöperatieve Vereniging Politiebond Utrecht.

De heer D. van Eijk woonde in de M. van Meelstraat 23 van 1984 tot 1994. Hij vertelde tijdens een bezoek aan het Museum van Zuilen, dat het ontwerp van Rietveld o.a. resulteerde in een ongebruikelijke deurbevestiging: de deuren konden, net als een koelkastdeur, naar believen ook andersom draaiend gemaakt worden.

De woning op nummer 5 werd kort daarop in gebruik genomen door een (van de weinige) ondernemers in deze straat, u kon hier uw ‘Tielen’s kolen’ bestellen.

De heer Boss, de bewoner die in 2017 op nummer 57 woont, vertelde dat de eerste bewoner van dit perceel de heer Van Rossum was, de man van het bekende Zuilense warenhuis ‘Evora’. Daarna betrok een andere ondernemer dit pand, de heer Luttmer. Hij had een naaimachinehandel in de Utrechtse Lange Elisabethstraat.

De M. van Meelstraat op 12 december 1998, foto ‘Het Utrechts Archief’.

Aan de even zijde van de M. van Meelstraat kwam de ingang van de St.-Jacobusschool, de tweede Rooms-katholieke school in Zuilen

De St.-Jacobusschool was net als de tot dan laatst gebouwde scholen in Zuilen (de Prinses Marijkeschool en de Elout van Soeterwoudeschool) een ontwerp van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

A.J. van Leusden vertelde tijdens zijn bezoek aan het Museum van Zuilen dat hij op de dag dat de school in gebruik genomen werd, na het ‘verzamelen’ op de speelplaats in de gaten had dat de leerlingen naar binnen moesten. Hij versnelde zijn pas en – en daar is hij na ruim zestig jaar nog trots op – was de eerste leerling die de school in stapte.

Er zijn blijkbaar nog meer mensen trots op ‘hun’ Zuilense geschiedenis. Zo werd omstreeks 2010 door een verontruste bewoner de hulp van het Museum van Zuilen ingeroepen voor een kunstwerk dat verplaatst dreigde te worden.

Het ging hier om het beeld ‘The Gym’ dat J. Bürgi gemaakt had en de speelplaats van de school sierde: gymnastiek.

Het Utrechtse gemeentebestuur had het plan opgevat om een aantal ‘vergeten’ beeldhouwwerken die her en der in de stad staan, op een plek in de stad (Leidsche Rijn) te concentreren. Maar het gemeentebestuur werd vriendelijk verzocht het beeld van Bürgi te laten staan waar het thuis hoorde: in Zuilen.

Het beeld dat J. Bürgi maakte toen het nog voor de school stond.

Meer weten over de Marinus van Meelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Bernard de Waalstraat

Bernard de Waal behaalde zijn F.A.I.-brevet op 15 juli 1912 te Mainz. Als invlieger en vliegleraar bij Fokker werd hij bekend. In 1913 was zijn bijzondere prestatie een vlucht van Berlijn naar Utrecht. Ook om een reeks passagiersvluchten met Hollandse officieren te Den Haag is hij bekend geworden.

De familie De Keijzer woonde in het op één na laatste huis aan het eind van de straat. De naastgelegen bebouwing van tegenwoordig, de Best Life Church (ooit gebouwd als de St.-Jacobuskerk) en de flats aan de Plesmanlaan moesten nog gebouwd worden en dat is vermoedelijk de reden dat er ook veel met de kinderen van de naastliggende wijk ’t Zand werd gespeeld.

De herinneringen aan het spelen in en om de straat schreef Ad de Keijzer voor ons op:

‘Wij kwamen daar wonen in 1947. Er was een heleboel nog niet. Daar bedoel ik mee: de St.-Jacobuskerk, de nieuwe Bethelkerk en de supermarkt. Wij woonden op nummer 65. Naast ons was het hoekhuis nr. 67. Daarnaast, dus op de plek waar nu de St.-Jacobuskerk staat, tot aan de woningen van ’t Zand, was het een grote gras/zandvlakte waar gevoetbald werd en met de vele jongens uit de straat “Olympische Spelen” werden georganiseerd.

Deze herinnering is natuurlijk te combineren met de spelen die in 1948 in Londen werden gehouden. We organiseerden het met onderdelen als hoogspringen, verspringen, sprinten maar ook onze eigen marathon kwam aan bod. Via de Lelimanstraat liepen we naar de Amsterdamsestraatweg richting Maarssen, daar rechtsaf het Zuilenselaantje op en via de Daalseweg weer terug naar ’t Zand. Wielrennen deden wij ook heel veel en de bekende Michel Stolker was daarbij ook weleens aanwezig. Maar… als hij meedeed informeerde hij eerst goed welke route werd gereden. Op het moment dat wij dan aan de meet kwamen zat hij al thuis achter de limonade.

Ook met de kinderen in de naburige straten speelden en ravotten wij jongens naar hartenlust. Op de hoek van “ons land” (tegen ’t Zand aan) was een speeltuin. Vele keren heb ik overgegeven van het draaien in de draaimolen van die speeltuin…

Familie De Keijzer op de foto in de Bernard de Waalstraat.

… Enkele namen van jongens in onze straat zijn mij bijgebleven: mijn buurjongen Klaas Bos, zij emigreerden met het hele gezin. Ook Loek Miltenburg, die had een stel mooie zusjes. De jongste heette Babs. Loek is ook geëmigreerd, naar Australië naar ik meen. Verder had je nog de jongens Alblas, van Holst, Heemskerk, Rozendal, van Gilse, Brekelmans en Dolman.

Van buiten onze straat kwamen o.a. mijn vriend Jack van Roon (hij voetbalde bij Elinkwijk), Bil Pater (hij was de wielrenner), Ad Klabbers, Kees Dietrich en de jongens van Drijver.

Met dit gezelschap hebben wij prachtige jaren beleefd in en om de Bernard de Waalstraat.’

Het Museum van Zuilen bezit een legpenning ten name van W. Kok, ‘voor 25 jaren dienst’. De heer W. Kok was net als zijn vader P.J. Kok in dienst bij Werkspoor. W. Kok werkte als Technisch Beambte en heeft o.a. aan de grote brug in Melbourne, de ‘West Gate Bridge’, gewerkt. Kort voor het grote ongeluk (tijdens de bouw is een deel van de brug ingestort ‘maar Werkspoor was slechts onderaannemer, anders was het zeker niet gebeurd’) werd hij overgeplaatst naar Engeland. W. Kok leerde ook zijn echtgenote kennen bij Werkspoor. Zij trouwden in 1944 en gingen wonen in de Bernard de Waalstraat.

De heer J. Osinga was leerkracht van de Openbare Lagere School 2, later de Prins Bernhardschool die sinds 2009 onderdeel uitmaakt van het Vorstelijk Complex. Osinga woonde bij het Vliegermonument en een van zijn hobby’s was fotografie. Hij maakte deze opname van de Bernard de Waalstraat.

Meer weten over de Bernard de Waalstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Adriaan Mulderstraat

 

Adriaan Mulder is de eerste Nederlander, die op eigen bodem zijn brevet haalde, hetgeen op 7 april 1911 werd uitgereikt. Dit geschiedde met een Blériot op de Molenheide bij Breda. Hij was er een van het getrouwe trio, waarvan ook H. Bakker en J. van Bussel deel uitmaakten. Destijds was de luchtvaart nog niet rijp om er een bestaan in te vinden, zodoende kwam er een einde aan deze vliegersloopbaan.

Voor een beschrijving van de straat ’van toen’ wandelen we de straat in vanaf de Swammerdamstraat. Wat meteen opvalt is dat de huisnummers niet bij ‘1’ beginnen.

Op de hoek van de Adriaan Mulderstraat en de F. Koolhovenstraat komen we bij de fietsenwinkel van Cor Macco. Zijn zoon Peter zette de nering van zijn vader voort en verhuisde naar de Amsterdamsestraatweg, hoek Voltastraat. Ook dat pand werd te klein en de winkel ging nogmaals naar een ander adres: Nijverheidsweg, waar ook (klein)zoon Jimmy Macco in de voetsporen van zijn vader trad.

Een andere vorm van bedrijvigheid vond voornamelijk plaats op het binnenterrein tussen de F. Koolhovenstraat, A.H.G. Fokkerstraat en de Adriaan Mulderstraat. Daar zat de ‘Electrische Melk Inrichting’, de melkgroothandel van de heer Stam. De EMI was geheel ingesloten door woningen. Het irritatie vanwege het gerammel met de melkbussen was hier dan ook niet van de lucht.

De toegangspoort naar het terrein bevond zich naast nummer 26. Deze deur kreeg naam onder de jeugd van Zuilen: vanwege de vele in de deur gekraste ‘drie-letter-schuttingwoorden’ waaraan de kinderen zich met enige regelmaat vergaapten. Door deze jeugd werd deze toegangsdeur ‘Het poortje met de vieze woordjes’ genoemd.

Voordat we bij de winkel op de hoek van de Wethouder D.M. Plompstraat komen, passeren we nummer 38 waar de familie Drijver woonde. De heer Drijver heeft in de Zuilense politiek zijn woordje gedaan en mevrouw Drijver heeft zich voor de wijk Zuilen meer dan verdienstelijk gemaakt. Zelfs op haar negentigste (90!) jaar was zij nog actief voor de Stichting ‘Gemeenschap Zuilen’. In het Julianapark is het paviljoen naar haar genoemd: het Antje Drijverpaviljoen.

Mevrouw Drijver houdt een oogje in het zeil bij het paaseieren zoeken in de tuin van Slot Zuylen. Een en ander werd georganiseerd voor de ‘Kindervereniging “Mariëndaals Belang” ‘ waarvan mevrouw Drijver voorzitster was.

Slechts weinigen onder u zullen weten dat Adriaan Mulder een krans legde bij de onthulling van het Vliegermonument aan de Wethouder D.M. Plompstraat. Voor meer informatie hierover verwijs ik u naar de qr-tegel in die straat.

Was op het binnenterrein de groothandel in melk te vinden, op de hoek met de Wethouder D.M. Plompstraat vonden we de detailhandel in melk, de winkel van de melkhandelaar B. Lagendijk.

In dit pand komt de heer Beukers de handel voortzetten en zijn zoons helpen mee aan de groei van het bedrijf.

Over een stukje wel en wee van de familie geef ik graag de pen even aan zoon Hennie:

‘De familie Beukers kwam in okt/nov 1957 vanuit Oudewater naar Utrecht. Wethouder D.M. Plompstraat 50. Er waren 5 kinderen: André, Leen, Hennie, Gita †, en Jaap.

We hadden een kruidenierswinkel en een kleine sigarenwinkel. We woonden achter de kruidenierswinkel en boven de sigarenwinkel.

Op 50bis (de stenen trap op) woonde toen nog de weduwe Van der Leest. Na haar overlijden zijn we boven de winkel gaan wonen en werd de kruidenierswinkel vergroot. Het werd een soort supermarkt waarbij de losse waren nog wel vanachter een toonbank voor de klanten werd klaargemaakt (afwegen en verpakken.)

Rond 1967 ging mijn vader vuurwerk verkopen. Omdat ik al vaak in de sigarenwinkel te vinden was deed ik de inkoop en organiseerde ik ook de verkoop aan het einde van december. Er werd in het begin niet echt veel verkocht, maar toen ik begon met het maken van bestellijsten liep het een stuk beter.

Het vuurwerk stond bij ons gewoon in de dozen onder de stoelen en de bank in de huiskamer. En we rookten er vrolijk op los. Als de dozen werden geopend om alle bestelling klaar te maken werd het pas een gevaarlijke situatie met al dat open vuurwerk. We rookten toen uiteraard niet. Ook in de sigarenwinkel mocht tijdens de verkoop NIET worden gerookt.’

Het pand van B. Lagendijk kort na de ingebruikneming (en nog ruim voordat de heer Beukers dit pand betrok).

De Adr. Mulderstraat kwamen we nog meer bedrijvigheid tegen: op de hoek met de H. Wijnmalenstraat bevond zich de kruidenierswinkel van de heer Klabbers waarin later Hobby-shop Zuilen kwam.

‘Met ingang van Vrijdag 1 November a.s. zal het eindpunt van lijn 3 verlegd worden naar de Adr. Mulderstraat, terwijl er een halte geplaatst zal worden in de Weth. Plompstraat, nabij den Amsterdamschestraatweg.’ Knipsel uit 1946. Dus kon je daar ook de bij Werkspoor-Utrecht gebouwde zogenoemde ‘bolramers’ zien rijden.

Meer weten over de Adriaan Mulderstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Clement van Maasdijkstraat

Begin 1910 leerde Clement van Maasdijk in Frankrijk bij Farman vliegen. Met een Sommer tweedekker kwam hij terug in ons land en gaf o.a. te Heerenveen en Arnhem vliegdemonstraties. Deze laatste werden hem noodlottig. C. van Maasdijk is het eerste offer, dat Nederland hiermede bracht aan de vliegerij. Het monument voor de gevallen vliegers staat dan ook op de meest aangewezen plaats.

De C. van Maasdijkstraat kent bijna geen winkels, ‘alleen maar’ huizen, een Vliegermonument, een Beatrixboon en -bank en een school. Gelukkig woonde in een der huizen de heer Osinga, onderwijzer op de Openbare Lagere School 2 (later de Prins Bernhardschool, en tegenwoordig deel uitmakend van het Vorstelijk Complex) te Zuilen.

Waarom noem ik hier specifiek de heer Osinga? Hij fotografeerde als hobby en zijn zoon bracht in 2010 ongeveer 1600 negatieven van foto’s die zijn vader maakte. Heel veel van schoolreisjes, leerlingen van de school, Sinterklaasfeesten enz. Maar ook mooie foto’s van o.a. de woning in de C. van Maasdijkstraat.

Prachtige foto van de heer Osinga, bewoner van de C. van Maasdijkstraat 3..

De Clement van Maasdijkstraat hoort bij de wijk Mariëndaal, de wijk die ook de Vliegerwijk wordt genoemd. De straten van deze wijk werden genoemd naar Nederlandse luchtvaartpioniers.

In deze straat bouwde men Zuilens eerste echte monument, een idee van de gemeentesecretaris, de heer A.J. van der Weerd. Als eerbetoon aan hem mocht hij de eerste steen van het Vliegermonument leggen.

Het leggen van de eerste steen van het Vliegermonument gebeurde onder grote publieke belangstelling.

Bij de onthulling van het Vliegermonument werd onder andere door Adriaan Mulder een krans aan de voet van het monument gelegd en tijdens zijn rede verschenen er 5 jachtvliegtuigen, die ‘op geringe hoogte een demonstratie gaven van wat de Nederlandsche luchtvaart thans presteert. Het gedaver was zoo groot, dat de rede telkens onderbroken moest worden’.

Burgemeester Norbruis sprak daarna nog een enkel woord en deelde mee dat er een oorkonde in het monument gelegd zal worden waarop staat: ‘‘In het jaar 1938, het jaar van het 40-jarig regeeringsjubileum van H.M. de Koningin, is op initiatief van den gemeente-secretaris, den heer A.J. van der Weerd, dit monument gesticht. De ontwerper is de heer W.C. van Hoorn. De Beeldhouwer is de heer J. Uiterwaal.’’

Het Vliegermonument kort na de opening en nog compleet met vijver.

In de geschiedenis van de straat valt nog iets op: veel van de woningen in de straat, het Vliegermonument, de Prinses Beatrixbank, de winkels en de school zijn ontworpen door de gemeente-architect van Zuilen, W.C. van Hoorn.

We hebben het dan over drie winkels, maar… zij hebben als postadres Wethouder D.M. Plompstraat. Toch maar even melden wie hier nering dreven.

Voor een duidelijk beeld: denk even dat u vanaf de Amsterdamsestraatweg de Wethouder D.M. Plompstraat in loopt, en ongeveer tien meter vóór de kruising met de C. van Maasdijkstraat staat u stil.

Aan uw linkerhand zat de melkhandel van J.A. van der Horst. Aan de overkant van de C. van Maasdijkstraat, op nummer 10 (van de Wethouder D.M. Plompstraat dus) zat korte tijd bakker B. Hus. In 1950 komen we al een advertentie tegen die aangeeft dat in dit pand brood verkocht werd door de opvolger van Hus: Herman Wijnhof.

De winkel op de hoek aan de oneven kant was de groentewinkel van de Groot.

Gemeente-architect W.C. van Hoorn drukte een groot stempel op de vormgeving van de bebouwing in de C. van Maasdijkstraat.

Ook de Ned. Herv. School is door hem ontworpen, waarmee hij voortborduurde op zijn uiterst succesvolle ‘Gele Scholen ’, die naast het vroegere Schaakwijk werden gebouwd.

In een tijd dat er (vanwege deviezentekorten) geen gymzalen, maar wél scholen gebouwd mogen worden, ontwierp Van Hoorn een school waarvan de lokalen, niet zoals tot dan gebruikelijk, aan een lange gang zijn gesitueerd, maar in een ruitvorm. De daardoor ontstane hall, is dan zo groot, dat hij als aula, of gymzaal gebruikt kan worden.

De lokalen op de eerste verdieping zijn bereikbaar via een wat smallere balustrade, waardoor de ruimte nog groter lijkt. Het hekwerk om deze balustrade kreeg versieringen van draadstaal. Dit waren verschillende figuren zie een schoolvak aangaven: een notenbalk voor muziekles, een telraam voor de rekenles, een landkaart voor aardrijkskunde, enz.

Ansichtkaart van de school aan de C. van Maasdijkstraat. Alle relevante gegevens staan op de ansichtkaart zelf, dus ik beperk me tot: ‘Zonder woorden’.

Meer weten over de Clement van Maasdijkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Wijnmalenstraat

H(enry) Wijnmalen heeft in 1910 het wereldhoogterecord van 2800 meter op zijn naam gebracht. Hij vertrok naar het buitenland en toen hij in 1913 terugkwam, had hij een vergunning op zak om Farman-vliegtuigen te mogen bouwen. Later richtte hij een vliegtuigfabriek in Soesterberg op.

Omdat de Eerste Wereldoorlog zich aankondigde, werd die locatie niet veilig genoeg geacht. In 1914 huurde hij bedrijfsruimte bij de Industriële Maatschappij Trompenburg aan de Amsteldijk. Trompenburg had zich in de voorgaande jaren beziggehouden met de bouw van Spyker-automobielen, genoemd naar de automakers Jacobus en Hendrik Spyker. Toen Wijnmalen de leiding van autofabriek ‘Trompenburg’ op zich nam, eindigde daarmee zijn vliegersloopbaan.

De naar H. Wijnmalen genoemde straat kent geen winkels. Wel een onderneming die in 2022 nog steeds actief is: de Luxe Was- en Stomerij van Van Rooijen. Nadat vader en moeder van Rooijen de basis hadden gelegd, werd en wordt de zaak voortgezet door hun zoon Marinus (en zijn vrouw natuurlijk).

Schuin tegenover de wasserij woonde lange tijd de familie Jacobs. Mevrouw Jacobs was een zeer bedreven borduurster en borduurde onder andere altaarkleden voor de St.-Jacobusparochie.

Mevrouw Jacobs borduurde veel voor de St.-Jacobuskerk en was ongetwijfeld betrokken bij dit ‘uitstellingsvaandel’ dat bij de preek tijdens het lof voor de uitgestelde monstrans met H. Hostie werd geplaatst. Foto A. Rog.

In deze straat zaten ook twee ondernemers die beide in de transportsector actief zijn: de heren Verkuil en Barten op de nummers 1 en 44.

Transportbedrijf Verkuil vervoerde voor de Demka-staalfabrieken o.a. de rollen staaldraad naar de Haringvlietschuiven. Daarvoor werd ongeveer 1000 keer een lading van 233 ton staaldraad gereden.

Naast de vele rollen staaldraad vervoerde Verkuil ook de grote tandwielen voor de beweging van de Haringvlietschuiven.

Trouwens aan ondernemers heeft de H. Wijnmalenstraat helemaal geen gebrek. Op nummer 25 zat de heer Linnenbank met zijn loodgietersbedrijf dat nog groot gaat worden, verhuist naar de Amsterdamsestraatweg, waar zoon Nico zich op verkoop van sportartikelen werpt.

Op de hoek met de Adriaan Mulderstraat komen we rechts nog de kruidenierswinkel van de heer Klabbers tegen waarin later Hobby-shop Zuilen komt.

Aan de linkerkant van de straat zit het schildersbedrijf Pijper. De heer Pijper heeft wat ruimte over en daar gaat Cor Macco met zijn fietsenhandel van start. De fietsenhandel floreert en Macco vestigt zich op de hoek Adr. Mulderstraat-F. Koolhovenstraat. (Later verhuist de winkel naar de Amsterdamsestraatweg en tegenwoordig zit de winkel op het Werkspoorkwartier.)

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we ook de H. Wijnmalenstraat tegen. Dit is het verhaal van een dochter van een bekende huisarts in Zuilen, de heer Chardon, die toen nog woonde op de hoek C. van Maasdijkstraat en de H. Wijnmalenstraat:

‘Hoe je je in de oorlog diende te gedragen, werd vaak door de omgeving voor je bepaald. Mijn moeder (verloskundige in Zuilen) heeft op hoge leeftijd nog het gevoel dat niet iedereen dat begreep. Moeilijk was het om goed om te gaan met NSB-patiënten en ook Duitsers die gewoon geholpen moesten worden. Op het adres in de H. Wijnmalenstraat, in de bovenwoning, kwamen ook wel eens soldaten op bezoek die een dokter nodig hadden. Er werd dan gezorgd dat het niet erg opviel, omdat sommigen vonden dat mijn ouders geen NSB’ers of Duitsers moesten helpen. Natuurlijk deden zij dat wel. Mijn moeder zegt: ‘‘Moesten wij hen soms laten stikken dan?’’ Omdat de NSB’ers in de gaten werden gehouden, zijn mijn ouders misschien ook goed in de gaten gehouden. Hoewel mijn ouders soms wel wisten wie NSB’er was en wie niet, werd er geen onderscheid gemaakt en ging mijn moeder gewoon haar werk bij hen doen.’

Deze wieg werd in de Tweede Wereldoorlog – niets meer te koop – als betaling geschonken aan de verloskundige die de wieg van een patiënt zo bewonderd had. Hij is nog in 2003 in gebruik genomen door een achterkleinkind van mevrouw Chardon-Davidson.

Meer weten over de H. Wijnmalenstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl