De Dr. Plesmanlaan

Albert Plesman werd 7 september 1889 geboren als zoon van een eierenhandelaar te ’s-Gravenhage. Hij trouwde op 27 december 1917 met Susanna Jacoba van Eijk, de dochter van een kaasfabrikant te Gouda. Uit dit huwelijk werden een dochter en drie zoons geboren.

Plesman was in 1915 gelegerd te Soesterberg, waar hij als beroepsofficier bij de gemobiliseerde Nederlandse luchtstrijdkrachten (toen de “militaire luchtvaartafdeling” genoemd) in 1918 zijn militaire vliegbrevet behaalde.

Plesman was mede organisator van de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam, die van 1 augustus tot 15 september 1919 gehouden werd. Er kwamen 800.000 bezoekers op af. Voor deze gelegenheid waren expositiehallen gebouwd, die na het evenement in gebruik werden genomen door Anthony Fokker voor zijn nieuw op te richten vliegtuigfabriek Fokker te Amsterdam-Noord.

Al deze activiteiten leidden op 7 oktober 1919 tot de oprichting van de N.V. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën (KLM), waarvan Plesman eerst administrateur en later directeur werd. Na de Tweede Wereldoorlog werd Plesman benoemd tot president-directeur van de KLM. Na het herstel van de door de oorlog geleden schade werd het bedrijf onder zijn leiding een luchtvaartmaatschappij van groot allure.

Plesman stierf in op 31 december 1953 in zijn geboortestad aan een hart- en vaatziekte.

Dr. A. Plesman (* 1889 –† 1953)

De Plesmanlaan is in oorsprong een laan zonder winkels. Er is wat geschiedenis van de laan op papier kunnen zetten, met dank aan oud-bewoner Harry de Keijzer.

Beetje opmerkelijk is de combinatie naam van de laan en de wijk: de Dr. Plesmanlaan grenst namelijk meer aan de wijk ’t Zand, waar de straten vernoemd werden naar architecten (Van der Pekstraat, Hanrathstraat, M. de Klerkstraat), dan aan de Vliegerswijk, waar de namen vernoemd werden naar Nederlandse luchtvaartpioniers als A.H.G. Fokker en Adriaan Mulder. Maar dat terzijde.

De flats werden gebouwd in drie woonlagen. Omdat later nog bebouwing zou kunnen volgen (als de Dr. Plesmanlaan richting Amsterdamsestraatweg zou worden doorgetrokken, maar men wist toen nog niet hoeveel woningen dat zouden worden) is de nummering van de even-zijde niet met ‘2’ begonnen, maar met nummer 40.

We beschrijven dankzij de eerder genoemde oud-bewoner een aantal van de bewoners aan de even zijde: in de twee flatgebouwen, die overigens werden gebouwd in opdracht van het bouwbedrijf van C. Plomp. Hier woonden verschillende Zuilense ondernemers. Zo vinden we in het namenlijstje van bewoners onder ander de naam Lamme.

De familie Lamme woonde op nummer 64. J.A. Lamme was de vader van twee Zuilense ondernemers: één ervan was Freek Lamme, die werd slager op de hoek De Lessepsstraat en de Edisonstraat.

In eerste instantie noemde hij de slagerij ‘De Tijdgeest’, maar toen in de Adriaan Mulderstraat een slagerij opende met dezelfde naam, wijzigde hij de naam en werd het Slagerij ‘Lamme’.

Onno, de broer van Freeks, zette de bedrijvigheid van zijn vader voort. Hij bouwde de door zijn vader begonnen leesbibliotheek uit met een kantoorboekhandel en groeide uit tot ‘Drukkerij Elinkwijk’ aan de Amsterdamsestraatweg. (Enige tijd zelfs aan beide zijden van de straatweg, waar we sinds begin deze eeuw een huisartsenpost en aan de overkant de Boni-supermarkt vinden).

Op de tweede verdieping, nummer 64 II komen we een andere Zuilense ondernemer tegen: T. Groenendaal, die de winkel van zijn vader, J. Groenendaal, voortzette. Die had een melkhandel in de De Lessepsstraat op de hoek van de Swammerdamstraat.

Op nummer 68 woonde de familie Vijver. H.J.W. Vijver was huisarts en verplaatste zijn huisartsenpraktijk naar de Amsterdamsestraatweg. Nadat hij het pand verlaten had kwam op het adres aan de Plesmanlaan tandarts Koning-Otten voor de gebitten van de Zuilense patiënten zorgen.

Op een facebookbericht uit 2014 over dokter Vijver wordt door verschillende oud-patiënten gereageerd: ‘Wat een fijne arts was hij, ik zie hem nog in zijn Citroën door de wijk scheuren. Menig arts in deze tijd mag daar een voorbeeld aan nemen’. Bas Mulder schreef: ‘Was ook onze huisarts, het was een kanjer’, en Jan van Elteren herinnerde zich: ‘Dat was nog een ouderwetse huisarts, die een hoop zelf deed. Geen assistente, geen afspraken. Als je bij hem langs wilde, moest je ’s morgens een nummertje halen. Zijn praktijkruimte was absoluut ontoegankelijk voor rolstoelen! Maar wel een hele fijne huisarts!’.

Zuster Mien van Kouterik in haar nieuwe onderkomen.

Op nummer 70 komen we nog meer gezondheidszorg van Zuilen tegen: op dit adres woonde namelijk zuster Mien van Kouterik van het Oranje-groene Kruis. Zij is de wijkzuster die het bewind voert in het wijkgebouw in de flat, waarover in het Utrechts Nieuwsblad van 20 september 1957 te lezen valt: ‘Oranje-Groene Kruis opende modern wijkcentrum – aanwinst aan Plesmanlaan – Donderdagmiddag is aan de Dr. Plesmanlaan in de wijk Zuilen te Utrecht het nieuwste wijkcentrum geopend van de Stichting kring Utrecht van het Oranje-Groene Kruis. Het is een naar de eisen des tijds uitgerust medisch wijkcentrum, waarin tevens een consultatiebureau voor zuigelingen is gevestigd.

Op de parterre vindt u een modern ingerichte boxenkamer, spreekkamer van de arts en de wijkverpleegster en een magazijn met verplegingsartikelen. De wijkzuster is zuster M. van Kouterik. Het meest trots was zij op de babyweegschaal die een relatie aanbood aan het nieuwe wijkcentrum. Een schat van bloemen versierde na de plechtigheid de boxenkamer…’

De laatste huisnummers van de Dr. Plesmanlaan eindigen bij het Prins Bernhardplein. Ook daar werden flats in de stijl van de Dr. Plesmanlaan gebouwd, maar op de begane grond kwamen winkels. Aan het Prins Bernhardplein bouwde men ook de nieuwe parochiekerk voor de rooms-katholieke gelovigen van Zuilen, de St.-Jacobuskerk.

De St.-Jacobuskerk vanaf de Dr. Plesmanlaan.

Meer weten over de Dr. Plesmanlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Berlagestraat

Hendrik Petrus (Hein voor intimi) Berlage was een groot architect en stedenbouwkundige. Hij ontwierp bijvoorbeeld het gebouw in Amsterdam dat we allemaal kennen als ‘De beurs van Berlage’.

Hij bedacht niet alleen voor Amsterdam een grootschalig stedenplan, dat deed hij ook voor Utrecht. Daarin was zelfs in een vliegveld voor Utrecht voorzien. Wij beperken ons hier tot zijn ‘Zuilense’ inbreng: met onder andere de door hem ontworpen As van Berlage.

In 1917 ontwierp Berlage op initiatief van de Utrechtse wethouder en latere burgemeester Fockema Andreæ, samen met de Utrechtse directeur Openbare Werken L.N. Holsboer een uitbreidingsplan voor de stad Utrecht.

Flats aan de Berlagestraat. (Foto: Het Utrechts Archief)

Ook omliggende gemeenten werden voor zover nodig opgenomen in dit plan, met onder meer een infrastructuur voor de nieuw te bouwen wijken voor arbeiders zowel in Utrecht als in Zuilen.

In het begin van de vorige eeuw groeide Zuilen onstuimig. Twee grote industrieën streken neer op het grondgebied van Zuilen, dicht tegen de gemeentegrens van Utrecht.

De fabrieken van Werkspoor in Amsterdam vestigden in Zuilen de Wagon- en Bruggenfabriek (1913) en vanuit het Groningse Martenshoek verplaatste J.M. de Muinck Keizer (Demka) zijn staalfabriek in 1916 ook naar Zuilen.

Het ontwerp van Berlage Holsboer voorzag in een extra ontsluiting vanuit het centrum van Utrecht in noordelijke richting, parallel aan de Amsterdamsestraatweg.

In het plan verwerkten de beide heren typische elementen die aan Berlage eigen waren: een ‘stemvork’ model en een zogenoemd ‘wagenwiel’. – Met  een wagenwiel wordt de rotonde bedoeld waarop de verschillende straten als de spaken van een wiel uitkomen. – Slechts een deel van dit plan werd uitgevoerd. Tegen de tijd dat de bebouwing aan de laatste deel van de as (ter hoogte van het Prins Bernhardplein was een tweede wagenwiel ontworpen) gestalte zou krijgen, werd door de crisisjaren en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog een streep door dit plan gehaald.

Over de as is al heel wat te doen geweest en al vele jaren wordt getracht de ideeën van Berlage zo goed mogelijk uitgevoerd te krijgen. Zo heeft het plein aan het einde van de Sweder van Zuylenweg – dat sinds einde vorige eeuw de naam ‘Berlageplein’ kreeg – al heel wat pennen in beroering gebracht. In eerste instantie werd het een rotonde. Omdat het gebruik daarvan niet meer voldeed, werd deze rotonde eind jaren zeventig omgebouwd tot een bijna onneembare ‘rijexamenkraker’. Maar het is allemaal goed gekomen: het is nu weer een rotonde, het is weer een ‘wagenwiel’ en past naadloos in het plan van Berlage (en Holsboer, maar die wordt maar weinig genoemd).

Het Zuilense deel van het plan van Berlage: twee wagenwielen, een stemvork en de alom geroemde ‘As van Berlage’ en… linksboven de verlegde bocht van het kanaal.

Utrecht en Zuilen hebben veel aan Berlage te danken. Toch zijn er in het genoemde uitbreigingsplan onderdelen – toen – niet uitgevoerd, waarvan begin 21ste eeuw alsnog aan gewerkt wordt.

De bekende bocht in het Amsterdam-Rijnkanaal was in de visie van Berlage te scherp. Hij bedacht een kromming vóór de bocht (vanuit Maarssen) waardoor de bocht makkelijker te nemen is. – Anno 2022 is Rijkswaterstaat al vijf jaar bezig met een plan tot verbreding van het kanaal, door de loshaven van de Demkafabrieken langs de hele bocht door te voeren.

De woningen in de Berlagestraat zijn van hetzelfde type als die van de Van Heukelomlaan. De Berlagestraat gaat nog wel even de hoek om, en daar in de bocht werd een moskee gebouwd, terwijl net voorbij de bocht een aantal kleine ondernemers zich vestigeden.

Verschillende bedrijven op het stukje van de Berlagestraat ‘om de hoek’.

Meer weten over de Berlagestraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Van Heukelomlaan

G.W. van Heukelom heeft een stempel gedrukt in de architectuur, én op Zuilen. Hij was de man die voor de Nederlandse Spoorwegen Hoofdgebouw 3 ontwierp (De Inktpot). Dit gebouw trekt tijdens Open Monumentendag grote aantallen bezoekers die zich verbazen over het prachtige ontwerp van het grootste bakstenen gebouw van Nederland.

Speciaal voor deze bouw – om verzekerd te zijn van de aanlevering van voldoende bakstenen – kocht Van Heukelom een steenfabriek op. Toen hij merkte dat die fabriek onvoldoende capaciteit had, kocht hij nóg een steenfabriek op, de aan de Kantonnaleweg te Zuilen staande steenfabriek ‘De Volharding’.

Veel minder bekend is dat alle deuren van De Inktpot geleverd werden door… Werkspoor!

Een markante bewoner van deze laan was ‘Dikke Willem’. Broodbezorger in de Geuzenwijk voor de Lubro bakkerij – nadat hij ook nog even bij Werkspoor had gewerkt. – Behalve in het brood van zijn werkgever handelde hij ook naar hartenlust in polshorloges en sieraden.

W. Jansen uit de Van Heukelomlaan 109.

Hij deed het goed, want met zijn omzet was de directie van Lubro altijd dik tevreden en aanmerking maken op zijn bijverdiensten met de horloges en de sieraden was er dan ook niet bij.

De omvang van Jansen is aan de andere bewoners van de Van Heukelomlaan niet voorbij gegaan: ‘Ja, Jansen, ja, dat weet ik nog wel. Die reed in een Mercedes, en als hij ingestapt was, hing die auto behoorlijk scheef [in de jaren zestig was Jansen enige tijd de dikste man van Nederland, en als zodanig te gast in het destijds zo populaire programma “Voor de Vuist Weg”, van Willem Duys]. Pas als zijn vrouw ook in was gestapt ging de auto weer een beetje in de normale stand.’

Zoon Wim Jansen beaamde het onmiddellijk en vulde er nog bij aan: ‘Vanwege zijn omvang moest de autostoel van mijn vader zóver naar achteren, dat hij niet meer bij de pedalen kon met zijn voeten. Daarvoor werden de pedalen verlengd.’

In de nieuw aangelegde straat ontbraken bomen. Juist in de Van Heukelomlaan worden die gemist, het plantsoen voor de deur – werd lange tijd de Van Heukelomlob genoemd en heet sinds enige jaren officieel Van Heulompark – mistte nog de aanplanting.

Aan de overkant van de Van Heukelomlaan, toen nog de W.J. Bossenbroekstraat, stond de noodschool van de Openbare Lagere School 7. Leerlingen van die school werden op Boomplantdag betrokken bij de nieuwe aanplant. De bomen zijn inmiddels gerooid, omdat zij plaats moesten maken voor de bouw van de moskee.

Op nummer 85 woonde de familie Keijzer, een gezin met 10 kinderen. Dochter José herinnert zich:

‘In de tijd dat wij er woonden, was een auto een niet alledaags vervoermiddel.

Onze lichtblauwe Renault 4 bleek tijdens de StraatReünie op 6 november 2016 in het Museum van Zuilen een herkenning te zijn van medebewoners in die tijd.

De achterbank was eruit gehaald en twee mooie klepbankjes waren achterin gemaakt, in de lengte geplaatst. Zo hadden we plek voor acht kinderen. Bovendien konden in de bankjes spullen worden gelegd. Een broertje, die klein van stuk was zat bij mijn moeder aan de voeten voorin.

Het tiende kind kwam veel later en zo hebben we een aantal jaren gereden naar verschillende vakantieadressen en familiebezoekjes.

De bankjes hebben nog jarenlang in de familie vele diensten bewezen, tijdens de vakanties konden ze ook zo in de tenten worden gezet en voilà we hadden weer een paar zitplaatsen erbij.’

‘Kinderen Keijzer (en anderen) aan de achterzijde van de Van Heukelomlaan’.

Leendert van Veldhuizen woonde op nummer 27 in de Van Heukelomlaan. Hij herinnert zich:

…‘Drie sportvelden naast elkaar voor onze deur, vrijelijk te betreden, waar we eindeloos voetbalden met hoopjes jassen als doelen. Voetballen met wie er was, ook met mensen met wie je eigenlijk ruzie had.

In de strenge winters begin jaren zestig maakten we ijsbaantjes op het gras met water uit de tuinslang tussen randen van sneeuw…’

Leendert showt u een vrij nieuw fenomeen dat ook werd toegepast in de flats van de Van Heukelomlaan: een intercominstallatie met deuropener, vanuit de hal te bedienen. Maar als je nog niet groot genoeg bent, heb je daar wel een krukje bij nodig natuurlijk.

 Meer weten over de Van Heukelomlaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Minister Talmastraat

Dominee A(ritius) S(ybrandus) Talma (* 17 februari 1864 – † 12 juli 1916), was aanvankelijk Nederlands-hervormd predikant maar werd in 1901 lid van de Tweede Kamer voor de Anti-revolutionaire Partij. Hij was minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 1908 tot 1913. Hij zette zich met verve in voor de verbetering van de levensomstandigheden van grote beroepsgroepen in onze samenleving. Talma was in het begin van de vorige eeuw een van de belangrijkste sociale hervormers in Nederland. Hij heeft een paar cruciale sociale wetten uitgevaardigd, waaronder de Ziektewet en de Invaliditeits- en Ouderdomswet. In Utrecht is een laan naar hem genoemd, in (de voormalige gemeente) Zuilen besloot het gemeentebestuur een straat naar hem te noemen.

De Minister Talmastraat is een wat langere straat die begint bij de W.J. Bossenbroekstraat en eindigt bij het Theo Thijssenplein, bij de sportvelden van de voetbalvereniging ‘Elinkwijk’. – Dit is niet altijd zo geweest. Bij de realisatie van de eerste woningen van complex 3, was de Minister Talmastraat aan beide zijden doodlopend.

De straat loopt grotendeels parallel met de Amsterdamsestraatweg en werd, ongeveer in het midden, voorzien van een tweetal plantsoenen. Langs deze plantsoenen, links en rechts van de Patrimoniumstraat, werden twee winkelstrippen gecreëerd.

Kort na de realisering van complex 2 van woningstichting ‘Eigen Haard’ (op ’t Zand) bouwde men complex 3: aan de C. Smeenkstraat, Minister de Visserstraat, de Luit Blomstraat en een aantal woningen aan de Minister Talmastraat. Dat zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 

Dit zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. We gaan eens kijken wat daar zoal te koop was.

Als we van start gaan met de beschrijving van deze winkels, beginnen we op de hoek van de Minister Talmastraat en de C. Smeenkstraat. Daar zat de kapsalon van de heer ten Hulscher. Later kwam de heer Lips in dit pand, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door twee van zijn zoons, die op dit adres anno 2022 nog steeds actief zijn. De coupes die zij knippen zijn wel anders geworden dan toen de heer ten Hulscher hier de schaar hanteerde.

Naast de kapsalon zat een sigaren- en sigarettenwinkel onder de luisterrijke naam ‘Sigarenmagazijn Talma’. Die werd gerund door de heer Kuiper. We gaan door met drogisterij Zonsveld, slagerij Vos (die ook een slagerij had in de Wethouder D.M. Plompstraat) en bakkerij Dingemans. In de winkel van de heer Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer, een bekende bakker in de wijk Zuilen die ook vestigingen had in de stad Utrecht.

Exterieur van drogisterij ‘Zonsveld’ aan de Minister Talmastraat. Dit winkelblok werd in twee delen gebouwd. De eerste drie werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Dit blok begon zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

 Op de hoek van de Patrimoniumstraat kwamen we vervolgens bij kruidenier Zetstra die vele, vele jaren ook een winkel (later zelfs één van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen) had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

We steken de Patrimoniumstraat over en komen dan bij het pand waar melkboer Verhoef zat. De heer Verhoef werd opgevolgd door de ‘handelaar in zuivelproducten: F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Van een zoon van de familie Dingemans is het volgende verhaal: ‘Onze bakkerswinkel werd geopend op 15 november 1953 op nr 39. Het woonhuis daar boven was nr 39bis. Op 12 juni 1961 werden bedrijf en gebouwen overgenomen door bakker Karel H. Boonzaaijer uit de Werner Helmichstraat.

Ik heb nog wat foto’s voor je opgediept die ik hierbij stuur.

Wien Dingemans, een logee, mijn moeder en ikzelf, Gerrit Dingemans.’

Na de annexatie werden aan de Minister Talmastraat deze flatwoningen gebouwd. Zij moesten, evenals de flats van de Pedagogenbuurt wijken voor het nieuwbouwproject ‘Groen Zuilen’. (foto: Het Utrechts Archief, 1953-1957)

Meer weten over de Minister Talmastraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Pedagogenbuurt

Een beschrijving van de Pedagogenbuurt beperkt zich in dit geval vooral tot de omschrijving van de markante flats die symbool stonden voor de buurt. Deze flats werden door de Zuilense gemeentearchitect, W.C. van Hoorn, ontworpen. Op 19 september 1952 schrijft het Vrije Volk:

‘Ruim driehonderd flats verrijzen in Zuilen…

…De flats worden in vier woonlagen en in acht complexen van 40 woningen gebouwd. Zes van deze complexen worden achter elkaar opgetrokken met een tussenruimte van 29 meter welke ruimte wordt opgevuld met een plantsoen en een z.g. woonstraat (een betrekkelijk smalle straat, ongeschikt voor het grote verkeer, maar wel toegankelijk voor groenteboer, bakker, vuilnisauto enz.)

Tussen de twee resterende complexen wordt een speelweide aangelegd van 100 x 80 meter.

Ieder complex wordt voorzien van twee centrale trappenhuizen en galerijen op iedere verdieping. Ondergronds wordt voor ieder gezin een bergplaats ingericht…’

Zo kwamen blokken flats in Zuilen te staan, vier woonlagen hoog! Gelukkig was een inwoner zo alert om een serie foto’s van de bouw te maken. In het huidige tijdperk gaat alles digitaal en worden van zulke projecten ook filmbeelden gemaakt. In 1952 was het vrij bijzonder dat er ‘op uitgebreide schaal’ een en ander wordt vastgelegd.

Maar, gelukkig hébben we die foto’s nog!

De kelderruimtes onder de flats

Ondertussen een kleine beschrijving van de straatnaamgevers:

H. Bavinck

Herman Bavinck werd op 13 december 1854 geboren in Hoogeveen, waar zijn vader predikant was van de Christelijke Gereformeerde Kerk. In 1857 verhuisde het gezin Bavinck naar Bunschoten en in 1862 werd een beroep aangenomen naar Almkerk in de Bommelerwaard. Hij rondde de academische studie in Leiden af met een promotie cum laude over de Zwitserse reformator Zwingli. (Bron: Wikipedia)

A.H. Gerhard

Adrien Henri Gerhards wieg stond in het Zwitserse Lausanne en hij werd daar voor de eerste keer ingelegd op 7 april 1858. Na een leven als Nederlands politicus, vrijdenker, onderwijsspecialist en bestuurder van de S.D.A.P. overleed hij te Bakkum op 3 juli 1948, 90 jaar oud.

Mgr. Dr. Hoogveld

Johannes Hendrikus Everardus Jacobus Hoogveld was filosoof en pedagoog. Hij werd 25 juli 1878 geboren in Elden en overleed op 23 juli 1878 te Nijmegen.

A.M. de Jong

De Jong werd op 29 maart 1888 geboren in Nieuw Vossemeer, een dorp in het westelijk deel van Noord-Brabant. Het gezin had 13 kinderen. De Jongs vader was landarbeider, en ging op zoek naar meer welvaart als arbeider in Rotterdam. Veel van De Jongs herinneringen zijn verwerkt in de romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren.

Als represaille voor de moord op een aantal NSB’ers werd De Jong in 1943 vermoord door Nederlandse SS-ers, een van de zogenaamde Silbertanne-acties. (Bron: Wikipedia)

Prof. Dr. P.A. Kohnstamm

De straat naast de H. Bavinckstraat werd genoemd naar professor dr. Phillip A. Kohnstamm. Philip Abraham Kohnstamm werd in 1875 in de Duitse stad Bonn geboren en overleed in 1951 te Ermelo. Kohnstamm wordt gezien als grondlegger van de empirische onderwijskunde in Nederland. Dit komt tot uiting in de naamgeving van het Kohnstamm Instituut en het gemeenschappelijk gebouw van de afdeling pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, het Philip Kohnstamm-huis aan de Wibautstraat.

K. ter Laan

Kornelis ter Laan was een Nederlandse onderwijzer, taalkundige en politicus en werd geboren in Slochteren op 8 juli 1871. Van 1905 tot 1914 was Ter Laan gemeenteraadslid te Den Haag en daarmee de eerste socialist in de Haagse gemeenteraad. Van 1914 tot 1937 was hij burgemeester van Zaandam. Ter Laan overleed in 1963 te Utrecht op 92-jarige leeftijd.

Jan Ligthart

Jan Ligthart werd op 11 januari 1859 te Amsterdam geboren en overleed op 16 februari 1916 te Laag-Soeren. Hij was een Nederlandse onderwijzer en onderwijsvernieuwer. Hij werd bekend als schoolhoofd van een lagere school in de Schilderswijk van Den Haag en als schrijver van artikelen en boeken.

J.H. Schaper

De Nederlandse publicist en politicus Johan Hendrik Andries Schapers vulde zijn wieg in Groningen op 12 februari 1868. Hij overleed in zijn toenmalige woonplaats Voorburg op 31 augustus 1934.

De markante entree van de flats in de Pedagogenbuurt.

Theo Thijssen

Theodorus Johannes Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam en overleed (ook in Amsterdam) op 23 december 1943. Hij was een Nederlands schrijver, onderwijzer en socialist. Zijn bekendste boek is Kees de jongen, dat in de Amsterdamse Jordaan speelt.

Dr. F.M. Wibaut

Florentines Marinus (Floor) Wibaut, (bijgenaamd de Machtige) werd op 23 juni 1859 geboren te Vlissingen en overleed te Amsterdam op 29 april 1936. Wibaut was een Nederlandse zakenman en politicus voor de toenmalige S.D.A.P.

Jan van Zutphen

Jan van Zutphen leefde van 1863 tot 1958. Jan van Zutphen kwam uit een arbeidersgezin, zijn vader was wijnkopersknecht. Alhoewel geboren in Utrecht groeide Van Zutphen op in de Amsterdamse volksbuurt Kattenburg. Hij werd daar al op vroege leeftijd geconfronteerd met het arbeidersbestaan en zorgde op zesjarige leeftijd al voor bijverdiensten door samen met andere kinderen ’s morgens het door zeewater stijf geworden touw te ontrafelen.

Na de Tweede Wereldoorlog zette Van Zutphen zich in voor de tbc-bestrijding en initieerde het verplicht doorlichten van scholieren. Hij had in 1955 op 92-jarige leeftijd nog de leiding over een drie maanden durende staking van 850 diamantbewerkers.

H. Diemer

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was onder andere medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties en, gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

De laatste hand wordt gelegd, Zuilen was weer ruim 300 woningen rijker.

Meer weten over de Pedagogenbuurt en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De W.J. Bossenbroekstraat

Er is weinig te vinden over W.J. Bossenbroek. Dat maakt het lastig een goede beschrijving van ’s mans kwaliteiten te geven. Het is duidelijk dat hij zijn sporen (en straatnaam) als secretaris (al of niet in combinatie met het penningmeesterschap) wel heeft verdiend.

De bouw van woningen in Zuilen mag dan in de Tweede Wereldoorlog plat liggen, de plannen worden wél gemaakt. Zo komt het dat woningstichting ‘Eigen Haard’ de eerste huizen bezit die ná de oorlog (in 1947) worden opgeleverd: 19 huizen aan de Minister de Visserstraat, ‘Complex 4’ van deze woningstichting..

Nog een jaar later komt ‘Complex 5’ gereed. Dit is de laatste bouwactiviteit van ‘Eigen Haard’ in de gemeente Zuilen, de 36 woningen aan de W.J. Bossenbroekstraat.

Tot begin jaren zestig van de vorige eeuw waren aan de overzijde van de woningen deze fruitbomen het uitzicht voor de bewoners. Later bouwde men hier de 2e Algemene Technische School (ir. J.D.M. Bardetschool).

De huizen in de W.J. Bossenbroekstraat in nieuwstaat, met het markante ronde gaatje in de voordeur.

‘Tussen de voordeuren ligt een plank. Daaronder was een gat gegraven waar de watermeters van ons en de buren in zaten. Bij meteropname werd de plank eraf gehaald, maar soms was het niet mogelijk de meter af te lezen omdat de put vol met water stond. Jaren later werd dit veranderd en werden de watermeters binnen geplaatst.’ Aldus sprak bewoonster van toen: I. Joosten.

Het ‘stukje land’ tegenover de woningen werd bebouwd. Dicht bij de Burgemeester Norbruislaan werd een houten noodschool gebouwd voor de ‘ULO’ van meester Van der Wilt, en aan de andere kant van de straat, met de ingang aan de Lieven de Keylaan werd de Ir. Bardetschool gebouwd, de 2de algemene technische school in Zuilen.

Een voormalig bewoner van de W.J. Bossenbroekstraat, én leerling van de Ir. Bardetschool, R. Joosten, schreef zijn herinneringen op:

 

 

‘… Gebeurtenissen klas autotechniek Ir. Bardetschool

De opleiding autotechniek aan de Ir. Bardetschool is gestart in het schooljaar 1964-1965, waarbij naast de theorielessen in dat jaar het praktijklokaal werd ingericht. Zo werden er op de afdeling bankwerken bokken gemaakt waarop diverse soorten motoren werden geplaatst om aan te sleutelen. Een oude Fiat Tripoli werd van de carrosserie ontdaan, zodat alleen chassis en aandrijving behouden bleven.

In het tweede jaar kreeg een en ander meer vorm, meer praktijklessen, reparaties werden verricht aan de auto’s van het lerarenkorps en mocht je soms aan je eigen bromfiets sleutelen…’

Leerlingen van de Ir. J.D.M. Bardetschool aan de W.J. Bossenbroekstraat. Foto gemaakt bij de hoofdingang. Hierop staat de eerste klas die de richting autotechniek deed op deze school, samen met de leraar schei- en natuurkunde, de heer Bila.

Het Museum van Zuilen ontving ook de herinnering aan de W.J. Bossenbroekstraat van van M. Tichelaar-Star:

‘In september 1949 ben ik geboren in de W.J. Bossenbroekstraat op nummer 2. Mijn ouders waren een paar maanden daarvoor hier naar toe verhuisd.

Ze kwamen vanuit Spijk, een dorp in het noorden van Groningen. Mijn vader, meester Star, was onderwijzer geworden op de school aan de Daalseweg.

Een hele onderneming was het voor mijn moeder, zij was hoogzwanger, om met drie nog kleine kinderen, zo te komen wonen in deze straat in Zuilen.

Wij hebben er gewoond tot december 1953, dus niet zo lang. Toch heb ik er nog wel herinneringen aan:

Vóór ons huis was een stukje weiland, waar ik regelmatig een paard een suikerklontje mocht geven.

Ook de indeling van de woning beneden kan ik me nog goed herinneren. De voordeur was een deur met een rond raampje. Toen ik laatst met een dochter bij mijn geboortehuis ging kijken, zag ik dat de huizen er aan de buitenkant nog hetzelfde uitzien. Bij ons huis, een hoekwoning, is de toegang achterom nu afgesloten met een ijzeren hek.

Veel namen van andere bewoners uit die tijd weet ik niet meer, ik was nog te klein. De namen die ik nog weet zijn: familie Kamperman met een zoon Wim en de familie Rigterink met zoon Bert en dochter Ellie.

Winkels in de buurt waren bakker Dingemans en kruidenier Zetstra.’

Meer weten over de W.J. Bossenbroekstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Diemerstraat

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was niet alleen medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties, maar ook, en gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

Op 12 december 1998 maakte de fotograaf van Het Utrechts Archief deze foto van de naar H. Diemer genoemde straat.

De H. Diemerstraat is de meest noordelijke straat van de wijk die in Zuilen bekend staat onder de naam ‘Eigen Haard’. De straat begint bij de Minister Talmastraat en eindigt bij de Minister de Visserstraat.

De straat staat haaks op de Amsterdamsestraatweg en in tegenstelling tot wat tot enige jaren vóór de bouw van deze straat gebruikelijke was, heeft de H. Diemerstraat geen ‘winkel op de hoek’.

De piloot vloog precies aan de goede kant van ‘Eigen Haard’, helemaal op de voorgrond hebben we zo een uitstekend beeld van de H. Diemerstraat. De winkelstrip aan de Minister Talmastraat is nog lang niet voltooid, dus voor de boodschappen is men vooral aangewezen op de bezorgers aan huis.

 Tot ongeveer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op die ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel, mensen wilden zelf bepalen van wie zij de producten kochten, enz. – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd.

Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. De bewoners van de H. Diemerstraat werden verwend met dit ‘winkelcentrum’ waar van alles geboden werd.

Niet alle winkels werden tegelijk gebouwd. Zelfs werd het eerste winkelblok, gezien vanaf de C. Smeenkstraat, in twee delen gebouwd.

De eerste drie winkels werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Door verzakking begon dit blok zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

Op de meest rechtse hoek van de winkelstrip zat de kapsalon van Ten Hulscher die werd opgevolgd door Lips (wiens zonen de winkel nog steeds voortzetten).

Naast de kapsalon zat Sigarenmagazijn Talma’ van  Kuiper. Daarnaast zat drogisterij Zonsveld, vervolgens slagerij Vos en bakkerij Dingemans. In de winkel van Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer.

Op de hoek Patrimoniumstraat zat kruidenier Zetstra die ook een winkel had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

Op de andere hoek van de Patrimoniumstraat zat melkboer Verhoef, die werd opgevolgd door F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Naast Verhoef zat Woninginrichting Selles en daarnaast kwamen we bij de lampenwinkel van Huiding. Vervolgens vonden we de kledingwinkel (fournituren en lingerie) van mevrouw Pas. Zij gaf de winkel de naam ‘JaCoBe’, de eerste letters van de namen van haar drie zonen Jan, Cor en Bert. Mevrouw Pas gaf het stokje door aan Henk Pronk die na enige jaren hier te hebben gepionierd, met zijn nering naar de Amsterdamsestraatweg.

De gordijnenwinkel die we vervolgens in beeld kregen, was maar een kort leven beschoren, deze winkelruimte nam de heer Pronk erbij om zijn winkel uit te breiden.

De ViVo-kruidenierswinkel van de heer Enkelaar was de voorlaatste op de rij.

Op de hoek met de H. Diemerstraat zat de laatste winkel: het Polydorhuis van de familie Van Grootheest. Daar werden huishoudelijke artikelen verkocht.

De winkels aan de Min. Talmastraat op een zonnige dag.

Meer weten over de H. Diemerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Minister de Visserstraat

De naamgever van deze straat, Dr. Johannes Theodoor de Visser, werd geboren te Utrecht op 9 februari 1857 en overleed op 14 april 1932 te ’s Gravenhage. Hij was een vooraanstaand CHU-politicus en Nederlands eerste minister van Onderwijs. In Zuilen werd ook een school naar hem genoemd, de Christelijke Lagere School aan de Daalseweg.

De woningen in de Minister de Visserstraat werden gebouwd door twee verschillende woningbouwverenigingen. De oudste van de twee was de (algemene) woningbouwvereniging ‘Zuilen’.
In de verzuilde samenleving aan het begin van de vorige eeuw werd door de ‘Vereniging op Gereformeerde Grondslag “Rehoboth” ‘ – ter bevordering van de sociale welstand – een woningstichting opgericht met de naam ‘Eigen Haard’. Zij liet een aantal woningen bouwen voor haar leden. ‘Eigen Haard’ bouwde de eerste huizen in Zuilen die na de oorlog (in 1947) werden opgeleverd. Dat waren negentien huizen aan de Minister de Visserstraat, ‘Complex 4’ van Eigen Haard. Later bouwde deze woningbouwvereniging ook nog haar ‘Complex 7’ in deze straat.

De bewoners van de negentien huizen die nog net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden opgeleverd hebben zich niet zodanig geroerd in de oorlog dat daar vermeldenswaardige herinneringen over geschreven kunnen worden. Heel bescheiden komen we de Minister de Visserstraat nog wel tegen in de herinnering van een bewoonster ‘om de hoek’:
In een tijd dat er zo slecht aan eten te komen is, ontkom je blijkbaar niet aan zwarte handel. Er blijven altijd mensen die gewetenloos profiteren van de ellende van anderen. Daartegen werd wel zoveel mogelijk opgetreden. Mevrouw Norberhuis woonde in de Luit Blomstraat. Zij vertelde dat daar regelmatig een NSB’er uit de Minister de Visserstraat kwam. ‘Hij werkte bij de voedselvoorziening en op jacht naar zwarthandelaren nam hij regelmatig eten in beslag. Dan kwam hij in de straat met zijn bakfiets en floot op zijn vingers. ‘‘We hebben weer wat,’’ riep hij dan en deelde al het eten uit. Hij kon niet tegen de armoede en gaf het zomaar weg.’

In de Minister de Visserstraat is enige vernieuwing in bouwwijze is toegepast ten opzichte van eerdere bebouwingen in Zuilen. Zo werden de voorgaande straten dikwijls voorzien van een winkel ‘op de hoek’. Daarin kwam verandering. Door verbeterde mobiliteit en ander koopgedrag van de klanten. – In het begin van de vorige eeuw kwamen dagelijks de groenteboer, melkboer en bakker langs de deur. – Maar het aanbod groeide, mensen konden (en wilden) steeds vaker een keuze maken uit een groeiend assortiment en kwamen daarvoor vaker naar de winkel. Dan is het samenvoegen van diverse winkels tot een ‘winkelstrip’, zoals aan de Min. Talmastraat gedaan is, een grote stap vooruit.
In de Minister de Visserstraat vonden we op de hoek met de C. Smeenkstraat toch een winkel. Hier was de heer Van Drie u van dienst met zijn melkhandel.

Grote woningen aan de even zijde. Oorspronkelijk bedoeld als duplexwoning, maar volgens oud-bewoner Schagen nooit als zodanig gebruikt.

Kinderen Schagen uit de Minister de Visserstraat 4 vastgelegd door de straatfotograaf. De winkel van Van Drie lijkt nog wel als zodanig in gebruik.

Herkenbaar (aan de auto’s, asfalt op de voorgrond voor de stadsbus, en de straatverlichting) een foto van ná de annexatie. De foto werd gemaakt op 12 december 1998. Op de hoek de winkel van Van Drie, maar die lijkt al gesloten. (Foto: Het Utrechts Archief)

De nummers 51 en 53 van de Minister de Visserstraat (onderdeel van ‘Complex 7’) staan prominent in beeld in de brochure die de woningstichting ‘Eigen Haard’ uitgaf ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum.

Meer weten over de Minister de Visserstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Patrimoniumstraat

‘Patrimonium’ is de naam van de eerste werknemersorganisatie in Nederland, op protestants-christelijke basis die werd opgericht in 1877. Veel woningbouwverenigingen in Nederland heten ‘Patrimonium’, wat betekent: vaderlands erfgoed.

De eerder bebouwde straten in de omgeving kregen namen die met de woningstichting ‘Eigen Haard’ te maken hebben. Zo wordt dit wijkje van Zuilen dan ook dikwijls geduid: jij woont op ‘Eigen Haard’. Ook wanneer je in de Patrimoniumstraat woont.

Kort na de realisering van de huizen van woningstichting ‘Eigen Haard’, complex twee: de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat, bouwde woningbouwvereniging ‘Zuilen’ de huizen aan de Patrimoniumstraat en de overgebleven stukken grond van de C. Smeenkstraat en Minister de Visserstraat, en tenslotte de H. Diemerstraat.

In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. Het werd een van de eerste winkelcentra van Zuilen.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we – maar wel heel summier – de Patrimoniumstraat tegen:

Begin 1943 werd op last van de bezetter een tankval gegraven aan de noordkant van Nieuw-Zuilen. Hiervoor moest Vijfhuizen (‘een gehucht onder Zuilen’ volgens K. ter Laan in zijn ‘Aardrijkskundig woordenboek Nederland’) worden afgebroken, want precies daar werd de tankval gegraven. Zij werd met de hand uitgegraven en de grond kwam als een laag dijkje aan de kant van Nieuw-Zuilen ernaast te liggen. Een houten en op sommige plaatsen een betonnen beschoeiing aan die kant voorkwam het terugvallen van de aarde. Door deze tankval had de bezetter de toegangswegen aan de noordzijde van Zuilen volledig onder controle. De tankval bestond uit meerdere delen. Het langste deel werd gegraven van de Daalseweg (ter hoogte van de Burgemeester Norbruislaan) tot aan het Merwedekanaal (tegenwoordig het Amsterdam Rijnkanaal), het andere stuk liep van de Daalseweg (Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht.

Om de controle te optimaliseren werd ter hoogte van de tankval over de Daalseweg een grote bunker gebouwd. Hij stond geheel over de weg heen en had aan de linkerkant (vanaf de stad gezien) een doorgang voor fietsers en voetgangers. De bunker werd ook gebruikt om te schuilen bij luchtalarm.

Op de vraag waar de tankval was, werd altijd gezegd: ‘ongeveer waar nu de Patrimoniumstraat is’.

De nieuwbouwwijk was ook een goed onderwerp voor ansichtkaarten. Zoals deze vierluik ansichtkaart Utrecht Noord: Amsterdam-Rijnkanaal, en 3 x straten ‘Eigen Haard’. (Luit Blomstraat, C. Smeenkstraat en Patrimoniumstraat).

Utrechts Nieuwsblad 9 december 1950

Begin van brand

Gisteren ontstond een begin van brand in een keet op een bouwwerk aan de Patrimoniumstraat. Een jongeman wilde een kachel aanmaken of wat opstoken, en meende daarvoor benzine te moeten gebruiken. Toen hij deze vloeistof in de kachel wierp, ontstond een soort van ontploffing en sloegen vlammen eruit. Enige kledingstukken in de omgeving van de kachel geraakten in brand, doch het vuur kon door arbeiders worden geblust. De brandweer, per sirene gealarmeerd, was vlug ter plaatse, doch behoefde geen dienst te doen.

Meer weten over de Patrimoniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Cornelis Smeenkstraat

De politicus C. Smeenk was lid van de Antirevolutionaire Partij. Met het boek Het volk ten baat van J. A. de Wilde en C. Smeenk zijn enkele generaties antirevolutionairen opgegroeid. De heer J. A. de Wilde was minister van Binnenlandse Zaken in het tweede en het derde kabinet Colijn (1933-1935 en 1935-1937), C. Smeenk was CNV-voorman en ARP-kamerlid tijdens het Interbellum.

De woningen in deze straat met oneven nummers werden gebouwd door de toenmalige woningbouwvereniging ‘Eigen Haard’, de andere helft kwam voor rekening van woningbouwvereniging ‘Zuilen’. De C. Smeenkstraat komen we ook tegen op ansichtkaarten van ‘Utrecht-Noord’. De wijk spreekt de kaartenmakers aan.

De C. Smeenkstraat gezien vanaf de winkelstrip aan de Minister Talmastraat. Links de woningen van woningbouwvereniging ‘Zuilen’ en rechts die van ‘Eigen Haard’.

Bij de beschrijving van de C. Smeenkstraat hoort ook de vermelding van het ‘wereld-beroemde’ Eerste Huisvrouwen Orkest Utrecht. Mevrouw H. Oort uit de C. Smeenkstraat was lid van dit orkest. Zij liet een foto zien van een wandkleed en vroeg of het Museum van Zuilen belangstelling had voor het kleed.

Op het wandkleed staat de tekst ‘Huisvrouwen Orkest Utrecht’. Tja, als het nou “Zuilen” was…’ Maar mevrouw Oort legde het uit. Dit orkest werd opgericht in 1953, enkele weken voor de annexatie, vandaar dat de dames het geen ‘… Zuilen’ noemden.

De leden van het orkest waren de dames uit de omgeving Van der Pekstraat, waarvan de echtgenoten lid waren van het mannenkoor ‘Aurora’. De leden van dat koor gingen ieder jaar een dagje uit, maar dan mochten de echtgenotes niet mee. Uit ‘wraak’ richtten zij het H.O.U. op. Daar hebben ze veel plezier aan beleefd: ze stegen boven de mannen uit en hebben vele optredens in het land en ook voor de televisie verzorgd.

Uiteindelijk kwam in de collectie van het Museum van Zuilen niet alleen het wandkleed, maar ook een door de echtgenoot van de voorzitster die bij de Demkafabrieken werkte een zelfgemaakt blik van een stoffer-en-blik-set – met inscriptie – een emmer (trommel), een stukje slang met ragebol (toeter), vaatkwasten (trommelstokken) en een doos vol verschillende hoedjes die bij de outfit van de dames pasten.

Omdat het showelement een steeds grotere rol ging spelen in de optredens werd na enkele jaren de naam Huisvrouwen Showorkest Utrecht.

Optreden als ‘Lou Bandy’ van het Huisvrouwen Show Orkest.

In de C. Smeenkstraat woonden twee families Kramer. Op nummer 17 A. Kramer, die meer dan 40 jaar als kernmaker bij de Werkspoor fabrieken werkte.

Op nummer 73 was het de heer H.W. Kramer die in 1954 werd benoemd tot brandwacht 1ste klasse.

Deze Kramer stond erom bekend dat in geval van een brandalarm hij meestal als eerste bij de kazerne arriveerde. Maar ja, hij woonde dan ook vrijwel ‘om de hoek’ van de kazerne.

Deze stoet is op weg naar de demonstratie i.v.m. het 12 ½ jarig jubileum van de Vrijwillige Brandweer Zuilen. De middelste figuur vooraan, in ‘t wit met witte pet is Adriaan Kramer.

Karel Tetenburg uit de C. Smeenkstraat 18 liet zich het allemaal maar welgevallen, hij was toch niet opgewassen tegen zijn vier collega’s van Werkspoor. Dan kun je maar beter proberen ervan te genieten en zo te zien vindt hij het allemaal wel leuk

Meer weten over de C. Smeenkstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl