Het Bisschopsplein

Het Bisschopsplein ligt tussen straten die naar bisschoppen werden genoemd. Het plein was rondom berijdbaar maar werd voor de veiligheid van de spelende schoolkinderen aan het trottoir voor de school vast bestraat. In de Zuilense periode (dus vóór 1954) is dat door het geringe aantal auto’s niet nodig en wordt het plein veel gebruikt door de jeugd uit de omliggende straten.

Na de Tweede Wereldoorlog vinden hier ook de (illegale) kerstboomverbrandingen van de buurt plaats. De grote populieren maakten het plein in de herfst vooral voor de jeugd tot een geliefde speelplek, omdat er zoveel blad op lag.

Voor een beschrijving van het Bisschopsplein ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en maken een rondje langs de wanden. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We wandelen ‘met de wijzers van de klok mee’ langs de winkels. We beginnen vanaf het woonhuis op de hoek Balderikstraat. Naast die woning zat op nummer 2 kleermaker van Doornik. In een advertentie uit 1933 adverteerde J.C. Hasselt met aardappelen, groenten en fruit op nummer 3. Op de hoek met de Adelboldstraat zat een van de eerste ‘banken’ in Nieuw-Zuilen, de Nutsspaarbank.

Op nummer 5 zat schoenmaker I.A. van Ieperen, later kwam Worst in dit pand fietsen maken. Nummer 6 huisvestte nog een kleermaker, de heer G. Fokkens. In het pand Bisschopsplein 8 kwam in 1939 drogist H. de Jong, later ging A. Verhoeven op dit adres zijn vishandel beginnen.

Het midden van het Bisschopsplein is in 1938-’39 een prachtig perkje, rozen en gras, met een keurig hekwerk eromheen. Totdat in de Tweede Wereldoorlog het hele pleintje op de schop gaat om plaats te maken voor een schuilkelder.

Dan hebben we een stuk geschiedenis overgeslagen. Voordat deze omgeving bebouwd werd stond hier de hofstede ‘Zeldzaam’, eigendom van de rentenier J. Kol III, telg uit een bankiersfamilie. – de bank ‘Vlaer & Kol’ was een van de eerste banken ter wereld! – Jan Kol liet ook de ‘Tuin van Kol’, het latere Julianapark aanleggen.

Over ‘Zeldzaam’ komen we in oude wandelgidsen al lovende woorden tegen. Die lovende woorden zijn in het bijzonder voor de familie die deze hofstede in pacht heeft gehad, de familie van Eck.

‘Zeldzaam ben ik hier van voren, uitgetekend naar behoren

Zeldzaam vindt men liever oord, dat de stedeling meer bekoord.

‘‘Zeldzaam’’ mag mijn naam wel zijn, hier gebruikt men thee en wijn

’t Staat te lezen op het hek, welkom steeds bij Vrouw van Eck.

Zeldzaam ziet men mooier stal, lekker room en wat niet al

Boter, kaas, puike wijn en bier, alles kan men krijgen hier.’

De hofstede gaat tegen de grond en het stuk grond wordt aangekocht voor de uitbreiding van het christelijk onderwijs in Zuilen.

Voor een beschrijving van de panden met het postadres Balderikstraat kijkt u op de tegels van die straat.

Het Bisschopsplein in 1938. Een fraai geheel met het plantsoen en de klimop tegen de schoolwand. Op de foto’s staan Mimi, Frans en Kartrien Nieuwland.

Meer weten over het Bisschopsplein en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Adelboldstraat

Adelbold II (975-1026) was leerling van de kathedraalschool van bisschop Notger te Luik. Hij ontwikkelde zich in wiskunde en sterrenkunde en doceerde zelf in Luik en Lobbes. Hij correspondeerde met geleerden als Heriger van Lobbes en Gerbert van Aurillac, de latere paus Sylvester II. Hij was misschien ook werkzaam in de rijkskanselarij van keizer Hendrik II en was aartsdiaken van de Luikse Sint-Lambertuskathedraal voordat hij in 1010 benoemd werd tot bisschop van Utrecht.

Voor een beschrijving van de Adelboldstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de St.-Winfridusstraat. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

Veel winkels treffen we in deze straat niet. Nummer 7 huisvest de familie Klaasen. De heer Klaasen heeft een groothandel in horlogefournituren. – Het is jammer dat de heer Klaasen, die later verder gaat onder de naam Klaasen-Kreusen, verhuist naar de Amsterdamsestraatweg en nog later naar de Zadelstraat, hier niet meer zit. Heb zelf vele jaren horloges gerepareerd, dan is zo’n adres dichtbij huis wel makkelijk voor horlogeonderdelen. –

De familie Hoogenboom uit de Adelboldstraat 11 besloot mee te gaan met de rest van de familie. Men emigreerde (twintig man sterk) naar Australië: Voor de verplaatsing van deze 20 familieleden naar de haven werd een touringcar ingezet. Hoogenboom zelf was timmerman, doch meende in dat groeiend Australië betere kansen te hebben.

Op nummer 37 zit kruidenier M. Dammers. In zijn pand komt later een Nutsspaarbank te zitten.

Deze mensen gingen Zuilen verlaten, het werd ze hier te vol. 

Op de foto staat geheel rechts op het trottoir fotograaf Heidenis. In de deuropening van Adelboldstraat 9 staat de familie Neerrijnen. Die mevrouw in haar lichte jurk is onbekend, maar de vrouw naast haar in de deuropening is mevrouw Klaasen. Haar man heeft samen met de heer Kreusen een groothandel in horloge-fournituren. Rechts van de regenpijp zien we de familie Schoenmaker(s). De vrouw met het kindje (Toos) op haar arm is mevrouw van der Kaai, zij woont op nummer 52.

Van de kinderen zijn ook een aantal namen bekend. Zij zijn echter zo op een kluitje gezet, dat ‘aanwijzen wie waar staat’ bijna zeker een flop wordt. Daarom geef ik u alleen maar de namen die tot nu toe bekend zijn. We zien onder anderen: Wim Tukker, Martha van Eimeren, Jan Hogevest, Joop en Wim Schoenmaker, Joop Klaasen, mevrouw Moor staat ook tussen de kinderen, mevrouw Jenner met haar dochtertje op de arm, Marietje van Doorn, Dien Hoge(r)(n)vest, Lieda Moor, Tonnie van Neerrijnen (die zit!), Lies van der Kaai, Beppie van Doorn, Willie van Rijn en als laatste staat vermeld dat er ook nog een dochtertje van mevrouw Jenner bij staat.

 Meer weten over de Adelbolstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Balderikstraat

Balderik was bisschop van Utrecht. In 929 heeft hij de kerken van Willibrord hersteld en bouwde hij een kathedraal op de plaats van de Domkerk die toen dan ook de ‘Dom van Balderik’ genoemd werd.

Voor een beschrijving van de Balderikstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Sweder van Zuylenweg. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We stappen de straat in en komen bij nummer 1 al meteen D.M. van Wijk met zijn groentehandel.

Aan de overkant op nummer 2 zit slager J.C. Oorbeek. Op nummer 8 zit de slagerij van H.C. Holthuijzen. Dan komen we voorlopig alleen maar woningen tegen. Een paar huizen aan de oneven kant hebben een spitse gevel. Daar wordt de dakrand onderbroken. Om het geheel een fraai aanzien te geven werden ter hoogte van de dakgoot bloembakken op de gevel geplaatst. Die overleven de Tweede Wereldoorlog niet, door het grote brandstofgebrek verdwijnen zij in de kachels.

Een paar huizen verder op dit rijtje komen we bij nummer 43 waar de familie Versteeg woont. Dochter Maria Petronella werd geboren op 12 oktober 1936, de 17.000ste inwoner van Zuilen. De echtgenote van de burgemeester ging op bezoek en bracht aan de gelukkige moeder bloemen en een taart (waarop het gemeentewapen was gespoten) en ‘eveneens geschenken in de vorm van versterkende middelen’.

In dit deel van de Balderikstraat woont ook Kroeze die de Balderikstraat met enige regelmaat onveilig maakt door met zijn Harley Davidson een stukje door de straat te scheuren. Op nummer 77 zit bakker van den Lustgraaf.

Als we de St.-Bernulfstraat oversteken, komen we bij de sigarenwinkel annex herenkapper van J. Schaap. Hij is samen met zijn vrouw al jaren op dit adres in de weer. Bij binnenkomst moet u kiezen of u links of rechts verder gaat, rechts is de sigarenwinkel, links de herenkapsalon. In dit pand komt later A. Bergman de haren knippen en scheren. Hij deed dit tot 2010.

Naast Schaap worden de schoenen hersteld door J.L. Wischhoff. Hij blijft nog tot november 1968 uw schoenen lappen. De buurman van Wischhoff was bakker B. Hus. Tijdens onze wandeling is dat verkoopt Wiggers hier ijzerwaren. Na zijn vertrek komt W. Stoové hier met zijn loodgietersbedrijf.

Op nummer 87, even voorbij Wiggers, zit de heer Kolenbrander. Hij heeft in de ‘werkplaats’ achter de woning zijn meubelmakerij. De oudste zoon begint op dit adres een van de eerste taxicentrales van Zuilen.

Naast de taxicentrale woont de familie Boucher. De heer Boucher is steenhouwer en heeft bijvoorbeeld de schaakstukken gemaakt in de gevels van de flats in ‘Het Schaakwijk’.

Winkels komen we niet meer tegen, maar we gaan toch door naar het einde van de straat want daarover valt nog wel iets te vertellen.

Op nummer 56 komt Meeuwsen te wonen. Rinus Meeuwsen is gepensioneerd, maar heeft geen zitvlees. Hij koopt een oude Citroën bestelwagen en bouwt deze om tot ‘patatwagen’ waarmee hij de wijk in trekt. Puur als tijdverdrijf, rijk wordt hij er niet van, hij deelt meer uit dan dat hij verkoopt, lijkt het wel. Op nummer 60 staat het geboortehuis van de schrijver van deze verhalen.

Recht tegenover nr. 60 woonde op nr. 115 ‘ome Dries’. Een vierkante, oersterke kerel die was uitgerust met het bekende gouden hartje. Hij werkte bij de verzinkerij van Bammens in Maarssen. Als iemand in de straat een nieuwe teil nodig had, kon ome Dries die voor je meenemen. Ik zie hem nog thuiskomen op zijn fiets met zijn rug een grote, pas verzinkte teil gebonden. Het geheel leek nog het meest op een beetje rechtop rijdende schildpad.

Even verderop woonde de familie Wouda: je mocht daar voor vijf cent naar de kindertelevisie kijken.

Aan het einde van de straat maakt de Balderikstraat een bocht. In deze bocht staat een grote houten schutting die ‘landje van Amsing’ begrenst. Op dit stukje land begon ooit de heer W. van ’t Hoog met het maken van bakfietsen (inderdaad, ook voor bakker Amsing). Later gaat de heer Van ’t Hoog een garage beginnen in de Joh. Uitenbogaertstraat

De bekendste gebruiker van het terrein wordt de heer W. van Haarlem. Hij laat hier een grote loods bouwen voor het opslaan van de verhuiskisten en het onderbrengen van de verhuiswagens. De heer Van Haarlem woonde in de Werner Helmichstraat.

Op dit terrein bevindt zich ook het clubgebouw van postduivenvereniging U.P.V. ‘Het Noorden’.

De Balderikstraat vanaf het Bisschopsplein. Rechts de banketbakkerij van B. Hus. Opvallend is de ontbrekende afscheiding van het terrein aan het eind van de straat.

 Meer weten over de Balderikstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Willibrordusstraat

Clemens Willibrord, ook Willibrordus genoemd (Northumbria, omstreeks 658 – Echternach, 7 november 739) is een christelijke heilige. Hij was aartsbisschop en missionaris (van Angelsaksische afkomst). Willibrord staat ook bekend als de “apostel der Friezen”, soms ook als “apostel van de Lage Landen”.

Voor een beschrijving van de St.-Willibrordusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Sweder van Zuylenweg. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen precies zeggen wie er woont of welke winkel er zit.

Vanaf de Sweder van Zuylenweg gaan we de straat in. Rechts kwamen we bij slager Bosch, één van de beide broers die in Zuilen een slagerij hadden (de andere zat op de hoek van de Edisonstraat en de St.-Ludgerusstraat).

Op de hoek van de St.-Winfridusstraat zat een sigarenwinkel. De rookwaar werd u in eerste instantie aangeboden door de heer J. de Groot. Zijn opvolger is H. v. Veenendaal. Hij heeft zijn winkel heel toepasselijk ‘ ’t Hoekje’ genoemd, alleen heeft de schilder die deze naam op de ruit schilderde daar een ‘te verwaarlozen’ wijziging in aangebracht. Die schilderde namelijk ‘ t’ Hoekje’. Dit heeft de winkelier lang achtervolgd.

Aan de linkerkant, op nummer 22, zat tijdens onze wandeling (1938-’39) nog schoenmaker M. van Erve. Dit werd later de winkel van Jos Saveur. Nog later ging Adrie Otten met de dochter van de heer Saveur de groentenhal runnen en de zoon van Jos Saveur zette het uitventen met een paard-en-wagen voort.

Op de hoek bij de St.-Willibrordusstraat zat een van de vele melk‘boeren’ van Zuilen. De winkel werd gerund door het echtpaar Van Schaik, waarbij (gewoontegetrouw) mevrouw Van Schaik de winkel draaiende hield, terwijl haar man de melk uitventte in de wijk. De winkel groeide uit tot een kruidenierswinkel, een mini Albert Heijn’.

Aan de overkant van de St.-Bonifaciusstraat kwamen we bij de Fröbelschool die lange tijd hoorde bij de rooms-katholieke jongens en meisjesscholen aan de overkant van de straat.

De meeste leerkrachten waren zusters die woonden in het klooster op de volgende hoek.

De per juni 1924 geopende Fröbelschool had ook nog ‘burgerleerkrachten’. Van hen is juf Terlingen wel de meest bekende. Zij bleef het langst in dienst. De school werd gebouwd met een prachtige ‘garderobe’ en ‘zithoekje’ voor de Zuilense kleuters. Maar de school komt al snel heel veel ruimte tekort en moet dan deze luxe opofferen aan nieuwe lokaalruimte..

In januari 1977 werd de Fröbelschool ondergebracht bij de Ludgerschool aan de overkant. De Fröbelschool bouwde men om tot de Ludgerkapel voor de parochianen die door sloop van de St.-Ludgeruskerk niet meer naar die kerk konden.

Nog later werd ook de Ludgerkapel verkocht, aan de zusters van de congregatie ‘Dienaressen van de Heilige Geest van altijddurende aanbidding’, die tot dan gehuisvest waren in het Cenakel te Soesterberg.

Het gebouw huisvestte nog meer opleiding. De groene deuren van het iets naar voren stekende deel leiden naar de bovenverdieping en daar had zich gevestigd de ‘R.K. Vereeniging tot bevordering industrie onderwijs voor meisjes ‘‘St Anna’’ ’. Deze door de zusters geleidde opleiding stond algemeen bekend onder de naam ‘de Naaischool’.

Als we de St.-Willibrordusstraat oversteken gaan we naar de kruising bij de St.-Bonifaciusstraat en gaan we verder met de beschrijving van de straat. Rechts was eerst nog de speelplaats van de rooms-katholieke meisjesschool ‘St.-Theresia’ en daar voorbij de school zelf. De leerkrachten van de lagere klassen zijn ook hier voornamelijk de zusters van het klooster op de hoek met de St.-Ludgerusstraat.

Voorbij de meisjesschool stond het pand van het Wit-Gele Kruis. Hier zorgden de wijkzusters van de St.-Ludgerusparochie voor het lichamelijk welzijn van de parochianen.

Naast ‘De Stins’ stond het Pastoor Schiltehuis, het gebouw dat bijna iedere inwoner van Zuilen kende, van buiten én van binnen. Want ondanks het ‘roomse etiket’ werden in dit gebouw vele activiteiten ondernomen die door iedereen bezocht zouden worden.

Op de hoek van de St.-Willibrordusstraat en de St.-Ludgerusstraat, recht tegenover het Pastoor Schiltehuis stond het klooster van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid.

Toen pastoor G.B.W. Schilte zijn opdracht had aanvaard om een parochie te stichten in Nieuw-Zuilen, wist hij dat daar ook een school bij hoorde. Zijn plannen kregen gestalte in de vorm van de al beschreven scholen aan de St.-Willibrordusstraat. In 1923 opende de eerste school zijn deuren voor de katholieke jeugd in Zuilen.

Voor het huisvesten van de leerkrachten op de Fröbel- en meisjesschool (pastoor Schilte deed een beroep op de congregatie van de Zusters van de Goddelijke voorzienigheid) werd het klooster gebouwd.

Het klooster werd gelijk met de St.-Ludgeruskerk eind jaren zeventig afgebroken.

 

Het klooster van de zusters van de congregatie ‘Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid’. Dit klooster stond op de hoek van de St.-Ludgerusstraat en de St.-Willibrordusstraat. Rechts achteraan is nog een klein stukje van de St.-Ludgeruskerk te zien.

 Meer weten over de St.-Willibrordusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Winfridusstraat

In het Utrechts Nieuwsblad van 4 maart 1930 wordt de St. Winfridusstraat voor het eerst genoemd. Voorlopig onderzoek wijst uit dat Winfridus nooit bisschop van York is geweest. De bisschop van York was zijn bijna naamgenoot St.-Wilfrid(us) of Walfridus van York.

Het lijkt erop dat de beide personen door elkaar gehaald zijn.

Er was wel een Winfridus, Winfried, Wynfrith of Winfrith, die leefde van ca 674/675 tot 754. Deze Winfridus is geboren rond 674 in het plaatsje Crediodunum (of Crediton) in het toenmalige Engelse koninkrijk Wessex en komt uit een adellijke familie van Saksische afkomst. Op zijn 30ste wordt hij tot priester gewijd en tussen 716 en 722 vertrekt hij naar Friesland en in Duitsland, ter rechterzijde van de Rijn om daar missionaris te worden. Naar een oude gewoonte neemt hij een andere naam aan na zijn bisschopswijding in 722: Bonifacius.

De voorlopige conclusie moet dus zijn dat de straat eigenlijk St.-Wilfridusstraat zal moeten heten. Maar dat zal wel lastig te veranderen zijn.

Voor een beschrijving van de St.-Winfridusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de St.-Willibrordusstraat. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen precies zeggen wie er woont of welke winkel er zit.

Als we de straat vanaf het pleintje inlopen, dan zit meteen rechts een sigarenwinkel op de hoek. De rookwaar wordt u aangeboden door de heer J. de Groot. Hij heeft zijn winkel op de hoek heel toepasselijk ‘ ’t Hoekje’ genoemd, alleen heeft de schilder die deze naam op de ruit schilderde daar een ‘te verwaarlozen’ wijziging in aangebracht. Die schilderde namelijk ‘ t’ Hoekje’. Dit heeft de winkelier lang achtervolgd.

Op nummer 13 woont de heer van Rossum, de vaste Sinterklaas van buurtvereniging ‘St.-Winfridus’. Aan de even zijde heeft op nummer 20 de heer Danvers zijn verkooppunt van staatsloten. Ook heeft hij een bestuursfunctie in het Zuilens Fanfare Corps. Dat houdt in dat de leden van het corps zich in de straat verzamelen als zij een aubade of serenade gaan brengen. De man die op nummer 26 komt te wonen, is vertegenwoordiger in lampenkappen. Hij is een van de weinigen in de straat die in de jaren vijftig van de vorige eeuw een auto heeft. Als hij door een regenbui de auto een keer aan de verkeerde kant van de straat parkeert, krijgt hij prompt een boete.

Twee huizen verder, op nummer 30, woont de heer Wischhoff, die van 1950 tot 1960 voorzitter is van de al genoemde buurtvereniging. We steken de Daalseweg over. – Het is dus 1938 en toen heette de Edisonstraat nog zo. In de herfst van 1949 wordt het deel van de Daalseweg tussen de Sweder van Zuylenweg en de F. Koolhovenstraat omgedoopt in Edisonstraat. – De volgende winkel zit aan de oneven kant op de hoek Daalseweg en de St.-Winfridusstraat: de melkwinkel van de heer de Ruig, die nog met een hondenkar vent. Later komt in deze winkel de heer Stam.

Als we de St.-Winfridusstraat oversteken, zit op de andere hoek ook een winkeltje. In die winkel zit nu nog een vestiging van de Coöperatie ‘Oostenburg’ en er worden kruidenierswaren verkocht.

We komen bij nummer 44. Hier zit op dit moment (1938) vishandelaar Kollaard.

Later komt in deze winkel de bekendste winkelierster van de straat en staat hij bij de gemiddelde Zuilenees bekend als ‘het winkeltje van vrouw Van Geelen’. Hier kon je voor schooltijd nog even terecht voor een stukje duimdrop of ander lekkers dat zij los verkocht. De verveloze deur nodigde niet echt uit tot een bezoek. Eenmaal binnen ging je rechts de winkel binnen, die nog het meest leek op een gewone huiskamer. Op een soort tafel stonden allerhande schoteltjes waaruit je kon kiezen, duimdrop of duimdrop of duimdrop. Soms koos je voor zoethout.

Tegenwoordig is er helemaal niets terug te vinden van de levensmiddelenwinkel ‘De goedkope winkel’, die de heer Adr. Klabbers op nummer 54 heeft, op de hoek van de Balderikstraat. En wie weet dán nog dat op nummer 54-bis de schoenmakerij is van A.H. Vervoert?

Aan de overkant van de straat, op nummer 77, zit fotograaf G.W. Heidenis.

We zijn bij de Balderikstraat aangekomen, het einde van de St.-Winfridusstraat. (Of het begin, als u deze tekst aan het einde van de straat scande.)

Prachtige opname van de St.-Win(l)fridusstraat in zijn nog jonge jaren. (foto: Het Utrechts Archief)

 Meer weten over de St.-Winfridusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De St.-Bonifaciusstraat

Bonifacius, geboortenaam: Wynfreth (Winfried) werd geboren nabij Exeter in Zuidwest-Engeland, in 672 of 675 en gedood bij Dokkum op 5 juni 754, maar dat kan ook 755 zijn.

Voor een beschrijving van de St.-Bonifaciusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Amsterdamsestraatweg. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen precies zeggen wie er woont of welke winkel er zit.

De straat loopt niet helemaal haaks op de Amsterdamsestraatweg. Dat heeft een oorzaak. De kavels in deze regio lopen namelijk niet haaks op de, ‘pas’ 200 jaar oude Amsterdamsestraatweg, maar op de al veel eerder aanwezige Daalseweg.

– Het gedeelte van de Daalseweg van de Sweder van Zuylenweg tot de F. Koolhovenstraat werd door het Zuilense gemeentebestuur per september 1949 omgedoopt in Edisonstraat. – Al voordat we de straat instappen zien we op de linkerhoek de showroom van Garage A.J. Raassink die de garages van zijn Ford-auto’s in de St.-Bonifaciusstraat heeft.

A.J. Raassink adverteerde in 1931 met ‘A.J. Raassink Garage Utrecht, telefoon 14726, Amsterdamsche-straatweg 565 Official Service Ford Dealer. Verhuurinrichting Stalling. Reparatie-inrichting voor automobielen – motoren – rijwielen – benzine – olie – banden – accessoires’.

Op de andere hoek vinden we de winkel van M.C.W. van Odijk, die onder de naam ‘Rico’, handelt in manufacturen. De manufacturenhandel ‘Rico’ ging een lange geschiedenis tegemoet. Pas in 1977 kwamen de bordjes ‘opheffingsuitverkoop’ in de etalage.

We gaan terug naar de even kant van de straat. Voorbij de garage was in 1938-’39 de modelmakerij van de heer Leeman. Later vestigde op dit adres Den Daas zijn isolatiebedrijf, en nog later (in de Utrechtse tijd) vonden we hier de heer Wisselo met zijn constructiebedrijf.

Naast Leeman komen we bij het tegelzettersbedrijf van Van Dongen. Hij is de man die onder andere de wanden achter het altaar in de St.-Ludgeruskerk van een mozaïek voorzag.

Op de hoek bij de St.-Willibrordusstraat zit een van de vele melk‘boeren’ van Zuilen. De winkel wordt gerund door het echtpaar Van Schaik, waarbij (gewoontegetrouw) mevrouw Van Schaik de winkel draait, terwijl haar man de melk uitvent in de wijk. Ook deze winkel groeit uit tot een kruidenierswinkel, een ‘mini Albert Heijn’.

Aan de linkerkant van de straat zien we net de muur langs de speelplaats van de r.k. Fröbelschool waarvan de ingang om de hoek gevestigd is, in de St.-Willibrordusstraat.

Als we daarna deze straat oversteken dan hebben we aan deze even kant van de St.-Bonifaciusstraat achtereenvolgens de speelplaats van de r.k. St.-Theresiaschool (meisjes) de gymnastiekzaal en de r.k. St.-Ludgerusschool (jongens).

De St.-Ludgerusschool werd in 1982 afgebroken en vanaf 1983 konden de leerlingen (de jongens en meisjes samen) in een geheel nieuw gebouw de lessen volgen. De school heeft dan ook een aan de tijd aangepaste naamsverandering ondergaan. Het werd de Ludgerschool.

Voorbij de school staan nog enkele huizen en (op nummer 16) een pakhuis. Vermeldenswaard is nog dat de woning nummer 10 – volgens een koopacte van notaris Mr. R.A. de Wijs – in 1969 verkocht werd door de in Nederland zeer bekende auteur Godfried J.A. Bomans.

De oneven kant van deze straat bestaat vanaf de St.-Willibrordusstraat geheel uit woningen.

Dit is een foto van een ansichtkaart, die te koop werd aangeboden voor 10 cent. De achterzijde was voorzien van een stempel:

‘St. Ludgerus Bibliotheek in de Noodkerk.

Geopend:

’s Zondags 12¼ – 1¼ en vanaf 29/9/’23

ook ’s Woensdags 7 – 8 uur en ook in Mei

Woensdags 8¼ – 9 uur

Bevat + 1500 boeken! Ruime keuze Jeugdlectuur!’

 Meer weten over de St.-Bonifaciusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prinses Irenelaan 2

Irene Emma Elisabeth Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe Biesterfeld is op 5 augustus 1939 op paleis Soestdijk in Baarn geboren. De naar haar genoemde laan in Zuilen kreeg in de Tweede Wereldoorlog op last van de bezetter een andere naam. Hij loopt dwars op de Prinses Beatrixlaan die gewijzigd werd in de oude naam: Hovenierslaan. Het is voor de bezetter dan ook logisch de naam van de Prinses Irenelaan te veranderen in Hoveniersdwarslaan.

Een korte beschrijving van de laan doen we in twee delen: deel 1 voor de oneven zijde begint bij de Pionstraat. De tegel met deel 2 ligt hier bij de J.M. de Muinck Keizerlaan.

Henk Pardijs schreef een herinnering aan de Prinses Irenelaan als volgt op:

‘Prinses Irenelaan, een brede laan, aan één kant bewoond, met veel groen maar voornamelijk plantsoen.

Ideaal voor kinderen zult u zeggen. Dat was ook zo, maar helaas mochten wij niet op het gras lopen, laat staan ballen.

Natuurlijk deden wij dit wel, maar het was altijd opletten. Meestal zagen wij de parkwachter wel aankomen en dan was het, de bal pakken en via de poortjes wegwezen. Maar soms, zoals ook op een mooie zondagmiddag ging het mis. We waren qua observatie te laat. Hij stond er al, ja de man in het groen, staande naast zijn dienstfiets. Zo’n klein fanatiek mannetje met een ronde buik.

We waren van het gras af, maar de bal vergeten, die lag midden in het plantsoen. Hij wachtte waarschijnlijk wie de bal zou halen. Wij hadden een soort negatief respect voor deze “groene kikker”, zoals hij soms genoemd werd, dus niemand durfde de bal op te halen.

Plotseling hoorden we dat de vader van één van ons riep: “Carla, wil jij de bal pakken en dan naar huis komen!”

Hij stond aan de rand van zijn tuin, een grote man, kaarsrecht. Daaraan kon je zien dat Elinkwijk had gewonnen.

Omdat Carla niet goed durfde, herhaalde hij nogmaals zijn oproep.

Opeens liep Carla over het plantsoen, pakte de bal en holde naar huis. Voor ons, we waren ongeveer met z’n achten, een spannend moment. Deze spanning nam pas af toen we zagen dat de man in het groen, nietszeggend, met veel moeite op zijn fiets stapte en richting Beatrixlaan reed.

Wat ons betreft had deze middag niet alleen Elinkwijk gewonnen.’

De eerste bebouwing die we aan deze kant tegenkomen zijn de flats van het Ireneplateau. Dit complex werd voor een deel gerealiseerd op de plaats waar eerste Zuilense school voor Uitgebreid Lager Onderwijs, de ULO, van meester J.C. van der Wilt, stond. De school werd al voor de Tweede Wereldoorlog opgericht, echter een eigen gebouw liet nog even op zich wachten.

Maar eindelijk, 6 september 1948 werd de school geopend. De Koningin Juliana ULO – de eerste Nederlandse school met de naam van de nieuwe vorstin: al een half uur vóór de inauguratie van koningin Juliana werd de school van deze naam voorzien – werd met enige regelmaat uitgebreid met klaslokalen. Ook een gymnastiekzaal kwam uiteindelijk bij de school.

 

Wethouder Kievit haalde de vlag weg die voor de naam van de U.L.O. hing, zodat iedereen kon zien wat de nieuwe naam van de school geworden is: Kon. Julianaschool voor U.L.O. Daarmee had Zuilen de eerste school in Nederland die de naam van de nieuwe koningin droeg. Iemand enig idee waar deze letters gebleven zijn?

Meer weten over de Prinses Irenelaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prinses Irenelaan 1

Irene Emma Elisabeth Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Prinses van Lippe Biesterfeld is op 5 augustus 1939 op paleis Soestdijk in Baarn geboren. De naar haar genoemde laan in Zuilen kreeg in de Tweede Wereldoorlog op last van de bezetter een andere naam. Hij loopt dwars op de Prinses Beatrixlaan die gewijzigd werd in de oude naam: Hovenierslaan. Het is voor de bezetter dan ook logisch de naam van de Prinses Irenelaan te veranderen in Hoveniersdwarslaan.

Een korte beschrijving van de laan doen we in twee delen: deel 1 voor de oneven zijde begint hier bij de Pionstraat. De tegel met deel 2 ligt bij de J.M. de Muinck Keizerlaan.

De bebouwing tot aan het Niftarlakeplantsoen loopt in de pas met die van de Pionstraat en is na de Tweede Wereldoorlog. In de flats voorbij de laagbouw woonde E. Leenheer die haar herinneringen aan de Prinses Irenelaan opschreef:

‘We woonden 3-hoog in de portiekflat die rond 1958 werden gebouwd. Deze had een prachtig uitzicht over het plantsoen, groot grasveld, de Vecht en daarachter de wijk Overvecht in aanbouw. De flat bestond uit drie blokken van elk 8 appartementen, twee per portiek. Het waren flats van verschillende grootte, vader, moeder en ik hadden samen een driekamerappartement.

Ik had een balkon aan de voorzijde, de slaapkamer van mijn ouders grensde aan de achterzijde, met uitzicht over de speelplaats met zandbak, duikelrek en betonnen stapstenen. Op dit balkon was ruimte voor een kolenbergplaats. De keuken was smal maar practisch en verder hadden we een badkamer met een lavet. Dat is een soort bad op stahoogte, waar je ook de was in kon doen of je kleine kinderen in bad. Best practisch.

Als opbergplaats was er op de begane grond de met kippengaas afgeschoten box, een ruimte voor de brommer (de Honda C50 van mijn vader), de fietsen en de aardappelkist. Onder het zadeldak had iedereen een eigen zolderruimte, ook met kippengaas afgeschoten, een heerlijke droomplek. Dat was mijn kamer – als enig kind – ook; iets waar door de meeste kinderen met ongeloof naar werd gekeken. Het was voor iedere vriend en vriendin een veilig toevluchtsoord, en iedereen kreeg er thee met een biscuitje. Met mooi weer zaten we er in de tuin in het opblaaszwembad.’

Tot zover de ingekorte versie van haar herinnerringen. Ingekort, omdat in het verhaal over de Prinses Irenelaan ook dat van de bewoner van laatste huis, vóór de J.M. de Muinck Keizerlaan, aandacht verdient:

De familie De Geus woonde op die hoek en de heer des huizes was zeeman. Bij razzia’s was hij dan ook steevast ‘op zee’ als de Duitsers vroegen waar de heer des huizes was. De heer De Geus bracht de volgende foto en vertelde ook het verhaal erbij:

Dit zijn de zoon en dochter van het echtpaar De Geus in de Hoveniersdwarslaan. Dus… is de foto in de oorlog is gemaakt. En wat dan nog? Nou, kijk eens goed! Dat meisje links zit helemaal onder de zweren. Van ondervoeding! Toch zien de kinderen er keurig uit, hoor ik u denken. Dat klopt, de heer de Geus werkte op de ‘grote vaart’.

Hij kwam ook in de Tweede Wereldoorlog overal ter wereld en kocht in Amerika deze kleertjes voor zijn kinderen.

Dat gaf wel eens problemen. Personeel van de winkel waar de heer de Geus deze kleertjes kocht, vond het in enkele gevallen vreemd dat een man kleertjes kwam kopen voor kinderen van wie hij de maten niet eens goed kende! Wisten zij veel dat de heer de Geus dan soms al negen maanden onderweg was.

Dat zijn kledingkeuze goed was, bewijzen de opmerkingen van de omwonenden: ‘Zo… wat zien jullie kinderen er geweldig goedgekleed uit, hoe doen jullie dat toch?’ Mevrouw De Geus stuurde deze foto via het Rode Kruis naar haar man. De bezetter heeft de zweren niet gezien of althans niet de link gelegd met ondervoeding, anders was de foto zeker niet door de censuur gekomen. De foto is van 1944.

Meer weten over de Prinses Irenelaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prinses Margrietstraat 2

De Prinses Margrietstraat is ooit begonnen onder de naam Heiligerleestraat. De straat was nog onbebouwd. Na de geboorte van de diverse prinsessen, werden scholen en straten in Zuilen vernoemd naar leden van het koninklijk huis. De Heiligerleestraat leende zich uitstekend voor een herbenoeming, en zo besloot het gemeentebestuur van Zuilen tot de naamswijziging.

Een korte beschrijving van de straat doen we in twee delen: deel 1 voor de oneven zijde begint bij de Adriaan van Bergenstraat. De tegel met deel 2 ligt hier bij de Prinses Beatrixlaan. – De Prinses Margrietstraat is bijna even lang als de Marnixlaan! – Vóór de Tweede Wereldoorlog hebben we hier weinig te zoeken, de straat is dan nog onbebouwd. Stenen bebouwing is dan zelfs nog verboden. Dat heeft te maken met het Fort De Klop, net over de Vecht. Tot aan de oorlog dacht men het schootsveld van de forten rond de stad Utrecht nodig te hebben ter verdediging van het land. Dat bleek na de luchtaanvallen vanaf 10 mei 1940 onjuist en daarmee kwam de mogelijkheid tot bebouwen in beeld.

Richting Adriaan van Bergenstraat duurt het nog geruime tijd voordat we ‘Zuilense’ bebouwing zien. De flats voorbij de Huis te Zuylenlaan zijn na de annexatie gebouwd, zij werden gesloopt en vervangen door de herenhuizen die er nu staan. Voorbij de Zuylenveldlaan werden twee scholen gebouwd. Deze werden ontworpen door de gemeente-architect van Zuilen, W.C. van Hoorn. Vanwege de gebruikte gele-verblendsteen, werden ze de ‘gele scholen’ genoemd.

Deze scholen, (openbare) de Prinses Marijkeschool en de (christelijke) Elout van Soeterwoudeschool, werden kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Deviezentekorten bepaalde toen dat wel scholen gebouwd mochten worden, maar gymzalen ‘dat kwam later wel’. Van Hoorn bedacht een nieuw type school: de lokalen in een ruitvorm, om een ruimte heen. Zo ontstond een ‘aula’, een soort ‘sporthal’ terwijl het eigenlijk niet mocht!

Langs de gangen van de bovenste verdieping werden van draadwerk gemaakte versieringen aangebracht die een schoolvak uitbeelden.

Éen van de twee Gele Scholen die plaats moesten maken voor winkelcentrum ‘Rokade’.

In de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw werden aan deze oneven zijde ook woningen gebouwd. Dit waren woningen en een (vergader)zaaltje van de Stevensfundatie. Op Wikipedia lezen we over de Stevensfundatie het volgende:

‘De Stevensfundatie was een hofje in Utrecht. Slechts enkele woningen zijn bewaard gebleven waardoor het niet meer als hofje herkenbaar is.

Gerardus Hendrikus Stevens bepaalde bij testament van 18 juni 1853 dat een deel van zijn nalatenschap zou moeten worden aangewend voor de oprichting van vrijwoningen voor protestantse ambachtslieden.

Na zijn dood kochten de beheerders van de Stevensfundatie een stuk grond van het Heilige Kruisgasthuis aan tussen de Kruissteeg (vanaf 1869 Kruisstraat), de Biltstraat, de Stadsbuitengracht en de Gasthuisstraat, waar zich de Breyerskameren bevinden. In 1860 werden op dit terrein 50 woningen gebouwd op een binnentuin…

De bepaling dat de huizen bedoeld waren voor mannelijke ambachtslieden werd strikt nageleefd: als een man overleed, moesten zijn vrouw en kinderen het hofje verlaten terwijl een man die weduwnaar werd mocht blijven. De regels zijn in de jaren ’30 versoepeld.

Door de komst van de Rijkshogereburgerschool in 1866 en concertgebouw Tivoli in 1871 was de Kruisstraat een drukke straat geworden en de gemeente wilde de straat verbreden. Plannen hiertoe werden in 1935 ingetrokken maar in 1955 alsnog uitgevoerd. Hierdoor moest de Stevensfundatie terrein inleveren…

De fundatie bouwde vervangende woningen in Zuilen…’

Naast de rij ‘vervangende woningen’ bouwde men een zaaltje. Dit zaaltje werd ook verhuurd voor ‘bruiloften en partijen’ en werd later verbouwd en uitgebreid. Sinds 2004 is het een hotel met 10 kamers in de organisatie van Holland Lodge Hotels.

Meer weten over de Prinses Margrietstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Prinses Margrietstraat 1

De Prinses Margrietstraat is ooit begonnen onder de naam Heiligerleestraat. De straat was nog onbebouwd. Na de geboorte van de diverse prinsessen, werden scholen en straten in Zuilen vernoemd naar leden van het koninklijk huis. De Heiligerleestraat leende zich uitstekend voor een herbenoeming, en zo besloot het gemeentebestuur van Zuilen tot de naamswijziging.

Een korte beschrijving van de straat doen we in twee delen: deel 1 begint hier bij de Adriaan van Bergenstraat. De tegel met deel 2 voor de even zijde ligt bij de Prinses Beatrixlaan. – De Prinses Margrietstraat is bijna even lang als de Marnixlaan! – Vóór de Tweede Wereldoorlog hebben we hier weinig te zoeken, de straat is dan nog onbebouwd. Het bebouwen is dan zelfs nog verboden. Dat heeft te maken met het Fort De Klop, net over de Vecht. Tot aan de oorlog dacht men het schootsveld van de forten rond de stad Utrecht nodig te hebben ter verdediging van het land. Dat bleek na de luchtaanvallen vanaf 10 mei 1940 onjuist en daarmee kwam de mogelijkheid tot bebouwen in beeld.

De Openbare Lagere School 5 was de eerste school aan de Prinses Margrietstraat, een ontwerp van de Utrechtse architect P. Knoop.

Wat betreft de bebouwing van het ‘schootsveld’ werd het spits afgebeten door de 120 woningen aan de oneven zijde van de Burgemeester van Tuyllkade. Dit ontwerp was zo’n succes, dat er van dit type ook 44 woningen aan de Prinses Margrietstraat werden neergezet.

Zo door de Prinses Margietstraat lopend lijkt het wel of we in het studiecentrum van Zuilen zijn beland. Wat begon met de Openbare Lagere School 5 (Prinses Margrietschool, weet u nog?), kreeg aan de overkant een vervolg met de nummer 6, de latere Prinses Marijkeschool (Hierover leest u meer met de qr-tegel over de even zijde die aan het einde van de Prinses Margrietstraat ligt.) Er werd nóg een school in deze straat gebouwd, een school voor de Rooms-katholieke jeugd, de Titus Brandsmaschool.

Bijna gelijk met de Prinses Marijkeschool is ook deze school afgebroken. Op de plaats van de Titus Brandsmaschool verrees een nieuwe school, de Cirkel genaamd.

Aan de Prinses Margrietstraat, tegenover het Niftarlakeplantsoen staat de Opstandingskerk. Deze kerk werd eind jaren vijftig van de vorige eeuw geheel door vrijwilligers gebouwd! Over het huidige gebruik ervan lezen we op Reliwiki: ‘Moderne zaalkerk zonder toren. Als kerkgebouw van het Apostolisch Genootschap buiten gebruik gesteld 2010, toen deze gemeente samenging met, en in, het andere kerkgebouw van het AG in het zuiden van Utrecht. In 2010 verkocht aan de Gereformeerd Kerk Vrijgemaakt “Utrecht-Noord/West”. Op 4 juli 2010 eerste dienst van de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt). Het kerkgebouw draagt sindsdien de naam “Opstandingskerk”, zoals het door de gemeente verlaten kerkgebouw aan de Royaards van den Hamkade.’

Voorbij de kruising met de Zwanenvechtlaan is er in de Zuilense periode geen bebouwing aan de Prinses Margrietstraat. Dat wil zeggen… er is een stuk bebouwing langs de Fortlaan (Het deel dat tegenwoordig als Huis te Zuylenlaan bekend staat). Daar stond onder andere een boerderij van Van Rooijen.

Dit laatste deel van de Prinses Margrietstraat is na de annexatie, én door de aanleg van de Prins Bernhardlaan én door enkele naamsveranderingen van straten (o.a. de Fortlaan die Huis te Zuylenlaan werd), lastig in beeld te brengen:

Door de aanleg van de Prins Bernhardlaan werd de Daalseweg ter hoogte van de kruising Prins Bernhardlaan en de Burgemeester Norbruislaan enigszins gekanaliseerd. Een deel van de oude Daalseweg werd daarna in de volksmond ‘Het Binnenweggetje’ genoemd. Dit Binnenweggetje begon ongeveer ter hoogte de A.H.G. Fokkerstraat.

Ook nu nog is een deel van deze oude loop van de Daalseweg te zien: het is de oprit geworden van de twee woningen die bijna aan het eind van de even zijde van de Prinses Margrietstraat staan. Wie goed kijkt, zal opvallen dat deze woningen met hun achterkant aan de Prinses Margrietstraat staan. Ze stonden oorspronkelijk aan de Daalseweg. Omdat de bebouwing van de Prinses Beatrixlaan ook werd doorgevoerd tot aan de – nieuwe –Prins Bernhardlaan, ontstond deze vreemde situatie: twee huizen met hun voorkant naar de achterkant van de – later gebouwde – huizen aan de Prins Bernhardlaan.

Bouwfase van de woningen in de Prinses Margrietstraat, augustus 1950

Meer weten over de Prinses Margrietstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl