De politie is je beste vriend, ook in de St.-Winfridusstraat.

Enorme wateroverlast in de woning in de St.-Winfridusstraat, maar dan is daar de politie! En dan is deze redder in nood echt wel ‘je beste vriend’. We lezen erover in het Utrechts Nieuwsblad van 19 augustus 1964:

Acht politiemannen helpen ernstig gedupeerd gezin

Overstroming in de St.-Winfridusstraat

Baby lag in doornat bedje

Acht agenten van de Utrechtse politie hebben vanmorgen om vijf uur de ernstig gedupeerde familie Westland uit de Sint-Winfridusstraat 52 in de Utrechtse wijk Zuilen de helpende handen toegestoken. Met man en macht hebben zij honderden liters smerig bruin water uit het volkomen lekke huis gehoosd. Een hoofdagent, die zich de bijzonder nare situatie erg aantrok, klom in de stromende regen het dak op om naar de oorzaak van de lekkage te zoeken. Volgens zijn zeggen zou het dak volkomen vergaan zijn. Om verdere wateroverlast te voorkomen heeft hij de goot van de muur afgerukt, waardoor het water vrij van het dak naar beneden kon stromen.

Je moet toch maar eens naar Nonny gaan kijken, zei vannacht rond vier uur de heer Westland tegen zijn vrouw. Zij was al eerder bij haar acht maanden oude baby geweest, maar ze had nog niets van lekkage gemerkt. Daarna was ze vast ingeslapen.

Toen ze op het babykamertje kwam, spoelde het water haar tegemoet. Met bakken kletterde de regen door het plafond en langs de muren de kamer in. Nonneke huilde niet, maar was doorweekt en steenkoud.

Hevig geschrokken belde mevrouw Westland brandweer, politie en een arts. Inmiddels was de heer Westland begonnen met het ontruimen van de woonkamer, die nog maar kort geleden ter gelegenheid van het koperen huwelijksfeest nieuw was ingericht. Het water, dat boven een uitweg zocht, liep in stralen naar beneden. Het water was vies en bruin geworden door zijn gang langs plafond, vloer en muren. Snel aangedragen emmers en teilen werden onder de voornaamste waterstralen gezet.

De politie was spoedig ter plaatse. Tijd om te praten en een onderzoek in te stellen gunde men zich nauwelijks. Met acht man baanden zij zich een weg door het overstroomde huis, waaruit de baby en de twee andere meisjes van zes en acht jaar naar gealarmeerde, behulpzame buren waren overgebracht.

Ondertussen had de heer Westland getracht telefonisch contact te krijgen met de op het Kanaleneiland wonende eigenaar van het huis. Hij kreeg echter geen gehoor, zodat hem niets anders overbleef dan persoonlijk de eigenaar te gaan halen.

Ravage

Toen deze de ravage in huize Westland gezien had, zei hij — zo vertelde de heer Westland — dat de afvoerpijp verstopt was. De hoofdagent was tot een andere conclusie gekomen. De eigenaar was niet bereid de schade — die geschat wordt op ruim duizend gulden — te vergoeden.

Bouw – en woningtoezicht heeft inmiddels de zaak in onderzoek. Wanneer zal blijken dat de eigenaar tekort is geschoten in zijn plichten als verhuurder van het huis, verzoekt bouw- en woningtoezicht hem de nodige verbeteringen aan te brengen. Mocht de eigenaar weigeren, dan richten B. en W. een verzoek tot hem en mocht de huiseigenaar dan nog niet van plan zijn iets aan het huis te doen, dan zal bouw- en woningtoezicht de verbeteringen op kosten van de eigenaar aanbrengen. Dit althans is de te volgen procedure, die meestal veel tijd vergt.

Alles nat

Mevrouw Westland, die nog helemaal overstuur was, weet niet goed raad met de natte boel. Stoelen, bedden, kinderkleding, matrassen, alles is door- en doornat. Behulpzame kennissen hebben wat meegenomen om het bij in de haast aangestoken kachels te drogen. De toestand van de baby valt misschien mee. Volgens de arts zou het meisje een lichte longontsteking kunnen hebben opgelopen,

Voor eventueel commentaar zijnerzijds was de huiseigenaar niet te bereiken. Zoals vermeld, zou hij vanmorgen al gezegd hebben dat er alleen sprake was van een verstopte afvoerpijp.

Winfridusstraat

De heer Westland uit de Sint Winfridusstraat 52 in de wijk Zuilen temidden van teilen en emmers. Van de met zorg en toewijding behangen en modern ingerichte woonkamer is na de grote regenval en lekkage niet veel fraais overgebleven.

Winfridusstraat

Een hoofdagent van de Utrechtse politie rukte de goot van de muur om het water vrij naar beneden te laten lopen. Dat gebeurde woensdagochtend in alle vroegte in de Sint-Winfridusstraat 52 in Utrecht.

Over het ongeluk tijdens de bouw in de Lelimanstraat.

Het werken aan de bouw in de Lelimanstraat was nit zonder gevaar. Dat blijkt ook uit dit bericht dat in het Utrechts Nieuwsblad van 18 augustus 1959 stond.

Arbeidsongeval in Zuilen

(Van een onzer verslaggevers)

Een ernstig arbeidsongeval deed zich maandagmiddag om drie uur voor bij een bouwwerk aan de Lelimanstraat in de wijk Zuilen Utrecht. Hiervan werd de 35-jarige timmerman en oud-wielrenner G. Pouw uit de Lepelaarstraat 31 het slachtoffer. Met inwendige kneuzingen werd hij naar bet St.-Antoniusziekenhuis overgebracht.

Op het bouwwerk was men bezig met het omhoog brengen van houten deuren. Dit deed men door de deuren op te hijsen. Op het balkon van de derde verdieping stond de 18-jarige Utrechter J.G. H., die een deur over de balkonrand wilde optrekken. Hierbij leunde H. tegen de betonnen voorwand van het balkon, die tot zijn grote schrik plotseling in beweging kwam en omlaag stortte. H. kon zich ternauwernood staande houden. Het gevaarte van vijfhonderd kilo kwam terecht op de heer Pouw, die juist bij het aandragen van deuren onder de balkons liep. De man werd tegen de grond geslagen. Nadat eerste hulp was verleend, werd hij naar het ziekenhuis vervoerd. Een gelukkige omstandigheid was dat het beton op de deur, die de man droeg, viel. Daardoor schampte de voorwand wat af en kreeg de heer Pouw niet de volle laag.

De arbeidsinspectie stelt inmiddels een onderzoek in. Naar verluidt, zou de betonnen voorwand van het balkon nog niet met bouten in de muur hebben gezeten. Wel waren sommige betonnen voorwanden met touw vastgebonden aan de bouw. Het kan zijn dat het touw van het balkon op de derde verdieping doorgesleten was of zelfs nog ontbrak. Hiernaar wordt een onderzoek ingesteld.

Lelimanstraat

Hier ziet u van welke hoogte (pijl boven) de betonnen voorwand van een balkon aan nieuwbouw in de Lelimanstraat in de Utrechtse wijk Zuilen neerviel op de heer Pouw uit de Lepelaarstraat. De deur, die de heer P. droeg (pijl beneden) ving een deel van de klap, die het vijfhonderd kilo wegende gevaarte gaf, op. De in stukken geslagen voorwand ligt bij de voeten van de arbeiders, die naar de plaats van het ongeval wijzen.

Over de melkboer die niet de trap op wil/kan in Zuilen.

Een verdwenen fenomeen (en niet alleen in Zuilen) is de melkboer. Kwam bij de klanten aan huis en leverde de melk en andere melkproducten dagelijks vers(?!) aan. Met de komst van ‘hoogbouw’ in Zuilen komt er een kink in de kabel. Het Utrechts Nieuwsblad  schreef hierover op 17 augustus 1959:

KLEINE MELKOORLOG IN WIJK ZUILEN

Slijters weigeren voortaan flat-trappen te beklimmen

Deel huisvrouwen „neemt dat niet”

Compromis-voorstel niet aanvaard

(Van een onzer verslaggevers)

HET heeft lang geduurd, maar nu is het dan toch echt helemaal mis met de melkbezorging in de Talmastraat en omgeving in Zuilen. De slijters Groenendaal, Smits en Abrams hebben „de koppen bij elkaar gestoken” en besloten niet meer de naar hun idee eindeloze hoeveelheden trappen van de flats op te klimmen. Zij zeggen de naam „slijter” niet langer méér eer te willen aandoen; al dat geklim, zo menen ze, brengt de leverancier tenminste vijf jaar eerder in zijn graf en bovendien vat hij kou wanneer alle deuren tegen elkaar staan te tochten en hij er, constant transpirerend, door moet.

Dezer dagen is het begonnen, na de vakantie. Plotseling vonden alle flatbewoners een briefje in de bus met de mededeling dat zij ook na de vakantie verondersteld werden hun zuivelwaren beneden aan de wagen te komen halen. Een groot aantal dames heeft hiertegen uiteraard veel bezwaren, omdat niemand trappen klimt voor zijn plezier. Maar derhalve begrijpen zij ook wel dat hun slijter er wat men noemt tabak van heeft.

In de Talmastraat dreigt het echter goed mis te gaan. De conferentie van de drie melkboeren was nog maar net koud, de drukinkt van de huis-aan-huis-mededelingen was nog nat, toen mevrouw Perquin van nummer 93 in conferentie ging met haar mede-flatbewoonsters. Het woord „actie-comité” is uiteraard te weids, maar de dames hebben al vele uren besteed aan onderhandelingen met hun melkboer. Zaterdag is wat dat betreft een lange dag geweest.

Vanmorgen stonden de overleggingen in het teken van intern beraad. Zo vonden wij vier dames in het trappenhuis van de flat waar mevr. Perquin woont. Hoe het zo kwam zal wel altijd onduidelijk blijken, maar tijdens onze informaties groeide dit aantal tot elf, twaalf. Tijdens onze aanwezigheid werd het pas afgekomen compromis-voorstel van melkboer Abrams besproken.

Het slijtende driemanschap redeneert er heel nuchter over: Wij zijn zo ongeveer de enigen in Utrecht die tot nog toe alle trappen beklommen. In de meeste andere wijken gebeurt dit allang niet meer. Waarom wij dan wel? Je sjouwt je kapot en transpireert je ziek als je zeven uur achtereen trap op trap af moet met in iedere hand 25 kilo gezuivelde zaken.

De andere kant

Wat zeggen de dames rondom mevrouw Perquin? Waarom moeten wij daarvan de dupe worden? Stel je voor dat mijn man ’s morgens naar zijn baas gaat en zegt: hier ben ik maar ik doe niets, want daar slijt ik van.

Als we nu toegeven vinden we morgen ook een briefje van de bakker in de bus en overmorgen iets dergelijks van de groenteman. De regelingscommissie neemt geen standpunt in, zeggen de dames. Die geven ons gelijk én ze geven de melkboer gelijk  Laat die saneringscommissie dan consequent zijn en alles vrij geven, zodat wij zélf een melkboer kunnen uitzoeken.

Wel, met die opmerking wordt de klok dan ineens een flink aantal jaren teruggezet. Naar de tijd toen alle melkboeren zich nog veel ongelukkiger sjouwden, liepen en reden, omdat zij hun klanten in de halve stad hadden.

Melkboer Groenendaal, die een andere wijk heeft, is niet zo radicaal als het lijkt. De dames komen wel naar beneden om hun melk te halen, maar eerst is hun slijter naar boven gekomen om de flatbewoonsters van zijn aanwezigheid in kennis te stellen. Abrams ziet ook wel dat het een kwestie is van geven en nemen en dus heeft hij net vandaag bekend gemaakt: ik wil drie dagen per week naar boven komen wanneer de dames als tegenprestatie drie dagen naar beneden willen gaan. Dit voorstel werd dus net besproken toen wij aanwezig waren. Het voorstel werd van de hand gewezen, omdat de dames rondom mevrouw Perquin niet willen schipperen in deze melkoorlog.

Volledigheidshalve zij vermeld dat niet alle bewoonsters van deze flat zich achter de radicale actie hebben gesteld en dus niet weigeren naar beneden te komen. Zij voelen er niet voor hun melkboer te boycotten door de zuivel in de winkel te halen die verderop staat. Boycotten is het woord dat de melkboer zelf gebruikt voor de actie. Abrams voelt trouwens weinig voor inmenging van de pers. Ik ben mans genoeg om m’n eigen kousen op te rollen, aldus drukte hij zich uit.

Nogmaals zij gezegd, dat lang niet alle klanten van het driemanschap hun bezwaren in boycotacties naar voren brengen, maar in deze ene flat woedt de strijd het ergste. De slijters hopen, dat dit initiatief vooralsnog te beschouwen als een klein binnenbrandje, niet overwaait naar andere, reeds gepacificeerde delen van de stad Utrecht, en zo de hele stad weer in vuur en vlam zet.

Dit zegt de regelings – commissie

De heer A.P.H. van Schalk, voorzitter van de commissie die is belast met de sanering van de melkslijterij, deelt ons mee, dat voor de flatbezorging geen regeling is getroffen. Alle slijters organiseren dit in overleg met hun klanten. Het is zelfs zo, dat de organisaties de verantwoordelijkheid van een uniforme regeling, die de slijters verplicht alle trappen op te gaan, niet willen dragen, gezien de grote moeilijkheden die het bezorgen in flats kan meebrengen voor de gezondheid van de bezorger.

Er zijn nog geen conclusies over gemaakt, maar ook wij, aldus de heer Van Schalk, durven die verantwoordelijkheid niet aan. Er zijn inderdaad vele gevallen van mensen die op hun vijftigste jaar reeds „versleten” waren door het zware werk in flatgebouwen.

De ervaring is, dat flatbewoners over het algemeen begrip hebben voor de moeilijke situatie en de slijters wel tegemoet willen komen. Bij moeilijkheden treedt de regelings-commissie vaak bemiddelend op.

De kwestie bediening hoogbouw heeft overigens niets te maken met de wellevendheid van de zijde van de slijters om ouden van dagen, invaliden en vrouwen in verwachting te allen tijde hun diensten aan te bieden, ook als dat het bestijgen van trappen betreft.

melkboer

Aan het eind van de Min. Talmastraat werd de Pedagogenbuurt gebouwd, met de hoge flats, zonder lift…

 

Over het H. Familiealtaar in de St.-Ludgeruskerk.

Aan de Amsterdamsestraatweg in Zuilen, op de hoek bij de St.-Ludgerusstraat werd een grote kerk gebouwd, voor de Rooms-katholieke gelovigen van Zuilen. Zo’n grote kerk is niet ineens helemaal gereed. In de loop der jaren na de officiele ingebruikname worden aanpassingen en verfraaiingen aangebracht. Zo werd drie jaar na de kerkwijding het H. Familiealtaar in gebruik genomen. Het dagblad voor Rooms-katholieke inwoners van Utrecht en omgeving, Het Centrum, schreef hierover op 16 augustus 1927:

DE ALTAARWIJDING IN DE LUDGERUSKERK.

Zondagavond werd te half 7 uur in de St. Ludgeruskerk een plechtig Lof gecelebreerd door Pastoor G. Schilte met assistentie van de beide kapelaans der parochie ter inwijding van het H. Familiealtaar.

Pater Heribertus Mulder, O.F.M. hield de feestpredikatie naar aanleiding van den tekst: ‘‘Het geheele volk offerde aan den Heer’’. De gewijde redenaar herinnerde er aan, dat de gezamenlijke geloovigen het altaar bezitten en voor de gezamenlijke geloovigen het H. Sacrificie der Mis wordt opgedragen: het altaar is van en voor de geloovigen. Het nieuwe H. Familiealtaar moet een aansporing zijn de Kath. families te vormen naar het voorbeeld van de H. Familie te Nazareth. Na de feestpredicatie verrichtte Pastoor Schilte de wijdingsplechtigheden.

Het nieuwe H. Familie-altaar.

Op de zware massieve tombe van bruin en groen geaderd marmer met een in brons gedreven medaillon met de letters J.M.J., verheft zich een retabel in witte savonière, waarop als hoofdfiguur voorkomt de H. Familie.

De beeldhouwer is er in geslaagd een sprekende groep van het heilig Drietal in echt Oostersche typen te geven.

Het Jezuskind van 4 a 5 jarigen loopt stralend van blijde kinderlijkheid onder de beschermende hand van St. Joseph en gesteund door Maria, die met moederlijke liefde maar tevens met eerbied opblikt naar haar goddelijk Kind.

Familiealtaar

Een foto zegt soms meer dan duizend woorden. (En dit zijn er slechts 281.)

Heer Van Leusden 40 jaar bij Werkspoor in dienst.

Werkspoor kende vele jubilarissen. De heer van Leusden is er een in een rij van vele. Maar toch: 40 jaar bij dezelfde werkgever, het is niet meer van alledag. Ook al niet in 1961, want toen vond de redactie van het Utrechts Nieuwsblad  het een reden op er op 15 augustus 1961 het volgende over te schrijven:

Brons voor de heer E. H. van Leusden

DE HEER E.H. VAN LEUSDEN, Van Eimerenstraat 13 in Utrecht, is wegens 40-jarige dienst als draaisnijder bij de N.V. Werkspoor in Utrecht, de eremedaille, verbonden aan de orde van Oranje-Nassau, in brons, toegekend.

Leusden

Portret van de heer E.H. van Leusden.

Over een droevig ongeluk op Amsterdamsestraatweg.

Alweer een ongeluk. Deze keer zelfs met dodelijke afloop. Het heeft jaren geduurd voordat de Amsterdamsestraatweg een beter wegdek kreeg. Maar voordat het zover was zijn er verschillende dodelijke ongelukken gebeurd. Op 14 augustus plaatste de redactie van het Utrechts Nieuwsblad dit artikel:

Twee doden en één zwaargewonde

Droevig ongeluk op Amsterdamsestraatweg

Omstreeks elf uur gisteravond heeft op de Amsterdamsestraatweg, tussen de Marnixlaan en Geraniumstraat, een vreselijk verkeersongeval plaats gehad, dat aan twee mensen het leven heeft gekost. Een van hen overleed onmiddellijk, de tweede kort na aankomst in het ziekenhuis, terwijl een derde in zeer ernstige toestand naar het ziekenhuis werd overgebracht.

Op de Amsterdamsestraatweg, ter hoogte van de zaak van Simon de Wit, wandelde het echtpaar Harreman-Lovestein, wonende Seringstraat 43, in gezelschap van een blinde dame, mevr. Jansen-Willemsen. Dit drietal stak de rijweg over om zich naar hun woningen te begeven. Toen zij zich ongeveer midden op de rijweg bevonden, naderde een autobus van de N.B.M., bestuurd door de heer Th.H., die zich in de richting Utrecht begaf. Deze bus werd door het drietal waarschijnlijk te laat opgemerkt; zij schrokken hevig, begonnen te twijfelen of zij zouden doorlopen of terug gaan, wat als gevolg had, dat de bestuurder een aanrijding niet kon voorkomen. Het drietal werd hard tegen de rijweg gesmakt en zeer ernstig gewond.

Dr. Vinkenborg – die evenals de politie spoedig ter plaatse was – en de eerste hulp verleende, kon helaas slechts constateren, dat mevr. J.W. Harreman-Lovestein, wonende Seringstraat 43, vrijwel direct was overleden.

Haar echtgenoot, de heer J.W. Harreman, werd zeer ernstig gewond en moest naar het Stads- en Academisch Ziekenhuis worden overgebracht worden, waar hij kort na aankomst overleed.

Mevr. H. Jansen-Willemsen, de blinde dame, wonende St.-Josephlaan 43, liep zware verwondingen op en werd eveneens met spoed naar het ziekenhuis vervoerd.

Het echtpaar was respectievelijk 71 en 72 jaar oud.

De autobus werd naar het politiebureau aan de Daalseweg overgebracht ter nader onderzoek.

Het medeleven van de bewoners van de Geranium- en Seringstraat is zeer groot.

dodelijk

De plaats van het ongeluk, de Amsterdamsestraatweg. De plek zelf is door de bomen net niet te zien.

Over de fröbelschool, van de Salvatorschool in Zuilen.

Uiteindelijk werd in de oude hofstede de bij de Salvatorschool behorende fröbelschool ondergebracht. Over de start van deze Salvatorschool schreef het Utrechts Nieuwsblad op 13 augustus 1938:

Restauratie

Chartroise”

——–

Oude hofstede wordt ingericht tot fröbelschool en vergaderruimte

B. en W. stellen den Raad voor hun College een crediet te verleenen van f 19.500.- ter verbouwing en inrichting van de hofstede „Chartroise” tot fröbelschool en vergaderruimte en het gebouw tegen een prijs van f 1241.- te verhuren aan het R.K. Kerkbestuur van de St. Salvator-parochie te Zuilen.

Ter toelichting deelen B. en W. mede, dat zij reeds in 1931 een voorstel deden tot restauratie van de hofstede Chartroise en inrichting van dat gebouw tot theeschenkerij, evenwel met dien verstande, dat tot de uitvoering daarvan niet zou worden overgegaan, alvorens uit een te houden inschrijving voor het pachten van de exploitatie als theehuis zou zijn gebleken, dat de kosten van het herstel en de verbouwing voldoende zouden kunnen worden gedekt.

Deze inschrijving heeft geen bevredigenden uitslag gehad. In verband daarmede heeft de verbouwing tot theeschenkerij geen doorgang gevonden.

Intusschen zijn B. en W. bedacht gebleven op een oplossing ten aanzien van de in slechten toestand verkeerende hofstede, waarbij zij mede aandacht hebben geschonken aan de mogelijkheid om de restauratie daarvan aan te grijpen als een object voor werkverschaffing. Ook in dit geval moet de uitvoering echter afhankelijk worden gesteld van een ongeveer dekkende exploitatie van het herstelde gebouw.

Een oplossing in dezen zin doet zich thans voor, doordien het Kerkbestuur van de St.-Salvator-parochie de hofstede op langen termijn in huur wenscht te ontvangen voor het onderbrengen van fröbellokalen en voor vergaderruimten. Dit Kerkbestuur heeft thans in het schoolgebouw aan de Koppestokstraat 4 lokalen voor zijn lagere school en 3 lokalen voor de fröbelschool. De lagere school moet binnenkort door toeneming van het aantal leerlingen over meer lokalen beschikken, zoodat de fröbelschool naar elders dient te worden overgeplaatst. Voor deze overplaatsing is het oog gevallen op de te restaureeren en te verbouwen hofstede Chartroise. In de hofstede zouden dan 3 lokalen voor de fröbelschool worden ingericht. De verdere ruimte in het gebouw kan worden bestemd tot vergadergelegenheid en als zoodanig worden verhuurd.

Daar wij een restauratie van de hofstede, wanneer daarmede geen belangrijke financieele lasten op de Gemeente komen te drukken, uit een oogpunt van monumentenzorg en mede voor het stadsbeeld ter plaatse van belang achten, hebben wij een plan voor de verbouwing tot fröbelschool en vergadergelegenheid doen uitwerken. In dit plan is het karakter van het gebouw zoo min mogelijk gewijzigd.

De inrichting Salvatorschool

De fröbelschool wordt grootendeels ondergebracht in het uit lateren tijd dagteekenende achtergebouw. Aldaar zijn, behalve 3 fröbellokalen, de garderobes, toiletten, een kamer voor het hoofd en een keuken ontworpen. Een vierde lokaal, dat aanvankelijk was bestemd voor speellokaal, doch nader zal worden gevoegd bij de vergaderruimten, komt in het voorgebouw. In dit voorgebouw worden voorts op den beganen grond en op de eerste verdieping 5 vertrekken als vergaderlokalen ingericht. In het zuidelijk vergaderlokaal op den beganen grond zullen vouwdeuren worden aangebracht, zoodat dit in 2 kleinere vertrekken kan worden verdeeld. Voorts zal op den zolder door het aanbrengen van ramen in den zuidgevel en het afwerken van muren en kap nog een vergaderlokaal kunnen worden ingericht. De toiletten voor de vergadergelegenheid komen op den beganen grond.

De fröbellokalen zijn aan de zuidzijde ontworpen en worden voorzien van groote glaswanden, die uitzicht geven op het sportterrein bij de Thorbeckelaan. De gevels van het gebouw worden overigens zooveel mogelijk in baksteen uitgevoerd.

Voor de inrichting tot fröbelschool en vergadergelegenheid moet het geheele gebouw grondig worden hersteld. De balklagen, vloeren, trappen, dakbedekkingen, schoorsteenen enz. moeten alle worden vernieuwd; de fundeeringen dienen versterkt en gedeelten vergaan muurwerk moeten vervangen worden.

Langs de sloot aan de zuidzijde van het gebouw zal een nieuwe oevervoorziening worden gemaakt en voor de veiligheid van de kinderen een haag worden geplant. De ruimte tusschen de lokalen en de sloot zal met tegels worden belegd. Ter verkrijging van voldoende speelterrein zullen de grasvelden om de hofstede met lage hagen afgescheiden worden. Een gedeelte zal als zandspeelplaats worden ingericht.

Wat de uitvoering betreft, heeft het overleg met den Minister van Sociale Zaken er toe geleid, dat daarbij een gelijk aantal jeugdige en volwassen werkloozen wordt tewerkgesteld. De kosten van het werk zijn bij een zoodanige wijze van uitvoering te ramen op f 19.500.

Na aftrek van de bijdrage van het Rijk (Werkloosheidssubsidiefonds) zijn de ten laste van de Gemeente blijvende kosten te stellen op pl.m. f 13.034.

De jaarlijksche lasten bedragen samen f 1290.66.

Hiertegenover zal staan de opbrengst van de verhuring van de fröbellokalen en de vergaderruimten.

Salvatorschool

Mooie foto van de kleuters van de Salvatorschool.

Een ongeluk bij de zweefmolen in de St.-Josephlaan.

Een zweefmolen hoort bij een kermis. Ook bij de kermis op de St.-Josephlaan stond er natuurlijk een. – totdat de St.-Jospehlaan deel ging uitmaken van de rondweg om de binnenstad van Utrecht was deze laan nog doodlopend en werd er jaarlijks een kermis gehouden. – Er wordt met heimwee door veel Zuilenezen aan teruggedacht. Die herinnering zal bij de jongeman uit het volgende knipsel iets minder zijn denk ik zo. Het stond in het Utrechts Nieuwsblad van 12 augustus 1952

Uit een zweefmolen geslingerd

Met verwondingen naar het ziekenhuis

Op het kermisterrein aan de St.-Josephlaan te Zuilen is de 18-jarige G. K. uit Zuilen uit de zweefmolen geslingerd. Waarschijnlijk heeft hij geen gebruik gemaakt van de beveiligende ketting, die zich bij elke zitplaats bevindt. Hij brak een beentje van de linkerhand, kreeg verwondingen aan de elleboog en het oog en een bloeduitstorting. Na de eerste hulp werd de jongeman naar het Stads- en Academisch Ziekenhuis overgebracht. Een onderzoek heeft uitgewezen, dat de constructie in orde was.

zweefmolen

Mooie foto van de zweefmolen in de St.-Josephlaan, waar de jaarlijkse kermis van Zuilen kon worden gehouden, totdat de laan onderdeel werd van de rondweg om de binnenstad van Utrecht.

 

Over de kruidenierswinkel van Van Dam in de J. van Lodensteinstraat.

In 1962 werd de heer Langendijk, die een kruidenierswinkel runde in de Jodocus van Lodensteinstraat opgevolgd door de heer Van Dam. Over de winkel werd een boekje uitgegeven onder de titel ‘Wat hebben we gedraaid vandaag?’. Daarin wordt de langjarige geschiedenis van de winkel beschreven. Ook dochter Corrie schreef hierin haar herinneringen aan de winkel. Een klein stukje daarvan:

‘Ik was zes toen mijn ouders vertelden dat we naar Utrecht gingen verhuizen. De opwinding die ik voelde!

En later: losse liters melk tappen uit de melkbus van mijn vader. Brrr… Ik voel nog de ijzige kou. Gezellig wandelen na school met mijn kleine broertje omdat mijn moeder daar geen tijd voor gehad. Zo leerde ik de wijk al snel goed kennen. Op de lagere school tussen de middag aardappels schillen en groenten schoonmaken voor mijn moeder. Ik zie mezelf nog staan in ons kleine keukentje met het mooie granieten aanrecht. En dan die keer dat ik alle doppen van de melkflessen had doorgeprikt. Wat was hij boos, mijn vader.

Als de winkelbel ging ‘blijf maar’ roepen, zodat ma niet voor niets naar voren kwam rennen. Aardig en sociaal tegen de klanten doen. Geen aanstoot geven. Ik zie mezelf weer met tegenzin de winkel inlopen omdat ik voor een keer eens niet aardig wilde zijn…’

Wat ontbreeekt in het verhaal is de brand waaraan de redactie van het Utrechts Nieuwsblad op 11 augustus 1965 aandacht schonk:

Koelinstallatie uitgebrand

UTRECHT — Wat alleen in vakantietijd kan gebeuren, is dinsdagavond de melkhandelaar Van Dam, Jodocus van Lodensteinstraat 1, overkomen.

Tijdens zijn verblijf elders in het land is de motor van de koelinstallatie in zijn winkel warm gelopen. Dit is uitgelopen op een klein brandje, dat de koelinstallatie geheel vernield heeft.

De politie werd ingeschakeld toen zware rookwolken uit de winkel kwamen. Agenten hebben zich aan de achterzijde toegang tot het pand verschaft. Ze hebben de stroom uitgeschakeld, waarna leden van de vrijwillige brandweer Zuilen de koelinstallatie hebben gedemonteerd.

De heer en mevrouw Van Dam met hun zoon Fokke die de zaak nog heeft voortgezet.

 

Over redder Jansen uit de Hermannus Elconiusstraat.

Een redder. Het overkomt je maar zelden, maar de heer J.W. Jansen uit de Hermannus Elconiusstraat dook erachter aan en redde hel leven van twee kleuters in het Julianapark. het Utrechts Nieuwsblad van 10 augustus 1961 deed verslag:

KOENE REDDER VAN TWEE KLEUTERS

Dit is de heer J.W. Jansen uit de Hermannus Elconiusstraat 70 te Utrecht, die twee kleuters uit de vijver in het Julianapark redde: Johan Cridor, Geraniumstraat 28 en Keesje Smit, Geraniumstraat 23, ieder drie jaar. De 24-jarige heer Jansen is besteller bij de PTT. Hij aarzelde niet in de vijver te springen toen hij beide kinderen erin zag drijven.

redder