Over de Zuilense gymnastiekvereniging ‘Sport Vereent’.

Daar vind je ook niet veel meer van terug: sportdemonstraties in het Julianapark. (Nou ja, het ‘Tap-festival, maar bierdrinken is geen echte sport toch?) De grote Zuilense gymnastiekvereniging ‘Sport Vereent’ deed daar nog wel eens een boekje open over het ‘kunnen’ van haar leden. In het Utrechts Nieuwsblad van 14 juni 1954 schreef men erover:

Sportdemonstraties in Utrecht

Zaterdag zijn de demonstraties van diverse veldsporten begonnen, die onder leiding van het Sportcontact in het kader van de Stadsontspanning in de komende maanden zullen worden geboden.

In het Julianapark bestond een flinke belangstelling voor de Softbalwedstrijd en de Volleybalwedstrijd. Het Softbal geniet onder de sportliefhebbers nog geen grote belangstelling, een gevolg van het feit, dat deze soort van sport nog maar weinig wordt beoefend. Men kan het spel vergelijken met honkbal. De afmetingen tussen de honks zijn echter kleiner en de bal is zwaarder. Daardoor wint het geheel in snelheid.

De strijd ging tussen de Softbalclub “Bussum” en een combinatie van Utr. Softbalverenigingen S.O.S., Midland en Isthmia. De Bussumse gasten wonnen met 8-4.

In het Julianapark had ook een Volleybalwedstrijd plaats tussen de herenploegen van Athlon en Phyllon. De uitslagen waren hier: eerste deel 15-6 voor Phyllon; tweede deel 15-10 voor Athlon derde deel 16-14 voor Phyllon.

Op het terrein van Kampong op Maarschalkerweerd had een cricket-wedstrijd plaats tussen een Utr. Cricketelftal en een ploeg van Still Going Strong. Dit laatste team bestaat uit spelers uit het gehele land en men zou het kunnen vergelijken met het Zwaluwen-team, zoals men dit in de voetbalwereld kent. Mede door het minder gunstige weer was hier vrijwel geen publiek.gymnastiekvereniging

Gymnastiekvereniging ‘Sport Vereent’ schuwde de demonstraties in  het Julianapark niet. Met levensgevaarlijke acties, dat wel…

De Huishoudschool aan de Pionstraat in Zuilen.

Over de Huishoudschool in Zuilen, een schoolvariant die ze NOOIT af hadden moeten schaffen! Lees erover in het Utrechts Nieuwsblad van 13 juni 1963

OP DE HOEK van Pionstraat en Nijenrodelaan in de Utrechtse wijk Zuilen is de tweede r.-k. huishoudschool in aanbouw. Het gebouw, waarvan in september de bovenverdieping in gebruik wordt genomen, is bestemd voor de 150 leerlingen van deze school, die uit Utrecht, maar ook uit plaatsen als Maarssen en Breukelen komen. Op het ogenblik zit men over vier gebouwen verspreid: bij de eerste r.-k. huishoudschool aan de Nieuwe Kamp en in schoolgebouwen aan de Daalsedijk, de Oude Gracht en de Kanaalstraat. De school heeft een hal van 70 meter lengte, die als overblijflokaal en vergaderruimte zal worden gebruikt. Begin 1964 verwacht men de officiële opening van het 16 lokalen tellende gebouw.

Huishoudschool

De Huishoudschool werd gebouwd in 1964 maar was geen lang leven beschoren.

Tuin van Kol – Julianapark – Tuin van Kol – en weer Julianapark (maar liever weer Tuin van Kol

Alweer het Julianapark dat uw aandacht vraagt. In het Utrechts Nieuwsblad van 12 juni 1940 stond het volgende:

Volle zomer in het Julianapark

Het gaat er meer en meer op lijken, dat de achter ons liggende buitengewoon langdurige, strenge winter gevolgd wordt door een eveneens ongewoon langdurig tijdvak van prachtig zomerweer. Sinds vele weken immers verheugen wij ons thans, midden Juni, in een stralende zonneschijn en blauwe lucht. Na de vele doorgestane wintermisère doet het volop genieten van warmte en zonneschijn wel zeer weldadig aan.

Ook lijkt het wel, of de planten, boomen en struiken, na de in den winter 1939-1940 doorgemaakte lange en diepe rustperiode, ongekend rijkelijk bloeien en geuren.

In het Julianapark althans is het thans een haast bedwelmende weelde van honingzoete geuren der bloesems van de acacia’s en van de jasmijn. Ook de rozen beloven dit jaar bijzonder mooi te zullen bloeien.

Maar ook voor hen, die zich interesseeren voor jong leven onder het gevogelte, valt thans in dit park al een en ander te bewonderen.

In het perk van de ooievaars, reigers en pelikanen bevindt zich ook een paar Casarca’s, bontgekleurde watervogels, die ook, wat groote betreft, zoowat het midden houden tusschen ganzen en eenden. Deze Casarca’s nu hebben thans elf gezonde kuikens, die het best maken.

Ook een paar Magalhaenganzen in den hertenkamp hebben met succes gebroed. De uiterst waakzame ouders wandelen met hun vijftal kuikens bedrijvig rond.

De ijverige tuinbaas zorgt ervoor, dat het zijn kuikens niet aan opfokvoer ontbreekt. Ook het warme weer is voor het jonge goedje gunstig en zoo is de kans zeer groot, dat de in het Julianapark geboren jonge vogels voorspoedig opgroeien.

Deze dagen worden voorts ook kuikens verwacht van witte boschfazanten, waarvan de eieren bebroed worden door een krielkip – en hoopt men op jonge Toulouseganzen, daar men een aantal broedeieren van deze soort heeft toevertrouwd aan een broedsche kalkoen.

De reeds in Mei geboren kuikens van kalkoenen, zilverfazanten en waterhoenders zijn al haast geheel bevederd en dus over de gevaarlijke periode van de eerste levensweken heen.

Bij voldoende deelname zal op Woensdagavond 19 Juni a.s. bij goed weer onder deskundige leiding een rondwandeling in het park gehouden worden, waarbij de aandacht zal worden gevestigd op het interessante gevogelte. Samenkomst te 19.30 uur bij den ingang van het park.

Julianapark

Mooi plaatje van een mooi park: het Julianapark (dat in de Tweede Wereldoorlog nog omgedoopt zal worden tot ‘Tuin van Kol’.

Noodweer in Zuilen is ook van alle tijden…

Natuurlijk zal de opwarming der aarde ons weer wel beïnvloeden. Maar noodweer kwam wel eerder voor (toen we nog nooit van ‘opwarming der aarde’ gehoord hadden!). Zo lezen we in het Utrechts Nieuwsblad van 11 juni 1957:

Noodweer barst los boven stad Utrecht

Straten en pleinen blank; huizen ondergelopen

(Van een onzer verslaggevers)

EEN naar karakter tropische regenbui overspoelde gistermiddag de straten van Utrecht. Om vier uur kondigden enkele donderslagen een „plaatselijk” buitje aan, dat echter menigeen nog lang zal heugen. Binnen een paar minuten werden de pleinen tot vijvers en de straten tot gorgelende beken. Kelders en souterrains liepen vol en de brandweer geassisteerd door de politie moest op tientallen plaatsen ingrijpen in deze onvoorziene noodsituatie.

Het uitzicht bedroeg op het hoogtepunt van de bui nauwelijks een meter. Knetterende salvo’s rommelden over de stad.

… Terzelfdertijd ontstond in de Réaumurlaan in Zuilen groter consternatie. Op nummer 24III haalde bliksem een schoorsteen van het dak en er viel in het perceel een plafond naar beneden. De Zuilense vrijwillige brandweer hielp de bewoners orde op zaken te stellen.

… De telefoon in de brandweerkazerne stond niet stil. Van overal kwamen kreten om hulp. Wel vijftig naar men ons verzekerde. Slechts in drie gevallen was de smeekbede gerechtvaardigd, nl. in de Johannes Uitenbogaertstraat, in de Lange Jansstraat en op de Joh. Wagenaarkade konden de mensen de hulp van de brandweer niet ontberen. De anderen konden het met dweilen en emmers af. Overigens waren daar toch wel percelen bij waar de bewoners halverwege hun knieën in ’t water stonden. Een echte brandmelding kwam van een bakker op de Amsterdamsestraatweg 441. Degeen, die voor het onweer begon iets in vet had staan bakken liep naar buiten om de regenbui te zien. Achter hem sloeg toen de vlam in de pan. De brandweer bluste het vuur met een schuimblusser.

Amsterdamsestratweg 441

Matige kwaliteit, maar dit is het pand Amsterdamsestraatweg 441. Links de Oranjekerk. Een en ander is bij de Cornelis Mertenssstraat. (met driemaal ‘s’ dus!)

Voetbalvereniging ‘Elinkwijk’ 100 jaar!

Dit jaar bestaat de voetbalvereniging ‘Elinkwijk’ 100 jaar. Hoogste tijd voor een mooi bericht over de club. Dit schreef de redactie van het Utrechts Nieuwsblad op 10 juni 1958:

Met Elinkwijk naar Hengelo

Zondag a.s. organiseert de supportersvereniging „Elinkwijk”, in samenwerking met de voetbalvereniging Elinkwijk en de supportersvereniging „F.C. Elinkwijk” een trip met touringcars naar Hengelo om de leden dezer verenigingen in de gelegenheid te stellen aldaar de wedstrijd Elinkwijk-GVAV bij te wonen.

Deze touringcars vertrekken zondag a.s. om 10.30 uur vanaf De Lessepsstraat (Utrecht-noord ) en om 10.45 uur vanaf het Leidseveer.

Ook niet-leden van één der bovenstaande verenigingen kunnen aan deze reis deelnemen, verenigingen ontvangen van hun secretariaat bericht omtrent de wijze van opgeven.

De leden van beide supporters-„Elinkwijk” kunnen zich morgen (woensdag)avond van 21.00 tot 22.00 uur op het Elinkwijk-terrein opgeven voor deelneming.

Zij, die geen lid zijn van een der drie genoemde verenigingen, kunnen zich vanaf heden tot u i t e r l ij k vrijdagavond a.s. opgeven bij: kapsalon „Corry” Jodocus van Lodensteinstraat 2 en sigarenmagazijn „Van ouds ’t Vosje”, Nobelstraat 17.

elinkwijk

In 1960 heeft Esso Nederland kleurenfoto’s verspreid van alle voetbalelftallen uit de eredivisie, 1e Divisie A en 1e Divisie B.

 

‘De tuin van Kol’, over de heer Jan Kol III.

Het Julianapark is slechts één van de verdiensten van de heer Jan Kol III, van het bekende bankiershuis Vlaer en Kol. Over de miskenning van zijn verdienste schreef een bezoeker van het Julianapark in het Utrechts Nieuwsblad van 9 juni 1956:

‘De Tuin van Kol

De lezer J. schrijft ons het volgende:

Dezer dagen bracht ik weer eens een bezoek aan het Julianapark en ik kwam wederom onder de bekoring van dit mooie plekje Utrecht.

Het was fraai weer en het park was een lust voor het oog. Ik bedacht bij dit alles, hoe de stichter tevreden zou zijn als hij dit nog had mogen beleven. De Tuin van Kol, zijn tuin!

Helaas is er niets, dat aan deze grote man herinnert en ik maak me sterk dat de meeste (zeker de jeugdige) bezoekers zijn naam niet eens kennen.

Dat is jammer.’

Ter onderschrijving van de verdiensten van Jan Kol III is een arttikel naar aanleiding van zijn overlijden in het Utrechts Nieuwsblad van 22 maart 1919:

‘J. Kol. †

Op ruim 69-jarigen leeftijd is na een kortstondige ziekte te Zeist overleden de heer J. Kol, lid van de bekende bankiersfirma Vlear & Kol, waarvan hij ongeveer 40 jaren deel uitmaakte, na eerst lid te zijn geweest van de firma Kol en Boissevain te Amsterdam.

De heer Kol was een bekende finantieele specialiteit en dat zijn vakgenooten hem als zoodanig erkenden, blijkt uit zijn herhaalde benoeming tot voorzitter van den Vereeniging voor den Effectenhandel.

Van 1888 – 1904 was de overledene lid van den Gemeenteraad, waar hij zijn vader, wijlen den heer J.H. Kol, opgevolgd was.

In de Ned. Herv. Kerk had hij zitting in het college van notabelen, voorts was hij bestuurslid en lid van vele vereenigingen, die zich op maatschappelijk en financieel gebied bewegen, en president-commissaris van “de Korenschoof”.

In de wijk Amsterdamsche straatweg stichte hij den Volkstuin, aan welk park zijn naam zeker ten eeuwigen dage verbonden zal blijven.

Ook wordt den overledene toegeschreven, er zeer veel te hebben toe bijgedragen, dat “Werkspoor” eenige van haar fabrieken in de gemeente Zuilen vestigde.

Naar we vernemen, heeft de begrafenis plaats Maandag te twaalf uur, op de eerste algemeene begraafplaats, alhier.’

 

 

Onderverhuur, ook met tenten kan dat natuurlijk…

Sommige slimmerikken willen overal een slaatje uit slaan. Onderverhuur van de tent kan een lucratieve bezigheid zijn. Het Utrechts Nieuwsblad van 8 juni 1961 doet verslag van de ‘misstanden’.

 WAAROM KATWIJK HARD TOESLOEG

Oplossing kampeerprobleem:

(wenk voor Utrechters)

gezamenlijk tenthuisje kopen

Meer dan 30 tentexploitanten werden weggesaneerd

(van een onzer verslaggevers)

“DE TENT MAG zonder vergunning van de politie niet geheel of gedeeltelijk worden verhuurd of aan een ander in gebruik worden gegeven”. Dit staat te lezen op de vergunning voor het kamperen op het gemeentelijk kampeerterrein te Katwijk aan Zee.

Deze voorwaarde staat sinds 1946 vermeld op het officiële papiertje. Tot vorig jaar werd aan deze bepaling niet streng de hand gehouden. Sinds april echter gebeurt dit op last van het gemeentebestuur van Katwijk wel, om excessen tegen te gaan. Tot ontstemming van vele Utrechters.

Ook de goeden getroffen

Deze klap waarmee de gemeentelijke overheid toesloeg, is hard aangekomen. Een ongekend aantal – misschien wel enkele honderden – vakantiegangers die voornamelijk uit Utrecht komen, zagen zich de gelegenheid ontnomen om in juli en augustus een vakantiehuisje in de Katwijkse duinen te huren. Goedwillende mensen die al voor deze zomer een tenthuisje hadden besproken.

Het gemeentebestuur van Katwijk betreurt het dat de goeden zijn getroffen. Maar het was helaas nodig om de kwaden te kunnen weren teneinde de gang van zaken op het kampeerterrein te saneren.

Want niet minder dan 32 tentverhuurders die er verhuurpraktijken op na hielden, die niet waren te gedogen, werden uitgeschakeld.

Zwarte handel

Van dit aantal waren er die door middel van stromannen drie of vier tenten in exploitatie hadden en een ware zwarte handel in vakantiegeneugten dreven. Er werden prijzen gevraagd van tachtig en negentig gulden per week. Éen geval is bekend waarin honderd gulden voor een tenthuisje werd gevraagd.

Deze verhuurders van tenthuisjes – hoofdzakelijk woonachtig in Utrecht, Zeist en Driebergen — kwamen zelf niet of nauwelijks meer in hun huisje logeren. Er waren er ook die voornamelijk op Duitsers “aasden” omdat die door aan hun Wirtschaftswunder wel een extra tientje per week kunnen betalen.

Dit alles vertelde woensdagmiddag de heer A. Kleinman, ambtenaar van de gemeente Katwijk en van 1 mei tot 1 oktober kampwachter van het kampeerterrein. Al een tiental jaren gaat deze rustige ambtenaar – van origine een Drenth – met de kampeerders om en voor vele Utrechters is hij dan ook geen onbekende.

In het begin werd het wel toegestaan dat de bezitter van een tenthuisje, waarvan de prijs zeker ongeveer duizend gulden bedraagt, zijn tent een paar weekjes verhuurde om de kosten er voor een deel uit te krijgen. Pak weg, vijftig gulden per week is niet onredelijk. Doch de huurprijzen stegen in veel gevallen te hoog en door de vele weken achtereen dat men het tenthuisje ging exploiteren, ging het de spuigaten uitlopen.

Veel waterschade

Er waren gevallen waarin per seizoen wel een “omzet” werd bereikt van 500 tot 1000 gulden. Daarbij kwam dat heel wat tenthuisjes in deplorabele toestand verkeerden. Het tentdoek bleek niet waterdicht, hetgeen tot gevolg had dat de bewoners bij regenval veel narigheid en soms ook veel waterschade hadden.

Zelfs waren er verhuurders die voor 300 gulden een oud tenthuisje opkochten en het een plaatsje gaven op het terrein om er eens lekker aan te verdienen…

De verhoging van het kamp geld met drie tot negen gulden per week heeft nu al tot gevolg gehad dat het aantal tenthuisjes sterk is verminderd. De heer Kleinman heeft thans ongeveer de helft  m i n d e r  grote tenten op het terrein en in zijn boeken staan dan vorig jaar omstreeks deze tijd. Door de beperkende bepalingen van de gemeente komt met later met een tenthuisje.

Er is nu minder te verdienen en in de maanden juli en augustus helemaal niets. Wie van het verhuren van huisjes een zaakje wil maken, zal zijn tenten moeten verplaatsen naar Noordwijkerhout. Daar zijn particuliere terreinen, waar men niet zo nauw kijkt. In Noord-Holland schijnen er ook nog te zijn.

Een uitzondering heeft de gemeente Katwijk gemaakt voor een 25 tot 30 gevallen uit Utrecht en naaste omgeving, die voor de gezondheid in juli of augustus naar zee moesten. Aan deze mensen mag in deze maanden een tenthuisje worden verhuurd – mits voor een redelijke prijs.

De mannen van de Utrechtse brandweer en van de verkeerspolitie ondervinden evenmin hinder van de Katwijkse maatregelen. In een keurig tenthuisje troffen wij de heer W. van den Berg (W.J. Bossenbroekstraat 2) van de Utrechtse verkeerspolitie, zijn vrouw en twee kinderen. Wij hebben een zogenaamde tentclub, vertelde de heer Van den Berg, waaraan wij contributie betalen.

Gezamenlijk huren

Zoals de politie- en brandweermensen de oplossing van hun vakantie-huisvesting aanpakken, zo zal het in de toekomst ook voor de andere tenthuisbewoners het beste zijn, verondersteld kampwachter Kleinman. Hij verwacht een toeneming van het aantal tenten dat gezamenlijk bezit is van een familie of een club. Dan heeft de gemeente er namelijk natuurlijk geen bezwaar tegen dat een tenthuisje steeds weer wordt verhuurd. Maar noodzakelijk zal wel zijn dat bij het huren van een plaatsje een bewijs wordt overlegd waaruit blijkt dat een tenthuisje gemeenschappelijk bezit is.

Over het verbod van de gemeente om in juli en augustus aan derden te verhuren, nog het volgende:

Bij het afhalen van de kampeervergunningen heeft de Kampbeheerder vorig jaar reeds mondeling aangezegd dat de eigenaren van een tenthuisje voor het volgende jaar maatregelen konden verwachten.

Aangezien zij echter de gehele winter niets van de gemeente hebben gehoord, zijn zij doorgegaan met het verhuren zoals zij dat gewend waren. Eerst in april van dit jaar liet het gemeentebestuur van Katwijk per circulaire weten hoe de (strenge) maatregelen precies waren en wat de redenen waren die hiertoe hadden geleid.

Met alle begrip voor de goede bedoelingen van de maatregelen blijft dat jammer dat zovele vakantiegangers te elfder ure hun plannen moeten wijzigen.

 onderverhuur

DE HEER W. van den Berg van de Utrechtse verkeerspolitie kan met zijn vrouw en twee kinderen genieten van een onbezorgde vakantie in Katwijk. Zij wonen in een tent die bezit is van de tentclub van de Utrechtse verkeerspolitie. Buurjongetjes komen er ook graag spelen.

Over de drukte rond het Pinksterverkeer in de jaren zestig…

Excuus, het is een beetje verward verhaal over drukte rond het Pinksterverkeer van 1960: Zeven of acht is niet duidelijk, bovendien: het enige slachtoffer uit Zuilen liep zijn hersenschudding niet op bij een aanrijding… Het Utrechts Nieuwsblad van 7 juni 1960 schreef het volgende:

Veel aanrijdingen bij pinksterverkeer

In Utrecht alleen al zeven hersenschuddingen

Politie kreeg te maken met 63 aanrijdingen.

Drieënzestig maal heeft de Utrechtse politie gedurende de twee pinksterdagen en de daaraan voorafgaande zaterdag moeten assisteren bij aanrijdingen. In acht[1] gevallen liepen betrokkenen bij de aanrijdingen een hersenschudding op. Maandagavond ontstond er een ernstige aanrijding op de Vleutenseweg hoek Kanaalstraat te Utrecht, waarbij de 63-jarige mevrouw S. van G.-E. een schedelbasisfractuur, een heupfractuur en een hoofdwond opliep. Zij is naar het St.-Antoniusziekenhuis vervoerd…

Een hersenschudding was het gevolg van een harde klap van een slaghout, dat de heer J.K. uit de Prof. Wattjesstraat te Utrecht op de tweede pinksterdag tegen zijn hoofd kreeg.

Het ongeluk gebeurde toen hij langs een groepje spelende kinderen liep, die op straat slagbal speelden. Het slaghout vloog een der kinderen uit de hand en raakte de voorbijganger. Hij werd naar het Academisch Ziekenhuis gebracht.

Pinksterverkeer

De Prof. Wattjesstraat. Een rustige straat die zich uitstekend lijkt te lenen voor het spelletje slagbal. Maar wel je slaghout goed vasthouden! (foto van Het Utrechts Archief)

[1] Ik weet het, een beetje raar, in de kop staat ‘zeven’ en in het artikel wordt gerept over ‘acht’, maar zo staat het in de krant.

Ben Driehuis als matroos op Hr. Ms. De Ruyter

Ben Driehuis heeft gehoor gegeven aan een oproep. En dan zo’n avontuur beleven! Ja , dan kom je wel in de krant. In het Utrechts Nieuwsblad van 6 juni 1960.

Zestienjarige matroos van Hr. Ms. De Ruyter

(Van een onzer verslaggevers)

Dinsdagavond 1 maart werkte de verbindingsdienst van het Nederlandse smaldeel I op volle toeren om op de hoogte te blijven van de laatste berichten uit Agadir. Het was een kakofonie van fluitende morsetekens. Radio Rabat was zonder ophouden in de lucht met oproepen om vrachtwagens, kranen, lieren, diesels, elektrische aggregaten.

Dinsdagavond 1 maart 1960 om zeven uur komt de stem van de commandant van Hr. Ms. De Ruyter, kolonel Reeser, door de scheepsomroep. Beheerst en afgemeten deelt hij mee dat Agadir op de Marokkaanse kust door een aardbeving is getroffen. Duizenden doden en gewonden. Het smaldeel heeft opdracht hulp te gaan bieden. Kolonel Reeser zegt te verwachten dat ieder het uiterste zal geven.

Men stoomt met hoge vaart door de Straat van Gibraltar.

Van deze mededeling door de scheepsomroep was ook de matroos derde klasse Ben Driehuis uit Utrecht, getuige. Hij was een van de vele 16 en 17 jarige jongens die in zestig uren deden wat mannen doen. Zaterdag voer zijn schip de haven van Den Helder weer binnen. Daarmee was een opwindende beleving achter de rug.

In zijn ouderlijke woning aan de Minister de Visserstraat 46 in Zuilen vertelt hij van zijn ervaringen. Ik gaf me direct op als vrijwilliger en hoorde ook tot de eerste ploeg, die aan wal ging. Direct zagen we daar de wagens met lijken rijden. Dat gaf al een raar gevoel. Ik heb wel eens een dode gezien, maar zo nog nooit. ’t Viel me wel erg rauw op het lijf. Ja, wist ik veel? Met onze rubberhandschoenen hadden wij al geen houvast meer aan de in twee dagen halfvergane lijken.

Het was zijn eerste reis, en dan direct dit al… Achteraf zei de commandant dat we het maar gauw moesten vergeten. Maar dat lukt natuurlijk niet. Zo’n ervaring blijft je je hele leven bij. En och, voegt Ben Driebuis er aan toe, bij ons zeggen ze dat je er hard van wordt.

Voordat wij voor de haven van Agadir voor anker gingen leek het een fijn avontuur ter afwisseling. Een avontuur was het, maar… Trillend en kreunend joegen tachtigduizend pk. de tienduizend ton van de De Ruyter door het water. De leuning van de trap naar de machinekamer was niet aan te raken, heet van de opstijgende hitte die zinderend bleef hangen voor het mangat. Iedereen werkte koortsachtig om de volle kracht vooruit naar Agadir nog te versterken.

Stank, hitte, vliegen…

De huizen in Founti, de wijk waar de Nederlandse mensen naar toe werden gedirigeerd, waren voor het merendeel van licht materiaal gebouwd. Bijna alles was volkomen verpulverd, zo vertelt Ben. Een enkele, iets steviger constructie stond nog half overeind.

Een Marokkaan wees aan waar Ben en de zijnen moesten graven om zijn levende, of dode familieleden te vinden. Op een gegeven moment vonden zij onder het puin nog niet de mensen maar wel enkele schamele bezittingen. Zij werkten hard door. Even later merkten zij dat de Marokkaan was verdwenen. Met zijn gevonden bezittingen en met een pikhouweel van de Nederlanders. Zijn familie kon hem kennelijk niet veel meer schelen.

Een andere Marokkaan liet zijn winkeltje uitgraven, begon vervolgens de onbeschadigde waar weer te sorteren en trachtte toen de mensen, die het graafwerk hadden verricht, zijn hervonden flesjes cola te verkopen. Later werden de gravers wijzer. Toen gingen zij af op de lucht. De lucht van lijken.

Stank, hitte, en vliegen, miljoenen vliegen maakten het werk ontstellend moeilijk, zo vertelt Ben verder. Na twee dagen moesten wij ophouden omdat het te gevaarlijk werd. Later kwamen de ratten en toen was de situatie onhoudbaar.

Na de eerste dag, dinsdag, hield de aalmoezenier op de De Ruyter een kerkdienst. Het was aswoensdag. Memento homo quia pulvis es et in pulverem reverteris. De mens is maar stof en zal tot stof weerkeren…

Doden werden uitgegraven. Men vond een man in de scheerstoel bij de kapper, die er zelf naast lag.

visserstraat

Moeder Driehuis en zuster Ansje kijken over Bens schouder mee in de extra editie van Stella Maris, dat een uitgebreid verslag gaf van de werk-zaamheden der Nederlanders in Agadir. Als matroos van hr. ms. De Ruyter, die zaterdag weer in Den Helder binnenkwam, was Ben Driehuis bij de opruiming betrokken.

 

 

 

 

Mevrouw Groenendaal in een vroege variant van ‘Heel Zuilen Bakt’

Een vroege variant van ‘Heel Holland bakt? Mevrouw Groenendaal was deelneemster aan een kookwedstrijd. Het Utrechts Nieuwsblad van 5 juni 1958 schonk er aandacht aan.

Wij spraken met:

Mevr. G. Groenendaal-Mur

(finale in het Haagse)

Of ik zenuwachtig ben? Niks hoor. Tenslotte moet ik geen examen doen.”

Deze opgewekte woorden sprak mevrouw G. Groenendaal-Mur uit de De Lessepsstraat 48 in Utrecht, die vandaag met haar stadsgenote, mevrouw S.N. van Ingen-Donkervoet, die aan het Ondiep woont, de Utrechtse kleuren gaat verdedigen op de eindcompetitie van de voor cursisten van de Commissie voor Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting in samenwerking met het Nederlands Zuivelbureau georganiseerde kookwedstrijden.

Operatieterrein is de moderne keuken van het gemeentelijk gasbedrijf in Den Haag, waar de winnaressen van de regionale wedstrijden, gekleed in wit schort en dito muts, elkaar zullen proberen te overtreffen in het klaarmaken van allerhande heerlijkheden.

“De recepten zijn nog niet bekend. Die horen we vanmiddag pas”, zo zegt de ene Utrechtse afgevaardigde. “Maar ik denk wel dat we, hoe dan ook, een lekker soepje zullen moeten maken.”

De Utrechtse huisvrouwen bevochten in de regionale strijd de fornuis- en pollepelzege tegen Enschede; en zij kwamen na het Brussels lof met ham en kaas, de citroenboter, de kaastruffels en de vanillevla met gebakken appelschijven als eerste uit de bus.

 

Groenendaal

Mevr. G. Groenendaal-Mur

…van eenvoudige dingetjes iets heerlijks maken…

 “Natuurlijk kon ik al koken”, vertelt mevrouw Groenendaal. “Het is zelfs een hobby van me en door de deze zuivelcursus kan ik ook de klanten, die ik in onze winkel krijg, beter voorlichten. Het was een reuze gezellige cursus van grotendeels huisvrouwen die al goed konden koken. Het leuke van der gelijke lessen vind ik, dat je leert, dat er van eenvoudige dingetjes iets echt heerlijk’s te maken is.”

Mevrouw Groenendaal staat op en haalt uit haar buffet een trommeltje. “Deze koekjes bijvoorbeeld. Ik heb ze gemaakt van een paar dunne sneetjes oud brood, die in vieren worden gesneden. Je besmeert ze met boter, strooit er geraspte kaas over en zet ze tien minuten in de oven of in een wonderpan. Proeft nu maar eens.”

De kaaskoekjes smaakten overheerlijk.

“Ik maak de lekkerste dingen klaar, want ik heb een heel dankbaar publiek, dat al mijn experimenten in de keuken op de voet volgt”, zegt de Utrechtse finaliste met een lachje. “Mijn man en mijn vier zoons kunnen trouwens heel wat aan”.

De heer Groenendaal knikt: trots en instemmend. “Wij hebben moeder al flink geplaagd,” verklapt hij. “We hebben ook al eens gezegd, dat er al een halve bus Utrechtse supporters mee naar Den Haag gaat en dat de televisie ook komt. Maar ze is niet zenuwachtig te krijgen.” “Welnee”, antwoordt mevrouw Groenendaal bedaard. “Ik doe het immers allemaal zuiver voor mijn plezier.”