De Professor Wattjesstraat

J.G. Wattjes (1879-1944) was een Nederlands architect en hoogleraar. Na zijn studie ging hij in 1901 aan de slag als opzichter/tekenaar bij de PTT in Frederiksoord – een dorp in het zuidwesten van Drenthe. Wattjes werkte vervolgens als particulier architect (1904-1908) en als leraar aan de Academie Minerva, een kunstacademie in de Groningse Oude Boteringestraat. Later werkte Wattjes in Amsterdam als ingenieur voor de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij.

De heer Wattjes werd in 1918 benoemd tot hoogleraar bouwkunde aan de ‘Technische Hoogeschool’.

In het verlengde van de De Bazelstraat werd de straat doorgetrokken richting Amsterdamsestraatweg. De hele straat beslaat twintig woningen. Vermoedelijk kreeg de ‘verlengde De Bazelstraat’ een andere naam, omdat men bij het nummeren van de De Bazelstraat er niet van uit ging dat er nog woningen vóór nummer 1 zouden worden gebouwd. Samen met o.a. de La Croixstraat, M. de Klerkstraat en de Hanrathstraat werden deze straten aangelegd op een opgespoten stuk zand. Het hele complex lag nogal geïsoleerd en kreeg de wijkaanduiding: ’t Zand.

Oud bewoner Piet Koedijk schreef zijn herinneringen aan de Professor Wattjesstraat op: ‘Het was in 1948 al drie jaar na de oorlog, maar ook toen nog waren bouwmaterialen heel schaars. Dat was duidelijk te merken aan de wijze waarop de huizen waren gebouwd, maar vooral aan hoe ze waren afgewerkt. Ik zal niet in alle details treden, maar een paar dingen vielen wel heel erg op.

Ten eerste waren er in het hele huis drie stopkontakten. Een in de huiskamer, een in de keuken en een boven (voor 3 slaapkamers en een badkamer). Dus drie stopkontakten voor het hele huis.

Maar het aller opmerkelijkst was wel de badkamer. Als je die binnenkwam zag je alleen maar wat de bedoeling was. Van feitelijke voorzieningen was geen sprake. Er was een verlaagd deel in de granieten vloer met een waterafvoer. Bedoeld om óóit een douche te realiseren. Maar die wás er niet! Er zat een waterleidingpijp en een afvoerpijp tegen de muur van een ander deel van die badkamer waar kennelijk een wastafel was gepland. Maar ook die zat er niet! Kort en goed: je had aardig wat verbeeldingskracht nodig om je een toekomstbeeld te vormen.

Er waren in de slaapkamers nissen waar klaarblijkelijk kledingkasten gepland waren. Maar alweer: nee! Die waren er niet!

Nog even over die bouwkwaliteit. De isolatie van de huizen was navenant. Als de buren van no. 6 gebruik maakten van het toilet, kon je het bij ons in de huiskamer horen klateren, vooral ’s avonds als het stil was. Geen wonder dat mijn moeder de hele dag de radio aan liet staan!

Als mijn vader ’s avonds in de (toen voltooide) badkamer zijn tanden stond te poetsen, lag de buurman van de andere kant op no. 10 dus zich in bed te verbijten. Om over de rest van het verhaal maar te zwijgen…

Al deze en andere tekortkomingen waren een gevolg van materiaal schaarste.

Schoot me nog iets te binnen. Niet vermakelijk of zo, maar gewoon een stukje geschiedenis zullen we maar zeggen: aan de achterkant van de huizen liep een met lood bemantelde dikke kabel over de volle lengte van de straat. Bij elk huis een kleine bocht erin. Die gaf de plaats aan waar eventueel een aftakking naar het betreffende huis kon worden gemaakt.

Die kabel was voor de radiodistributie, een optie voor radio-ontvangst als je zelf geen radio had. De enige voorziening die je in huis nodig had, was dan een staande luidspreker. Aan die luidspreker zat een kabel met een gewone stekker. In de muur een kastje met drie mogelijkheden om de stekker in te steken. Zodra je de stekker op een van die drie opties aansloot werden de andere twee mogelijkheden a.h.w. geblokkeerd. Je kon nooit stiekem twee luidsprekers aansluiten.

Vanwege de enorme vraag naar woonruimte werd een aantal van de huizen aan de even kant geschikt gemaakt voor dubbele bewoning. Op de nummers 2, 6, 12, 18 en 20 woonden aanvankelijk 2 gezinnen.

Om dat mogelijk te maken was de “badkamer” op de bovenverdieping omgetoverd tot keuken voor de bewoners boven. Het toilet werd door de bewoners van beide verdiepingen gedeeld. Volgens wat ik me ervan herinner werden de “bovenhuizen” steeds bewoond door echtparen zonder kinderen. De gezinnen beneden door echtparen zonder of met een kind.

Ons gezin telde drie kinderen. Dus wij beschikten over een heel huis.’

‘Alle huizen die daar in 1948 gerealiseerd werden …’ (Foto: Het Utrechts Archief)

Meer weten over de Professor Wattjesstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl