De Minister Talmastraat

Dominee A(ritius) S(ybrandus) Talma (* 17 februari 1864 – † 12 juli 1916), was aanvankelijk Nederlands-hervormd predikant maar werd in 1901 lid van de Tweede Kamer voor de Anti-revolutionaire Partij. Hij was minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 1908 tot 1913. Hij zette zich met verve in voor de verbetering van de levensomstandigheden van grote beroepsgroepen in onze samenleving. Talma was in het begin van de vorige eeuw een van de belangrijkste sociale hervormers in Nederland. Hij heeft een paar cruciale sociale wetten uitgevaardigd, waaronder de Ziektewet en de Invaliditeits- en Ouderdomswet. In Utrecht is een laan naar hem genoemd, in (de voormalige gemeente) Zuilen besloot het gemeentebestuur een straat naar hem te noemen.

De Minister Talmastraat is een wat langere straat die begint bij de W.J. Bossenbroekstraat en eindigt bij het Theo Thijssenplein, bij de sportvelden van de voetbalvereniging ‘Elinkwijk’. – Dit is niet altijd zo geweest. Bij de realisatie van de eerste woningen van complex 3, was de Minister Talmastraat aan beide zijden doodlopend.

De straat loopt grotendeels parallel met de Amsterdamsestraatweg en werd, ongeveer in het midden, voorzien van een tweetal plantsoenen. Langs deze plantsoenen, links en rechts van de Patrimoniumstraat, werden twee winkelstrippen gecreëerd.

Kort na de realisering van complex 2 van woningstichting ‘Eigen Haard’ (op ’t Zand) bouwde men complex 3: aan de C. Smeenkstraat, Minister de Visserstraat, de Luit Blomstraat en een aantal woningen aan de Minister Talmastraat. Dat zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 

Dit zijn de huizen tussen de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat.

 In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. We gaan eens kijken wat daar zoal te koop was.

Als we van start gaan met de beschrijving van deze winkels, beginnen we op de hoek van de Minister Talmastraat en de C. Smeenkstraat. Daar zat de kapsalon van de heer ten Hulscher. Later kwam de heer Lips in dit pand, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door twee van zijn zoons, die op dit adres anno 2022 nog steeds actief zijn. De coupes die zij knippen zijn wel anders geworden dan toen de heer ten Hulscher hier de schaar hanteerde.

Naast de kapsalon zat een sigaren- en sigarettenwinkel onder de luisterrijke naam ‘Sigarenmagazijn Talma’. Die werd gerund door de heer Kuiper. We gaan door met drogisterij Zonsveld, slagerij Vos (die ook een slagerij had in de Wethouder D.M. Plompstraat) en bakkerij Dingemans. In de winkel van de heer Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer, een bekende bakker in de wijk Zuilen die ook vestigingen had in de stad Utrecht.

Exterieur van drogisterij ‘Zonsveld’ aan de Minister Talmastraat. Dit winkelblok werd in twee delen gebouwd. De eerste drie werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Dit blok begon zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

 Op de hoek van de Patrimoniumstraat kwamen we vervolgens bij kruidenier Zetstra die vele, vele jaren ook een winkel (later zelfs één van de eerste zelfbedieningszaken in Zuilen) had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

We steken de Patrimoniumstraat over en komen dan bij het pand waar melkboer Verhoef zat. De heer Verhoef werd opgevolgd door de ‘handelaar in zuivelproducten: F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Van een zoon van de familie Dingemans is het volgende verhaal: ‘Onze bakkerswinkel werd geopend op 15 november 1953 op nr 39. Het woonhuis daar boven was nr 39bis. Op 12 juni 1961 werden bedrijf en gebouwen overgenomen door bakker Karel H. Boonzaaijer uit de Werner Helmichstraat.

Ik heb nog wat foto’s voor je opgediept die ik hierbij stuur.

Wien Dingemans, een logee, mijn moeder en ikzelf, Gerrit Dingemans.’

Na de annexatie werden aan de Minister Talmastraat deze flatwoningen gebouwd. Zij moesten, evenals de flats van de Pedagogenbuurt wijken voor het nieuwbouwproject ‘Groen Zuilen’. (foto: Het Utrechts Archief, 1953-1957)

Meer weten over de Minister Talmastraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De W.J. Bossenbroekstraat

Er is weinig te vinden over W.J. Bossenbroek. Dat maakt het lastig een goede beschrijving van ’s mans kwaliteiten te geven. Het is duidelijk dat hij zijn sporen (en straatnaam) als secretaris (al of niet in combinatie met het penningmeesterschap) wel heeft verdiend.

De bouw van woningen in Zuilen mag dan in de Tweede Wereldoorlog plat liggen, de plannen worden wél gemaakt. Zo komt het dat woningstichting ‘Eigen Haard’ de eerste huizen bezit die ná de oorlog (in 1947) worden opgeleverd: 19 huizen aan de Minister de Visserstraat, ‘Complex 4’ van deze woningstichting..

Nog een jaar later komt ‘Complex 5’ gereed. Dit is de laatste bouwactiviteit van ‘Eigen Haard’ in de gemeente Zuilen, de 36 woningen aan de W.J. Bossenbroekstraat.

Tot begin jaren zestig van de vorige eeuw waren aan de overzijde van de woningen deze fruitbomen het uitzicht voor de bewoners. Later bouwde men hier de 2e Algemene Technische School (ir. J.D.M. Bardetschool).

De huizen in de W.J. Bossenbroekstraat in nieuwstaat, met het markante ronde gaatje in de voordeur.

‘Tussen de voordeuren ligt een plank. Daaronder was een gat gegraven waar de watermeters van ons en de buren in zaten. Bij meteropname werd de plank eraf gehaald, maar soms was het niet mogelijk de meter af te lezen omdat de put vol met water stond. Jaren later werd dit veranderd en werden de watermeters binnen geplaatst.’ Aldus sprak bewoonster van toen: I. Joosten.

Het ‘stukje land’ tegenover de woningen werd bebouwd. Dicht bij de Burgemeester Norbruislaan werd een houten noodschool gebouwd voor de ‘ULO’ van meester Van der Wilt, en aan de andere kant van de straat, met de ingang aan de Lieven de Keylaan werd de Ir. Bardetschool gebouwd, de 2de algemene technische school in Zuilen.

Een voormalig bewoner van de W.J. Bossenbroekstraat, én leerling van de Ir. Bardetschool, R. Joosten, schreef zijn herinneringen op:

 

 

‘… Gebeurtenissen klas autotechniek Ir. Bardetschool

De opleiding autotechniek aan de Ir. Bardetschool is gestart in het schooljaar 1964-1965, waarbij naast de theorielessen in dat jaar het praktijklokaal werd ingericht. Zo werden er op de afdeling bankwerken bokken gemaakt waarop diverse soorten motoren werden geplaatst om aan te sleutelen. Een oude Fiat Tripoli werd van de carrosserie ontdaan, zodat alleen chassis en aandrijving behouden bleven.

In het tweede jaar kreeg een en ander meer vorm, meer praktijklessen, reparaties werden verricht aan de auto’s van het lerarenkorps en mocht je soms aan je eigen bromfiets sleutelen…’

Leerlingen van de Ir. J.D.M. Bardetschool aan de W.J. Bossenbroekstraat. Foto gemaakt bij de hoofdingang. Hierop staat de eerste klas die de richting autotechniek deed op deze school, samen met de leraar schei- en natuurkunde, de heer Bila.

Het Museum van Zuilen ontving ook de herinnering aan de W.J. Bossenbroekstraat van van M. Tichelaar-Star:

‘In september 1949 ben ik geboren in de W.J. Bossenbroekstraat op nummer 2. Mijn ouders waren een paar maanden daarvoor hier naar toe verhuisd.

Ze kwamen vanuit Spijk, een dorp in het noorden van Groningen. Mijn vader, meester Star, was onderwijzer geworden op de school aan de Daalseweg.

Een hele onderneming was het voor mijn moeder, zij was hoogzwanger, om met drie nog kleine kinderen, zo te komen wonen in deze straat in Zuilen.

Wij hebben er gewoond tot december 1953, dus niet zo lang. Toch heb ik er nog wel herinneringen aan:

Vóór ons huis was een stukje weiland, waar ik regelmatig een paard een suikerklontje mocht geven.

Ook de indeling van de woning beneden kan ik me nog goed herinneren. De voordeur was een deur met een rond raampje. Toen ik laatst met een dochter bij mijn geboortehuis ging kijken, zag ik dat de huizen er aan de buitenkant nog hetzelfde uitzien. Bij ons huis, een hoekwoning, is de toegang achterom nu afgesloten met een ijzeren hek.

Veel namen van andere bewoners uit die tijd weet ik niet meer, ik was nog te klein. De namen die ik nog weet zijn: familie Kamperman met een zoon Wim en de familie Rigterink met zoon Bert en dochter Ellie.

Winkels in de buurt waren bakker Dingemans en kruidenier Zetstra.’

Meer weten over de W.J. Bossenbroekstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De H. Diemerstraat

Op de site Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) lezen we: ‘Hendrik Diemer is geboren te Scharnegoutum (Wymbritseradeel) op 13 februari 1879 en overleden te Rotterdam op 4 oktober 1966. Hij was de zoon van Evert Diemer, predikant, en Annigje Kerssies. Diemer verdient een eigen plaats in de sociale geschiedenis van Nederland. Hij was niet alleen medeoprichter en voorzitter van arbeidersorganisaties, maar ook, en gedeeltelijk zelfs gelijktijdig, van werkgeversverenigingen. Diemer was de eerste voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en werkgeversvoorman.

Op 12 december 1998 maakte de fotograaf van Het Utrechts Archief deze foto van de naar H. Diemer genoemde straat.

De H. Diemerstraat is de meest noordelijke straat van de wijk die in Zuilen bekend staat onder de naam ‘Eigen Haard’. De straat begint bij de Minister Talmastraat en eindigt bij de Minister de Visserstraat.

De straat staat haaks op de Amsterdamsestraatweg en in tegenstelling tot wat tot enige jaren vóór de bouw van deze straat gebruikelijke was, heeft de H. Diemerstraat geen ‘winkel op de hoek’.

De piloot vloog precies aan de goede kant van ‘Eigen Haard’, helemaal op de voorgrond hebben we zo een uitstekend beeld van de H. Diemerstraat. De winkelstrip aan de Minister Talmastraat is nog lang niet voltooid, dus voor de boodschappen is men vooral aangewezen op de bezorgers aan huis.

 Tot ongeveer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op die ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel, mensen wilden zelf bepalen van wie zij de producten kochten, enz. – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd.

Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. De bewoners van de H. Diemerstraat werden verwend met dit ‘winkelcentrum’ waar van alles geboden werd.

Niet alle winkels werden tegelijk gebouwd. Zelfs werd het eerste winkelblok, gezien vanaf de C. Smeenkstraat, in twee delen gebouwd.

De eerste drie winkels werden onderheid, de andere drie niet. Dit perceel grensde aan de eerste drie. Door verzakking begon dit blok zich langzaam los te maken van de geheide bouw. Het gevolg was dat vanuit de bovenwoning de bewoners een hand door de ontstane kier konden steken!

Op de meest rechtse hoek van de winkelstrip zat de kapsalon van Ten Hulscher die werd opgevolgd door Lips (wiens zonen de winkel nog steeds voortzetten).

Naast de kapsalon zat Sigarenmagazijn Talma’ van  Kuiper. Daarnaast zat drogisterij Zonsveld, vervolgens slagerij Vos en bakkerij Dingemans. In de winkel van Dingemans kwam later bakkerij Boonzaaijer.

Op de hoek Patrimoniumstraat zat kruidenier Zetstra die ook een winkel had aan de Amsterdamsestraatweg op de hoek bij de Voltastraat.

Op de andere hoek van de Patrimoniumstraat zat melkboer Verhoef, die werd opgevolgd door F. van Kippersluis’. Volgens de overlevering breide de heer van Kippersluis in een later stadium zijn winkel uit met de winkelruimte van de heer Faber. Dat was zijn buurman, die een bloemenwinkel runde.

Naast Verhoef zat Woninginrichting Selles en daarnaast kwamen we bij de lampenwinkel van Huiding. Vervolgens vonden we de kledingwinkel (fournituren en lingerie) van mevrouw Pas. Zij gaf de winkel de naam ‘JaCoBe’, de eerste letters van de namen van haar drie zonen Jan, Cor en Bert. Mevrouw Pas gaf het stokje door aan Henk Pronk die na enige jaren hier te hebben gepionierd, met zijn nering naar de Amsterdamsestraatweg.

De gordijnenwinkel die we vervolgens in beeld kregen, was maar een kort leven beschoren, deze winkelruimte nam de heer Pronk erbij om zijn winkel uit te breiden.

De ViVo-kruidenierswinkel van de heer Enkelaar was de voorlaatste op de rij.

Op de hoek met de H. Diemerstraat zat de laatste winkel: het Polydorhuis van de familie Van Grootheest. Daar werden huishoudelijke artikelen verkocht.

De winkels aan de Min. Talmastraat op een zonnige dag.

Meer weten over de H. Diemerstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Patrimoniumstraat

‘Patrimonium’ is de naam van de eerste werknemersorganisatie in Nederland, op protestants-christelijke basis die werd opgericht in 1877. Veel woningbouwverenigingen in Nederland heten ‘Patrimonium’, wat betekent: vaderlands erfgoed.

De eerder bebouwde straten in de omgeving kregen namen die met de woningstichting ‘Eigen Haard’ te maken hebben. Zo wordt dit wijkje van Zuilen dan ook dikwijls geduid: jij woont op ‘Eigen Haard’. Ook wanneer je in de Patrimoniumstraat woont.

Kort na de realisering van de huizen van woningstichting ‘Eigen Haard’, complex twee: de C. Smeenkstraat en de Luit Blomstraat, bouwde woningbouwvereniging ‘Zuilen’ de huizen aan de Patrimoniumstraat en de overgebleven stukken grond van de C. Smeenkstraat en Minister de Visserstraat, en tenslotte de H. Diemerstraat.

In tegenstelling tot de bouw in de vooroorlogse periode werd in deze woonwijk geen ‘winkel op de hoek’ gerealiseerd. Tot ongeveer de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de bewoners voor hun dagelijkse levensbehoeften nog aangewezen op de ‘winkels op de hoek’ en de bezorgers aan de deur. Vanwege de langzaamaan veranderende koopgewoonten – de huurders werden meer mobiel – besloot men tot een verbetering: er werd een hele winkelstrip gebouwd. Links en rechts van de Patrimoniumstraat werden, in twee blokken van zes, twaalf winkels gebouwd. Het werd een van de eerste winkelcentra van Zuilen.

In de verhalen over Zuilen in de Tweede Wereldoorlog komen we – maar wel heel summier – de Patrimoniumstraat tegen:

Begin 1943 werd op last van de bezetter een tankval gegraven aan de noordkant van Nieuw-Zuilen. Hiervoor moest Vijfhuizen (‘een gehucht onder Zuilen’ volgens K. ter Laan in zijn ‘Aardrijkskundig woordenboek Nederland’) worden afgebroken, want precies daar werd de tankval gegraven. Zij werd met de hand uitgegraven en de grond kwam als een laag dijkje aan de kant van Nieuw-Zuilen ernaast te liggen. Een houten en op sommige plaatsen een betonnen beschoeiing aan die kant voorkwam het terugvallen van de aarde. Door deze tankval had de bezetter de toegangswegen aan de noordzijde van Zuilen volledig onder controle. De tankval bestond uit meerdere delen. Het langste deel werd gegraven van de Daalseweg (ter hoogte van de Burgemeester Norbruislaan) tot aan het Merwedekanaal (tegenwoordig het Amsterdam Rijnkanaal), het andere stuk liep van de Daalseweg (Burgemeester Norbruislaan) tot aan de Vecht.

Om de controle te optimaliseren werd ter hoogte van de tankval over de Daalseweg een grote bunker gebouwd. Hij stond geheel over de weg heen en had aan de linkerkant (vanaf de stad gezien) een doorgang voor fietsers en voetgangers. De bunker werd ook gebruikt om te schuilen bij luchtalarm.

Op de vraag waar de tankval was, werd altijd gezegd: ‘ongeveer waar nu de Patrimoniumstraat is’.

De nieuwbouwwijk was ook een goed onderwerp voor ansichtkaarten. Zoals deze vierluik ansichtkaart Utrecht Noord: Amsterdam-Rijnkanaal, en 3 x straten ‘Eigen Haard’. (Luit Blomstraat, C. Smeenkstraat en Patrimoniumstraat).

Utrechts Nieuwsblad 9 december 1950

Begin van brand

Gisteren ontstond een begin van brand in een keet op een bouwwerk aan de Patrimoniumstraat. Een jongeman wilde een kachel aanmaken of wat opstoken, en meende daarvoor benzine te moeten gebruiken. Toen hij deze vloeistof in de kachel wierp, ontstond een soort van ontploffing en sloegen vlammen eruit. Enige kledingstukken in de omgeving van de kachel geraakten in brand, doch het vuur kon door arbeiders worden geblust. De brandweer, per sirene gealarmeerd, was vlug ter plaatse, doch behoefde geen dienst te doen.

Meer weten over de Patrimoniumstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl