De Burgemeester Norbruislaan

Op de tekentafel begon deze laan onder de naam ‘Verlengde Prins Bernhardlaan’. Maar juist tijdens de aanleg ervan nam de laatste burgemeester van Zuilen afscheid van zijn inwoners: Utrecht annexeerde een groot deel van Zuilen per 1 januari 1954.

Na bijna 20 jaar burgemeesterschap werd de vernoeming van een straat of laan in Zuilen bijna een ‘must’. Zo kwam de ‘verlengde…’ aan zijn nieuwe naam.

Deze laan werd vernoemd naar Obbe Norbruis, geboren op 28 februari 1895 in Minnertsga (Groningen). Na zijn schooljeugd en diensttijd werd hij burgemeester van Oud- en Nieuw Schoonebeek van 1922 tot 1935.

Op 1 juni 1935 werd Norbruis geïnstalleerd als burgemeester van Zuilen. Hij volgde toen de domineeszoon Mr. M.M. Kwint op die als tijdelijk burgemeester benoemd was voor Zuilen.

Zuilen telde toen 17000 inwoners. Van de 5000 gezinshoofden waren er vrijwel constant 1200 zonder werk. De Demka fabriek was op haar dieptepunt en telde nog maar 90 schaars betaalde arbeiders en beambten. Georganiseerde werknemers kregen minder uitkering dan hun lotgenoten in Utrecht, omdat Zuilen in een lagere klasse was ingedeeld. Ook op het gebied van de werkverschaffing ontvingen Zuilense arbeiders minder dan hun collegae uit de stad. Voor een broodmaaltijd kreeg de Utrechtse arbeider ƒ 2,50 uitbetaald, de Zuilenaar ƒ 1,50. De bewoner van bijvoorbeeld Van Hoornekade 28 kreeg voor hetzelfde werk minder betaald dan zijn buurman op nummer 26.

De tewerkgestelden in Zuilen gingen staken. Uitvoerig werd aan Norbruis verslag gedaan. Deze stelde zich op het standpunt dat hun beklag gegrond was en raadde hen aan, weer aan het werk te gaan. B. en W. zouden er alles aan doen om aan dat onrecht een einde te maken. Samen met wethouder Zachte vroeg en verkreeg de burgemeester audiëntie bij de minister van Sociale Zaken, de heer Slingerlandt. De gemoederen op het departement raakten zo verhit dat de minister beide heren op straat liet zetten!

Toch begreep men in Den Haag wel dat het zo niet kon en Zuilen werd bij de uitkering aan werklozen en de werkverschaffing gelijkgesteld met de grote steden.

De Burgemeester Norbruislaan werd rond 1954 aangelegd en past in het ontwerp van stedebouwkundige Berlage, die samen met Holsboer een stratenplan ontwierp voor Utrecht. De oude en, bochtige Daalseweg werd door de Burgemeester Norbruislaan, de Burgemeester van Tuyllkade en de Prins Bernhardlaan ‘gekanaliseerd’.

Zo komt het dat ‘De Parel van Zuilen’, het voormalig gemeentehuis van Zuilen, nú aan de Burgemeester Norbruislaan ligt. Dit pand was ooit het woonhuis van de familie Plomp, werd daarna de directeurswoning van J. Jonker – Jonker was de directeur van Borstelfabriek Gebrs. Jonker, die vanuit Amsterdam zich in Zuilen vestigde. De drie huizen links van de toegangspoort hoorden ook bij deze fabriek: hier woonden de procuratiehouder, magazijnknecht en de meesterknecht borstelfabriek – vervolgens gemeentehuis van Zuilen en is sinds 2010 weer een trouw locatie waar u ook kunt vergaderen, feesten en dineren.

De Burgemeester Norbruislaan loopt van de J.M. de Muinck Keizerlaan tot de grens met de gemeente Stichtse Vecht. Richting het noorden ziet u aan de linkerkant portiekflats tot aan de Van Heukelomlaan. Voorbij die laan staan galerijflats. Het ontwerp was van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn. De flats werden gebouwd door het bouwbedrijf van de heer C. Plomp.

Voorbij de flats liggen de sportvelden van verschillende voetbalverenigingen, onder andere Elinkwijk, de meer dan 100 jaar oude voetbalclub uit Zuilen.

De grens met Maarssen is bij de Zuilenselaan.

De flats die aan de ‘Verlengde Prins Bernhardlaan’ (later de Burgemeester Norbruislaan) gebouwd werden. Het ontwerp was van de heer W.C. van Hoorn. De flats werden gebouwd door het bouwbedrijf van de heer C. Plomp.

 

Meer weten over de Burgemeester Norbruislaan en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl