De Van Hoornekade

De graaf van Hoorne behoorde met de graaf van Egmont en Willem van Oranje tot de belangrijkste edelen die in conflict geraakten met de Spaanse overheersing van de Nederlanden.

Voor de beide graven eindigde het hoog opgelopen conflict met een onder invloed van de Spaanse landvoogd Alva uitgesproken doodvonnis. In 1568 werden de graven op de Grote Markt te Brussel onthoofd. Willem van Oranje ontsprong dit lot door bijtijds te vluchten. Dit alles wordt wel gezien als het begin van de opstand tegen Spanje.

De Van Hoorne’kade’ is onderdeel van de zogenoemde ‘stemvork’, een geliefd ontwerp van Berlage. Hij ontwierp, samen met de directeur Openbare Werken Holsboer, een stedenbouwkundig plan voor Utrecht. Langs invalswegen kwam een watergang. Rond 1953 werd deze watergang vanwege de overlast van vuil (waar onder andere ratten op afkwamen) gedempt. – de overige wegen van deze stemvork waren de Royaards van den Hamkade, Laan van Chartroise en de Van Egmontkade.

In 1930 begon men met de graafwerkzaamheden die op 5 december van dat jaar leidden tot de ontdekking van ‘Het Utrechtse Schip’. De vondst werd direct herkend als van grote geschiedkundige waarde. Het schip werd tussen 997 en 1027 gebouwd.

Om het schip tegen de tand des tijds te beschermen werd het hout behandeld met creosoot, een teerproduct dat een doordringende geur afgeeft. Bezoekers van het Centraal Museum herinneren zich dikwijls nog deze geur als zij aan hun museumbezoek terugdenken.

In 1953 werd het water vanwege de overlast van vuil (waar onder andere ratten op afkwamen) gedempt.

Voor de geschiedenis van de Van Hoornekade gebruiken we de Stratengids 1940, met per straat, per huisnummers, de naam van de hoofdbewoner en zijn of haar beroep. Deze gegevens zijn aangevuld met advertenties en andere boekwerkjes. We lopen een denkbeeldige wandeling in de periode 1938-’39 over de Van Hoornekade, vanaf de Marnixlaan.

Op de hoek met de Marnixlaan zat A.M. Copier met zijn winkel in manufacturen. Langs de oneven kant naar de Burgemeester van Tuyllkade lopende kwamen we op nummer 3 bij slager E. Wit.

Aan de overkant zagen we de Groen van Prinstererschool liggen. Een prachtig ontwerp en uitgevoerd op in de stijl zoals Berlage dat bedoelde. Aan de oneven kant waren tot de Blois van Treslongstraat alleen maar huizen.

Op de hoek met ‘de Blois’ zat bakker J.D. de Ruyter. Op de hoek Van der Marckstraat zat H.H.J. Takkenberg, hij had een boekhandel. Zijn collega-winkelier op de volgende hoek was bakker G. Hoogendoorn.

Enige huizen na de hoek passeerden we de grens met Zuilen. (De oneven nummers hoger dan 37 en de even nummers boven de 28 zijn Zuilens.) We komen nog steeds bijna uitsluitend woningen tegen. Op nummer 53 (van de door ons gehanteerde oude nummering van 1938) stond de heer P.C. Moolenbeek te boek als bakker.

Van Birkhoff had op nummer 79 ook een bakkerswinkel.

We staan al bij de rotonde en passeerden nog slechts de slagerij van de heer A.H.J. Hermanns (op nummer 83), ‘Volksslagerij Goed en Goedkoop’.

Op de hoek met de Adriaan van Bergenstraat zat de groentewinkel van Van Willigenburg. In 1952 kwam zijn opvolger, Van Oort, hier de groenten verkopen.

Een verhaal dat bij de Van Hoornekade hoort:

In 1935 telde Zuilen 17.000 inwoners. Van de 5000 gezinshoofden waren er vrijwel constant 1200 zonder werk.

Georganiseerde werknemers kregen minder uitkering dan hun lotgenoten in Utrecht, omdat Zuilen in een lagere klasse was ingedeeld. Ook Zuilense arbeiders in de werkverschaffing ontvingen minder dan hun Utrechtse collega’s. Voor een broodmaaltijd kreeg de Utrechtse arbeider ƒ 2,50, de Zuilenaar ƒ 1,50. De werkloze bewoner van Van Hoornekade 28 (Zuilen) kreeg een lagere uitkering dan zijn buurman op nummer 26 (Utrecht) terwijl zij hetzelfde werk deden.

Het gevolg was dat Zuilense tewerkgestelden gingen staken. Burgemeester Norbruis vond hun beklag gegrond en raadde hen aan weer aan het werk te gaan: B. & W. zouden aan dat onrecht een einde maken.

Samen met wethouder Zachte vroeg en verkreeg Norbruis audiëntie bij de minister van Sociale Zaken, Slingerlandt. De gemoederen op het departement raakten zo verhit dat de minister beide heren op straat liet zetten!

Toch begreep men in Den Haag wel dat het zo niet kon: Zuilen werd bij de uitkering aan werklozen en de werkverschaffing gelijkgesteld met de grote steden.

Zaterdagavond 23 september 1944 omstreeks half elf brak voor de bewoners van de Van Hoornekade de hel los. Enkele bommen vernielden een aantal woningen. Zo ook de Van Hoornekade 41. Daarbij kwam de zoon van de familie Van der Woude om het leven. Hij was de enige die op dat moment thuis was. De materiële schade was groot. Het ging niet om een bombardement:, maar een Engelse piloot werd achternagezeten door enkele Duitse jagers en hij moest zijn last kwijt.

 

Meer weten over de Van Hoornekade en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl