Over de Demka staalfabrieken
In het Groningse Martenshoek begon de heer Ten Oever een IJzergieterij. De fabriek groeide en werd voortgezet door zijn schoonzoon: Jan Menzo de Muinck Keizer. Deze Jan Menzo besloot gehoor te geven aan het verzoek van Werkspoor te Zuilen om de fabriek te verplaatsen naar een naast de Werkspoorfabrieken gelegen terrein. – Dat is het terrrein dat we in 2026 herkennen als de locatie van o.a. de Praxis en De Kroon Zonwering.
Hier in Zuilen – toen nog een zelfstandige gemeeente – werd het proces aangepast tot een staalgieterij. In 1916 werd in Zuilen voor het eerst staal gegoten door de fabrieken van J.M. De Muinck Keizer, waarvan de naam al snel werd afgekort tot het fonetische ‘DeMKa’. Om de Demka staalfabriek aan u voor te stellen citeer ik graag een artikel uit het perrsoneelsblad van de fabriek, de Demka Bode, waarin een onderdeel van de fabriek zo prachtig wordt beschreven…
De Smelterij.
‘Eén van de pijlers waarop ons bedrijf rust, is de Smelterij; zij, die hier werken, dragen een grote verantwoordelijkheid, omdat de samenstelling van het door hen afgeleverde vloeibaar staal de kwaliteit bepaalt van het eindproduct, ongeacht of dit nu een walsproduct of een gietstuk is.
Het smelten geschiedt in ovens, waarin het ruwijzer en het schrot, met eventuele toevoegingen, worden omgezet in het staal, dat we willen maken. Dit omsmelten gebeurt onder toevoering van warmte, dat wil hier zeggen: hete gassen of electriciteit, kortom energie.
Hoe ontstaat warmte? Warmte ontstaat door verbranding, energie of kracht eveneens. Verbranding is een proces waarbij lucht, beter gezegd: de zuurstof uit de lucht, die zich verbindt met brandstof, waarbij warmte vrijkomt. Bij brandstof denken we als regel in de eerste plaats aan hout, turf, steenkool, petroleum, gas en dergelijke, maar het kan bij wijze van spreken ook boerenkool met worst zijn, want aan de verbranding van voedsel in ons lichaam danken wij onze lichaamswarmte.
In een stoomketel wordt door verbranding van steenkool warmte ontwikkeld, waardoor stoom wordt gevormd. Deze warmte wordt in een stoomturbine omgezet in kracht en deze weer in electriciteit. Deze electriciteit wordt in electromotoren tot kracht en in onze electro-oven tot warmte. Er is dus verband tussen warmte, electriciteit en mechanische arbeid. Deze kunnen alle worden uitgedrukt in calorieën. (1 kWh = 1,36 PKh = 864 kCal.) De waarde van ons voedsel wordt uitgedrukt in calorieën en we herinneren ons nog wel uit de oorlogsjaren, die achter ons liggen, dat het tekort hieraan ons zwak en kouwelijk maakte.

Onze Siemens-Martinovens worden met gas gestookt, dat in generatoren uit steenkool wordt gemaakt. De generatoren zijn te vergelijken met kleine gasfabrieken.
In de naaste toekomst zullen deze ovens met olie worden gestookt, waardoor hogere temperaturen worden bereikt en het smelten dus sneller kan geschieden. In deze ovens bevindt zich een langwerpige schaalvormige ruimte, inwendig bekleed met vuurvaste steen waarin ruwijzer en schrot worden gebracht met behulp van de chargeerkraan. Deze keert de inhoud van de laadbakken, die bij de schrotbaan zijn gevuld, in de oven om. Daar deze tenslotte 25 ton gesmolten staal moet afleveren en het gesmolten metaal veel minder plaats inneemt dan het ongesmolten materiaal, wordt de oven niet in éénmaal gevuld; dit geschiedt geleidelijk naarmate het staalbad is ingesmolten. Aan beide zijden bevinden zich onder de oven de z.g. „kamers”. Deze zijn verdeeld in een groot aantal kanalen, die eveneens zijn gemaakt uit vuurvaste steen. Tijdens het smelten gaan de te verbranden gas en lucht langs gescheiden kanalen door één kamer naar de ovenhaard, komen daar samen tot ontbranding, waardoor de hitte ontstaat, die het staal doet smelten. De verbrandingsgassen vinden door de andere kamer en de schoorsteen hun weg naar buiten.
Het spreekt van zelf, dat de stenen in de laatstgenoemde kamer door de hete verbrandingsgassen geleidelijk gloeiend worden. Ieder half uur wordt de gas- en luchtstroom omgekeerd, waardoor deze eerst de gloeiende stenen passeert en daardoor met een temperatuur van ca. 1000° C in de oven komt, en dan begint te branden, waardoor nog hogere temperaturen ontstaan, tot ongeveer 1800° C.
Na ongeveer 6 uur is het staalbad geheel ingesmolten en klaar om in de gietpan te worden afgestoken. Afhankelijk van de kwaliteit, welke tevoren werd vastgesteld en tijdens het smeltproces door het Laboratorium werd gecontroleerd, worden hieruit walsblokken, smeedblokken of gietstukken gegoten. Gedurende deze 6 uren wordt van de smelters, kraandrijvers en stokers grote oplettendheid vereist.
Fotobijschrift: De schrootkraan van Demka.

De schrotkraandrijver moest het juiste schrot en de juiste hoeveelheid ruwijzer in de bakken storten; de chargeerkraandrijver moet de inhoud van de bakken gelijkmatig in de oven verdelen, de stoker moet zorgen, dat de kwaliteit van het door hem afgeleverde generatorgas goed is; de smelters moeten op tijd de keerkleppen voor het veranderen van de gas- en luchtstroom omzetten, zorgdragen voor het juiste mengsel van gas en lucht, de temperatuur in de oven voortdurend controleren en de juiste hoeveelheid toeslag toevoegen.
Deze oplettendheid geldt ook voor het bedienen van de electro-ovens en van de hoogfrequent-oven. Hier wordt niet met gas of olie verhit, maar met behulp van electriciteit; hier moet niet het gasmengsel maar de hoeveelheid en de spanning van de toegevoerde electriciteit worden geregeld. In een volgend artikel zullen wij iets meer vertellen over onze electro-ovens en de hoogfrequent-oven.
Fotobijschrift:
De laatyste charche van de Siemens-Martinoven
