Utrecht telde na de Tweede Wereldoorlog vier woonscholen. Dat waren woningcomplexen voor wat we tegenwoordig huishoudens met een rugzakje noemen, onderverdeeld in “economisch zwakken”, “sociaal zwakkeren”, “asociale gezinnen” en “onreclasseerbaren”. De laatste groep werd als onverbeterlijk beschouwd en moest door de politie in de gaten gehouden worden. Voor de eerste drie groepen werden de woonscholen gebouwd: Ondiep XII (“De Hooipoort”, 1924, 70 overgangswoningen voor sociaal zwakkeren); Kerkweg/Houtplein (1925, 70 kleine woningen voor asociale gezinnen); Ondiep XIII (1929, 177 woningen voor economisch zwakkeren); Anthonieplein (1948, 40 bungalowwoningen voor asociale gezinnen). In alle gevallen waren deze complexen naar binnengericht, om het toezicht te vereenvoudigen.
De gezinnen in de woonscholen werden op de huid gezeten door een legertje bemoeizorg-medewerkers van de Stichting voor het beheer en de exploitatie van volkswoningen te Utrecht. Daarin maakte de gemeente samen met liefdadigheidsinstellingen de dienst uit. In de jaren 70 gingen er steeds meer stemmen op dat de woonschool een achterhaald, paternalistisch concept was. De gemeenteraad besloot in 1975 om ze op te doeken. Een van de woonscholen, het complex Ondiep XIII (1930) lag in Geuzenwijk aan het noordeinde van de JS de Rijkstraat. De gemiddelde huur was bij oplevering f4/week, iets lager dan de f5/week die de meeste huizen van woningbouwverenigingen moesten kosten.
Thea Esser-Heffty werd er in 1940 geboren. Ze vertelde erover aan Jos van Sambeek voor zijn rubriek Het Geboortehuis in het AD/UN: “Als je onder de poort woonde, dan was niet zo best. Waarom het een slechte naam had weet ik niet. Het werd Rikketik genoemd en er woonde van alles door elkaar. (…) We woonden er met drie meisjes en een jongen. Mijn oudste zusje overleed in de oorlog aan difterie. We groeiden op zonder vader. Kinderen vroegen me wel eens waar mijn vader was. Dus ik vroeg het mijn moeder. ze zei ‘Lieffie, papa heeft de wind tegen’.”
Na het opheffen van de stichting werd besloten om de woonscholen te slopen: de 2e saneringsstroom. Voor de 177 huisjes van complex Ondiep XIII kwamen 156 nieuwe sociale huurwoningen terug, met een doelgroep die voor een deel hetzelfde was. Bouwen voor de buurt dus.

De oude situatie met de twee gesloten bouwblokken aan weerszijden van de JS de Rijkstraat die de woonschool vormden. De hofjeswoningen aan de binnenkant van de bouwblokken werden ieder ontsloten door twee onderdoorgangen/poorten. Linksboven zijn nog juist de woningen van het oude Schaakwijk te zien.

De Cornelis Dirkszstraat in 1976, met links de poort naar het hofje van de Adam van Harenstraat [foto: HUA]

En zo ziet het nieuwe buurtje uit 1978 eruit. Kleinere bouwblokken, een grote diversiteit aan woningtypen en veel meer ruimte voor de auto.

De nieuwbouw werd opgetrokken in gietbouw, met prefab betonnen binnenspouwbladen.

Het meest voorkomende woningtype bij de laagbouw, met de in die tijd zeer populaire open keuken (en geen achterportaal..)

Gestapelde woningtypen, met maisonnettes boven grote woningen op straatniveau
Welke woningen horen bij dit project:
Cornelis Dirkszstraat 92-146
Adam van Harenstraat 1-43 en 6-48
JS de Rijkstraat 169-203 en 170-208
Lumeystraat 1-65 en 6-22
Adriaan van Bergenplein 7-17
Adriaan van Bergenstraat 101-127
Rochus Meeuwiszstraat 22-34