De Wethouder D.M. Plompstraat

De familie Plomp heeft op de geschiedenis van Zuilen een nadrukkelijk stempel gedrukt: twee burgemeesters, een wethouder en een gemeenteontvanger. De heer D.M. Plomp was gedurende twee perioden wethouder van Zuilen, van 1920 tot 1927 en van 1929 tot 1933. Zijn overlijden, kort voor de realisatie van de Vliegerswijk, bracht het gemeentebestuur van Zuilen ertoe de man te eren met een naar hem vernoemde straat.

Voor een beschrijving van de Wethouder D.M. Plompstraat ‘van toen’ lopen we vanaf de Amsterdamsestraatweg.

Aan de linkerkant bevond zich een groothandel in koek van de heer Dijkstra. Op de kruising met Clement van Maasdijk waar we vervolgens aankomen, zat een aantal winkels. Op nummer 8 bijvoorbeeld de melkhandel van J.A. van der Horst en op nummer 10 zat korte tijd bakker Hus. In 1950 lezen we al een advertentie die aangeeft dat in dit pand brood verkocht wordt door de opvolger van Hus, Herman Wijnhof.

De winkel op de hoek aan de oneven kant was de groentewinkel van de Groot. Hierna kwamen we tot aan de Adr. Mulderstraat vrijwel alleen nog maar woningen tegen. Op nummer 48, naast het poortje, zat melkboer de Bruin, die ook schoolmelk verzorgt. Links en rechts aan het einde van de straat zaten nog twee winkels: links de melkhandel B. Lagendijk en rechts slagerij ‘De Tijdgeest’.

Op deze foto is de nieuwbouw van Mariëndaal in beeld, het winkelwoonhuis op de hoek van de Wethouder D.M. Plompstraat en de Clement van Maasdijkstraat. In de Clement van Maasdijkstraat staan de woningen nog te huur.

De gemeente-architect W.C. van Hoorn slaagde er vrijwel altijd in een nieuwigheid in zijn plannen naar voren te brengen. Wat hij voor de middenstandswoningen op de hoeken van de straten in Mariëndaal bedacht werd beschreven in het Utrechts Nieuwsblad:

‘…Het complex dat hier zal verrijzen staat onder architectuur van den heer W.C. van Hoorn te Zuilen, die zoo welwillend was ons aan de hand van het ontwerp nadere mededeelingen te verschaffen omtrent indeeling, architectuur en de nieuwe vinding van hem omtrent trappenbouw.

De heer van Hoorn heeft in zijn ontwerp een nieuw idee verwerkt, waarvan hij groote verwachtingen voor de toekomst koestert, inzake oplossing van de moeilijke problemen welke zich voordoen bij het bouwen van hoekwinkelhuizen met bovenwoningen. Hij verklaarde hiervoor dat volgens zijn inzien de voordeelen van deze buitentrap vele zijn en noemde er ons enkele. Om te beginnen, aldus de heer van Hoorn, is in de tot heden gevolgde bouwwijze steeds de opgang tusschen woonvertrekken van den winkel geprojecteerd.

Dit heeft tot gevolg dat indien uitbreiding van den winkel noodig is, men op ’t bezwaar stuit dat deze verandering niet mogelijk is zonder groote en kostbare veranderingen. Bij de nieuwe toepassing, en ook in dit ontwerp verwerkte plan, zijn de kosten van uitbreiding zeer gering, daar deze alleen bestaan in het wegbreken van een halfsteens-muurtje, waar bij het bouwen van de winkel van tevoren reeds rekening mee dient te worden gehouden’.

In de Wethouder D.M. Plompstraat staan twee monumenten: het Vliegermonument, een initiatief van gemeentesecretaris A.E. van der Weerd en de Beatrixbank aan de overzijde, compleet met de op 1 februari 1938 geplante Beatrixboom.

Om het Vliegermonument beter tot zijn recht te laten komen besloot het gemeentebestuur een zogenoemde Beatrixboom en -bank te planten tegenover het te bouwen Vliegermonument. ‘Enige‘ omwonenden kwamen eens kijken hoe zo’n boom nou precies in de grond gaat.

Het Vliegermonument is een eerbetoon aan de Nederlandse luchtvaartpioniers. De straten in deze wijk werden naar verschillende van hen genoemd en zo ontstond het idee voor een monument in Zuilen. Het werd een zogenoemd werklozenproject. De gemeente-architect W.C. van Hoorn ontwierp het, de werklozen bouwden het. De Utrechtse kunstenaar Uiterwaal maakte de ‘elementen’: de vleugels, de tekstpanelen en de verdere versieringen.

Een aantal nieuwsgierigen is zelfs op het dak van hun woning geklommen om toch maar niets van het schouwspel te hoeven missen. De heer A. Mulder, een van de aanwezige luchtvaartpioniers, legt onder toeziend oog van burgemeester O. Norbruis een krans bij het monument ter nagedachtenis aan de om het leven gekomen mede-pioniers

Meer weten over de Wethouder D.M. Plompstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Arnoldus Rotterdamstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was: A. Rotterdam werd geboren in 1718 en overleed in 1781. Hij komt voor op de lijst van predikanten die predikten in de hervormde kerk van Oud-Zuilen. Hij deed dat van 26 juli 1741 tot 1755.

Van de Arnoldus Rotterdamstraat zelf blijkt maar weinig te verhalen.

Op nummer 28 komen we bij de woning van de heer en mevrouw Pest. U kon de woning herkennen aan de speciale bel die Gerrit Pest heeft geconstrueerd. Het is ogenschijnlijk een normale trekbel zoals we die kennen van vroeger, zo’n koperen knop, waaraan een metalen draad zat die een (vaak ook koperen) belletje dusdanig in beweging bracht dat deze ging klingelen.

Maar als u aan deze bel trok, hoort u niet het gebruikelijke klingelen van een bel. Pest koppelde zijn trekbel aan een transformator en elektrische bel, zodat u heel onverwacht een schel belgeluid hoorde. Het lijkt wel goochelen, zullen we maar denken. Dat klopt dan ook helemaal. Deze Pest heeft in Zuilen naam gemaakt met zijn goochelkunsten. Niet onder zijn eigen naam, maar zoals in Hongarije gebeurde met de plaatsen Boeda en Pest die tot één naam werden samengevoegd, zo gebruikte de heer Pest de naam Boeda als artiestennaam. Hij goochelde (veel in het Pastoor Schiltehuis) onder de naam Boeda en heeft in het Utrechtse Gebouw voor Kunsten & Wetenschappen ook nog eens een Nationaal Congres voor goochelaars georganiseerd.

  1. van Lexmond herinnert zich nog dat tijdens de verhuizing van Boeda de man zelf niet heeft geholpen: hij speelde piano en is al spelende achter de piano in de verhuiswagen gezet.

Utrecht zou een beroemde goochelaar voortbrengen: Fred Kaps. Die was ‘wereldberoemd’ in heel Nederland. Niet veel minder beroemd, maar meer op Zuilen gericht, was deze man: Onze goochelaar Boeda! Een van de herinneringen aan hem gaat over een opmerking tegen zijn gelegenheidsassistent, een kind dat hij uit zijn publiek haalde en op het podium om medewerking vroeg: ‘Hou jij die schaar even in de gaten?’ Om dan even later quasi verwijtend op te merken: ‘Jij zou de schaar toch in de gaten houden?’ Als het slachtoffer dan met het zweet op de bovenlip tegensputterde dat hij of zij niet anders deed dan een optimale controle uitoefenen op eventueel misbruik van de schaar, kwam het grapje van de heer Boeda: ‘Maar je hebt je vingers niet door de gaten heen!’

In de Stratengids die door de gemeente Utrecht kort voor de Tweede Wereldoorlog werd uitgegeven staan ook alle Zuilense straten, met per straat en per huisnummer, de naam van de hoofdbewoner en zijn/haar beroep.

Bij de gegevens van de Arnoldus Rotterdamstraat valt op dat op de nummers 6, 8, 10, 12, 14 en 16 naast elkaar op rij, alle zes de hoofdbewoners bij de N.S. werken. Hun banen variëren van wagenmaker tot stoffeerder en leerling-machinist.

Een oud-medewerker van Werkspoor bracht meer dan 100 bedrijfsfoto’s naar het Museum van Zuilen. Een serie die in drie groepen te verdelen is: jubilarissen, De Leerschool en de Tweede Wereldoorlog. – Het  getuigt van een vooruitziende blik van de Werkspoordirectie dat zij een speciale fotograaf in dienst nam, die voortdurend foto’s voor het bedrijf maakte. Zo bleef de geschiedenis goed bewaard. – Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog was deze fotograaf, de heer Mulder uit de Arnoldus Rotterdamstraat, met zijn foto’s in de weer. Hoewel het niet een echte foto uit de Arnoldus Rotterdamstraat is, wil ik u toch een voorbeeld geven van het werk waar de heer Mulder druk mee was, en waardoor we nu een mooi kijkje kunnen nemen in zijn werk van ‘toen’.

Wat we hier geshowd krijgen is houten speelgoed en de makers ervan. Zij waren werknemers bij Werkspoor in Zuilen die, als vrijwilligers, dit speelgoed maakten ter gelegenheid van het aankomende Sint Nicolaasfeest. Het is 1943, er ligt dus niet zoveel speelgoed in de winkels, vandaar. Het vrouwtje links zit vast aan een loopstokje, zodat als je dit poppetje voortduwt de voetjes ronddraaien. Het takshondje is in twee delen, verbonden door een stukje soepel leder: zo schudt het achterlijfje als je het hondje voorttrekt.

Meer weten over de Johan van Andelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Johannes van Andelstraat

Eerst maar eens kijken wie de naamgever van de straat was: Johannes van Andel was o.a. pastoor te Genderen en werd in 1590 te Utrecht als predikant door den Raad der stad aangesteld. ‘V o e t i u s  zal wel gelijk hebben, als hij zegt, dat men hier iets goeds van hem hoopt, “vermits syn soet, vreedsaemig en discreet humeur, neffens de goede gaven van prediken…”

Johannes van Andelstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

Van de straat zelf blijkt maar weinig te verhalen.

We starten de wandeling bij de Nicolaas Sopingiusstraat. Hoewel de winkel rechts als postadres Nicolaas Sopingiusstraat 9 heeft, zullen veel bewoners van de Johannes van Andelstraat hier een voet over de drempel hebben gezet. Ooit begon het echtpaar De Buck in deze winkel hun heetwaterstokerij. Dit was een vaker voorkomende nering in een periode dat lang niet alle woningen verzien waren van een geiser of boiler. Men kocht een vaatje heet water voor de was. Het werd ook bij u thuisbezorgd.

Mevrouw De Buck in de deuropening van de heetwaterstokerij.

Een oud-bewoner van de Johannes van Andelstraat werd gevraagd om zijn herinneringen aan de straat:

‘Jullie speelden toch wel? Ook op straat toch? Honkballen? En dat noemde je dan slagbal, met de putten als honk!’ ‘Ja, dat klopt’.

‘En, speelden jullie dan met een echte honkbal? Of gewoon een tennisbal, net als bij ons in de Balderikstraat?’

Nee, nee, dat was ook bij ons gewoon een tennisballetje hoor.’

‘En een echte honkbalknuppel zal het ook niet geweest zijn, maar gewoon een stuk hout?’.

Klopt, daar speelden wij ook mee’, was het antwoord.

‘Maar dan zal er toch ook wel eens een ruit gesneuveld zijn, met dat spelletje? Dat gebeurde bij ons in de straat namelijk ook wel’.

Ja,’ sprak de oud-bewoner toen, en vervolgde met: ‘en een gebroken neus’!

Nu begint het toch al aardig op een verhaaltje uit de straat te lijken.

‘Wat zegt u nu, een gebroken neus? Vertel!’

‘Nou, er was een jongen die uithaalde om de bal een mep te geven, net toen zijn vader de deur opende, het slaghout kwam vol op de neus van de ongelukkige vader terecht. Die was dus gebroken.’

Mevrouw Hund uit de Johannes van Andelstraat vertelde het volgende verhaal:

‘Wij kwamen na ons trouwen in de Johannes van Andelstraat wonen. Op een dag kwamen mijn broer en zwager op bezoek, omdat er in hun wijk (Elinkwijk) een razzia op handen was. De Duitsers zouden volgens zeggen tot de Sweder van Zuylenweg gaan, dus bij ons zaten ze goed. Opeens kwam er een Duitse auto de straat inrijden. De mannen vluchtten via de keukenvloer onder de grond. De loper ging er weer overheen en van de vier mannen was niets meer te zien.

Wij hielden de auto in de gaten. Er stapten zes Duitsers uit en vanachter de gordijnen konden we zien dat zij in twee groepjes van drie naar beide kanten van de straat gingen.

Opeens kwam onze Duitse overbuurman, de heer Schaperdoth, naar buiten. Hij ging naar zijn landgenoten en begon een praatje met hen. Al snel stonden zij alle zes om hem heen. Na een tijdje, ik denk zo’n minuut of tien, gingen ze met hem mee naar boven. Ze zijn de hele middag boven gebleven: later hoorden we dat mevrouw Schaperdoth twee keer koffie voor hen gezet had.

Door dit alles was het inmiddels zo laat (en donker) geworden, dat de heren toen zij beneden kwamen direct naar de auto gingen en van een razzia niets meer kwam. Maar onze mannen hebben wel tot donker onder de vloer gelegen’.

Leden van de buurtvereniging Johannes van Andelstraat (en andere straten in de ‘predikantenbuurt’) tijdens hun jaarlijkse dagje uit in 1946.

Meer weten over de Johannes van Andelstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Jodocus van Lodensteinstraat

Jodocus van Lodenstein (1620-1677) stamde uit een Delfts regentengeslacht. In 1650 ging hij naar het Zeeuwse Sluis en in 1653 nam hij een beroep naar Utrecht aan.

Naast predikant was hij ook dichter. De bekendste bundel van hem is Uyt-spanningen.(bron: Wikipedia)

Voor een beschrijving van Jodocus van Lodensteinstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Hermannus Elconiusstraat.

Op deze hoek zaten links en rechts winkels. Op nummer 1 zat A. van der Kleij met zijn melkhandel. Aan de andere kant, op nummer 2 kwamen we bij de eerste winkel van de heren Stroek en Zwarthoed. Zij verkochten op dit adres vanaf 1926 vis onder de naam Eerste Volendammer Vischhandel.

Makreel, augurken, rolmopsen, het was allemaal te koop in de Jodocus van Lodensteinstraat. De heer Zwarthoed heeft de Eerste Volendammer Vischhandel van Zuilen voortgezet aan de Hubert Duyfhuysstraat. ‘En ging toen wonen in de Hermannus Elconiusstraat, aan de even zijde, bij die huisjes die toen nog een voortuintje hadden’. Stroek verhuisde met zijn vishandel naar de Amsterdamsestraatweg.

Na de vishandel kwam J.B.T. Verhaaf het op nummer 2 proberen met een handel in manufacturen, onder de naam ‘De Concurrent’. In dit pand zat tijdens onze wandeling in 1938-’40 L. Scheffer met zijn kapsalon. Nog later kwam hier kapsalon ‘Corrie’ waar u uw haren in model kon laten brengen.

Er waren nog enkele winkels in deze straat gevestigd. Zo zat op nummer 4 A. Dorrestijn, die nog verhuisde naar de Amsterdamsestraatweg. Hij had ook hier een slagerij. Op nummer 23 had J. van der Wal zijn bakkerij. Naast hem zat P. van Lexmond met zijn schoenmakerij.

In 1962 streken nieuwe ondernemers neer in Zuilen. De heer en mevrouw Van Dam hadden hun oog laten vallen op het winkeltje op nummer 29. Ter gelegenheid van hun 40-jarig jubileum verscheen in 2003 een boekje met de titel: Wat hebben we gedraaid vandaag?

Nummer 27 werd de startplaats voor de eerste (motor)winkel van W. van ’t Hoog, die begon op ‘het landje van Amsing’, aan het einde van de Balderikstraat. Daar bouwde hij al ruim voor de Tweede Wereldoorlog bakfietsen, onder andere voor… bakkerij Amsing. Later verhuisde W. van ’t Hoog naar een pand in de Johannes Uitenbogaertstraat en daar groeide het bedrijf uit tot ‘Garage W. van ’t Hoog’.

Op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat en de Johannes Uitenbogaertstraat opende de heer W. van ’t Hoog zijn eerste echte winkel. Hij begon zijn bedrijf aan de Balderikstraat ‘op het landje van Amsing’ en nadat hij zich hier gevestigd had is de heer Van ’t Hoog nog een keer verhuisd naar een perceel ‘met werkplaats’, in de Johannes Uitenbogaertstraat. In de winkel op de foto was al eerder een garage gevestigd: garage Egmont.

Meer weten over de Jodocus van Lodensteinstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Nicolaas Sopingiusstraat

Nicolaas Sopingius (1545-1592) past als naamgever uitstekend bij de omliggende straten: Sopingius was achtereenvolgens Gereformeerd predikant in Oost-Friesland te Weener en Greetzyl, in Leeuwarden in 1578, in Utrecht van 1579 tot 1589 en in Breda van 1590 tot 1592.

Voor een beschrijving van Nicolaas Sopingiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat. Als we gaan wandelen door de straat merken we dat hier maar weinig winkels en slechts een klein aantal bedrijfjes gevestigd zijn.

Op nummer 1, hoek Hermannus Elconiusstraat zat kruidenier Droog. Over deze kruidenier schreef oud-bewoner Van den Eshof: ‘Kruidenier Droog werd bij ons thuis kortweg “Drogie” genoemd. Het winkeltje was op de hoek van de Nicolaas Sopingiusstraat en de Hermannus Elconiusstraat. Het werd bestierd door een ouder echtpaar dat naast de winkel woonde. Zij hadden geen kinderen. Wij hadden een opschrijfboekje, alles wat we haalden werd erin geschreven en wanneer het uit kwam werd er afgerekend! Toen ze te oud voor de winkel waren zijn ze in dezelfde straat blijven wonen, richting Joh. Uitenbogaertstraat. Er kwam een ijzerwarenwinkel voor in de plaats’.

Op nummer 9, op de hoek met de Johan van Andelstraat, zat volgens een advertentie van 24 juli 1936 K.H. de Buck. Hij had hier een brandstoffenhandel en heetwaterstokerij. ‘Kokend waschwater wordt de geheele week bij U aan huis geleverd, op de door U vastgestelde tijd tegen 8 ct per vaatje van 2 emmers. Vlugge bediening.’

Het was hard werken voor een mager belegde boterham. Hoewel de heer de Buck samen met zijn echtgenote er veel aan deed de winkel tot een succes te maken, kiest hij er na een paar jaar voor om bij de staalfabriek J.M. de Muinck Keizer te gaan werken.

De heetwaterstokerij wordt tegenwoordig (1938) voortgezet door de heer Bronius.

De heetwaterstokerij in de Nicolaas Sopingiusstraat bracht het warme water ook bij u thuis. ‘kokend waschwater wordt de geheele week bij U aan huis geleverd, op door U vastgestelde tijd tegen 8 ct. per vaatje van 2 emmers. Vlugge bediening’. Daarvoor had de heer de Buck de beschikking over een echte vrachtauto. Het vullen van de vaten en het laden van de vracht werd op de gevoelige plaat vastgelegd.

Een stuk verder zit aan de overkant J. Engelen met zijn meubelmakerij. In de verhalen over (dat is weer eens iets anders: ‘over’ en niet ‘van’!) de heer Pasman, de uitgever van het Zuilens Nieuwsblad, blijkt dat hij zijn uitgeverij en drukwerk begon in de Nicolaas Sopingiusstraat, maar waar precies is (nog) niet bekend.

Op de hoek met de Nicolaas Sopingiusstraat met de Johan Uitenbogaertstraat zit nog wel een winkel, al een tijdje zelfs, het is de kruidenierswinkel van Paul Koorn. Hij heeft als postadres de Johan Uitenbogaertstraat, maar omdat ook veel van klanten uit de Nicolaas Sopingiusstraat komen, schenken we ook aandacht aan zijn winkel.

Het echtpaar Koorn nodigt u uit voor een kijkje in hun rijkelijk gevulde winkel.

Meer weten over de Nicolaas Sopingiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Werner Helmichstraat

Werner Helmich past als naamgever uitstekend bij de omliggende straten: ook hij was een predikant die in Utrecht op de kansel stond. Helmich leefde van 1550 tot 1608 en de periode dat hij op de Utrechtse kansel stond, was van zijn eenendertigste tot zijn negenendertigste levensjaar.

Voor een beschrijving van de Werner Helmichstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel en doen alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woonde of welke winkel er zat. We stappen de straat in vanaf de Cornelis Mertenssstraat.

Op de hoek aan de rechterkant staat het gebouw van het genootschap ‘Nieuw Apostolische Kerk in Nederland’. Dit gebouw staat er al een tijd (vanaf 1926) en daarmee is het zelfs een van de eerste gebouwen in deze straat.

Aan de overkant van de kerk staat een gebouw dat ‘Wasscherij Elinkwijk’ huisvest. Deze wasserij begon in de Cornelis Mertenssstraat, maar na de aanleg van de Werner Helmichstraat kreeg de wasserij een ander adres.

Hennie van Huissteden zette het bedrijf van zijn moeder voort. Wasserij ‘Elinkwijk’ was gevestigd op de hoek van de Werner Helmichstraat en de Cornelis Mertenssstraat. De bakfiets is geheel gevuld met wasmanden en -zakken.

Op nummer 7 woont de familie van Haarlem. W. van Haarlem startte een verhuisbedrijf en stalt zijn grote verhuiswagens op het ‘landje van Amsing’, het stukje grond dat aan het eind van de Balderikstraat ligt.

Het bedrijf van Van Haarlem vierde in 2019 haar 90-jarig bestaan, maar werd in 1966 al verplaatst naar De Meern. De hele familie heeft aan het succes van de firma van Haarlem meegewerkt.

Minder bekend is het EHBO-gebouw, dat gehuisvest werd op nummer 23.

Een advertentie in 1953 leert ons dat we dan bij nummer 69 terecht kunnen voor een zakje patates frites. Die werden verkocht door Rienus Jansen. Iets verder op nummer 75 zat slager J.H. Oosterom. Hij had een drogist als buurman, de heer M. Canes, ‘gediplomeerd drogist’.

Vijf huizen verder zat Wilgenburg. In 1937 stond hij te boek als sigarenfabrikant, maar twee jaar daarna is hij van beroep veranderd en treffen we hier een groentewinkel onder zijn leiding.

Als laatste ondernemer aan deze kant van de straat zat op nummer 97 op de hoek met de Sweder van Zuylenweg bakkerij Boonzaaijer.

Zoon Piet Boonzaaijer zette de bakkerij van zijn vader voort. – Bij de viering van het 1250-jarig bestaan van Zuilen in 2001 werd onder andere een openbare brunch op de Amsterdamsestraatweg georganiseerd. De bedoeling was 1250 inwoners van Zuilen voor 1250 centen een maaltijd aan te bieden. Het werden er ‘slechts’ ruim 500. Maar… Piet Boonzaaijer leverde GRATIS de meer dan duizend broodjes en krentenbollen!

Dat is denk ik ook de reden dat u nog steeds Bakkerij Boonzaaijer tegenkomt in het Utrechtse straatbeeld.

We zijn ondertussen aan de overkant een beginnend ondernemer gepasseerd. Op nummer 62 vestigde zich Krijnsen van Doorn met woninginrichting en manufacturen.

Op de andere hoek van de Sweder van Zuylenweg en de Werner Helmichstraat zat de heer Rosseweij met zijn ‘Zuilensche Electrische Melk Inrichting’.

De heer Rosseweij van de ‘Zuilensche Electrische Melk Inrichting’ staat trots bij zijn motorcarrier. Hij verkoopt méér dan alleen melk te zien aan de borden Amstel Bieren en Van Nelle boven de deur.

Meer weten over de Werner Helmichstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Johannes Uitenbogaertstraat

Deze straat werd genoemd naar Johannes Uitenbogaert (11-2-1557) was een Nederlandse predikant en prozaschrijver.

De geschiedenis van de STRAAT waarover we lopen is veel jonger dan die van de DaalseWEG. ‘Johannes Uitenbogaertstraat’ werd de nieuwe naam voor een stuk van de oudste verbindingsweg tussen Utrecht en Amsterdam, de Daalseweg.

Die Daalseweg was lang en voerde van de stad Utrecht, via het klooster ‘Maria ten Daele ’, naar Maarssen en uiteindelijk helemaal naar Amsterdam. – Napoleon vond de route Utrecht-Amsterdam te bochtig en liet een nieuwe weg naar Amsterdam aanleggen die we allemaal kennen als de Amsterdamsestraatweg.

Voor een beschrijving van de Johannes Uitenbogaertstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat. We stappen de straat in vanaf de Herman Modedstraat.

Op nummer 2 zit Th. Volp, hij werd opgevolgd door schoenmaker W.F. Okhuijsen. Op nummer 19 bouwde men de Openbare Lagere School 3 (later de Prinses Ireneschool) van Zuilen.

We komen tegenover de school aan de even zijde, op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat (dat is ook het postadres) bij P.G. Simons met zijn tabakswaren.

Aan de even zijde, tot de Jodocus van Lodensteinstraat werd dit blok wegens bodemsanering – veroorzaakt door garage W. van ’t Hoogt – afgebroken. Nummer 30 was het adres van G. Verwoerd’s ‘Modelslagerij Zuilen’.

De slagerij opende in 1930. Op de prijslijst uit die tijd komen we een keur van lekkernijen tegen: ‘Boulie’ voor 40 cent per pond, of ‘Dikke Rib’ voor slechts 90 cent per 2 pond.

Recht tegenover de slagerij zat een filiaal van bakkerij Do-Schat, geleid door Geissen. Het

Iets verder de straat in, op nummer 21, zat Garage Egmond die geleid werd door H. Beumer. Hier begon W. van ’t Hoog met zijn verkoop van motoren, Solexen, scooters en in een later stadium auto’s. Van ’t Hoog had benzine in zijn bloed. Hij deed mee aan de T.T. van Assen. Daarbij werd hij technisch bijgestaan door zijn Solex-monteur en diens broer. Van ’t Hoog reed met zijn Goggomobiel ook mee in de bekende Tulpenrally.

Hij verhuisde naar een pand aan de overkant van de straat op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat (nummer 34).

We stappen weer even naar de oneven zijde. Op de hoek van de Jodocus van Lodensteinstraat zat de kruidenierswinkel van Langendijk. In de Tweede Wereldoorlog is hier ook een kantoor van de Distributiedienst.

Aan de oneven kant, midden in de rij woningen komt de familie Angenent te wonen. Vanuit die woning worden kampeerartikelen en speelgoed verkocht.

Op de hoek met de Nicolaas Sopingiusstraat zat lange tijd de kruidenierswinkel van Paul Koorn.

In dit pand vestigde zich schoenmaker Vermeer die ruim zestig jaar zijn vak uitoefende.

Op nummer 61 zat de Handelsdrukkerij van De Kroon.

De laatste winkels van de straat vinden we op de hoeken van de Sweder van Zuylenweg. Aan de oneven zijde zat de winkel die door de ouderen onder u waarschijnlijk het best herkend wordt als de ‘HaKa-winkel van de coöperatie ‘‘Oostenburg’’ ’. Voordat deze kruidenierswinkel het HaKa-etiket kreeg opgeplakt, werd hier zakengedaan voor een andere coöperatieve vereniging, namelijk die van ‘Preferentia’.

En wie herinnert zich nog de wasserij die in dit pand kwam? Heel vernieuwend: een wasserij waar je zelf je was kon doen!

In het pand op de andere hoek zat de heer Van Hasselt met zijn groentenhal.

In een uitgave van Utrecht in Woord en Beeld in 1932 stond deze afbeelding die de redactie voorzag van de tekst: ‘De Joh. Uitenbogaertstraat vormt een goed staaltje van moderne woningbouw: ruimte en licht in overvloed, zoodat aan de eerste eischen der volksgezondheid is voldaan. Op de achtergrond ontwaart men den kogelvormigen watertoren aan den Amsterdamschen straatweg.’

Meer weten over de Johannes Uitenbogaertstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

 

De Hermannus Elconiusstraat 2

Deze straat werd genoemd naar Hermannus Elconius een van de predikanten die in de Utrechtse Jacobikerk preekten. Dat deed hij van 1581 tot 1589.

Voor een beschrijving van de Hermannus Elconiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Sweder van Zuylenweg. Vanwege de verschillende T-splitsingen en kruisingen in de straat, is het duidelijker de wandeling aan één kant van de straat te beschrijven. Dit is het verhaal van de oneven kant. Aan het eind van de straat ligt de tegel met de beschrijving van de overkant.

Let op: het is dus 1938. Op de hoek waar we nu staan zat de heer Manne met zijn rijwielhandel. Als wij hier in 1938 lopen zit hier de schoenenwinkel van de heer Venema. Met zijn mooie etalages weet hij verschillende prijzen in de wacht te slepen. Richting Utrecht komen we op de hoek van de Nicolaas Sopingiusstraat en de Hermannus Elconiusstraat bij kruidenier Droog, gerund door een ouder echtpaar dat naast de winkel woonde. Nadat het echtpaar Droog de winkel verliet is het in Nicolaas Sopingiusstraat gaan wonen, ‘richting Johannes Uitenbogaertstraat’. Er kwam hier de ijzerwarenwinkel van Elsing voor in de plaats.

‘De melkboer’ van de straat woonde op de hoek van de Nicolaas Sopingiusstraat en de Hermannus Elconiusstraat. Dat was Bernard.

Iets verder door, op nummer 85, komen we bij het adres van muziekhandel Smit Harreman. Dit is de plek waar vele jaren houthandel Dekker zal floreren en waar in 2021 o.a. de Rolls Royce’s gestald worden van Meijers Autoverhuurbedrijf B.V.

Naast de muziekhandel komen we (in 1938) bij drogisterij E. van Wilgenburg. Deze drogist gaat nog verhuizen naar de hoek van de Cornelis Mertenssstraat en de Van Hoornekade.

Rechts staat de heer Stroek Sr., links is Tum Zwarthoed. De heer Zwarthoed heeft de ‘Eerste Volendammer Viswinkel’ van Zuilen voortgezet aan de Hubert Duyfhuysstraat.

Op de hoek met de Jodocus van Lodensteinstraat waar we nu beland zijn zit de eerste winkel van de heren Stroek en Zwarthoed. Zij verkochten op dit adres vanaf 1926 vis onder de naam ‘Eerste Volendammer Vischhandel’. Later ging J.B.T. Verhaaf hier proberen zijn boterham te verdienen met een handel in manufacturen, onder de naam ‘De Concurrent’.

Tijdens onze wandeling in 1938 zit hier L. Scheffer met zijn kapsalon. Nog later gaat hier kapsalon ‘Corrie’ uw haren in model brengen.

Op de andere hoek van de straat zit de heer A. van der Klei met zijn kruidenierswinkel.

We passeren eerst weer een rij woningen voordat we bij de Hubert Duyfhuysstraat belanden. Maar ook vanuit een woonhuis is ondernemen mogelijk. Zo zit op nummer 49 (en dat ziet er toch echt uit als een ‘gewoon woonhuis’) de ‘wasch- en strijkinrichting van H.C. van Linschoten’.

De heer P.G. Simons startte in de Hubert Duyfhuysstraat in 1934 met zijn eerste winkel. Hij verkocht rookwaren zoals u ziet. Later gaat de heer Simons naar een groter pand iets verderop, nummer 25. De gevelborden geven u een mooi beeld van het ondernemerschap van de heer Simons.

Op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat vestigde zich ooit de heer Simons met zijn sigarenwinkel. Simons heeft hier overigens niet zo lang gezeten, hij verkaste naar een grotere winkel, even verderop in de Hubert Duyfhuysstraat. In dit hoekpand kwam toen de heer Van de Akker met zijn groentenhandel.

In het pand op de andere hoek van de Hubert Duyfhuysstraat zit op het moment van onze wandeling de heer N. Breedijk. Hij is kruidenier. Na zijn vertrek komt in dit pand de heer Snellenberg elektrische apparaten verkopen.

We lopen verder richting de Herman Modedstraat. Ongeveer halverwege, net voor de woningen met een erker, zit tijdens onze passage op nummer 25 garagehouder Bierman.

Op dit adres komt (tot november 1951) A.A. Ligterink met zijn bouwbedrijf.

Zo komen we dan bij de splitsing bij de Herman Modedstraat. Ook deze keer op beide hoeken een ondernemer, maar… zij hebben als postadres de Herman Modedstraat. Op de hoek aan de Zuilense kant wordt nering gevoerd. Hier zat in 1932 de Utrechtse Fijnhouthandel, later wordt dat Houthandel Zuilen en dan verhuist het bedrijf naar de Marnixlaan 4.

In 1938 was in het hoekpand aan de overkant de manufacturenwinkel van H.J. Wijna gevestigd.

We zijn er bijna! Tegenover het wijkgebouw, op nummer 3 zat voor de Tweede Wereldoorlog de bloemenhal van G.A. van Eck. In 1947 komen we de advertenties tegen in het Utrechts Nieuwsblad, waaruit blijkt dat op dit adres Adams & van der Zand ‘de hoogste prijs voor uw overcomplete machines en electromotoren’ betalen.

Zo zijn we weer bij de straat waar de wandeling van start ging, de Cornelis Mertenssstraat. Het zit erop, de schoenen kunnen uit en u kunt even rusten.

Meer weten over de Hermannus Elconiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Hermannus Elconiusstraat 1

Deze straat werd genoemd naar Hermannus Elconius een van de predikanten die in de Utrechtse Jacobikerk preekten. Dat deed hij van 1581 tot 1589.

Voor een beschrijving van de Hermannus Elconiusstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

We stappen de straat in vanaf de Cornelis Mertenssstraat. Vanwege de verschillende T-splitsingen en kruisingen in de straat, is het duidelijker de wandeling te beschrijven als we eerst langs de even zijde lopen. Aan het eind van de straat ligt de tegel met de beschrijving van de overkant.

Let op: het is dus 1938. Links was, tot de bebouwing van de straat tot stand kwam, de achterkant te zien van de Oranjekerk die aan de Amsterdamsestraatweg stond. Dicht bij de gemeentegrens met de stad Utrecht, stond deze Nederlands-hervormde Oranjekerk.

De pech van het bouwen in de stad komt met zo’n foto in beeld. Het is een prachtig gebouw, de Oranjekerk van achter gezien! Zo’n mooi zicht heb je alleen als er niet omheen gebouwd wordt. Maar zoals we wel weten komen er allemaal huizen die dit uitzicht ‘bederven’. De fotograaf staat zo’n beetje in de Hermannus Elconiusstraat. De kerk werd inmiddels gesloopt, de toren bleef gelukkig staan.

In de Hermannus Elconiusstraat was op nummer 2 het wijkgebouw van de Oranjekerk te vinden.

Voorbij dit wijkgebouw vinden we – tot de jaren zestig van de vorige eeuw – een filiaal van de U.M.C., niet het ‘Utrechts Medisch Centrum’ maar de ‘Utrechtse Melk Centrale’.

Al vóór we bij de eerste zijstraat aankomen, hebben we een bijzonderheid te melden: op nummer 28 wordt in 1952 de 25.000ste inwoner van Zuilen geboren! – Voor degenen onder u die willen weten wie nou die 25.000ste inwoner was, geef ik voor de volledigheid zijn naam: Alfred Louis Jobse. – Ter gelegenheid van deze geboorte verscheen een extra editie van het Zuilens Nieuwsblad en deed burgemeester Norbruis een toespraak die op een grammofoonplaat werd vastgelegd.

Goed, we lopen verder. Na een lange rij van boven- en benedenwoningen komen we bij nummer 38, op de hoek van de Hubert Duyfhuysstraat. Op dit adres vestigde zich Pardoen met zijn kantoorboekhandel. Hij wordt opgevolgd door De Bree, maar die gaat, zoals iedere Zuilenaar wel weet, nog naar de Amsterdamse-straatweg met zijn kantoorboekhandel. Op nummer 40 woont slager D.F.J. de Hosson.

Tot de hoek bij de Petrus Dathenusstraat vinden we aan deze kant van de straat alleen maar woonhuizen, maar dit keer geen bovenwoningen. Op de komen we een winkel tegen: het is een filiaal van broodfabriek ‘De Korenschoof’.

De Hermannus Elconiusstraat die nog maar aan één kant bebouwd is.

 De laatste nering die we aan deze kant van de straat (met als postadres Hermannus Elconiusstraat!) tegenkomen is de ‘Centrale Leesportefeuille’ op nummer 84.

Nog even doorlopen en we komen bij de hoek met de Sweder van Zuylenweg. In 1934 werden op dit adres aardappelen aan de man gebracht door J. Goenee van der Laan. Naar dit pand verhuisde de heer Oude Wansink, die begon op de hoek Amsterdamsestraatweg en de Hubert Duyfhuysstraat.

Oude Wansink heeft interessante aanbiedingen in de huis-aan-huiskrant Zuilen Vooruit geplaatst. U kunt hier volgens de advertentie terecht voor uw hoofdkaas, tongenworst, plockworst, procureurspek, maar ook ‘wijnen per flesch reeds vanaf 35 cent’.

Dat de voedseldroppings aan het einde van de Tweede Wereldoorlog voorzagen in behoefte’ is een eufemisme. Ze hebben desondanks enkele ongelukken gebracht. Bijvoorbeeld het huis van de familie Tuntelder in de Hermannus Elconiusstraat 100 dat werd geraakt. De heer en mevrouw Tuntelder waren in 1944 naar Drenthe gevlucht en toen zij na de bevrijding thuiskwamen troffen zij een ravage aan: een voedselpakket was door het dak gegaan. ‘Dat gat heeft nog jaren zo gezeten, want er was geen geld!’

 Meer weten over de Hermannus Elconiusstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl

De Cornelis Mertenssstraat

Deze straat werd genoemd naar Cornelis Mertenss, predikant te Utrecht van 1585 tot 1589.

Voor een beschrijving van de Cornelis Mertenssstraat ‘van toen’ gaan we aan de wandel alsof het 1938-’39 is en lopen vanaf de Amsterdamsestraatweg aan de oneven kant. Dit tijdspad is niet toevallig gekozen. We beschikken over een adressenbestand uit die tijd, dus kunnen we als we door deze straat lopen aangeven wie er woont of welke winkel er zat.

Op nummer 7 zit J. van Dijk met zijn handel in chocolade en suikerwerken. Na een lange rij woningen komen we bij nummer 47. Hier worden tijdens onze passage de ‘koloniale waren’ verkocht door de heer H. van Breukelen. Het pand heeft enige ‘geschiedenis’, maar het wordt een ingewikkeld verhaal:

Op dit adres is in 1934 J. Visser (de vader van ‘Visser’s Bandenhuis’ tientallen jaren gevestigd op de hoek Van Egmontkade-Marnixlaan) begonnen met zijn melkhandel. Visser begon hier, op de kruising van de Cornelis Mertenssstraat en de Werner Helmichstraat. Twee jaar later verhuisde Visser naar het pand op de hoek bij de Van Egmontkade, in het pand waar in 1953 de dochter van de bekende Zuilense schillenboer, Engel Grave, een van de eerste, maar zeker een van de bekendste snackbars van Zuilen begint: De Lekkere Hap.

Visser was in die periode al aan het samenwerken met Beer van Zijl, die in de Cornelis Mertenssstraat 59 een garagebedrijf had. Toen kort daarop Van Zijl naar de Marnixlaan vertrok is Visser gestopt met zijn melkhandel en heeft hij de garage en taxibedrijf verder alleen voortgezet.

Aan de ‘even-zijde’ van de Cornelis Mertenssstraat ontbreken de winkels, op de kerk en wasserij na, vinden we hier alleen maar woningen. De Oranjekerk op de hoek is nog in zijn geheel aanwezig. Wat veel mensen niet weten is hoe de achterkant van de kerk eruit zag. Die was vanwege de latere bebouwingen uit beeld. Maar de eerste bewoners van de Cornelis Mertenssstraat hadden nog wel een mooi zicht op deze kerk.

Nummer 38 huisvestte de familie De Keijzer. Een dochter vertelt:

‘Mijn vader, Johannes H. de Keijzer, had een verhuisbedrijf in de Cornelis Mertenssstraat 38 te Zuilen.

Alle drie mijn broers, Pé, Kees en Roel, hebben korte of langere tijd bij mijn vader gewerkt. Zij zijn later hun eigen weg gegaan.

Op 10 mei 1940, de Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken, stonden ’s morgens vroeg mannen voor de deur die in opdracht van het bestuur van de gemeente Zuilen de auto kwamen halen. Daarmee was mijn vader meteen zijn inkomsten kwijt. Gelukkig vond hij nog wat werk bij de broers van mijn moeder. Die zaten namelijk ‘‘in het fruit’’.

De verhuiswagen van mijn vader werd ingericht als EHBO-wagen. Voor zover mij bekend heeft hij gedurende de gehele oorlog nooit dienst gedaan. Trouwens, ook de verhuiswagen van de heer W. van Haarlem was gevorderd. De twee auto’s stonden binnen in de garage van de heer Raassink aan de Amsterdamsestraatweg en waren tegen het einde van de oorlog nog in zeer goede staat. Mijn vader dacht na de oorlog meteen weer te beginnen met verhuizen. Dat ging dus niet door, want een paar dagen voor het einde van de oorlog, namen de Duitsers alsnog de auto’s mee om de spullen te vervoeren voor de aftocht.’

Jaren later kreeg J. de Keijzer een vrachtauto toegewezen. Hij moest die zelf gaan halen in Frankrijk.

Kort na de Tweede Wereldoorlog wordt ook een buurtvereniging opgericht die actief is in de Cornelis Mertenssstraat. Deze vereniging plant in de straat een zogenoemde Vrijheidsboom. Om deze boom komt een jaar later een ‘bezienswaardigheid’: een door de smederij Van Leusden uit de Voltastraat vervaardigd sierhek, naar ontwerp van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn.

De vervangende verhuiswagen uit Frankrijk voor J. de Keijzer.

 Meer weten over de Cornelis Mertenssstraat en/of Zuilen: www.museumvanzuilen.nl