Oud Nieuws 15 november 1949

ZUILEN

GEEN STRAATFOTOGRAFEN EN… GEITEN MEER.

In de vergadering van de Raad komt aan de orde een voorstel om de Gezondheidsverordening te wijzigen in dier voege, dat het in de kom der gemeente verboden zal zijn, geiten te houden. Er bestaat reeds een verbodsbepaling t.o.v. het houden van varkens, doch als het voorstel wordt aangenomen, zullen geitenhouders hun beestjes moeten opruimen. B. en W. kunnen van dit verbod ontheffing verlenen tot wederopzegging en onder zodanige voorwaarde, als zij nodig achten in het belang der reinheid en tot wering van stank.

Ook is er een voorstel om te verbieden aan het publiek aan te bieden op of aan de openbare weg fotografische opnamen te maken tegen betaling. Alleen wanneer door B. en W. ontheffing van dit verbod wordt verleend, zal zulks onder bepaalde voorwaarden mogen geschieden. Dus geen straatfotografen meer.

Fotobijschrift: Kijk, dat van die geiten, daar kan ik me wat bij voorstellen, maar dat van die straatfotografen is niet gelukt. Dit is zo’n plaatje. Er kwam een fotograaf door de straat die van de daar ronddwalende kinderen een ‘staatsieportret’ maakte. Enige dagen later belde hij aan en bood de foto ‘van uw oogappeltje’ te koop aan. Bij weigering verscheurde hij ter plekke de foto. Zo ook deze, van Leen van den Heuvel. Die vond het zo erg, dat hij op zoek ging naar alle stukjes en die weer aan elkaar plakte. Éen stukje van de puzzel ontbreekt, maar hij heeft de foto al die jaren bewaard.

 

 

Oud Nieuws 7 november 1959

Man in pyama aan vuur ontsnapt
Drie Utrechtse gezinnen door brand getroffen

In minder dan een uur tijds is vrijdagavond in Utrecht de eerste verdieping van een huis in de Werner Helmichstraat volkomen uitgebrand. Twee gezinnen zijn hierdoor dakloos geworden en een bejaard echtpaar is al zijn kleren kwijtgeraakt.
De brand is vrijwel zeker veroorzaakt door de ontploffing van een oliekachel op de eerste verdieping. Terwijl dit gebeurde zaten de bewoners van het huis beneden naar de televisie te kijken. Dit waren de 71-jarige heer A. Schellenbach, die op de benedenverdieping woont, zijn vrouw, zijn twee bij hem inwonende getrouwde dochters, zijn zoon en een schoonzoon. Een kleindochtertje van een jaar was eveneens naar beneden gehaald, omdat zij niet wilde slapen. De oliekachel was door een van de dochters van de heer Schellenbach gevuld en uitgedraaid, toen zij bij haar ouders naar de televisie ging kijken. Op de zolderverdieping sliep de tweede schoonzoon. Hij slaagde erin, zich over het dak in veiligheid te stellen met zijn enig overgebleven bezit: zijn pyjama. Mevrouw Schellenbach, die invalide is, werd bij de buren gebracht, die zich ook over de meubels van het echtpaar ontfermden.
De oliekachel stond te branden op een dressoir in de woonkamer van de eerste verdieping die bewoond werd door het echtpaar Schreuder. De 2e verdieping, die waterschade opliep wordt bewoond door het echtpaar De Lange.
Ook het benedenhuis, waar de ouders van de twee getrouwde dochters wonen, kreeg waterschade.
De Zuilense vrijwillige brandweer stond onder leiding van brandmeester J.A. Stolker.
Hoewel de brandweer van Zuilen, geassisteerd door die van Utrecht met een ladderwagen, zeer snel ter plaatse was en het vuur met drie nevelstralen en een lagedruk spuit bestreed, slaagde zij er niet in, nog iets van de inboedel van de eerste verdieping en de zolder — die door een der ingetrouwde dochters werd bewoond — te redden. Een nog onaangebroken loonzakje, twee televisietoestellen, radio’s en een grammofoon verdwenen onder meer in de vlammen.
De garderobe van het echtpaar, die boven in een kast was opgeborgen, verbrandde ook. De heer Schellenbach, die kelner is, verloor op deze manier twee zwarte pakken, drie nieuwe kostuums en vier paar schoenen. Toen de brand uitbrak droeg hij zijn oudste plunje, omdat hij net het kippenhok had schoongemaakt.
Op de eerste verdieping waren vier kamers, terwijl ook de zolderverdieping tot een soort flatje was verbouwd. De kamers op de begane grond liepen alleen waterschade op. De heer Schellenbach en zijn schoonzoons zijn tegen brand verzekerd. De schade valt nog niet precies te schatten.

Hoewel de Zuilense brandweer het vuur direct aanpakte (o.m. met nevelspuiten) waren toch uitgebreide maatregelen genomen om verder voortsluipen van de vlammen te voorkomen. Dat er consternatie bij de bewoners van de Werner Helmichstraat heerste, laat zich denken.

Oud Nieuws 1 november 1943

FIJNE VLEESCHWAREN

steeds vers verkrijgbaar in de

Tijdgeest Slagerijen

Croeselaan 393 – Tel. 10468. Twijnstraat 62 – Tel. 18057. Mr. Sickeszlaan 18 – Tele-foon 14897. Bilderdijkstr. 9a Telef. 12932. Amsterd.str.-weg 225 – 17317. Weth. D.M. Plompstraat 51 Telef. 17874

De Adriaan Mulderstraat in het tuindorp Mariëndaal in Zuilen op een zonovergoten dag. Rechts op de hoek van de Wethouder D.M. Plompstraat zit slagerij ‘De Tijdgeest’ van de heer Vos. Het is geen autoloze zondag, er waren gewoon nog maar weinig mensen met een auto. (Met een fiets waren er wel meer, en die konden zoals u ziet gewoon midden op straat een praatje maken.)

 

Oud Nieuws 31 oktober 1925

Elck wat Wils

ONZE STRAATNAMEN.

XXIII.

George  S t e p h e n s o n  werd 9 Juni 1781 in New-Castle geboren uit zeer arme ouders, mijnwerkers. Al vroeg werd George ingedeeld bij den mijnarbeid en had het geluk geplaatst te worden bij de machineriën aan den ingang van den schacht. Dat was waarlijk een groot geluk, want zijn groote gaven, die zijn geest verborg, konden daardoor in het licht gesteld worden. Hij werd door deze plaatsing in de gelegenheid gesteld zich voor zijn volgende loopbaan voor te bereiden. Er deed zich weldra een gelegenheid voor om zijn helder inzicht te toonen. De pompen voor den afvoer van water uit de mijnput bleken een onvoldoende vermogen te hebben. Ingenieurs van naam zochten verbetering, doch vonden niets. Het gebrek werd echter gevonden door Stephenson en deze schitterende zegepraal was beslissend voor geheel zijn verdere leven. Alle details van den grooten man te behandelen, zou leiden tot een te breedvoerige biographie. Het zij daarom voldoende te melden, dat Stephenson de uitvinder is van de locomotief. In 1812 kwam hij met zijn eerste locomotief, die op een aangelegden spoorweg de verwachtingen verre overtrof. Onder zijn leiding werd in 1825 de eerste spoorweg aangelegd tusschen Stocklon en Darlington. Toen de spoorweg tusschen Manchester en Liverpool aangelegd was, bood Stephenson aan een locomotief te vervaardigen die 10 Engelschen mijlen in het uur zou kunnen afleggen. In het Parlement werd dit voorstel met ongeloof bejegend, doch de uitvinder liet zich niet van zijn stuk brengen en vervaardigde een locomotief die bij de proeftocht die snelheid nog met 5 mijlen overschreed. De man ging steeds voort met zijn vindingen te verbeteren. Engeland waardeerde dit alles ten zeerste. De spoorwegbrug over de Tyne is versierd met zijn beeld en wordt daar Stephensonbrug genaamd.

Ook was Stephenson met Davy de uitvinder van de veiligheidslamp voor mijnwerkers, waardoor het gevaar voor gasontploffingen in de mijnen aanmerkelijk verminderd werd. Hij verwierf zich een groot vermogen en werd zelfs eigenaar van eenige kolenmijnen en van uitgebreide ijzerfabrieken. Hij overleed 12 Augustus 1848.

George Stephenson

Oud Nieuws 27 oktober 1964

Bromfietser slipte op modderige straat

Op de splitsing Muyskenweg-Havenweg te Utrecht is de negentienjarige elektricien J.J. van D. het slachtoffer geworden van de modderige weg. Met zijn bromfiets viel hij op straat op het moment dat een auto naderde. De bromfietser brak zijn linker onderbeen en is per G.G . en G.D. naar het Diaconessenhuis gebracht. De auto werd bestuurd door de heer W. Blankenstein (33), een smelter uit Utrecht.

Fotobijschrift: Excuus, de fotograaf gebruikte de verkeerde lens. Met een telelens was de plek des onheils beter in beeld gekomen. Maar, daar rechts onder de brug komen de Muyskenweg en Havenweg bij elkaar. Overigens. dit is de oude Demkabrug. deze werd gesloopt om plaats te maken voor de langere variant die er nu nog ligt. Een en ander in verband met de verbreding van het kanaal, nodig geworden vanwege o.a. de duwvaart. 

Fotobijschrift:  

 

Oud Nieuws 23 oktober 1943

BEHANG, partijtjes behang  van  1 en 3 rol prijs 40 ct. p. rol, gasgeiser compl. zonder gebreken f 60, 2-pers. waschtafel (witgeschild.) met compl. waschstellen f 80. W. A. Innikel, Hubert Duyfhuys-straat 4, Zuilen.

Mevrouw Innikel staat samen met de hond naast haar winkel aan de Hubert Duyfhuysstraat 4. Mevrouw Innikel heeft in de Tweede Wereldoorlog onderdak verleend aan een aantal onderduikers, waarvoor zij later een oorkonde kreeg. Haar zoon Sjerk werd verraden en na door de bezetter te zijn gearresteerd zodanig gemarteld (om zijn kennis over het doen en laten van zijn moeder) dat hij aan zijn verwondingen in mei 1945 in het Duitse Wöbbeling overleed.

Oud Nieuws 22 oktober 1956

Roetrijke zaterdag in noordelijk Utrecht

Vette laag bedekte straten en ruiten

(van een onzer verslaggevers)

Wie letterlijk en figuurlijk onder de rook van een staalfabriek woont, weet dat er wel eens ietwat roet neerdwarrelt. Maar zaterdagmiddag was het de Zuilenaren, die bij de Demka aan de Amsterdamsestraatweg te Utrecht wonen, al te bar: een schoorsteen van deze fabriek gooide er zoveel roet uit, dat de omgeving bedekt werd onder een millimeters dikke laag vet roet.

De huisvrouwen, die dachten er knap bij te zitten voor de zondag, keken deerlijk op hun neus. Maar met bezems en sponzen begonnen zij onmiddellijk het zwart op straat en vensterruit te verwijderen. Tegen zes uur was het leed zo goed als geleden, in deze wijk, waar velen met zwarte vegen op het gezicht rondliepen…

Maar bij wijze van laatste zwarte ademtocht braakte de schoorsteen, net toen alles weer schoon was, nog een dikke roetgolf uit, die met een bijna als angstgehuil klinkende kreet werd begroet. “We kunnen weer opnieuw beginnen”, jammerde men, maar gelukkig viel het nogal mee. Zoiets hebben we nog nooit gehad, zei een der gedupeerde huisvrouwen, mevrouw G. van Montfoort, Wethouder D.M. Plompstraat 7. Ze zijn zeker de pijp aan het schoonmaken…

Wat verderop legde mevrouw Mols van Amsterdamsestraatweg 695 bis de laatste hand aan de strijd tegen het roet. Een pikzwarte hand liet zij zien. Ik ging met deze hand even langs de leuning van de buitentrap, zo verklaarde zij.

Het was al roet, wat de Zuilenaren in deze omgeving bezig hield. En wat zegt de Demka er zelf van?

Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, aldus deelde men desgevraagd mee. Door het ontbreken van trek in de schoorsteen, die moest worden opgewarmd, verzamelde al het roet zich in het rookkanaal totdat dit vol zat. Toen barstte het roet er uit en het regenachtige weer sloeg alles neer.

Zodra men het bemerkte, werd ingegrepen. De zaak is grondig onderzocht, aldus zei men bij de Demka, en er zijn thans maatregelen genomen om herhaling te voorkomen.

Wat zich zaterdagmiddag voordeed is voor het laatst geweest, want, zo zei men nadrukkelijk, het kan niet meer.

De Wethouder D.M. Plompstraat en omgeving te Utrecht werden zaterdagmiddag met bezemen gekeerd om de vette roetlaag te verwijderen, die uit een schoorsteen van de nabij gelegen staalfabriek neergedwarreld was.

 

 

Oud Nieuws 21 oktober 1958

Motoragenten buitelden met zijspan bij kruising

Voorrangskwestie met bromfietser voor rechter

(Van een onzer verslaggeefsters)

De 47-jarige Utrechtse timmerman M.S. kwam dinsdagmorgen voor de Utrechtse rechtbank in hoger beroep van een vonnis van de kantonrechter, die hem veroordeelde tot dertig gulden boete of zes dagen hechtenis, omdat hij op 17 oktober van het vorige jaar op de Zwanenvechtlaan te Utrecht als bromfietser een motor met zijspan van de Utrechtse politie — die van rechts kwam — geen voorrang zou hebben gegeven. Officier van justitie mr. Bredius vroeg bevestiging van het vonnis van de kantonrechter.

’s Middags om vijf uur reed verdachte op zijn brommer uit de richting van het Zwanenvechtplein naar de Prins Bernhardlaan. Op de kruising met de Prinses Irenelaan kwam van rechts de motorfiets, bemand door twee hoofdagenten.

Verdachte verklaarde de motor niet te hebben gezien. In ieder geval reed hij door. De bestuurder van de motor, de 38-jarige hoofdagent L.H. de H., maakte een uitwijkmanoeuvre met het gevolg dat het voertuig over de kop sloeg en de politiemensen een fikse buiteling maakten.

De bromfietser voerde aan dat hij langzaam reed — 20 tot 25 kilometer —, dat zijn uitzicht belemmerd werd door een hek, dat hij al dertig jaar weggebruiker was en nog nooit brokken had gemaakt en dat hij de motor absoluut niet gezien had en pas toen hij achter zich lawaai hoorde, was omgekeerd en de agenten en de motor op de grond had zien liggen. „Als ze gewoon waren doorgereden, achter mij langs, zou er niets zijn gebeurd”, zo meende verdachte, die voorts nog aanvoerde dat er naar zijn mening onjuistheden in het proces-verbaal stonden. De als getuige gehoorde hoofdagent van de gemeentepolitie C. de K., 45 jaar oud, uit Utrecht, was het hier helemaal niet mee eens. Hij zat op het zijspan en zag de bromfietser almaar naar links kijkend het kruispunt naderen. Hij zei zijn collega nog op verdachte geattendeerd te hebben. „Als we niet naar links waren gegaan, hadden we hem gegrepen”, aldus deze getuige.

Hoofdagent De H. kon zich alles niet meer zo precies herinneren, maar toch wist hij wel zeker dat hij de bromfietser tien meter van de kruising had ontdekt.

Getuige a décharge J.T. H., een Utrechtse opzichter die precies op de hoek van kruising Irenelaan-Zwanenvechtlaan woont, zei gezien te hebben dat de politiemannen honderd meter voor de kruising stopten om rolschaatsende kinderen van de weg te sturen. De politiemannen hielden vol dat ze wel een tot anderhalve kilometer voor de kruising stilgestaan hadden.

Getuige De H. merkte voorts nog op dat naar zijn mening de motoragenten over het algemeen wel bijzonder hoge snelheden hebben en dat zij beslist geen voorbeeld voor andere motorberijders zijn.

Mr. Bredius achtte volkomen bewezen dat verdachte de motor geen voorrang heeft gegeven en dat de hoofdagenten er niet normaal voorlangs konden passeren.

De verdediger zette uitvoerig uiteen dat zijn cliënt als alle weggebruikers had mogen rekenen met de hulp en de wellevendheid van anderen. Pleiters mening was dat hoofdagent De H. even werd afgeleid en de bromfietser niet aan zag komen en evenmin de waarschuwing van zijn collega hoorde. In een reactie maakte hij toen een te scherpe zwenking naar links, waardoor de motor kantelde.

Uitspraak dinsdag 4 november.

Oud Nieuws 20 oktober 1953

Hedenmorgen is in de Oranjekerk aan de Amsterdamsestraatweg een bazar, die wordt gehouden in het Wijkgebouw en waarvan de opbrengst bestemd is voor het vele werk, dat in die Wijk wordt verricht, officieel geopend. Ds. D.J. Peeterse wees er o.m. op dat door velen krachtig en met toewijding is gewerkt om de bazar te doen slagen en daardoor aan het wijkwerk een krachtige steun te verlenen. Na de hoop te hebben uitgesproken, dat het financiële resultaat gunstig moge zijn, verklaarde Ds. Peeterse de bazar voor geopend. De bazar is heden, Dinsdag geopend van 14 tot 17 uur en van 19 tot 22 uur en morgen, Woensdag, op dezelfde uren. Op de foto: de heer Meeuwissen, voorzitter van de bazarcommissie, draait aan het Rad van Avontuur. Voor hem: ds. D.J. Peeterse.

 

Alle dertien goed

Wie kent de kreet nog: Alle dertien goed? Was jarenlang een tekst op de hoes van langspeelplaten om de inhoud van de plaat aan te geven.

Vandaag gebruik ik deze tekst omdat het getal 13 ook het getal is van de serie filmpjes die Peter Bastiaanse maakte van onze Werkspoortafel. Lijkt me terecht, alle tot nu toe gemaakte filmpjes zíjn ook goed!

Deze week alle filmpjes zonder onderbreking direct achter elkaar, dus genieten maar…