Over de nieuwbouw voor Jong Leven in de Prinses Margrietstraat

Jong Leven was de buurtvereniging die in Het Schaakwijk actief was. jaren na de toezegging door Zuilen werd door de gemeente Utrecht het clubgebouw gerealiseerd. Mét een open haard, in de open lucht! We lezen er alles over in het Utrechts Nieuwsblad van 10 april 1957:

Jong Leven

 

Dit is een schoorsteen voor een open vuur. Niet zomaar een schoorsteen voor zomaar een open vuur, maar een schoorsteen in de open lucht. Er komt dus ook een openlucht vuur in te branden. Hij is te vinden bij het paviljoen van de speeltuin Jong Leven aan de Margrietstraat in Zuilen, dat zoals gemeld zaterdag geopend wordt. De bedoeling is niet de speeltuin te verwarmen maar om onder de brede luifel van het paviljoen een vuur te stoken waar omheen de jeugd zich verzamelen kan als er een spannend verhaal verteld of voorgelezen wordt.

Het Julianapark komt uit zijn winterslaap (nu pas!)

‘Het Julianapark komt uit zijn winterslaap’: met de veelbesproken ‘opwarming van de aarde’ is de laatste decennia de lente steeds vroeger herkenbaar. In 1958 was dat nog niet zo, getuige dit bericht in het Utrechts Nieuwsblad van 9 april 1958:

Julianapark richt zich op uit winterslaap

… vervuld van lentegevoelens …

Een schuchter zonnetje op tweede paasdag en kriebelende lentegevoelens in het bloed deden vele Utrechters hun schreden richten naar het Julianapark. Er waren heel wat Utrecht-noordse-wandelaars die de frisse natuur opzochten in het park. Gele en paarse krokussen steken er, goedwillend hun kopjes uit de grond en roepen een welkom toe aan de kleuters, die tevergeefs aan de hand van vader en moeder rukken om bloemetjes te plukken.

Een enkele narcis steekt er de trompet en wiegt zijn gele bloem in de koude wind. De kleurige vogels kunnen hoewel ze er krachtig hun best voor doen de lente niet binnen-roepen. Vele hokken in het Julianapark zijn nog onbewoond. Alleen „lenteharde” vliegers en fladderaars laten hun luid geschetter horen.

In de vijvers snateren een paar koppels eenden, die overijld en waggelend op de kant klimmen als er brood te halen valt. In het water hebben ze de mededinging te duchten van grote karpers, die bellenblazend aan de oppervlakte komen en met de dikste korstjes in de bek weer verdwijnen.

Temiden van de dierengemeenschap staat een ouderwetse wagen van openbare werken. Want straks, als het werkelijk zomer zal zijn geworden, is het de bedoeling, dat het Julianapark vol leven en muziek zal zijn. Op de verwachte zwoele avonden zullen er in de muziektent concerten worden gegeven.

Er is een open ruimte waar de verplaatsbare muziektent kan staan. Dit terrein wordt thans geëgaliseerd en daartoe is een deel van het park afgesloten. Omdat het nog al eens regent tijdens de concerten heeft de plantsoendienst gemeend, dat men dan in ieder geval droge voeten moet houden. Het muziekterrein is vanouds een hellend vlak, onplezierig om op te staan. Van de zomer wordt dat anders. De plantsoendienst trok langs het wandelpad een muurtje op en maakt nu voor de af en toe verschijnende muziektempel een terras. In het midden wordt een muurtje gebroken door een trapje van enkele treden. Dit is niet de enige aspecverandering van het park.

Iets verderop staan de staketsels van een nieuw vogelhuis. De gemeente Utrecht heeft al aangekondigd dat er een hoeveelheid nieuwe in- en uitheemse bewoners zijn besteld.

JulianaparkIn het Julianapark te Utrecht wordt een groot muziekterras gebouwd voor de verplaatsbare gemeentelijke muziektent. Een hellend terrein wordt vlak gemaakt en daarvoor was een muurtje nodig  Dit werd opgetrokken van de kinderhoofdjes welke sedert onheugelijke tijden de bestrating vormden van de Hopakker.

De herten staren met goeiige ogen naar de veranderingen, die men bezig is aan te brengen in hun domein. De vijver wordt opgeknapt. Midden in het plasje van enkele tientallen vierkante meters is een eilandje verrezen. Men plaatste er struikjes op en iets van rietmatten naar het scheen. Het zal een broedplaats worden, voor de watervogels. Het ziet er nu nog drabbig uit maar de struikjes groenen al.

Met vaardige hand werken de tuinlieden aan het park. Strakjes barsten de kleverige kastanjeknoppen open en zullen de fris groene bladerkronen een schaduwplekje bereiden voor de wandelaar.

Als de zon maar schijnen wil, we blijven optimistisch, zullen over een week of wat de vaders luierend naar hun bruine kleuters liggen kijken op de speelweide. De moeders achter de kinderwagens zullen nieuwsgierig en vergelijkend blikken in de wagens van andere moeders en wellicht net zo trots zijn als de pauw die zich inkennig afwendt van de drukte, of zich met zijn bonte staart pedant koelte toewuift.

Ludgerusstraat

8 April, dan is het water in de singels nog koud hoor. Des te meer respect voor deze bewoner van de St.-Ludgerusstraat waarover het Utrechts Nieuwsblad op 8 april 1953 schreef:

“Houd even mijn jas vast,” riep de 35-jarige wielrijder G. Hoogenberg uit de St.-Ludgerusstraat, terwijl hij van zijn fiets sprong en genoemd kledingstuk uittrok, om zich het volgende moment daarlangs het water van de Catharijnesingel aan de overkant van het Paardenveld te laten zakken. H. meende op deze wijze een achtjarige drenkeling, die aan de binnenkant langs het hekwerk had gelopen en in het water was gevallen, te kunnen bereiken en op het droge te kunnen trekken. De redder had er niet op gerekend, dat het gewicht van de jongen wel eens te zwaar kon zijn voor de jas. Deze scheurde en H. gleed met de drenkeling terug in het water.

Er moest een reddingshaak van de brug worden gehaald om het natte tweetal op de wal te halen. De man en de jongen hebben zich mogen drogen in de droogkamer van het hoofdbureau van politie, terwijl de politiemannen met de radiowagen schone kleren haalden. Daarna zijn drenkeling en redder per politie-auto naar huis overgebracht.

Ludgerusstraat

.De St.-Ludgerusstraat vanaf de Amsterdamsestraatweg in 1985. Foto uit de collectie van Het Utrechts Archief.

Gouden huwelijksfeest in de Galvanistraat in Zuilen

Is het de gezonde lucht in de Galvanistraat? Komt het door de goede sfeer in ‘ons dorpje aan de schone Vecht’? Weet het niet, maar hier is al wéér een bericht over een langjarig huwelijk. Het stond in het Utrechts Nieuwsblad van 7 april 1954

Gouden huwelijksfeest

Woensdag 14 April viert het echtpaar H. Meeuwsen-Wijden, Galvanistraat 10, voormalig Zuilen hun gouden huwelijksfeest. De bruidegom, die 22 Aug. 1880 te Utrecht werd geboren en dus 73 jaar is, was van beroep schilder. Hij heeft tot zijn 69e jaar steeds met ijver en nauwgezetheid zijn arbeid verricht, wat wel wordt bewezen door het feit, dat hij bij één patroon meer dan 12 jaar werkzaam is geweest, iets wat in een schildersbedrijf zeker tot de uitzonderingen behoort. Thans is hij reeds langere tijd ongesteld, moet vaak het bed houden en van het maken van een wandelingetje kan geen sprake zijn. Gelukkig is het bruidje Petronelle Wijden nog in staat de huishoudelijke werkzaamheden te verrichten. Zij werd geboren te Maartensdijk 12 Juli 1880 en is dus eveneens 73 jaar.

Het huwelijk werd gezegend met 3 kinderen, allen jongens, waarvan één is verongelukt. De beide anderen zijn gehuwd, er zijn twee kleinkinderen. De kinderen hebben gezorgd voor een fraaie versiering van de woning. Het gouden huwelijksfeest zal op bescheiden intieme wijze worden gevierd.

 

Galvanistraat

 

Ook Douwe Egberts komt voor in de geschiedenis van Zuilen…

U kent de uitdrukking ‘onder de rook van… ‘ vermoedelijk wel. En dan stonden in Zuilen natuurlijk nogal wat schoorstenen, die (al of niet) in functioneerden voor de grote fabrieken van Werkspoor en Demka. Maar onder de rook van Zuilen stond ook de fabriek van Douwe Egberts. En de heer D. Ekas (die dus in Zuilen woonde) werkte daar meer dan een halve eeuw. Over zijn jubileum lezen we in het Utrechts Nieuwsblad van 6 april 1965:

Gouden feest van de heer D.E. bij D.E.

De heer D. Ekas vierde vandaag zijn vijftigjarig jubileum bij de N.V. Douwe Egberts Koninklijke tabaksfabriek, koffiebranderij en theehandel, waar hij met de leiding van orderuitvoering en expeditie is belast. De heer Ekas, Sweder van Zuylenweg 37 in Utrecht, trad bij het moederbedrijf in Joure in dienst, waarna hij spoedig naar Utrecht werd overgeplaatst. Bij zijn veertigjarig dienstjubileum ontving de heer Ekas reeds een oninklijke onderscheiding: de eremedaille, verbonden aan de orde van Oranje-Nassau, in goud. Vanmorgen werd hij op het bedrijf toegesproken door algemeen directeur E.D. de Jong, die hem namens de directie een geschenk overhandigde. Tijdens een receptie ontving de heer D. Ekas (“D.E. bij D.E.”) van collega’s en medewerkers eveneens cadeaus.

D. Ekas

De heer D. Ekas van de Sweder van Zuylenweg.

Corruptie! Ook bij de politie in Zuilen kwam het voor!

Het mag niet, nooit. Maar juist de politie moet het goede voorbeeld geven. Twee Zuilense agenten konden de verleiding niet weerstaan. Ze werden betrapt en gestraft. We lezen erover in de krant Het Vaderland van 5 april 1941:

Twee politieagenten als medeplichtigen

Voor den Utrechtschen politierechter mr Visser is de kettinghandel in thee te Zuilen behandeld, waarbij twee plaatselijke agenten van politie een rol hebben hebben gespeeld, en deswege uit hun ambt zijn geschorst.

De zaak heeft een zeer lange voorgeschiedenis, want reeds voordat de distributie van thee afkwam, hadden de 43-jarige melkhandelaar H. V. en de 36-jarige Th. van H., pluimveehandelaar, zich aan hamsteren schuldig gemaakt. Toen de distributie afkwam, waren zij in het bezit van aanzienlijke voorraden koffie en thee. Aanvankelijk werden deze genotmiddelen met een vrij behoorlijken winst en – uiteraard – zonder bon, aan den man gebracht, doch in Februari van dit jaar kregen de handelaren twee agenten van politie op bezoek, n.l. den 33-jarigen H.A. H. en den 37-jarigen Chr. B., die zeiden, dat zei gaarne aan dezen clandestienen handel wenschten mede te werken. Op dat oogenblik was de melkhandelaar H. V. nog in het bezit van een kist inhoudende 35 kg thee en men sprak af, dat deze thee verkocht kon worden voor den prijs van f 6,80 per pond. Hier en daar informeerden de agenten van politie, die met de toestand in Zuilen nu eenmaal goed bekend zijn, welke ingezetenen aan den kettinghandel wenschten deel te nemen en weldra hadden zij zeer vele klanten.

Het werd de gewoonte, dat de politieagenten de pakjes thee voor f 6,80 van den hoofdschuldige in dezen zaak, kochten, en dat zij dan deze thee voor f 8 of meer bij hun relaties aan den man brachten. Eenige weken geleden kwam de rijkspolitie achter dezen clandestienen handel en zonder dralen werden de agenten geschorst en was tegen tien tot twaalf kopers proces-verbaal opgemaakt.

Allereerst had zich voor den politierechter te verantwoorden de agent H.A. H., die volmondig toegaf uit winstbejag aan dezen kettinghandel te hebben deelgenomen. Hij betreurde het ten zeerste en zeide zeer veel spijt te hebben zich in deze affaire te hebben gemengd. Ook de volgende verdachte, de agent C. B., betuigde zijn spijt over de gang van zaken en vond het nog het ergste dat hij nu zijn betrekking zal verliezen.

De officier van justitie zeide in zijn requisitoir, dat wanneer men agenten van politie niet volkomen kan vertrouwen, zij niet geschikt zijn hun functie verder uit te oefenen. De grootste straf zal nog wel komen, aldus spr., omdat na deze schorsing wel ontslag zal volgen. In verband hiermede wilde spr. geen gevangenisstraf eischen. Hij vorderde een boete van f 25, subs. tien dagen.

Hierna kwam de hoofdschuldige, de 43-jarige melkhandelaar H. V. voor den rechter, die wegens het ongeoorloofd handelen in thee f 300 boete of dertig dagen hechtenis tegen zich hoorde eischen. De politierechter veroordeelde hem tot 150 gulden boete, subs. een maand hechtenis. De medewerker van V., de pluimveehandelaar Th. van H., die de thee van H. V. voor f 380 had gekocht en de partij weer had verkocht voor f 455, hoorde tegen zich eischen f 200 boete, subs. 40 dagen hechtenis en werd veroordeeld tot f 75 boete of een maand hechtenis. Vijf andere verdachten, resp. een autoslooper, een melkslijter, een groentenhandelaar en een bakker werden veroordeeld tot een boete van f 10 subs. 5 dagen met verbeurdverklaring van de in beslag genomen hoeveelheden thee.

Politie

De gendarmerie van Zuilen in 1943. Onder andere de heren Post, Versteeg, v. d. Tang, Bron, de Ruijter, Zegwaard en  v. d. Brink. Zoals u ziet was er een duidelijke hiërarchie onder de manschappen. De inspecteur op een stoel met armleuningen, de brigadiers op eenvoudige stoelen naast hem. De ‘gewone’ agenten staan erachter. Ook zien we twee rechercheurs ‘in burger’. Maar, in zo’n dorp als Zuilen, zal dát niet zoveel uitgemaakt hebben.

Over de verkeersader van het Vreeburg naar Zuilen

De Amsterdamsestraatweg kon het niet langer alleen af. Maar er kwam een oplossing: vanaf 1951 werd de nieuwe verkeersader van het Vreeburg naar Amsterdam via Zuilen in gebruik genomen. En dat het allemaal goed ging lezen we in het Utrechts Nieuwsblad van 4 april 1951

De nieuwe verkeersader door Zuilen “doet het goed”

Nu de nieuwe verkeersweg, lopende van het Vreeburg tot het Ondiep, klaar is en het autoverkeer naar Amsterdam over deze weg wordt geleid, is de verkeers-situatie in Zuilen plots sterk veranderd. Voorheen ging al het verkeer van Utrecht uit over de Amsterdamsestraatweg, doch thans is een andere weg gekozen. Als men nu van de nieuwe weg in het Ondiep komt, gaat men gewoon rechtdoor over de Royaards van den Hamkade, vervolgens langs het sportveld aan de Thorbeckelaan naar de Burgemeester van Tuyllkade, om aan het einde daarvan linksaf te gaan door de De Lessepsstraat, om zich aan het einde daarvan bij het verkeer op de Amsterdamsestraatweg te voegen.

Op vele punten zijn flinke richtingsborden geplaatst, op het kruispunt aan het einde van de Sweder van Zuylenweg houdt de verkeerspolitie een oogje in het zeil om zo nodig regelend op te treden. Het brandpunt van het verkeer is nu gelegen op de Amsterdamsestraatweg bij de De Lessepsstraat. Van vier richtingen komt daar het verkeer, n.l. uit Utrecht, uit Maarssen, uit de Muyskenweg (Demka) en de De Lessepsstraat. Daar wordt door de verkeerspolitie het verkeer uitstekend geregeld en alles verloopt zonder enige stagnatie. Ook de ouders hebben de raad van de Corpschef van politie goed opgevolgd en houden hun kinderen op de trottoirs. Een nieuwigheid is dat men op sommige punten witte tegels in de bestrating heeft aangebracht, die dienst doen als verkeerslijnen. Het grote voordeel daarvan is, dat zij niet, zoals de geverfde verkeerslijnen, verflauwen of geheel verdwijnen. In asphaltwegen kan men deze echter slechts aanbrengen bij de aanleg van deze wegen.

De Lessepsstraat

De Amsterdamsestraatweg ter hoogte van de Westinghousestraat. Duidelijk Vóór de Tweede Wereldoorlog en op een nog stille zondagmorgen. Maar een foto van de drukte tijdens de Jaarbeurs ontbreekt nog.

Goed zoeken: het geld ligt (ook in @Zuilen) op straat!

Wie wil dat niet? Zomaar een handvol geld op straat (vergis u niet, in 1958 is 3107 gulden een heel groot bedrag!) U leest er alles over in het Utrechts Nieuwsblad van 3 april 1958.

In Utrecht ligt ’t geld op straat

Hebt u nog niets gevonden? Toch ligt het geld in Utrecht op straat voor het grijpen. Nadat dezer dagen f 3107.50 op de Amsterdamsestraatweg lag, die omdat er geen eigenaar komt opdagen, naar het schijnt van niemand zijn, vonden woensdag jongens bij hun spel zomaar een handvol bankpapier.
Op een stukje land aan de Van Hoornekade speelden twee jongens uit de Koppestokstraat.
Ze groeven een gat in de grond en haalden uit dat gat tot hun stomme verbazing het ene tientje na het ander, tot zij bijna honderd gulden bij elkaar hadden. Het geld lag daar niet lang, want de papiertjes verkeerden in prima staat. De jongens brachten het geld naar de politie.

Bestaat er verband tussen de vondst van de f 3107.50 en de schat aan de Van Hoornekade zo vraagt deze zich af. Voor de honderd gulden heeft ook geen mens zich als rechtmatig eigenaar gemeld. De politie zit er met een nieuw financieel raadsel bij. Ze is er niet meer zo zeker van dat het helemaal zuivere koffie is, zoals men aanvankelijk meende.

Hoe het zij Utrecht begint voor vreemdeling en bewoner aantrekkelijk te worden, want wie vindt niet graag geld op straat waar geen eigenaar bij hoort.

Hoornekade

Voor de juiste plek om het geld te vinden, moet ik u het antwoord schuldig blijven (ben er zelf nog niet geweest). Maar hier bent u dus wel in de buurt. 

De jeugd van tegenwoordig (neem een voorbeeld aan die van vroeger)

Voor mij is de eerste dag van april een soort  nationale feestdag. Denk dat ‘de jeugd van toen’, leerlingen van onderstaand artikel ook met plezier terugkijken op hun 1-april grap. Ze haalden de krant! In het Utrechts Nieuwsblad stond op 2 april 1965:

Goed in Duits

De dienstdoende agent, die 1 april voor schooltijd de kinderen hielp bij het oversteken van de Amsterdamsestraatweg bij de Sweder van Zuylenweg, was aan het begin van de dag een en al hulpvaardigheid. Niet alleen hielp bij de kleintjes veilig naar de overkant, hij was er best voor te vinden, voor de MULO-scholieren, die op de hoek stonden, een stukje van een Duitse les te vertalen.

De talenkennis van de agent bleek groter dan die van de schooljongens. Hij had weinig moeite met het stukje. Als dank boden de jongens hem een chocoladetruffel aan. De agent, niet lettend op het verbod voor de politieambtenaar op een gift aan te nemen, accepteerde graag en stopte het ding meteen in zijn mond. Schuimbekkend van de zeep, die met een dun laagje chocolade bedekt was geweest, aanvaardde hij maar al te graag de tweede gift. Een rolletje drop, dat de jongens, toch wel sportief, hadden meegenomen om de vieze smaak te verdrijven.

Na afloop van het rolletje, kon de agent smakelijk lachen om zijn april-belevenis.

Amsterdamsestraatweg

Amsterdamsestraatweg ter hoogte van de Sweder van Zuyleweg

 

Het einde van de kermis op de St.-Josephlaan.

De St.-Josephlaan stond in Zuilen bekend vanwege de jaarlijkse kermis. Dat kon nog toen de laan doodliep omdat er geen doorgang onder het spoor was. Dat was afgelopen toen de St.-Josephlaan onderdeel ging uitmaken van de rondweg om Utrecht. In het Utrechts Nieuwsblad van 1 april 1967 staat over de aanstaande ingebruikname het volgende:

Viaduct St-Josephlaan in mei open

Openstelling rijbaan maand vertraagd

(van een onzer verslaggevers)

Utrecht – Het zal nog tot begin mei duren voor bij het spoorwegviaduct aan de St.-Josephlaan het werk aan de oude spoorbaan en aan de wegverbinding Cartesiusweg-St.-Josephlaan zo ver klaar is dat één rijbaan in gebruik kan worden genomen voor verkeer in twee richtingen. Eind mei begin juni wordt dit deel van Utrechts westelijke rondweg compleet opgeleverd met twee rijbanen.

Viaduct herstel Cartesiusweg begint in april

Het enige stagnatiepunt in de westelijke rondweg is na de volledige ingebruikneming van het viaduct bij de St.-Josephlaan nog het door de gasbrand beschadigde viaduct in de spoorlijn naar Gouda bij de Thomas à Kempisweg. Het herstelwerk daaraan begint deze maand. Hoe lang het duren zal is nog niet bekend (evenmin trouwens als de schuldvraag al is opgelost). Maar nog verscheidene maanden zal het wegverkeer hier de oostelijke rijbaan geheel of gedeeltelijk versperd vinden.

Hoewel het jammer is dat de halve viaductdoorgang stagnatie blijft opleveren (op het ogenblik is van de twee rijstroken er één versperd door een hulppijler) staat het verkeer over een maand toch voor een grote verbetering.

De (gedeeltelijke) ingebruikneming van het viaduct St.-Josephlaan betekent in elk geval een directe verbinding tussen Utrecht-west en -noord. De overweg Concordiastraat kan eindelijk vervallen.

Die overweg is 517 minuten dicht per 24 uur. Dat is ruim 8½ uur. In het ochtendspitsuur tussen 7 en 9 uur is hij 57 minuten gesloten; tijdens de avondpiek van half vijf tot half zeven 56 minuten. De klacht “de helft van de tijd is de overweg dicht” is gerechtvaardigd.

Hoewel het viaduct aan de St.-Josephlaan zelf al heel lang klaar is, duren de bijkomstige werken langer dan voorzien was.

Vandaar dat de gemeentelijke verwachting van een half jaar geleden: “begin april één rijbaan in gebruik” niet in vervulling gaat.

Het wordt een maand later. Op leveringstermijn voor de tweede rijbaan komt daardoor niet in gevaar. Een half jaar geleden was de prognose: begin juni, en het ziet er op het ogenblik naar uit dat dat mogelijk zelfs wat vervroegd kan worden.

Wat de spoortechnische kant van het werk betreft gaat het hoofdzakelijk om de afvoer van materiaal: spoorstaven, dwarsliggers en dergelijke, om ’t opruimen van ballastbed en aardenbaan en om het verwijderen van de damwand aan de kant van het nieuwe viaduct. De viaductpassage kan niet afzonderlijk worden vrijgemaakt: eerst moet het materiaal van het noordelijk gelegen stuk spoor worden afgetransporteerd richting Utrecht C.S.

Met een ander onderdeel van het werk zijn de Nederlandse Spoorwegen al flink vooruit op de nieuwe toestand: de raccordementssporen aan de beide zijden van het viaduct zijn al voorzien van de met het wegdek samenvallende zijplaten en van de knipperlichten die bij het – weinig frequente – passeren van een trein naar Werkspoor (zijde Cartesiusweg) of Demka (aan de kant van de St.-Josephlaan) het wegverkeer moeten waarschuwen.

Josephlaan

Het tweede viaduct in de westelijke Rondweg, bij de Thomas à Kempisweg, blijft voorlopig flessehals vanwege de beschadiging door de aardgasbrand.

Josephlaan

Het viaduct St.-Josephlaan wordt aan de kant van de Cartesiusweg nog afgeschermd door de oude spoorbaan die in april opgeruimd wordt. Op de voorgrond: de knipperlichten voor de fabriekspoort dat naar Werkspoor leidt.