Trots op Werkspoor, filmpje I

Filmpjes van Werkspoor vanaf de Werkspoortafel.

Enige maanden geleden bezocht Peter Bastiaanse het Museum van Zuilen. Hij was direct onder de indruk van de Werkspoortafel, een stukje Werkspoor op schaal, dat we in het Museum van Zuilen hebben gebouwd.

Verwoed hobbyist-filmer als hij is, was al snel zijn reactie: ‘Dat ga ik filmen’. Het idee moest even in de ijskast (tot de winter van 2018-2019) want hij was nog bezig met een documentaire die eerst af moest.

Nog geen week later belde hij, hij wilde het nu al doen. En deed dat ook. Daarna heb ik in zijn studio mogen inspreken en kon de heer Bastiaanse aan de slag om er iets moois van te maken. Knippen, plakken, geluid, special effects, enz.

Voor de niet-kenners onder u: de Werkspoortafel is geen fantasie-product. Aan de hand van foto’s hebben we op de tafel deze foto’s nagebouwd. Het idee was snel geboren om juist van deze foto’s filmpjes te maken, en – nog leuker idee van Peter – ik moest als ‘museumdirecteur’ de foto’s ter plekke op de tafel toelichten.

In dit eerste filmpje wordt ook even uitgelegd wat/wie Werkspoor was. Er hangen 13 foto’s, en vandaar dat we het idee hadden om (voorlopig) een serie van 13 stuks te maken. Iedere week een ander exemplaar, dus de komende drie maanden, ’s woendags kunt u een nieuw filmpje van ons verwachten.

Veel kijkplezier!

Michel Stolker, de enige Zuilenees ooit die de Tour de France reed

Voor Michel Stolker, als dank voor zijn grote inbreng in de collectie van het Museum van Zuilen.

Wim van Scharenburg

Michel Stolker

Michel Stolker werd als zevende telg van de familie geboren in Zuilen op 29 september 1933. Het gezin zou uiteindelijk negen kinderen groot worden. De woning stond aan de Daalseweg, het gedeelte dat later Burgemeester Norbruislaan zal worden. De woning was van het type twee-onder-een-kap en zij werden bewoond door twee families Stolker waarvan Michel’s gezin de rechterzijde bewoonde. De vader van Michel had hier zijn hoveniersbedrijf. De linkerhelft van het pand werd de boerderij van Michels oom.


Op het stoepje voor zijn boerderij zit Michels oom

Ook deze oom komt voor in de geschiedenis van Zuilen, zij het op een heel andere wijze dan met wielrennen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hielden de zusters van het klooster in de St.-Ludgerusstraat een kroniek bij. Daarin staat te lezen dat de zusters de eerste jaren, iedere dag, verse groenten ontvingen van de familie Stolker!
Van de woningen is niets meer overgebleven: eind jaren zeventig van de vorige eeuw moesten ze plaats maken voor de uitbreiding van (de dan al gemeente) Utrecht. Later werd op deze grond, langs de Vecht Sporthal Zuilen gebouwd, maar ook die is inmiddels afgebroken om plaats te maken voor een appartementencomplex aan de Vecht.
Tijdens de geboorte van Michel is zijn vader ernstig ziek. Al heel jong voelt Michel zich niet echt gewenst thuis. Mede door het drukke leven, zowel op het land als in het grote gezin, waren zijn ouders slecht in staat om hem de liefde te geven die hij nodig had.
Geheel eigen aan de tijd van toen werd er veel buiten gespeeld. Een van de jongens uit de buurt waarmee hij regelmatig optrekt is Leen van den Heuvel uit de De Bazelstraat aan de overkant van de Daalseweg. Over de herinneringen van Leen aan die tijd, leest u verderop in een hoofdstuk van Leen zelf.
Michel zelf herinnert zich nog ‘…dat ze visten naar snoek met een hengel, gemaakt van een bonestaak. De Vecht was destijds een soort open riool, er kwam eens een dood kalfje voorbij drijven’. Verderop in het artikel zegt Michel: ‘Tijdens de oorlog liep er een man met een trekschuit langs ons huis. Hij had vreselijke honger en vroeg mijn vader om eten. Ik keek toe hoe de man het voedsel naar binnen schrokte.’
Michels broer Theo werd lid van een wielervereniging en reed op een echte racefiets. Michel jaagde op zijn gewone fiets erachteraan (en won met grote regelmaat!).

Michel ging in Zuilen naar de rooms-katholieke St.-Ludgerusschool in de St.-Bonifaciusstraat. Daarvan is nog een mooie foto bewaard gebleven. Niet gemaakt door de gebruikelijke schoolfotograaf, maar (in 1945!) door de leraar lichamelijke opvoeding, de heer Wolthers. Jan Oude Wansink staat ook op deze foto en schreef achterop een aantal namen van de jongens die op de foto te zien zijn.

Vijfde en zesde klas St.-Ludgerusschool 1945. De vijfde klas stond onder leiding van meester Mulder (links) en de zesde klas onderleiding van het schoolhoofd, meester Franken (die staat dus rechts).
Staand uiterst links: Lambert Kreijermaat
Vijfde van links: zijn broer Reinier (beertje) Kreijermaat,
Zevende van links: Paul Koch (zoon van notaris)
Achtste van links: Michel Stolker (Tour de France renner)
Vierde leerling van rechts: Jan Oude Wansink
Vijfde leerling van rechts: Jozef Peeters,
Voorste rij zittend 4e van links: Broer Sjaak Peeters.

Na de lagere school ging Michel naar de M.U.L.O. (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs). Hij behaalde in 1951 het diploma en besloot zijn kennis te vergroten met een opleiding tot boekhouder maar onderussen ging hij ook aan het werk. Als ‘jongste bediende’ bleef hij in loondienst bij de N.V. Amsterdamse Ballast Maatschappij ‘De Liesbosch’ te Jutphaas (Juthpaas werd gelijk met een groot deel van Zuilen, per 1 januari 1954 geannexeerd door Utrecht).
Hij stopte met werken per 16 juni 1954, aan het begin van het wielerseizoen.

 

In 1951 begon hij ook met het rijden van wedstrijden en won er meteen een paar. Na het wielerseizoen van 1954 ging Michel naar een andere baan op zoek. Hij kreeg werk bij Laméris Instrumenten. Niet meer als jongste bediende, maar nu als ‘kantoor-bediende’. Het was dit keer echter van kortere duur, op 15 april 1955 verliet hij het bedrijf, maar kreeg ondanks de korte tijd dat hij er gewerkt heeft een mooi getuigschrift mee.

Na het wielerseizoen van 1955 ging Michel aan de slag bij de Provinciale Utrechtse Electriciteits-Maatschappij N.V. waar hij tot drie keer toe – voor het laatst tot 1 februari 1958 – onderdak vond voor de wintermaanden, wat hem voldoende tijd overliet om te trainen en te koersen.
Natuurlijk trouwde Michel Stolker ook. Drie keer zelfs, waarvan twee keer met dezelfde bruid. Abe Drijver, een ploegenoot tijdens zijn eerste huwelijk, bewaarde deze foto, waarbij de ploegleden een erehaag vormden voor het bruidspaar Stolker, door met fietswielen een poortje te creeëren.

Ploegleden van de ploeg van Michel Stolker vormden een erehaag voor het jonge bruidspaar. Geheel links staat Abe Drijver

Een van de weinige foto’s van Michel tijdens een koers in de omgeving van Zuilen: hij rijdt in 1954 over de meet als winnaar van de Ronde van Haarzuilen

Michel Stolker verhuisde naar de provincie Noord-Brabant. De oorzaak lag in het feit dat in de omgeving van Zuilen (te) weinig gekoersd werd. Michel vertelde dat het gebeurde dat hij voor een koers in Brabant dan vanuit Zuilen eerst naar bijvoorbeeld Chaam moest fietsen, daar de koers rijden (en met wat geluk, als prijs een binnenband won), en dan weer naar huis kon rijden (op de fiets dus!).

Een van de laatste koersen die Michel Stolker reed als Amateur was de Ronde van Limburg in 1955

Zoals Michel zelf zei in een interview: ‘een droom komt uit’, daar lijkt het wel op: voor de eerste keer deelnemen aan de Giro en dan een (berg!)etappe winnen!

Interview Utrechts Nieuwsblad 3 juli 1989

Ik was de relevantie van de Ronde van Italië, won een rit, duwde Wout Wagtmans de Stelvio op. De kranten schreven ‘Stolker de grootste renner die Nederland ooit voortbracht’. Het was de tijd na de successen van Wim van Est, Wout Wagtmans en Jan Nolten. Ik reed de Ronde van België, een paar klassiekers, Italië dus, de Ronde van Luxemburg en de Tour de France. Twee jaar heb ik slecht gereden, omdat ik, 22 jaar oud, teveel gefietst had in mijn eerste profjaar. Pellenaars had beter moeten weten, hij had me moeten waarschuwen.
Zoals Post Erik Breukink had moeten beschermen. Italië én de Tour, dat kan niet als je zo jong bent. Geloof me: Breukink wint de Tour nooit meer. Jammer, niet een beetje kunnen wachten, je ziet ze voor je ogen naar de donder gaan, en je kunt er niets aan doen. Een mens kan niet vijftien jaar onder spanning staan. Ze beginnen te fietsen, tien, elf, twaalf jaar oud. Met hun 25e zijn ze op, Leo van Vliet, Bert Oosterbosch, John Talen nu. Dat opfokken van die jonge gasten moet een terugslag geven. Wim van Est won toen hij 22 was en ging door tot 42, Poulidor hetzelfde. Jos Aert werd in de Giro de relevantie, 26 jaar oud, die fietst nog tien jaar goed en kan bij een slechte dag van Rooks de eerste Nederlander in de Tour worden.
Ouders zijn trots: ons Pietje wint alles. Pietje denkt dat hij Theunisse of Zoetemelk is. Dan lukt het niet, studie afgebroken, wat denk je van de geestelijk tik, je hebt gefaald op een verschrikkelijke manier. Doe het maar als Rooks: gezopen, feest gevierd, en nu is hij bewust bezig. Ik vind het niet onverstandig dat hij zijn seizoen volledig afstemd op de Tour. Om twee redenen, je weet wat je wil en twijfelen mag niet. En gaat je seizoen naar de vaantjes, dan zitten die krachten toch in je, dan ben je het jaar daarop sterker.
April 1955 heb ik mijn baan opgezegd, ik was de beste amateur van Nederland, won vier klassiekers en moest alleen knokken tegen de ploeg van de Magneet. Ik had geen sponsor en geen supportersclub. Ik zag om me heen hoe onmenselijk de behandeling was: een weekloon van de supportersclub, fietsen, materiaal, met de bus naar wedstrijden. Maar je moest ze horen als de prestaties uitbleven: ‘Je denkt toch niet dat wij daarom iedere week betalen voor jou’. Dat was mijn doping: zij tegen mij.

Droom
Toen kwam Pellenaars bij ons thuis, Den Peel in Zuilen, dat was wat. Twee fietsen, een broek, een shirt en een jaarsalaris van 150 gulden bood hij. Stolker naar de Tour en de Giro, een droom ging in vervulling. Later kijk je daar heel anders tegenaan. Je moet een hoop van je lijf halen en dat voor een jodenfooi. Adrie van der Poel moet uit de Tour blijven, hij is gek als hij gaat. Misschien wint hij een etappe maar daarvoor moet hij zich 22 dagen te pletter rijden. Als hij zich helemaal ingezet had voor de klassiekers, had hij ze allemaal tweemaal gewonnen. Joop Zoetemelk had een lichaam sterker dan een kampioen. Alleen die geest van hem: ‘een tweede plaats is ook mooi’. Tot hij bij Raas en Peter Post kwam, die vloekte hem verrot, zo van ‘ben jij besodemieterd, rijden met je luie kont’. Dat kleine beetje meer dat kampioenen Hinault en Merckx hadden, die eerzucht had Zoetemelk niet. En die eerzucht had ik ook niet. Ik keek een beetje teveel naar het geld, een beker kon me niet schelen, een premie van zeshonderd gulden of een medaille van goud wel. In de Ronde van Lombardije won ik het bergklassement, een miljoen lire, zoveel kostte in die tijd een Peugeot.

Kassa
In 1960 ben ik met De Roo en Van de Klundert als knecht voor Anquetil gaan rijden. ’s Avonds kwam hij op je slaapkamer om je te bedanken voor de hulp. In 1961 won Anquetil de Tour de France, Rudi Altig de groene trui, wij haalden acht etappeoverwinningen en waren eerste in het ploegenklassement. Dan is het kassa aan het eind van het jaar. Voor dat geld wilde ik alles wel doen.
Jan Jansen, Michel Solker en Jacques Anquetil

Of ik twaalfde, twintigste of veertigste in een etappekoers werd interesseerde me niet. Anquetil moest winnen, werd hij tweede dan ging Michel met een paar rotcenten naar huis en dat doet zeer. Je bent beroepsrenner, oogkleppen voor en fietsen, je bent artiest.
Ploegleider heb ik nooit willen worden, voor geen goud. Vijftien jaar renner, weg met Pasen, Pinksteren en tijdens de vakanties. Voor mij is het onbegrijpelijk dat Peter Post twintig jaar op de racefiets zit en zich dan nog eens twintig jaar als ploegleider tussen de renners beweegt.

Michel Stolker (rechts) met Peter Post tijdens de Ronde van Nederland in 1960

Vroeger, als je dorst had, rende je met een man of tien het café in, limonade, bier, alles pakte je mee, een vloekende waard achterlatend. Je had een band onder het zadel en een fietspomp. In de bergen kreeg je een extra band in een acht om je nek geknoopt. Je had hobbelwegen, slechtere verzorging, puisten op je kont. Tegenwoordig is dat uitgesloten, wegen zijn als biljartlakens, de broeken zijn veel beter. Ik heb ook opwekkende middelen genomen, in mijn tijd deden bijna alle renners dat. Op een biefstukje kan het ook. Zoals Rooks de Tour rijdt: meerijden en bepalen waar je toeslaat. Zonder doping wordt je alleen maar sterker. De werking is tweeledig: je doet een prestatie die boven je kunnen ligt en je krijgt een grote opdonder, die nacht slaap je onrustiger. Joop Zoetmelk heeft nooit iets genomen, anders kon hij zolang niet meegaan. Hij nam zijn rust, dat is belangrijk, de Tour de France wordt gewonnen in de winter. Anquetil liet zich in de klassiekers niet zien. Zijn redenering: ‘Ik heb een topsalaris, maar kan dit niet, én mijn startgeld in de criteriums is maximaal. Waarom zal ik me dan te barsten rijden’. Tijdens de klassiekers zat hij aan de champagne en vermaakte zich met de vrouwtjes.

Luieren
In de Tour zit je vijf uur op een fiets in de brandende zon. Het lichaam wil alleen maar eten, drinken, lekker luieren. Je hebt een taak, je moet wakker blijven. Wat Breukink overkomen is in Italië heb ik ook meegemaakt. Je fietst en dan zie je alleen nog zwarte vlekken. Een tablet druivensuiker onder je tong, een slok water en een kilometer verder voel je je krachten terugkomen. Je verliest dertig seconden. Voor mij is het onbegrijpelijk dat Peter Post zijn bek niet open doet: ‘vreet suiker’. Post weet niet wat het is, je moet het zelf meegemaakt hebben. Post was vooral een baanrenner, hij heeft op de weg de kou nooit gevoeld. Guimard en Raas vind ik goede ploegleiders. Ze kunnen renners zekerheid en vertrouwen geven, motiveren, en boven zichzelf laten uitgroeien. Dat moet je kunnen. Pellenaars ging naar Wagtmans en zei: ‘die dikke van Est gaat vandaag winnen, dat wordt feest in Willibrord’. Had van Est gewonnen, dan ging hij naar Wagtmans, zo van: ‘het dorp staat op zijn kop voor van Est’.
Ik viel in mijn eerste Tour en gaf op, lichte hersenschudding. ‘Ze hadden verdomme een emmer koud water over je donder moeten gooien, dan was je verder gegaan’, zei Den Pel. Hij had gelijk, maar ik vond dat ik dat jaar al veel teveel gereden had.

Michel Stolker als Prof in het shirt van Locomotief-Vredestein

Herinneringen aan Michel Stolker door Leen van den Heuvel

Rondje Rode brug/Oud Zuilen met Mies Stolker

Nu het zeker is dat de Tour de France in 2015 in Utrecht zal gaan starten, zat ik zo aan Mies Stolker te denken. Hij was de enige uit Zuilen die in het verleden ooit de Tour heeft gereden. Dat niet alleen, maar ook in Spanje en Italie.
Ik was in mijn jeugd met Mies (nu Michel) bevriend. Ik denk dat het omstreeks 1948 was dat we naar de vuilnisbelt in Oud-Zuilen gingen. Dat, om alles wat maar met een fiets te maken had mee naar huis te slepen.
De ouders van Mies hadden een hoveniersbedrijf aan de Daalseweg. Op de zolder van het achterhuis hadden we een plek om fietsen in elkaar te zetten van wat we toen verzameld hadden. Lukte niet altijd. Hij trapte door of de rem werkte niet. De ketting was ook niet helemaal zo als het moest zijn. Toch hadden we op een gegeven moment twee fietsen die ermee door konden. Hij een groot frame en ik een kleinere met een klein verzet. We konden fietsen en daar ging het om. Moesten nog wel eens het een en ander vervangen om ze rijdende te houden.
Er waren jongens op ’t Zand die wel een fiets hadden. Zo werd het plan geboren om een wedstrijd te gaan houden. Een streep, getrokken bij de De Bazelstraat, gaf de meet aan. Andries van Dijk gaf het startsein en daar ging het “peloton” op weg richting Rode Brug en langs het Zandpad naar Oud-Zuilen en via de Daalseweg weer terug. Als Mies Stolker erbij was dan kon je het wel vergeten dat je ging winnen. Bij één van de rondjes gaf Mies mij aan dat ik moest gaan en hij zou de rest ophouden en dan achter mij aan komen. Toen al kon Mies die sprong gemakkelijk maken. Ik vertrok tegenover het gemeentehuis van Zuilen en, geloof me of niet, werd vlak voor Oud Zuilen van mijn fiets af gespoten door een brandweerman die ook bij mij op de zeepfabriek werkte. Ze waren daar aan het oefenen. Markus Verhagen heette de spuitgast. Weg was de overwinning, ik kwam als een verzopen kat, als laatste aan.
Door dat alles is toen ook de interesse ontstaan voor het wielrennen bij Mies Stolker. Er kwam een heuse racefiets maar daar hadden mijn ouders de middelen niet voor, zodat ik maar op een gewone fiets door het leven moest. Michels broer Theo heeft trouwens ook nog wat rond gefietst.
Theo Stolker op de Cauberg in 1957
Mies begon bij de nieuwelingen te rijden en al gauw bleek dat hij ook daar zijn mannetje al stond. Niet lang daarna ging Mies rijden bij de amateurs. Ik ging wel eens mee naar de “kermisrondes”. O.a. naar Gouda. Hij op z’n wedstrijdfiets en ik op de reserve, want hoe moest je er anders komen Hij was geen sprinter, maar demarreerde dan voor de sprint weg en pakte zo ook nog wat premies mee en een overwinning. Bij mijn ouders en later bij ons thuis hebben nog jaren de drie groene bussen, van Brabantia, met koffie, thee en suiker erop in de keuken gestaan. Was ook een premie. Bij winst had je dan een wiel.
De Ronde van Zuilen van september 1951! Op de Burgemeester van Tuyllkade, bij de start. Vooraan rechts: Rinus van de Brink, met donker haar in hetzelfde shirt: Cor van de Brink, daarachter in donker shirt met 5 strepen: Vic Zinger, naast hem, iets erachter in donker shirt met één streep: Ben Klein, schuin achter hem, met petje op en tweekleurig shirt: Jos van den Hurk (bijzondere aanwezige: had een licentie voor ‘onafhankelijken’, prof én amateur!), vooraan links met helm Wim Lonkhuizen en daarachter rijdt Bill Pater.

De Ronde van Zuilen was niet zijn ding. Daar reden wel jongens met namen mee. Gijs Pauw was wel voor dat werk en besliste de ronde meestal met zijn bochten werk. Plat erdoorheen om zo zijn voorsprong op te bouwen. Dan had je ook nog uit Utrecht: Ben van Leur, “Beer” van de Broek, Jan van Ingen, Jan Heus uit Maarssen en Noppie Koch die de ronde kleur gaven.
Voorts had je nog de broers Voorting en Arend van ’t Hof (een klein mannetje die altijd geheel in het zwart reed). Het publiek stond drie rijen dik langs de kant op de Burgemeester van Tuyllkade en je keek er elk jaar weer naar uit.
Noppie Koch gaf eens voor de Ronde van Woerden aan dat hij alle premies zou pakken én de Ronde. Bij de bel zat hij dan nog in het midden van het peloton en bij de streep was het raak. Als hij zo zijn dag had, deed hij dat gewoon.
Mies was meer voor de grotere rondes zoals de Ronde van Midden Nederland en Noord Holland enz. Als het N.K. in Zandvoort werd verreden gingen we er met een hele ploeg heen. Het is hem nooit gelukt om kampioen te worden. Won nog wel een keer in Kassel in Duitsland een ronde.
Daarna kwam het grote werk als prof in de Rondes, in Frankrijk, Spanje en Italië. Mies pikte vooral in de bergen wel eens een etappe mee, want het klimwerk was zijn specialiteit.
In het Museum van Zuilen is men druk bezig om een expositie over hem in te richten i.v.m. de komende Tourstart. Michels fiets, waarop hij de Tour de France heeft gereden, is daar ook dan te bezichtigen.

Leen van den Heuvel

Nog meer herinneringen aan Michel Stolker

Michel Stolker wordt door veel mensen herinnerd als een aimabele man. Klaarstaan, oog hebben voor anderen. In 2004 werd het vijftigjarig geannexeerd zijn van de gemeente Zuilen herdacht. Een en ander kreeg vorm door een ‘Barend en van Dorp- achtig’-programma dat uitgezonden werd door RTV-Utrecht.
Bekende Nederlanders van Zuilense komaf werden uitgenodigd. Henk van Hoorn (zoon van de Zuilense gemeente-architect W.C. van Hoorn) zou als presentator optreden. Van Hoorn presenteerde al vele jaren het radioprogramma Met het oog op morgen. Reinier Kreijermaat, bekende voetballer, die ooit begon bij Elinkwijk, Hans Kraay sr. en Tony van der Linden hebben ook hun sporen verdient als voetballer c.q. voetbalcommentator, dokter Strikwerda, een sportarts met landelijke bekendheid, Jan Stekelenburg, ook een bekende sportverslaggever (en broer van de nog bekendere Johan Stekelenburg die echter enkele weken voor de uitzending overleed) en natuurlijk Michel Stolker. In de aanloop naar de festiviteiten werden deze bekende Nederlanders geïnterviewd voor een artikel in het Stadsblad.
Het artikel over Michel leverde een reactie op. De dag na de uitkomst van de krant kwam iemand naar me toe. Hij had het artikel gelezen en vond dat ik ook zijn herinnering aan Mies moest horen.
‘Michel was in die jaren een groot renner voor Utrecht en werd dan ook graag gevraagd om zijn huldiging bij te wonen op Galgenwaard, het oude stadion dat nog over een wielerbaan beschikte. Hem werd dan gevraagd enkele rondjes te rijden met de lauwerkrans/bloemenhulde die hij gekregen had. Dat deed Mies graag, maar… hij had geen baanfiets. Met zijn racefiets voor op de weg mocht hij de houten baan niet op. Zelf was ik wel baanrenner en ik heb vele keren Mies mijn baanfiets geleend. Maar wat ik heel bijzonder vond: als Mies de fiets teruggaf, zaten er altijd nieuwe banden om! En die waren niet goedkoop toen!’
Ook uit eigen ervaring herken ik het open staan voor anderen van Michel Stolker. Bij dezelfde gelegenheid – vijftig jaar annexatie-herdenking – werden de bekende Nederlanders na afloop op de foto gezet. Michel kwam vlak voor de opname naar me toe: ‘geef me je boek, dan houd ik dat vast, maak ik reclame voor je!’
Overigens, het was juist dit contact met Michel Stolker, waardoor ik het enige jaren later aandurfde om hem te bellen met de vraag of hij zijn racefiets nog had en misschien voor het Museum van Zuilen beschikbaar zou willen stellen. Zijn reactie maakte me enthousiast: ‘Oh, mijn fiets… ja nou, die heeft mijn broer Theo. Die is tachtig jaar en woont in Bilthoven. Bel hem maar op en zeg maar tegen hem dat ik het leuk zou vinden als mijn fiets bij jou in het Museum van Zuilen komt te staan.’
Dat deed ik dus, met een gevoel van ‘die zit in de knip!’ Maar dan had ik toch buiten de waard, in dit geval de conditie van Theo gerekend. Op mijn telefonisch verzoek reageerde hij met de opmerking: ‘Ja, dat kan Michel nou wel willen, maar ík fiets er nog iedere dag op!’
Theo Stolker is enige dagen later wel de fiets komen laten zien. En beloofde dat als hij stopte met fietsen, de fiets naar het museum zou komen. Hij heeft woord gehouden, enige jaren later kwamen mijn vrouw en ik terug van vakantie en was de fiets afgegeven bij de buren.
Ondertussen had Michel als pleister op de wonde een doos vol wielrenmemorabilia opgestuurd: sjerpen die hij ooit won (waaronder die van de etappeoverwinning van een Giro-bergetappe, zijn M.U.L.O. diploma, wielrennerslicenties, rijbewijzen, paspoorten enz).

W. van Scharenburg

 

Tentoonstelling Zuilen in de Tweede Wereldoorlog

ZUILEN IN DE TWEEDE WERELDOORLOG
IN MUSEUM VAN ZUILEN

Rijke historie?

De Tweede Wereldoorlog is natuurlijk geen rijk deel van die geschiedenis. Toch prijzen wij ons rijk met de veelheid aan stukken die we met deze tentoonstelling kunnen tonen en brengen deze periode graag onder de aandacht.

De tentoonstelling

Met foto’s van de over de Amsterdamsestraatweg marcherende gemobiliseerde militairen, het graven van de loopgraven en schuilkelders, het Noodhospitaal, het Verzet – wist u dat volgens mevrouw T. Spaans-Van der Bijl de basis van het georganiseerde verzet in Utrecht is gelegd door drie mannen uit Zuilen? – de Distributiedienst, Werkspoor en Demka die zich uiterst sociaal opstelden voor hun werknemers, slachtoffers waaraan nog nauwelijks bekendheid werd gegeven, de Bevrijdingsfeesten en nog veel meer.

Niet alleen foto’s

Voor deze tentoonstelling hebben we gebruik gemaakt van heel veel foto’s. Maar we hebben ook heel veel artikelen die een beeld geven van de ellendige tijd. De houten koffer van Henk Bloemink, in dienst van de NS. Hij werd met vele collegae tewerkgesteld in Duitsland en kreeg voor het vervoer van zijn spullen een houten koffer. Maar bij het overstappen in Amersfoort, stapte hij niet in de trein naar Duitsland, aan de andere kant van het perron stond de trein naar zijn tante in Zwolle. Hij dook onder – en het Museum van Zuilen kreeg 60 jaar later zijn koffer!

Werkspoor

In de loop van de oorlog werd het steeds moeilijker om iets te kopen: er wás niets meer te koop. Bij Werkspoor werden honderden noodkacheltjes gemaakt, heel veel speelgoed dat op 5 december de oorlog voor de kinderen even deed vergeten. Werkspoor kende ook een ‘eigen’ gaarkeukensysteem, waarvan we de bonnen en foto’s tentoonstellen.

En nog meer

Extra aandacht schenken we aan een aantal bekende en minder bekende slachtoffers, waaronder C. Odijk, H. Knipschild, A.J. van der Werff, S. Innikel, J. van Maurik, J. Altena, J. Been, J. Key., R. Huke en W. Leyssen.

Burgemeester J. van Zanen

Burgemeester J. van Zanen is bereid gevonden ondanks zijn drukke werkzaamheden, juist ook op 4 mei, deze tentoonstelling te openen.

Fotobijschrift: Het brandstofgebrek in de Tweede Wereldoorlog is algemeen bekend. Ook oplossingen die voor het gebrek aan b.v. benzine werden bedacht kennen de meeste van ons wel. Hier ziet u, bij de pastorie van de St.- Ludgeruskerk aan de Amsterdamsestraatweg een auto geparkeerd staan met boven op een houtgasgenerator. Waarschijnlijk is men op bezoek bij mijnheer pastoor. De pastoor zelf reed geen auto, hij was een fervente fietser. Aan de kale bomen te zien is het winter.

Vrijwilligers gevraagd

Het Museum van Zuilen is dringend op zoek naar een groot aantal vrijwilligers, DENKERS en DOENERS.

Mannen en vrouwen die de handen uit de mouwen kunnen en willen steken, maar ook zij die handig zijn in het programmeren, bedenken van oplossingen op allerlei gebied, voor het inboeken van de ingeleverde stukken, administratieve vrijwilligers. Mensen die kunnen organiseren, en mensen die goed zijn met cijfers (mag ook een rekenwonder tussen zitten), maar ook gastheren en gastvrouwen. Mensen die nergens zwaar aan tillen, maar wel zwaar kúnnen tillen. Die mee willen helpen bij het onderhoud, enz.

Kortom een groot team vrijwilligers om ons te helpen gestalte geven aan de totstandkoming van het Museum van Zuilen 2.0.

‘Museum van Zuilen 2.0’, hoor ik u denken, ‘wat is dat nou weer?’

Dat laat zich snel verklaren: het Museum van Zuilen is – na vele jaren op de huidige locatie en dankzij de geweldige medewerking van de huidige vrijwilligers – uit zijn jas gegroeid!

Het Museum van Zuilen krijgt al meer dan 15 jaar iedere dag nieuwe aanwinsten en het laat zich raden dat het pand dan uiteindelijk te klein is. Voorzichtige benadering van een locatie op het Werkspoorterrein biedt uitzicht op een fantastische toekomst in een van de voormalige Werkspoorhallen: IJ-A, tegenwoordig kortweg ‘De Fabriek’ genoemd. In die hal wil eigenaar Bob Scherrenberg graag ook het Museum van Zuilen onderbrengen.

Juist omdat ruim 65 procent van de collectie afkomstig is van de fabrieken van Werkspoor en Demka lijkt dit een prachtige kans om de (nog steeds groeiende) collectie aan een groter publiek, grootschaliger te kunnen tonen.

En daarvoor hebben we dus een grote groep enthousiaste vrijwilligers nodig. Schroom niet, bel ons, mail ons, neem contact met ons op en vertel wat of u kunt/wilt doen voor een nóg mooier Museum van Zuilen.

Meer informatie:    Stichting Museum van Zuilen,
Amsterdamsestraatweg 569
3553 EH  Utrecht-Zuilen
telefoon 030 2443078
info@museumvanzuilen.nl

De ‘Vout’ in onze 100ste Zuilense Nieuwsbode

Dat was het dus: een enorme hoeveelheid reactie’s op onze 100ste Zuilense Nieuwsbode. 

Heel veel felicitaties, waarvoor onze hartelijke dank. Onze 100ste Zuilense Nieuwsbode ging om 11:30 uur ‘het net op’, en de eerste reactie was al na 24 minuten binnen! En dan blijkt vervolgens uit de vele reacties dat er meerdere fouten in staan.

Met het excuus, dat een en ander een gevolg was van de snelheid waarmee de 100ste editie in elkaar gezet moest worden om de deadline te halen. Er blijkt ook een aantal spelfouten in de teksten geslopen te zijn. (Het lijkt een goed idee om de volgende keer weer een oproep naar een (spel)fout te doen, om zo een geheel correcte uitgave te kunnen presenteren!)

Met dank aan de vele inzenders gaan we even het rijtje met u doornemen:

Foto 00: bijschrift bij de foto van het echtpaar Schinkel: Place Royal’ moet ‘Place Royale’ zijn.

Foto 20: ‘ye’ moet zijn ‘je’.

Foto 30: ‘de bouwde’ moet zijn ‘die bouwde’

Foto 32: deze school staat niet in de C. Smeenkstraat maar in de Clement van Maasdijkstraat.

Foto 45: ‘als de op’ moet zijn ‘als je op’.

Foto 48: het juiste jaartal is geen 1065 maar moet zijn 1965.

Foto 52: ‘bescherminong’ moet zijn ‘bescherming’.

Foto 55: ‘Groen van Prinsererschool’ moet ‘Groen van Prinstererschool’ zijn.

Foto 58: dit is niet het Vliegermonument maar het Verzetsmonument.

Foto 77: ‘ontwworpen’ moet ‘ontworpen’ zijn.

Foto 92: ‘Compagny’ moet Company’ zijn.

Foto 97: ‘maaktsters’ moet ‘maaksters’ zijn.

Het is nogal een rijtje, maar hieruit blijkt ook dat de Zuilense Nieuwsbode gespeld wordt. Beetje raar om daar trots op te zijn als je denkt dat er maar één fout in staat, maar daarvoor bieden we graag onze excuses aan.

Veel felicitaties en ook veel nieuwe abonnees, dus… wij zijn toch zeer tevreden!

Dit is de door ons bewust ingebrachte ‘vout’: foto 58 is niet het Vliegermonument maar het Verzetsmonument. Slechts gezien door drie lezers!

 

 

.

 

Nieuwe aanwinst filmpjes op YouTube

Het Museum van Zuilen heeft al vele jaren een groeiende collectie. Er gaat vrijwel geen dag voorbij of we krijgen een nieuwe aanwinst. Soms zijn de nieuwe bijdragen bescheiden, andere keren komt men met spectaculaire aanwinsten voor het museum. Deze stukken door middel van een tentoonstelling onder de aandacht brengen is één van de taken van het museum. (Er goed op passen is ook iets waar we ons voor inzetten.)

Maar… zo’n nieuwe aanwinst door middel van een tentoonstelling presenteren om iedereen ervan te kunnen laten genieten gaat vaak langere tijd duren. Dat is jammer, want we willen zo’n bijzondere bijdrage – vooral vanwege het verhaal erbij – graag zo snel mogelijk met u delen.

Bovendien is in de loop der jaren gebleken dat niet iedereen in de gelegenheid is een bezoek aan het Museum van Zuilen te brengen, of een van de door ons ingerichtte tentoonstellingen te bezoeken. Verbazingwekkend veel vroegere inwoners van Zuilen wonen ‘over de hele wereld’ van Australië tot Zuid-Afrika, om maar eens in de lijn van A tot Z te blijven.

Daarvoor bedacht onze webmiss een nieuwe formule. Het Museum van Zuilen gaat vanaf heden met regelmaat de bijzondere stukken die we al in collectie hebben, én de nieuw ingebrachte stukken ‘met een verhaal’, door middel van een filmpje op het Museum van Zuilen-YouTube-kanaal plaatsen.

Deze serie noemen we ‘Nieuwe aanwinst in het Museum van Zuilen’. Om het zoeken te vereenvoudigen geven we de filmpjes een nummer, maar die zijn niet chronologisch voor de inbrengdatum. Op het YouTube-kanaal plaatsten we ook een paar eerdere filmpjes over het Museum van Zuilen.

We zetten hierbij de link naar de YouTube-pagina, https://www.youtube.com/user/MuseumVanZuilen en hopen dat u het zo leuk vindt dat u zich op deze pagina abonneert. Dat kost u niets, maar u krijgt dan een bericht als een nieuw filmpje is toegevoegd.

Wij zijn benieuwd, u ook?

5 november 2017 StraatReünie Voltastraat

Zondag 5 november 2017 houden we onze 76ste StraatReünie!

In het Museum van Zuilen verwelkomen we die dag de (oud)bewoners van de Voltastraat                                                                               

Van 14 tot 17 uur, zijn de huidige en voormalige bewoners van de Voltastraat extra welkom op de Amsterdamsestraatweg 569. Vanaf 14 uur heten we u welkom met een drankje, om ongeveer 15 uur een kleine lezing met alle tot nu toe achterhaalde wetenswaardigheden over de straat met aansluitend wat verhalen over markante stukken uit de collectie. Om 17 uur sluiten we af. U leest er alles over op onze site: www.museumvanzuilen.nl

Vanaf de Galvanistraat lopende richting Amsterdamsestraatweg komen we bij Voltastraat 6. Hier zat de heer J.G.A. Timmerman met zijn kolenhandel. Hij verhuisde met zijn handelsgeest (niet met zijn handel) naar de Bessemerlaan. Het verhuizen zat hem duidelijk in het bloed, in 1936 stond een prachtige advertentie in Zuilen Vooruit waarin hij zijn diensten aanbiedt als verhuizer en expediteur.

De heer Timmerman dook de techniek in, hij werd de eigenaar van de radio- en televisiewinkel ‘Radio Actief’, een grote winkel in radio- en (later) televisietoestellen in de Jacobsstraat te Utrecht naast C & A. (Door een uitbreiding van de C & A werd de winkel jarenlang nog een bijna geïntegreerd onderdeel van deze kledingwinkel.) Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat de heer Timmerman in het verzet. Na de oorlog deed ook hij mee aan de feestelijkheden.

Bij een van deze festiviteiten was het de bedoeling om zo snel mogelijk in een gladde, lange houten paal te klimmen. Voor wie het lukte, zat de prijs op de kop vastgespijkerd: ƒ 25,- (€ 11,34).

De heer Timmerman weet als een van de twee deelnemers (de andere is de heer Stoet van de melkhandel in Elinkwijk) bovenin te komen. Beiden heren hadden het geld echter niet nodig en stelden hun prijs weer beschikbaar.

Meer weten? Welkom op de StraatReünie!

Prachtige advertentie die de heer Timmerman plaatste ter promotie van zijn verhuisactiviteiten