W.C. van Hoorn, de gemeente-architect van Zuilen jubileert

De heer Van Hoorn heeft zijn sporen in Zuilen wel verdient. Heel innovatief zorgde hij voor extra groei in Zuilen. Over het jubileum van deze voor Zuilen zo belangrijke man schreef het Utrechts Nieuwsblad op 15 februari 1956 het volgende:

Architect Van Hoorn 25 jaar in gemeentedienst.

Architect W.C. van Hoorn, Prinses Beatrixlaan 21, in Utrecht zal donderdag 16 februari de dag herdenken, dat hij 25 jaar geleden in gemeentedienst trad.

De heer Van Hoorn heeft zich een uiterst bekwaam architect getoond, eerst in Zuilen en daarna in Utrecht. Hij ontwierp zowel het Vliegermonument als het Zuilens Bevrijdingsmonument.

De heer Van Hoorn heeft vooral in de na-oorlogse woningbouw vooruitstrevende ideeën doorgevoerd.

De door hem ontworpen Prinses Margrietschool heeft zelfs in het buitenland de aandacht getrokken.

Donderdagmiddag houdt de heer Van Hoorn van 2 tot 4 uur een receptie te zijnen huize.

W,C. van Hoorn

 

Over slachtoffers van de Watersnoodramp

De Watersnoodramp van 1953 bracht heel Zuilen in beweging. Meer dan 235 vluchtelingen werden hier opgevangen. Er werden ook hulpacties georganiseerd. Daarover stond in het Utrechts Nieuwsblad van 14 februari 1953 het volgende:

Contactmiddag zeer geslaagd

Door het gemeentebestuur van Zuilen werd gisteren een contactmiddag gehouden met de in Zuilen verblijvende geëvacueerden, waarvoor het initiatief was uitgegaan van de directeur van Sociale Zaken, de heer A. Slotboom. De burgemeester wees er in zijn toespraak op, dat de bijzondere emotie van de ramp reeds enigszins is verwerkt, dat enkelen weer zijn teruggekeerd en dat het begin van herstel reeds is waar te nemen. Spr. deed vervolgens belangrijke mededelingen. Op de eerste plaats dat allen, die zich nog niet hebben laten inschrijven, dat ten spoedigste moeten laten doen, daar anders moeilijkheden ontstaan op velerlei gebied. Vervolgens, dat alle mannelijke personen in de gelegenheid worden gesteld, gratis en onder deskundige leiding de fabrieken van Demka en Werkspoor te bezichtigen. Verder, dat het in de bedoeling ligt van de Unie Vrouwelijke Vrijwilligers, eens per week een gezellige middag voor de geëvacueerden te organiseren, waarvan de eerste zal plaats hebben op Donderdag 19 Februari om 2 uur, in het Ontspanningslokaal van Werkspoor van Werkspoor. Spr. deelde mede, dat ook een vertegenwoordiger van het Ned. Bijbelgenootschap aanwezig was, bij wie zij zich kunnen vervoegen, wier Bijbel is verloren gegaan; zij zullen dan gratis in het bezit van een nieuwe worden gesteld. Ook werd er op gewezen dat predikanten van de Herv. en Geref. Kerk aanwezig zijn, met wie men in contact kan treden. Onder de geëvacueerden zijn slechts drie katholieken, met wie door de kath. geestelijkheid contact is opgenomen. Ook werd nog de aandacht gevestigd op de verkoop van zandzakjes.

Vervolgens werd een vertroostend woord gesproken door ds J. Voorsteegh, Ned. Herv. predikant, door ds W. Schouten, Geref. predikant en door ds Luteijn, die allen verklaarden, dat hun deuren steeds wijd open staan om hen te ontvangen, en hen zo nodig hulp en bijstand te verlenen. De heer Boersma deelde mede, dat in het Wijkgebouw van de Oranjekerk op Dinsdag a.s. te drie uur een bijeenkomst zal worden gehouden, waar allen van harte welkom zijn. De heer A. Slotboom vestigde er tenslotte de aandacht op, dat het in de bedoeling ligt van het Gew. Arbeidsbureau te Utrecht een cursus te organiseren over dijktechniek. Deze cursus zal aanvangen a.s. Maandag te twee uur in het gemeentehuis te Zuilen.

Tussen al deze besprekingen en mededelingen door werd thee, limonade en een rokertje aangeboden, terwijl er volop gelegenheid was tot persoonlijk contact. Een geslaagde bijeenkomst.

 

Ontspanningsgebouw

Geen foto van de bijeenkomst, wel van het Ontspanningsgebouw (bestaat nog steeds) waar de bijeenkomst heeft plaatsgevonden. Het gebouw werd gebouwd door Werkspoor. De kelder had een bomvrije en gasdichte ruimte. Het werd geopend in januari 1940.

Botsing in de Hubert Duyfhuysstraat

Dat lees je wel vanker: een botsing hier of daar. Maar in de Hubert Duyfhuysstraat zeker niet dagelijks. In het Utrechts Nieuwsblad van 13 februari 1962 lezen we er wél over:

Hubert Duyfhuysstraat

OM 11.50 uur had vanmorgen een botsing plaats in de Hubert Duyfhuysstraat in Zuilen, waarbij drie auto’s betrokken waren. Er deden zich geen persoonlijke ongelukken voor.

De 22-jarige smid O.J. van D. uit IJsselstein reed in deze straat toen hij de 23-jarige loodgieter G.G. van D. te Utrecht, rijdende in de Johan Uitenbogaertstraat, geen voorrang verleende. Met gevolg dat G.G. van D. de achterbumper van de smid raakte. De 22-jarige smid verloor hierdoor de macht over het stuur en slingerde tegen een in de Duyfhuysstraat nummer 22 geparkeerd staande auto (rechts).

De heer O.J. van D. sloeg met de auto over de kop. (links de auto van de heer O.J. van D.).

Prijzen Julianapark te hoog (in 1963 dus)

De Zuilense Gemeenschapsraad werd na de annexatie ingesteld voor de inwoners van Zuilen, ‘om inspraak te hebben’ bij de Utrechtse gemeenteraad. Werd na 10 jaar uit frustratie opgeheven. Het Utrechts Nieuwsblad  deed regelmatig verslag over de vergaderingen, ook over de te hoge prijzen in het Julianapark-restaurant op 12 februari 1963:

Gemeenschapsraad heeft:

Kritiek op de prijzen van Zuilens restaurant

„Het ging bij de opzet om een goedkope gelegenheid”

Het restaurant in het Julianapark in de Utrechtse wijk Zuilen is door zijn prijzen te exclusief, meende maandagavond de Zullense gemeenschapsraad. Teveel wijkbewoners kunnen er hierdoor geen gebruik van maken.

De opzet bij de (vooroorlogse) bouw door jeugdige werklozen was juist, dat de bezoekers van het park hier een goedkope gelegenheid zouden vinden om een consumptie te gebruiken, zei de heer Van der slot (PvdA). De hele gemeenschapsraad meende dat het weer zo moet worden, zij het dat de drankvergunning er moet blijven. Omdat de pacht op 1 januari 1965 afloopt, kan binnenkort over dit punt in de gemeenschapsraad een voorstel van het dagelijks bestuur worden verwacht.

 

Tweemaal kermis

Zo B. en W. akkoord gaan, komen er dit jaar in Utrecht-noord weer twee wijkkermissen. De eerste van 1-8 juni aan de Adriaan van Bergenstraat, waarvan het batig saldo voor de culturele en ontspanningsvereniging ’t Zand is. Begin augustus houdt de buurtvereniging Prinses Juliana dan een kermis, waarschijnlijk in de St.-Josephlaan. Als de hoofden van de Zuilense scholen hun leerlingen niet voor het schoolzwemmen naar Ozebi of Den Hommel willen sturen, omdat zij dat te ver vinden, willen B. en W. daar geen morele druk op uitoefenen. „Ze zouden met de bus kunnen gaan”, opperde de heer Lebbink (PvdA) en voorzitter De Wilde zag er een goede aanleiding in nogmaals aan te dringen op de bouw van een kinderinstructiebad in Zuilen.

Nog steeds schijnt het dagelijks bestuur van de gemeenschapsraad te pogen de wijkvereniging Stichting Gemeenschap Zuilen nieuw leven in te blazen. Men hoopt dat dit zal gelukken door het aantrekken van nieuwe medewerkers.

Het gemeentebestuur bleek van mening dat er in Zuilen niet veel ratten te bestrijden waren. De gemeenschapsraad weet beter en zal de plaatsen opgeven waar de ratten zo nu en dan te bezichtigen zijn. De heer Lebbink vroeg of het Verzetsmonument niet eerder dan in 1970 moet worden verplaatst, omdat er in 1965 al een brug over de Vecht bij De Muinck Keizerlaan zal worden gebouwd. Mevrouw M.C. Hooyboer-Vis (KVP) gaat deel uitmaken van de gemeentelijke commissie voor jeugdzorg, waarbij zij de plaats van de heer H. Hendriks inneemt, zo besloot de gemeenschapsraad.

Julianapark-Restaurant

 

Over overwinteren in Zuilen

De gemeente Utrecht concentreerde de verzorging van de dieren in de verschillende parken in het Julianapark. Het Utrechts Nieuwsblad schreef hierover op 11 februari 1967:

Dieren overwinteren in Zuilens Julianapark

Goede verzorging en eten gewaarborgd

(Van een onzer verslaggevers)

UTRECHT — Het Julianapark in Zuilen lijkt in de wintermaanden veel op een kleine dierentuin. Naast de aanwezige fauna zijn in deze periode veel zwanen uit de singels gehaald om hier regelmatig gevoederd te kunnen worden. Ook zijn er enkele kraanvogels tijdelijk ondergebracht. De meeste dieren kunnen gewoon buiten in het park blijven, ze worden goed verzorgd. Het overwinteren geschiedt in de hokken.

In een van de hokken staat een saras kraanvogel. Het is ’n logé, die hier herstelt van een ingrijpende operatie: zijn ene poot is afgezet. In het volgende hok verblijven drie kroonkraanvogels met een grappige krans van dunne veertjes „Het paartje hoort hier”, vertelt de opzichter van openbare werken „de andere gaat straks weer naar het hertenkamp in Oog in Al. Buiten komt het dier ook beter uit dan in zo’n hok, het blijft er ook schoner.” Tenslotte verblijven er in de hokken nog twee grote saras kraanvogels en twee flamingo’s, een Chileense en een egyptische, prachtig rose van kleur. De kraanvogels horen ook in Oog in Al thuis, de flamingo’s gaan in mei weer rondlopen in het Julianapark.

Kleine vogels

In een ander stel hokken huizen de kleine vogels: tropische vogels, papegaaien, beo’s en twee toeccaco’s, alleen vruchten etende dieren uit Afghanistan. „Die witte papegaai heb ik gekregen van iemand die dacht dat het dier spreken kon worden geleerd. Maar daar is het geen soort voor,” aldus de opzichter. De felgekleurde dieren zitten naast elkaar op beugels. „Zij hangen niet zomaar naast elkaar, maar wij moeten echt rekening houden met de sympathieën van de dieren. Degenen die nu naast elkaar hangen zijn echt vriendje en vriendinnetje van elkaar. Het is jammer dat sommige jongens de dieren gemeen plagen in het park, daardoor worden ze soms vals.”

Wanneer we door het park lopen is het opvallend hoeveel groen er al te zien is. Op vele plaatsen steken de groene punten van de narcissen vele centimeters boven de grond en ook aan de struiken zijn al vele groene puntjes te ontdekken.

Papagaaien

DEZE TWEE papegaaien kunnen het best met elkaar vinden. De rechter is zelfs naast zijn kameraadje op de beugel gaan zitten.

De opzichter voor de beplanting in Utrecht-noord vindt het fijn met dieren te werken. In Emmeloord, waar hij voorheen woonde, hield hij zich voornamelijk bezig met herten. „Dieren zijn altijd mijn hobby geweest”, vertelt hij. Hier in het rayon heeft hij driekwart van de dag nodig om alles te conrtoleren. De resterende tijd brengt hij door met het bijhouden van de administratie in zijn kantoortje in het voormalige gemeentehuis te Zuilen.

Wanneer we bij de zwanen staan te kijken legt hij uit dat de zwarte zwanen (Utrecht is een van de weinige plaatsen in het land waar de zwarte zwanen broeden) agressiever zijn dan hun witte soortgenoten. In een uur tijd zorgt een zwarte er soms voor dat hij alléén nog in de vijver zwemt, terwijl de witte zwanen op de kant zijn gevlucht.

Op het gras, een eindje verder, lopen brandganzen. Zij komen oorspronkelijk uit West-Rusland, maar dit is een kweekprodukt. „Vorig jaar hebben wij pech gehad”, zegt de opzichter, „er was toen maar één ei bevrucht. Dat kwam door het koude voorjaar. De woerden worden niet speels in de kou”.

 

DE WITTE ZWANEN zwemmen onverstoorbaar rondjes in de vijver van het park. Hier zijn zij verzekerd van voedsel. Maar over een paar maanden kunnen zij in de singels zelf weer voldoende aas vinden.

Er lopen ook Syberische roodhals-ganzen, prachtig diep van kleur. Achter een hek een groep van veertien volwassen hindes, een bok en tien jonge diertjes. Het zijn zogenaamde damherten. Voor de kinderen, die met hun vader of moeder door het park wandelen, zijn de herten trekpleisters. De herten snuffelen wat aan het hek en lopen dan statig weer een eindje verderop. Verborgen tussen een „rots” zitten vijf Zwitserse berggeitjes. Alleen een bokje laat zich zien, hij is voor een tijdje geleend van de gemeente De Bilt om hier zijn werk te doen. In de wei lopen ook nog een paar Drentse heideschapen en er huppelt zelfs een konijntje rond.

Partner gezocht

Bij een vijvertje zitten vier jonge zwarte zwanen, ’s Zomers komen daar ook de flamingo’s. Nu ligt er rustig een crysopgans, een weduwe, waarvoor de opzichter graag een partner zou hebben. Hij weet wel iemand met een mannetje, maar die wil hem niet afstaan. Bij de vijver scharrelen vier keizerganzen („die zijn zeldzaam, wij zijn er erg blij mee”), het zijn twee paartjes. In de schuur verblijven twee berggeitjes, elk met twee jongen. De geitjes zijn te vroeg geboren, daarom worden ze nog een tijdje binnen gehouden.

In het park, waar het in deze koude dagen niet erg druk is — alleen de bruidsparen die hier komen om gefotografeerd te worden laten geen verstek gaan — staan ook volières met de meest uiteenlopende soorten vogels. Behalve gewone parkieten, die zomer en winter buiten blijven, zijn er twee satir tragopans fazanten, prachtig rood en zwart van kleur en bedekt met zwarte stippen die op waterdruppels lijken. De opzichter weet van alle dieren iets te vertellen en de problemen die er opdoemen hebben meestal te maken met het gebrek aan of het te kleine aantal jongen. Want ook in het park is het leuk als van de zomer weer vele dieren van de meest uiteenlopende soorten over het gras lopen, al is het dan officieel geen dierentuin.

Gemeente-ontvanger van Zuilen: J.C. Plomp

 

Plomp, over het jubileum van deze (zeer gewaardeerde) Zuilense gemeente-ontvanger schreef de redactie van het Utrechts Nieuwsblad op 10 februari 1938 het volgende…

Gemeente-ontvanger van Zuilen jubileert

De heer J.C. Plomp, een man met groote plichtsbetrachting en hulpvaardigheid, is heden twintig jaar gemeente-ontvanger van Zuilen

ZUILEN, 10 Febr. — Heden is het twintig jaar geleden, dat de heer J.C. Plomp werd benoemd tot gemeente-ontvanger van Zuilen Deze benoeming geschiedde onder het burgermeesterschap van F.C.C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen.

De naam Plomp is sinds jaren en jaren zeer nauw aan de gemeente Zuilen verbonden. De grootvader van den heer J.C. Plomp, dus van den tegenwoordigen gemeente-ontvanger, was reeds burgemeester van Zuilen en wellicht hebben ook diens ouders reeds een leidende rol in de gemeente vervuld. Het eigenaardige is echter, dat de vader van den heer J.C. Plomp jarenlang wethouder is geweest in de gemeente… Maarssen.

Oorspronkelijk hadden de ouders van den gemeente-ontvanger een steenfabriek waar nu de borstelfabriek van de firma Jonker is gevestigd. Als zoovele anderen kon, speciaal door het opraken van de benoodigde klei, het bedrijf niet meer loonend worden gemaakt, en vestigde men zich te Maarssen, waar al spoedig beslag op de werkkracht van den vader van den heer J.C. Plomp werd gelegd door zijn benoeming tot wethouder. Doch in den tijd dat men zich te Maarssen bevond, vervulde een oom, den heer D.M. Plomp weer een belangrijke rol in Zuilen Deze was wethouder en zóó buitengewoon waardeerde men zijn getoonde werkkracht, dat toen eenige jaren geleden een nieuwe brug over de Vecht in oud-Zuilen gereed was gekomen, men deze den naam van D.M. Plompbrug gaf. Jaren en jaren is dus de naam Plomp aan de gemeente Zuilen verbonden geweest.

De thans vòòr 20 jaren benoemde gemeente-ontvanger was aanvankelijk verbonden aan het bedrijf van zijn ouders. Hij bezocht de Handelsschool en werd 10 Februari 1918 in zijn tegenwoordige functie benoemd. In die dagen was Zuilen nog een kleine gemeente van ongeveer 3000 inwoners, waaronder hoogstens 500 belastingplichtigen. Daarna kwamen er jaren waarin de bevolking met sprongen omhoog ging, vooral door de vestiging der industrieën en den bouw van een groot aantal woningen. Thans heeft het inwonerstal reeds de 17500 overschreden. Deze snelle ontwikkeling heeft de heer J.C. Plomp geheel meegemaakt en het heeft veel van zijn arbeidslust en arbeidskracht gevraagd.

Met zijn kantoor heeft hij een ware zwerftocht door de gemeente gemaakt.

Aanvankelijk was zijn bureau gevestigd in het gemeentehuis, daarna in zijn woning, vervolgens in het gebouw van de Woningbouw, daarna in het oude politie-posthuis, dat eenige jaren geleden verdween, vervolgens nog in een ander oud politiebureau en thans is het ondergebracht in een perceel aan de De Muinck Keizerkade.

De heer J.C. Plomp is een man van zeldzame eenvoud, van groote plichtsbetrachting, maar van nog grootere hulpvaardigheid. In een gemeente als Zuilen, goeddeels bestaande uit arbeiders, bovendien zwaar getroffen door de werkloosheid, wordt buitengewoon veel tact en overleg gevraagd om te zorgen dat de belasting geïnd wordt.

En zonder dwangmaatregelen weet hij bijna altijd de zaak in het reine te brengen. Hij vraagt niet of zijn administratieve arbeid daardoor enorm verzwaard wordt, of hij daarvoor een goed deel van zijn vrije tijd moet opofferen, neen, zijn streven is alleen, om allen zooveel mogelijk tegemoet te komen, zooveel mogelijk ter wille te zijn.

De Zuilensche gemeente-ontvanger is dan ook een zeer geziene en zeer gewaardeerde persoonlijkheid in deze gemeente, en velen zullen zeker met ons den wensch uiten, dat hij nog tal van jaren zijn functie zal mogen waarnemen.

J.C. Plomp

J.C. Plomp, 20 jaar gemeente-ontvanger van Zuilen.

 

 

Verlichting van (in) Zuilen…

Ook in het groeiproces van Zuilen worden dingen aangepast. Zoals de openbare verlichting (wij noemden dat gewoon: ‘de lantaarnpalen’. In het Utrechts Nieuwsblad van 9 februari 1938 lezen we:

STRAATVERLICHTING TE ZUILEN VERBETERD

ZUILEN, 9 Febr. – De verlichting aan den Daalscheweg vanaf de Westinghousestraat, tot aan de J.M. de Muinck Keizerkade te Zuilen, was nog altijd verre van goed en er waren gedeelten die zeer donker waren, o.m. bij de openbare lagere school no. 2.

Er wordt aan de Hovenierslaan en de De Muinck Keizerkade nog steeds uitgebreid en hierdoor wordt het verkeer dus ook drukker. Het gemeentebestuur van Zuilen heeft thans weten te bereiken dat de houten lichtmastjes met bovenleiding vervangen worden door metalen masten, die verder over den weg steken en grotere lichtsterkte hebben. Bovendien zijn deze palen zo geplaatst dat alle delen behoorlijk verlicht zijn.

De Muinck Keizerlaan

De Muinck Keizerlaan overdag. Van de situatie in het donker (met of zonder brandende lantaarnpalen) is geen foto beschikbaar. Overigens: de hierboven genoemde Hovenierslaan werd kort hierna omgedoopt tot Prinses Beatrixlaan.

 

Oefenen in verduisteren in Zuilen

Nog maar een paar maanden en de Tweede Wereldoorlog breekt uit. Er worden volop oefeningen gehouden om ‘op alles’ voorbereid te zijn. Het Utrechts Nieuwsblad van 8 februari 1940 deed verslag van een oefening:

Ook oefening te Zuilen in

hoofdzaak geslaagd

Hedenmorgen hadden wij een onderhoud met het hoofd van den Luchtbeschermingsdienst van Zuilen, den heer P. van Doornen, inzake de verduisteringsproef van gisteravond.

Vooral in verhouding tot de verduisteringsproeven van vóór de mobilisatie was een groote vooruitgang te constateeren.

Alleen zal de burgerij, naar het hoofd van de luchtbescherming ons mededeelde, nog meer aandacht moeten schenken aan de verduistering van de achterzijde van de huizen. De uitkijkposten op den toren van de Ludgeruskerk rapporteerden verscheidene malen, dat de achterkant der woningen onvoldoende was afgeschermd. Eveneens rapporteerden de uitkijkposten, dat er bewoners zijn, die de verduistering niet intens genoeg doorzetten, zoo kon men vele malen waarnemen dat bewoners, waarschijnlijk zonder er bij te denken, even licht maakten in de slaapkamers, keukens en W.C.’s. De bevolking zal zich nog méér dan vroeger er op moeten instellen, dat tijdens den geheelen duur van de verduistering ook inderdaad alles moet verduisterd zijn.

Wat betreft de oefeningen der brandweer, de E.H.B.O en andere diensten, deze zijn volkomen geslaagd, ofschoon wel bleek dat bij één dienst verdere oefening absoluut noodzakelijk was.

De algemeene indruk is niettemin dat de oefening als geheel geslaagd mag worden genoemd.

Fotobijschrift: van de oefening zelf is geen foto voorhanden. Wél van de goed verduisterde woningen…

Over een almaar groeiend Zuilen…

Vooral in de eerste helft van de vorige eeuw groeide Zuilen razendsnel. De Pedagogenbuurt in Zuilen werd gemeld in het Utrechts Nieuwsblad van 7 februari 1955

 

…De vier woongebouwen, in aanbouw tussen de J.H. Schaperstraat en de Minister Talmastraat, naderen hun voltooiing en in het voorjaar zullen in deze omgeving nog meer huizenblokken in bouw komen. Derhalve is de aanleg van straten ook in dit gebied urgent.

Het ten Noord-Westen van de Prof. H. Bavinckstraat gelegen gedeelte van de Min. Talmastraat zal volgens het plan worden verbreed tot 8 m, zulks ten behoeve van het verkeer naar en van het complex sportterreinen aan het einde van deze straat.

Ook de aan te leggen straat, welke de Noord-Westelijke begrenzing van het stratencomplex van Nieuw Zuilen zal vormen en welke de Amsterdamsestraatweg met de Burg. Norbruislaan zal verbinden, is op een breedte van 8 m. geprojecteerd.

Voor de uitvoering van deze werken vragen B. en W. de raad een crediet te willen verlenen van f 1.015.100.-.

Pedagogenbuurt

Van Concordia polisnummer 1 …

In het Utrechts Nieuwsblad  van 6 februari 1957 stond de rubriek ‘Wij spraken met’. Daarin het verhaal over ‘polisnummer 1’ van een inwoner van de Hermannus Elconiusstraat.

N.P. de Jager (tachtig jaar)

Wij hebben bepaald niet voor de eerste keer met iemand gesproken, die de leeftijd der zeer sterken haalt. Wel hebben we zelden een tachtigjarige geïnterviewd, die beschikte over een zo formidabel geheugen als de heer N.P. de Jager, die geboren 7 februari 1877 te Grave (u weet wel van de radio: Grave beneden de sluis) morgen de eerbiedwaardige leeftijd van 80 jaar bereikt. De heer N.P. de Jager, wonende Hermannus Elconiusstraat 35 in Utrecht-noord, is een bekende figuur in de Utrechtse gemeenschap en met name in de wereld der typografie.

De tachtigjarige heer De Jager gaat er echt voor zitten, als we bij hem binnen vallen. Hij steekt er een verse Havanna bij op en gaat oreren… alsof hij nog de grote vakbondsbestuurder is van weleer. Af en toe kijkt hij even peinzend naar zijn zoon, die naast hem zit, de heer S.A. de Jager, (de directeur van Utrechts oudste drukkerij v.h. Kemink en zoon n.v. drukkerij en uitgeversmaatschappij op het Domplein) niet om hem over dit of dat te raadplegen, want hij weet zijn weetje nog best, maar bij wijze van controle, zo van: wat heb ik dat goed onthouden, hè?

Nicolaas Petrus de Jager dus, is in Grave geboren en hij ging zoals hij het kenmerkend noemt „bij de fraters op school” Tot zijn twaalfde jaar; toen brak er een gewichtig moment aan. Zijn vader werd nl. geadviseerd Klaas onderwijzer te laten worden. Maar dat zat er echt niet aan en het werd derhalve… zo gauw mogelijk een baantje zoeken. De drukkerij Penders in Grave („ik kreeg er meer schoppen dan loon”) was de eerste zaak die de jonge De Jager begroette, zij het voor korte tijd, want vader De Jager, die sergeant-kleermaker was, werd overgeplaatst naar Amersfoort en Klaas ging mee over. Als leerling-zetter kwam hij op de drukkerij Mechielsen. Het was niet, dat de jonge De Jager geen goede diensten bewees, maar ja, zo merkt hij thans glimlachend op (let wel: het is zo’n kleine zeventig jaar geleden en hij haalt de historie op, als of het gisteren gebeurde!), we maakten als jongens een lolletje op de zetterij en ik wilde geen verrader zijn en, zo ging dat in vroeger jaren… op staande voet de laan uit. In het nachtelijk uur liep de Jager met een vriend, die ook een balorige bui had, naar Amsterdam en het toeval wilde, dat zij bij de eerste de beste drukkerij meteen aan het werk togen. Zó was het ook vroeger! Dat was bij v. Zeggelen aan de Achterzijds Voorburgwal. Daar ging het met De Jager prima, want in plaats van het gebruikelijke uurloon van 19 cent kreeg hij, vooral omdat hij „vormen kon inslaan” 21 cent. En misschien zou hij er tot op hoge leeftijd zijn gebleven als niet ook hier de militaire spaak in het wiel werd gestoken. De Jager werd dus soldaat en wel in Amersfoort  Zijn vroegere baas had hem beloofd tien gulden te zullen geven (dat was me een bedrag in de vorige eeuw!) als hij korporaal werd en nog een tientje als hij de sergeante strepen kreeg, maar toen de militair De Jager zich ontdeed van ’s konings wapenrok… had Mechielsen net geen werk voor hem. Eventjes zat Klaas in de perikelen. Wat zou hij gaan doen? Zijn meisje was in betrekking bij de stationschef in Amersfoort en die kon hem misschien aan een baantje helpen, en in Baarn vroegen ze iemand bij de politie. Noch voor het een (wat zou ik daar bij de N.S. geworden zijn, misschien hulpknecht, verzucht hij nu nog) noch voor Baarn (jongen, ik zal je zeggen, bij de Baarnse politie was het in die jaren maar een gevaarlijke betrekking en hij lacht er nu nog om ) voelde hij iets. De reuk van het lood van een echte zetterij was hem in de neusgaten blijven hangen en dat trok hem. Gelukkig was er bij Mechielsen weer een beetje lucht gekomen en De Jager klom in snel tempo op van zetter via meesterknecht tot algemeen chef.

Hier onderbreken we de genoeglijke verteller om hem ons compliment te maken voor zijn fantastische geheugen. Wat denkt u, repliceert onze pientere gastheer (een beetje gepikeerd bijna om deze opmerking): je denkt toch niet dat ik een soort aderverkalking in mijn hoofd heb.

We vatten de interessante draad weer op.

Bij Mechielsen kwam een nieuwe baas (patroon zegt de heer De Jager) en zo brak de periode aan van de r.k. Eembode. De Jager, als eenvoudige werkman, ging weg bij Mechielsen, kreeg van nieuwe opdrachtgevers de taak bij Tetterode nieuwe letterkasten te kopen (voor die Eembode) en een begroting te maken. Hij zette in dat jaar de eerste, en voor later zo belangrijke stap op het moeilijke pad der politiek. In 1900 — drie en twintig jaar dus — werd hij lid van de werkliedenvereniging Sint Joseph (geïnstalleerd op 5 februari, de heer De Jager weet de datum nog goed) en iets later kwam hij in contact met de heren Grundmeyer en Brouwer, grote figuren uit de toenmalige vakbeweging. Hij werd daarenboven de mede-oprichter van de coöperatieve levensverzekerings-maatschappü Concordia. Niet zonder trots vertelt de tachtigjarige ons, dat op zijn polis nummer 1 prijkt. En zo is hij èn de bekwame vakman èn hij wordt de vakbondsbestuurder. Van de Eembode gaat hij met zijn gezin (want ondertussen is hij getrouwd met datzelfde meisje uit Amersfoort) naar Den Bosch, bij Neerlandia. Als voorman-opmaker blijft hij daar zeven jaar en hier voegen we een aardige anekdote in.

Want als de krant (een dagblad) de hele week op tijd draaide, zou De Jager een gulden extra krijgen. Dat was wat in die tijd, een gulden, per week. Alleen… het uitbetalen gebeurde niet veel. Na die 7 jaar verhuisde het gezin De Jager naar de Maasstad, naar Het Dagblad van Rotterdam. En toevallig werden het weer zeven jaar (als meesterknecht) in Neerlands grote havenstad.

Tot bij de drukkerij Teulings in Den Bosch de voor die tijd aantrekkelijke functie van sociale voorman vrij kwam. Daar werd o.m. de oude Volkskrant gedrukt en de heer De Jager bleef er tot 1939. Hij verzorgde er tal van toen bekende periodieken. Als sterk sociaal voelend bestuurder keerde hij — toen men aan zijn loon ging knabbelen — de zaak die hij zovele jaren had gediend, de rug toe en hij ging naar Utrecht.

Bij zijn zoon op het Utrechtse Domplein werd de bejaarde heer De Jager met open armen ontvangen. Welk een prachtige diensten heeft hij de drukkerij daar bewezen! Zijn vakmanschap, zijn rechtschapenheid zijn werkkracht niet te vergeten, het waren evenzovele winstpunten binnen de muren van Utrechts oudste drukkerij.

Hoe wist die schrandere De Jager in de Duitse tijd — zijn zoon was ondergedoken — de indringers te misleiden. Dat is een roman op zichzelf.

Er komt (in 1950) nog een gloriepunt in zijn arbeidzaam leven. Hij wordt door de K.A.B. (met grote luister) gedecoreerd met het gouden Kruis van Verdienste. Het insigne siert elke dag weer zijn colbertjasje.

Zoon De Jager (broer van die andere De Jager, die in België een der leidende figuren is in de drukkerijwereld) pensioneert met volle vreugde zijn unieke vader.

En — zo vragen we aan het eind van de visite — Wat nu?

De 80-jarige heer De Jager antwoordt nog altijd met besliste stem; een beetje lezen, een beetje wandelen, een heleboel plezier met mijn kippetjes en de radio, al kan ik het allemaal niet zo héél best meer volgen.

 

N.P. de Jager

De heer N.P. de Jager

… Van Concordia polisnummer 1…