Oud Nieuws 26 april 1940

Wielrijdster aangereden

De 15-jarige wielrijdster G., wonende in de Balderikstraat, is hedenmorgen, omstreeks kwart over acht, op de Smakkelaarsbrug komen te vallen. Het ongeval geschiedde, toen het verkeer de aanwijzing had gekregen om op te trekken.

Het meisje werd door een achterop rijdende auto overreden. Zij brak haar rechterarm en werd ernstig gewond. De G.G. en G.D. vervoerde haar naar het Stads- en Academisch Ziekenhuis.

Fotobijschrift: Mooie gelegenheid om weer eens een foto te laten zien van de Balderikstraat.

Oud Nieuws 25 april 1953

Burgemeester Norbruis opende de Jubileumbeurs

In een grote tent, welke geplaatst is in de tuin van het Pastoor Schiltehuis, opende Burgemeester Norbruis hedenavond om half 8 de Jubileumbeurs.

Zaterdagavond 25 April des avonds 7.15 uur, verwelkomde de Voorzitter van de Zuilense Handels Vereniging een groot aantal genodigden van de Z.H.V. Aanwezig was het voltallige college van B. en W., de gemeentesecretaris de heer A.J. van der Weerd, de directeur van Gemeentewerken de heer van Vliet, de heer van Hoorn, gemeente-architect, Pastoor W. van Albach, de heer W.P.H. v. Hees, voorzitter Woningbouw Zuilen, wnm. Corpschef de heer de Vries en bijna alle leden der Z.H.V.

‘‘In verband met het eerste lustrum van onze vereniging’’ aldus de voorzitter, ‘‘werd in een ledenvergadering besloten tot het benoemen van een Jubileum-commissie, met als opdracht het organiseren van een Handelsbeurs, een feestavond en zo mogelijk een winkelweek. In deze commissie werden benoemd de heren P. de Jong als voorzitter, I. Groenberg en W. Röben, aangevuld met de bestuursleden van Kilsdonk, de secretaris Kissing en de voorzitter. In een prettige verstandhouding met het bestuur van onze vereniging zijn deze plannen verwezenlijkt. De beschikbare ruimte in dit gebouw was te klein om alle exposanten de gelegenheid te geven te exposeren. Deze tent is geplaatst om ook het publiek de gelegenheid te geven te genieten van muziek en voordracht. De U welbekende artist Lou Bandy, zal hier Maandag en Vrijdagavond voor het publiek optreden. Het aantal amateurs dat zich spontaan aanbood, is zo groot, dat het programma over 3 avonden verdeeld moest worden.

Ofschoon men de dag niet moet prijzen voor het avond is, wil ik toch reeds nu Voorzitter de Jong en zijn mannen, dank zeggen voor de wijze waarop e.e.a. is voorbereid. Er zijn vele vergaderingen en besprekingen aan vooraf gegaan en op papier klopt alles als een bus. Aan onze Jubileumcommissie zal het niet liggen, wanneer alles niet verloopt zoals zij het zich hebben ingedacht.

Dankbaar zijn wij ook, voor het afstaan van dit gebouw door de exploitatie-commissie van het Pastoor Schiltehuis. Ik verzoek aan alle standhouders dit gebouw, het troetelkindje van de heer van Hees, waarin zij tijdelijk hun bedrijf uitoefenen, niet te beschadigen. Ik verzoek U voorzichtig te zijn met vuur, omdat veel van het tentoongestelde uiterst brandbaar is.

In de loop van haar 5-jarig bestaan heeft de Z.H.V. zich niet uitsluitend bepaald tot het gezamenlijk voeren van propaganda. Aan talrijke liefdadige instellingen, verenigingen en dergelijke heeft zij steun verleend. Ook op deze beurs zult U aantreffen de vereniging voor Kankerbestrijding en de Stichting ’40-’45.

Namens het bestuur en namens de Jubileumcommissie wens ik alle standhouders in de komende dagen veel succes en goede zaken’’.

Burgemeester Norbruis opende hierna de Handelsbeurs met de navolgende rede:

Mijnheer de Voorzitter, Geacht Bestuur, Dames en Heren.

Volgaarne voldoe ik aan Uw verzoek deze Handelsbeurs te openen.

U moet dat zien als een symbool. Vijf jaren bestaat nu de Z.H.V. en steeds heeft het gemeentebestuur met de grootste belangstelling gevolgd hoe er in Uw organisatie een groeiende activiteit werd gevonden.

Ook nu weer bieden de vele goede stands het bewijs, dat er in de gemeente mensen van handel en bedrijf worden gevonden met energie en durf en het geheel van de beurs toont aan, dat er onderling een saamhorigheidsgevoel bestaat, dat in de loop der jaren zeer belangrijk is toegenomen.

Ik verheug mij hierover zeer en ben er trots op, dat ook nu weer tegenover de bevolking wordt getoond, op welke wijze ook hier zuiver aangevoeld wordt hoe de behoeften en mogelijkheden liggen.

Ik hoop niet, dat het arrogant zal worden gevonden, dat de gemeente de centrale stand op het podium heeft ingenomen.

Het bestuur der gemeente wil hiermede demonstreren, dat het in de sterke progressiviteit de gedurfde pogingen van Uw organisatie wil stimuleren en ook het eigen grondbedrijf wil doen meewerken aan de algemene vooruitgang van de gemeente.

Moge de kracht der samenwerking en de noodzakelijke wisselwerking van particulier initiatief en een goede overheidsbemoeiing ook van deze beurs weder uitgaan tot verhoogde bloei van ons eigen gemeentelijk leven en van al de inwoners die nu het getal 26000 naderen afzonderlijk.

In Voorlopig Verslag:

Weinig geestdrift voor opheffing van Zuilen!

Vele leden van de Tweede Kamer hebben het Voorlopig Verslag op het wetsontwerp tot wijziging van de grenzen van de gemeente Utrecht minister Beel duidelijk voor ogen gehouden, dat de gemeente Zuilen vierkant staat tegenover de gemeente Utrecht. De Kamerleden vrezen, dat Zuilen de goede poging van de minister om een compromis te vinden – het instellen van een gemeenschapsraad – niet bijzonder zal waarderen. De gemeente zal die meer zien als een vergulden van de bittere pil.

Wanneer Zuilen de opheffing van deze gemeente in een ander licht had gezien en daarnaast van de zijde van Utrecht meer toenadering had ondervonden, en ook wanneer er stemmen uit Utrecht geklonken hadden, die wezen in de richting van een welwillend staan tegenover een poging om het eigene van Zuilen te behouden en wanneer op deze basis een gesprek tussen deze gemeenten had plaatsgevonden, zouden de Kamerleden met meer geestdrift tegenover het voorstel van de minister hebben gestaan.

Van Toen en Nu: Zuilen en Amsterdam

Elke plaats of gemeente heeft zijn eigen karakter. Zo heeft de gemeente Zuilen kenmerkende eigenschappen, welke haar oorsprong vinden in de historie van haar ontstaan en die heden ten dage nog in vele opzichten haar karakter bepalen. Bij het beschouwen daarvan, valt allereerst op dat Zuilen bestaat uit een zeer gemengde bevolking, met Amsterdammers als, relatief steeds kleiner wordende, kern. Toen in 1912 de N.V. Werkspoor haar filiaal in Zuilen stichtte, vestigde zich hier een 40-tal Amsterdammers. Namen als: Zachte, Smit, de Leeuw, Tielrooy, Klaassen, Krebs, Beugelink, Dirks, Heyt, v.d. Spa, Oorthuis, Jongkind, Burger en vele anderen herinneren nog aan deze pioniers. Deze kern werd spoedig met velen uitgebreid. Het behoeft geen nader betoog, dat de vestiging van honderden jonge Amsterdamse gezinnen in onze gemeente een volkomen ommekeer te weeg bracht in het rustige dorpje Zuilen. De nieuwe bewoners voelden zich onwennig. Zij vonden hier, hetgeen zij in Amsterdam ontbeerden. Een frisse ruime woning, met veel zon en lucht en ruimte. Wat zij hier in ruime mate brachten, was de gemoedelijke omgang, zo speciaal eigen aan de rasechte Amsterdammers.

Haar isolement

Van enig contact met Utrecht was niet of nauwelijks sprake. Een verbinding met bus of tram naar de stad was er nog niet. Bovendien, de zo kenmerkende, enigszins stijve Utrechtse aard, de echte ambtenaars-mentaliteit lag hen niet.

Winkels waren er bijna niet. Deze Amsterdammers vormden, doordat zij op elkaar waren aangewezen, een gemeenschap, hetwelk zich manifesteerde in het stichten van de coöperatie Oostenburg aan de Amsterd. straatweg, naar Amsterdams voorbeeld. Spoedig kon men daar van alles kopen. Van kleding, kruideniers en bakkerswaren, tot groente en aardappelen toe. Namen als Dirks, Heyt, Doorgeest de bedrijfsleider, de thans overleden latere Wethouder N.A. Zachte en de chef-bakker Slotboom, zijn onverbrekelijk met de historie van ‘‘Oostenburg’’ stand kunnen houden, totdat zij, nu enkele jaren geleden, werd overgenomen door de Utrechtse Coöperatie.

Aan de behoefte naar lectuur werd ook toen al voorzien. De bekende familie Beugelink stelde toendertijd hun woning beschikbaar voor het verhuren van boeken van de Openbare Leeszaal. Als grappige bijzonderheid kunnen wij U vertellen dat velen er een gewoonte van maakten zittend op de grond meteen maar hun boek uit te gaan lezen, zodat het echtpaar Beugelink somstijds met 20 of meer lezende mensen zat opgescheept. In 1922 stichtte de O. Leeszaal hier een filiaal. De heren Moes en Beugelink gaven een groot deel van hun vrije tijd aan de werkzaamheden verbonden aan dit werk.

De toenmalige gemeentebestuurders van Zuilen trokken zich aanvankelijk niet veel aan van de Werkspoorders. Utrecht trof de meest noodzakelijke voorzieningen. De reinigingsdienst enzovoorts, werd door Utrecht verzorgd. Daarbij meende het Zuilens gemeentebestuur uit die dagen, dat Utrecht Nieuw-Zuilen wel spoedig zou annexeren.

Zuilens groei

De groei van Zuilen nam al spoedig grote vormen aan. Naast het werk van de Woningbouw Vereniging Zuilen noemen wij het ontstaan van de woonwijk ‘‘Elinkwijk’’, nauw verwant aan de N.V. Werkspoor.

Naast de woningbouw kwam een houten R.K. noodkerk tot stand. De Gereformeerden bouwden een kerkje aan de Daalseweg, dat tot op heden nog steeds dienst doet. De Hervormden bouwden eveneens een noodgebouw aan de Daalseweg. Het troetelkind van Dr. Wesley, het Groene Kruis, begon haar zegenrijk werk. Er werd in de jaren ’14-’20 door de bewoners van Nieuw-Zuilen een koortsachtige activiteit ten toon gespreid. Verenigingen rezen als paddestoelen uit de grond. Het oude ‘‘Schaftlokaal’’ van Werkspoor zou, zo het kon spreken, U veel kunnen vertellen van de hart verscheurende drama’s welke mensen als v.d. Pas, Ebbeling, Schuttershoef, Hania en zovele anderen voor het voetlicht brachten. Een inbreker zou gemakkelijk werk hebben gehad als in Zuilen een uitvoering plaats vond want geen inwoner bleef thuis. Diverse Zondagsscholen deden hun greep op de jeugd, de Arbeiders Jeugd Centrale ontstond onder de bezielende en vooral bekwame leiding van het echtpaar Brands, overal blijdschap brengende met hun frisse levenslust. Door de doortrekking van de Utrechtse tram naar de Bessemerlaan en later Westinghousestraat en de snelle aanbouw van vele woningen werd de ‘‘Woningbouw Zuilen’’ uit haar isolement verlost. Ondanks de grote werkeloosheid die spoedig na de vorige oorlog intrad, kreeg Zuilen een prachtige R.K. Kerk en verrees de Oranjekerk, beide aan de Amsterdamsestraatweg.

In de loop der jaren groeide de N.V. Werkspoor uit tot een machtige fabriek evenals de inmiddels in Zuilen gevestigde Staalfabriek van de Muinck Keizer. Beide fabrieken bleven mensen aantrekken uit ’t land. Werkspoor hoofdzakelijk Amsterdammers en de Staalfabrieken veelal Friezen en Groningers. Al deze, hun geboorteplaats verlatende, mensen stichtten in Zuilen hun eigen verenigingen.

De crisis van ’30

Een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Zuilen vormt de crisis, welke in 1930 haar hoogtepunt bereikte. Zuilen telde meer dan 1000 werkelozen. Vele arbeiders, jarenlang werkzaam op Werkspoor, kwamen zonder werk. Ook de Demka ontsloeg noodgedwongen veel personeel. De werkeloosheids-uitkering was hier lager dan in Utrecht. In deze jaren heeft Zuilen veel te danken gehad aan talrijke mannen en vrouwen, die werkten voor crisis- en ontspanningscomité’s.

Mensen als wijlen Mevr. Brands-te Boekhorst en Otten-Gabler e.a. gedenken wij met eerbied.

De gemeente Zuilen en haar inwoners beleefden zorgelijke tijden. Zuilen werd armlastig en de enige uitkomst die men toen nog zag was ‘‘annexatie’’. Utrecht aanvaarde deze erfenis niet.

De bevolking heeft zich in de daarna volgende jaren sterk uitgebreid, vermengd en aangesloten en van een specifiek Amsterdams karakter mag niet worden gesproken. Velen van de mannen en vrouwen die in 1912 uit Amsterdam naar Zuilen zijn gekomen, hebben het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Maar hun invloed op het leven in Zuilen is tot op de dag van vandaag nog onmiskenbaar aanwezig, speciaal in de Jubilerende Woningbouwvereniging ‘‘Zuilen’’. Ook een vereniging als bijvoorbeeld ‘‘Elinkwijk’’, eveneens ontstaan uit het initiatief van ‘‘pioniers’’, draagt nog onmiskenbaar de sporen van een hechte, besloten vriendenkring waar buitenstaanders niet zo gemakkelijk het wezen van snappen.

Een vrij Zuilen

Zuilen: zelf gebouwd! Haar woningen en kerken, haar scholen, haar verenigingen, instellingen en prachtige winkelstand. Zuilen, dat zich uit de crisis van de dertiger jaren heeft opgericht en die het nu mocht beleven dat Maandag j.l. een groep internationale artsen ook haar nieuwe scholen in ogenschouw kwam nemen.

Dat de voldoening mocht smaken, dat de bouwwereld van Nederland het nodig oordeelde kennis te nemen van haar originele wijze van woningen bouwen. Het is die drang naar blijvende onafhankelijkheid en het zelf doen, dat de Zuilense bevolking afkerig doet zijn van annexatie.

Vooral nu de noodzaak, door het financieel gelijkstellen van gemeenten niet meer nodig is.

Geen Utrechtse mentaliteit

De bevolking van Utrecht is door haar universiteit en groot getal ambtenaren anders ingesteld dan Zuilen. De als het ware onderdanige eerbied, die de rasechte Utrechter kenmerkt voor alles wat studeert of heeft gestudeerd, ontbreekt de Zuilenaar ten ene male. De pioniersarbeid die door de bewoners van Nieuw-Zuilen moest worden verricht, hebben hen een andere kijk op de samenleving gegeven. Zij zijn onafhankelijker en hebben een eigen oordeel, zich daarbij in leven en streven één voelende met de bestuurders hunner gemeente.

 

Zuilen wanhoopt niet

Veertig jaren zijn voorbijgegaan, veertig jaar, voor de geschiedenis maar een bagatel, maar voor het karakter van de gemeente Zuilen beslissend. Daarbij moet dankbaarheid ons vervullen voor alles wat die Amsterdammers, die mannen en vrouwen van Kattenburg, Oostenburg en omgeving, uit de sfeer van hun geliefde Mokum in hun nieuwe woonplaats Zuilen tot stand wisten te brengen. Het is de eerbied voor het gegroeide en overal bespeurende frisse levensmoed voor de toekomst, die het deze ruim 25000 zielen tellende gemeente de voorgenomen annexatie als een fout, erger nog, als een onrecht doet gevoelen!

Fotobijschrift: Van een eerdere beurs, maar wél in het Pastoor Schiltehuis. Let vooral op die prachtige tekst boven de ingang!

 

Oud Nieuws 24 april 1942

INLICHTINGEN VERZOCHT

De Inspecteur van Politie te Zuilen verzoekt inlichtingen, omtrent een bakfiets van het volgende signalement:

Merk “Gazelle”, no. 633035, open laadbak, met 24 cm. breede scheeren, electrische verlichting merk “ELGA”, trommelrem, aan de handgreep mist de nikkelen ring, hangveerzadel, in zeer goeden staat.

Bedoeld rijwiel is vermoedelijk gestald te Utrecht, terwijl er waschmanden op aanwezig kunnen zijn. Zij, die hieromtrent inlichtingen kunnen verstrekken, gelieven zich in verbinding te stellen met de politie te Zuilen, Daalscheweg 110, telefoon 18046.

Fotobijschrift: De Zuilense politiemacht kijkt uit naar uw komst! Links zit Arie Versteeg, vervolgens zien we Kees Hogenberk, Theo Zegwaard en Arie de Ruiter.

Oud Nieuws 23 april 1953

Woningbouwver. Zuilen veertig jaar

Het zal 6 Mei veertig jaar geleden zijn, dat de Woningbouwver. “Zuilen” werd opgericht. Dit feit zal niet onopgemerkt voorbij gaan, en het volgende programma is daarvoor samengesteld:

Dinsdag 5 Mei Filmmiddag voor de kinderen van de Stichting “Woningbouw Zuilens Belang”, een afdeling van de Woningbouw-Vereniging.

Zaterdag 9 Mei van 3 tot 5 uur Receptie in de koffiekamer van het Pastoor Schiltehuis.

Op Zondag 10, Maandag 11, Dinsdag 12 en Woensdag 13 Mei worden in het P.S.-Huis vier feestavonden georganiseerd, telkens aanvangende te acht uur. Elk lid ontvangt gratis twee toegangskaarten voor deze avonden.

De Speeltuin van de Stichting “Woningbouw Zuilens Belang” zal op 11 Mei, des middags half twee wederom worden opengesteld.

Het bestuur van Woningbouwvereniging ‘Zuilen’ trad in 1914 aan ter gelegenheid van de eerste-steen-legging van het eerste complex, dat we tegenwoordig eren met de Geuzennaam: ‘De Oude Bouw’.

Oud Nieuws 21 april 1949

Bevrijdingsvuur van Zuilen komt uit Nijmegen

Woensdag 4 Mei zal het Monument voor de gevallenen tijdens de oorlog te Zuilen op plechtige wijze worden onthuld. In een omlijsting van treurmuziek zal een herdenkingstoespraak worden gehouden, en zal de overdracht aan en de aanvaarding door het gem.-bestuur plaats hebben. Deze plechtigheid vangt aan te vijf uur. Vanaf 6 uur zullen de vlaggen halfstok hangen. Te half 8 zal een “stille tocht” naar het Monument aanvangen. Op twee punten in de gemeente zal men zich opstellen, nl. bij het nieuwe verenigingsgebouw aan de Daalseweg en op het hoekpunt Marnixlaan-van Egmontkade. Zonder muziek of vlaggen zal de tocht worden volbracht en er is dan gelegenheid tot het leggen van bloemen. Kwart voor acht luiden der klokken en acht uur, als allen om het monument zullen zijn geschaard, worden twee minuten stilte in acht genomen. Brandweer-sirenes zullen de aanvang en het einde van deze twee minuten aankondigen, waardoor ook de niet-aanwezigen ze in acht kunnen nemen.

Ontsteken Bevrijdingsvuur

Donderdag 5 Mei, des morgens half elf, zal het “Bevrijdingsvuur”, dat door een vertegenwoordiger van het gemeentebestuur met een escorte van leden van de Zuilense Motor Club wordt gehaald uit Nijmegen, in de gemeente op het plein Marnixlaan-van Egmontkade, aankomen. Hier wordt het vuur door lopers van “Elinkwijk” en “Sport Vereent” overgenomen en onder escorte van het Z.M.C. langs de van Egmontkade en Burg. van Tuyllkade gebracht naar het monument.

De laatste loper komt aan bij het monument ongeveer elf uur waar de fakkel wordt overgenomen door Burg. Norbruis, die daarna het vuur bovenop het monument zal ontsteken.

De vlaggen gaan in top. Zang door de hoogste klassen van alle lagere scholen. Toespraak door de burgemeester. Zang door de schoolkinderen.

De Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht, de heer Reinalda, zal bij het ontsteken van het bevrijdingsvuur aanwezig zijn.

4 mei 1949 werd het Verzetsmonument onthuld.

Oud Nieuws 20 april 1942

Gedachtenispredikatie Ds. B.C. Koolhaas

Zondagmorgen heeft Ds. B.C. K o o l h a a s, emeritus predikant der Ned. Hervormde Gemeente alhier, in de kerk van wijk XIV aan den Amsterdamschen Straatweg, een gedachtenispredikatie gehouden in verband met zijn veertig jarig ambtsjubileum.
Voor ds. Koolhaas, die eenige jaren geleden om gezondheidsredenen emiraat moest aanvragen en zijn geliefde wijkwerk rondom de Oranjekerk moest neerleggen, was het een bijzondere ure, nu hij na langdurige scheiding weer eens voor zijn gemeente mocht optreden en dat ter herdenking van zijn 40-jarig jubileum.

De kerk was overvol, toen de grijze jubilaris werd binnengeleid door den tegenwoordigen wijkpredikant ds. J.R. W o l f e n s b e r g e r en ouderling L o d d e r.
In zijn voorrede wees ds. Koolhaas erop dat in deze dagen van gedenken zijn gedachten in de eerste plaats uitgingen naar deze wijk. Spr. zag terug naar het begin van zijn loopbaan, zijn arbeid in Genderen en later in Zuidland.

Toen kwam spr. naar Utrecht. Wat is er sinds November 1919 in dit stadsdeel veel veranderd. Rijk gezegende jaren – aldus ds. Koolhaas – heb ik hier mogen meemaken. Ik denk aan onzen arbeid toen er nog geen kerk was. Met dankbaarheid herinnerde spr. aan het feit dat het Diaken S m i t s was, die toen een deel van zijn woning afstond om den wijkpredikant gelegenheid te geven spreekuur te houden.

De Stadszending verleende gastvrijheid in haar gebouw aan de Vultostraat en 12 November 1922 riepen wij “Rehoboth”, want het hulpkerkje werd in gebruik genomen.
30 Juni 1925 vond de overgang naar deze grote kerk plaats. Spr. moest op doktersadvies thans alle emotie vermijden, maar hij was geneigd om in dit gedenkwaardige uur uitvoerig stil te staan bij den tijd hier als wijkpredikant doorgebracht. Namen als die van broeder Kordes, mevr. Bokhorst, Vrouwe, Hove e.a. kwamen bij spr. op. Allen wilde spr. gedenken, die inmiddels het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hebben.

Dank bracht spr. ook aan zijn vrouw voor al haar steun.
De gemeente had geen ander recht dan dat ik haar bracht wat zij noodig had: Christus. Na veertig jaar wil spr. ditzelfde Evangelie brengen. Daarom had Ds. Koolhaas als tekst voor zijn predikatie gekozen: Hebreën 13 : 8 “Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid”.

Toen ds. Koolhaas zijn prediking beëindigd had, beklom ds. J.R. W o l f e n s b e r g e r den kansel, die namens de voorzitter van den Kerkeraad, Ds. Smit, namens ouderling Lodder, en de gansche gemeente den jubileerenden emeritus predikant toesprak.
Wij genieten nog heden ten dagen de resultaten van uw arbeid in deze wijk, zoo zeide spr. Het is een geweldigen arbeid geweest. Geweldig was ook Gods goedertierenheid, geweldig is ook deze dienst.

Staande zong de gemeente “Halleluja, eeuwig dank en eere”. (met een op Ds. en Mevr. Koolhaas toepasselijke wijziging in den vijfde en zesden regel).
De plechtige en door haar verdere verloop, ontroerende dienst werd besloten met het zingen van het Lutherlied “Houdt Christus Zijne Kerk in stand, zoo mag de hel vrij woeden!”.

De Oranjekerk nog in volle glorie.

Oud Nieuws 19 april 1935

Oud Nieuws 19 april 1935

De natuur herleeft
——
Een bezoek aan het Julianapark is op het oogenblik de moeite waard.


Van het weer van de laatste dagen kan men moeilijk zeggen dat het een belofte inhoudt voor de Paaschdagen. De Goede Vrijdag begon met regen en het ziet er naar uit, dat deze dag ook met regen zal eindigen. De weerberichten luiden niet bepaald aanmoedigend om Paaschtochtjes te organiseeren en teleurgesteld vraagt men zich af of de Lente dan nooit komt.

Maar wie zoo redeneert begaat een groote vergissing. De Lente behoeft niet meer te komen: zij heeft reeds lang haar intreden gedaan. Al heeft Maart nog wel eens zijn staart geroerd en gaf “Aprilletje zoet” een “witte hoed”, het voorjaar is gekomen met zacht zonnig weer, storm, regen en… guren wind.

Nu fiets- en autotochtjes letterlijk in het water dreigen te vallen, of liever het water op de tochtenmakers, moeten wij trachten om op een andere manier de Paaschdagen te veraangenamen.
Welnu: onder de rook van Utrecht is al zooveel moois te zien! Wij hebben al gewezen op de bloemenpracht in het Bosch “Voordaan” bij Maartensdijk, maar ook het Julianapark, de van ouds bekende “tuin van Kol” bij Zuilen is op het oogenblik een bezoek waard.

Jong, frisch groen komt al aan de heesters, de kastanjeboomen schijnen versierd te zijn met tallooze kaarsenhouders, het gras begint al te kleuren, narcissen vormen een groot feestkleed en in de vogelwereld heerscht een drukte van belang.
Brutaal dringen de musschen in de groote volières en eten zich rond aan het zaad dat er elken dag kwistig wordt rondgestrooid. Anderen meubileeren en restaureeren hun nesten en vliegen onophoudelijk af en aan.

Haartjes, plukjes gras, zachte veertjes verzamelen zij met een bewonderingswekkende snelheid en binnen enkele oogenblikken zijn zij weer terug om nieuwe stoffeering te zoeken. Aan tallooze boomen hangen vogelhokjes, hier en daar hoort men er een luid gesjilp en gepiep uit komen.

Buigend hangen de twijgen van treurwilgen boven het rimpelende water en zwaaien vol rythme mee met den wind. Door het geheele park heerscht een groote bedrijvigheid. Tuinlieden planten en snoeien en helpen de natuur een handje om het aanzien van het park nog mooier, nog aantrekkelijker te maken.

Een lust voor het oog zijn de bloeiende narcissen die tusschen struiken en heesters zijn uitgezet. Op verschillende plaatsen komt men ze weer tegen en steeds wordt men opnieuw getroffen door het weelderige bloemenschoon. Het is op het oogenblik ontegenzeggelijk mooi in het Julianapark, en misschien nog wel mooier dan in het hartje zomer.

Fotobijschrift: ‘Buigend hangen de twijgen van treurwilgen boven het rimpelende water en zwaaien vol rythme mee met den wind.’

Oud Nieuws 18 april 1945

Het is onbekend in welk krant deze tekst stond. Het artikel werd opgeplakt in kaft van het  kerkboek mevrouw Van Mourik, moeder van een der slachtoffers. Zij vertelde me over haar groot verdriet: haar zoon was omgekomen, maar hij kon als ondergedokene niet met een fatsoenlijke begrafenis geëerd worden, dat moest stiekem!

Bij vervoer van “gedropte” wapens vielen drie Utrechters

“ICI LONDRES!” Triomfantelijk brengt deB.B.C. elke middag om half twee het nieuws in een Franse uitzending. De omroeper juicht over geallieerde veroveringen in de strijd voor vrijheid en recht. Waarlijk, in October 1944 wijzen vele tekenen op een naderend einde van de tweede wereldworsteling. Zuidelijk Nederland toch is al vrij en Aken wordt belegerd. Hitlers dagen zijn geteld…
“Ici Londres !” de stem van een vrije wereld dringt ook door in een Utrechtse huiskamer, waar enkele K.P.-ers gespannen wachten. Zou er voor hen ook een boodschap doorkomen? Ze luisteren naar het rad gesproken Frans, totdat er opeens een stilte valt. Opgelet, nu komt het! En dan klinkt uit de koptelefoon een Nederlandse zin: d e h o n d i s o n d e r d e t a f e l.

In Westelijk Nederland, waar de hongerwinter een aanvang heeft genomen, is er voor de knokploegen van het verzet sinds twee maanden een nieuwe, zware taak. De geallieerden hebben een wapendropping op grote schaal ingezet. Dag en nacht wordt er door de K.P. voor gewerkt. Goede afwerpterreinen worden opgezocht en de ligging in geheime code met een slagzin naar Engeland geseind. Na de Franse uitzending herhaalt Radio Oranje om kwart over acht de slagzin, wat de bevestiging betekent: ze komen vannacht! Klaar en duidelijk voegt de omroeper van Strijdend Nederland er een tijdslagzin aan toe: de melk kookt over. De K.P. weet: tussen 10 en 12…

De avond is koud. Ver weg, is het bij Woerden of Zegveld?, flitst af en toe een Duits zoeklicht omhoog en tast met een strakke straal de halfbewolkte hemel af. In de polder, wachten 20 man. Het loopt tegen middernacht. Dan wordt de spanning verbroken, want er zit iets in de lucht! Zacht klinkt het gebrom van vliegtuigmotoren, het wordt sterker. De K.P.-ers van het dropping-command komen verstijfd uit hun schuilhoeken. Even later cirkelt een transportvliegtuig op grote hoogte boven de omgeving. De piloot heeft de op zijn kaarten aangegeven plek bereikt en de hele bemanning tuurt omlaag.
Ja, ze zijn er! Drie lichte plekken, nu in strakke lijn, die dewindrichting aangeeft, omhoog. Rood. Vijftig meter verder wit. Dan weer rood, terwijl loodrecht op deze lijn een seinlamp onophoudelijk de afgesproken roepletter knippert: X = streep, punt, punt, streep. De vliegtuigbemanning weet dat de ondergrondse medestrijders klaar staan en de zware kist duikt omlaag Met harde klappen vallen de luiken open en achter elkaar vallen 24 containers aan parachutes omlaag. Met brullende motoren schiet het toestel omhoog en gaat enkele kilometers verder nog wat rondjes draaien om de vijand af te leiden.

Op de grond zwoegen en zweten de K.P.-ers. Zo snel mogelijk moeten de afgeworpen pakketten in veiligheid worden gebracht. Vijfenveertig honderd kilo aan wapens en springstof is naar beneden gekomen. Stenguns, munitie, radio-onderdelen, en dozen met het zo onschuldig uitziende, kauwgumachtige trottyl…. voldoende om zo nodig een spoorbrug op te blazen! De geallieerden rekenen nog steeds op een militaire bevrijding van de rest van Nederland en daarbij zal het ondergronds verzet een handje helpen. Een stevig handje! Regelmatig gaat het levensgevaarlijke bezorgen en halen door. Als de Aprilmaand is aangebroken, is er op de afwerpterreinen in de provincie Utrecht al bijna een half millioen kilo gedropped.

Dodenrit
Maandagmiddag 18 April 1945. Jo Been, de forse K.P.-er die de leiding over het B.S.-district 8 (prov. Utrecht) heeft gekregen, sjouwt te portengen met zijn helpers een groot aantal dozen met revolvers en trottyl uit een praam op de klaarstaande vrachtauto. Dit wordt hun derde transport vandaag. Het zal tevens het laatste zijn, want reeds is afgesproken dat de rest per schip zal worden overgebracht. De actie van geallieerde jachtbommenwerpers maakt vervoer langs de weg bijna onmogelijk. Het gevaar loert nu van drie kanten: zelfontbranding van de springstof, aanhouding met mogelijke schietpartij met de Duitsers en: de jabo’s!
Gevaren tellen de K.P.-ers anders niet. Ze zijn gewend het vuile werk op te knappen. Het moet nu eenmaal gebeuren. En dus gebeurt het!
Zo ook op deze stralende Maandagmiddag. Twee en halve ton springstof en wapens zijn nu opgeladen. Een zeildoek er over en dan gaat het richting Utrecht. Onafgebroken wordt een drietal jabo’s, die op verre afstand als glinsterende stippen zichtbaar zijn, in de gaten gehouden. Tot driemaal toe wordt er gestopt, als de toestellen te dicht naderen. Maar ze zwenken weer af.
Zo snel als het generatorgas het toelaat, jakkert de wagen over het asfalt van de Amsterdamsestraatweg tussen Maarssen en Zuilen. Nog twee kilometer en de vracht kan aan de verzetstrijders op het politiebureau van Zuilen worden afgeleverd.
Er is luchtalarm, maar ze rijden door. Jo Been zit boven op de gevaarlijke lading. Jan van Mourik bevindt zich in de cabine naast Joop Altena, die ditmaal chauffeert. Nu deze rit hun laatste zal zijn, becijferen ze hoeveel maal er wapens zijn gereden. Deze tocht blijkt de 128ste te wezen….

Strijd gestreden
Dan is het tien voor drie. Het dappere drietal rijdt langs enkele bomen langs de kant van de weg. Ineens komt een stip als een spookverschijning uit de lucht vallen en stort met een razende snelheid neer. Een jabo! Aan ontkomen is geen denken meer en enkele seconden later spuit een scherp salvo op de wagen.
De gevolgen zijn ontzettend. Met een dreunende donderslag, die tot in Vleuten gehoord wordt, explodeert de springstof en vliegt het transport in de lucht. Een onheilspellende stilte treedt hierna in, die eerste verbroken wordt als Duitse soldatenlaarzen over de Straatweg bonken. Na angstig te hebben afgewacht of nog meer ontploffingen zullen volgen, komen de nazi’s van in het kanaal liggende gecamoufleerde olietankboten toelopen. Aha, een partizanen-transport!, juichen ze, als ze de onheilsplek bezaaid zien met revolvers. Dan vinden ze de overblijfselen van de drie makkers uit het leger der naamlozen, die de bittere kelk tot op de bodem hebben geledigd…
Tot op de dag van vandaag getuigt een eenvoudig houten kruis van het offer, dat zij daar brachten in hun dienst aan de geallieerde zaak.
Wie sterft voor het vaderland, leeft eeuwig durend voort.

J. van Mourik                             J. Altena                                     J. Been